Rapport Arbeidsmigranten Alblasserwaard-Vijfheerenlanden.pdf
Tekst van het document
•
Hoe kan de inschrijving in de BRP (Basisregistratie) gestimuleerd worden en welke extra mogelijkheden biedt dit voor goede controle en handhaving?
•
Welke preventieve maatregelen zijn gewenst om eventuele overlast van arbeidsmigranten te voorkomen en welke eisen stelt dit aan informatie en communicatie?
Deels zullen de vragen in de lokale of regionale beleidsontwikkeling moeten worden beantwoord, maar voor sommige zaken is betrokkenheid van de provincie (bijvoorbeeld op het vlak van de ruimtelijke ordening) gewenst of van het Rijk (wet- en regelgeving). Tegelijkertijd is het wenselijk dat het gemeentelijk beleid in nauwe samenspraak met de stakeholders van de gemeente (werkgevers, uitzendbureaus, huisvesters, maatschappelijke organisaties) tot stand komt. Er is immers sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid, waarbij ook deze partijen een bijdrage leveren aan het gemeentelijke beleid en omgekeerd de gemeente soms faciliterend is voor de plannen van deze partijen. Het betrekken van de stakeholders kan op verschillende manieren plaatsvinden, variërend van bilaterale contacten tot bijeenkomsten met de
28
verschillende actoren gedurende de beleidsontwikkeling. Overwogen kan worden de beleidsontwikkeling af te sluiten met een convenant met de stakeholders, waarin afspraken worden gemaakt over verschillende zaken als huisvesting, maatschappelijke ondersteuning, informatie en communicatie, enz. Zeker als het zou gaan om de ontwikkeling van grootschalige huisvestingsvormen is het van belang de inwoners in de regio en vooral de omwonenden hier van meet af aan bij te betrekken. Alleen dan ontstaat voldoende draagvlak voor dergelijke plannen. De inwoners kunnen ook een rol vervullen als het gaat om arbeidsmigranten deel te kunnen laten uitmaken van onze samenleving (zie volgende paragraaf). Arbeidsmigranten die hier langer verblijven zijn ook inwoners van de gemeente. Het is dan ook van belang hen op een of andere wijze te betrekken bij de beleidsontwikkeling. In ieder geval zullen de behoeften en wensen van de doelgroep goed in beeld moeten komen, zo mogelijk worden zij ook zelf (of anders sleutelpersonen die de doelgroep goed kennen) betrokken bij de beleidsontwikkeling. Als hier voldoende draagvlak voor is, kan gedacht worden aan het oprichten van een platform, waarin stakeholders, inwoners en zo mogelijk de doelgroep zelf is vertegenwoordigd. Dit platform kan een belangrijke rol spelen bij zowel de beleidsontwikkeling als de uitvoering van het beleid.
Tot slot is het van belang om bij de verschillende stappen van de beleidsontwikkeling niet alleen het college van B&W, maar ook de Raad periodiek mee te nemen.
stakeholders en inwoners
raad
raad
college
college
ambtelijke organisatie
ambtelijke organisatie
Regionale samenwerking en afstemming - bestuurlijk - ambtelijk
stakeholders en inwoners
afstemming provincie en rijk
raad
raad
college
college
ambtelijke organisatie
ambtelijke organisatie
29
stakeholders en inwoners
Stakeholders en inwoners
3.4. STAPPEN IN DE BELEIDSVORMING In de hiervoor geschetste coproductie kunnen verschillende stappen worden onderscheiden, met als eindproducten een plan van aanpak, een beleidsplan, een uitvoeringsplan en indien gewenst een convenant met stakeholders als werkgevers, uitzendbureaus, huisvesters en maatschappelijke organisaties om de uitvoering goed vast te leggen (zie volgende pagina). Als basis voor het plan van aanpak kan het voorliggende rapport dienen. Na vaststelling van het rapport, zou op basis hiervan een plan van aanpak kunnen worden opgesteld voor de zomer van 2020, op basis waarvan in de tweede helft van 2020 de verdere beleidsvorming volgt. De beleidsvorming zal deels gebaseerd moeten worden op ‘learning by doing’, in het bijzonder als het gaat om de ontwikkeling van locaties. Werkgevers en uitzendbureaus hebben aangegeven veel waarde te hechten aan een actief beleid van de gemeente. Maar tegelijkertijd moet wel een goed beleidskader aanwezig zijn. De stappen worden door de werkgroep steeds in samenspraak met de stakeholders voorbereid en voorgelegd aan het College van B&W en de Raad. Ook zal per stap moeten worden bezien hoe – met als uitgangspunt de participatieladder – de stakeholders en de inwoners (c.q. arbeidsmigranten) hierbij betrokken worden.
De ervaring leert dat inwoners vooral bij concrete projecten een actieve rol wensen en minder bij algemene beleidsvorming. Als het om concrete projecten gaat is het van belang inwoners in een vroegtijdig stadium te betrekken (bijvoorbeeld door het oprichten van een klankbordgroep), transparante informatie te verstrekken, serieus in te gaan op hun bezwaren en te proberen hen een actieve rol te laten spelen in de planontwikkeling. De verantwoordelijkheid blijft daarbij bij de initiatiefnemers liggen en niet bij de gemeente. 3.5. VERSCHILLENDE BELEIDSONDERDELEN NADER UITGEWERKT Inventarisatie Er is weliswaar een schatting van het aantal arbeidsmigranten in de regio beschikbaar (zie par. 1.3), maar concrete gegevens ontbreken. De schatting is onder meer gebaseerd op de arbeidsmigranten die in de regio werken, terwijl het denkbaar is dat zij buiten de regio wonen. Ook kunnen in de regio arbeidsmigranten wonen die elders werken. De BRP geeft wel exacte gegevens, maar is onvolledig omdat veel arbeidsmigranten niet staan ingeschreven. Een preciezer beeld is nuttig als basis voor de registratie van arbeidsmigranten, het beoordelen van de huisvestingslocaties (op basis van een toetsingskader) en het eventueel legaliseren er van, als ook voor de controle en handhaving.
30
Voor het aanscherpen van het beeld zijn er twee opties. De eerste is een integrale inventarisatie op een groot aantal locaties waarvan bekend is dat er arbeidsmigranten wonen (of het vermoeden bestaat), de tweede is het meer incrementeel opbouwen van het beeld op basis van contacten met werkgevers, uitzendbureaus en huisvesters, aangevuld met gerichte inventarisatie op basis van signalen van overlast, parkeertellingen, gemeten overbelasting van het riool, enz. De eerste optie vraagt om een eenmalige investering, de tweede kost meer tijd en daardoor mogelijk op termijn ook meer geld. Daarnaast kan het wenselijk zijn een meer kwalitatief beeld te krijgen van de wensen en behoeften van de arbeidsmigranten, hun ambities (bijvoorbeeld om zich hier permanent te vestigen), enz. Dit is met name nuttig voor het bepalen van de kwalitatieve huisvestingseisen en het flankerend beleid gericht op integratie in de samenleving. Registratie Het belang van een deugdelijke registratie in de BRP of RNI is bijzonder groot, bijvoorbeeld als het gaat om de veiligheid in het geval van calamiteiten maar ook omdat de arbeidsmigranten hier rechten aan kunnen ontlenen uit oogpunt van gezondheidszorg, sociale zekerheid, enz. Vooral de inschrijving in de BRP waarborgt betere rechten voor de arbeidsmigrant en maakt betere controle door de gemeente mogelijk.
In- en uitschrijving is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de arbeidsmigrant zelf. De gemeente kan echter wel via werkgevers, uitzendbureaus en huisvesters stimuleren dat arbeidsmigranten zich laten inschrijven, maar ook weer uitschrijven als zij vertrekken. De gemeente kan hen faciliteren door bijvoorbeeld op grotere locaties inschrijfavonden te houden. Met een inschrijving in de RNI (voor een verblijf van maximaal 4 maanden in een periode van 6 maanden) kan een arbeidsmigrant een BSN nummer krijgen dat de mogelijkheid biedt om te werken, een ziektekostenverzekering af te sluiten, enz. Daarmee wordt nog niet duidelijk waar de arbeidsmigrant gaat wonen en werken, wat controle op eventuele mistanden in woon- en werksituaties moeilijk maakt. Het is daarom een goede zaak als huisvesters die verblijf bieden aan deze arbeidsmigranten worden verplicht voor hen elke 24 uur een (bij voorkeur digitaal nachtregister) bij te houden. De gemeente kan hiertoe een webapplicatie ontwikkelen, die de huisvesters de mogelijkheid biedt via de gemeentelijke website het nachtregister in te vullen. Dit nachtregister kan ook voor toeristische overnachtingen worden gebruikt. Voor het verplicht stellen van het bijhouden van het nachtregister moet de APV van de gemeente worden aangepast.
De gemeente kan huisvesters voor de overnachtingen van arbeidsmigranten verblijfsbelasting laten betalen, vergelijkbaar met de reguliere toeristenbelasting.
31
Inzicht en overzicht • DNA AlblasserwaardVijfheerenlanden • betrokken partijen • verkennen belangen en ambities • beleidsthema’s en aanpak • planning
PLAN VAN AANPAK
Dialoog en beleid • inventarisatie arbeidsmigranten • registratie • toetsingskader huisvesting • toezicht en handhaving • flankerend beleid • vitale coalities
BELEIDSPLAN
Maatregelen • (juridisch) instrumentarium • organisatie en capaciteit • overleg gremia • financiële middelen
UITVOERINGSPLAN
Uitvoering • beoordelen initiatieven • inschrijving BRP/RNI • controle en handhaving • informatieverstrekking • maatschappelijke ondersteuning • periodiek overleg • monitoring en evaluatie
CONVENANT
32
Toetsingskader huisvesting Zoals eerder aangegeven zal elke gemeente zijn eigen afwegingen moeten maken op welke locaties en in welke omvang huisvesting voor arbeidsmigranten worden gehuisvest. Het is wel belangrijk dat deze keuzes regionaal worden afgestemd om daarmee uiteindelijk gezamenlijk te voorzien in de totale huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten.Bij short stay gaat het om een verblijf van enkele weken tot enkele maanden, bijvoorbeeld in de agrarische sector tijdens het pluk- en oogstseizoen. Veelal vindt dit op of nabij agrarische bedrijven plaats. De voorwaarden waaronder dit mogelijk is zijn in de regio juridisch nog niet geregeld. Overwogen kan worden hiervoor als basis te nemen de regeling die hiervoor in 2011 in de regio Rivierenland is vastgesteld. Het provinciaal beleid maakt het voor een periode van drie maanden wel mogelijk (zie par. 1.4). Bij mid stay gaat het om een verblijf van enkele jaren. Hiervoor zijn verschillende opties denkbaar, bijvoorbeeld op recreatieparken, in specifieke logiesgebouwen in het buitengebied, de bebouwde kom of eventueel (onder strikte randvoorwaarden) aan de randen van bedrijventerreinen en in woningen (kamergewijze verhuur). Elke huisvestingslocatie vraagt om specifieke afwegingen.
Enkele van de onderstaande huisvestingsvormen zijn op dit moment strijdig zijn met het huidige provinciaal beleid, zoals de huisvesting op recreatieterreinen of nieuwbouw bij agrarische bedrijven voor een periode langer dan 3 maanden. Hierover zal dan ook eerst het gesprek met de provincie moeten worden aangegaan voor het in het gemeentelijk beleid kan worden opgenomen. Op recreatieparken: •
Hoe verhoudt het zich tot de recreatieve functie? Het combineren van een recreatieve functie met de huisvesting van arbeidsmigranten is niet altijd gelukkig.
•
Om welke schaalgrootte zou het kunnen gaan, mede rekening houdend met het draagvlak van de bevolking?
•
Hoe kan het risico van wanbeheer en eventueel zelfs ondermijning worden voorkomen?
•
In hoeverre is het belemmerend voor de integratie van arbeidsmigranten?
Bij (agrarische) bedrijven: •
Mag deze huisvesting het hele jaar rond zijn of alleen voor een bepaald seizoen?
•
Hoe kan te grote afhankelijkheid en zelfs uitbuiting van de arbeidsmigranten worden voorkomen?
•
In hoeverre is het belemmerend voor de integratie van arbeidsmigranten?
Op (met name aan de randen van) bedrijventerreinen: •
Kan dit vanuit het oogpunt van de geldende milieuzonering?
•
Is het belemmerend voor de aanwezige bedrijven als zij willen uitbreiden?
•
In hoeverre is het belemmerend voor de integratie van arbeidsmigranten?
33
In te realiseren complexen in woonwijken door nieuwbouw of transformatie van bestaande panden: •
Kan het gecombineerd worden met de huisvesting voor andere doelgroepen, bijvoorbeeld in de vorm van flexwonen?
•
Is hier voldoende draagvlak voor bij de aanwezige bevolking en is er kans op overlast?
In bestaande woningen, bijvoorbeeld in de vorm van kamergewijze verhuur: •
Leidt dit tot (nog minder) mogelijkheden voor bijvoorbeeld starters op de woningmarkt, met name als werkgevers en uitzendbureaus goedkope woningen hiervoor gaan opkopen?
•
Is hier voldoende draagvlak voor bij de aanwezige bevolking en is er kans op overlast?
Voor elke optie zijn voorbeelden in Nederland te vinden: •
De provincie Gelderland maakt structureel een afweging of recreatieparken kansrijk zijn vanuit toeristisch- recreatief perspectief; is dat niet het geval dan kan het (veelal tijdelijk en onder strikte voorwaarden) een woonfunctie krijgen.
•
De Regio Rivierenland staat sinds 2011 onder voorwaarden de huisvesting van seizoenswerkers bij agrarische bedrijven toe tijdens het pluk- en oogstseizoen.
•
In Waalwijk is in 2018 na een Raad van State uitspraak een grootschalig complex voor de huisvesting van arbeidsmigranten gerealiseerd op een gemengd bedrijventerrein, passend bij de milieuzonering van het bedrijventerrein.
•
Tiel staat de huisvesting van arbeidsmigranten in woonwijken toe, echter onder zeer strikte voorwaarden en na het uitvoeren van een leefbaarheidstoets (hoe kwetsbaar is de wijk, welke andere mogelijk overlast gevende activiteiten zijn er in een straat als horeca, prostitutie of drugshandel, enz.). Zie bijlage 1. Een aantal andere gemeenten staan het niet toe en hebben veelal (na een uitspraak van de Raad van State uit 2017 m.b.t. de wijze waarop de functie ‘wonen’ in bestemmingsplannen is gedefinieerd) via een paraplubestemmingsplan geregeld dat nieuwe gevallen van kamergewijze verhuur niet meer mogelijk zijn.
Anders dat bij het locatiekeuzebeleid kan worden overwogen voor de kwalitatieve huisvestingseisen wel een eenduidig toetsingskader op te stellen. Daarmee wordt regionaal duidelijkheid verschaft aan de initiatiefnemers voor huisvestingsplannen. Vanzelfsprekend is het Bouwbesluit maatgevend. Als minimale kwaliteitseisen wordt daarnaast vaak het SNF keurmerk gehanteerd (SNF staat voor Stichting Normering Flexwonen). Registratie bij SNF waarborgt dat ook regelmatig bij huisvesters wordt gecontroleerd of zij voldoen aan de kwaliteitseisen. Tegelijkertijd moet worden geconcludeerd dat de eisen vrij laag zijn. Ook spelen randvoorwaarden een rol. Vooral als het gaat om de ruimtelijke inpassing, rekening houdend met natuur, landschap, milieu en geluid), de bereikbaarheid, het woon- en leefklimaat, de eventuele voorzieningen, beheer en handhaving, als ook de informatievoorziening
34
voor arbeidsmigranten. Een voorbeeld, ontleend aan het beleidsplan arbeidsmigranten van de gemeente Neder-Betuwe is opgenomen in bijlage 2. De huidige corona uitbraak maakt des te meer duidelijk dat goede huisvesting van essentieel belang is voor het welzijn en de gezondheid van de arbeidsmigranten. Wat dat betreft zijn de eisen van het SNF keurmerk aan de lage kant: er mogen bijvoorbeeld maximaal 4 mensen in een chalet worden gehuisvest, waarbij als ondergrens de norm geldt van 12 m² verblijfsoppervlak per bewoner. Beter zou zijn als van maximaal 2 mensen wordt uitgegaan en een hogere verblijfsnorm van bijvoorbeeld 18 m² (een norm die bijvoorbeeld door de gemeente Tiel gaat worden gehanteerd). Toezicht en handhaving Voor de bestaande en nieuw te realiseren locaties kan een al dan niet tijdelijke omgevingsvergunning worden afgegeven. Het is van belang dat vervolgens goede controle en zo nodig handhaving plaatsvindt. Zo is volgens het Bouwbesluit de eigenaar verplicht om in het kader van brandveiligheid te melden wanneer overnachting wordt geboden aan vijf of meer personen. Bij bedrijfsmatige verhuur of verhuur aan meer dan 10 personen is volgens ditzelfde artikel een omgevingsvergunning brandveilig gebruik vereist.
Ook kan niet-vergunning gebonden handhaving aan de orde zijn als het gaat het om meldingen en klachten die bij de gemeente binnen komen, bijvoorbeeld overlast en/of illegale bewoning. De gemeente handhaaft bij overlast op basis van de Wet aanpak woonoverlast gemeenten en conform de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Dit is de gemeentelijke regelgeving op het gebied van openbare orde en veiligheid. De overlastmeldingen worden geregistreerd op adresniveau. Het gewenste effect is dat overlast wordt gestopt of zich niet herhaalt. Hoewel overlast bij elke woonsituatie kan voorkomen en niet is voorbehouden aan arbeidsmigranten, vraagt het voorkómen van overlast bij huisvesting van arbeidsmigranten aandacht. De verantwoordelijkheid ligt in eerste instantie bij de beheerder van de locatie(s) zelf, maar als het gaat om de openbare ruimte is de gemeente uiteindelijk verantwoordelijk. Deelname aan de samenleving De doelgroep van arbeidsmigranten is op het eerste oog zelfredzaam omdat zij werk en inkomen hebben. Net als alle inwoners kunnen zij zich tot de (lokale) overheid wenden indien nodig. Vaak weten zij echter door een aantal zaken niet altijd de weg te vinden in de Nederlandse samenleving.
Ze zijn voor de overheid vaak onvindbaar doordat ze niet staan ingeschreven, ze zijn soms sterk afhankelijk van de werkgever of het uitzendbureau (met het risico van uitbuiting) en ze hebben als EU burger geen inburgeringsplicht waardoor ze de taal vaak niet machtig zijn.
35
Bovenstaande punten maken dat op sociaal gebied, ondanks de zelfredzaamheid, toch enige specifieke aandacht gewenst is voor deze doelgroep. De belangrijkste rol die de gemeente heeft, is het komen tot een goed toegankelijke informatievoorziening voor arbeidsmigranten. Dat kan via een regionale website (met doorverwijzingen naar andere relevante websites zoals van de organisatie Polonia, de inspectie SZW en het ministerie van BZK) en gemeentelijke informatiekanalen, maar ook door te participeren in facebookgroepen van arbeidsmigranten. Met werkgevers, uitzendbureaus en huisvesters kan worden overeengekomen dat ook zij zorgen voor een goede informatievoorziening. De gemeente zou verder een vast aanspreekpunt kunnen instellen voor arbeidsmigranten zelf en de overige inwoners, werkgevers enz. die vragen hebben over arbeidsmigranten. Maatschappelijke organisaties, verenigingen en burgers kunnen een bijdrage leveren aan de integratie van langdurig of permanent verblijvende arbeidsmigranten in onze samenleving. Het leren van de Nederlandse taal is essentieel. Bij burgers kan het om ‘maatjes’ projecten gaan, bij verenigingen om bijvoorbeeld arbeidsmigranten deel te laten uitmaken van een voetbalteam. Bibliotheken en scholen kunnen een belangrijke rol spelen bij het taalonderwijs. Ook het onderwijs aan de kinderen is een aandachtspunt.
Soms hebben zij scholingsachterstanden die vergelijkbaar zijn met de kinderen van asielzoekers c.q. statushouders. Een toename van het aantal arbeidsmigranten leidt ook tot een toename van gezondheidsvraagstukken. Dit geldt onder andere op het gebied van de preventieve gezondheidszorg (gezonde leefstijl) en als het om gezinnen gaat; de jeugdgezondheidszorg. De zorgtaken hiervoor worden uitgevoerd door GGD. Hiervoor wordt nadrukkelijk samengewerkt met ketenpartners rondom de opvang en integratie van deze doelgroep.
36
Bijlage 1: Toetsingskader beleidsplan arbeidsmigranten Neder-Betuwe
37
Bijlage 2: Woontoets gemeente Tiel
Beoordelingsformulier leefbaarheidstoets Datum indiening: Adres pand: Dossiernummer: Vraag:
Antwoord:
1
Hoeveel woningen telt de betreffende straat en hoeveel zijn daarvan gesplitst of omgezet in kamerbewoning, zowel illegaal als legaal?*
2
Is er sprake van clustervorming**?
3
Zijn al eerder aanvragen in de betreffende straat geweigerd of verleend?
4
Is het laatste half jaar sprake van meer dan 4 meldingen/klachten/signalen bij gemeente en politie per maand vanuit meerdere adressen in de betreffende straat t.a.v. overlast als gevolg van parkeren, stank, geluid, drank –en drugsmisbruik, schending van de veiligheid, plaatsen van fietsen, op straat laten staan van kliko’s en/of vuilniszakken en vandalisme? Zo ja, hoeveel?
5
Wat is het beeld van de wijk en in welke mate wordt er overlast ervaren in de wijk?
6
Zijn er overige relevante factoren aanwezig rondom de woning? (vb: horecagelegenheden, prostitutie, coffeeshops, probleemgezinnen, etc.)
Oordeel n.a.v. bovenstaande antwoorden:
38
Advies: positief/negatief
* Hier is van belang dat wordt bekeken welke vergunningen al zijn verleend. Daartoe wordt een zogenoemde stippenkaart gebruikt om alle woningen waarvoor in het verleden vergunningen tot onttrekking, samenvoeging en eventueel kadastrale splitsing zijn verleend, rondom de woning waarvoor nu een vergunning wordt aangevraagd, inzichtelijk te maken. Deze stippenkaart wordt gevuld n.a.v. aanvragen die binnenkomen, in overleg met de gebiedsconsulente en wijkagent van de betreffende wijk. ** Clustervorming: Spreiding van woningen waarvoor een vergunning tot met name omzetting is verleend, is wenselijk. Clustervorming binnen bijvoorbeeld delen van straten kan ten koste gaan van de leefbaarheid in die delen van straten.
39