091 A LG Jeugdbescherming aanvullend
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord
: Leefbaar Gouda : 12 oktober 2023 : Jeugdbescherming, aanvullend op eerder gestelde vragen : Lars van der Linden : 25-10-2023
Vraag 2:
75 Ots-en hebben dus langer dan een jaar geduurd. Hoeveel tijd zat er tussen het uitspreken van de kinderbeschermingsmaatregel en de eerste jeugdhulpbepaling?
Deze gegevens zijn niet beschikbaar.
In hoeveel gevallen is een OTS geëindigd door o Voogdijmaatregel o Gezagsbeëindiging van de ouders o Dat het kind volwassen is geworden o Is overgegaan in een begeleid wonen traject
In de beantwoording van de vorige raadsvragen heeft Jeugdbescherming west gemeld dat in 2022 100 ondertoezichtstellingen zijn afgesloten. Bij nadere bestudering van de cijfers is Jeugdbescherming west erachter gekomen dat er een technische storing zat in het systeem, waardoor een aantal duplicaties naar voren zijn gekomen. Graag corrigeren zij de cijfers: Dit betekent dat in 2022 in de gemeente Gouda 35 ondertoezichtstellingen korter dan één jaar zijn afgesloten en zijn 34 ondertoezichtstellingen afgesloten die langer dan één jaar hebben geduurd (in totaal dus 69 afgesloten ondertoezichtstellingen).
In 2023 zijn 29 ondertoezichtstellingen afgesloten binnen het jaar en 28 ondertoezichtstellingen zijn afgesloten die langer dan één jaar hebben geduurd (dat komt neer op 57 ondertoezichtstellingen).
De gegevens over de redenen voor beëindiging van een OTS zijn opgevraagd en zullen worden nagezonden wanneer deze beschikbaar zijn. Vraag 3:
In vraag 1 wordt gesteld dat er op dit moment 242 cliënten worden begeleid. Er zijn er slechts 189 waar zorg aan verleend wordt. Wat doet men met de overige 53? Een GI mag geen zorg verlenen en binnen 6 weken na de beschikking dient er een PvA te zijn, 2 weken daarna dient er een jeugdhulpbepaling te zijn aangevraagd.
In de beantwoording van 11 oktober 2023 is er inderdaad aangegeven dat er 189 cliënten verwezen zijn door een gecertificeerde instelling naar jeugdhulp. Het kan echter ook zijn dat er al zorg is ingezet voordat de jeugdbeschermingsmaatregel is afgegeven door een andere verwijzer. Deze zorg kan doorlopen tijdens de maatregel.
Hierdoor ligt het werkelijke aantal jeugdigen met jeugdhulp tijdens een maatregel hoger. Daarnaast kan het ook zijn dat de jeugdige nog op een wachtlijst staat bij een zorgaanbieder, waardoor nog geen bepaling jeugdhulp is aangevraagd. Als een jeugdige op een wachtlijst staat, wordt er in sommige gevallen pas een bepaling jeugdhulp aangevraagd als de jeugdige bijna aan de beurt is. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het aantal jeugdigen met een jeugdhulpbepaling en een maatregel hoger ligt dan de 189 jeugdigen uit de vorige beantwoording. Vraag 4:
Hoe komt men aan deze cijfers? Is er rekening gehouden met het woonplaatsbeginsel? Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat hier kinderen in geteld zijn die in Gouda in een pleeggezin zitten maar uit Breda komen. En wat met kinderen waarvan de gezaghebbende ouders in Gouda wonen maar het kind in Utrecht in een instelling zit.
Het woonplaatsbeginsel is inderdaad leidend en daar is rekening mee gehouden bij het genereren van de cijfers. De cijfers hebben betrekking op kinderen die Gouda als woonplaats hadden voor een machtiging uithuisplaatsing.
De meerderheid van de machtigingen UHP worden afgegeven op verzoek van de RvdK. Het kind zou al UHP zijn zonder dat JBW hierbij betrokken is. Dit is vreemd omdat de RvdK alleen bij hoge uitzondering direct een UHP vraagt, meestal alleen in acute noodsituaties. In de meeste gevallen zal de rechter eerst een OTS uitspreken waarna de GI na ander onderzoek alsnog vraagt om een UHP.
Het beeld dat in deze vraag wordt geschetst sluit niet aan bij de feiten, zie daarvoor de eerdere beantwoording.
De GI zullen kijken naar de mogelijkheden om kinderen z.s.m. terug te plaatsen: o Hoeveel kinderen zijn daadwerkelijk teruggeplaatst? En specificeer den andere opties: >18 jaar,
Jeugdbescherming west is bezig om ervoor te zorgen dat de terugplaatsingen automatisch uit het systeem gehaald kunnen worden. Op dit kan dit echter nog niet en om deze reden kunnen deze gegevens nog niet weergegeven worden. o
In 2023 zijn er 39 machtigingen UHP afgesloten bij JBW. InQ1 zijn het er nog 0 waar JBW bij betrokken is. Graag een toelichting.
Binnen de vraag worden twee dingen met elkaar vergeleken. De afgesloten machtigingen en aangevraagde machtigingen zijn twee verschillende dingen en kunnen om deze reden niet vergeleken worden. Er zijn 39 machtiging uithuisplaatsingen afgesloten in 2023. In Q1 2023 heeft Jeugdbescherming west nul uithuisplaatsingen zelf aangevraagd. o
Waarom is men niet in staat om te vertellen waar deze kinderen blijven? Dat moet toch uit de BRP te halen zijn?
Er kan wel worden gedeeld waar de jeugdigen verblijven tijdens een machtiging uithuisplaatsing. Dit is met u gedeeld in de bijlage van de raadsmemo “actuele
ontwikkelingen in de jeugdbescherming en ingezette maatregelen in regio MiddenHolland” op 30 augustus 2023:
o
Worden er bij elke UHP-doelen voor thuisplaatsing opgesteld?
Bij ieder gezin waarbij er sprake is van een ondertoezichtstelling met machtiging uithuisplaatsing worden er doelen opgesteld gericht op thuisplaatsing of gericht op het onderzoeken van de mogelijkheden van thuisplaatsing. Vraag 5:
Het antwoord is ons niet geheel duidelijk. Kan e.e.a. nog nader worden uitgelegd.
De opdracht die een jeugdbeschermer krijgt gaat over het acuut en structureel veilig laten opgroeien van de jeugdige. De opdracht die de jeugdbeschermer krijgt van de rechtbank is niet primair gericht op het oplossen van een conflictscheiding. Bij het borgen van de acute en structurele veiligheid kan de conflictscheiding een rol spelen, omdat een jeugdige bijvoorbeeld klem is komen te zitten vanwege de strijd van ouders. De jeugdbeschermer spant zich bij het uitvoeren van de ondertoezichtstelling in om de acute en structurele veiligheid te borgen en daarbij kan het zijn dat zij ouders doorverwijzen naar gespecialiseerde hulp, zodat ouders werken aan het oplossen van de spanningen die een conflictscheiding met zich meebrengt. Indien de ingezette hulp onvoldoende effect heeft op het borgen van de acute en structurele veiligheid van de jeugdige kan dat gevolgen hebben voor de ondertoezichtstelling. In uiterste gevallen kan er verzocht worden om een uithuisplaatsing. Vraag 8:
Hoe controleert de gemeente dat?
De gemeente Gouda heeft afspraken gemaakt met alle gecontracteerde Gecertificeerde Instellingen dat zij in principe alleen naar gecontracteerde aanbieders doorverwijzen (die daarmee dus ook voldoen aan de benodigde kwaliteitseisen). Bij een wens van de Gecertificeerde Instelling om door te verwijzen naar een niet
gecontracteerde aanbieder, gaan zij in overleg met de gemeente of zij voldoen aan de kwaliteitseisen. Vraag 9:
Het antwoord lijkt te zinspelen op de inzet van het familiegroepsplan; Echter in maar 3% van de casuïstiek wordt dit ingezet. Kan de gemeente onderbouwd aangeven in hoeverre JBW zich aan de wettelijke verplichting houdt dat JBW dit ook daadwerkelijk inzet?
Hier wordt niet het familiegroepsplan bedoeld, maar een gezinsplan dat samen met elk gezin wordt opgesteld. Financiën Vraag1:
Dit is vreemd. Een OTS kost conform de VNG-tarieven ca 10K per jaar per client, een UHP ca 12K per jaar per client. Deze bedragen lijken totaal niet aan te sluiten. Of moeten hier de bedragen die aan JBW uitgegeven worden nog aan toegevoegd worden. Als dit de gemiddelde kosten zijn dan zijn er heel veel cliënten waar geen kosten aan uitgegeven worden als we rekening houden met het aantal cliënten wat in de jeugdbescherming zit.
In deze financiële berekening zijn alleen de kosten beschreven die de gemeente Gouda betaald aan Jeugdbescherming West voor het uitvoeren van een OTS. De hulpverleningskosten, waarbij Jeugdbescherming West als verwijzer optreedt, moeten hier nog aan worden toegevoegd.
Komen deze cijfers, alsmede de cijfers onder 2 overeen met wat er in de begrotingen en verslagen van de gemeente is opgenomen?
Dit zijn cijfers uit het databestand van de gemeente Gouda. Voor het opmaken van begrotingen en verslagen van de gemeente Gouda worden uit hetzelfde databestand gegevens opgehaald. Vraag 4:
Is het mogelijk dat wij als fractie de voorbereidende stukken die JBW aanlevert in te zien in het kader van de toezichthoudende rol van de Raad
De data die Jeugdbescherming West aanlevert, zijn verwerkt in de beantwoording van deze en van eerdere vragen. Met vriendelijk groet, Jan de Koning