2. Maatregelenpakket jeugdzorg Gouda
Tekst van het document
Doen wat nodig is Aanpak voor een toekomstbestendige jeugdzorg
Inhoud De opgave Inleiding – algemeen beeld De uitgangspunten De aanpak De kansen De koers De 9 kernmaatregelen Wat gaan we doen? - De 9 kernmaatregelen 1. We voorkomen jeugdzorg door de samenwerking met de huisartsen uit te breiden 2. We zorgen voor meer grip op de uitgaven door samenwerking met externe verwijzers te versterken (J1) 3. We voorkomen jeugdhulp door de nadelige gevolgen van complexe scheidingen te verminderen 4. Met aangescherpte instructies bieden we de jeugdconsulenten heldere kaders (J2) 5. We stoppen met jeugdzorg zodra dat kan (J2) 6. We geven geen indicaties meer af voor lichte hulp (J5) 7. We leren en besparen daardoor (J4) 8. We maken afspraken met het onderwijs over een eerlijker verdeling van jeugdzorgkosten (J3) 9. Met een aangescherpte normering zijn ouders vaker aan zet (J3) Hoe gaan we het doen? Samenwerking in de toegang We blijven het Sociaal Team op scholen inzetten Hulpaanbod beter inrichten We versterken de opvoed- en opgroeiondersteuning We gaan van individuele hulp naar groepsaanbod We leren van kinderen en ouders Grenzen aan indicaties We wijzen op eigen kracht Normaliseren wordt de regel De financiële vertaling De uitvoering
pagina 1
2 2 3 3 4 4 4 6 6 6 7 7 8 9 9 10 10 11 11 11 12 12 12 13 13 13 14 15 16
De opgave1 Inleiding – algemeen beeld In 2000 had in Nederland ongeveer 1 op de 27 kinderen tot 18 jaar jeugdhulp, sindsdien is dat toegenomen naar ongeveer 1 op de 7.2 We zien dit beeld ook in Gouda terug. Financieel is dat niet houdbaar. Zoals recent ook vastgesteld door de commissie Van de Ark komen gemeenten structureel middelen tekort.3 Los van de tekortschietende middelen is het vooral onwenselijk dat een systeem is ontstaan waarbij zoveel kinderen jeugdhulp krijgen. De verantwoordelijkheid voor de opvoeding van kinderen ligt in de eerste plaats bij hun ouders, idealiter gesteund door hun omgeving. In plaats daarvan wordt opvoeden meer en meer het terrein van professionals. Jeugdzorg lijkt daarmee regel te worden in plaats van uitzondering. Daarnaast dreigt jeugdhulp in sommige gevallen te verworden tot een instrument om mee te komen in onze prestatiemaatschappij.
“In onze prestatiemaatschappij bestaat (..) het risico dat preventieve jeugdhulp vooral wordt uitgewerkt als een troubleshooting tool in plaats van een benadering om de veerkracht van jeugdigen te versterken en gezond opgroeien te bevorderen. Veel ‘lichte’ problemen die – met lichte ondersteuning – op eigen kracht aangepakt kunnen worden krijgen daardoor onnodig professionele aandacht. Hierdoor neemt de druk op de jeugdhulp toe, ontstaan wachtlijsten en moeten jeugdigen die écht professionele jeugdhulp nodig hebben daar (te) lang op wachten Als gelukkig en gezond zijn tot norm worden verheven, zijn verdriet, falen en afwijkend gevoel en gedrag sneller reden tot zorg en ‘abnormaal’. Dat leidt enerzijds tot een grotere vraagdruk op jeugdhulp – we maken ons sneller zorgen – en anderzijds tot een preventiebestel dat pathologiserend werkt: we zijn te eenzijdig op zoek naar problemen en willen die te snel (professioneel) verhelpen.”4
1 https://www.nji.nl/uploads/2023-04/Andere-kijk-op-groeiend-jeugdzorggebruik.pdf 2 https://www.nji.nl/uploads/2023-04/Andere-kijk-op-groeiend-jeugdzorggebruik.pdf 3 https://vng.nl/sites/default/files/2025-01/advies-deskundigencommissie-hervormingsagenda-jeugd.pdf 4 https://www.socialevraagstukken.nl/te-weinig-preventie-en-te-veel-troubleshooting-in-jeugdhulp/
pagina 2
Situatie in Gouda In Gouda kregen in 2024 2.010 kinderen jeugdzorg. Dit is een daling van 6,7% ten opzichte van 2022. Maar het aantal kinderen met jeugdzorg is daarmee nog steeds (te) groot. Jeugdzorg is lang niet altijd een passend antwoord op een probleem dat zich voordoet bij het opvoeden en opgroeien. Daarnaast zien we dat jeugdzorgtrajecten gemiddeld genomen steeds langer duren en intensiever worden. Dat geldt zowel voor de wat lichtere als voor de zwaardere zorg. Inzet van jeugdzorg is echter in principe altijd tijdelijk. Het uitgangspunt is dat de behandeling en ondersteuning ertoe leiden dat kinderen en het gezin zelf weer verder kunnen. Het hoge aantal kinderen met jeugdzorg en de duurder wordende trajecten leiden voor de gemeente Gouda tot een financieel tekort. In 2024 bedroeg het tekort op het jeugdzorgbudget circa 7 miljoen. Al we niet steviger ingrijpen loopt dat bedrag de komende jaren nog iets op. Daarnaast hebben jeugdzorgaanbieders personeelstekorten en oplopende wachtlijsten. Zowel voor de gemeente als de aanbieders is de huidige situatie niet houdbaar voor de toekomst. We zetten daarom in op een situatie waarbij (geïndiceerde) jeugdzorg weer veel meer uitzondering dan regel wordt, waarbij we zorgen dat jeugdzorg beschikbaar blijft voor kinderen die dat echt nodig hebben.
De uitgangspunten De volgende uitgangspunten zijn voor ons leidend: • • •
‘It takes a village to raise a child’. Niet elk opgroei- of opvoedingsprobleem vraagt om jeugdzorg. We zetten in op sterke gemeenschappen die een steunende omgeving bieden voor ouders en kinderen. Nee tenzij, we voorkomen (geïndiceerde) jeugdhulp zoveel mogelijk door preventie en normalisering: Lichte hulpvragen worden opgevangen in de sociale basis. Voor kinderen die dat echt nodig hebben is tijdig passende (geïndiceerde) jeugdhulp beschikbaar.
De aanpak De opgave waar we voor staan is om van jeugdzorg weer veel meer uitzondering dan regel te maken, waardoor we de jeugdzorg beschikbaar en betaalbaar houden voor de meest kwetsbare jeugdigen. Deze opgave is niet nieuw en we werken hier al langer aan. Sinds de decentralisatie van de Jeugdwet in 2015 heeft Gouda, net als de meeste andere gemeenten in Nederland, te maken met een grote vraag naar jeugdzorg en stijgende kosten. Het college heeft daarom in het Bestuursakkoord 2022-2026 ‘Geef Gouda door!’ als doel opgenomen om te komen tot een daling aan het aantal kinderen met jeugdzorg naar 1 op 8 en een stabilisatie van de kosten per kind. In dat kader zijn er via het meerjarige Programma 'Sturen op zorg voor nu en straks' diverse maatregelen ingezet, zoals de samenwerking met de huisartsen, de invoering van casemanagement, afspraken met het onderwijs en de inzet van ervaringsdeskundigen. Deze maatregelen sluiten aan bij de landelijke Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 die door gemeenten, Rijk, aanbieders, professionals en clientorganisaties is opgesteld om het jeugdzorgstelsel te verbeteren. Gelukkig zien we een voorzichtig effect van de maatregelen die we al hebben ingezet. Het aantal kinderen met jeugdzorg in Gouda is gedaald. De stijgende kosten per kind maken het echter noodzakelijk om aanvullende maatregelen te treffen.
Naast een versterking of uitbreiding van wat we al doen kiezen we daarom voor een aantal maatregelen die verder gaan dan waar eerder voor is gekozen is. Uitgangspunt ten aanzien van aanvragen voor geïndiceerde jeugdzorg wordt: ‘nee, tenzij. We vinden het hierbij belangrijk dat kinderen die wel echt jeugdzorg nodig hebben die ook krijgen. En dat we op het juiste moment de juiste jeugdzorg inzetten.
pagina 3
Onze doelstelling om het aantal kinderen met jeugdzorg te laten dalen naar 1 op 8 blijft staan. Ook houden we vast aan de stabilisatie van de gemiddelde kosten per kind op het niveau van 2021. Dit betekent dat we de gemiddelde kosten per kind moeten laten dalen. Met dit maatregelenpakket werken we aan deze doelstellingen en denken we per 2027 structureel € 2.312.000 op de jeugdzorguitgaven te kunnen besparen. De afgelopen maanden is door extern bureau Berenschot onderzocht welke mogelijkheden er voor Gouda zijn om de betaalbaarheid van het brede sociaal domein te waarborgen. De besparingsopties die Berenschot heeft voorgesteld voor het onderdeel jeugdzorg zijn overgenomen in dit maatregelenpakket en verder uitgewerkt. Daarnaast zijn er allerlei partijen en factoren die invloed hebben op het sociaal domein. In het tweede deel van dit document gaan we daarom in op de randvoorwaarden die nodig zijn om de besparingen te realiseren.
De kansen Onze opgave en doelstellingen zijn helder. We willen een toekomstbestendige jeugdzorg door minder kinderen met jeugdzorg en lagere gemiddelde kosten per kind. Waar zien we kansen om het beter te doen? We hebben de afgelopen jaren al een reeks maatregelen ingezet. Een aantal van deze maatregelen begint vruchten af te werpen. Andere maatregelen vergen een langere adem, maar we zijn overtuigd van het effect op langere termijn. Al deze reeds gestarte maatregelen zetten we voort en breiden we waar mogelijk uit. Inventarisatie en keuze van nieuwe maatregelen hebben we gedaan op basis van de aanbevelingen vanuit de Hervormingsagenda Jeugd, best practices elders in het land, het eerdergenoemde onderzoek door Berenschot en gesprekken met de uitvoering. Gezien de complexiteit van het jeugdzorgstelsel en wat we al doen, waren nieuwe maatregelen niet zomaar voor handen. Geen van de extra maatregelen is dan ook gemakkelijk uitvoerbaar en vaak is er ook extra geld nodig waardoor de besparing relatief is.
De koers We willen dat minder vragen rondom opgroeien en opvoeden leiden tot een jeugdzorgvraag. En dat meer van de hulp plaatsvindt in het voorliggend veld. Door de samenwerking met het Sociaal Team en partners als het CJG, de Brede School en HECHT te verbeteren kunnen we zorgen dat minder kinderen een indicatie voor jeugdzorg krijgen. Het is belangrijk deze samenwerking al te starten bij de triage van de aanmelding, zodat kinderen en ouders direct op de juiste plek terecht komen. Wanneer wel jeugdzorg nodig is, willen we dat kinderen passende hulp krijgen die niet langer duurt dan nodig. De verwijzers naar jeugdzorg (gemeente, huisartsen, gecertificeerde instellingen, medisch specialisten, jeugdartsen en rechters) spelen hierin een cruciale rol. Door het hulpaanbod op een meer flexibele en efficiënte manier in te richten, kunnen meer kinderen en gezinnen geholpen worden tegen lagere kosten. Daarnaast denken we dat we het aanbod nog beter kunnen afstemmen op de werkelijke behoeften van kinderen en gezinnen. Het beperken van de duur en omvang van indicaties binnen de jeugdzorg is nodig om de gemiddelde kosten per kind te verlagen. Dit kan door duidelijkere grenzen te stellen aan de zorg die een kind ontvangt. We gaan daarom vaker een beroep doen op de eigen kracht van ouders en we zetten in op het versterken van het gewone leven.
De 9 kernmaatregelen We zijn gekomen tot 9 kernmaatregelen. Deze maatregelen sluiten aan bij onze visie en koers. De randvoorwaarden die hierop volgen kunnen vervolgens onderverdeeld worden in drie thema's: samenwerking in de toegang, hulpaanbod beter inrichten en grenzen stellen aan indicaties. Omdat het realiseren van de randvoorwaarden ook om inspanning vraagt en impact kan hebben op inwoners, zijn hiervoor dezelfde vragen beantwoord als voor de kernmaatregelen.
pagina 4
We hebben hieronder van iedere maatregel opgeschreven wat we al doen, wat we anders gaan doen, hoe de maatregel bijdraagt aan de doelstellingen en wat de kanttekeningen zijn. We hebben alle maatregelen getoetst op uitvoerbaarheid en juridische houdbaarheid. Niet alle maatregelen zijn nieuw. Sommige maatregelen zetten we al in, maar willen we uitbreiden of versterken. Die maatregelen zijn gemarkeerd met lichtrood. De nieuwe maatregelen zijn gemarkeerd met lichtblauw. Naast deze inhoudelijke beschrijving hebben we aan het einde van dit maatregelenpakket het financiële effect van de maatregelen in beeld gebracht. Voor de maatregelen is een businesscase gemaakt en kunnen we inschatten wat de besparing is. Deze maatregelen hebben onze prioriteit. Het besparingseffect van de maatregelen hangt met elkaar samen, waardoor de besparingen niet bij elkaar opgeteld kunnen worden. De maatregelen hebben effect op elkaar, waardoor de gerealiseerde besparing niet gelijk is aan het besparingspotentieel. We hebben we daarom rekening gehouden met 75% van het besparingspotentieel ten opzichte van de berekening van Berenschot.
pagina 5
Wat gaan we doen? - De 9 kernmaatregelen 1. We voorkomen jeugdzorg door de samenwerking met de huisartsen uit te breiden Wat is de maatregel? We breiden de aanpak uit, waarbij consulenten vanuit de gemeente en het Sociaal Team samenwerken met de huisartsen bij vragen rondom jeugd en opvoeden. Aan welke doelstelling draagt deze maatregel bij? ☒ 1 op 8 kinderen met jeugdzorg. ☒ Stabiliseren van de gemiddelde kosten per kind. Wat doen we al? Vanuit het programma Sturen op zorg voor nu en straks is op 1 november 2019 de ‘huisartsenpilot’ van start gegaan, waarbij de toegang tot de jeugdzorg via de huisartsen wordt versterkt door inzet van een consulent kind en jeugd. Deze consulent kind en jeugd is een sociaal werker van het Sociaal Team of een jeugdconsulent van de gemeente. De pilot is structureel gemaakt en per 1 mei 2023 wordt er samengewerkt met 7 huisartsenpraktijken. Wat gaan we anders doen? We breiden de inzet van de consulent kind en jeugd uit met vier huisartsenpraktijken. Hiermee bereiken we in totaal 80% van alle Goudse inwoners. Wat is het effect van deze maatregel op de doelstelling? Door de samenwerking met de huisartsen was in 2023 ten opzichte van 2022 een daling van het aantal verwijzingen door de huisartsen te zien. Het aantal verwijzingen daalde met 150 en de kosten door verwijzingen door huisartsen met € 100.000 (2023 ten opzichte van 2022).
Ongeveer 75% van de kinderen die door een jeugdconsulent in de huisartsenpraktijk is gezien, is doorverwezen naar ondersteuning in de sociale basis en heeft dus geen indicatie voor jeugdzorg gekregen. Een voorzichtige schatting is dat hiermee tot nu toe € 787.000 is bespaard. Door de uitbreiding verwachten we nog eens € 300.000 te besparen.
Hiervoor is wel extra capaciteit nodig ter hoogte van € 90.000 per jaar. De netto besparing komt dan neer op € 210.000 per jaar. Wat zijn de kanttekeningen bij van deze keuze? Bij deze aanpak verwerken wij als gemeente de indicatie in plaats van de huisarts. Dit heeft invloed op de werkdruk in de gemeentelijke uitvoering.
2. We zorgen voor meer grip op de uitgaven door samenwerking met externe verwijzers te versterken (J1) Wat is de maatregel? We stellen een coördinator externe verwijzers aan. De coördinator richt zich op een betere samenwerking met externe verwijzers en ziet daarnaast toe op het doelmatig en rechtmatig inzetten van de indicaties door de externe verwijzers. Aan welke doelstelling draagt deze maatregel bij? ☐ 1 op 8 kinderen met jeugdzorg. ☒ Stabiliseren van de gemiddelde kosten per kind. Wat doen we al? Externe verwijzers zijn alle partijen die buiten de gemeente om jeugdzorg kunnen indiceren. De gemeente verwerkt deze indicaties grotendeels administratief en verzorgt de betaling van de geïndiceerde zorg. Momenteel controleert de backoffice of de zorg rechtmatig wordt ingezet. Daarnaast heeft één Gecertificeerde Instelling (GI) al een zorgcoördinator aangesteld. Deze zorgcoördinator ziet erop toe dat de door de GI geïndiceerde zorg in lijn is met de regionale afspraken en op de juiste wijze wordt ingekocht. Wat gaan we anders doen? Niet alle externe verwijzers hebben voldoende tijd en/of expertise om de best passende hulp te vinden bij de hulpvraag van de inwoner. De coördinator externe verwijzer ondersteunt de externe verwijzers om de ingezette hulp doelmatig en rechtmatig in te zetten.
Daarnaast bespreekt de coördinator externe verwijzer trends in verwijsgedrag, signalen van zorgaanbieders en evalueert de samenwerking met de externe verwijzers. De eerste periode zal de coördinator
externe verwijzers zich richten op de GI’s. Zodra de functie uitgekristalliseerd is, wordt de coördinator ook ingezet voor de overige verwijzers.
verschillende professionals met de expertise die bij een scheiding nodig is (juridisch, financieel, psychologisch).
Wat is het effect van deze maatregel op de doelstelling? We monitoren hoeveel deze inzet oplevert. We verwachten met de inzet van de coördinator een netto besparing van € 281.000 per jaar te kunnen realiseren. Hierbij is rekening gehouden met de inzet van de coördinator voor een bedrag van € 50.000 per jaar. In de eerste jaar zal dit in verband met de opstart nog niet de volledige besparing opleveren. We gaan uit van 30%.
Wat gaan we anders doen? In Gouda start een laagdrempelig relatie- en scheidingsteam dat gezinnen met relatietwijfel of een scheiding integrale ondersteuning biedt. De focus ligt op deescalatie van conflicten en het welzijn van kinderen. Het team werkt vanuit een milde, niet-veroordelende houding en richt zich op stressreductie, het versterken van veerkracht en het bevorderen van gezonde interacties. Daarnaast wordt een netwerk van financiële, juridische en psychologische experts betrokken. Door de nauwe samenwerking tussen het sociaal en juridisch domein, sluit de aanpak goed aan bij de behoeften van inwoners en worden de negatieve gevolgen voor kinderen beperkt
Wat zijn de kanttekeningen bij deze keuze? We hebben als gemeente geen directe invloed op de externe verwijzers; we kunnen hen niet dwingen tot samenwerken. We moeten daarom als gemeente vooral investeren in het optimaliseren van de samenwerkingsrelatie tussen de gemeente en de externe verwijzers. Het streven moet zijn een gedeelde visie te hebben en de bewustwording dat we een gezamenlijke opgave hebben om de jeugdhulp in Gouda voor alle jeugdigen beheersbaar, beschikbaar en betaalbaar te krijgen en te houden.
3. We voorkomen jeugdhulp door de nadelige gevolgen van complexe scheidingen te verminderen Wat is de maatregel? Het huidige aanbod in Gouda rondom (complexe) scheidingen wordt versterkt. Dit gebeurt door preventieve inzet van een gespecialiseerd relatie- en scheidingsteam, dat ouders die gaan scheiden ondersteunt.
Wat is het effect van deze maatregel op de doelstelling? De verwachting is dat het relatie- en scheidingsteam in ieder geval netto € 200.000 per jaar bespaart doordat minder duurdere geïndiceerde jeugdzorg nodig is. Daarnaast verschuift een deel van de ondersteuning naar bestaande, gesubsidieerde hulp, wat geen extra kosten met zich meebrengt. De investering voor het operationeel maken van het scheidingsteam is voor een deel al verwerkt in onze meerjarenbegroting. Voor de jaren 2026 en 2027 is incidenteel nog een bedrag van respectievelijk € 215.000 en € 90.000 nodig. Wat zijn de kanttekeningen bij deze keuze? Geen.
4. Met aangescherpte instructies bieden we de jeugdconsulenten heldere kaders (J2)
Aan welke doelstelling draagt deze maatregel bij? ☒ 1 op 8 kinderen met jeugdzorg. ☒ Stabiliseren van de gemiddelde kosten per kind. Wat doen we al? Het huidige hulpaanbod slaagt er om diverse redenen onvoldoende in om de nadelige gevolgen van scheidingen te voorkomen. In de beginfase van een scheidingsproces zijn ouders vaak nog bereid om in het belang van hun kinderen de juiste beslissingen te nemen. Echter, door wachttijden, lange procedures en de nadruk op het conflict wordt onvoldoende gebruik gemaakt van deze “window of opportunity.” Daarnaast ontbreekt het aan structurele afstemming tussen de
pagina 7
Wat is de maatregel? In de gemeentelijke uitvoering maken we meer eenduidige kaders voor de jeugdconsulenten. Aan welke doelstelling draagt deze maatregel bij? ☒ 1 op 8 kinderen met jeugdzorg. ☒ Stabiliseren van de gemiddelde kosten per kind.
Wat doen we al? De jeugdconsulenten stellen indicaties op basis van de lokale Verordening en Regeling en het regionale handboek. Naast deze documenten zijn er aanvullende handleidingen die zich voornamelijk richten op de processtappen bij het stellen van indicaties. De inhoudelijke afweging maakt iedere consulent zelf op basis van de unieke casuïstiek. Op dit moment wordt ervaren dat zorgaanbieders en scholen regelmatig te sturend zijn in het te stellen indicaties door consulenten. Wat gaan we anders doen? We verduidelijken lokale werkinstructies die de jeugdconsulenten meer kaders en ondersteuning bieden bij het maken van de inhoudelijke afweging in casussen. Kern hierin is dat de 10 stappen voor het doen van onderzoek van de Centrale Raad van Beroep duidelijker gevolgd worden. Met de werkinstructie krijgen de consulenten meer handvatten bij het nemen van een besluit. Wat is het effect van deze maatregel op de doelstelling? We verwachten dat consulenten vaker naar het eigen netwerk van de ouders/verzorgers of naar hulp in de sociale basis zullen verwijzen. Hierdoor gaat de omvang van indicaties omlaag. Met deze maatregel verwachten we per 2027 een structurele besparing te realiseren op de kosten voor de verwijzingen vanuit de gemeente. In 2024 bedroeg dit ruim miljoen.
Wanneer we uitgaan van een besparing van circa 5 % op de verwijzingen en structurele extra capaciteit te hoogte van € 50.000. Dit komt neer op een netto besparing van € 400.000 per jaar per 2027. Wat zijn de kanttekeningen bij deze keuze? Het is waarschijnlijk dat vaker ‘nee zeggen’ tegen (geïndiceerde) jeugdzorg’ leidt tot lagere tevredenheid. Vaker verwijzen naar de sociale basis, vraagt daar om een investering.
Aan welke doelstelling draagt deze maatregel bij? ☐ 1 op 8 kinderen met jeugdzorg. ☒ Stabiliseren van de gemiddelde kosten per kind. Wat doen we al? In de pilot onderhoudt de jeugdconsulent contact met de inwoner tijdens de ingezette hulpverlening en beoordeelt tussentijds of het ondersteuningsaanbod aansluit bij de situatie van de cliënt en de geformuleerde doelstellingen. Als dit niet het geval is, kan de jeugdconsulent de ondersteuning opschalen of afbouwen. Dit verbetert niet alleen het contact met de inwoner, maar zorgt er ook voor dat het ondersteuningsaanbod beter aansluit op de situatie van de cliënt. Daarnaast heeft de jeugdconsulent een sturende rol richting zorgaanbieders. De jeugdconsulent monitort in hoeverre de gestelde doelen worden bereikt, bekijkt de kwaliteit van de ingezette hulp en bespreekt dit met de zorgaanbieders. Wanneer blijkt dat doelen onvoldoende worden gehaald of al zijn bereikt, overlegt de jeugdconsulent met de cliënt en de zorgaanbieder om de ondersteuning waar nodig aan te passen. Bij casussen waarin één zorgaanbieder betrokken is, passen we casemanagement toe. Wat gaan we anders doen? We gaan meer investeren in casemanagement. De huidige pilot is ingestoken vanuit zowel een kwaliteitsslag als een kostenbesparing. In de uitbreiding komt de focus meer te liggen op het tijdig afschalen van indicaties om zo kosten te besparen.
Wat is het effect van deze maatregel op de doelstelling? Omdat we in de looptijd van de indicatie beter in beeld hebben of de zorg effectief is, kunnen we beter bijsturen. Dit leidt tot effectievere inzet van zorg en op de langere termijn tot minder zorgstapeling en eerdere uitstroom. De verwachting is dat hiermee een netto besparing kan worden gerealiseerd van € 274.000 structureel per 2027.
5. We stoppen met jeugdzorg zodra dat kan (J2) Wat is de maatregel? Vanuit het programma Doorontwikkeling integrale uitvoeringsorganisatie zijn we in maart 2024 gestart met de pilot casemanagement. Deze maatregel draagt bij aan het inzetten van effectieve zorg en het tijdig bijsturen als de zorg niet voldoende effectief is.
pagina 8
Wat zijn de kanttekeningen bij deze keuze? Casemanagement is een pilot. Na 2027 vraagt dit om een structurele investering (deze is meegenomen in de verwachte besparing per 2027). Tijdens de looptijd van de pilot monitoren we wat de pilot oplevert.
6. We geven geen indicaties meer af voor lichte hulp (J5) Wat is de maatregel? We verschuiven zorgaanbod vanuit het geïndiceerde maatwerk naar de sociale basis. Het gaat om de producten begeleiding regulier en Basis GGZ.
kinderen die dure zorg krijgen overblijven. Als laatste kan vrije toegankelijkheid juist ook leiden tot een toename van hulpvragen.
7. We leren en besparen daardoor (J4)
Aan welke doelstelling draagt deze maatregel bij? ☒ 1 op 8 kinderen met jeugdzorg. ☐ Stabiliseren van de gemiddelde kosten per kind.
Wat is de maatregel? Ieder jaar doen we een herbeoordeling van 40 casussen die jaarlijks tussen de € 50.000-100.000 kosten. We kijken daarbij of de ingezette jeugdzorg voldoende effect heeft gehad en of de jeugdzorg nog passend is.
Wat doen we al? We bieden in de sociale basis kortdurende ondersteuning en Basis GGZ. Daarnaast is er voor langer durende hulpvragen lichte begeleiding met een indicatie en bieden we Basis GGZ ook geïndiceerd aan.
Aan welke doelstelling draagt deze maatregel bij? ☐ 1 op 8 kinderen met jeugdzorg. ☒ Stabiliseren van de gemiddelde kosten per kind.
Wat gaan we anders doen? We beleggen alle lichte vormen van hulp bij het Sociaal Team.
Wat doen we al? Op dit moment monitoren we ieder kwartaal de kosten en de aantallen kinderen met jeugdzorg. Hierbij kijken we ook naar de verwijzers en eventuele andere opvallende wijzigingen.
Wat is het effect van deze maatregel op de doelstelling? Deze maatregel zorgt ervoor dat kinderen geen indicatie meer nodig hebben voor lichte vormen van hulp. Dit leidt tot minder kinderen met geïndiceerde jeugdzorg. Dit brengt hulpvragen in een vroeg stadium aan het licht en kan verergering voorkomen, wat uiteindelijk zwaardere en duurdere hulp voorkomt. Ook scheelt het in de uitvoeringskosten, omdat voor deze vormen van hulp geen indicaties meer gesteld hoeven te worden. Deze maatregel vraagt om een verschuiving van werkzaamheden en bijbehorende middelen naar het Sociaal Team. De netto besparing wordt ingeschat op € 286.000 per 2027. De benodigde investering van € 400.000 in de inzet van het Sociaal Team op de scholen is hierin meegenomen. Wat zijn de kanttekeningen bij deze keuze? Basis GGZ en lichte begeleiding worden nu nog regelmatig geïndiceerd om af te schalen vanuit specialistische GGZ of specialistische begeleiding. Kinderen hoeven dan niet te wisselen van zorgorganisatie en we houden in trajecten zicht op een goede afronding. Bij de volledige verschuiving naar het Sociaal Team verdwijnt dit. Daarnaast kan deze verschuiving leiden tot gemiddeld hogere kosten per kind in de geïndiceerde zorg, omdat het relatief goedkope zorg is, waardoor met name de
pagina 9
Wat gaan we anders doen? We doen jaarlijks een gerichte herbeoordeling van 40 casussen tussen de € 50.000-100.000. We kiezen bewust niet voor de duurste casuïstiek, omdat we verwachten dat in de middelzware casuïstiek meer te winnen is in de zorg die wordt ingezet en de intensiteit hiervan. Een bijkomend effect hiervan is dat we hierdoor van elkaar leren en meer beeld krijgen van de casuïstiek die voorbij komt. Wat is het effect van deze maatregel op de doelstelling? Door meer te monitoren en daar gezamenlijk het gesprek over te voeren, verwachten we dat we meer scherpte krijgen in welke zorg we wanneer inzetten. Voor de monitoring hebben we structureel meer capaciteit nodig ter hoogte van € 50.000. De verwachte netto besparing bedraagt € 116.000 in 2025 (50 procent), € 231.000 in 2026 en € 173.000 in 2027. De netto besparing daalt omdat we ervan uitgaan dat de effecten en inspanningen jaarlijks met 25% afnemen ten opzichte van het eerste jaar. Wat zijn de kanttekeningen bij deze keuze? Deze maatregel vraagt om een investering in tijd van veel medewerkers. Tegelijkertijd is het effect op de kosten moeilijk te onderbouwen.
8. We maken afspraken met het onderwijs over een eerlijker verdeling van jeugdzorgkosten (J3) Wat is de maatregel? In casussen die zich bevinden op het grensvlak van jeugdzorg en het onderwijs, betalen het onderwijs en de gemeente de zorg gezamenlijk. Aan welke doelstelling draagt deze maatregel bij? ☐ 1 op 8 kinderen met jeugdzorg. ☒ Stabiliseren van de gemiddelde kosten per kind. Wat doen we al? Veel casussen bevinden zich op het snijvlak van jeugdzorg en het onderwijs: kinderen vallen door (gedrags)problemen uit op school en vervolgens wordt jeugdzorg aangevraagd. Op dit moment levert dit in iedere casus opnieuw de discussie op wie verantwoordelijk is voor de kosten die hierbij horen. Dit kost veel tijd van zowel scholen en het samenwerkingsverband aan de ene kant en de gemeente aan de andere kant. Daarnaast leidt het tot de situatie dat we als gemeente tegenover het onderwijs komen te staan, terwijl we gezamenlijk het beste willen voor het kind. Nu komt het regelmatig voor dat we als gemeente uiteindelijk de volledige kosten dragen voor de zorg aan het kind, omdat we niet willen dat een kind de dupe is van de discussie die we als gemeente hebben met het onderwijs. Wat gaan we anders doen? In andere gemeenten, bijvoorbeeld Zwolle, zijn afspraken gemaakt met het onderwijs over een evenredige verdeling van de kosten.
Dit voorkomt dat er in iedere casus opnieuw de discussie gevoerd moet worden over de verdeling. Door zowel het onderwijs als de gemeente wordt dit positief ervaren. Daarom werken we aan afspraken met het onderwijs hierover. Tot die tijd zullen we scherper zijn op welke zorg echt bij ons hoort en voor welke zorg het onderwijs verantwoordelijk is vanuit de Wet Passend Onderwijs. Daarnaast werken we samen met het onderwijs aan een aanpak thuiszitters. Op basis van het actieonderzoek van het Instituut voor Publieke Waarden (IPW) ontwikkelen we een aanpak die ervoor zorgt dat zo min mogelijk kinderen langdurig uitvallen van school.
pagina 10
Wat is het effect van deze maatregel op de doelstelling? Door duidelijkheid over de verdeling van de kosten, hebben we minder uitvoeringskosten voor de tijd die de discussie met het onderwijs kost. Daarnaast voorkomen we dat we als gemeente teveel betalen in deze casussen. We verwachten daarom dat deze maatregel uiteindelijk leidt tot lagere gemiddelde kosten per kind en een netto besparing oplevert van € 40.000 in 2025 en oplopend tot € 243.000 in 2027).
Wat zijn de kanttekeningen bij deze keuze? Op het moment dat we als gemeente scherper worden op onze verantwoordelijkheid in onderwijs-jeugdzorg casussen, zou het kunnen dat kinderen in eerste instantie minder zorg krijgen, omdat het niet lukt om de afspraak met het onderwijs te maken.
9. Met een aangescherpte normering zijn ouders vaker aan zet (J3) Wat is de maatregel? We stellen de gemeenteraad voor om de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2023 aan te passen. In de nieuwe Verordening stellen we aan de raad voor om normen voor gebruikelijke hulp en eigen kracht van ouders op te nemen. We maken samen met de raad van deze gelegenheid gebruik om de normen opnieuw tegen het licht te houden. Aan welke doelstelling draagt deze maatregel bij? ☒ 1 op 8 kinderen met jeugdzorg. ☐ Stabiliseren van de gemiddelde kosten per kind. Wat doen we al? Bij de aanpassing van de Verordening en de Regeling in 2023 zijn de normen voor eigen kracht grondig onderzocht en juridisch getoetst op basis van de jurisprudentie van toen. Toen zijn deze normen in de Regeling opgenomen. Deze normen beschrijven wat op basis van draagkracht redelijkerwijs van ouders en kinderen zelf verwacht mag worden. Toen is opgenomen dat van ouders met een hogere draagkracht ook meer verwacht mag worden; dus dat eigen kracht ook maatwerk is.
Wat gaan we anders doen? Inmiddels zijn er gerechtelijke uitspraken dat de normen voor eigen kracht vastgelegd moeten zijn in de Verordening; opnemen in de Regeling is niet voldoende. Dit maakt dat de Verordening aangepast moet worden. We willen van deze gelegenheid gebruik maken om met de gemeenteraad het gesprek te voeren over wat de grenzen zijn van wat er van ouders verwacht mag worden. Wat is het effect van deze maatregel op de doelstelling? Met het opnemen van de normen voor eigen kracht in de Verordening maken we onze werkwijze juridisch steviger en kunnen we ouders vaker wijzen op hun eigen kracht in plaats van het inzetten van jeugdzorg. Wij verwachten dat dit een netto besparing oplevert van € 40.000 in 2025 en oplopend tot € 243.000 in 2027).
Hoe gaan we het doen? Samenwerking in de toegang We blijven het Sociaal Team op scholen inzetten Wat is de inzet? We gaan de extra inzet van de schoolcontactpersonen van het Sociaal Team op de basisscholen per 2026 bestendigen. Aan welke doelstelling draagt deze maatregel bij? ☒ 1 op 8 kinderen met jeugdzorg. ☐ Stabiliseren van de gemiddelde kosten per kind.
Wat zijn de kanttekeningen bij deze keuze? Geen.
Wat doen we al? Via het Sociaal Team zetten we schoolcontactpersonen in op de scholen. Dit bestaat uit laagdrempelige ondersteuning op school en extra individuele ondersteuning aan ouders en kinderen waar dat nodig is. De schoolcontactpersonen weten goed wat op school speelt qua problematiek en de lijnen met de onderwijsprofessionals, interne begeleiders en de ketenpartners in het netwerk zijn kort. De schoolcontactpersoon investeert in een langdurige relatie tussen Sociaal Team Gouda, de scholen en gezinnen. Naast de inloopspreekuren worden er ook themabijeenkomsten georganiseerd in samenwerking met school. Wat gaan we anders doen? De inzet van de schoolcontactpersonen op de basisscholen is tijdelijk tot en met 2025. We gaan deze inzet structureel bestendigen. Wat is het effect van deze maatregel op de doelstelling? Op basis van de cijfers van het Sociaal Team is het aannemelijk dat de inzet van de schoolcontactpersonen (zwaardere) jeugdzorg voorkomt. In 60% van de gevallen kunnen de schoolcontactpersonen ouders direct helpen of verwijzen naar voorliggende voorzieningen. Wat zijn de kanttekeningen bij deze keuze? De bestendiging van de inzet kost structureel € 400.000 euro per 2026.
pagina 11
sterk wordt en er expertise ontbreekt. Daarnaast vraagt deze verandering tijd: het afbouwen en herinrichten van het aanbod moet zorgvuldig.
Hulpaanbod beter inrichten We versterken de opvoed- en opgroeiondersteuning
We gaan van individuele hulp naar groepsaanbod
Wat is de inzet? We zetten in op sterke gemeenschappen die een steunende omgeving bieden voor ouders en kinderen. De laagdrempelige opvoed- en opgroeiondersteuning is hierin van groot belang. We maken daarom het aanbod in de opvoed- en opgroeiondersteuning minder versnipperd.
Wat is de inzet? Voor veelvoorkomende problematiek willen we hulpaanbod meer in groepen aanbieden in plaats van op individueel niveau. Hierbij kan gedacht worden aan hulp rondom angstproblematiek, eenzaamheid en weerbaarheid. Aan welke doelstelling draagt deze maatregel bij? ☐ 1 op 8 kinderen met jeugdzorg. ☒ Stabiliseren van de gemiddelde kosten per kind.
Aan welke doelstelling draagt deze maatregel bij? ☒ 1 op 8 kinderen met jeugdzorg. ☐ Stabiliseren van de gemiddelde kosten per kind. Wat doen we al? Op dit moment hebben het Sociaal Team, het Centrum voor Jeugd en Gezin en Kwadraad aanbod op het gebied van opvoed- en opgroeiondersteuning. Elk van de partijen heeft hier een eigen rol en expertise in. Wat gaan we anders doen? We gaan onderzoeken hoe we de versnippering die er nu is, tegen kunnen gaan. We kijken naar twee opties. De eerste optie is om de partijen een gezamenlijke subsidieaanvraag te laten doen voor de opvoed- en opgroeiondersteuning, waarbij de partijen duidelijk moeten maken hoe zij het aanbod zo optimaal mogelijk op elkaar laten aansluiten. De andere optie is om het aanbod dat er nu is, samen te brengen, het liefst bij één partij, om de versnippering tegen te gaan. Wat is het effect van deze maatregel op de doelstelling? We verwachten dat de opvoed- en opgroeiondersteuning efficiënter en effectiever wordt bij de uitvoering van één van de twee opties. Daarnaast is deze maatregel randvoorwaardelijk voor veel van de andere maatregelen in dit pakket. Als we vaker verwijzen naar ondersteuning in de sociale basis, moet die goed op orde zijn. Wat zijn de kanttekeningen bij deze keuze? De partijen die nu betrokken zijn, hebben allemaal een belangrijke functie in de ondersteuning in de pedagogische basis.
Al het hulpaanbod beleggen bij één partij heeft als risico dat de verbinding met ander hulpaanbod van deze partijen minder
pagina 12
Wat doen we al? In de sociale basis is een deel van het hulpaanbod al collectief. Het gaat dan met name om lichte hulpvragen. In het geïndiceerde aanbod bestaat dit niet zoveel, terwijl ook hier vaak soortgelijke problematiek bij kinderen behandeld wordt. Wat gaan we anders doen? We gaan binnen de Gemeenschappelijke Regeling Jeugd en Wmo inzetten op het ontwikkelen van groepsgericht aanbod, ook voor de middelzware problematiek. We werken uit op welke manier dit zo goed mogelijk vorm kan krijgen. Het kan eventueel ook om digitale hulp gaan. Wat is het effect van deze maatregel op de doelstelling? Deze maatregel levert op dat hulp efficiënter wordt geboden. Groepsaanbod is goedkoper dan individueel aanbod. Daarom draagt deze maatregel bij aan lagere gemiddelde kosten per kind. Ook voor kinderen zelf kan dit veel opleveren: ze vinden herkenning bij elkaar en zien dat hun problematiek niet uniek is. Daarnaast kunnen ouders elkaar ontmoeten, en tips en erkenning uitwisselen. Wat zijn de kanttekeningen bij deze keuze? We zijn afhankelijk van regionale samenwerking voor het realiseren van deze vormen van aanbod. Het vraagt nog uitwerking hoe deze maatregel zich verhoudt tot de afgesloten contracten. Het gevolg kan zijn dat bij groepsaanbod bepaalde informatie over het gezinssysteem minder duidelijk wordt dan bij individuele hulpverlening. Het zal per
casus verschillen hoe problematisch dat is. Dit kunnen we voorkomen door goed van tevoren te bepalen voor wie het groepsaanbod geschikt is. Ook verliezen ouders en kinderen een deel van hun privacy, omdat ze persoonlijke informatie delen in groepsverband.
Het is belangrijk om in de communicatie richting ouders en kinderen duidelijk te zijn over hoe hun ideeën en ervaringen gebruikt worden. Anders kan het zo zijn dat er verkeerde verwachtingen zijn en ouders en kinderen hierin teleurgesteld raken. Dit heeft als risico dat er juist meer afstand tot de gemeente komt.
We leren van kinderen en ouders Wat is de inzet? We vragen op reguliere basis ouders en jeugdigen die zelf jeugdzorg hebben of hebben gehad om mee te denken hoe de jeugdzorg effectiever kan worden ingezet. Aan welke doelstelling draagt deze maatregel bij? ☐ 1 op 8 kinderen met jeugdzorg. ☒ Stabiliseren van de gemiddelde kosten per kind. Wat doen we al? Er zijn sinds 2023 meerdere ervaringsdeskundige professionals in dienst bij de gemeente. Deze ervaringsdeskundige professionals ondersteunen vanuit hun ervaringen de cliënten, de consulenten en de regisseurs. De eerste resultaten zijn veelbelovend. De hoge klanttevredenheid (gemiddeld een 9,3) laat zien dat de cliënten zich gehoord en begrepen voelen door de ervaringsdeskundigen. Consulenten en regisseurs geven aan dat zij door het perspectief van de ervaringsdeskundige beter zijn geworden in hun werk. Wat gaan we anders doen? Naast de inzet van de ervaringsdeskundige professionals willen we structureel en breder inzetten op de betrokkenheid van kinderen en hun ouders. Daarom gaan we de ervaringsdeskundigen breder inzetten. Wat is het effect van deze maatregel op de doelstelling? Deze maatregel levert op dat we beter op de hoogte zijn van hoe ouders en kinderen de door ons geïndiceerde jeugdzorg ervaren, aanvullend op het jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek. We krijgen zo meer zicht op wat er speelt en welke inzet effectief is.
Van de ervaringen willen we leren hoe we direct de passende jeugdzorg inzetten. Als trajecten nog lopen, kunnen we eerder bijsturen, waardoor we sneller effectieve jeugdzorg inzetten. Wat zijn de kanttekeningen bij deze keuze?
pagina 13
Grenzen aan indicaties We wijzen op eigen kracht Wat is de inzet? We passen de communicatie richting inwoners aan. We doen dit zo breed mogelijk, samen met onze partners willen we dezelfde boodschap vertellen. Het gaat bijvoorbeeld om algemene informatie de gemeentewebsite over jeugdzorg en om informatie die we per brief naar inwoners sturen over de indicatie van hun kind. Aan welke doelstelling draagt deze maatregel bij? ☒ 1 op 8 kinderen met jeugdzorg. ☐ Stabiliseren van de gemiddelde kosten per kind. Wat doen we al? Samen met onze partners informeren we onze inwoners op allerlei manieren: via websites, cursussen, brieven enzovoorts. We zien nog kansen als het gaat om het vertellen van één boodschap. De informatie op de website van de gemeente is bijvoorbeeld sterk gericht op geïndiceerde jeugdzorg. Bij vragen over opvoeden en opgroeien wordt bijvoorbeeld direct verwezen naar het doen van een melding voor jeugdzorg. Oplossingen binnen de eigen kracht, het sociaal netwerk of oplossingen in de sociale basis worden niet genoemd, terwijl dit in onze gespreksvoering wel benadrukt wordt. Wat gaan we anders doen? We werken samen met onze partners aan een gezamenlijke boodschap. Die verwerken we vervolgens in onze informatievoorziening aan inwoners. We passen de website en de brieven aan. De maatregel past ook in de beweging van normaliseren die we willen maken.
Wat is het effect van deze maatregel op de doelstelling? We verwachten dat deze maatregel leidt tot een gedragsverandering bij inwoners en dat inwoners hierdoor minder snel een aanvraag doen voor geïndiceerde jeugdzorg. Wat zijn de kanttekeningen bij deze keuze? Geen.
Normaliseren wordt de regel Wat is de inzet? Samen met onze partners in de stad, zoals het Sociaal Team, scholen en het CJG ontwikkelen we een visie op normaliseren. Met elkaar vertalen we dit vervolgens naar concrete interventies. Aan welke doelstelling draagt deze maatregel bij? ☒ 1 op 8 kinderen met jeugdzorg. ☐ Stabiliseren van de gemiddelde kosten per kind. Wat doen we al? Er zijn al veel gesprekken met partijen in de stad gevoerd over normaliseren. In juni 2024 vond bijvoorbeeld een bijeenkomst plaats tussen gemeente en Sociaal team over dit thema. Ook zijn er al meerdere gesprekken met de scholen gevoerd. Wat gaan we anders doen? In de komende periode willen we alle inzet rondom normaliseren omzetten in concrete veranderingen. Daarom sturen we aan op één lijn samen met onze partners. We willen hiermee bereiken dat we maatschappijbreed het gesprek over normaliseren op gang brengen. Wat is het effect van deze maatregel op de doelstelling? Met normaliseren bedoelen we het kantelen van het denken in hulp en zorg, naar het met elkaar leren omgaan met uitdagingen in het leven. Met deze brede aanpak willen we bereiken dat er een lager beroep op jeugdzorg wordt gedaan door ouders met kinderen met een lichte hulpvraag. Wat zijn de kanttekeningen bij deze keuze? Geen.
pagina 14
De financiële vertaling Netto besparing Maatregel
2025
2026
2027 e.v.
We voorkomen jeugdzorg door de samenwerking met de huisartsen uit te breiden We zorgen voor meer grip op de uitgaven door samenwerking met externe verwijzers te versterken (Berenschot J1) We voorkomen jeugdhulp door de nadelige gevolgen van complexe scheidingen te verminderen Met aangescherpte instructies bieden we de jeugdconsulenten heldere kaders (Berenschot J2) We stoppen met jeugdzorg zodra dat kan (Berenschot J2)
105.000
210.000
210.000
49.000
281.000
281.000
60.000
200.000
200.000
100.000
400.000
400.000
0
424.000
274.000
We geven geen indicaties meer af voor lichte hulp (Berenschot J5)
0
81.000
286.000
We leren en besparen daardoor (Berenschot J4)
115.000
231.000
173.000
We maken afspraken met het onderwijs over een eerlijker verdeling van jeugdzorgkosten (Berenschot J3) Met een aangescherpte normering zijn ouders vaker aan zet (Berenschot J3) Totaal
40.000
170.000
243.000
40.000
170.000
243.000
509.000
2.167.000
2.311.000
De uitvoering Maatregelen
Q1 ‘25 De 9 kernmaatregelen We voorkomen jeugdzorg door de samenwerking met de huisartsen uit te breiden We zorgen voor meer grip op de uitgaven door samenwerking met externe verwijzers te versterken We voorkomen jeugdhulp door de nadelige gevolgen van complexe scheidingen te verminderen Met aangescherpte instructies bieden we de jeugdconsulenten heldere kaders We stoppen met jeugdzorg zodra dat kan We geven geen indicaties meer af voor lichte hulp We leren en besparen daardoor We maken afspraken met het onderwijs over een eerlijker verdeling van jeugdzorgkosten Met een aangescherpte normering zijn ouders vaker aan zet Samenwerking in de toegang We blijven het Sociaal Team op scholen inzetten Hulpaanbod beter inrichten We versterken de opvoed- en opgroeiondersteuning We gaan van individuele hulp naar groepsaanbod We leren van ouders en kinderen Grenzen aan indicaties We wijzen op eigen kracht Normaliseren wordt de regel
pagina 16
Q2 ‘25
Q3 ‘25
Q4 ‘25
Q1 ‘26
Q2 ‘26
Q3 ‘26
Q4 ‘26