CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

08H BP Ridder van Catsweg 683, Gouda - Bijlage 8 Aanvullend vleermuizenonderzoek.pdf

Raadsvergadering 30 juni 2021, gemeente GoudaBij agendapunt: Ridder van Catsweg Bestemmingsplan, nota van zienswijzen + bijlagen 11.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vleermuisinventarisatie Ridder van Catsweg 681 te Gouda In het kader van de Wet natuurbescherming

Colofon

Vleermuisinventarisatie Ridder van Catsweg 681 te Gouda

In het kader van Wet natuurbescherming

Uitgevoerd door:

Natuurbank Overijssel

Opdrachtgever:

BJZ.NU Twentepoort Oost 16a 7609 RG ALMELO

Projectnummer en versie: 2291, versie 1.0 Ligging projectgebied: Ridder van Catsweg 681 te Gouda

Status: definitief Rapportdatum: 12-4-2021

Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten E: T:

info@natuurbankoverijssel.nl 0543-451142 / 0614-435700

1

Inhoudsopgave 1 Inleiding ............................................................................................................................................................. 3 1.1 Aanleiding................................................................................................................................................... 3 1.2 Doel ............................................................................................................................................................ 3 2 Het onderzoeksgebied ...................................................................................................................................... 4 2.1 Situering ..................................................................................................................................................... 4 2.2 Beschrijving van het plangebied................................................................................................................. 4 3 Voorgenomen activiteiten................................................................................................................................. 5 4 Het onderzoek ...................................................................................................................................................

6 4.1 Methode ..................................................................................................................................................... 6 4.2 Resultaten .................................................................................................................................................. 7 4.3 Wettelijke consequenties ........................................................................................................................... 8 5 Samenvatting en conclusies .............................................................................................................................. 8

2

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Er zijn plannen voor herontwikkeling van een perceel aan de Ridder van Catsweg te Gouda. Het voornemen is om alle bebouwing in het plangebied te slopen en het terrein in te richten als woningbouwlocatie. In het kader van de zorgplicht (art. 1.11 Wet natuurbescherming), dient initiatiefnemer zich vooraf op de hoogte te stellen van mogelijke negatieve effecten op beschermde flora- en faunawaarden. Uit een Quickscan natuurwaardenonderzoek, die op 7 februari 2019 is uitgevoerd1, kwam naar voren dat de aanwezigheid van een verblijfplaats van één of meerder vleermuizen in één van de gebouwen in het plangebied niet uitgesloten kon worden op basis van een visuele beoordeling, en dat specifiek onderzoek naar het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen noodzakelijk is om zekerheid te verkrijgen over de functie van de bebouwing voor vleermuizen. Potentiële verblijfplaatsen in bomen ontbreken in het plangebied. Vleermuizen en hun verblijfplaatsen zijn namelijk strikt beschermd zijn, mogen ze alleen verstoord, verwond en gedood worden en mogen verblijfplaatsen alleen beschadigd en vernield worden, indien een ontheffing van de Wet natuurbescherming is verkregen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van een jaarrond onderzoek naar de functie van de bebouwing voor vleermuizen gepresenteerd.

De rapportage wordt afgesloten met het vaststellen van de wettelijke consequenties.

1.2 Doel Om de functie van de te slopen gebouwen voor vleermuizen vast te kunnen stellen is specifiek onderzoek uitgevoerd in de periode juni – oktober 2019. Het onderzoek is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 20172. Onderzoeksvraag Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te geven op onderstaande onderzoeksvragen: 1. Welke functie(s) hebben de gebouwen in het plangebied voor vleermuizen? Welke soorten en hoeveel dieren bezetten een verblijfplaats in het gebouw?

1 Bevindingen zijn gerapporteerd in rapport 1805 van Natuurbank Overijssel

2

Dit protocol is ook in 2019 geldig. 3

2 Het onderzoeksgebied 2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd aan de Ridder van Catsweg te Gouda. Het ligt in de stad Gouda en bevat de adressen Ridder van Catsweg 681- 687. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: PDOK.nl).

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat uit bebouwing, erfverharding en tuin met gazon, siertplanten, heesters, struiken en bomen langs de rand van het plangebied. In het plangebied staan een bedrijfsgebouw en enkele woningen. Het bedrijfsgebouw heeft een enkele bouwlaag, heeft een plat dak en is gedekt met bitumen dakleer. De woningen bestaan uit een enkele en dubbele bouwlaag en hebben een plat dak dat gedekt is met bitumen dakleer. Zowel de woningen als de bedrijfsgebouwen zijn gebouwd van bakstenen en beschikken over een (holle) spouw. De bedrijfsgebouwen waren tijdens het veldbezoek in gebruik als garagebedrijf. De woningen stonden leeg. Aan de west- en zuidzijde grenst het plangebied aan open water. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied in detail weergegeven, evenals de begrenzing. Voor een verbeelding van het plangebied wordt naar de fotobijlage verwezen.

Detailopname van het plangebied. Het plangebied wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: PDOK.nl).

4

Detailopnamen van het onderzochte gebouw.

3 Voorgenomen activiteiten Het concrete voornemen is om appartementen te bouwen in het plangebied. Om de appartementengebouwen te kunnen bouwen moeten de in het plangebied aanwezige gebouwen gesloopt worden en moet de aanwezige beplanting en erfverharding verwijderd worden.

5

4 Het onderzoek 4.1 Methode Vleermuizen Voor het in kaart brengen van vleermuizen is zowel visueel als auditief geïnventariseerd. Met behulp van een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (type:Petterson D240x) is de echolocatie die vleermuizen uitzenden voor ons hoorbaar gemaakt. Wanneer op basis van frequentie, klank en ritme niet met 100% zekerheid de soort bepaald kon worden, is een opname gemaakt op een extern opname apparatuur (type: Zoom H2n). Door de dieren ook zoveel mogelijk visueel waar te nemen is de determinatie geverifieerd en is het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied) vastgesteld. Dit onderzoek is specifiek gericht op het in kaart brengen van verblijfplaatsen, soortsamenstelling en gebiedsgebruik. Tijdens het onderzoek is ook gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Pulsar Helion xq28). Een dergelijke camera is van grote meerwaarde bij het waarnemen met zwermende dieren tijdens het binnenvliegen, tijdens de baltsperiode en voor het waarnemen van vleermuizen met een extreem zachte sonar, zoals de gewone grootoorvleermuis. Het onderzoek is opgezet om duidelijkheid te krijgen over de functie van de bebouwing in het plangebied als verblijfplaats voor vleermuizen3. Het onderzoek is afgestemd op het voorkomen van alle vleermuissoorten. Het gebouw lijkt geschikt als zomer-, kraam-, paarverblijfplaats.

Indien de winter mild is, bezetten gewone dwergvleermuizen de gebouwen die ze in de zomer gebruiken ook in de wintermaanden. Wanneer strenge vorst optreedt, verhuizen deze dieren naar een massa-winterverblijfplaats, soms op kilometers afstand van de zomerverblijfplaats. De bebouwing in het plangebied wordt niet geschikt bevonden als massawinterverblijplaats. Het onderzoek is uitgevoerd door te posten met een batdetector (Petterson D240x) nabij het te slopen gebouw. De onderzoeker heeft het onderzoeksgebied te voet bezocht waarbij specifiek gelet is op uit- en invliegende dieren en baltsende mannelijke gewone- en ruige dwergvleermuizen in het najaar. Tijdens het onderzoek is tevens gebruik gemaakt van een infraroodkijker (Helion Pulsar xq28). De bezoeken tijdens de kraamtijd zijn uitgevoerd door twee onderzoekers, de bezoeken in het najaar zijn uitgevoerd door één onderzoeker. Onderzoekers Het onderzoek is uitgevoerd door Ing. P.Leemreise (hoofdonderzoeker) en B. van Jaarsveld. P. Leemreise is een ervaren onderzoeker, welke sinds 2009 actief is met vleermuisonderzoek in Nederland. Jaarlijks onderzoekt hij 25-30 van dergelijke locaties op de aanwezigheid van een verblijfplaats van vleermuizen. Naast beroepsmatig onderzoek is hij ook vrijwillig actief bij vleermuisonderzoek (monitoring).

Zo telt hij jaarlijks twee maal een route in de Achterhoek op vleermuizen in het kader van het Meetnet Ecologische Monitoring. Dit onderzoek wordt gecoordineerd door de Zoogdiervereniging, in samenwerking met het CBS. B. van Jaarsveld heeft enkele jaren ervaring met vleermuisonderzoeker en assisteert Leemreise veelal op locaties waar meerdere waarnemers wenselijk zijn. Hij heeft wel de kennis en ervaring om zelfstandig onderzoek uit te voeren. Beide onderzoekers beschikken over batdetector en konden onderling communiceren via een portofoon.

3

Vleermuizen zijn grofweg in te delen in boom- en gebouwbewonende soorten, al is deze indeling niet strikt en sommige soorten bezetten verblijfplaatsen in zowel bomen als gebouwen (en andere bouwwerken). Voorliggend onderzoek richt zich op alle vleermuizen die een verblijfplaats bezetten in de bebouwing omdat deze verblijfplaats verloren gaat als gevolg van de sloop. 6

Bezoeken Vleermuizen Voor het in beeld brengen van de betekenis van de bebouwing voor vleermuizen zijn vijf verschillende bezoeken aan het onderzoeksgebied gebracht. De bezoeken in juni en juli zijn uitgevoerd voor het in kaart brengen van kraam- en zomerverblijven, het bezoek in september en oktober is uitgevoerd voor het vaststellen van paarverblijven van de gewone dwergvleermuis. Er zijn geen specifieke bezoeken tijdens het middernachtzwermen (eind augustus, begin september) uitgevoerd om dat de bebouwing in het plangebied niet als een geschikte massa-winterverblijfplaats wordt beschouwd (te weinig massa of bouwvolume en geen gebufferde delen van het gebouw zoals loggia’s). De toegepaste onderzoeksmethode is gebaseerd op het vleermuisprotocol 20174. In onderstaande tabel worden de verschillende bezoekdata weergegeven. bezoekdatum

tijdstip 21:45-23:45

Zon op / zon onder 21:39

n-onderzoekers 2

22-5-2019 25-6-2019

22:00-0:00

22:05

2

26-6-2019

3:00-5:00

5:22

2

17-9-2019

20:30-22:30

19:55

1

5-10-2019

20:15-22:15

19:10

1

Doel

Weersomstandigheden

Zomerverblijfplaatsen & kraamkolonies Zomerverblijfplaatsen & kraamkolonies Zomerverblijfplaatsen & kraamkolonies Paarverblijfplaats gewoneen ruige dwergvleermuis Paarverblijfplaats gewoneen ruige dwergvleermuis

Hoge sluierbewolking, 16⁰C, droog, wind 1-2 Bft Bewolkt, 30⁰C, droog, wind 1-2 Bft Bewolkt, 19⁰C, droog, windstil Half bewolkt, windstil

14⁰C,

droog,

Bewolkt, 13⁰C, droog, wind 1-2 Bft

Bezoekschema vleermuisonderzoek in het plangebied.

De bezoeken in het najaar zijn door één onderzoeker uitgevoerd. Gelet op de detectiekans van baltsende gewone dwergvleermuizen, kan het onderzoeksgebied onderzocht worden door één onderzoeker. Er wordt niet gelet op in- of uitvliegende dieren, maar op werfroepende mannetjes die rondvliegen of vanuit een paarverblijfplaats roepen. Gelet op de oppervlakte van het plangebied, is het niet aannemelijk dat er meerdere paarverblijfplaatsen aanwezig zijn. Overige soorten Tijdens het veldbezoek is behalve naar vleermuizen, ook gekeken naar andere beschermde soorten met een rust- of voortplantingsplaats in het gebouw, zoals de steenmarter.

4.2 Resultaten Vleermuizen Verblijfplaatsen Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een verblijfplaats bezetten in de bebouwing in het plangebied. Tijdens alle bezoeken zijn foeragerende gewone dwergvleermuizen in en rond het plangebied waargenomen, maar deze bezetten een verblijfplaats buiten het plangebied. Foerageergebied Tijdens alle bezoeken werden doorgaans 1-2 foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen in en rond het plangebied. Deze vleermuizen foerageerden rond de bomen en tussen de bebouwing en de beplanting. Deze vleermuizen foerageerden in het plangebied aan het begin van de avond en einde van de nacht, daarna verdwenen ze. Dit wijst erop dat deze vleermuizen een verblijfplaats in de omgeving van het 4

Dit is het meest actuele protocol. 7

plangebied bezetten en gedurende de nacht elders foerageren (dit is kenmerkend gedrag). Het plangebied vormt geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Vliegroute Het plangebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en vormt geen onderdeel van een vliegroute van vleermuizen. Overige soorten Er zijn tijdens het veldwerk geen aanwijzingen gevonden dat beschermde diersoorten, zoals een steenmarter, een rust- of voortplantingsplaats bezetten in de bebouwing in het plangebied.

4.3 Wettelijke consequenties Vleermuizen Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat een vleermuis een verblijfplaats bezet in de bebouwing in het plangebied. Door het slopen van de bebouwing in het plangebied, wordt geen vleermuis verwond of gedood en wordt geen verblijfplaats beschadigd of vernield. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een vliegroute en het plangebied vormt geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Het onderzoek is conform het vleermuisprotocol 2017 uitgevoerd onder gunstige weersomstandigheden. Op basis van het uitgevoerde onderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een verblijfplaats in het plangebied bezetten. Het slopen van bebouwing in het plangebied leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van de Wet natuurbescherming.

5 Samenvatting en conclusies In de zomer en najaar van 2019 is de functie van de bebouwing aan de Ridder van Catsweg 681 onderzocht op de aanwezigheid van een verblijfplaats van vleermuizen. Het onderzoek is uitgevoerd volgens het daarvoor geldende protocol en is volledig en onder gunstige weersomstandigheden uitgevoerd. Uit het onderzoek is gebleken dat vleermuizen geen verblijfplaats bezetten in de te slopen bebouwing. Het slopen van de bebouwing leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van de wet- en regelgeving voor beschermde soorten. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=63544424-d940-44ac-8206-7a36b7392cc2