CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Ruimtelijke onderbouwing Goejanverwelledijk 56-62 (inclusief Omgevingsvisie)

Raadsvergadering 11 december 2024, gemeente GoudaBij agendapunt: Ontwerp VVGB en ontwerp omgevingsvergunning Goejanverwelledijk 56-62 (Hamerstuk)20.087 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda Ruimtelijke onderbouwing Definitief

colofon

projectnaam Goejanverwelledijk 56-62 Gouda datum 25 november 2024 projectnummer P05305 opdrachtgever Van Ooijen Gouda Concept 7 december 2023 Definitief 25 november 2024 BRO projectleider CVe projectteam EBa bron kaft BRO review IvdV

Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl

Inhoudsopgave 1

2

3

4

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3

5 7 9

Gebiedsbeschrijving

10

2.1 2.2

10 12

Ontstaansgeschiedenis en ruimtelijke structuur Functionele structuur

Planbeschrijving

14

3.1 3.2 3.3 3.4

14 14 14 17

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan Ruimtelijke hoofdopzet Planaspecten Verkeer en parkeren

Beleidskader

19

4.1

Rijksbeleid

19

4.1.1

Nationale omgevingsvisie

19

4.1.2

Besluit algemene ruimtelijke ordening (Barro)

20

4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.2

4.3

5

Aanleiding planherziening Ligging, begrenzing en juridische status van het besluitgebied Leeswijzer

20

4.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland

21

4.2.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland

21

4.2.3

Convenant klimaatadaptief bouwen

22

Gemeentelijk beleid

24

4.3.1

Omgevingsvisie Gouda

24

4.3.2

Toekomstvisie Gouda 2030

25

4.3.3

Structuurvisie Groen

25

Randvoorwaarden

28

5.1 5.2 5.3

28 30 31

Bodem Luchtkwaliteit Geluid 5.3.1

5.4 5.5 5.6

Wegverkeerslawaai

31

Bedrijven en milieuzonering Flora en fauna Externe veiligheid

33 35 41

5.6.1

5.7 5.8 5.9

6

20

Provinciaal beleid

Beknopte verantwoording groepsrisico

44

Milieueffectrapportage Waterhuishouding Archeologie en cultuurhistorie

46 47 54

5.9.1

Archeologie

54

5.9.2

Cultuurhistorie

57

5.10 Duurzaamheid

59

Maatschappelijke en economische haalbaarheid

62

6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

62 62

6.2.1

Tervisielegging

62

6.2.2

Hoger beroep

62

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

3

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 2: Bodem vooronderzoek Bijlage 3: Cultuurhistorische analyse Bijlage 4: Externe veiligheid Bijlage 5: Stikstofonderzoek Bijlage 6: Quickscan Wet natuurbescherming Bijlage 7: Watertoets Bijlage 8: Ontwikkeling bedrijfsterrein Van Ooijen Bijlage 9: Verkennend en afperkend bodemonderzoek Bijlage 10: Ecologisch onderzoek

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

4

1

Inleiding

1.1

Aanleiding planherziening

Initiatiefnemer, Van Ooijen Gouda, is voornemens om de bedrijfsbebouwing op de huidige locatie aan de Goejanverwelledijk 56 – 62 te Gouda uit te breiden en te ontwikkelen ten behoeve van de realisatie van een nieuw kantoor en een herinrichting van het terrein. Het is de doelstelling om het bestaand bedrijfsterrein op cultuurhistorisch-, landschappelijk-, en stedenbouwkundig verantwoorde wijze in te passen in het bestaande landschap. Het huidige kantoor is gevestigd in het kantoordeel van het pand aan de Goejanverwelledijk 60 en in het dubbel woonhuis. Het kantoor in het dubbele woonhuis past niet binnen het vigerende bestemmingsplan 'Goverwelle' (vastgesteld op 14 januari 2010), waar ter plaatse van het kantoor een woonbestemming geldt. Daarnaast is door de groei van het bedrijf de beschikbare kantoorruimte te klein geworden en voldoet het pand niet meer aan de eisen op het gebied van het Bouwbesluit en duurzaamheid. De initiatiefnemer beoogt een nieuw kantoor te realiseren aan de westzijde van het besluitgebied. In de huidige situatie is er op die plaats parkeergelegenheid voor het bedrijf van de initiatiefnemer. In de beoogde situatie zal de parkeergelegenheid wederom op eigen terrein worden voorzien. Ter plaatse van de beoogde locatie van het nieuw kantoor geldt de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden' met de aanduiding 'zonder gebouwen en overkappingen'.

Omgevingsvergunning strijdig gebruik De ontwikkeling van een nieuw kantoor past functioneel en qua bouwregels niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing is opgesteld om de planologische aanvaarbaarheid te onderbouwen. De aanvraag omgevingsvergunning is een aanvraag voor strijdig planologisch gebruik.

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

5

Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet van het planologische regime worden afgeweken. Dit kan middels een uitgebreide omgevingsvergunningsprocedure op basis van art. 2.12, lid 1 onder a, sub 3 Wabo. Onderdeel van deze procedure is een goede ruimtelijke onderbouwing. Deze ruimtelijke onderbouwing motiveert waarom een bepaalde nieuwe ontwikkeling, die in strijd is met het bestemmingsplan, toch kan worden toegestaan. Hiertoe dienen verschillende onderzoeken te worden uitgevoerd. Onderhavig document voorziet hierin.

Figuur 1.1 Luchtfoto Gouda met globale aanduiding besluitgebied (bron: Pdok)

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

6

1.2

Ligging, begrenzing en juridische status van het besluitgebied

Het bedrijfsperceel van initiatiefnemer is gelegen aan de Goejanverwelledijk 56-62 in de wijk Goverwelle te Gouda. Het betreffende perceel staat kadastraal bekend als gemeente Gouda, sectie K, nummers 5889 (gedeeltelijk), 5891, 5892, 5893 en 8910 (gedeeltelijk). In figuur 1.1 is een luchtfoto van het besluitgebied opgenomen. De bestaande entree valt ook binnen het besluitgebied. De entree zal niet aangepast worden, maar past niet binnen de vigerende bestemming. Figuur 1.2 weergeeft een luchtfoto van de bestaande situatie.

Figuur 1.2 Huidige inrichting bedrijfsperceel (bron: Pdok), met dik rood omlijnd het besluitgebied

Het besluitgebied omvat de percelen kadastraal bekend als gemeente Gouda, sectie K, nummers, 5891 en 5892. De herinrichting van het terrein past binnen het vigerende bestemmingsplan, maar omdat het de doelstelling is om het bestaand bedrijfsterrein op cultuurhistorisch-, landschappelijk-, en stedenbouwkundig verantwoorde wijze in te passen in het bestaande landschap wordt dit wel meegenomen in deze ruimtelijke onderbouwing. Voor het besluitgebied is het vigerende bestemmingsplan “Goverwelle”, vastgesteld op 14 januari 2010. Een uitsnede van het bestemmingsplan is globaal weergegeven in figuur 1.3. Binnen het besluitgebied geldt de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden', met de bestemmingsaanduidingen B(z) en B(2)an6. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor: 1. ter plaatse van de bestemmingsaanduiding B(2): bedrijven behorende tot ten hoogste categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; 2. ter plaatse van de subbestemming B(2)an: tevens een aannemersbedrijf, voor zover voorkomend in categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

7

3. Alsmede voor bijbehorende voorzieningen zoals ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, groen en water, met dien verstande dat de gronden met de nadere aanwijzing (z) zijn bestemd overeenkomstig de aangrenzende en bijbehorende gronden. In de bouwregels van het vigerende bestemmingsplan is opgenomen dat: 4. de gronden met de nadere aanwijzing (z) mogen worden bebouwd met uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 5. de goot- en/of bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen:

Van gebouwen Van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Goothoogte Zie plankaart -

Bouwhoogte Goothoogte + 3 m 3m

6. de gezamenlijke inhoud van de dienstwoning en de daarbij behorende bijgebouwen mag ten hoogste 650 m³ bedragen.

Figuur 1.3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan met globale aanduiding besluitgebied (bron: ruimteplannen.nl)

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

8

Daarnaast is de bestemming 'Wonen' opgenomen binnen het besluitgebied. De gronden met de bestemming Wonen (WO) zijn bestemd voor: 7. het wonen; 8. aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, voor zover het vloeroppervlak ten behoeve van de laatstbedoelde activiteiten niet meer bedraagt dan 25% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw, inclusief aan- en uitbouwen, met een maximum van 40 m². Ten slotte is de dubbelbestemming 'Waterstaat' opgenomen voor een deel van het besluitgebied. Op de gronden mogen ten behoeve van de bestemming, zoals in lid 20.1 bedoeld, geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 20.2.1 en 20.2.2, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het waterstaatsbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad. Het vigerende bestemminsplan laat het bouwen van een gebouw voor bedrijfsdoeleinden op de beoogde locatie niet toe. Tevens zijn naast dit bestemmingsplan een parapluherziening parkeren (vastgesteld op 21 november 2018) en een Parapluplan Wonen (vastgesteld 1 juni 2022) vigerend.

1.3

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 en 3 waarin een beschrijving van het besluitgebied en het project is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die deze omgevingsvergunning mogelijk maakt. Hierin wordt ook nader opgegaan op het stedenbouwkundige plan en verkeer en parkeren. In hoofdstuk 4 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op diverse planologische aspecten die van belang zijn voor de voorliggende omgevingsvergunning. In het laatste hoofdstuk wordt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid besproken.

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

9

2

Gebiedsbeschrijving

2.1

Ontstaansgeschiedenis en ruimtelijke structuur

Gouda Algemeen Gouda is ontstaan op de plaats waar de rivier de Gouwe uitmondde in de Hollandsche IJssel. De Gouwe is van oorsprong een rivier die zorgde voor de afvoer van water uit het veengebied tussen de Hollandsche IJssel en de Oude Rijn. De huidige loop van de Hollandsche IJssel is in de Romeinse tijd gevormd, over de Gouwe is minder bekend. Ten tijde van het ontstaan van de stad Gouda zal de Gouwe ongeveer zijn huidige loop door de stad al hebben gehad. De Haven is niet de oorspronkelijke Gouwemond, maar een kunstmatige verbinding naast de oude Gouweloop (langs de huidige Spieringstraat). De ondergrond van Gouda bestaat uit een dik veenpakket, plaatselijk meer dan 10 meter dik. Over het veenpakket is door de rivieren een kleilaag afgezet, naar het noorden wordt deze laag steeds dunner. Vanaf ongeveer 1200 is er, met name in de binnenstad, regelmatig opgehoogd, waardoor een bewoningspakket met een dikte van (plaatselijk) 4 meter is ontstaan. In 1272 kreeg Gouda stadsrechten. De stad groeide daarna binnen ongeveer 100 jaar uit naar de omvang van de huidige binnenstad (gebied binnen de singels). Deze grootte behield het lange tijd, totdat in de tweede helft van de negentiende eeuw een begin werd gemaakt met de uitbreiding van de stad buiten de singels. Vanaf de veertiende eeuw begon men met de grootschalige winning van turf als brandstof voor stedelingen en bedrijven.

Hierdoor ontstonden plassen die later ten dele weer werden drooggelegd. In de tweede helft van de negentiende eeuw wordt een begin gemaakt met de uitbreiding van de stad Gouda buiten de singels. De eerste grote stadsuitbreidingen dateren van na 1901. Door de vestiging van nieuwe bedrijven en uitbreiding van de bestaande bedrijven ontstaat een grote behoefte aan arbeiderswoningen. Na de Tweede Wereldoorlog wordt Gouda zowel in zuidwestelijke richting als noordelijke richting verder uitgebreid (onder andere de buurten Korte Akkeren-Nieuw en Ouwe Gouwe). Daarna volgen de buurten Vreewijk en Oosterwei in het oosten. Eind jaren zestig start in het noordwesten de bouw van de wijk Bloemendaal en in het oosten de Sportbuurt. In de jaren zeventig en tachtig volgen in het noorden de wijk Plaswijck en in het noordoosten de Slagenbuurt. In de jaren negentig wordt ten oosten van Sportbuurt tenslotte de wijk Goverwelle gebouwd. Sinds de afronding van Goverwelle ontbreekt het de stad aan uitbreidingsmogelijkheden. Met de start van de bouw van Westergouwe in 2015 komt hierin verandering. De grote stadsuitbreidingen uit de jaren zeventig, tachtig en negentig hadden deels tot doel om het woningtekort voor plaatsen als Den Haag en de regio Midden-Holland op te vangen. De uitbreiding in de polders vragen grote investeringen.

Door de drassige veenbodem zijn de kosten van de infrastructuur aanzienlijk hoger dan elders in het land. Daartegenover hebben de laatste stadsuitbreidingen wel gezorgd voor een nieuwe sociaaleconomische bloei.

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

10

Gebiedsspecifiek Het te transformeren perceel is gelegen in de oksel van de Goverwellesingel en de Goejanverwelledijk in het zuidoosten van Gouda. De noordzijde van het perceel wordt begrensd door de Goejanverwelledijk, enkele gebouwen op het perceel maken onderdeel uit van de lintbebouwing. De Hollandsche IJssel begrenst het besluitgebied aan de zuidkant. De Hollandsche IJssel is één eeuwenoude structuur dat een herkenbaar landschap brengt, bestaande uit watergangen, uiterwaarden en dijklichamen met zich mee. Het jaagpad aan de zuidzijde van het besluitgebied maakt de oude structuur en functie van de watergang nog steeds zichtbaar. De ligging in de uiterwaarden van de Hollandsche IJssel heeft grote invloed op de verschijningsvorm en gebruik van het besluitgebied. De groenblauwe drager is van belang voor de gehele stad het beeld en functie moeten gewaarborgd blijven. De verbinding met het water uit zich in de aanwezige uiterwaarden en bijhorende dijklichamen. In deze uiterwaarden zijn verschillende functies gelegen waaronder een begraafplaats, sportvoorzieningen, bedrijvigheid en industrie. Ten westen is de Goverwellesingel en Goverwellebrug gelegen. Daarmee is het besluitgebied in de uiterwaarden gelegen in de nabijheid van verschillende belangrijke doorgaande structuren op landschappelijk en infrastructureel gebied.

Zowel langs de noordelijke als de zuidelijke dijk bevindt zich lintbebouwing.

Figuur 2.1 Foto's impressie besluitgebied en omgeving (bron: Ruimtelijke analyse BRO)

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

11

Onlosmakelijk van een landschap met uiterwaarden is een aanzicht met duidelijk zichtbare hoogteverschillen. Met name de dijklichamen zijn een beeldbepalende factor in de omgeving. Naast de waterwerende functie, fungeren de dijken vaak als infrastructuur voor het verkeer. Door het hoogteverschil van de dijken ontstaat er een ander perspectief op de omgeving, dit maakt dat de dijken een kwaliteitsdrager zijn van het gebied. Vanaf de Goverwellebrug is het landschap eveneens goed zichtbaar. Ter plaatse van het besluitgebied is het dijklichaam echter verstoord. De aangrenzende woningen zijn aan de voorzijde opgetild tot de hoogte van de dijk. De verhoogde ligging verstoort het dijklichaam doordat het hoogteverschil minder tot niet zichtbaar is. Daarnaast zorgen erfafscheidingen voor afbreuk van de beeldkwaliteit. Het gehele maaiveld van het besluitgebied is kunstmatig verhoogd, de ophoging maakt het hoogteverschil van de dijken en de stroomrug. De lage ligging, hoge grondwaterstanden en de eerdergenoemde hoogteverschillen maken het besluitgebied en omgeving gevoelig voor wateroverlast. De huidige terreininrichting met grotendeels verharding zorgt voor extra gevoeligheid voor wateroverlast.

De structuren en elementen in en rondom het besluitgebied zorgen enerzijds voor ruimtelijke kwaliteit, anderzijds zorgt de ligging in de lager gelegen uiterwaarden ervoor dat het perceel duidelijk zichtbaar is. Dit vergt extra aandacht voor een kwalitatieve overgang naar de omgeving. De foto's in figuur 2.1 geven een beeld van beeldbepalende elementen in en rondom het perceel: 1. De Goejanverwelledijk slingert op een mooie wijze langs de Hollandsche IJssel, door de hoge ligging is de omgeving goed waarneembaar. 2. Ten noorden van het besluitgebied is een parkomgeving gelegen, het Goverwellepad maakt het park goed beleefbaar. 3. Ten oosten van de locatie zijn verschillende sportvoorzieningen gelegen. 4. De lintbebouwing is geënt op de dijk, privégronden zijn niet altijd op een kwalitatieve wijze gescheiden van de omgeving. 5. Het perceel is ontsloten via de dijk, draaicirkels voor vrachtverkeer zorgt voor relatief veel verharding. 6. Het parkeerterrein van het bedrijf is duidelijk zichtbaar vanaf de Goverwellesingel en Goejanverwelledijk. 7. De Hollandsche IJssel en Goverwellebrug zijn beeldbepalend. 8. Aan de Goverwellesingel bevindt zich een laanstructuur met grote volwassen bomen. 9. Door de lage ligging is een groot deel van het terrein duidelijk zichtbaar vanuit de omgeving.

2.2

Functionele structuur

De eigenaar van de gronden en tevens de initiatiefnemer van onderhavige ontwikkeling is Van Ooijen Gouda, gespecialiseerd in wegenbouw en railinfra. Figuur 2.2 weergeeft een luchtfoto van de huidige situatie. Op figuur 2.3 is de huidige inrichting nader aangeduid. In het besluitgebied zijn twee kantoorpanden (1 en 2), een werkplaats (3), twee stallingen (4 en 5), een loket voor de weegbrug (6) en een tuinhuis gevestigd. Het totaal aan bruto vloeroppervlakte van alle panden is 1.594 m².

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

12

Figuur 2.2 Huidige inrichting besluitgebied

Figuur 2.3 Wensen en eisen initiatiefnemer verbeeld

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

13

3

Planbeschrijving

3.1

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan

De initiatiefnemer wil een nieuw kantoorgebouw realiseren. Om hiervoor voldoende ruimte te creëren wordt het bestaande dubbel woonhuis dat nu als kantoor wordt gebruikt en het kantoordeel van het pand Goejanverwelledijk 60 gesloopt. Het nieuwe kantoor wordt aan de westzijde van het besluitgebied gerealiseerd. Figuur 2.3 toont naast de huidige inrichting ook een overzicht van de wensen en de eisen van de initiatiefnemer voor het besluitgebied.

3.2

Ruimtelijke hoofdopzet

Naast het uitbreiden van het vloeroppervlakte van het kantoor, wordt er geambieerd om de uitstraling van het bedrijf te verbeteren. Ook op het gebied van duurzaamheid worden er eisen gesteld aan het nieuwe kantoorgebouw, zo bestaat de wens het pand volledig energieneutraal te realiseren. De overige panden en het werkterrein blijven onveranderd (en vallen buiten het besluitgebied). Een volledig afsluitbaar terrein, zoals in de huidige situatie, blijft een eis. De naastgelegen woning (Goejanverwelledijk 62) blijft qua functie en gebouw ongewijzigd (valt buiten het besluitgebied). Wat betreft buitenruimte is het wenselijk dat de oriëntatie rondom het kantoor helder is. De entree voor bezoekers en werknemers moet eenvoudig gevonden worden. De inrit tot het terrein wordt gecombineerd tot één inrit, uit ruimtebesparende overwegingen. Daarbij bestaat uit praktische overwegingen de wens om de entree te kunnen splitsen, zodat werknemers voor uitvoerende werkzaamheden en bezoekers elkaar niet hinderen.

3.3

Planaspecten

Er is een ruimtelijke visie opgesteld waar de stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische kwaliteitsuitgangspunten voor de ontwikkeling zijn vastgelegd. De ruimtelijke visie is als bijlage bijgevoegd. Inrichtingsplan Er is gekozen voor één bouwvolume, waarin er wordt gewerkt met twee en drie bouwlagen met beide een eigen richting. Dit laat ogen dat er wordt gewerkt met meerdere bouwvolumes. Hiermee sluit het nieuwe pand aan op de omvang van bouwvolumes in de omgeving. Het achterterrein ligt verscholen van de doorgaande wegen en is functioneel en groen ingericht. Door de kwaliteiten te benutten en de zwakten om te vormen naar nieuwe kwaliteiten ontstaat er een schakelpunt dat de samenkomst van de cultuurhistorische, landschappelijke en stedenbouwkundige structuren markeert. Zodoende ontstaat er een schakel welke de verschillende thema's met elkaar verbindt. Hier wordt verder op in gegaan in paragraaf 5.9.2 (Cultuurhistorie). Door het kantoor direct langs de Goverwellesingel te plaatsen wordt de entree van Gouda geaccentueerd. De positie van het pand langs de Goverwellesingel breekt met de structuur van de bestaande lintbebouwing langs de Goejanverwelledijk, maar sluit aan op de stedenbouwkundige structuur langs de Goverwellesingel.

Door hier een markant gebouw te plaatsten wordt de ligging aan de doorgaande route gemarkeerd en zuidoostelijke entree van Gouda versterkt. Bovendien ligt het kantoor op een herkenbare zichtlocatie wat de uitstraling van de gevestigde onderneming bekrachtigt.

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

14

Figuur 3.1 Inrichtingsplan

Figuur 3.1 weergeeft een illustratie van het inrichtingsplan. Hierbij geldt de volgende toelichting: 1. Nieuw kantoor etaleert zich aan de doorgaande weg en accentueert de entree van Gouda; 2. Het kantoor sluit aan alle zijdes aan op de omgeving; 3. Rondom het gehele terrein is de gaafheid van de dijk hersteld; 4. Groene inpassing van het terrein aan de dijk; 5. Kwalitatief ingerichte buitenruimte; 6. Gebruik van 1 in- en uitrit; 7. Groene inpassing met pauzeplek langs Hollandsche IJssel; 8. Hekwerk; 9. Behouden jaagpad; 10. Parkeerplaatsen huidig terrein; 11. Fietsenstallingen. Benutten en versterken van de hoogteverschillen De omgeving van het besluitgebied beschikt over fraaie zichtlijnen, de hoogteverschillen maken deze duidelijke zichtlijnen mogelijk. Tevens zijn de hoogteverschillen zelf onderdeel van het aantrekkelijke aanzicht, met onder andere de groenblauwe hoofdstructuur bestaande uit dijken, uiterwaarden en de Hollandsche IJssel.

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

15

Door deze hoogteverschillen te benutten en te versterken worden deze kwaliteiten benut. Een belangrijk onderdeel daarvan is het dijklichaam van de Goejanverwelledijk ter hoogte van het besluitgebied herstellen. Door kunstmatige ophogingen en erfafscheidingen is de gaafheid van het dijklichaam verloren gegaan, het restaureren van het dijklichaam maakt de landschappelijke kwaliteiten weer zichtbaar. Onder andere het samenvoegen van de inritten maakt dit mogelijk. Groene en klimaatadaptieve inrichting Momenteel is het volledige besluitgebied verhard en puur functioneel ingericht. De komst van het nieuwe kantoorpand biedt de mogelijkheid om de buitenruimte rondom het kantoor van een kwaliteitsimpuls te voorzien. Door de ruimte op een natuurlijke wijze in te richten krijgt de voorruimte een kwalitatieve ruimte die tevens bijdraagt aan de klimaatadaptiviteit. Door het verhard oppervlakte terug te dringen door het aanleggen van een groene inrichting en bijvoorbeeld halfverharde parkeerplaatsen heeft het hemelwater meer infiltratiemogelijkheid (zie paragraaf 5.8). Daarnaast zorgt het terugdringen van het verhard oppervlakte voor een afname van de hittestress. Naast de klimaatadaptieve baten creëert de natuurlijke inrichting een kwalitatief aanzicht waarin het nieuwe kantoor zich kan etaleren, maar ook de zuidoostelijke entree van Gouda versterkt.

De groene en klimaatadaptieve inrichting zijn tevens onderdeel van de visie in het kader van de beleidsregels afkomstig uit de Structuurvisie Groen (zie paragraaf 4.3.3). Programma Het nieuwe kantoorpand bestaat uit twee blokken die beide een lengte en breedte van 19 bij 12 meter beslaan. Hierbij heeft het oostelijke deel een afwijkende vorm met een schuine gevel. Grofweg hebben beide blokken een oppervlakte van 228 m². In totaal een bvo van 1.125 m² bvo. Het kantoorpand wordt voorzien van twee entrees zodat werknemers en bezoekers elkaar niet hinderen. Het dubbele woonhuis en het deel van kantoor in het bedrijfsgebouw worden gesloopt. De overige panden op het terrein blijven ongewijzigd (vallen ook buiten het besluitgebied). Bouwmassa Het nieuwe kantoorpand bestaat uit twee blokken die beide een lengte en breedte van 19 bij 12 meter beslaan. Hierbij heeft het oostelijke deel een afwijkende vorm met een schuine gevel. Grofweg hebben beide blokken een oppervlakte van circa 230 m². Het westelijke deel is verdeeld over drie bouwlagen (10 meter) en het oostelijke deel over twee bouwlagen (7 meter). Gezamenlijk komen de twee blokken op een totaal bvo van circa 1.128 m². Het kantoorpand wordt voorzien van twee entrees zodat werknemers en bezoekers elkaar niet hinderen. Een hoogte van drie bouwlagen is gezien de omgeving goed in te passen.

Het hoogteverschil ten opzichte van de dijk in combinatie met de bomenrij zorgen ervoor dat het nieuwe pand aansluit op zijn omgeving (figuur 3.2).

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

16

Figuur 3.2 Dwarsprofielen

3.4

Verkeer en parkeren

Door de positionering van het kantoor aan de Goverwellesingel ontstaat de mogelijkheid het parkeerterrein op een meer verscholen plek te realiseren. Daarmee is het parkeerterrein vanuit het westen minder zichtbaar. Door de noord- en zuidzijde van het parkeerterrein groen in te passen krijgt het terrein ook vanaf de Goejanverwelledijk en de Hollandsche IJssel een meer verscholen ligging. Een toevoeging of wijziging van functies zorgt vaak voor een verandering van de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte van een gebied. Het is daarom in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang om te kijken welke veranderingen op treden en of dit een effect heeft op de verkeersveiligheid, verkeersgeneratie en parkeerbehoefte. De gemeente Gouda heeft op 21 november 2018 de 'Parapluherziening Parkeren Gouda' vastgesteld. Hierin zijn parkeernormen opgenomen, waarvoor het besluitgebied de normen als in 'zone C' gelden. De verkeersgeneratie is niet opgenomen in de gemeentelijke 'Nota Parkeernormen' en wordt berekend aan de hand van de CROW-381 publicatie. Daarnaast wordt stedelijkheidsgraad 'zeer sterk stedelijk' (CBS Statline 2021) en zone-aanduiding 'rest bebouwde kom' gehanteerd. Voor onderhavige ontwikkeling geldt de norm voor een 'kantoor zonder baliefunctie' en 'arbeidsintensieve en bezoekersextensieve bedrijven'.

Verkeer Tabel 3.1 toont de verkeersgeneratie van de huidige en de beoogde situatie. Het kantooroppervlak zal met 315 m² bvo stijgen ten opzichte van de huidige situatie. Het oppervlak van de werkplaats zal gelijk blijven.

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

17

Volledigheidshalve is deze wel opgenomen in tabel 3.2. Er vinden geen wijzigingen plaats ten opzichte van de woning. Derhalve is deze niet meegenomen in de berekening. Tabel 3.1 Verkeersgeneratie huidige en beoogde situatie Functie

bvo in m²

bvo/100 m²

norm (plaatsen per 100 m2 aantal verkeersbewegingen per etmaal bvo) (maximaal)

Huidige situatie Kantoor

810

8

1,4

11,2

Werkplaats

784

8

2,1

16,8

Subtotaal

28,0

Beoogde situatie Kantoor

1.125

11

1,4

15,4

Werkplaats

784

8

2,1

16,8

Subtotaal

32,2

Totaal (beoogd - huidig)

4,2

De verkeersgeneratie is in de beoogde situatie slechts 4,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal gestegen ten opzichte van de huidige situatie. De inritten aan de dijk worden gecombineerd tot één inrit. Het werk- en personenverkeer zal de inrit delen, hierdoor wordt de verkeerssituatie op de dijk verkeerskundig gezien overzichtelijker en daarmee veiliger. Er kan worden geconcludeerd dat de verkeersgeneratie maximaal slechts gematigd stijgt. Deze geringe toename kan worden opgevangen binnen de huidige omliggende infrastructuur. Door het samenvoegen van de inritten is er in de uiteindelijke situatie sprake van een veiligere verkeerssituatie. Parkeren Er is een behoefte aan 30 parkeerplaatsen. Er worden met onderhavige ontwikkeling 36 parkeerplaatsen mogelijk gemaakt. Waarvan 29 nabij het nieuwe pand en 7 verder op de werkplaats (valt buiten het besluitgebied). Tabel 3.2 weergeeft de parkeerbehoefte van de beoogde situatie.

Tabel 3.2 Parkeerbehoefte beoogde situatie Functie

bvo in m2

bvo/100 m2

norm (plaatsen per 100 m2 bvo) aantal parkeerplaatsen

Kantoor

1.128

11

1,2

14

Werkplaats

784

8

2,0

16

Totaal

-

-

-

30

Er kan worden geconcludeerd dat de parkeerbehoefte ruimschoots kan worden opgevangen op het eigen terrein. Fietsparkeren Volgens de CROW normen zouden er 17 fietsparkeerplaatsen nodig zijn voor de kantoorfunctie. Echter wordt er gekozen voor 10 fietsparkeerplaatsen. Het huidig gebruik en werknemersbestand toont namelijk aan dat met 10 parkeerplaatsen voldoende capaciteit aanwezig is (inclusief marge). Daarnaast is de locatie op een redelijke afstand van het station en maakt het een autolocatie. Ook werken veel werknemers ambulant. Voor werkzaamheden zijn zij veel op pad met de auto. Daarom is het niet noodzakelijk om te voldoen aan de CROW normen. Ook gaat het realiseren van overbodige fietsparkplaatsen ten koste van groen, wat ten nadelen is van klimaatadaptiviteit.

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

18

4

Beleidskader

In dit hoofdstuk worden de rijks-, provinciale en gemeentelijke beleidskaders op het gebied van ruimtelijke ordening die van belang zijn voor de ontwikkeling van het besluitgebied aan de orde gesteld. Middels beknopte samenvattingen van relevante beleidsnota's en plannen worden de beleidskaders op deze verschillende schaalniveaus beschreven. Sectoraal beleid, zoals externe veiligheid, cultuurhistorie en flora en fauna wordt beschreven bij de behandeling van de afzonderlijke (milieu)thema's.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale omgevingsvisie In het kader van de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Deze is vastgesteld op 9 september 2020. De NOVI is vastgesteld op grond van de huidige regelgeving (dus als structuurvisie) en zal bij inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden als Nationale omgevingsvisie in de zin van de Omgevingswet. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die met uitzondering van paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone is komen te vervallen. Daarnaast vervangt de NOVI delen van het Nationaal Waterplan, de Natuurvisie en het Nationaal Milieubeleidsplan. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving.

Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio's;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven:  Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies.  Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal.  Afwentelen wordt voorkomen. Doorwerking besluitgebied Onderhavige ontwikkeling treft geen nationaal belang. Geconcludeerd kan worden dat de NOVI geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

19

4.1.2 Besluit algemene ruimtelijke ordening (Barro) Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de SVIR die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Doorwerking besluitgebied Zoals reeds in paragraaf 4.1.1 is geconcludeerd treft onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen. 4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen (en in 2017 aangescherpt). De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt.

Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking besluitgebied Er is sprake van de sloop-nieuwbouw. Per saldo nieuwbouw is kleiner dan 500 m². Daarmee is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor duurzame verstedelijking hoeft niet doorlopen te worden.

4.2

Provinciaal beleid

Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma's en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen.

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

20

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 1 april 2023 is de geconsolideerde Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland in werking getreden. De Omgevingsvisie biedt een strategische bril op de lange(re)termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. Er zijn in de visie 7 sturingsambities opgenomen die dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland. 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Doorwerking besluitgebied Zuid-Holland heeft als doel om een innovatieve regio te zijn met voldoende en kwalitatief goede werklocaties. Tevens zet de provincie in op de investering in het aanwezige cultureel erfgoed. Onderhavig initiatief sluit aan bij deze ambitie.

Met de herontwikkeling wordt ingezet op het kwalitatief verbeteren van een werklocatie, waarbij er aandacht is voor het versterken van de cultureel historische waarden zoals wordt beschreven in hoofdstuk 3.3.1 en 5.9.2. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en de ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Het provinciaal beleid wordt planologisch geborgd door de Omgevingsverordening. De geconsolideerde Omgevingsverordening Zuid-Holland is op 1 april 2023 vastgesteld. Doorwerking besluitgebied De voor onderhavige ontwikkeling relevante aanduidingen uit de Omgevingsverordening worden in deze paragraaf ander uitgewerkt. Het besluitgebied is gedeeltelijk aangeduid als "regionale waterkering klasse III (norm: gem. overschrijdingskans 1/100 jaar)". Hier gelden de volgende artikelen: Artikel 4.1 Veiligheidsnorm regionale waterkeringen 1. Dit artikel gaat over regionale waterkeringen in beheer van de waterschappen zoals aangewezen in artikel 2.2. 2. Op kaart 3 in bijlage II is voor de betreffende regionale waterkering of voor elk deel daarvan een veiligheidsnorm aangegeven als de gemiddelde overschrijdingskans per jaar. 3. Gedeputeerde staten stellen een technische leidraad vast voor het ontwerp van regionale waterkeringen. Deze strekt tot aanbeveling voor het waterschap. 4.

Gedeputeerde staten stellen voorschriften vast voor de door het waterschapsbestuur te verrichten beoordeling van het waterkerend vermogen van de regionale waterkeringen en stellen ten behoeve van die beoordeling de maatgevende hoogwaterstanden vast. 5. Gedeputeerde staten stellen, na overleg met het waterschapsbestuur, het tijdstip vast waarop de verschillende regionale waterkeringen moeten voldoen aan de veiligheidsnorm, bedoeld in het tweede lid.

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

21

Artikel 6.22 Regionale waterkeringen 1. Een bestemmingsplan voor gronden waarop een regionale waterkering ligt als bedoeld in artikel 2.2, bestemt die waterkering als zodanig. 2. Een bestemmingsplan voor gronden die deel uitmaken van een beschermingszone langs een regionale waterkering, bestemt die beschermingszone als zodanig of duidt die als zodanig aan. 3. Voor het bepalen van de omvang van de gronden, bedoeld in het eerste lid en in het tweede lid, wordt uitgegaan van de door de beheerder van de waterkering vastgestelde legger. 4. Met betrekking tot de gronden waarop een regionale waterkering of een beschermingszone ligt, kan een bestemmingsplan worden vastgesteld dat een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt voor zover bij de verwezenlijking daarvan geen belemmeringen kunnen ontstaan voor het onderhoud, de veiligheid of de mogelijkheden voor versterking van de regionale waterkering. 5. Voor de beoordeling of sprake is van belemmeringen als bedoeld in het vierde lid wordt advies gevraagd aan de beheerder van de waterkering. In het kader van onderhavige ontwikkeling heeft afstemming plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap van Rijnland. Het ontwerp zorgt niet voor belemmeringen voor de regionale kering. Over de Goejanverwelledijk, aangrenzend aan het besluitgebied is het Hoofdfietsnet en Hoofd wandelnet gelegen.

Hier geldt het volgende artikel: Artikel 6.20a Hoofdfietsnetwerk en lange afstand wandelpaden Een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met het belang van de instandhouding en zo mogelijk de verbetering van het hoofdfietsnetwerk, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 24 in bijlage II, alsmede de lange afstand wandelpaden, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 24 in bijlage II. Onderhavige ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op dit netwerk. Door het combineren van inritten ontstaat er een overzichtelijkere verkeerssituatie en de inzet op de versterking van de zichtlijnen met behoud van het hoogteverschil en dijklandschap zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het netwerk. 4.2.3 Convenant klimaatadaptief bouwen Gezien de klimaatveranderingen en de daarbij komende gevolgen stelt de provincie Zuid-Holland eisen aan het klimaatadaptief bouwen van nieuwbouw- en transformatielocaties. Zo streeft het convenant naar o.a. minder wateroverlast, meer biodiversiteit en minder hittestress. Doorwerking besluitgebied Hieronder worden de eisen vanuit het convenant beschreven en onderbouwd:

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

22

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

23

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Omgevingsvisie Gouda De Omgevingsvisie Gouda is door de gemeenteraad van Gouda vastgesteld op 23 februari 2022. De Omgevingsvisie geeft de langetermijnvisie van de gemeente op de toekomstige ontwikkeling van de stad weer. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Gouda liggen en op welke manier daarmee wordt omgegaan. Gouda staat voor grote opgaven, nu en in de toekomst. Veranderingen maken dat de stad ook zal veranderen. De vijf Gouda Opgaven vormen hierin een rode draad. Elke opgave bestaat uit een aantal deelopgaven: 1. Historische stad doorgeven aan de volgende generaties; 2. Gouda duurzaam ontwikkelen; 3. Prettig en veilige woon- en leefomgeving voor iedereen maken; 4. Gezonde mensen door een gezonde en veilige leefomgeving; 5. Gouda heeft een blijvend sterke economie en regionale positie. Tegelijk wordt er ook aandacht besteed aan de bestaande stad die niet verandert: hier dient de kwaliteit behouden te worden waar die is en verbeterd te worden waar nodig. Daarbij is het nodig om nieuwe ontwikkelingen in samenhang te beschouwen en tevens rekening te houden met de bestaande ontwikkelingen van de stad. Dit is uitgewerkt in vijf onderwerpen: 1.

Florerende stad: Focus op de economisch gezonde stad met voldoende werk en voldoende en prettige en gevarieerde woonruimte, en sterke en uiteenlopende voorzieningen voor Gouda en omgeving, in de context van onze grote historische kwaliteiten. Een hoge kwaliteit van bebouwing en de openbare ruimte draagt bij een prettige leefomgeving. Deze keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven 1, 3 en 5. 2. Duurzame mobiliteit: Focus op de verduurzaming van de wijze waarop we ons binnen en buiten de stad bewegen, met een verschuiving naar nog meer fietsen, wandelen en openbaar vervoer, en met ruimte voor nieuwe mobiliteitsdiensten. Door afname van autoverkeer is het mogelijk verhardingsoppervlak en parkeerruimte te reduceren. Deze keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven 2 en 4. 3. Gezonde groene stad: Focus op het stimuleren van onze gezondheid, door hier bij de inrichting van de stad rekening mee te houden: een aantrekkelijker en groenere openbare ruimte, met gevarieerd groen, veel biodiversiteit, aandacht voor duurzaamheid, bescherming van de cultuurhistorische linten en groenstructuren, en zorgvuldig gekozen transitie- of ontwikkellocaties. Aandacht voor beperken van geluidhinder en zorg voor schone lucht speelt daarbij een grote rol. Deze keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven 3 en 4. 4.

Energietransitie: Focus op duurzame transitie van onze energie, niet alleen in keuze van de bron (duurzame opwekking) maar ook hoe we dit onderling afstemmen, zodat we elkaar niet (onder- of bovengronds) in de weg zitten met de systemen. Deze keuze heeft vooral een link met Goudse Opgave 2. 5. Sterke wijken: Focus op onze woonwijken, waar het gewoon fijn leven is en/of nog fijner gaat worden! Voldoende woningen en de juiste, kwalitatief goede woningen, met een goed ingerichte openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeten en gezond gedrag, waarbij iedereen mee kan doen! Deze Keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven 3 en 4. Doorwerking besluitgebied De Omgevingsvisie onderscheidt een zestal deelgebieden waarvoor in meer detail wordt beschreven waar de ambities voor de toekomst liggen. Onderhavige ontwikkeling valt in het deelgebied Goverwelle. Voor dit deelgebied zet de gemeente onder andere in op een goed voorzieningenniveau en hoogwaardige openbare ruimte met voldoende groen en ruimte die uitnodigen om te bewegen.

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

24

De gemeente Gouda streeft naar een sterk vestigingsklimaat voor moderne bedrijvigheid. Van Ooijen Gouda BV is al ruim 90 jaar een toonaangevend bedrijf in de weg- en railbouw. Door de groei van het bedrijf is de beschikbare kantoorruimte te klein geworden en voldoet het pand niet meer aan de eisen op het gebied van het Bouwbesluit en duurzaamheid. Naast het uitbreiden van het vloeroppervlakte van het kantoor, wordt er geambieerd om de uitstraling van het bedrijf te verbeteren en daarmee de aantrekkingskracht als bedrijf en werkgever te vergroten. Door de verouderde bebouwing te vervangen door nieuwe beter geïsoleerde gasloze bebouwing en het opwekken van energie met zonnepanelen, wordt bijgedragen aan de gewenste energietransitie. Daarnaast wordt verharding terug gedrongen en hoogwaardige groene inrichting teruggeplaatst wat in lijn is met zowel de visie voor Goverwelle als deelgebied als met de visie voor een Gezonde groene stad. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de Omgevingsvisie. 4.3.2 Toekomstvisie Gouda 2030 Op 19 maart 2022 heeft de gemeenteraad van Gouda de Toekomstvisie Gouda 2030 vastgesteld. In deze visie zijn de ambities voor het jaar 2030 uiteengezet, waarin Gouda de ideale stad om te wonen, werken en bezoeken moet zijn. Hiervoor zijn de volgende ambities opgesteld: 1. Stad van tolerantie en ontmoetingen; 2. Stad die innoveert vanuit de historie; 3.

Stad die jongeren iets te bieden heeft; 4. Stad met een knooppuntfunctie. Doorwerking besluitgebied Onderhavige ontwikkeling betreft de sloop/nieuwbouw en de uitbreiding van een kantoor in Gouda. Om de cultuurhistorische waarde van het besluitgebied en de uitstraling op de omgeving te borgen is een ruimtelijke analyse gedaan die als input heeft gefunctioneerd voor het ontwerp. Daarmee is er sprake van het koesteren van de historie van Gouda in het ontwerp van het bedrijventerrein. De cultuurhistorische borging wordt beschreven in hoofdstuk 5.9.2 (cultuurhistorie). De ontwikkeling is daarmee in lijn met de Toekomstvisie Gouda 2030. 4.3.3 Structuurvisie Groen Voor de gehele gemeente Gouda is de Structuurvisie Groen vastgesteld op 6 maart 2019. Het doel van de structuurvisie is het vergroten van de leefbaarheid door een toename van openbaar groen; het doel vanuit klimaatadaptatie is het bevorderen van maatregelen om de capaciteit van waterberging te vergroten, en wateroverlast en hittestress te verminderen. Om aan het aspect leefbaarheid invulling te geven is het van belang dat het openbaar groen toeneemt. Daarnaast draagt uitzicht op groene daken en gevels bij aan de leefbaarheid. Om aan het aspect klimaatadaptatie invulling te geven is het van belang steen te vervangen door groen, bij voorkeur met bomen, en water.

Met deze maatregelen kan de capaciteit van de waterberging worden vergroot, en kunnen hittestress en wateroverlast worden bestreden. Om deze doelstellingen te bewerkstelligen zijn een 5 beleidsregels opgesteld: 1. Het oppervlakte bestaand openbaar groen en water, en het aantal bestaande bomen worden ten minste behouden. 2. Bij planontwikkelingen dient een oppervlakte ter grootte van ten minste 15% van het totale projectgebied openbaar groen te worden. 3. Als het niet haalbaar blijkt om binnen het projectgebied de vereiste 15% openbaar groen te ontwikkelen, dan is het mogelijk:

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

25

a) binnen het projectgebied compenserende maatregelen te treffen tot maximaal 50% van de opgave voor openbaar groen; b) de opgave voor openbaar groen te realiseren op andere locaties in dezelfde wijk als waarin het projectgebied ligt. 4. Voor iedere niet gerealiseerde of gecompenseerde vierkante meter openbaar groen is een compensatiebijdrage aan de gemeente verschuldigd van € 250 per m² (prijspeil 2019). Het bedrag wordt jaarlijks geindexeerd volgens de Grond-, weg- en waterbouwindex uit het Meerjarenperspectief Grondexploitaties. 5. Het college heeft de bevoegdheid te besluiten tot ontheffing of afwijking van de beleidsregels 2, 3 en 4, indien toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Doorwerking besluitgebied In het kader van de Structuurvisie Groen ligt er een opgave omtrent groen realisatie. In het licht hiervan is voor zowel de bestaande als nieuwe situatie een oppervlakte staat opgenomen. Op basis van de kadastrale grenzen en het te ontwikkelen gebied is het oppervlakte van het werkgebied bepaald. Het totale oppervlakte van het werkgebied is 2.297 m². De oppervlakte van groen zal in de toekomstige situatie vergroten, dit is weergegeven in de oppervlaktestaat. Daarnaast blijven alle bestaande bomen gehandhaafd.

Middels bovenstaande twee uitgangspunten wordt er voldaan aan de eerste beleidsregel van de Structuurvisie Groen: "de oppervlakte bestaand openbaar groen en water, en het aantal bestaande bomen worden ten minste behouden". Aan de tweede beleidsregel "bij planontwikkelingen dient een oppervlakte ter grootte van ten minste 15% van het totale projectgebied openbaar groen te worden" wordt grotendeels voldaan. Deze beleidsregel vraagt om de realisatie van 345 m² nieuw groen oppervlakte. In het plan wordt er 534 m² groen toegevoegd ten opzichte van de bestande situatie. Daarmee wordt er voldaan aan de eis, echter is dit geen openbaar groen. Om veiligheids- en privacyredenen dient het gehele terrein namelijk afgesloten te kunnen worden. Hoewel er dus niet volledig aan de tweede beleidsregel wordt voldaan, wordt het onderliggende doel van de Structuur Visie groen wel behaald. Door de nieuwe terreininrichting wordt de aantrekkelijkheid en leefbaarheid namelijk vergroot, daarnaast draagt de nieuwe inrichting bij aan de klimaatadaptatie. Met het voldoen aan beleidsregels 1 en 2 zijn de overige beleidsregels van de Structuurvisie Groen niet aan de orde.

Figuur 4.1 Mogelijk toe te passen principes voor klimaatadaptatie

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

26

Naast het verplicht bevorderen van de leefbaarheid in het kader van de Structuurvisie Groen, heeft de initiatiefnemer op dit gebied ook intrinsieke ambities. Zo wordt er beoogd om het gebouw energieneutraal en klimaatadaptief te maken, dit geldt tevens voor de buitenruimte. De volgende principes worden beoogd:  Behouden van bestaande bomen;  Aanplanten van verschillende typen inheemse boom- en heestersoorten;  Aanbrengen van oppervlakte groen;  Gebruik maken van kruidenrijke vegetatie;  Toepassen van halfopen verharding;  Energieopwekking door zonnepanelen. Eventueel kunnen aanvullende onderstaande aspecten eveneens worden toegepast:  Aanbrengen van infiltratiekratten onder parkeerplaatsen en/of gebouw;  Goten afkoppelen;  Gevelgroen toepassen;  Gebruik maken van natuurlijke materialen.

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

27

5

Randvoorwaarden

5.1

Bodem

Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het besluitgebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Doorwerking besluitgebied Er heeft een vooronderzoek bodem plaatsgevonden. In deze paragraaf worden de belangrijkste conclusies samengevat. De volledige rapportage is opgenomen in de bijlagen van deze ruimtelijke onderbouwing. Het doel van het vooronderzoek is het verkrijgen van inzicht in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie en hiermee te achterhalen of de locatie verdacht of onverdacht is voor het aantreffen van bodemverontreiniging. Hiermee wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen.

Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek gebruikt worden bij de interpretatie van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. Historisch vooronderzoek Uit de beschikbare historische gegevens kunnen de volgende conclusies worden getrokken:  In 1995 is ter plaatse van de onderzoekslocatie de nulsituatie vastgelegd. Hieruit blijkt dat, in het verleden, de gehele locatie is opgehoogd met bagger/slib uit de Hollandse IJssel. Ter plaatse van de parkeerplaats is onder de asfaltverharding een puin- en slakkenhoudende laag (tot 1,0 m-mv) aanwezig. De puin- en slakkenhoudende laag is analytisch licht tot sterk verontreinigd met zware metalen, PAK, minerale olie. Niet duidelijk is of sprake is van een halfverhardingslaag of van bodem.  In de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen boomgaarden aanwezig (geweest), waarbij mogelijk gebruik is gemaakt van OCB.  Voor zover bekend zijn op de onderzoekslocatie geen watergangen aanwezig geweest.  Op basis van de zintuiglijke waarnemingen (puin in de bovengrond) is de onderzoekslocatie verdacht met betrekking tot het voorkomen van asbest.  In verband met de toekomstige herinrichting en nieuwbouw wordt naar verwachting grond van de onderzoekslocatie afgevoerd, waardoor een aanvullend onderzoek op PFAS wordt geadviseerd.

Op basis van het historisch vooronderzoek dient ten behoeve van de voorgenomen nieuwbouw een verkennend (asbest) onderzoek conform de NEN 5740 en de NEN 5707 te worden uitgevoerd. Hierbij vormt het mogelijk voorkomen van PFAS in de verdachte grondlaag een aandachtspunt. Bij deze onderzoeken dient door middel van een zeefproef bepaald te worden of met betrekking tot de laag onder de asfaltverharding sprake is van bodem of van een halfverhardingslaag. Dit is zowel van belang voor het asbestonderzoek als voor een eventueel vervolgonderzoek van het bodemonderzoek.

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

28

Verkennend bodemonderzoek Er is een verkennend en afperkend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is toegevoegd aan de bijlagen van onderhavige ruimtelijke onderbouwing. In deze paragraaf worden de belangrijkste conclusies samengevat. Resultaten verkennend bodemonderzoek Uit de boorprofielbeschrijvingen blijkt dat de bodem, onder de asfaltverharding en slakhoudende funderingslaag, tot een diepte van circa 2,5 m-mv is opgebouwd uit matig siltige/zandige klei. Plaatselijk is een circa 50 cm dikke, zandlaag aangetroffen. Tijdens de veldwerkzaamheden is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen op het maaiveld en in de opgeboorde grond. In de grond zijn plaatselijk een zwakke tot matige olie-waterreactie en matige tot uiterste dieselgeur waargenomen. De uiterste naar diesel ruikende zandlaag, direct onder het asfalt (monster 5.4) is tot boven de tussenwaarde verontreinigd met minerale olie. De fractieverdeling van de oliesoort duidt zowel op dieselolie als op een zwaardere oliesoort. De onderliggende kleilaag met matige dieselgeur en zwakke oliewaterreactie (monster 5.5) en de kleilaag zonder oliewaterreactie (monster 5.6) zijn niet verontreinigd met minerale olie. Hiermee is de ondergrens van de verontreiniging met minerale olie vastgesteld.

Het matig verhoogde gehalte aan minerale olie vormt aanleiding om een afperkend bodemonderzoek te verrichten teneinde de ernst en omvang nader vast te stellen. Het grondwater ter plaatse van de aangetroffen dieselgeur in de bodem (Pb05) is tot boven norm voor nader onderzoek verontreinigd met minerale olie. De fractieverdeling van deze oliesoort duidt wel specifiek op dieselolie. Daarnaast is een licht verhoogd gehalte aan xylenen gemeten. Het gemeten gehalte aan minerale olie is dermate hoog, dat deze, in combinatie met de dieselgeur, olie/waterreactie en het gemeten gehalte aan minerale olie in de grond, aanleiding vormt om afperkend bodemonderzoek te verrichten teneinde de ernst en omvang nader vast te stellen. In de plantenrestenhoudende ondergrond (monster 1.2), de matig tot uiterst grindhoudende, de matig zandige klei (MM1) en de zintuiglijk als schoon beoordeelde klei (MM2) overschrijden de gehaltes aan cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel, zink, PAK, PCB en/of minerale olie de achtergrondwaarden. De gemeten gehaltes bevinden zich onder de tussenwaarde en vormen derhalve geen aanleiding om aanvullend bodemonderzoek te verrichten. Het grondwater ter plaatse (Pb01) is tot boven de tussenwaarde verontreinigd met barium.

Dergelijke verhoogde gehaltes aan barium worden landelijk echter vaker in het grondwater aangetoond en duiden, inziens van het onderzoeksbureau, niet op een noemenswaardige verontreiniging. Resultaten afperkend bodemonderzoek Naar aanleiding van de aangetoonde gehaltes aan minerale olie in de grond en het grondwater ter plaatse van boring 05 zijn, op 18 september 2023, afperkende boringen verricht en peilbuizen geplaatst (boringen 10 t/m 14). Zintuiglijk is bij het uitvoeren van de afperkende boringen geen dieselgeur en/of olie-waterreactie waargenomen.

Goejanverwelledijk 56-62 Gouda

29

Uit de resultaten van het uitgevoerde afperkend bodemonderzoek ter plaatse van de matige olieverontreiniging (boring 5) blijkt dat, in zowel de grond als in het grondwater, ter plaatse van de afperkende boringen 10 t/m 14 geen tot maximaal licht verhoogde gehaltes (boring 14) aan minerale olie zijn aangetoond. PFAS is niet aangetoond boven de gestelde normen en voldoet aan de klasse landbouw/natuur. Ter plaatse van boring 05 is een matige tot uiterste dieselgeur en zwakke tot matige olie-waterreactie waargenomen. In de afperkende boringen wordt geen dieselgeur waargenomen en alléén in boring 14 (onder een asfalt- en slakkenlaag) is een zwakke olie-waterreactie waargenomen. De analyseresultaten bevestigen de zintuiglijke waarnemingen. Derhalve kan gesteld worden dat de matige verontreiniging van grond én grondwater ter plaatse van boring 05 zeer beperkt van omvang is. Een eenduidige bron voor de verontreiniging is niet aanwezig. Verwacht wordt dat ter plaatse in het verleden een morsing of lekkage heeft plaatsgevonden. Geschat wordt dat ter plaatse maximaal 20 m³ matig met minerale olie verontreinigde grond en grondwater aanwezig is. Conclusies en aanbevelingen Met het verkennend en afperkend bodemonderzoek is de huidige bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie voldoende vastgelegd.

Indien ter plaatse van boring 05 bouw- of graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden dient de matige verontreiniging met minerale olie in grond en grondwater te worden verwijderd. Hiervoor dient voorafgaand aan de sanering een Plan van Aanpak te worden ingediend bij het bevoegd gezag. Verwacht wordt dat door sanering van de verontreinigde grond, de grondwaterverontreiniging eveneens grotendeels verwijderd wordt. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op het overig terrein vormt, ons inziens, geen belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouw. PFAS is niet aangetoond boven de gestelde normen en voldoet aan de klasse landbouw/natuur.

5.2

Luchtkwaliteit

Toetsingskader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:  Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde.  Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.  Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.  Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:  Het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM.  Het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2ìg/m3).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=8e984f57-f633-4e9f-af01-a97128803781