06 De Blaauwe Haan Regels.pdf
Tekst van het document
De Blaauwe Haan
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 9
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Bestemmingsregels Groen Tuin-1 Tuin-2 Tuin-3 Verkeer - Verblijf Wonen Waarde - Archeologie Waarde - Beschermd Stadsgezicht Waterstaat - Waterkering
10 10 11 12 13 14 15 18 19 20
Hoofdstuk3 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
21 21 22 23 24 25 26
Hoofdstuk4 Artikel 18 Artikel 19
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
27 27 28
Bijlagen bij regels Bijlage 1
2
Parkeernormen
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
Regels
Regels (vastgesteld)
3
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan
het bestemmingsplan 'De Blaauwe Haan' met identificatienummer NL.IMRO.0513.0501DeBlaauweHaan-DF01 van de gemeente Gouda. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
ander bouwwerk
een bouwwerk, geen gebouw zijnde. 1.6
archeologische waarde / cultuurhistorischewaarde
de aan een gebied toegerekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden. 1.7
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.8
bebouwingspercentage
de oppervlakte van de bebouwing binnen een bouwvlak, uitgedrukt in een percentage van de oppervlakte van dat vlak. 1.9
bedrijfsmatige activiteiten in of bij een woning
het bedrijfsmatig verlenen van diensten - geen detailhandelsbedrijf zijnde - en ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk, waarbij de aard (qua milieuplanologische hinder) en omvang van de bedrijfsactiviteiten zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving. 1.10
beroepsmatige activiteiten in of bij een woning
het beroeps- of bedrijfsmatig verlenen van diensten op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee naar de aard gelijk te stellen beroep dat door zijn aard en omvang zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving. 1.11
bestaand (in relatie tot bebouwing)
bebouwing aanwezig ten tijde van de terinzagelegging van het (ontwerp) bestemmingsplan. 1.12
bestaand (in relatie tot gebruik)
gebruik dat bestaat ten tijde van het in werking treden van het bestemmingsplan.
4
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
1.13
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.14
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.15
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.16
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.17
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.18
bouwlaag, laag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, met inbegrip van de begane grond; hieronder wordt niet begrepen: a. een onderbouw: een gedeelte van een gebouw dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,2 m boven peil is gelegen; b. een vide, waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50% van de onderliggende laag; c. een zolder, waarvan de oppervlakte, voor zover de bouwhoogte groter is dan 1,5 m, niet meer bedraagt dan 50% van de oppervlakte van de onderliggende laag. 1.19
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.20
bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel. 1.21
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.22
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. 1.23
brutovloeroppervlak (bvo)
Het vloeroppervlak van een bouwwerk, inclusief de niet direct voor het hoofddoel bruikbare ruimten (bijvoorbeeld bij een productiebedrijf of winkel, de magazijn-, expeditie-, kantoorruimten). Gebouwde parkeervoorzieningen worden niet tot het b.v.o. gerekend. 1.24
cultuurhistorische waarden
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied.
Regels (vastgesteld)
5
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
1.25
dakkapel
een uitspringend dakvenster, aangebracht op het hellende dakvlak en aan alle zijden omgeven door het betreffende dakvlak. 1.26
dakopbouw
een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok en/of de goot van het dak waardoor de bouwhoogte van het gebouw toeneemt. 1.27
dakvlak
een hellend vlak in een dak. 1.28
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden van goederen, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren aan personen, die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.29
dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan het publiek, zoals een kapsalon, reisbureau, uitzendbureau, bankfiliaal, wasserette of apotheek, eventueel met bijbehorend kantoor, magazijn of ambacht, zulks met uitzondering van horecabedrijven en seksinrichtingen. 1.30
erf
terrein ten behoeve van de ontsluiting van de aanliggende bebouwing, voor parkeren, groenvoorzieningen, waterlopen en bouwwerken van lichte constructie (carports, slagbomen, fietsenstallingen e.d.). 1.31
garagebox
een afzonderlijke, niet tot een bepaalde woning behorende, stalling van motorvoertuigen. 1.32
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.33
geluidsgevoelig object
een woning, alsmede een gebouw als zodanig bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 1.34
grondgebonden woning
een woning met eigen tuin. 1.35
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een perceel door zijn constructie of afmetingen als het belangrijkste gebouw valt aan te merken. 1.36
kantoor
een ruimte welke door haar indeling en inrichting is bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor administratieve en daarmee gelijk te stellen werkzaamheden. 1.37
maaiveld
de bovenkant van het aansluitende, afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden.
6
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
1.38
milieucategorie
een aan een bedrijfsactiviteit toegekende categorie volgens de in de bijlage bij deze regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten. 1.39
nok
een snijpunt van twee of meer dakvlakken, zijnde de hoogste lijn van het dak. 1.40
onderkomen
voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- of vaartuigen, kampeermiddelen, loodsen, keten en soortgelijke verblijfsmiddelen, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken. 1.41
overkapping
een bouwwerk met een gesloten dak, dat niet of slechts aan één zijde is voorzien van een (bestaande) wand. 1.42
peil
a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in, op of boven het water wordt gebouwd: het waterpeil; d. indien de onder a tot en met c genoemde peilen in het veld aanleiding geven tot onduidelijkheden een door of namens het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen peil. 1.43
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: 1. 2. 3. 4.
een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon; een seksbioscoop of sekstheater; een seksautomatenhal; een seksclub of parenclub;
al dan niet in combinatie met elkaar. Onder een seksinrichting wordt niet verstaan een escortbedrijf of een sekswinkel. 1.44
straatmeubilair
bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare (nuts-)voorzieningen, zoals: a. verkeersgeleiders, verkeersborden, lichtmasten, zitbanken en bloembakken; b. telefooncellen, abri's, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame; c. kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorziening en brandkranen; d. afvalinzamelsystemen. 1.45
voorgevel
de naar de weg of openbaar gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg of openbaar gebied gekeerde gevel, de gevel waarin de voordeur is gesitueerd. 1.46
voorgevelrooilijn
de bouwgrens van de voorgevel.
Regels (vastgesteld)
7
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
1.47
wonen
het houden van verblijf of het gehuisvest zijn in een woning. 1.48
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
8
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens
vanaf het dichtst bij de perceelsgrens gelegen punt van het gebouw tot die perceelsgrens op 1 m boven peil en haaks op de perceelsgrens. 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een ander bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, vlaggenmasten, bewassings-, luchtbehandelings- en liftinstallaties en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
de brutovloeroppervlakte
de oppervlakte gemeten op vloerniveau, langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen. 2.4
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel 2.6
de grondoppervlakte van een gebouw of ander bouwwerk
buitenwerks en boven peil. 2.7
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Regels (vastgesteld)
9
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
groenvoorzieningen en water; wegen en paden; speelvoorzieningen; straatmeubilair; nutsvoorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - wetering', tevens voor de instandhouding van de gedempte wetering.
3.2
Bouwregels
a. Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 5 m; b. Ten behoeve van water is het mogelijk bijbehorende bouwwerken zoals bruggen, duikers, damwanden en soortgelijke bouwwerken te bouwen. 3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.3.1
Omgevingsvergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, op gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - wetering' de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren: a. het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze ingraven dan wel indrijven van voorwerpen; c. het uitvoeren van grondwerkzaamheden; d. het aanbrengen van oppervlakteverharding. 3.3.2
Uitzondering
Het bepaalde in lid 3.3.1 is niet van toepassing op het uitvoeren van werken en werkzaamheden: a. in het kader van het onderhoud of beheer van het gemeentelijk hoofdriool; b. van geringe omvang of gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van het gemeentelijk hoofdriool; c. van niet ingrijpende betekenis. 3.3.3
Voorwaarden
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.3.1, wordt slechts verleend indien door de werken en werkzaamheden geen schade kan ontstaan aan het gemeentelijk hoofdriool en de toegankelijkheid voor werkzaamheden aan het riool gewaarborgd is.
10
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
Artikel 4 4.1
Tuin-1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin-1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; b. wegen en paden; c. parkeervoorzieningen; 4.2
Bouwregels
Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met dien verstande, dat: a. b. c. d.
de bouwhoogte van pergola's niet meer mag bedragen dan 3 m; de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer mag bedragen dan 2 m; de gronden volledig bebouwd mogen worden ten behoeve van bouwwerken, geen gebouwen zijnde; de hoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan 1 m.
Regels (vastgesteld)
11
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
Artikel 5 5.1
Tuin-2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin-2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
tuinen; wegen en paden; parkeervoorzieningen; bijbehorende bouwwerken; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - wetering', tevens voor de instandhouding van de gedempte wetering.
5.2
Bouwregels
Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met dien verstande, dat: a. per hoofdgebouw is maximaal 1 bijbehorend bouwwerk, zoals bedoeld in 5.1 onder d, toegestaan, mits: 1. de vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 5 m2; 2. de goothoogte niet meer bedraagt dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; 3. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3,5 m; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer mag bedragen dan 2 m; c. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan 2 m. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1
Omgevingsvergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, op gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - wetering' de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren: a. het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze ingraven dan wel indrijven van voorwerpen; c. het uitvoeren van grondwerkzaamheden; d. het aanbrengen van oppervlakteverharding. 5.3.2
Uitzondering
Het bepaalde in lid 5.3.1 is niet van toepassing op het uitvoeren van werken en werkzaamheden: a. in het kader van het onderhoud of beheer van het gemeentelijk hoofdriool; b. van geringe omvang of gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van het gemeentelijk hoofdriool; c. van niet ingrijpende betekenis. 5.3.3
Voorwaarden
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.3.1, wordt slechts verleend indien door de werken en werkzaamheden geen schade kan ontstaan aan het gemeentelijk hoofdriool en de toegankelijkheid voor werkzaamheden aan het riool gewaarborgd is.
12
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
Artikel 6 6.1
Tuin-3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin-3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
tuinen; parkeervoorzieningen; moestuinen; groenvoorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - wetering', tevens voor de instandhouding van de gedempte wetering.
6.2
Bouwregels
Op de in lid 6.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd met een hoogte van maximaal 1 m. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1
Omgevingsvergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, op gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - wetering' de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren: a. het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze ingraven dan wel indrijven van voorwerpen; c. het uitvoeren van grondwerkzaamheden; d. het aanbrengen van oppervlakteverharding. 6.3.2
Uitzondering
Het bepaalde in lid 6.3.1 is niet van toepassing op het uitvoeren van werken en werkzaamheden: a. in het kader van het onderhoud of beheer van het gemeentelijk hoofdriool; b. van geringe omvang of gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van het gemeentelijk hoofdriool; c. van niet ingrijpende betekenis. 6.3.3
Voorwaarden
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.3.1, wordt slechts verleend indien door de werken en werkzaamheden geen schade kan ontstaan aan het gemeentelijk hoofdriool en de toegankelijkheid voor werkzaamheden aan het riool gewaarborgd is.
Regels (vastgesteld)
13
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
Artikel 7 7.1
Verkeer - Verblijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
wegen; pleinen; voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen; speelvoorzieningen; groenvoorzieningen en water; straatmeubilair; nutsvoorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - wetering', tevens voor de instandhouding van de gedempte wetering.
7.2
Bouwregels
Op de in lid 7.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van lichtmasten niet meer mag bedragen dan 10 m; b. de bouwhoogte van andere bouwwerken niet meer mag bedragen dan 5 m; c. ten behoeve van water bouwwerken, zoals bruggen, duikers, damwanden en soortgelijke bouwwerken mogen worden gebouwd. 7.3
Afwijken van de bouwregels
In afwijking van het bepaalde in lid 7.2 mogen binnen de bestemming nutsgebouwtjes worden gerealiseerd met een oppervlakte van ten hoogste 10 m² met een hoogte van maximaal 3 m. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1
Omgevingsvergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, op gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - wetering' de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren: a. het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze ingraven dan wel indrijven van voorwerpen; c. het uitvoeren van grondwerkzaamheden; d. het aanbrengen van oppervlakteverharding. 7.4.2
Uitzondering
Het bepaalde in lid 7.4.1 is niet van toepassing op het uitvoeren van werken en werkzaamheden: a. in het kader van het onderhoud of beheer van het gemeentelijk hoofdriool; b. van geringe omvang of gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van het gemeentelijk hoofdriool; c. van niet ingrijpende betekenis. 7.4.3
Voorwaarden
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.4.1, wordt slechts verleend indien door de werken en werkzaamheden geen schade kan ontstaan aan het gemeentelijk hoofdriool en de toegankelijkheid voor werkzaamheden aan het riool gewaarborgd is.
14
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
Artikel 8 8.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.
wonen; tuinen en erven; wegen en paden; aan de functie onder a gebonden parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen water; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - wetering', tevens voor de instandhouding van de gedempte wetering;
met dien verstande dat: h. het totaal aantal wooneenheden niet meer dan 59 woningen bedraagt. 8.2
Bouwregels
Op de in lid 8.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a. hoofdgebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken; b. de bouw- en goothoogte van gebouwen binnen het bouwvlak niet meer mag bedragen dan 10 m, tenzij op de verbeelding binnen een bouwvlak, of een gedeelte daarvan, anders is aangegeven; c. bijbehorende bouwwerken mogen worden gebouwd mits: 1. de gronden buiten het bouwvlak in zij- en achtererfgebied voor ten minste 50% van het bouwperceel onbebouwd blijven; 2. de goothoogte niet meer bedraagt dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; 3. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3,5 m; 4. de diepte niet meer bedraagt dan 3 m, gemeten uit de achter- en/of zijgevelbouwgrens; 5. het gezamenlijke grondoppervlak aan bijbehorende bouwwerken bij vrijstaande of halfvrijstaande woningen niet meer bedraagt dan 55 m² per woning; 6. het gezamenlijk grondoppervlak aan bijbehorende bouwwerken bij aaneengesloten woningen niet meer bedraagt dan 30 m² per woning; d. dakkapellen zijn toegestaan mits: 1. de bouwhoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, ten hoogste 1,75 m bedraagt; en; 2. de afstand tussen de goot van het hoofdgebouw en de dakkapel tenminste 0,5 m bedraagt; en 3.
de breedte van de dakkapel aan de voor- en zijkant van woning ten hoogste 60% van de woningbreedte bedraagt; en 4. de afstand tussen de zijkanten van de dakkapel en de bouwmuren tenminste 0,5 m bedraagt; en 5. de onderlinge afstand tussen twee dakkapellen geplaatst in hetzelfde dakvlak tenminste 0,5 m bedraagt. e. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan: 1. 1 m op de gronden voor de voorgevelrooilijn; 2. 2 m voor het overige; f. de bouwhoogte van een pergola op zij- en/of achtererf niet meer mag bedragen dan 2,5 m; g. de bouwhoogte van andere bouwwerken niet meer mag bedragen dan 3 m; h. ten behoeve van water bouwwerken, zoals bruggen, duikers, damwanden en soortgelijke bouwwerken mogen worden gebouwd; i. in gebouwen is een onderdoorgang enkel toegestaan ter plaatse van of binnen een afstand van 5 m tot de voorkomende de aanduiding 'onderdoorgang', tot -binnenwerks gemeten- de volgende maatvoeringen: 1. een hoogte van ten minste 3 m en ten hoogste 6 meter;
Regels (vastgesteld)
15
bestemmingsplan De Blaauwe Haan 2. een breedte van ten minste 3 m en ten hoogste 3,5 meter; 8.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid: a. 8.2 onder c ten behoeve van het bouwen van uitbreidingen van de woning en aangebouwde bijgebouwen tot een diepte van meer dan 3 m uit de achtergevelbouwgrens, mits het perceel groter is dan 300 m² en de bouwmogelijkheid niet leidt tot onevenredige hinder voor omwonenden; b. 8.2 onder c ten behoeve van het bouwen van een kap op een bijgebouw waarbij de bouwhoogte van het bijgebouw niet meer mag bedragen dan 6 m en de bouwmogelijkheid niet leidt tot een onevenredige hinder voor omwonenden. 8.4
Specifieke gebruiksregels
8.4.1
Beroepsmatige activiteiten
Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan het medegebruik van woningen en/of bijgebouwen als praktijkruimte voor beroepsmatige activiteiten en bedrijfsmatige activiteiten, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij geldt dat de brutovloeroppervlakte gebruikt voor beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten niet meer mag bedragen dan 35% van het vloeroppervlak van de woning met een maximum van 50 m²; b. geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving; c. geen onevenredige toename van de verkeersbelasting optreedt in de omgeving; d. er wordt voorzien in voldoende parkeerruimte op eigen terrein; e. de beroepsmatige activiteiten geschieden door degene die op het perceel woonachtig is; f. geen detailhandel plaatsvindt, behoudens beperkte kleinschalige verkoop in direct verband met de beroepsmatige activiteiten; 8.4.2
Bedrijfsmatige activiteiten
Het medegebruik van woningen en/of bijbehorende bouwwerken voor bedrijfsmatige activiteiten is niet toegestaan. 8.5
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.4.2 ten behoeve van het medegebruik van woningen en/of bijgebouwen voor bedrijfsmatige activiteiten, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij geldt dat de brutovloeroppervlakte gebruikt voor bedrijfsmatige activiteiten niet meer mag bedragen dan 35% van het vloeroppervlak van de woning met een maximum van 50 m²; b. geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; c. geen onevenredige toename van de verkeersbelasting optreedt in de omgeving; d. er wordt voorzien in de voldoende parkeerruimte op eigen terrein; e. de bedrijfsmatige activiteiten geschieden door degene die op het perceel woonachtig is; f. geen detailhandel plaatsvindt, behoudens beperkte kleinschalige verkoop in direct verband met de bedrijfsmatige activiteiten. 8.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.6.1
Omgevingsvergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, op gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - wetering' de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren: a. het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze ingraven dan wel indrijven van voorwerpen; c. het uitvoeren van grondwerkzaamheden; d. het aanbrengen van oppervlakteverharding.
16
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
8.6.2
Uitzondering
Het bepaalde in lid 8.6.1 is niet van toepassing op het uitvoeren van werken en werkzaamheden: a. in het kader van het onderhoud of beheer van het gemeentelijk hoofdriool; b. van geringe omvang of gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van het gemeentelijk hoofdriool; c. van niet ingrijpende betekenis. 8.6.3
Voorwaarden
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.6.1, wordt slechts verleend indien door de werken en werkzaamheden geen schade kan ontstaan aan het gemeentelijk hoofdriool en de toegankelijkheid voor werkzaamheden aan het riool gewaarborgd is.
Regels (vastgesteld)
17
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
Artikel 9 9.1
Waarde - Archeologie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden. 9.2
Bouwregels
Indien een omgevingsvergunning voor de activiteit archeologie (archeologievergunning) als bedoeld in de Erfgoedverordening Gouda 2017 noodzakelijk is, mag het bouwen op de in lid 9.1 bedoelde gronden ten dienste van de andere daar voorkomende bestemming uitsluitend geschieden nadat door het bevoegd gezag een omgevingsvergunning is verleend.
18
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
Artikel 10 10.1
Waarde - Beschermd Stadsgezicht
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Beschermd Stadsgezicht' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding van het beschermd stadsgezicht. 10.2
Bouwregels
Voor het bouwen gelden, naast de regels ten aanzien van de betreffende bestemmingen krachtens andere artikelen van deze regels, de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen de aangegeven bouwvlakken, tenzij krachtens deze regels anders is bepaald; b. gebouwen mogen uitsluitend zodanig worden gebouwd, dat op elk perceel de gronden gelegen binnen 8 m uit de voorgevelrooilijn voor 100% van hun oppervlakte worden bebouwd, tenzij krachtens deze regels anders is bepaald; c. de breedte van gebouwen mag ter plaatse van de voorgevelrooilijn niet minder dan 4,60 m bedragen; d. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen, behoudens erf- of perceelafscheidingen, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 2 m mag bedragen, tenzij elders in deze regels anders is bepaald; e. de voorgevel van een gebouw mag uitsluitend in de voorgevelrooilijn worden gebouwd, daar waar die lijn - als bouwgrens - is aangegeven; f. in afwijking van het bepaalde onder e, mogen delen van een gebouw, zoals ingangspartijen, Ioggia's en terrassen, achter het vlak van de voorgevel worden gebouwd: 1. tot een diepte van de helft van de breedte van de betreffende gevel, en 2. tot een gezamenlijke verticale oppervlakte van 1/3 van de oppervlakte van de betreffende gevel g.
in afwijking van het bepaalde onder e, mogen delen van een gebouw, zoals balkons, loggia's, erkers, gevellijsten, pilasters en luifels, vóór de voorgevelrooilijn worden gebouwd; 1. een overschrijding van de bouwgrens met ten hoogste 1,5 m, en 2. met uitzondering van de eerste bouwlaag van gebouwen; h. in gebouwen is een onderdoorgang enkel toegestaan ter plaatse van of binnen een afstand van 5 m tot de voorkomende de aanduiding 'onderdoorgang', tot -binnenwerks gemeten- de volgende maatvoeringen: 1. een hoogte van ten minste 3 m en ten hoogste 6 meter; 2. een breedte van ten minste 3 m en ten hoogste 3,5 meter; 10.3
Afwijken van de bouwregels
10.3.1 Overschrijding bouwgrens Het bevoegd gezag kan, met in achtneming van lid 10.3.3 bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.2, sub a met betrekking tot het overschrijden van de bouwgrens tot 1 m. 10.3.2 Grotere bouwhoogte Het bevoegd gezag kan, met in achtneming van lid 10.3.3 en na advies te hebben ingewonnen van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit, bij een omgevingsvergunning afwijken van de op de verbeelding aangegeven bouw- en goothoogte, mits het beeld van de betreffende bebouwingswand, zoals onder meer tot uiting komt in de aanwezige afwisseling in (goot)hoogten en in de parcellering, wordt gerespecteerd of althans niet wezenlijk wordt aangetast en mits ten hoogste drie aan elkaar grenzende hoofdgebouwen dezelfde bouwhoogte krijgen. 10.3.3 Toetsing aan beschikking Indien in deze regels wordt verwezen naar dit lid, toetst het bevoegd gezag alvorens de betreffende omgevingsvergunning wordt verleend, aan de toelichting, behorende bij de Beschikking tot aanwijzing van een beschermd stadsgezicht, nr. MMA/MO 196.974.1, ter voorkoming van onevenredige aantasting van de in die toelichting aangegeven kwaliteiten van de omgeving.
Regels (vastgesteld)
19
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
Artikel 11 11.1
Waterstaat - Waterkering
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor waterkering met de daarbij behorende bouwwerken en andere werken. 11.2
Bouwregels
Voor het bouwen gelden, naast de regels ten aanzien van de betreffende bestemmingen krachtens andere artikelen van deze regels, de volgende regels: a. op de in lid 11.1 bedoelde gronden mogen bouwwerken ten dienste van andere daar voorkomende bestemmingen enkel worden gebouwd, indien: 1. de waterstaatsbelangen dit toelaten; 2. advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de waterkering alvorens omgevingsvergunning wordt afgegeven. b. op de in lid 11.1 bedoelde gronden mogen andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte van andere bouwwerken niet meer mag bedragen dan 3 m.
20
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
Hoofdstuk 3 Artikel 12
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Regels (vastgesteld)
21
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
Artikel 13 13.1
Algemene bouwregels
Vlaggenmasten, antennemasten en schoorstenen
Vlaggenmasten, antennemasten, schoorstenen en dergelijke, die deel uitmaken van een gebouw, mogen de voor dat gebouw toegestane maximale bouwhoogte met niet meer dan 8 m overschrijden. 13.2
Dakopbouwen ten behoeve van bewassings-, luchtbehandelings- en liftinstallaties
Dakopbouwen ten behoeve van bewassings-, luchtbehandelings- en liftinstallaties en naar de aard daarmee gelijk te stellen installaties zijn toegestaan, mits deze niet hoger zijn dan 3,5 m en geen grotere oppervlakte hebben dan 40% van de vloeroppervlakte van de bovenste laag van het gebouw, waarop zij worden geplaatst. 13.3
Onderkeldering
13.3.1 Bouwregels Voor ondergrondse bouw zijn de bestemmingsplanregels ten aanzien van de toelaatbaarheid, aard, omvang en situering van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat ondergrondse bouw uitsluitend is toegestaan: a. onder de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen, mits gebouwd wordt tussen peil en 3,5 m onder peil; b. voor ondergrondse funderingen en ondergrondse andere bouwwerken, mits de bouwgrens met niet meer dan 1,5 m wordt overschreden; 13.3.2 Afwijking van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 13.3.1 sub a ten behoeve van ondergrondse bouw buiten de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen, mits: 1. de bouwhoogte van kelders ten minste 0,1 m beneden peil bedraagt; 2. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens en de openbare weg ten minste 1 m bedraagt, met dien verstande dat in geval van kelderbouw in aangrenzende percelen in de zijperceelsgrens mag worden gebouwd; 3. kelders niet worden voorzien van een dakraam of lichtkoepel. 13.4
Vluchttrap
Een vluchttrap ten behoeve van (brand)veiligheid bij gestapelde woningen is toegestaan, mits: a. de vluchttrap in achtererfgebied wordt gebouwd; b. de aangegeven bouwgrens met ten hoogste 4,5 m wordt overschreden, indien buiten het bouwvlak wordt gebouwd; c. de bouwhoogte maximaal 1,5 m meer bedraagt dan de maximaal toegestane bouwhoogte van het aangrenzende gebouw waartoe de vluchttrap dient.
22
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
Artikel 14 14.1
Algemene gebruiksregels
Verboden gebruik
Een verboden gebruik is in ieder geval het gebruik: a. van onbebouwde gronden voor: 1. het storten of het lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen; 2. het opslaan van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, voer- en vaartuigen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan; 3. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens, tenzij dit gebruik verband houdt met: het (tijdelijk) gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud van de gronden; de opslag van goederen in het kader van de in het plan toegestane bedrijfsvoering; het opslaan of storten van afval- of meststoffen, voor zover noodzakelijk voor het normale onderhoud van de gronden en de watergangen; b. van bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting, horeca of detailhandel, voor zover zulks niet expliciet is toegestaan ingevolge de bestemmingsregels.
Regels (vastgesteld)
23
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
Artikel 15 15.1
Algemene aanduidingsregels
Aanduiding 'specifieke vorm van waarde - wetering'
Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - wetering', zijn de gronden tevens bestemd voor de instandhouding van de gedempte wetering alsmede voor de toegankelijkheid tot het gemeentelijk hoofdriool.
24
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
Artikel 16
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in deze regels ten behoeve van: a. een afwijking ten aanzien van de voorgeschreven bouwhoogte van gebouwen, bouwhoogte van andere bouwwerken, grondoppervlakte van bebouwing, onderlinge afstand tussen gebouwen, afstand tot perceelsgrenzen en overige aanduidingen, mits deze afwijkingen niet meer bedragen dan 15% van de in het plan voorgeschreven maten, afstanden, oppervlakten en percentages; b. het bouwen van andere bouwwerken, zoals vlaggenmasten, artistieke kunstwerken, antennes e.d. tot een bouwhoogte van 15 m, mits belangen van derden niet in onevenredige mate worden aangetast; c. het overschrijden van de aangegeven bouwgrenzen met ten hoogste 1,5 m, indien het erkers, luifels, balkons, galerijen, brandtrappen en dergelijke ondergeschikte bouwdelen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken betreft; d. het overschrijden van de aangegeven bouwgrenzen met ten hoogste 1,5 m, indien het hijsinrichtingen, laadbruggen, reclametoestellen, draagconstructies voor reclame en kelderingangen of kelderkoekoeken betreft.
Regels (vastgesteld)
25
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
Artikel 17 17.1
Overige regels
Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen
a. Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto’s in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. b. Aan het bepaalde in artikel 17.1 sub a wordt geacht te zijn voldaan, indien het aantal parkeerplaatsen ten minste overeen komt met het aantal parkeerplaatsen dat voor het betreffende gebied en de betreffende functie is genoemd in Bijlage 1 Parkeernormen en met inachtneming van de toepassingsregels onder de tabel. c. De in artikel 17.1 sub a bedoelde ruimte voor het parkeren van auto’s, inclusief de rijwegen om deze ruimten te bereiken, moeten redelijkerwijs bereikbaar zijn per auto en onafhankelijk van andere parkeerruimten kunnen functioneren. Voorts moet deze ruimte afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto’s. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan: 1. indien de desbetreffende afmetingen in overeenstemming zijn met het bepaalde in NEN 2443, uitgave 2000, de Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom (ASVV 2012 van het CROW) en de CROW publicatie 293 Ontwerpwijzer parkeergarages. wat betreft de in de bijlage opgenomen afmetingen van parkeerwegen; 2.
indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte in overeenstemming is met de Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom (ASVV 2012 van het CROW) en de CROW-publicatie 337 Richtlijn toegankelijkheid. d. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in de behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort. e. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 17.1 sub a en sub d: 1. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. In het geval in het openbaar gebied wordt voorzien in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte is het uitsluitend toegestaan op grond van dit onderdeel ontheffing te verlenen indien het naar het oordeel van burgemeester en wethouders redelijkerwijs fysiek onmogelijk of uit stedenbouwkundig oogpunt ongewenst is op eigen terrein in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte te voorzien, of; 2. voor zover het gaat om het bezoekersdeel in de parkeernorm voor de binnenstad (zone A), of 3. in situaties waar het algemeen belang is gediend kan van de parkeernorm worden afgeweken.
De gemeente kan in voorkomende gevallen maatwerk bieden. f. In het geval afwijking wordt verleend ingevolge het bepaalde in artikel 17.1 sub e, op grond van het feit dat in het openbaar gebied wordt voorzien in de nodige parkeer- of stallingsruimte dan wel laadof losruimte, zijn burgemeester en wethouders bevoegd aan de afwijking de verplichting tot betaling van een compensatiebedrag te verbinden, waarbij een bedrag van € 5.000,- per parkeerplaats dan wel laad- of losplaats wordt gehanteerd. Voor genoemde bedragen wordt het prijspeil 2010 gehanteerd en worden jaarlijks geïndexeerd op basis van het jaarlijkse prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie. 17.2
Wijziging parkeernormering
Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, het bepaalde in artikel 17.1 wijzigen indien nieuw gemeentelijk beleid inzake het aspect ‘parkeren’ is vastgesteld. De wijziging van het bepaalde in artikel 17.1 en de tabel in Bijlage 1 Parkeernormen is dan conform het nieuw gemeentelijk beleid inzake het aspect ‘parkeren’.
26
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
Hoofdstuk 4 Artikel 18 18.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
18.1.1 Bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 18.1.2 Afwijking vergroting bouwwerken Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning eenmalig afwijken van het bepaalde in sublid 18.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sublid 18.1.1 met maximaal 10%. 18.1.3 Uitgesloten bouwwerken Sublid 18.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 18.2
Overgangsrecht gebruik
18.2.1 Gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 18.2.2 Verbod verandering gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sublid 18.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 18.2.3 Verbod hervatting strijdig gebruik Indien het gebruik, bedoeld in sublid 18.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Regels (vastgesteld)
27
bestemmingsplan De Blaauwe Haan
Artikel 19
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als 'Regels van het bestemmingsplan De Blaauwe Haan' van de gemeente Gouda.
28
Regels (vastgesteld)