15 De Blaauwe Haan Bijlage 8 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.pdf
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Aan: College van B&W van de gemeente Gouda Van: MEES Ruimte & Milieu, namens De Blaauwe Haan BV Betreft: Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling voor de locatie Kattensingel 47 en 61-69 Datum 3 maart 2021 Projectnr.: 20011
1. INLEIDING Op de locatie van het voormalig kaaspakhuis aan de Kattensingel 61 – 69 en Kattensingel 47 (zie figuur 1), is de bouw van 59 woningen beoogd. Het oude kaaspakhuis met bedrijfsbestemming staat al enige tijd leeg. De hallen worden gesloopt om op deze plek een appartementengebouw en parkwoningen te realiseren. In de ruimte tussen de woningen is een openbaar, groen park voorzien, dat wordt verbonden met het naastgelegen Van Bergen IJzendoornpark. Figuur 1: Ligging projectlocatie met oude kaaspakhuis (bron luchtfoto: PDOK)
De locatie is bij uitstek geschikt voor wonen: de gunstige ligging ten opzichte van het stadscentrum met alle voorzieningen, veel groen nabij en een goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer geeft de
Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628
planlocatie voordelen om woningbouw te realiseren. De beoogde appartementen en parkwoningen vormen een goede aanvulling op de gewenste uitbreiding van het woningaanbod. Het vigerende bestemmingsplan "Nieuwe Park Wonen" (2011), staat de beoogde ontwikkeling niet toe. Aan het overgrote deel van de projectlocatie is namelijk de bestemming 'Bedrijf' toegekend (zie figuur 2), waar de functie wonen niet is toegestaan. Bovendien is de beoogde bebouwing niet passend binnen de kaders van de bouwregels van het vigerend bestemmingsplan. Figuur 2: Uitsnede bestemmingsplankaart “Nieuwe Park Wonen” (www.ruimtelijkeplannen.nl)
Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken, wordt een nieuw bestemmingsplan ter vaststelling aangeboden. Op dergelijke besluiten is het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) van toepassing. Deze aanmeldnotitie is de eerste stap in de procedure voor het uitvoeren van een vormvrije m.e.r.beoordeling. Aanleiding aanmeldnotitie Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In het gewijzigde Besluit m.e.r. is de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Door het college van de gemeente Hoeksche Waard dient een afzonderlijk besluit genomen te worden of een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat. In voorliggende aanmeldnotitie wordt gemotiveerd dat geen sprake is van aanzienlijke milieugevolgen, waardoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat.
Mees Ruimte & Milieu | ANM.20011.04
Pagina | 2
2. RELATIE MET PROJECTPLAN De realisatie van woningen op de projectlocatie kan worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject, welke is vermeld in bijlage D van het Besluit m.e.r. onder D 11.2. Tabel 1: Onderdeel D 11.2 (waarvan de procedure als bedoeld in de artikelen 7.16 tot en met 7.20 van de wet van toepassing is)
D 11.2
Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten
De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Omdat er geen 2000 of meer woningen worden gerealiseerd, is er geen m.e.r.-beoordeling nodig. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen, dient de vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. De vorm van een vorm-vrije m.e.r. is niet bepaald, maar de inhoud waar een m.e.r.-beoordeling aan dient te voldoen is wel bepaald (Bijlage III van de Europese richtlijn 2011/92/EU). In de vormvrije m.e.r. dient de volgende inhoud zijn vermeld: 1. 2. 3.
Kenmerken van de projecten; Plaats van de projecten; Kenmerken van het potentiële effect.
Onderstaand worden deze onderdelen nader toegelicht. 2.1. Kenmerken van het project Voor een weloverwogen beoordeling is het van belang dat de kenmerken van het project vermeld zijn. Het plangebied is gelegen aan de Kattensingel 61 – 69 en Kattensingel 47 in Gouda. Het is gesitueerd ten noordwesten van het historisch centrum en ligt ten zuiden van treinstation Gouda. Kadastraal is de locatie bekend als: gemeentecode GDA01, sectie H, perceel 1615, 1628, 1791, 2707, 3067 en 3962. Het plangebied wordt globaal omsloten door woonpercelen aan de Crabethstraat, de Kattensingel, de Van Swietenstraat en de Van Beverninghlaan met daarachter het Van Bergen IJzendoornpark (zie ook het eerdere figuur 1). Omvang van het project Het plan voorziet in de realisatie van 59 woningen. Langs de Kattensingel is een appartementencomplex voor 24 huurwoningen voorzien. Op het achterliggende terrein zijn 35 koopwoningen voorzien. De laatstgenoemde woningen zijn alle naar de binnenzijde toe gericht, waardoor een grotendeels omsloten binnenruimte ontstaat. In deze openbare ruimte tussen de bebouwing wordt een (openbaar toegankelijk) groen park gerealiseerd. Het park vindt aansluiting op het ten noorden gelegen (tevens openbaar toegankelijke) Van Bergen IJzendoornpark.
Mees Ruimte & Milieu | ANM.20011.04
Pagina | 3
Figuur 3 Voorgenomen toekomstige bestemming (Voorontwerp bestemmingsplan, 18-01-2021)
Cumulatie met andere projecten De projectlocatie is gelegen aan de rand van het historische centrum van Gouda. In de directe omgeving van de locatie is voornamelijk sprake van eensgezinswoningen en enkele gemengde voorzieningen. Voor zover bekend zijn er geen concrete plannen in de omgeving die gezamenlijk met dit project mogelijk tot nadelige effecten kunnen leiden. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Voor de realisatie van het project worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal, zoals beton, hout, staal en grond. Een andere locatie zal niet leiden tot minder gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Bij de beoogde ontwikkeling is geen sprake van productieprocessen. Productie van afvalstoffen Met het toekomstige gebruik van de projectlocatie worden geen afvalstoffen geproduceerd die op bijzondere wijze dienen te worden afgevoerd. Er is enkel sprake van huishoudelijk afval. Verontreiniging en hinder Wat betreft milieuhinder wordt voldaan aan de wettelijke normen dan wel maatregelen getroffen om gevolgen te voorkomen/beperken. De beoogde gebruiksfunctie wonen heeft geen relevante hinder tot gevolg (zoals productie van geluidhinder, geurhinder of stofhinder). Risico van ongevallen, vooral gelet op de gebruikte stoffen of technologieën Er is bij de beoogde ontwikkeling geen sprake van realisatie van risicovolle inrichtingen.
Het aspect externe veiligheid is beschouwd in de toelichting van het bestemmingsplan, groepsrisico en plaatsgebonden risico zijn in ogenschouw genomen. Het projectgebied is op dermate grote afstand van risicobronnen gesitueerd dat externe veiligheid niet van toepassing is op de ontwikkelingen die binnen dit gebied plaatsvinden.
Mees Ruimte & Milieu | ANM.20011.04
Pagina | 4
2.2. Plaats van het project Voor een weloverwogen beoordeling is het van belang dat, naast de locatiekenmerken, de plaats van het project nader beschouwd wordt. Bestaande grondgebruik Op de projectlocatie zijn twee hallen van het voormalig kaaspakhuis nog steeds aanwezig, echter niet meer in gebruik. Het overige deel van het terrein is grotendeels verhard. Dit dient als aanrijroute en parkeergebied. In het westelijke deel van het plangebied is een braakliggend terrein. De kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied is onderzocht. Nader onderzoek zal (na de sloopwerkzaamheden) worden uitgevoerd en op deellocaties zal sanering plaatsvinden om de locatie geschikt te maken voor de beoogde woonfunctie. Opnamevermogen van het natuurlijke milieu Van belang is om het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied te beschouwen. Dit hangt samen met de nabijheid tot natuurbeschermingsgebieden. Het projectgebied is niet gelegen in een Natura-2000 gebied, NNN, weidevogelleefgebied of gebied dat is beschermd als bijzondere houtopstand. Direct negatieve effecten op beschermde natuurgebieden kunnen hiermee worden uitgesloten. Indirecte negatieve effecten, door een toename in stikstofdepositie, zijn echter niet op voorhand uit te sluiten. Derhalve is een stikstofdepositieberekening (AERIUS-berekening) uitgevoerd.
De resultaten wijzen uit dat door de afstand tot de Natura-2000 gebieden en de aard van het tussenliggende gebied, geen (indirect) negatieve effecten van het initiatief te verwachten zijn. Er is geen sprake van significant negatieve effecten door een toename stikstofdepositie en kwaliteitsverlies dan wel versnippering van beschermde natuurgebieden als gevolg van de plannen is niet aan de orde. 2.3. Kenmerken van het potentiële effect De diverse milieuaspecten die een rol kunnen spelen, worden hieronder toegelicht. Mogelijke effecten worden in ogenschouw genomen voor wat betreft het bereik, grensoverschrijdend karakter, waarschijnlijkheid, duur, frequentie en onomkeerbaarheid.
Archeologie: Uit de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Gouda blijkt dat het projectgebied archeologische verwachtingswaarde heeft. Voor het bestemmingsplan heeft dit tot gevolg dat deze gebieden de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' hebben gekregen. Indien op deze gronden een bouwaanvraag wordt ingediend, dient de aanvrager te beschikken over een archeologievergunning voor bodemverstorende activiteiten. Hiermee is de bescherming van archeologische waarden voldoende gewaarborgd. Bedrijven en milieuzonering: De projectlocatie is te typeren als omgevingstype ‘rustige woonwijk’. In de toelichting van het bestemmingsplan zijn de richtafstanden beschouwd die behoren bij dit type gebied. De herontwikkeling van het projectgebied heeft geen nadelige gevolgen voor bestaande bedrijven in de omgeving en vice versa. Ecologie (soortenbescherming): Uit ecologisch onderzoek blijkt dat negatieve effecten voor beschermde soorten (waaronder Huismus, Gierzwaluw en vleermuis), als gevolg van de beoogde ontwikkeling, kunnen worden uitgesloten. Wel geldt de algemene zorgplicht. Geluid: Het gebruik als woonfunctie zorgt niet voor negatieve effecten op de omgeving. Wel is een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor toekomstige bewoners van belang.
Er zullen gevelmaatregelen getroffen worden om negatieve effecten van de gecumuleerde geluidsbelasting (voornamelijk als gevolg van wegverkeer over de Kattensingel) ter plaatse van het beoogde appartementencomplex te minimaliseren. Hogere grenswaarden worden aangevraagd, in verband met de (beperkte) overschrijding van de voorkeursgrenswaarde met betrekking tot spoorwegverkeer. Luchtkwaliteit: De beoogde ontwikkeling zal vanwege de omvang in niet betekenende mate bijdragen aan de heersende achtergrondconcentraties. Tevens voldoet de luchtkwaliteit op de projectlocatie aan de vastgestelde grenswaarden. Verkeer: Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, blijft de verkeersgeneratie nagenoeg gelijk. In vergelijking met het toegestane gebruik als kaaspakhuis, is sprake van een lichte afname in
Mees Ruimte & Milieu | ANM.20011.04
Pagina | 5
verkeersaantrekkende werking. De ontsluiting en infrastructuur wordt van voldoende capaciteit geacht om de verkeersstromen af te wikkelen. Water: Voor het plan is de watertoets doorlopen en wordt de normale procedure gevolgd. De totale omvang van verhard oppervlak in het plangebied neemt met de beoogde ontwikkeling af. Wat dit aspect betreft is sprake van een verbetering van de waterhuishoudkundige situatie, omdat hemelwater hierdoor beter kan infiltreren in de bodem. Met betrekking tot waterkwaliteit en riolering worden geen belemmeringen voorzien. Overleg met Hoogheemraadschap van Rijnland heeft plaatsgevonden. Hieruit blijkt dat de waterhuishoudkundige belangen nauwelijks in het geding zijn. Voor de werkzaamheden binnen de zonering van de waterkering zal wel een watervergunning worden aangevraagd.
Overige milieuaspecten Van de overige milieuaspecten (zoals externe veiligheid, bodem, gebiedsbescherming i.h.k.v. ecologie) wordt, op basis van de beoordeling die heeft plaatsgevonden in de voorgaande hoofdstukken, op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten.
3. VERZOEK Middels voorliggende aanmeldnotitie wordt het bevoegd gezag verzocht het besluit te nemen dat, gezien de kenmerken van het potentiële effect, geen nadere m.e.r.-beoordeling nodig is.
Mees Ruimte & Milieu | ANM.20011.04
Pagina | 6