230516 Raadsvoorstel Ontwerpbegroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 VRHM
Tekst van het document
raadsvoorstel afdeling
steller
gouda
Veiligheid en Wijken
A.A.H. Verkerke
7 juni 2023
dossiernummer
telefoon
7187
06-433 8 5040
onderwerp
ontwerp-programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 van de Veiligheidsregio Hollands Midden
Gevraagd besluit Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad van de gemeente Gouda voor te besluiten tot: 1. Een zienswijze in te dienen op de Ontwerp-programmabegroting 2024 en meerjarenraming 20252027 van Veiligheidsregio Hollands Midden conform bijgevoegde brief; 2. De financiële gevolgen van de ontwerp-programmabegroting 2024 en de meerjarenraming 20252027 van de Veiligheidsregio Hollands Midden te verwerken in de gemeentelijke begroting 20242027.
Toelichting 1
Nadere uitleg op gevraagd besluit Toelichting op de ontwerp-programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 van de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) De Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) is opgericht door de gemeenten in Hollands Midden op 8 oktober 2010. De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de VRHM zijn vastgesteld in de Wet veiligheidsregio’s en in de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden. Het gaat hierbij om de volgende taken die namens de achttien deelnemende gemeenten worden uitgevoerd: ▪ meldkamerfunctie voor brandweer, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening ▪ risicobeheersing ▪ rampenbestrijding en crisisbeheersing ▪ GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de regio) ▪ coördinatie gemeentelijke crisisbeheersing (bevolkingszorg) ▪ brandweerzorg De VRHM is hiermee in feite een uitvoeringsorganisatie voor deze taken van de gemeenten. Deze taken voert zij uit voor de veiligheid en continuïteit van de samenleving in de regio en haar 821.000 inwoners. Het Regionaal Risicoprofiel (2023-2026) van Hollands Midden Conform artikel 15 Wvr stelt het bestuur van de veiligheidsregio het risicoprofiel vast na overleg met de raden van de deelnemende gemeenten en betrokken partners, waarbij het bestuur de raden tevens verzoekt hun wensen kenbaar te maken omtrent het in het beleidsplan op te nemen beleid.
Iedere vier jaar dient het Regionaal Risicoprofiel te worden vastgesteld. Het regionaal risicoprofiel is een inventarisatie en analyse van de in de veiligheidsregio aanwezige risico’s, inclusief relevante risico’s uit omliggende regio’s. Om het risicoprofiel op te kunnen stellen zijn
samen met gemeenten, partners, experts en betrokken hulpdiensten themabijeenkomsten georganiseerd. Ook zijn trends en ontwikkelingen beschouwd, die van invloed kunnen zijn op de risico’s (aanjagers). Het risicoprofiel geeft ook input voor het regionaal beleidsplan. Op basis van het risicoprofiel kan het veiligheidsbestuur strategisch beleid voeren om de aanwezige risico´s in de toekomst te voorkomen en te beperken en om de crisisorganisatie op specifieke risico´s voor te bereiden. Uit het risicoprofiel 2023-2026 blijkt dat de aanjagers van significante invloed zijn op de (regionale) risico’s. Aanjagers zijn trends of ontwikkelingen die de kans op of de gevolgen van bestaande risico’s voor de fysieke veiligheid binnen onze regio kunnen vergroten. Deze aanjagers kunnen bovendien ook elkaar beïnvloeden en zo de gevolgen van risico’s nog verder versterken. De 7 aanjagers betreffen: • Hyperconnectiviteit; • Digitale afhankelijkheid; • Klimaatverandering; • Energietransitie; • Vergrijzing en langer zelfstandig blijven wonen; • Verdichting; • Polarisatie en radicalisering. Het huidige risicoprofiel is het vierde risicoprofiel en geldt voor de periode 2023-2026. Het nieuwe Regionaal Beleidsplan (2024-2027) van Hollands Midden De Wet veiligheidsregio’s schrijft voor dat het bestuur van de veiligheidsregio ten minste eenmaal in de vier jaar een beleidsplan vaststelt (art. 14 Wvr).
Dit beleidsplan dient mede gebaseerd te zijn op een door het bestuur van de veiligheidsregio vastgesteld risicoprofiel (art. 15 Wvr). De voorbereidingen voor het nieuwe Regionaal Beleidsplan 2024-2027 zijn in volle gang. Ontwikkelingen in de samenleving en het wettelijk stelsel maken dat de opgaven van de veiligheidsregio veranderen en complexer worden. De huidige organisatie is echter slechts beperkt in staat om structureel invulling te geven aan nieuwe opgaven en vragen daarom om extra structurele investeringen. Met de financiële kaders die als uitgangspunt zijn opgenomen in deze ontwerp-Programmabegroting 2024 zijn er geen extra financiële middelen beschikbaar voor de nieuwe ontwikkelingen die op grond van het nieuwe regionaal beleidsplan 2024-2027 noodzakelijk worden geacht. De discussie daarover wil het bestuur van de veiligheidsregio voeren tegelijk met de discussie en besluitvorming over het nieuwe Regionaal Beleidsplan 2024-2027 in het najaar van 2023. Hierbij zullen ook de bestuurlijke afspraken over de financiering van de veiligheidsregio (o.a. Cebeon-norm en meerjarig budgetplafond) opnieuw beoordeeld worden. Vier opgaven waarop de veiligheidsregio moet worden versterkt in de komende jaren: ➢ Opgave 1 - Wij staan voor onze rol als deskundig partner en adviseur in (fysieke) veiligheid.
➢ Opgave 2 - Wij bouwen verder aan een moderne en daadkrachtige hulpverlenings- en crisisorganisatie. ➢ Opgave 3 - Wij tonen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. ➢ Opgave 4 - Wij werken aan een wendbare organisatie en omarmen nieuwe werkwijzen. De doelen in het nieuwe beleidsplan worden nader uitgewerkt en geconcretiseerd in het jaarplan 2024. In het jaarplan wordt aangegeven welke activiteiten worden gedaan om de doelen te realiseren. Het jaarplan 2024 wordt in december 2023 vastgesteld.
2
Argumenten
2.1
Argumenten Voor de gemeenschappelijke regelingen die vallen onder regio Hollands-Midden, waartoe ook de Veiligheidsregio Hollands Midden behoort, zijn er nieuwe afspraken gemaakt voor de begrotingsperiode 2024. Dit financieel kader is aan de dagelijks besturen van de gemeenschappelijke regelingen kenbaar gemaakt.
pagina 2
Zo nodig wordt deze zienswijze naar voren gebracht bij GS.
3
Kanttekeningen
3.1
Kanttekeningen Jaarstukken en Kadernota 2024 De jaarrekening 2022 en de Kadernota 2024 worden ter kennisname aangeboden en zijn als bijlage toegevoegd.
4
Juridische- / financiële gevolgen Juridische gevolgen Op grond van artikel 35 lid 3 van de Wet gemeenschappelijke regelingen kunnen de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren te brengen. Daarmee kan de raad in het kader van haar toezichthoudende taak bezwaren uiten voordat het definitieve besluit tot vaststelling van de begroting wordt genomen. De Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam de ontwerpbegroting acht weken voordat het aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toezendt aan de raden van de deelnemende gemeenten. Deze plicht geldt niet alleen bij raadsregelingen of gemengde regelingen waaraan raden deelnemen, maar geldt tevens voor collegeregelingen, burgemeestersregelingen en gemengde regelingen waaraan geen raden deelnemen. Op die manier heeft de raad altijd zicht op de begroting van een gemeenschappelijk openbaar lichaam of gemeenschappelijk orgaan, hetgeen past bij het budgetrecht van de raad. De raad kan zo nodig haar zienswijze naar voren brengen bij gedeputeerde staten (GS) in het kader van schorsing of vernietiging.
Financiële kaders ontwerp-Programmabegroting 2024 VRHM Voor het opstellen van de ontwerp-Programmabegroting 2024 VRHM zijn de volgende financiële kaders toegepast: ➢ De Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden begrotingen 2024. Voor de VRHM betekent dit een (gewogen) indexering van de gemeentelijke bijdragen van 7,32% t.o.v. 2023. ➢ De nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023. Per 1 januari 2023 is er een nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Dit heeft gevolgen voor de onderlinge verhouding van de bijdragen per gemeente aan de veiligheidsregio. Hierbij zijn er nadeel en voordeel gemeenten. Voor het totale budget van de veiligheidsregio heeft dit geen gevolgen. De bestuurlijke afspraak is dat een nieuwe verdeling in het gemeentefonds (a.g.v. groot onderhoud gemeentefonds of herziening verdeelmodel) deze gevolgen worden verwerkt per nieuwe beleidsplanperiode. Dit is consequent met het besluit voor het aanpassen van de gemeentelijke bijdragen naar aanleiding van de voorgaande herverdeling van het gemeentefonds (aanpassing per beleidsplanperiode 2019). ➢ Het is noodzakelijk om, in verband met onvermijdelijke uitgaven, de gemeentelijke bijdragen te verhogen zodat het budget van de veiligheidsregio met € 2.5 mln. toeneemt.
Dit zijn extra financiële middelen die nodig zijn om de huidige taakuitvoering van de veiligheidsregio in continuïteit te kunnen blijven uitvoeren. Op de eerste plaats uitgaven die reeds worden gedaan (op grond van een bestuursbesluit), maar waarvoor de dekking nog niet structureel geregeld is. Op de tweede plaats kosten die betrekking hebben op nieuwe regelgeving, waaraan ook de veiligheidsregio moet voldoen. Beide kwalificeren zich als autonoom en onvermijdelijk. Het gaat hierbij dus allereerst om het materialiseren van al eerder benoemde risico’s (nieuwe meldkamer, meer opleidingen brandweervrijwilligers) en eerder genomen besluiten (waterwagens / bluswatervoorziening) waarvoor nu een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdragen
pagina 3
noodzakelijk is, alsmede onontkoombare kosten bij eigendomsverkrijging van brandweerkazernes en informatieveiligheid. Verder gaat het hierbij om nieuwe structurele kosten als gevolg van nieuwe of gewijzigde regelgeving (rechtsmatigheidsverantwoording, verduurzaming, taakdifferentiatie), branchestandaarden/-normeringen (formatie 24 uursdienst brandweer, beheer/onderhoud brandweerkazernes) of landelijke afspraken (informatieveiligheid). De veiligheidsregio is gehouden hieraan te voldoen. Door de uitloop van de vervangingsinvesteringen voor veel brandweermaterieel, was er in de afgelopen jaar een (incidentele) onderuitputting van de kapitaalslasten beschikbaar. Door de noodzakelijke vervanging van veel brandweermaterieel is deze onderuitputting niet meer beschikbaar als budget voor de genoemde onvermijdelijke uitgaven. Bovenstaande onvermijdelijke uitgaven worden in de ontwerp-programmabegroting nader toegelicht bij de betreffende programmataak. ➢ Geleidelijke opbouwende structurele toevoeging in de jaren 2023-2026 aan de rijksbijdrage Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Op 26 augustus 2022 zijn tussen het rijk en het Veiligheidsberaad bestuurlijke afspraken gemaakt over versterking van de bovenregionale en landelijke crisisbeheersing.
Het rijk heeft hiervoor ook extra financiële middelen voor beschikbaar gesteld die bestemd zijn voor de versterking van de (toekomstige) crisisbeheersing, de informatiepositie en het inrichten van KCR2. De rijksbijdrage BDuR wordt structureel verhoogd met € 1,4 mln. in 2023 en deze verhoging loopt op tot € 2,5 miljoen in 2026. Het Rijk geeft hiermee een belangrijke impuls aan het toekomstgericht verder professionaliseren van de crisisbeheersing en het versterken van de informatiepositie van de veiligheidsregio. Hiervoor is een hogere gemeentelijke bijdrage dus niet nodig. Het Rijk geeft hierbij wel aan dat de verhoging van de BDuR nadrukkelijk niet bedoeld is voor het verlagen van de gemeentelijke bijdragen aan de veiligheidsregio en/of het financieren van andere taken van de veiligheidsregio (brandweerzorg). Bovenstaande financiële kaders leiden tot de volgende bijdragen per gemeente voor 2024: De bronnen voor de financiering in 2024 van de Veiligheidsregio Hollands Midden zijn: 1. Gemeentelijke bijdragen van 18 gemeenten € 60.028.216 (86,4%) 2. Rijksbijdrage (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, BDuR) € 6.742.577 ( 9,7%) 3. Extra Rijksbijdrage 2024 € 1.743.641 ( 2,5%) 4.
Overige baten € 1.000.000 ( 1.4%) Totaal € 69.514.434 Veiligheidsregio Hollands Midden wordt als gemeenschappelijke regeling met name gefinancierd door de deelnemende gemeenten (€ 60.0 mln., € 73,13 per inwoner). Daarnaast levert het Rijk door middel van Rijksbijdragen (€ 8,5 mln.) een financiële bijdrage. De Rijksbijdrage is een specifieke uitkering die door het Ministerie van JenV rechtstreeks aan de veiligheidsregio’s wordt uitgekeerd. De regio’s ontvangen een bedrag (lumpsum) voor een aanvulling in de bekostiging van de taken op de beleidsterreinen en een extra bedrag bestemd voor de versterking van de (toekomstige) crisisbeheersing, de informatiepositie en het inrichten van KCR2. De Veiligheidsregio Hollands Midden maakt voor het vaststellen van de gemeentelijke bijdragen gebruik van de objectieve budgetten die gemeenten gehonoreerd krijgen in het gemeentefonds voor het clusteronderdeel Brandweer en Rampenbestrijding (B&R). Het absolute niveau van het objectieve niveau wordt, met een correctie voor gemeentelijke rampenbestrijding, binnen de VRHM de ‘Cebeon-norm’ genoemd.
Jaarlijks verzoekt de VRHM Cebeon (Centrum Beleidsadviserend Onderzoek) een berekening te maken van de regionale verdeelsleutel op basis van de septembercirculaires.Uit de vergelijking met de Cebeon-norm blijkt dat de bijdrage in 2024 van alle gemeenten ruimschoots, € 6,5 mln., onder de afgesproken Cebeon-norm blijft.
pagina 4
Conclusie tav Gouda De bijdrage van Gouda aan VRHM voor 2023 was € 4.976.814. De conclusie is dat de in de ontwerp-programmabegroting 2024 van VRHM voorgestelde stijging van de bijdrage van Gouda tot een bedrag van ad 5.580.003 EUR voor het jaar 2024 niet past binnen de meerjarenbegroting van de gemeente Gouda. Als de stijging van de bijdrage zich zou beperken tot de binnen de kaders van FKGR afgesproken stijging van 7,32 % zou de bijdrage van Gouda, inclusief indexering, stijgen tot € 5.341.118. Dat bedrag past wél binnen de meerjarenbegroting van Gouda. De extra stijging die het gevolg is van de hierboven toegelichte onvermijdelijke uitgaven past echter niet in de Goudse meerjarenbegroting. Het gaat om een overschrijding van ongeveer € 250.000,- structureel, onder voorbehoud van de inhoud van de meicirculaire. Omdat die extra uitgaven als onvermijdelijk worden aangemerkt luidt het voorstel aan het college om de raad voor te stellen om de financiële consequenties van de ontwerp-programmabegroting VRHM 2024/meerjarenraming 2025-2027 te verwerken in de Goudse meerjarenbegroting 20242027.
5
Personele- / organisatorische gevolgen / duurzaamheid / positie mensen met een beperking nvt
6
Communicatie / interactiviteit Communicatie wordt verzorgd door VRHM.
Burgemeester en wethouders van Gouda, de secretaris, de burgemeester,
drs. R.C. Bakker
mr. drs. P. Verhoeve
pagina 5