10. A GL Kunst in de openbare ruimte
Tekst van het document
Technische vragen Van: Kejan Beemer Datum vraag: 11 april 2025 Onderwerp: Technische vragen inzake collectieplan kunst in de openbare ruimte Griffier: Lars van der Linden 1. Op pagina 6 van het collectieplan staat dat muurschilderingen niet meegenomen worden in dit collectieplan vanwege hun veelal of semipermanente staat. Komen het onderhoud en de regels omtrent semipermanente kunst en muurschilderingen voor in een ander beleid van de gemeente? 2. Een van de aandachtspunten van het collectieplan is de spreiding van de kunst over de stad. Hierin wordt benoemd dat bij nieuwe kunst gekeken moet worden naar spreiding over de stad. Is het mogelijk/toegestaan om bestaande kunst al beter te verspreiden over de stad? 3. Het collectieplan benadrukt dat er beperkte ruimte is voor uitbreiding. Kan verder geconcretiseerd worden wat deze beperkte ruimte betekent? Bijvoorbeeld om hoeveel verwachte kunstwerken dit gaat, hoeveel geld er beschikbaar is voor nieuwe kunstwerken? 4. Waar hangt de beschikbare ruimte van de uitbreiding van de collectie vanaf? 5. Kan concreter (in smart-geformuleerde doelen) worden aangegeven in de uitvoeringsagenda welke stappen gezet gaan worden om de doelen van diversiteit, onderhoud en herplaatsing te behalen? Welke stappen moeten gezet worden om een uitbreiding mogelijk te maken, wat houdt een verkenning in, enz.? 1.
Op dit moment heeft de gemeente geen specifiek beleid omtrent muurschilderingen. Muurschilderingen zijn doorgaans in eigendom van de gebouweigenaar en vallen daarmee niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Muurschilderingen zijn vaak niet permanent en vragen doorgaans om een specifieke aanpak m.b.t. onderhoud en herstel. De muureigenaar is daar zelf verantwoordelijk voor. 2. Het streven naar een betere geografisch spreiding van kunst over de stad is als onderdeel van het collectieprofiel opgenomen. Voor kunstwerken die al in de openbare ruimte staan is verplaatsing in beginsel niet wenselijk tenzij daar een specifieke aanleiding voor is. Onder meer omdat kunstwerken in de openbare ruimte vaak in relatie tot de directe omgeving staan en vanuit dat oogpunt door een kunstenaar zijn ontworpen. Een voorbeeld van een specifieke aanleiding is de herinrichting van de openbare ruimte waarbij er in de nieuwe situatie geen ruimte meer is voor het kunstwerk. 3. Het jaarlijks beschikbare budget voor kunst in de openbare ruimte is 45.000 euro (dit budget wordt jaarlijks geïndexeerd). Uit hetzelfde budget worden ook eventuele restauraties en de ontsluiting van de collectie gefinancierd. De totale kosten voor het realiseren van een nieuw kunstwerk zijn, afhankelijk van de wensen, zeer waarschijnlijk hoger dan het budget voor één jaar. Denk daarbij o.a.
aan het uitschrijven van een opdracht, selectie van kunstenaar en kunstwerk, verlenen opdracht incl. fair pay voor
kunstenaar, vergunningen, vervaardiging van het kunstwerk, transport, plaatsing en onderhoud. Dit betekent inderdaad dat er slechts beperkte financiële ruimte is voor uitbreiding van de collectie. 4. Zie vraag 3. 5. Met het collectieplan worden de kaders ten aanzien van kunst in de openbare ruimte gesteld. De uitwerking en uitvoering daarvan zal plaatsvinden gedurende de looptijd van het collectieplan. Gezien het beperkte budget zal dit hoofdzakelijk in groot onderhoud gaan, zeker in de eerste periode. Hoewel begrijpelijk, maakt dit het smart-er maken van ambities ingewikkeld.