09 De Blaauwe Haan Bijlage 2 Bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
t
Actualiserend NEN-bodemonderzoek, asbest in bodem-/puinonderzoek en verhardingsonderzoek ter plaatse van Kattensingel 47, 61 en 62-69 te Gouda
Actualiserend NEN-bodemonderzoek, asbest in bodem-/puinonderzoek en verhardingsonderzoek ter plaatse van Kattensingel 47, 61 en 62-69 te Gouda
Definitief
In opdracht van Opgesteld door Projectnummer Documentnaam
Datum
SENS Real Estate Koala Milieu Advies 18014_01 F:\Project\ALG\18014_VO Kattensingel 61 en 62_ Gouda\9_Rapportage\9.9_Bodemonderzoek_O&A\2018 1128.18014_.r01_con2.docx 29 november 2018
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Kwaliteit 1.3 Referentiekader 1.4 Leeswijzer
1 1 1 2 3
2
Locatiegegevens 2.1 Projectgegevens en beschrijving locatie 2.2 Historisch en huidig gebruik van de locatie 2.3 Bodemopbouw en hydrologie 2.4 Verontreinigingssituatie
4 4 5 6 7
3
Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden 3.1 Onderzoeksstrategie 3.2 Veldwerk 3.3 Veldgegevens fase 1 en 2 3.4 Analyses
12 12 13 17 22
4
Resultaten en interpretatie 4.1 Analyseresultaten asfalt 4.2 Analyseresultaten puinverharding 4.3 Analyseresultaten grond 4.4 Analyseresultaten grondwater
24 24 25 26 32
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
33
Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9:
Overzichtstekening en kadastrale kaart Situatietekening Verontreinigingssituatie Veldformulieren en onafhankelijkheidsverklaringen Boorbeschrijvingen Getoetste analyseresultaten Analysecertificaten Fotoreportage Bodemrapportage Hoste Milieutechniek BV (27 januari 2015)
Opgesteld door Koala Milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
1
Inleiding
1.1
Algemeen
Koala Milieu Advies voert in opdracht van SENS Real Estate een actualiserend NEN-onderzoek (conform NEN 5740), asbest in bodem/puinonderzoek (conform NEN 5707/5897) en een verhardingsonderzoek (conform CROW 201) ter plaatse van Kattensingel 47, 61 en 62-69 in Gouda. De locatie aan de Kattensingel 62-69 was ten tijde van het onderzoek in gebruik voor productie, op- en overslag van (Goudse) kaas. Binnen de perceelsgrens, op huisnummer 61, bevindt zich tevens nog een woonhuis. De oppervlakte van de locatie is ca. 11.200 m2 en kadastraal bekend als gemeente Gouda, sectie H, nrs. 1615, 1628, 2707 en 3067 (alle geheel). De locatie ligt tussen de Beverdinghlaan en de Kattensingel, ten noorden van het centrum van Gouda (zie bijlage 1 en 2). SENS Real Estate overweegt het terrein aan te kopen en te (laten) herontwikkelen tot een woonlocatie met grondgebonden woningen. Hiervoor is inzicht nodig in de huidige bodemverontreinigingssituatie alsmede (globaal) inzicht in de kwaliteit van de verhardingsmaterialen en de hergebruiksmogelijkheden van grond en verharding.
Het doel van het onderzoek is het beoordelen: · van de globale bodemopbouw; · wat de hergebruiksmogelijkheden zijn van de verhardingen en het funderingsmateriaal onder de verhardingen (indicatieve toetsing Besluit bodemkwaliteit); · of sprake is van een geval van ernstige (water)bodemverontreiniging (toetsing Wet · bodembescherming); · wat de hergebruiksmogelijkheden zijn van de grond en het slib (indicatieve toetsing Besluit bodemkwaliteit); · in hoeverre de locatie of delen ervan geschikt voor het beoogde gebruik. De waarnemingen van de 1e fase van het onderzoek (september 2018) gaven aanleiding tot vervolgonderzoek (november 2018). In deze rapportage beschrijven wij de resultaten van het gehele onderzoek. 1.2
Kwaliteit
De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform een gecertificeerd kwaliteitssysteem (ISO9001:2015 en VCA**). Veldwerk is uitgevoerd door gecertificeerde medewerkers voor de BRL SIKB 2000: VKB-protocol 2001 voor het plaatsen van boringen, protocol 2002 voor het nemen van grondwatermonsters en protocol 2018 voor de maaiveldinspectie en het nemen van grondmonsters voor asbestonderzoek. De analyses zijn uitgevoerd door het milieulaboratorium Synlab (voorheen Alcontrol Laboratories) te Hoogvliet (RvA geaccrediteerd). Koala en haar toeleveranciers hebben geen financiële of juridische belangen met betrekking tot het eigendom van de locatie.
Opgesteld door Koala milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
pagina 1 van 34
1.3
Referentiekader
De onderzoeksresultaten voor grond en grondwater zijn getoetst aan de hand van de achtergrond- en interventiewaarden voor grond en de streef- en interventiewaarden voor grondwater uit de Circulaire bodemsanering 2013 en de Regeling bodemkwaliteit (Besluit bodemkwaliteit). In dit rapport passen wij de volgende terminologie toe voor grond en grondwater: - Gehalten / concentraties beneden of gelijk aan de achtergrondwaarde/streefwaarde (<AW/S): niet verhoogd/verontreinigd. - Gehalten / concentraties boven de achtergrondwaarde/streefwaarde (>AW/S) en beneden of gelijk aan de tussenwaarde (<T): licht verhoogd/verontreinigd. - Gehalten / concentraties boven de tussenwaarde (>T) en beneden of gelijk aan de interventiewaarde (<I): matig verhoogd/verontreinigd. - Gehalten / concentraties boven de interventiewaarde (>I): sterk verhoogd/verontreinigd. De interventiewaarden (I) geven aan dat bij overschrijding van deze waarden de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. In dat geval is er mogelijk sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De achtergrondwaarden/streefwaarden (A/S) geven het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit.
De gemiddelde waarde van de achtergrond-/streef- en de interventiewaarde, (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde' (T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige bodemverontreiniging. Ter bepaling van de hergebruiksmogelijkheden zijn de op basis van het lutum- en organische stofgehalte gecorrigeerde analyseresultaten van de grond(meng)-monster(s), indicatief getoetst aan de generieke normwaarden van het Besluit bodemkwaliteit. Voor zover bekend hanteert de gemeente Gouda / Omgevingsdienst Midden-Holland geen gebiedsspecifieke normwaarden. De aanwezige puinverharding en de onder de asfaltverhardingen aangetroffen stabilisatielagen worden indicatief getoetst aan de aan de toetsingswaarden (hergebruiksnorm) van het Besluit bodemkwaliteit voor grond. Hiermee wordt een indicatie verkregen over mogelijk hergebruik buiten de locatie. Op basis van eluaatonderzoek door middel van schudproeven wordt de definitieve hergebruikscategorie bepaald. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 6. Het onderzoek naar de teerhoudendheid van het asfalt volgt de CROW publicatie 210 - Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt (juni 2015). Uitgangspunt voor de werkzaamheden is dat het asfalt grotendeels is aangebracht voor 1995. Het aantal te boren asfaltkernen is afhankelijk van de oppervlakte.
Het laboratoriumonderzoek voor asfalt bestaat in eerste instantie uit een onderzoek naar de laagopbouw en een kwalitatieve analyse op het teergehalte met de PAK-marker (rapportagegrens 250 mg/kg). Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk indien uit onderzoek met de PAK-marker blijkt dat een laag teerhoudend is (PAK >250 mg/kg.ds.). Wanneer op basis van de PAK-marker geen uitsluitsel is te geven over aanwezigheid van PAK (gehalte <250 mg/kg) zijn vervolganalyses (GCMS, Gaschromatografie Massaspectrometrie) noodzakelijk. Hierbij dient te worden onderzocht of het gehalte aan PAK de hergebruikgrens van 75 mg/kg overschrijdt en als teerhoudend moet worden beschouwd. Bij PAK-gehalten lager dan 75 mg/kg wordt het asfalt als niet-teerhoudend beschouwd en is hergebruik mogelijk. Opgesteld door Koala milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
pagina 2 van 34
Het aantal analyses wordt in dat geval bepaald op basis van de omvang van het te verwijderen asfalt en de mogelijkheid tot het samenstellen van mengmonsters. 1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 beschrijven wij de locatiegegevens gevolgd door de onderzoeksstrategie en de uitgevoerde werkzaamheden in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 beschrijft de onderzoeksresultaten en de interpretatie ervan. Ten slotte staan in hoofdstuk 5 de conclusies en eventuele aanbevelingen.
Opgesteld door Koala milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
pagina 3 van 34
2
Locatiegegevens
2.1
Projectgegevens en beschrijving locatie
In het onderstaande overzicht zijn de projectgegevens opgenomen. Tabel 1: Locatiegegevens Opdrachtgever Adresgegevens
Locatie
Coördinaten Bestemming
adres gemeente
: : :
SENS Real Estate Kattensingel 47, 61, en 62-96 Gouda
ligging oppervlakte kadastrale gegevens
: : :
bebouwing fundering bebouwing kabels en leidingen kabels en leidingen tekening grondwaterbeschermingsgebied X Y huidige bestemming toekomstige bestemming
: : :
zie bijlage 1 en 2 circa 11.200 m2 Gouda, sectie H, nrs. 1615, 1628, 2707 en 3067 (alle geheel) Ja (1912, 1930, 1935 en 1969) Ja Ja (KLIC) Ja (KLIC incl. huisaansluitingen) Nee 108.229 447.593 Industrie/bedrijventerrein Wonen
: : : :
Bebouwing en verhardingen Een groot deel van de locatie is bebouwd met: · twee bedrijfshallen met elk een oppervlakte van circa 2.550 m2; · een aan de noordelijke hal aangebouwde woning (uit 1935); · een kantoorgebouw (ca. 150 m2, 1930) op het westelijke deel; · een recentere woning op het zuidwestelijke deel (Kattensingel 61, ca 170 m 2). Het noordelijk bedrijfspand is in fasen gebouwd vanaf 1912 met een laatste bouwfase in 1969. In dat jaar is tevens de zuidelijk loods gebouwd. De panden zijn in 1971 met elkaar verbonden. De inpandige vloeren bestaan uit beton van onbekende dikte. Bekend is wel dat deze vloeren dermate dik zijn dat het doorboren voor eventueel milieuonderzoek niet mogelijk is. Binnen deze panden heeft namelijk vanaf het begin de productie, opslag, rijping en het smelten van kaas plaatsgevonden. Gelet op het gewicht van de machines en met name de massa van de opgeslagen kazen en dientengevolge hoge vloerbelasting, verklaart dit de dikte van de vloeren. Verder bevonden zich in het verleden op het noordwestelijke deel van het terrein een tweetal houten loodsen en een kolenbunker. Een groot deel van het onbebouwde terrein is verhard met asfalt (circa 1970 m2), een puingranulaatverharding (repac; circa 2.000 m2) en kleine oppervlaktes met tegels. De voormalige sloot is verhard met betonplaten. Langs en naast de bebouwing zijn diverse stroken onverhard.
Het asfalt dateert naast een viertal verbetervakken van 1971. Op basis van dit jaartal gaan wij ervan uit dat dit asfalt teerhoudend is. De herkomst en kwaliteit van de puinverharding niet bekend. Mogelijk bevindt zich onder de asfaltverharding een puinverharding. Op basis van luchtfoto’s onderzoek stellen wij vast dat in 2014 op perceel 3078 grondverzet is uitgevoerd waarbij een op een folie grond/puinverharding is aangebracht. Zowel de Omgevingsdienst Midden Holland als de huidige opdrachtgever bevestigen dit. In de bestudeerde digitale archieven is hierover geen informatie teruggevonden. Opgesteld door Koala milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
pagina 4 van 34
Ondergrondse opslagtanks Buiten de bebouwing is op drie locaties sprake van vier ondergrondse opslagtanks voor benzine en HBO: · één ten westen van de aangebouwde woning (10.000 liter HBO); · twee ten noordwesten van de ‘nieuwe’ loods (beide benzine 6.000 liter, uit 1938); · één benzinetank in de tuin van het huidige woonhuis aan de Beverninghlaan 12, op de onderzoeksgrens op het noordelijk gelegen perceel 1878. Geen van de tanks is meer in gebruik. Er zijn bij beide benzinetank locaties geen afgiftezuilen, vul- en/of ontluchtingspunten meer zichtbaar. We gaan ervan uit dat het leidingwerk verwijderd is. De huidige eigenaar geeft aan dat mogelijk een aantal tanks inmiddels is verwijderd (zie verder hieronder bij historisch en huidig gebruik, par. 2.2). Gedempte wetering Op het noordelijk deel van het terrein liep tot circa 1957 de J. van Zwollewetering . Deze had een breedte van enkele meters en is waarschijnlijk (volgens oude kaarten) in 1959 gedempt met materiaal van onbekende herkomst. De gedempte wetering is nog terug te zien aan het maaiveld doordat de bovenzijde is verhard met betonplaten. Deze platen zijn volgens opgave van een bewoner in 2009 onderheid. Locatie algemeen en omgeving locatie Het grootste deel van de bebouwing en de locatie maakt een verwaarloosde indruk. Het bedrijfsterrein is in noordwestelijke richting afgesloten met een hek.
Ten noordwesten van het hek ligt een braakliggend terrein. Verder is de locatie omringd door woningen waarvan de tuinen grenzen aan de onderzoekslocatie. Op het zuidwestelijk deel van de locatie bevindt zich een kleine volkstuin. In bijlage 1 is een overzichtstekening van de locatie opgenomen en een kadastraal overzicht. Bijlage 2 bevat een situatietekening met hierin de boorpunten en peilbuizen weergegeven. 2.2
Historisch en huidig gebruik van de locatie
Voor het aanvullende historische onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: · Historisch onderzoek 2008 door CSO (zie tabel 3 rapport 3); · Landelijk Bodemloket; · Beschikbare onderzoeksrapporten (zie bronnenlijst onderaan dit rapport te zien als generieke bronvermelding); · Informatie verkregen van de huidige eigenaar (20 en 21 september 2018); · Informatie van/via opdrachtgever (diverse mails periode juli-sept. 2018); · Geoloket (website) en vragen aan de bodembalie van de ODMH (20 september 2018); · Kadaster online; · BAG-viewer; · Topotijdreis.nl; · luchtfoto’s Globespotter en Google Maps; · Dino-loket; · Locatiebezoek op 19 juli 2018. De onderzoekslocatie betreft Kattensingel 47, 61 en 62-69 te Gouda, waar in het verleden deels bodembedreigende bedrijfsactiviteiten hebben plaatsgevonden. Opgesteld door Koala milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
pagina 5 van 34
In de periode tot 1890 was hier sprake van een wasserij. De toen gebruikte reinigingsmiddelen geven geen aanleiding om een bodemverontreiniging te vermoeden. De gebouwen werden destijds verwarmd met kolenkachels. De bijbehorende kolenopslag was min of meer centraal gelegen op de huidige onderzoekslocatie. De asladen van de kachels werden op het terrein geleegd. Vanaf 1938 is sprake van een Kaashandelmaatschappij Gouda N.V. welke twee ondergrondse benzinetanks (6.000 l) met aftapinrichting in gebruik had. Eén ondergrondse benzinetank (6.000 l) met pomp was gelegen zuidelijk van de Van Beverninghlaan (noordelijk van een sloot). De andere ondergrondse benzinetank was zuidelijk van de sloot en ten westen van het woonhuis gelegen. Vanaf of daarvoor is het bedrijf Kaashandel Paul B.V. op de locatie gevestigd. Beide ondergrondse tanks en pompen zijn volgens het archief van de ODMH dan niet meer aanwezig hetgeen een bevestiging is van de informatie van het huidige eigenaar. In 2004 is bij Milieudienst Midden Holland een anonieme asbestmelding verricht. Deze melding kan verband houden met een op het perceel met nummer 47 gelegen loods. Deze loods is in 2013 gesloopt. Uit een asbestinventarisatie van november 2013 blijkt dat in en om de gesloopte loods diverse stukken asbestplaatmateriaal zijn aangetroffen.
Of, wanneer en in hoeverre deze asbestplaatresten destijds zijn verwijderd, is niet bekend. Mogelijk dat de genoemde grondwerkzaamheden in 2014 hier mee verband houden. Op 3 maart 2009 en 17 juli 2018 zijn voorafgaand aan de veldwerkzaamheden locatie-inspecties uitgevoerd. Op de Kattensingel 62 is nog steeds het bedrijf ‘Kaashandel Paul’ gevestigd. Een aantal gebouwen zijn niet meer in gebruik. Er vindt nog steeds opslag plaats in de loodsen. De aanwezige asfaltverharding is met uitzondering van een aantal verbeteringsvakken ongewijzigd. Het terrein is in gebruik als parkeerterrein. De aanwezige loods (2009) op het westelijke deel is verwijderd (zie hierboven). 2.3
Bodemopbouw en hydrologie
Onderstaande beschrijving geeft de bodemopbouw en geohydrologie op basis van eerder onderzoek en de gegevens uit het DINO-loket en de grondwaterkaart van Nederland (Blad Gorinchem, 1979) weer. Bodemopbouw De maaiveldhoogte in Gouda varieert van -2,5 m tot NAP-niveau en bedraagt ter plaatse van de locatie gemiddeld circa 1,0 m-NAP. De regionale bodemopbouw is globaal als volgt geschematiseerd (zie tabel 2):
Opgesteld door Koala milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
pagina 6 van 34
Tabel 2: Regionale bodemopbouw Meters t.o.v. NAP Geologische omschrijving 1,5 – 0,5 Ophooglaag
0,5 – -0,5 -0.5 – -7,0 -7,0 – -30,0
Formatie van Echteld Formatie van Nieuwkoop Formatie van Echteld en Kreftenheye
Lithostratigrafie
Lithologie
Antropogeen
Puinhoudend zand en/of klei – heterogene samenstelling Kleiig venig zand Veen en klei Matig fijn tot grof zand
Deklaag Hollandveen 1e watervoerend pakket
Het doorlaatvermogen (transmissiviteit) van het eerste watervoerend pakket bedraagt circa 1.000 tot 1.500 m 2/dag. Grondwaterbeweging De locatie ligt in een gebied waar regionaal zowel kwel als infiltratie kan optreden. In het gebied rondom het centrum van Gouda treedt voornamelijk infiltratie op. In de polders (met name de zuidwestelijk van de onderzoekslocatie gelegen Zuidplaspolder) heerst een kwelsituatie. Het ondiepe grondwater staat op circa 1,0 m-mv. Het grondwater in het eerste watervoerend pakket stroomt regionaal in west tot zuidwestelijke richting in de richting van de Zuidplaspolder. In Gouda vinden op enkele punten relatief grote grondwateronttrekkingen plaats ten behoeve van de industrie. Het grondwater wordt onttrokken uit het tweede en derde watervoerende pakket en heeft nauwelijks invloed op de regionale grondwaterstromingsrichting in het eerste watervoerend pakket. 2.4
Verontreinigingssituatie
Overzicht beschikbare gegevens Gegevens over de algemene bodemkwaliteit is afgeleid uit het Geoloket van de Omgevingsdienst Midden-Holland. De locatiespecifieke onderzoeksgegevens zijn afkomstig uit het landelijke bodemloket, het Geoloket en/of zijn beschikbaar gesteld door opdrachtgever. Tabel 3 geeft een overzicht van de geraadpleegde rapporten van eerdere onderzoeken op de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen. Algemene bodemkwaliteit Volgens de bodemkwaliteitskaart (ontgravingskaart) van de Omgevingsdienst is de boven- en ondergrond van het noordelijke deel van de locatie geschikt voor ‘wonen’ en het zuidelijke deel ‘industrie’. Toepassingseis voor de gehele locatie is ‘wonen’.
Opgesteld door Koala milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
pagina 7 van 34
Tabel 3: Overzicht rapporten onderzoekslocatie en aangrenzende terreinen Naam/ soort onderzoek
Locatie
Datum
Kenmerk
Opgesteld door
In opdracht van:
Kattensingel, Gouda
24-4-1989
90638
Wiha Grondmechanica
Kaashandel Paul B.V.
Kattensingel, Gouda
12-10-1989
90920
Wiha Grondmechanica
Van Beverninghlaan 7A en 13 (huidig Kattensingel 62 en Van Beverninghlaan 12) Kattensingel 62 en Van Beverninghlaan 12 te Gouda Van Beverninghlaan 20 t/m 23 te Gouda
4-11-2008
08L150-79
CSO Adviesbureau
Kaashandel Paul B.V. Milieudienst Midden-Holland
14-5-2009
08L250-50
CSO Adviesbureau
Milieudienst Midden-Holland
27-1-2015
U15-0102
Hoste Milieutechniek B.V.
Gemeente Gouda
Van Swietenstraat 26, Gouda Van Beverninghlaan 6, Gouda Van Swietenstraat 26, Gouda Van Swietenstraat 26, Gouda Van Beverninghlaan 6, Gouda Van Beverninghlaan 5, Gouda
sep-99
J.99.0090.AD/ER1
Consulmij B.V.
Milieutec B.V.
apr-95
95.10554/LH
Milieutec B.V.
8-10-1998
J.98.332.AG/4062
Lexmond Milieu adviezen B.V. Consulmij B.V.
15-1-1999
tanknr. G.024
Mileutec
16-3-1995
RKFK/M.94.782
Mileutec
jun-11
20111222_a1RAP
Geofox-Lexmond B.V.
okt-94
94.5996/RL
10-8-1989
89.1110/wl
14. Indicatief milieuonder zoek
Van Beverninghlaan 6, Gouda Crabethstraat/Kattensingel, Gouda Kattensingel, Gouda
7-9-1988
VA-4088
15. Oriënterend milieuonderzoek
Kattensingel, Gouda
11-10-1988
VA-4088-A Gouda
16. Gebruik moestuin
Van Beverninghlaan 15 te Gouda Op het terrein aan de Crabethstraat 39 te Gouda Kattensingel 5-79 te Gouda Centrum en Nieuwe Park te Gouda-tracés 1 en 2
25-10-2004
09703.04.MD.B.GB
5-12-2001
8.101.416.110
Lexmond Milieu adviezen B.V. Lexmond Milieu adviezen B.V. Raadgevend Ingenieursbureau Inpijn-Blokpoel Arkel B.V. Raadgevend Ingenieursbureau Inpijn-Blokpoel Arkel B.V. Milieudienst Midden-Holland Fugro Milieu Concult B.V.
8-2-2017
?
11-9-2015
R0011231933FWHmvg-V02-NL
Onderzoeken op locatie 1. Rapport indicatief milieutechnisch bodemonderzoek 2. Rapport aanvullend indicatief milieutechnisch bodemonderzoek 3. Historisch onderzoek
4. Oriënterend onderzoek
5. Rapportage indicatief bodemonderzoek Onderzoeken rondom de locatie 6. Evaluatierapport bodemsanering 7. Evaluatie sanering 8. Rapportage 'Nader bodemonderzoek' 9. Werkplan tank-, grond- en grondwatersanering 10. Tank- en grondsanering 11. Verkennend bodemonderzoek
12. Verkennend en aanvullend milieukundig bodemonderzoek 13. Aanvullend bodemonderzoek
17. Verkennend milieukundig bodemonderzoek 18. Melding Tijdelijk uitplaatsen BUS sanering 19. Verkennend bodemonderzoek
Spectrum HSE Technology Tauw B.V.
Mevr. J.M. van Eijden-Roseboom Dhr. Ir. H. de Jong Milieudienst Midden-Holland Bouwbedrijf W.G. Groenen B.V.
Van Wijnen Projectontwikkeling West B.V.
Oasen N.V.
Bodeminformatie op de locatie Voor zover bekend zijn op de onderzoekslocatie zelf vijf bodemonderzoeken verricht (nummers 1-5), waarvan een historisch bodemonderzoek (3). In de twee rapporten uit 1989 (nrs. 13 en 14) staat vermeld dat in de tweede helft van de jaren zestig een ondergrondse olietank (10.000 l) afgevuld is met zand. De ondergrondse benzinetank (6.000 l), zuidelijk van de sloot, werd gebruikt ten behoeve van de bedrijfsauto’s en is in 1969 opgeruimd. Ter plaatse van de ondergrondse benzinetank (10.000 l) is in de bovenlaag geen verontreiniging aangetoond. Nabij de kolenberging is een lichte oliegeur van 1,1 tot 1,2 m-mv waargenomen. Voor zover bekend zijn alleen monsters geanalyseerd op lood, zink en PAK en niet op minerale olie. Opgesteld door Koala milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
pagina 8 van 34
De ondergrondse benzinetank (6.000 l) met pomp noordelijk van de voormalige sloot is destijds niet onderzocht. Bij het onderzoek zijn over het algemeen zware metalen en PAK in een licht verhoogd gehalte aangetroffen. In de ondergrond is een sterk verhoogd gehalte lood aangetroffen, te relateren aan de bijmenging van koolas. Het grondwater is niet boven de streefwaarde verontreinigd. Het onderzoek van CSO (2009) betreft een oriënterend onderzoek ter hoogte van de ondergrondse tanklocaties. Hieruit blijkt onder meer op diverse locaties bijmenging met kolenresten, sintels en puin zijn aangetroffen tot een maximale diepte van 3,5 m-mv. Er is uitsluitend onderzoek gedaan naar aan de olieopslag te relateren componenten minerale olie en vluchtige aromaten. Bij geen van de tanklocaties worden matig tot sterk verhoogde concentraties met minerale olie en/of vluchtige aromaten in grond en/of grondwater aangetroffen. Uit het onderzoek van Hoste (2015) op het zuidwestelijke deel van de locatie is aan het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In een mengmonster van de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) is geen sprake van een overschrijding van de achtergrondwaarde. Het grondwater is niet onderzocht.
Overige informatie op de locatie In oktober 2018 is een asbestinventarisatie uitgevoerd van de gebouwen op de onderzoekslocatie (AllFibers, Kattensingel 61-69 te Gouda, AF-180913 van 11 oktober 2018). Uit deze inventarisatie blijkt dat in beide loodsen, de woningen, de portiersloge en de werkplaatsen op diverse plaatsen zowel in als aan de bouwwerken asbest is verwerkt. Plaatselijk is sprake van beschadiging en verwering van het aangetroffen asbestverdachte materiaal. Bodeminformatie buiten de locatie Ten noordoosten van de locatie aan de Van Beverninghlaan 6 (perceel 2967; rapporten 7, 10 en 12) is in 1995 bij het verwijderen van een ondergrondse huisbrandolietank aan de achterzijde van het pand, een bodemsanering uitgevoerd. Hierbij is in grond en grondwater een lichte restverontreiniging achtergebleven. Op het naastgelegen perceel met huisnummer 5 is ter plaatse van een ondergrondse opslagtank voor huisbrandolie geen hieraan te relateren verontreiniging in grond en/of grondwater aangetroffen. De Milieudienst Midden-Holland heeft in 2004 een brief verzonden aan de bewoner van de Van Beverdinghlaan 15 (16) die zich zorgen maakte over de bodemkwaliteit in relatie tot het gebruik als moestuin van het terrein achter (ten zuidoosten van) de woningen. Hiervoor is geen bodemonderzoek uitgevoerd.
Onder verwijzing naar het onderzoek van Wiha uit 1989 (1 en 2) wordt geconcludeerd dat er geen directe aanleiding is om hier bodemverontreiniging te verwachten. Aan de Crabethstraat 39 (17), in het noordwesten grenzend aan de oude kaasopslagloods op onderhavige onderzoekslocatie, is in de puinhoudende ondergrond sprake van licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en EOX, met uitzondering van lood, dat in een mengmonster matig verhoogd is aangetroffen. In de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met arseen, chroom en naftaleen. Op de hoek van de Crabethstraat en de Kattensingel (huisnummer 70-71; rapporten 13, 14 en 15) zijn in de bovengrond zink en lood in een matig verhoogd gehalte zijn aangetroffen. PAK verbindingen en cyanide zijn in een licht verhoogd gehalte in de bovengrond aangetroffen. In het grondwater is minerale olie licht verhoogd aangetroffen. Opgesteld door Koala milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
pagina 9 van 34
Het onderzoek van Lexmond (13) geeft evenwel aan dat het om zeer lokale verontreinigingen gaat. In dat onderzoek zijn namelijk geen verhoogde concentraties aangetroffen. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een heterogeen verdeelde verontreiniging. Tenslotte zijn er bij een tracéonderzoek (19) aan de Kattensingel (tracé 2) in de bovengrond zware metalen, met name lood in licht tot sterk verhoogde concentraties, aangetroffen. Minerale olie, PAK en PCB worden hier in een licht verhoogde concentratie aangetroffen, asbest is niet aangetoond. Voor de graafwerkzaamheden in het tracé is in 2017 een BUS melding tijdelijk uitplaatsen gedaan (18) in verband met de verontreiniging met lood. Samenvatting en conclusie vooronderzoek Op basis van de uitgevoerde in de periode 1989 en 2015, is gebleken dat: · De boven- en ondergrond over het algemeen plaatselijk licht tot sterk (boven de achtergrond- resp. interventiewaarde) verontreinigd is met zware metalen, met name lood, minerale olie en PAK. · De minerale olieverontreiniging is aangetroffen in de grond bij de ondergrondse hbo-tank en ter plaatse van de gedempte wetering. · PAK-verontreiniging is aangetroffen bij de kolenbunker maar ook op diverse andere delen in de grond van de locatie. Dit laatste ten gevolge van bijmengingen met koolas en koolresten.
· Bij de twee overige tanklocaties zijn in de grond en het grondwater destijds geen noemenswaardige verontreinigingen aangetroffen. · In het grondwater op het overige deel van de locatie zijn destijds geen noemenswaardig verhoogde concentraties zware metalen, minerale olie en/of PAK (onder andere naftaleen) en aromaten aangetroffen. Opgemerkt dient te worden dat de genoemde onderzoeken (1-5) beperkt qua omvang waren (weinig monsterpunten en analyses) en de resultaten inmiddels deels sterk verouderd zijn. De onderzoeken hebben naar de huidige maatstaven een indicatief karakter. Resultaten uit de overige in de omgeving van de locatie uitgevoerde onderzoeken, bevestigen bovenstaand beeld. Op de grens van onderhavige onderzoekslocatie zijn geen puntbronnen aanwezig die een risico vormen voor de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie en specifieke aandacht behoeven. Voor zover bekend zijn er geen waarnemingen gedaan die duiden op asbest in de bodem. De locatie rondom de gebouwen is volledig verhard. De bodem onder de verharding is vooralsnog niet-asbest verdacht (asbestinventarisatie (oktober 2018). Hypothese Op basis van deze informatie concluderen wij dat: - De boven- en ondergrond op de gehele locatie inclusief de kolenbunker, maar met uitzondering van de gedempte wetering en de ondergrondse tanklocaties, is licht tot sterk verontreinigd met zware metalen en/of PAK.
Het grondwater is ten hoogste licht verontreinigd; - Ter plaatse van de ondergrondse opslagtanks wordt een ten hoogste matige verontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten aangetroffen in grond en grondwater; - Het dempingsmateriaal in de wetering is licht tot sterk verontreinigd met zware metalen, PAK, asbest en minerale olie. De eventuele onderliggende sliblaag is mogelijk verontreinigd met bestrijdingsmiddelen;
Opgesteld door Koala milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
pagina 10 van 34
- Het asfalt, met uitzondering van de zichtbare verbetervakken, is teerhoudend en komt niet in aanmerking voor hergebruik; - De aanwezige puinverhardingen (eventueel ook aanwezig onder het asfalt) is licht tot sterk verontreinigd met zware metalen en PAK. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat dit materiaal niet asbestverdacht is; - De bodemkwaliteit ter plaatse van de bebouwing is onbekend.
Opgesteld door Koala milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
pagina 11 van 34
3
Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden
3.1
Onderzoeksstrategie
Het uit te voeren onderzoek volgt de NEN 5740 en de NEN 5707/5897. ·
·
·
·
Hierbij wordt voor het gehele terrein inclusief bebouwing (5.420 m 2), maar exclusief de gedempte wetering de strategie VED-HE-NL (verdacht, diffuse bodembelasting, nietlijnvormig, heterogeen verdeeld) gehanteerd (totaal ca 10.700 m2); De drie ondergrondse tanklocaties worden afzonderlijk actualiserende onderzocht, conform strategie VEP-OO, gebruikmakende van de bestaande en bruikbare peilbuizen. De boringen worden deels gecombineerd met het VED-HE-L-onderzoek; De gedempte wetering wordt onderzocht overeenkomstig de strategie VED-HE-L (verdacht, diffuse bodembelasting, lijnvormig, heterogeen verdeeld). Lengte is 100 meter, breedte is 5 m (totaal 500 m2); Daarnaast wordt onderzocht in hoeverre asbest in de bodem en/of puinverharding (1.000 m2) kan worden verwacht door middel van een asbestonderzoek conform de NEN 5707 en 5897. Het asbestonderzoek-bodem is uitgevoerd op de onbebouwde onverharde bovengrond (ca. 2.300 m2). Het onderzoek ter plaatse van het asfalt (ca. 2.400 m2) is indicatief. Hierbij wordt in eerste instantie volstaan met het monstermateriaal onder het asfalt uit de kernboringen.
Tenslotte worden overeenkomst de CROW publicatie 210 en de bijbehorende RAW-proeven het asfalt onderzocht op teerhoudendheid. Uitgangspunt is één homogeen wegvak van vóór 1995 (ca. 2.200 m2). Totaal oppervlak verbetervakken (ná 1995) is circa 200 m2. Voorafgaand aan het asbest- en het asfaltonderzoek is conform bijbehorend protocol maaiveldinspectie uitgevoerd. Om een indruk te krijgen van de aanwezigheid van asbest in de bodem wordt bij elke boring/inspectiegat een boven- en ondergrondmonster genomen. Van de monsters van de meest verdachte laag wordt een mengmonster samengesteld dat op de aanwezigheid van asbest wordt onderzocht. Afhankelijk van de mate van puin in het te bemonsteren materiaal wordt zoveel mogelijk de NEN 5707 (grond) of de NEN 5897 (puin) gevolgd. Voorafgaand aan het onderzoek vindt er voor zover mogelijk een maaiveldinspectie plaats conform de NEN 5707/5897. Indien hierbij asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen, wordt dit als verzamelmonsters aangeboden aan het laboratorium en op asbest onderzocht. De resultaten van het onderzoek zijn indicatief. De herbruikbaarheid van de aanwezige verharding wordt in eerste instantie bepaald aan de hand van een NEN-puinanalyse (‘bouwstoffenpakket’), waardoor hiervoor een indicatie wordt gekregen. Aanvullend kan een eluaatonderzoek worden uitgevoerd.
Indien er mede uit het indicatieve deel van het asbestonderzoek zou blijken dat er asbest wordt aangetroffen, wordt de locatie als asbestverdacht aangemerkt. Pas dan achten wij het zinvol om een volledig nader onderzoek asbest in bodem/puin conform NEN 5707/5897 uit te voeren. In geval wij geen asbest in de bodem en/of puin aantreffen, stellen wij voor om in overleg met de Omgevingsdienst Midden-Holland te treden over de vervolgstappen voor een asbestonderzoek.
Opgesteld door Koala milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
pagina 12 van 34
In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de uit te voeren boringen en analyses uitgaand van een locatie met een oppervlakte van circa 10.000 m 2. Tabel 4: Boorplan en overzicht geplande analyses Diepte boringen/gaten (m/- Veldwerk mv/verharding) Aantal Aantal Boringen/gaten Peilbuizen/ /kernen doorboren
Analyses Grond/ verhardingsmateriaal
Grondwater
2 NEN-grondwater**
Gehele terrein m.u.v. deellocaties 0,5 2,0
18 4
2
4 NEN-grond (verdachte bovenlaag) 1 NEN-grond (verdachte onderlaag)
3 tanklocaties 2,0 (onderzijde tanks)
4
3***
4 minerale olie/org. stof
4 minerale olie en vluchtige aromaten
Gedempte wetering 2,0 (onderzijde sliblaag)
2
1
1 NEN/bestrijdingsmiddelen-grond
1 NEN-grondwater
Asfalt < 1995 Asfalt > 1995
(5)3 (2)
-
5 PAK-marker 2 PAK-marker
Asbest en hergebruik puin Onder asfalt (9) (3) 2 asbest puin (indicatief) en 2 NEN-puin4 Puinverharding (6) (2) 1 asbest puin (26 kg) en 1 NEN-puin Overig onverhard (9) (3) 2 asbest grond (12 kg)(evt. 1 AVM2) Gedempte wetering (3) (1) 1 asbest grond/puin en 1 NEN-puin Totaal 28 6 * NEN-grond: (BG=bovengrond; OG=ondergrond) organisch stofgehalte, lutum, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, som-PCB’s, PAK-10, minerale olie (GC). ** NEN-grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, aromaten (benzeen, tolueen, ethyleen, xylenen, naftaleen en styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen, minerale olie (GC). ***Indien er geen bestaande peilbuizen worden aangetroffen worden 3 boringen extra afgewerkt met een peilbuis. 2 AVM (asbestverzamelmonster) wordt onderzocht als uit de maaiveldinspectie visueel waarneembaar asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Dit wordt als verzamelmonster aan het laboratorium aangeboden voor analyse. 3 Het graven van asbestinspectiegaten, het boren van asfaltkernen en het doorboren voor asbestonderzoek wordt gecombineerd uitgevoerd met het overige boorwerk. NB: de aantallen tussen haakjes betreffen bemonsteringen uitgevoerd in combinatie met andere veldwerkzaamheden.
Ingeval de veldwaarnemingen en eerste analysegegevens daar aanleiding toe geven kan het noodzakelijk zijn dat aanvullende onderzoek wordt uitgevoerd. Bij onderhavig onderzoek bleek dit het geval te zijn. Hierna volgt een beschrijving van de veldwerkzaamheden en de resultaten van het gehele onderzoek, fase 1 en 2. Ter plaatse van de bebouwing kon geen onderzoek worden uitgevoerd. We gaan ervan uit dat ten behoeve van de herinrichting (dus in het kader van de aanvraag Omgevingsvergunning) hier nog aanvullend onderzoek noodzakelijk is. 3.2
Veldwerk
3.2.1
Fase 1
Uitvoering algemeen Het veldwerk is uitgevoerd op 20 en 21 september (grondbemonstering) en 1 oktober (grondwaterbemonstering) 2018 (fase 1) door de heer L. Thijssen van De Bodem Expert B.V.
Opgesteld door Koala milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
pagina 13 van 34
De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en 2018. De onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 4. Voorafgaand aan het onderzoek is een KLIC-graafmelding gedaan bij het Kadaster. Er was geen sprake van een ‘Eis voorzorgsmaatregel’. Boringen zijn geplaatst met inachtneming van voldoende veiligheidsmarge ten opzichte van de uit de KLIC bekende ligging van de ondergrondse leidingen. Uitvoering onderzoek asfaltverharding Het onderzoek naar de teerhoudendheid van het asfalt volgt CROW publicatie 210 - Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt (juni 2015). De onderzoeksinspanning is gebaseerd op het uitgangspunt dat het asfalt grotendeels is aangebracht voor 1995. Het aantal te boren asfaltkernen is afhankelijk van de oppervlakte. Het te onderzoeken asfaltoppervlak bestaat uit 1 aaneengesloten vlak dat is aangebracht voor 1995, oppervlakte circa 1.740 m2 met daarin een zestal vakken die vermoedelijk van na 1995 zijn met een totaal oppervlak van circa 200 m 2. Voor een oppervlakte van 100 - 500 m2 zijn 2 asfaltboringen benodigd. Voor elke 500 m² meer is één boring extra nodig. In totaal zijn 10 asfaltkernen genomen waarvan drie in de vakken van na 1995. Hiervan zijn twee onderzocht op laagopbouw en met de PAK-marker. Van de zeven kernen in het asfalt ouder dan 1995 zijn er vijf onderzocht. Hieronder het overzicht.
Tabel 5: verrichte veldwerkzaamheden asfaltonderzoek Deellocatie
Oppervlakte (m2)
6 verbetervakken > 1995 Overig asfalt < 1995
200 1.740
Aantal kernen (onderzocht) 3 (2) 7 (5)
Boringnummers
Datum
K02, K03 en K03A K01, K04-K06, P03, P03a en P05
20-9-2018 20-9-2018
Bij een aantal boringen is onder het asfalt ook beton aangetroffen (boringen K05 en P03A). Deze verharding is niet verder onderzocht. Uitvoering onderzoek verhardingsmateriaal (stabilisatielaag onder asfalt en puinverharding) Alle boringen in het asfalt zijn doorgezet tot de onderzijde van de aanwezige onderliggende fundatielaag (indien aanwezig). Een aantal boringen is dieper doorgezet tot maximaal 3,0m-mv in verband met het reguliere bodemonderzoek. Bij het veldonderzoek is (in het kader van het bodemonderzoek naar asbest) het percentage bepaald aan bodemvreemde bijmenging (bvb) aan het materiaal onder het asfalt. Gebleken is dat dit materiaal (de laag tot circa 0,5 meter onder asfalt/beton grotendeels een gehalte bvb bevatte lager dan 50%, hetgeen betekent dat het niet als verhardingsmateriaal maar als bodem dient te worden beoordeeld. Onder het asfalt bij boring K06 en P05 is wel een stabilisatielaag aangetroffen. Zie onderstaande tabel voor een overzicht van de uitgevoerde werkzaamheden. Tabel 6: verrichte veldwerkzaamheden onderzoek asfalt en verhardingsmateriaal Deellocatie
Oppervlakte (m2)
Asfalt ZO locatie Puinverharding ZW Puinverharding NW
970 1.000 1.000
Aantal boringen 2 4 7
Boringnummers
Aard verharding
Datum boringen
Boormeester
K06 en P05 A01 en A03-A05 A02 en A06-A10
Baksteen-puingranulaat Puingranulaat/Repac Puingranulaat/Repac
20-9-2018 20 en 21-9-2018 20 en 21-9-2018
L.L. Thijssen L.L. Thijssen L.L. Thijssen
Uitvoering bodemonderzoek en asbest in bodemonderzoek Het onderzoek is gebaseerd op de NEN 5740, de doelstelling van het onderzoek, de conclusies uit het vooronderzoek en de geformuleerde hypotheses. Het onderzoek is gecombineerd uitgevoerd. De locatie is verdeeld in de volgde terreindelen met bijbehorende onderzoeksopzet:
Opgesteld door Koala milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
pagina 14 van 34
Het gehele terrein inclusief bebouwing (5.420 m2), maar exclusief de gedempte wetering, volgens de strategie VED-HE-NL (verdacht, diffuse bodembelasting, niet-lijnvormig, heterogeen verdeeld) gehanteerd (totaal ca 10.000 m2). De drie ondergrondse tanklocaties (P01, P02 en P03) zijn afzonderlijk actualiserend (ten opzichte van het onderzoek uit 2009) onderzocht conform strategie VEP-OO. Hierbij is deels gebruik gemaakt van nog bestaande (02 en 04) peilbuizen. De overige voormalige peilbuizen zijn niet meer aangetroffen en derhalve herplaatst (P01, P02 en P03A). Een aantal van deze boringen zijn ook gebruikt voor het VED-HE-NL-onderzoek (boringen P01-P03A). De gedempte watergang wordt onderzocht overeenkomstig de strategie VED-HE-L (verdacht, diffuse bodembelasting, lijnvormig, heterogeen verdeeld). Lengte is 100 meter, breedte is 5 m (totaal 500 m 2). Daarnaast is onderzocht in hoeverre asbest in de bodem en/of puinverharding (puinverharding: 2 deellocatie/ruimtelijke eenheden á ca. 1.000 m 2) kan worden verwacht door middel van een asbestonderzoek conform de NEN 5707 en 5897. Het asbestonderzoek-bodem heeft betrekking op de onbebouwde onverharde bovengrond (ca. 1.200 m2). Het asbest in bodemonderzoek ter plaatse van het asfalt (ca.
1.940 m 2) is indicatief, omdat de minimale monstergrootte (10 kg drooggewicht) niet wordt gehaald in verband met te weinig monstermateriaal uit de boorkernen onder de asfaltverharding (diameter 12 cm). Zie voor het overzicht van de veldwerkzaamheden de tabellen 7 en 8 Tabel 7: verricht veldwerkzaamheden fase 1 regulier bodemonderzoek Terreindeel
Strategie
Gehele locatie
Oppervlakte (m2) 10.000
VED-HE-NL
Boringen 26
Peilbuizen 2
Tanklocatie P01 Tanklocatie P02 Tanklocatie P03
100 100 150
VEP-OO VEP-OO VEP-OO
1 1 2
1 1 2
Gedempte watergang
500 (100 m1 bij 5 m1)
VED-HE-L
3
1
Boringnummers A01-A14, K01-K06 en P01-P06 P01 P02 P03 en P03A S01, S02 en P04
Peilbuisnummers 40 en A05
Datum boringen 20 en 219-2018
Boormeester
P01 P02 02 en P03 P04
21-9-2018 21-9-2018 20-9-2018
L.L. Thijssen L.L. Thijssen L.L. Thijssen
21-9-2019
L.L. Thijssen
L.L. Thijssen
Tabel 8: verricht veldwerkzaamheden fase 1 asbest in bodemonderzoek Terreindeel
Oppervlakte (m2)
Strategie
doorgeboord
Nummers
Nummers doorgeboord
Datum
Boormeester
NEN5707
Inspectiegaten/boringen 6
Overig onverhard deel
1.200
3
A14, P01 en P02
20 en 219-2018
L.L. Thijssen
1.000
NEN5897
4
2
A01 en A05
NEN5897
6
-*
1.940
NEN5707 en -5897
9
4
21-92018 21-92018 20-92018
L.L. Thijssen
1.000
A11-A14, P01 en P02 A01, A03A05 A6-A10
Puinverharding ZW Puinverharding NW Onder asfalt (indicatief)
A05 en P02
L.L. Thijssen
K01-K06, K03, K05, L.L. Thijssen P03, P03A P03 en en P06 P03A Gedempte 500 NEN5707 3 1 S01, S02 P04 21-9L.L. Thijssen watergang en P04 2019 * In verband met aanwezige fundering was doorboren niet mogelijk. Boringen A05 en P02 worden als representatieve vervangende boringen beschouwd.
Opgesteld door Koala milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
pagina 15 van 34
In totaal zijn in de eerste fase 30 boringen uitgevoerd, waarvan 20 als inspectiegat en 10 in asfalt: 20 tot circa 0,5 m-mv en 4 tot 2,0 m-mv. Boring K05 is uitgevoerd tot circa 1,2 m-mv. Hiervan zijn 5 als peilbuis zijn uitgevoerd. Aanvullend zijn de bestaande peilbuizen 02 en 40 gebruikt. Voor de veldgegevens van de grondwaterbemonstering wordt verwezen naar par. 3.3. 3.2.2
Fase 2
Aanleiding In verband met het zowel zintuigelijk als analytische aantonen van verontreinigingen tijdens fase 1 is een fase 2 veld- en analytisch onderzoek uitgevoerd. Hierna volgt kort de aanleiding per deellocatie en in de tabellen 9 en 10 worden de aanvullende werkzaamheden weergegeven: 1. Loodverontreiniging in grond bij boringen K05, P03A en P03; 2. Minerale olieverontreiniging in grond bij tank P02; 3. Minerale olie- en aromatenverontreiniging in grond en grondwater bij tank P03; 4. Minerale olieverontreiniging in grond onder het asfalt bij K01 en K02; 5. Asbestverontreiniging in grond onder het asfalt bij K01-K04. Uitvoering algemeen Het veldwerk is uitgevoerd op 8 en 15 november 2018 (grondbemonstering) en 15 november (grondwaterbemonstering) 2018 (fase 1) en op 8 (grond) en 14 (grondwater) november 2018 (fase 2) door de heer L. Thijssen van De Bodem Expert B.V. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002. De onafhankelijkheidsverklaringen zijn opgenomen in bijlage 4. Tabel 9: verricht veldwerkzaamheden fase 2 regulier bodemonderzoek (1-4) Verdachte locatie
Aanleiding
Strategie
Boringen -
Peilbuizen nvt
Boringnummers -
Peilbuisnummers nvt
Datum boringen -
Boormeester
Lood K05, P03 en P03 Tanklocatie P02
Grond: lood >T Grond: MO >T
NEN5740 (uitsplitsing) NTA 5755
5
1
M. van Diek
5
2
8-11-2018
M. van Diek
NTA 5755
7
1
K101-K106
P201 (snijdend filter) P301 (snijdend filter) en P302 K104 (snijdend filter)
8-11-2018
NTA 5755
P201, P202 en P204P206 P301-P305
Tanklocatie P03
Grondwater: benzeen > I
Minerale olie K01 en K02
Grond: MO>I
8-11-2018
M. van Diek
-
Het uitvoeren van een nader asbestonderzoek in de puinverharding onder de centraal gelegen asfaltverharding (boringen K01-K04) bleek technisch niet mogelijk zoals gepland en vereist. Bij boring K201 (niet op tekening, direct naast K201A) is een verhardingsboring met een diameter van 35 cm gestart, maar deze kon na het doorboren van de asfaltverharding niet worden doorgezet door de onderliggende puinverharding (boor sloeg vast). Vandaar dat de strategie is aangepast naar boringen met een geringere diameter en uitvoering met een geoprobe conform BRL 2101. Dit had echter tot gevolg dat het vereiste gewicht aan monstermateriaal, ondanks het verhogen van het aantal boringen van 5 (35 cm) naar 8 (12 cm) niet voldoende was om aan het protocol NEN5897/5707 te voldoen. Het resultaat is derhalve indicatief.
Opgesteld door Koala milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
pagina 16 van 34
Tabel 10: verricht veldwerkzaamheden fase 2 asbest in bodemonderzoek (5) Verdachte locatie
Aanleiding
Strategie
Noordwestelijk deel asfalt Zuidoostelijk deel Asfalt
Puin AMM01: asbest >I PuinAMM01: asbest >I
NEN5897 NEN5897 (ind.)*
Inspectiegaten/boringen 1 (35 cm)
doorgeboord -
4 (12 cm)
4
Nummers K201
Nummers doorgeboord -
Datum
Boormeester
8-11-2018
M. van Diek
K107A en K107A en 15-11-2018 M. van Diek K202K202-K204 K204 Noordwestelijk Puin AMM01: NEN5897 4 (12 cm) 2 201A en 201A en 15-11-2018 M. van Diek deel asfalt asbest >I (ind.)* K205K205-K207 K207 * Afgeleid van NEN5897. Indicatief onderzoek vanwege onvoldoende monstermateriaal door noodzakelijke vermindering boordiameter.
Tijdens fase 2 zijn in totaal 27 boringen verricht waarvan 9 voor het asbestonderzoek (K201 gestuit, en K107A) en 17 voor het overige onderzoek. K07 is een aanvullende poging geweest om ter plaatse van de voormalige kolenslagplaats een boring te plaatsen. Deze is echter ook gestuit. Er zijn geen aanvullende boringen verricht in verband met de matige loodverontreiniging. De uitsplitsing van de analysemonsters gaf hier geen aanleiding toe. 3.3
Veldgegevens fase 1 en 2
De ligging van de boringen is weergegeven in de situatietekening in bijlage 2. In bijlage 5 zijn de gedetailleerde boorbeschrijvingen weergegeven met de bodemopbouw en de diepten waarop grondmonsters zijn genomen. De zintuiglijke waarnemingen en eventuele afwijkingen zijn eveneens in deze bijlage weergegeven. In tabel 11 worden de zintuigelijke afwijkingen weergegeven. Als leidraad voor herkenning van de ligging van de boringen geldt dat A boringen betrekking hebben op het overige onverharde gebied (incl. de zichtbare repak-verharding), K boringen op boringen door asfaltverharding, P boringen op tanklocaties en S boringen op de gedempte waterloop. Alle 10-tal nummeringen hebben betrekking op fase 1 onderzoek. Voor fase 2 geldt dat de K100-serie op het aanvullend onderzoek naar de minerale olieverontreiniging onder asfalt betrekking hebben, de K200-serie op het asbestonderzoek (incl. K107A) en de P200- en P300serie op het aanvullend onderzoek bij respectievelijke tanklocatie P02 en P03. Tabel 11: Zintuiglijke afwijkingen fase 1 en 2 Boring A01
Diepte boring (m -mv) 2,00
A02 A03 A04 A05
0,50 0,50 0,50 3,00
A06 A07 A08 A09 A10 A11 A12 A13 A14 K01
0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 2,00 0,60
Opgesteld door Koala milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 1,00 - 1,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 1,00 - 1,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,11 0,11 - 0,60
Grondsoort
Zand
Zand
Zand Zand Zand Zand
Waargenomen bijzonderheden Volledig puin Sterk veenhoudend Volledig puin, Zeil onder puinverharding Sterk puinhoudend, uiterst grindhoudend Volledig puin, Zeil onder puinverharding Volledig puin, Zeil onder puinverharding Sterk veenhoudend Volledig puin Volledig puin Volledig puin Volledig puin Volledig puin Resten planten Resten planten Resten planten Resten wortels Volledig asfalt Uiterst puinhoudend, zwak grindhoudend, matig oliehoudend, zwakke oliegeur, matige olie-water reactie
pagina 17 van 34
Boring K02
Diepte boring (m -mv) 0,60
Traject (m -mv) 0,00 - 0,13 0,13 - 0,60
K03
2,00
K03A K04
0,32 0,65
K05
1,08
K06
0,60
K07
0,50
K101
0,60
0,00 - 0,35 0,35 - 1,00 0,00 - 0,32 0,00 - 0,15 0,15 - 0,65 0,00 - 0,05 0,05 - 0,50 0,50 - 0,58 0,00 - 0,05 0,05 - 0,40 0,40 - 0,60 0,00 - 0,09 0,09 - 0,50 0,00 - 0,11 0,11 - 0,60
K102
1,00
K102A
0,60
K103
2,00
K104
K105
K106
2,50
1,00
2,00
K107A
2,00
K201
0,30
K201A
1,00
Zand
0,00 - 0,11 0,11 - 0,60
0,60 - 1,00 0,00 - 0,13 0,13 - 0,60
Zand
0,00 - 0,10 0,10 - 0,40 0,40 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 2,00 0,00 - 0,05 0,05 - 0,35
Zand Veen
0,35 - 0,50
Zand
0,50 - 1,00 2,00 - 2,50 0,00 - 0,08 0,08 - 0,40
Zand Veen
0,40 - 0,80
Zand
0,80 - 1,00
Zand
0,00 - 0,08 0,08 - 0,40 0,40 - 0,60 0,60 - 1,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 0,00 - 0,08 0,08 - 1,50
Zand Klei Veen
0,10 - 0,20 0,20 - 0,30 0,00 - 0,08 0,08 - 0,50 0,50 - 1,00
Opgesteld door Koala milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
Grondsoort
Zand
Waargenomen bijzonderheden Volledig asfalt Sterk puinhoudend, sporen olie, zwak grindhoudend, zwakke olie-water reactie Volledig asfalt Sporen puin Volledig asfalt Volledig asfalt Volledig grind Volledig asfalt Volledig beton Volledig baksteen Volledig asfalt Volledig beton, brokken asfalt Uiterst baksteen houdend, brokken puin Volledig asfalt Volledig grind Volledig asfalt Uiterst puinhoudend, zwak grindhoudend, matig oliehoudend, zwakke oliegeur, matige olie-water reactie Volledig asfalt Uiterst puinhoudend, zwak grindhoudend, matig oliehoudend, zwakke oliegeur, matige olie-water reactie Sterk puinhoudend Volledig asfalt Sterk puinhoudend, sporen olie, zwak grindhoudend, zwakke olie-water reactie Volledig asfalt Uiterst puinhoudend, zwak grindhoudend, sterk beton houdend Sterk puinhoudend, sterk houthoudend Brokken veen, sporen puin Sterk kleinhoudend Volledig asfalt Uiterst puinhoudend, zwak grindhoudend, sterk beton houdend Sterk puinhoudend, sterk houthoudend, resten olie, sterke oliegeur, matige olie-water reactie Brokken veen, sporen puin Sterk kleinhoudend Volledig asfalt Uiterst puinhoudend, zwak grindhoudend, sterk beton houdend Brokken veen, sterk puinhoudend, zwak oliehoudend, zwakke oliegeur, zwakke olie-water reactie Sterk puinhoudend, sterk oliehoudend, sterke oliegeur, sterke olie-water reactie Volledig asfalt Uiterst puinhoudend, zwak grindhoudend, sterk beton
houdend Volledig baksteen Brokken veen, geen, geen olie-water reactie Geen, geen olie-water reactie Matig kleinhoudend Volledig asfalt Uiterst puinhoudend, zwak grindhoudend, sterk beton houdend Volledig slakken Sterk puinhoudend, volledig asfalt Volledig asfalt Uiterst puinhoudend, zwak grindhoudend, sterk beton houdend Sporen baksteen, sporen metselpuin, sporen beton
pagina 18 van 34
Boring K202
K203
K204
K205
Diepte boring (m -mv) 1,00
2,00
1,00
1,00
Traject (m -mv) 0,00 - 0,08 0,08 - 0,50
Grondsoort
0,50 - 1,00
Zand
0,00 - 0,08 0,08 - 1,10 1,10 - 1,30
Zand
1,30 - 1,50 0,00 - 0,08 0,08 - 0,50
Zand
0,50 - 1,00
Zand
0,00 - 0,08 0,08 - 0,50 0,50 - 1,00
K206
1,00
0,00 - 0,08 0,08 - 0,50 0,50 - 1,00
K207
1,00
P01
2,30
P02
2,50
P03
P03A
P04
3,00
2,00
2,50
Zand
0,00 - 0,08 0,08 - 0,50 0,50 - 1,00
Zand
0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 2,30 0,00 - 0,05 0,05 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50
Zand Zand Veen
1,50 - 2,50 0,41 - 0,70
Veen Zand
0,70 - 1,10 1,10 - 2,00 2,00 - 2,50
Veen Zand Zand
2,50 - 3,00 0,40 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 2,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,50
Veen
1,50 - 2,00
Zand
P05
0,65
0,00 - 0,05 0,05 - 0,40 0,40 - 0,65
P06 P201
0,50 2,50
0,00 - 0,50 0,00 - 0,05 0,05 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 2,00
Opgesteld door Koala milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
Zand
Zand Zand Zand
Zand Zand Zand Zand
Zand Zand Klei
Waargenomen bijzonderheden Volledig asfalt Uiterst puinhoudend, zwak grindhoudend, sterk beton houdend Sporen baksteen, sporen metselpuin, sporen beton Volledig asfalt Uiterst puinhoudend, zwak grindhoudend, sterk beton houdend Uiterst baksteen houdend, sterk metselpuinhoudend, uiterst beton houdend, zwakke oliegeur, zwakke olie-water reactie Brokken veen Volledig asfalt Uiterst puinhoudend, zwak grindhoudend, sterk beton houdend Sporen baksteen, sporen metselpuin, sporen beton Volledig asfalt Uiterst puinhoudend, zwak grindhoudend, sterk beton houdend Sporen baksteen, sporen metselpuin, sporen beton Volledig asfalt Uiterst puinhoudend, zwak grindhoudend, sterk beton houdend Sporen baksteen, sporen metselpuin, sporen beton Volledig asfalt Uiterst puinhoudend, zwak grindhoudend, sterk beton houdend Sporen baksteen, sporen metselpuin, sporen beton Resten planten, geen olie-water reactie Sterk veenhoudend, geen olie-water reactie Zwak kleinhoudend, resten planten Tegel Brokken baksteen Sterk slak houdend, geen olie-water reactie Sporen olie, sterk veenhoudend, zwakke oliegeur, zwakke olie-water reactie Geen olie-water reactie Zwak baksteen houdend, matig grindhoudend Sporen grind Sporen baksteen, matige olie-water reactie Laagjes veen, zwak baksteen houdend, matige oliegeur, sterke olie-water reactie Geen olie-water reactie Volledig beton Zwak grindhoudend, sporen baksteen Sporen
veen, sporen baksteen Resten schelpen Sporen baksteen, resten schelpen, resten planten sterk veenhoudend, sterk slibhoudend, resten wortels volledig asfalt Volledig beton Uiterst baksteen houdend, sterk puinhoudend Volledig puin Tegel Sporen puin, sporen hout Sporen slakken, laagjes klei Sterk veenhoudend
pagina 19 van 34
Boring P202
P204
Diepte boring (m -mv) 2,00
2,00
P205
2,00
P206
2,00
P301
2,50
P302
P303
P304
P305
S01 S02
2,70
2,00
2,00
2,00
0,50 0,50
Traject (m -mv) 0,00 - 0,06 0,06 - 0,65 0,65 - 1,50 1,50 - 2,00 0,00 - 0,35 0,35 - 1,00 1,00 - 2,00 0,00 - 1,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 0,00 - 1,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 0,00 - 0,23 0,23 - 0,35 0,35 - 1,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 2,00 - 2,50 0,00 - 0,33 0,33 - 0,53 0,53 - 1,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 0,00 - 0,26 0,26 - 0,35 0,35 - 0,40 0,40 - 1,00 1,00 - 2,00 0,00 - 0,17 0,17 - 0,40 0,40 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 0,00 - 0,18 0,18 - 0,42 0,42 - 0,52 0,52 - 1,00 1,00 - 2,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
Grondsoort
Zand Veen Zand Klei Zand Klei Veen Zand Klei Veen
Zand Veen Veen Veen
Zand Veen Veen
Zand Veen
Zand Veen
Zand Veen Zand Zand
Waargenomen bijzonderheden Volledig asfalt Sterk grindhoudend, sterk beton houdend Brokken veen, sporen puin Sporen klei Volledig puin Matig veenhoudend Sterk veenhoudend Matig veenhoudend, resten planten Sporen puin Sterk kleihoudend, resten hout Matig veenhoudend, resten planten Sporen puin Sterk kleihoudend, resten hout Volledig asfalt Sterk grindhoudend, sterk beton houdend Brokken veen, sporen puin Sporen puin, geen, geen olie-water reactie Matige oliegeur, geen olie-water reactie Geen, geen olie-water reactie Volledig asfalt Sterk grindhoudend, sterk beton houdend Brokken veen, sporen puin Sterk kleihoudend, sporen puin Sporen puin, matig kleihoudend Volledig asfalt Sterk grindhoudend, sterk beton houdend Volledig baksteen Brokken veen, sporen puin Sterk kleihoudend Volledig asfalt Sterk grindhoudend, sterk beton houdend Volledig baksteen Brokken veen, sporen puin Sporen puin Volledig asfalt Sterk grindhoudend, sterk beton houdend Volledig baksteen Brokken veen, zwak puinhoudend Sterk kleihoudend Resten schelpen, resten planten Resten schelpen, resten planten
De bodem op locatie in het algemeen en in het bijzonder het overige niet verdachte terreindeel is met uitzondering van een verhardingslaag (puingranulaat soms bedekt met asfalt), opgebouwd uit een zandlaag met lichte tot sterke bodemvreemde bijmenging (tot ca. 1,0m) en daaronder een originele zandlaag (tot maximaal 1,5 m-mv) en het oorspronkelijke (kleiige) veenpakket. De dikte van de puinverharding varieert van 0 tot 2,0 m (K107A). Ter plaatse van de gedempte watergang is op een diepte van circa 1,5 m-mv tot 2,0 m-mv slib aangetroffen. Er is geen sprake van dempingsmateriaal. Minerale olieverontreiniging in grond bij tank P02 Met uitzondering van boring P02 (1,0-1,5 m-mv) zelf zijn er in de omliggende boringen (P201206 en K103) geen waarnemingen die duiden op een minerale olieverontreiniging. Minerale olie- en aromatenverontreiniging in grond en grondwater bij tank P03 Zintuigelijk is in boring P03 in de bodemlaag van 1,2 tot 2,5 m-mv sprake van een olie/benzineverontreiniging. In boring P301 is in de veenlaag (1,0-1,5 m-mv) zintuigelijk minerale olie waargenomen. In de omliggende boringen (P302-305) niet. Opgesteld door Koala milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
pagina 20 van 34
Minerale olieverontreiniging in grond onder het asfalt bij K01 en K02 Relevant zijn de waarnemingen bij boringen K101, K102 en K102A (0,1-0,6 m-mv), K104 (0,350,5 m-mv) en K105 (0,4-0,8 m-mv). In de deels sterk puinhoudende bodemlaag wordt zintuiglijk olie waargenomen. In de omliggende boringen (K05, K106, K205, K201A, P202 en K207) is dit niet het geval. Asbestverontreiniging in grond onder het asfalt bij K01-K04 Er is in zowel het verdachte bodem-/puinmateriaal met de analytische aangetoonde asbestbelasting als in het materiaal uit de aanvullende boringen (K107A en P201-P206) en ook overige boringen op het terrein geen asbestverdacht materiaal visueel waargenomen/aangetroffen. In alle boringen onder het asfalt is wel sprake van een puinbelasting. Dit puin bestaat uit metselpuin, baksteenresten, grind en beton. Dit materiaal kan als asbestverdacht worden aangemerkt. Overige waarnemingen Ter hoogte van de boringen K04, K07 en K107A heeft in het verleden en kolendepot gelegen. Voor zover de diepte van de boringen dit toelaten is er in dat perspectief geen verdacht bodemmateriaal aangetroffen. Grondwater De grondwaterstand, de zuurgraad (pH), elektrische geleidbaarheid (Ec) en de troebelheid van het grondwater zijn tijdens de monstername in het veld bepaald. De gemeten waarde voor de troebelheid zijn in een aantal gevallen iets hoger dan de norm (10 NTU).
Dit betreft derhalve een afwijking op de NEN 5744 en de BRL 2000 protocol 2002. De verwachting is echter dat dit geen significant effect heeft op de onderzoeksresultaten. De gegevens zijn opgenomen in tabel 12. Tabel 12: veldmetingen grondwater fase 1 en 2 Analysemonster Fase 1
Filterdiepte (m -mv)
Grondwaterstand Ec (m-mv) (µS/cm)
P03 A05 40 02 (1) P02 P01 P04 Fase 2 K104 P201 P301 P302 02 (2)
2,0-3.0 2,0-3,0 1,3-2,3 1,6-2,6 1,5-2,5 1,3-2,3 1,5-2,5
0,85 0,55 1,01 0,60 1,19 1,71 1,11
0,5 - 2,5 0,5 - 2,5 0,5 - 2,5 1,7 - 2,7 1,6 - 2,6
0.65 0.83 1.07 1.01 0.96
pH
NTU
2.610 4.390 11.830 11.400 19.880 828 1.477
7,89 7,16 7,00 6,61 6,66 6,96 7,38
4,23 14,78 1,38 2,45 16,66 11,46 11,32
1.806 1.580 1.940 1.900 1.573
6,79 6,79 6,68 7,49 6,71
3,03 48,2 10,15 11,8 0,47
Opmerking
Snijdend filter Snijdend filter Snijdend filter
Datum Boormeester bemonstering 1-10-2018 1-10-2018 1-10-2018 1-10-2018 1-10-2018 1-10-2018 1-10-2018
M. van Diek M. van Diek M. van Diek M. van Diek M. van Diek M. van Diek M. van Diek
15-11-2018 15-11-2018 15-11-2018 15-11-2018 15-11-2018
M. van Diek M. van Diek M. van Diek M. van Diek M. van Diek
De Ec waarden zijn tijdens de eerste ronde aan de hoge kant, duidend op brak grondwater. Dit kan te maken hebben met de instroom van brak water via de Hollands IJssel ten gevolgen van lage waterstanden door de lange voorliggende periode zonder neerslag. Daarnaast heeft dit gebied ten gevolge van het handhaven van een polderpeil te maken met zoute kwel. De monsters in november zijn genomen na een periode met enige neerslag. Hierdoor kunnen de hoge waarden voor de Ec in oktober en de verschillen met november verklaard worden. De verwachting is dat deze waarnemingen geen invloed hebben op de resultaten van het onderzoek.
Opgesteld door Koala milieu Advies 29 november 2018, 18014_01, definitief
pagina 21 van 34
3.4
Analyses
In tabel 13 en 14 zijn de geselecteerde grond,- puin- en grondwatermonsters weergegeven met de uitgevoerde analyses. Tabel 13: Monsterselectie asfalt, asbest in bodem, grond en puin Codering Monstertraject (meng)monster (m -mv) Asfalt AFS2N-K03 0,0 - 0,4 ASF1N-K03A 0,0 - 0,3 ASF1O-K01 0,0 - 0,1 ASF2O-K02 0,0 - 0,1 ASF3O-K04 0,0 - 0,2 ASF4O-P03A 0,0 - 0,4 ASF5O-P03 0,0 - 0,4 Asbest in bodem fase 1 AMM01 0,0 - 0,7 AMM02 0,0 - 0,7
AMM03 AMM04 AMM05
0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5
AMM06
0,0 - 0,5
Boringnummer
Analysepakket
K03 K03A K01 K02 K04 P03A P03
PAK marker incl Laagdikte en monstervoorbehandeling AS3000 PAK marker incl Laagdikte en monstervoorbehandeling AS3000 PAK marker incl Laagdikte en monstervoorbehandeling AS3000 PAK marker incl Laagdikte en monstervoorbehandeling AS3000 PAK marker incl Laagdikte en monstervoorbehandeling AS3000 PAK marker incl Laagdikte en monstervoorbehandeling AS3000 PAK marker incl Laagdikte en monstervoorbehandeling AS3000