2021 04 21 versie (3) ConceptRaadsbesluit.docx
Tekst van het document
besluit van de gemeenteraad dossiernummer
-
ons kenmerk
-
onderwerp
Bindend advies, delegatie en participatie onder de Omgevingswet
De raad van de gemeente Gouda; gelezen het voorstel van …. 2021, gelet op artikel 2.8, artikel 16.15a en artikel 16.55 van de Omgevingswet, artikelen 10:13 tot en met 10:19 Algemene wet bestuursrecht; gelet op artikel 156 van de Gemeentewet;
besluit: Artikel 1 Bindend advies Dat advies met instemming van de raad is vereist indien het college voornemens is een positief besluit te nemen over een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, behalve in de gevallen genoemd in bijlage 1. Artikel 2 Participatie 1. Dat participatie verplicht is voordat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden aangevraagd, behalve in de gevallen genoemd in bijlage 1. 2. Dat het college derden aanmoedigt de verplichte participatie vorm te geven volgens de vigerende participatiestrategie fysieke leefomgeving. Artikel 3 Delegatie wijzigen van het omgevingsplan De bevoegdheid tot het vertalen van verleende omgevingsvergunningen in afwijking van het omgevingsplan, verleend na inwerkingtreding van de omgevingswet, te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Artikel 4 Evaluatie 1. Een jaar na vaststelling van dit besluit vindt een evaluatie plaats van artikel 1 en 2 van dit besluit. 2. Dat de evaluatie genoemd in het eerste lid geenszins eerdere evaluatie belemmert indien dit wenselijk blijkt voor ten minste een derde van het aantal fracties. 3.
In het kader van de in het eerste en tweede lid genoemde evaluatie, verzoekt de raad het college om een overzicht van alle tot dan toe gedane aanvragen voor buitenplanse omgevingsvergunningen die vallen onder de gevallen genoemd in bijlage 1. Artikel 5 Kennisgeving Dit besluit wordt bekendgemaakt in het gemeenteblad en via Overheid.nl. Artikel 6 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking vanaf de inwerkingtreding van de omgevingswet. Aldus besloten in de openbare vergadering van [datum].
De raad van de gemeente voornoemd, Griffier
voorzitter
mr. drs. E.J. Karman-Moerman
mr. drs. P. Verhoeve
pagina 2
Bijlage 1 Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die ziet op het gebruik van gronden of bouwwerken zonder bindend advies of participatie, komen in aanmerking: 1. een bijbehorende bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, b. de oppervlakte niet meer dan 150 m2; 2. een gebouw ten behoeve van infrastructurele of openbare voorziening ten behoeve van een nutsvoorziening, de waterhuishouding, het meten van de luchtkwaliteit, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer, of het weg-, spoorweg-, water- of luchtverkeer, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m, en b. de oppervlakte niet meer dan 50 m2; 3. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 10 m, en b. de oppervlakte niet meer dan 50 m2; 4. een dakterras, balkon, of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw; 5.
een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m; 6. een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998; 7. een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen; 8. het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied; 9. het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen; 10. het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de Omgevingswet aan een bestaande woning gestelde eisen; b.
de bewoning niet in strijd is met de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Omgevingswet of de Reconstructiewet concentratiegebieden, c. de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en d. de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was; 11. ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar.
pagina 3