CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

4. OBP.aww108.memocultuurhistorie

Raadsvergadering 13 december 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Bestemmingsplan Achterwillenseweg 108a2.590 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

CULTUURHISTORIE & ARCHEOLOGIE Nieuwbouw woning Achterwillenseweg 108a te Gouda 3 december 2021

Kokon architectuur, stedenbouw en erfgoed ir. H. Middelkoop

1

1. Beschrijving 1.1 Polder In verband met de realisatie van een woning op het braakliggende perceel tussen Achterwillenseweg 108 en 110 is het van belang de cultuurhistorische en archeologische aspecten mee te wegen in de bestemmingswijziging. Het perceel maakt onderdeel uit van de oude polder Willens en is gesitueerd langs de Tiendweg, zoals de voormalige Achterwillenseweg genoemd werd. De naam Tiendweg zou volgens sommigen afgeleid zijn van de belasting tienden, die werd geheven op de oogst. Anderen zoeken de verklaring in het tiën of trekken van schepen of karren op de weg of de weteringen of in het tiën (wegstromen) van water. Het laatste lijkt in dit geval het meest voor de hand liggend, omdat er meerdere tiendwegen in de omgeving zijn, in meerdere polders en deze niet logisch op elkaar aansluiten , maar voornamelijk een begeleiding vormen van een wetering. Los van deze onduidelijkheid gaat het in ieder geval om een zeer oude naamgeving van het weggetje. De polder Willens is verdeeld in 3 slagen. De eerste slag is Voorwillens, de tweede Middenwillens en de derde cope is Achterwillens. De linten Voorwillenseweg en Achterwillenseweg herinneren nog aan deze polderindeling. En de nieuwe wijk ten noorden van spoor heeft men Middenwillens genoemd, zodat de landschappelijke 3-slag die al bijna 1000 jaar aanwezig is, in de naamvoering levend gehouden wordt.

2

1.2 Linten De Achterwillenseweg maakt onderdeel uit van een historisch lint dat leidt naar de gemeente Gouda. De Historische Lintenvisie die de gemeente momenteel aan het vaststellen is, maar hier ook melding van. Tot het moment dat deze vastgesteld is geldt formeel de Ruimtelijke Structuurvisie 2005-2030. Ruimtelijke Structuurvisie Gouda 2005-2030 (2005) In de structuurvisie uit 2005 worden linten beschreven als kwaliteiten die gewaarborgd moeten worden. Van de veenlinten en tiendwegen, waarlangs Gouda is ontstaan, heeft vooral de Bloemendaalseweg volgens deze structuurvisie echte meerwaarde in de stad. De inrichting van deze weg, een hoogwaardige fietsroute begeleidt door groenstedelijke woonmilieus, dient dan ook als voorbeeld voor andere linten, zoals de Voor- en Achterwillenseweg. Ook langs waterlopen kunnen nieuwe, hoogwaardige woonmilieus worden ontwikkeld, die bijdragen aan een meer gedifferentieerd woningaanbod. Erfgoedvisie In de Erfgoedvisie (2013) is het uitgangspunt vastgelegd: “ontwikkelen waar mogelijk en beschermen waar nodig”. Om hiervoor een gefundeerde basis te leggen is gestart met het opstellen van de Cultuurhistorische basiskaart (CHBK). In 2020/2021 vond de laatste inventarisatiefase plaats voor de periode 1965-2010. De CHBK is mede tot stand gekomen met input uit de stad.

Als vervolg daarop wordt voor de gehele stad (‘vlakdekkend’) in beeld gebracht wat de samenhang en betekenis is van de verschillende onderdelen van het ‘stadslandschap’. De Historische lintenvisie maakt hiervan onderdeel uit. In de Erfgoedvisie zijn de volgende beleidsuitgangspunten vastgesteld voor het Gouds cultureel erfgoed: 1. Samenhang centraal stellen (het ‘verhaal van de stad’) 2. Ontwikkelingsgericht investeren (herbestemmen/gebruik) 3. Verantwoordelijkheden delen 4. Duidelijk zijn op inhoud 5. Inzetten expertise uit de stad 6. Oriënteren op rol gemeente (wat doen we wel en wat niet) 7. Samenwerken (intern, lokaal en regionaal) Nota Cultuurhistorie (2004) In de Nota Cultuurhistorie (2004) zijn alle uitvoerings en toetsingskaders beschreven. Hierin is opgenomen dat de diverse linten onderdeel uitmaken van het watersysteem van rivieren, afwateringskanalen en grachten en dat deze de stadsvorming in hoge mate hebben bepaald. Hier vinden we ook de directe relatie met de groenstructuren in de gehele stad. Ook de zogenaamde gele vlekkenkaart is in deze nota opgenomen. In deze nota is vastgesteld dat de historische linten een grote cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen en, mede vanwege de kwetsbaarheid, samen met de beschermde binnenstad en architectonisch waardevolle ensembles een zorgvuldig beleid verdienen dat gericht is op bescherming van de aanwezige waarden.

Lintenvisie 2021

3

De historische linten lagen in het veenweidelandschap en langs de hoofdwaterinfrastructuur. De meesten zijn nu opgenomen in en/of maken onderdeel uit van woon- en werkgebieden. Daar zijn ze doorgaans nog zeer herkenbaar omdat de meeste linten (Bloemendaalseweg, Voor- en Achterwillenseweg, Winterdijk, Goejanverwelledijk, etc.) nog steeds als smalle kades behouden zijn.

Wat betreft de Achterwillenseweg stelt de Lintenvisie: Achterwillenseweg: water en groen zijn dominant, niet de weg. Het lint omvat

behalve de weg de watergangen en groene bermen. Ook de kernwaarden van Goudse Hout, zoals openheid en (middeleeuwse) strokenverkaveling, zijn bepalend voor de kwaliteit van het lint. Ontwikkelingen in Goudse Hout moeten daarom rekening houden met de kwaliteiten van het lint en vice versa.

4

1.3 Kavel en sloten Het perceel Achterwillenseweg 108a is de afgelopen 20 jaar best wel ingrijpend veranderd. De gebruikers van het perceel hebben zowel de sloot aan de oostzijde als de sloot aan de noordzijde dichtgegooid. Beide waters vormen onderdeel van historische waterlinten en de ontwikkeling van het perceel kan aangegrepen worden om deze landschappelijke fout te herstellen. Met het herstel van deze beide sloten is het plan in cultuurhistorische zin een versterking van de aanwezige kernkwaliteiten.

5

2. Cultuurhistorie 2.1 Cultuurhistorie 2.1.1 Provinciaal beleid Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland De Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland (CHS) uit 2003 geeft voor de regio GouwestreekKrimpenerwaard de cultuurhistorische waarden in archeologisch en landschappelijk opzicht en voor wat betreft de nederzettingen aan. Gouda heeft echter zelf beleid ontwikkeld. Zie paragraaf ,

Gemeentelijke Archeologische Basiskaart. De kaarten van de CHS vermelden een aantal cultuurhistorische waarden die ook zijn opgenomen op de gemeentelijke beleidskaart "waardevolle gebieden"; Zie paragraaf Waardevolle gebieden en structuren. 2.1.2 Gemeentelijk beleid Nota Cultuurhistorie De Nota Cultuurhistorie behandelt het cultuurhistorisch erfgoed zoveel mogelijk integraal (monumentenzorg, archeologie en landschapsbehoud). Centraal staat het streven het cultuurhistorisch erfgoed een bijdrage te laten leveren aan de eigen identiteit en herkenbaarheid van Gouda waarbij optimaal gebruik gemaakt wordt van haar bestaande kwaliteiten (belvederebeleid). Samen met de erfgoedvisie vormt de nota het cultuurhistorisch beleidskader voor de begeleiding van bouwinitiatieven. Erfgoedvisie Sinds het vaststellen van de nota Cultuurhistorie was de omgeving veranderd. Budgetten voor stedelijke vernieuwing zullen wegvallen en hervormingen en bezuinigingen als gevolg van de crisis hebben hun invloed op het erfgoed in Gouda. Dit vraagt om een vernieuwingsslag; het beleid moet worden herijkt. Gouda wil zich blijven profileren met haar erfgoed en moet daarom antwoorden geven op de gevolgen van de economische crisis en vorm geven aan nieuwe inzichten. Belangrijke verschuiving is dat lange tijd het monument belangrijk was. Nu is de context leidend.

6

Ander belangrijk nieuw inzicht is dat voorheen de nadruk vooral lag op conservering van het object. Nu ligt de focus juist op de ontwikkeling van het aanwezige erfgoed. In de komende periode wordt de visie uitgewerkt middels een uitvoeringsprogramma. Omdat dit bestemmingsplan niet beoogd om cultuurhistorisch belangrijke objecten of structuren te wijzigen, is de relevantie van de Erfgoedvisie beperkt. Het bepaalde in de visie staat niet in de weg aan vaststelling van dit plan. Erfgoed in bestemmingsplannen In de Nota Cultuurhistorie is het beleid vastgelegd dat ieder bestemmingsplan een cultuurhistorische paragraaf dient te bevatten (zie hoofdstuk 3.3). Dat wil zeggen dat aangegeven wordt welke waarden zich waar bevinden en hoe daarmee omgegaan wordt (aanlegvergunning, vrijstellingen, omgevingsvergunning e.d.). Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De volgende zaken zijn verplicht: 1. In de toelichting dient een beschrijving te worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. (wijziging van het Bro). Archeologie is hiervan een onderdeel. 2.

Op de verbeelding, in de toelichting en in de planregels dienen beschermde Stads- en dorpsgezichten te worden opgenomen en beschreven. 3. Indien daartoe noodzaak bestaat, dient een omgevingsvergunningstelsel voor aanlegactiviteiten in de planregels te worden opgenomen voor bodemingrepen. De Monumentenwet stelt het verplicht een omgevingsvergunning voor werken of werkzaamheden (voorheen aanlegvergunning) op te nemen in het bestemmingsplan voor bepaalde bodemingrepen. In het bestemmingsplan wordt expliciet aangegeven voor welke ingrepen een omgevingsvergunning verplicht is. 2.1.3 Planbeschrijving en conclusie Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd stadsgezicht. Binnen het plangebied en op de direct aangrenzende percelen zijn evenmin cultuurhistorisch waardevolle gebouwen gelegen. De voorgenomen realisatie van 1 woning leidt niet tot negatieve cultuurhistorische effecten. Geconcludeerd kan worden dan daarmee wordt voldaan aan het beleid ten aanzien van cultuurhistorie.

7

3 Archeologisch beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Wet op de Archeologische Monumentenzorg Op 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz) in werking getreden. Deze wet, gebaseerd op het Verdrag van Malta/Valletta, regelt de bescherming en het behoud van archeologische waarden in Nederland. Het belangrijkste doel is de bescherming van archeologische waarden in de bodem (in situ), omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Vooronderzoek moet duidelijk maken welke archeologische waarden verwacht kunnen worden. Wie de bodem in wil, bijvoorbeeld om te bouwen, kan verplicht worden om een archeologisch vooronderzoek te (laten) uitvoeren. De onderzoeksresultaten bepalen het verdere vervolg: een aanpassing van de bouwplannen of het opgraven van archeologische vondsten. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe dat de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Het is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologisch waarden.

3.1.2 Provinciaal beleid Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland (2007) De Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland uit 2007 geeft voor de regio GouwestreekKrimpenerwaard de cultuurhistorische waarden in archeologisch en landschappelijk opzicht en voor wat betreft de nederzettingen aan. Plannen ter plaatse van de gebieden met cultuurhistorische waarden vereisen een nadere analyse en afweging. Om cultuurhistorie te behouden heeft de Provincie daarnaast zogenaamde regioprofielen opgesteld. De profielen zijn een uitwerking van de algemene richtlijnen die in de Provinciale structuurvisie staan vermeld. Deze richtlijnen gelden ook voor het thema archeologie. Gouda valt gedeeltelijk in het regioprofiel Krimpenerwaard. De terreinen waarvan de archeologische waarde bekend is, staan aangegeven op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK). Op de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) staat de zogenaamde verwachtingswaarde aangegeven. De Provincie Zuid-Holland gebruikt beide kaarten en de CHS bij advisering en beoordeling van (wijziging van) bestemmingsplannen, bij het verlenen van ontgrondingvergunningen en bij advisering over omgevingsvergunningen, bodemsaneringen en peilbesluiten. Gouda heeft echter zelf een beleidskaart ontwikkeld, waarin de gegevens van de AMK, IKAW, en CHS zijn verwerkt en verfijnd.

De Goudse beleidskaart dient daarom als basis voor het archeologisch beleid in Gouda. 3.1.3 Gemeentelijk beleid Gemeentelijke archeologische beleidskaart (2011) In aanvulling op het rijks- en provinciaal archeologisch beleid heeft de gemeente Gouda in juni 2011 de geactualiseerde gemeentelijke archeologische beleidskaart (ABK) vastgesteld. Op de ABK is aangegeven in welke gebieden binnen de gemeente archeologische waarden aangetroffen kunnen worden. In die gebieden is een omgevingsvergunning voor de activiteit archeologie vereist bij bodemverstorende werkzaamheden. In het beleid is opgenomen in welke situaties vrijstelling geldt van deze verplichting: 1. Omvang op een hoogwaardige locatie met bijzonder waarde (archeologisch monument): geen

8

vrijstelling; op een hoogwaardige locatie: vrijstelling voor projecten kleiner dan 50 m2; in een zone met een hoge verwachting: vrijstelling voor projecten kleiner dan 100 m2; in een zone met een lage verwachting: vrijstelling voor projecten kleiner dan 10.000 m2. 2. Diepte Alle onderzoeken in Gouda tonen aan dat de gemiddelde dikte van de verstoorde bovenlaag in Gouda meer dan 50 cm bedraagt. Zolang werkzaamheden niet dieper dan 50 cm -mv worden uitgevoerd, is er geen archeologisch onderzoek of een omgevingsvergunning activiteit archeologie vereist. Hiermee wordt afgeweken van de provinciale norm van 30 cm -mv. Op sommige plaatsten is bekend dat de archeologische waarden zich op grotere diepte bevinden, bijvoorbeeld onder recente ophogingspakketten. Hier geldt een dieptevrijstelling van 2 meter, pas bij diepere graafwerkzaamheden is onderzoek of een vergunning noodzakelijk Archeologievriendelijk bouwen Bovenstaande verplichtingen en vrijstellingen gelden in situaties waar behoud in situ van de archeologische waarden geen optie is. Waar mogelijk probeert Gouda behoud in situ wel actief te stimuleren. Daarom is het archeologievriendelijk bouwen geïntroduceerd: wanneer een bouwplan voldoet aan een aantal richtlijnen, wordt het bodemarchief nog maar zo weinig verstoord dat archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is.

De richtlijnen voor archeologievriendelijk bouwen zijn opgenomen in het beleid en vastgelegd in de Verordening inzake monumenten en archeologie. Verbeelding De gebieden met hoge archeologische verwachting, inclusief hoogwaardige gebieden, zoals weergegeven op de ABK 2011, zijn opgenomen op de verbeelding. Deze gebieden krijgen een dubbelbestemming, 'Waarde - Archeologie'. Gebieden met een lage archeologische verwachtingswaarde worden niet op de verbeelding opgenomen, hiervoor is ook geen omgevingsvergunning voor de activiteit archeologie noodzakelijk. Alleen bij zeer grote projecten (groter dan 10.000 m2) is dan een booronderzoek noodzakelijk, ter controle van de lage verwachting. Het beleid is vastgelegd in de Nota Cultuurhistorie. Bescherming vindt plaats via de Verordening inzake monumenten en archeologie. 3.1.3 Planbeschrijving en conclusie Het kavel liggen in een gebied met hoge archeologische verwachting. Deze verwachting is gerelateerd aan de positie langs de Achterwillenseweg. Deze weg is van oorsprong een ontginningsas geweest en langs die assen lagen op diverse plaatsen ontginningsboerderijen. De boerderijen en overige ontginningssporen zijn een belangrijk archeologisch onderzoeksthema in Gouda. Voor gebieden met een hoge verwachting is de opname van een dubbelbestemming WaardeArcheologie noodzakelijk.

Op de verbeelding en in de regels is dus de dubbelbestemming WaardeArcheologie opgenomen.

9

4. Archeologie 4.1 Algemeen Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Toetsing Ten behoeve van de ontwikkeling is de archeologische beleidskaart van de gemeente Gouda geraadpleegd, waarin regels met betrekking tot eventuele archeologische waarden zijn opgenomen. De gehele plangebied ligt in een gebied met een hoge trefkans op archeologische vondsten, waarbij geldt dat bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 50 centimeter archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Hier is één woning met een oppervlakte van ongeveer 100 m2 beoogd maar waarvoor geen bodemingrepen dieper dan 50 centimeter plaatsvinden. De beoogde tweede woning bevindt zich aan de achterzijde van het perceel, in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde. Gesteld wordt dat de archeologische vrijstellingswaarden niet worden overschreden.

Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

10

5 Cultuurhistorie 5.1 Algemeen Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmings- plannen. Toetsing Zoals eerder genoemd maakt het plangebied onderdeel uit van de Achterwillenseweg. Bij de totstandkoming van het plan is rekening gehouden met de kernkwaliteiten van de Achterwillenseweg: de kadewerking versterken door de begeleidende sloten weer zichtbaar te maken. Ter plaatse van het perceel is de sloot langs de Achterwillenseweg dichtgeraakt in de loop van de decennia. Het is zaak deze weer open te graven. Ook de sloot op de scheiding met perceel Achterwillenseweg 110 is niet meer open, maar maakt wel onderdeel uit van een doorgaand water vanuit het Goudse Hout tot dwars door de wijk Middenwillens. Het is zaak ook deze sloot open te graven, zodat deze landschappelijke kwaliteit weer hersteld worden. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=e5a87752-495d-41f9-8541-0e6edae3d2f9