CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoek Kindermishandeling-bijlage 1 onderzoeksrapportage-februari 2023-def.

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente GorinchemBij agendapunt: BESPREEKSTUK Rekenkamerrapport Huiselijk geweld en kindermishandeling24.402 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Aanpak kindermishandeling Gorinchem Rekenkameronderzoek Wendy Buysse, Nynke Piepers & Maud Pluijm

Contactgegevens Februari, 2023 Wendy Buysse wbuysse@dsp-groep.nl 020-6257537 Nynke Piepers npiepers@dsp-groep.nl Maud Pluijm mpluijm@dsp-groep.nl

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

2

Inhoud

DSP-groep

Afkortingen

5

1

Inleiding

6

1.1

Vraagstelling

6

1.2

Onderzoeksverantwoording

7

1.3

Leeswijzer

9

2

Kindermishandeling

10

2.1

Definitie

10

2.2

Hoe vaak komt het voor?

10

2.3

Risicofactoren voor kindermishandeling

12

3

Wettelijk kader

15

3.1

Wettelijke verantwoordelijkheid gemeente

15

3.2

Samenwerking regio

17

4

Beleid

21

4.1

Regiovisie

21

4.2

Doelen

23

4.3

Instrumentaria

24

4.4

Verbinding met andere programma’s en vervolg

26

4.5

Gorinchems beleid en instrumentaria

29

4.6

Sturing en monitoring

31

5

Werkwijze in de praktijk

34

5.1

Werkproces

34

5.2

De praktijk in Gorinchem in cijfers

39

5.3

Vergelijking Gorinchem met ZHZ en Nederland

43

6

Doeltreffendheid en doelmatigheid

45

6.1

Overall beeld resultaten regiovisie GHNT in Gorinchem

45

6.2

Actielijn 1 Resultaten eerder in beeld

46

6.3

Actielijn 2 Stoppen en duurzaam oplossen

51

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

3

6.4

Actielijn 3 Specifieke doelgroepen

53

6.5

Bevorderende en belemmerende factoren

53

7

Rol van de raad

55

Addendum

57

Bijlagen

DSP-groep

Bijlage 1 - Begrippenlijst

62

Bijlage 2 - Geraadpleegde bronnen

65

Bijlage 3 - Rollen en verantwoordelijkheden ketenpartners aanpak kindermishandeling

67

Bijlage 4 - Risicofactoren voor huiselijk geweld en kindermishandeling

70

Bijlage 5 - Cijfers Gorinchem, ZHZ, Nederland

71

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

4

Afkortingen

DSP-groep

ASVZ

Algemene Stichting Voor Zorg- en dienstverlening

CBS

Centraal Bureau voor de Statistiek

CIT

Crisis Interventie Team

College van B&W

College van burgemeester en wethouders

CSG

Centrum Seksueel Geweld

DG&J

Dienst Gezondheid en Jeugd

GGD

Gemeentelijke gezondheidsdienst

GGZ

Geestelijke gezondheidszorg

GHNT

Geweld Hoort Nergens Thuis

GI

Gecertificeerde Instelling

HGKM

Huiselijk geweld en kindermishandeling

JB West

Jeugdbescherming West

LJ&R

Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering

LVB

Licht verstandelijke beperking

MDA++

Multidisciplinaire Aanpak

OM

Openbaar Ministerie

RvdK

Raad voor de Kinderbescherming

SOJ

Serviceorganisatie Jeugd

VNG

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

VOiT

Veilig Opgroeien is Teamwerk

VT

Veilig Thuis

Wmo

Wet maatschappelijke ondersteuning

WODC

Wetenschappelijk Onderzoeks- en documentatiecentrum

WSG

William Schrikker Groep

ZHZ

Zuid-Holland Zuid

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

5

1

Inleiding

1.1

Vraagstelling De rekenkamercommissie Gorinchem heeft naar aanleiding van vragen in de gemeenteraad gesignaleerd dat er relatief meer meldingen van kindermishandeling zijn in Zuid-Holland Zuid1 (ZHZ) – en mogelijk ook in Gorinchem – dan gemiddeld in Nederland. De redenen daarvoor zijn niet duidelijk. Ook heeft zij vastgesteld dat de gemeenteraad weinig zicht heeft op de aanpak van kindermishandeling en de kwaliteit van de hulp in die aanpak. De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is een complexe opgave waarin veel partijen een rol spelen. Een effectieve aanpak kan alleen door een gezamenlijke inspanning van burgers, professionals en gemeente worden bereikt. De problematiek is vaak meervoudig. Op maatschappelijk niveau zijn onder andere armoede en financiële problemen een risico voor kindermishandeling. Voor de aanpak is samenwerking tussen organisaties binnen het sociaal domein en veiligheidsdomein nodig. Verschillende terreinen van het beleid hebben dus te maken met de aanpak van kindermishandeling. Het beleid en de uitvoering van de aanpak worden regionaal vormgegeven, maar de gemeente heeft ook haar eigen verantwoordelijkheid. De gemeenteraad heeft behoefte aan meer inzicht in de regierol van de gemeente op deze aanpak. Daarom laat de rekenkamercommissie onderzoek doen naar de aanpak van kindermishandeling in Gorinchem.

Doel van het onderzoek De rekenkamercommissie wil met dit onderzoek inzicht krijgen in de factoren die maken dat er in de regio ZHZ en mogelijk ook in Gorinchem meer meldingen van kindermishandeling zijn dan elders in het land. En afgeleid daarvan: inzicht krijgen in de doelmatigheid en doeltreffendheid van de aanpak van huiselijk geweld in het algemeen en kindermishandeling in het bijzonder in de gemeente Gorinchem; inzicht krijgen in de wijze waarop de gemeente Gorinchem de regierol invult in relatie tot de lokale ketenpartners; beoordelen welke relatie er bestaat tussen de aanpak en de meldingen. Onderzoeksperiode DSP-groep heeft dit onderzoek in opdracht van de rekenkamercommissie uitgevoerd tussen februari en november 2022. In dit rapport presenteren we de resultaten van dat onderzoek. De resultaten zijn gebaseerd op gesprekken tussen mei en september 2022. Dit betekent dat nieuwe ontwikkelingen na oktober 2022 niet zijn meegenomen in het rapport. Op het gebied van de aanpak van kindermishandeling doen zich veel ontwikkelingen voor. In het ambtelijk wederhoor in januari 2023 is melding gedaan van recente ontwikkelingen die relevant zijn voor de conclusies van dit onderzoek. Deze zijn in een addendum kort beschreven.

In hetzelfde addendum geven we ook een update van specifieke cijfers met betrekking tot kindermishandeling die ten tijde van het veldwerk niet beschikbaar waren maar wel relevant zijn voor de conclusies van het onderzoek.

1 Schriftelijke vragen van Dhr. Ilhan Tekir van de fractie D66, inzake huiselijk geweld en kindermishandeling d.d. maart 2021.

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

6

Centrale vraagstelling De centrale vraagstelling van het onderzoek is: In hoeverre hanteert de gemeente Gorinchem in de periode 2019-2022 een doeltreffende en doelmatige aanpak op lokaal niveau (mede in relatie tot de lokale partners) ten aanzien van het voorkomen, de (vroeg)signalering en de aanpak van huiselijk geweld in het algemeen en kindermishandeling in het bijzonder (binnen de context van regionale samenwerking), en voert zij haar rol doeltreffend en doelmatig uit?

Deelvragen De centrale vraagstelling is vertaald in de volgende deelvragen: 1.

Welke ontwikkeling is vanaf 2019 zichtbaar in het aantal meldingen en het aandeel kinderen dat te maken heeft met huiselijk geweld, en kindermishandeling in het bijzonder, in Gorinchem t.o.v. ZHZ en Nederland als geheel?

2.

Welke wettelijke verplichtingen hebben gemeenten t.a.v. het voorkomen, de (vroeg)signalering en de aanpak van huiselijk geweld?

3.

In hoeverre heeft de gemeente samenhangend beleid vastgesteld (regionaal en lokaal) t.a.v. het voorkomen, de (vroeg)signalering en de aanpak van huiselijk geweld?

4.

a)

Welke doelen heeft de gemeente zich gesteld op dit gebied?

b)

In hoeverre kan de gemeente sturen op de gestelde doelen?

c)

Op welke manier worden de gestelde doelen gemonitord?

Hoe geeft de gemeente gedurende de periode 2019 – 2022 invulling aan haar eigen (lokale) rol binnen dit beleid?

5.

d)

Welke instrumenten worden ingezet en welke resultaten worden geboekt?

e)

Op welke manier voert de gemeente regie op lokale ketenpartners?

f)

Welke factoren werken belemmerend en bevorderend om de gestelde doelen te bereiken?

g)

Welke impact heeft de covidpandemie op de uitvoering?

Wat is de relatie tussen de doeltreffendheid en doelmatigheid in de aanpak van de gemeente Gorinchem in de periode 2019 - 2022 en het relatief hoge aantal meldingen van kindermishandeling?

1.2

Onderzoeksverantwoording Om de onderzoeksvragen te beantwoorden hebben we de volgende onderzoeksmethoden ingezet: Deskresearch bestaande uit documentenanalyse en analyse van cijfers uit de impactmonitor huiselijk geweld en jaarrapportages van Veilig Thuis (VT) (zie bijlage 2 voor een overzicht van de documenten). Interviews met vertegenwoordigers van de verschillende stakeholders over de doelen van de aanpak, de instrumenten die worden ingezet, wat goed gaat en belemmerende factoren en duiding van de cijfers:

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

7

•

Gemeente: accounthouder huiselijk geweld en kindermishandeling, beleidsadviseurs sociaal domein en jeugd en openbare orde en veiligheid (vier respondenten)

•

Gemeente: wethouder en beleidsadviseur

•

VT (manager, teamleider en uitvoerend medewerker)

•

Sociaal team (manager, aandachtfunctionaris en medewerker)

•

Projectleider Geweld Hoort Nergens Thuis (GHNT) regio

•

Programmamanager Veilig Opgroeien is Teamwerk (VOiT)

•

Politie (operationeel analist, aanspreekpunt doelgroepen voorheen wijkagent)

•

Ambtelijk opdrachtgever GHNT centrumgemeente Dordrecht

•

Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) (beleidsadviseur en medewerker intake)

•

Gecertificeerde instellingen (GI’s) (jeugdbeschermer betrokken bij VOiT WSG en LJ&R, teammanager JB West)

Panelgesprek met vertegenwoordiging van raadsleden (zes deelnemers van vijf partijen) over de invloed die de raad wil uitoefenen op de aanpak van kindermishandeling, welke mogelijkheden de raad ziet en wat de raadsleden nodig hebben om die invloed uit te oefenen.

Scope en afbakening Omdat de aanpak van kindermishandeling onderdeel is van de aanpak huiselijk geweld kunnen beide vormen niet helemaal los van elkaar worden gezien. De aanpak huiselijk geweld is breder dan de aanpak kindermishandeling en omvat bijvoorbeeld ook de aanpak van ouderenmishandeling en eerwraak. In dit onderzoek ligt de focus op kindermishandeling binnen de bredere context van huiselijk geweld. In hoofdstuk 2 gaan we nader in op de definitie van kindermishandeling. We vergelijken de situatie van huiselijk geweld en kindermishandeling in Gorinchem met die in ZHZ en Nederland. Voor Gorinchem zoomen we in op cijfers over kindermishandeling. Wanneer we de vergelijking maken met ZHZ en Nederland gebruiken we veelal cijfers over huiselijk geweld, omdat op het niveau van Nederland niet alle beschikbare cijfers zijn uitgesplitst naar kindermishandeling. We benoemen dat dan expliciet. Na afronding van het onderzoek zijn enkele van deze uitgesplitste cijfers wel beschikbaar gekomen. Deze hebben we in het addendum opgenomen. Zoals eerder gezegd, worden het beleid en de uitvoering van de aanpak van kindermishandeling – en huiselijk geweld – regionaal vormgegeven, maar de gemeente Gorinchem heeft ook haar eigen verantwoordelijkheid. De focus van dit onderzoek ligt op de invulling van de lokale regierol en de lokale sturing binnen het regionale kader.

We richten ons daarbij op de periode 2019 – 2021 met een doorkijk naar de recente ontwikkelingen in 2022.

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

8

1.3

Leeswijzer In hoofdstuk 2 gaan we in op wat kindermishandeling is en hoe vaak het voorkomt in Gorinchem, ZHZ en Nederland. Vervolgens zetten we in hoofdstuk 3 de wettelijke taken van de gemeente op een rij. Het regionale en lokale beleid komt in hoofdstuk 4 aan bod. De werkwijze voor het signaleren en melden van kindermishandeling in de praktijk beschrijven we in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 presenteren we de resultaten over de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het beleid. Daarna gaan we in hoofdstuk 7 in op de (mogelijke) rol van de raad ten aanzien van de aanpak kindermishandeling. In een addendum hebben we wijzigingen in de aanpak sinds de afronding van het onderzoek die in het ambtelijk wederhoor zijn genoemd en relevant zijn voor de conclusies kort beschreven. In dit addendum zijn tevens cijfers opgenomen met betrekking tot kindermishandeling die recent beschikbaar zijn gekomen en relevant zijn voor de conclusies. De bevindingen zijn samengevat in de bijgevoegde factsheet. In bijlage 1 is een begrippenlijst opgenomen. In bijlage 2 de geraadpleegde bronnen en in bijlage 3 de rollen en verantwoordelijkheden van de ketenpartners in de aanpak kindermishandeling (en huiselijk geweld). In bijlage 4 geven we een overzicht van de risicofactoren voor huiselijk geweld en kindermishandeling in Gorinchem in vergelijking met Zuid-Holland Zuid.

In bijlage 5 zijn verdiepende cijfers opgenomen.

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

9

2

Kindermishandeling Geweld hoort nergens thuis en toch is huiselijk geweld en kindermishandeling het grootste geweldsprobleem in onze samenleving.2 In dit hoofdstuk beschrijven we wat wordt verstaan onder kindermishandeling en hoe vaak het voorkomt.

2.1

Definitie Huiselijk geweld is geweld door iemand in de huiselijke kring van het slachtoffer. Het slachtoffer is afhankelijk van de dader en er is meestal sprake van een machtsverschil. Daders kunnen partners, ex-partners, gezins- en familieleden en huisvrienden zijn.3 Kindermishandeling is een specifieke vorm van huiselijk geweld. Bij kindermishandeling berokkenen de ouders of andere volwassenen de minderjarige ernstige schade in de vorm van fysiek of psychisch letsel, ofwel door dreiging met het toebrengen van dergelijk letsel. Het gaat dus niet alleen om de ouders of verzorgers in het gezin. Ook andere volwassenen kunnen een kind dat afhankelijk van hen is voor aandacht, bescherming en verzorging mishandelen (Impactmonitor huiselijk geweld en kindermishandeling)4. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van kindermishandeling: Fysieke mishandeling Fysieke verwaarlozing Emotionele mishandeling Emotionele verwaarlozing Seksueel misbruik Getuige zijn van geweld in het gezin Verschillende bronnen hanteren verschillende definities. We sluiten in dit rapport aan bij de definities van die gebruikt worden in de Impactmonitor Huiselijk Geweld van het CBS.

2.2

Hoe vaak komt het voor? Hoe vaak kindermishandeling voorkomt is niet duidelijk. Kindermishandeling speelt zich vaak af in de beslotenheid van de huiselijke kring. Niet alle gevallen van kindermishandeling worden gemeld. En niet elke melding betekent dat er ook daadwerkelijk sprake is van kindermishandeling.

2

Regiovisie en Actieplan Geweld hoort Nergens Thuis Zuid-Holland Zuid 2019-2022.

3 In deze definitie van huiselijk geweld valt dierenmishandeling niet onder huiselijk geweld. Dierenmishandeling en huiselijk geweld gaan

echter vaak samen. Dierenmishandeling kan een signaal zijn van huiselijk geweld. Dierenmishandeling kan ook de reden zijn voor een slachtoffer van huiselijk geweld om de gewelddadige situatie niet te ontvluchten. 4 https://dashboards.cbs.nl/v3/dashboardimpactmonitor_hgkm/.

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

10

Op basis van landelijke studies bij professionals naar hoe vaak kindermishandeling voorkomt, wordt geschat dat ongeveer 3% van de kinderen tussen 0 en 17 jaar jaarlijks te maken krijgt met kindermishandeling. Er zijn geen specifieke cijfers over hoe vaak kindermishandeling in Gorinchem voorkomt. Wel zijn er cijfers over het aantal meldingen van kindermishandeling in Gorinchem (zie tabel 2.1). In 2021 zijn 206 meldingen van kindermishandeling gedaan over kinderen in Gorinchem. Daarbij moeten we er wel rekening mee houden dat over één kind meerdere meldingen kunnen worden gemaakt en dat één melding betrekking kan hebben op meerdere kinderen. We merken verder op dat meldingen niet betekenen dat er ook daadwerkelijke sprake is van kindermishandeling. Uit tabel 2.1 blijkt ook dat het aantal meldingen tussen 2020 en 2021 is afgenomen. Hier gaan we in hoofdstuk 5 nader op in. Tabel 2.1

Aantal meldingen kindermishandeling in Gorinchem tussen 2019-2021 Jaar

Gorinchem

2019

241

2020

243

2021

206

Bron: Jaaroverzichten Veilig Thuis 2019-2021

Afgezet tegen het aantal inwoners worden in Gorinchem en ZHZ meer meldingen van kindermishandeling gedaan per 100. 000 inwoners dan in Nederland (zie tabel 2.2). In Gorinchem is dit relatieve aantal echter afgenomen sinds 2019. In 2021 zijn er 495 meldingen kindermishandeling per 100.000 inwoners. In ZHZ is dit 640 en in Nederland 349. Tabel 2.2

Aantal ontvangen meldingen kindermishandeling bij VT in Gorinchem, ZHZ en Nederland per 100.000 inwoners tussen 2019-20215 Jaar

Gorinchem

ZHZ

Nederland

2019

627

635

321

2020

621

675

365

2021

495

640

341

Bron: Dashboard Veilig Thuis CBS

Op basis van de vermoedelijke aard van het geweld dat wordt vastgelegd als melding wordt gedaan van kindermishandeling, kunnen we een inschatting maken van de vorm die door professionals of burgers het meest worden gesignaleerd (in hoofdstuk 5 geven we een nadere beschrijving van de werkwijze van signaleren en melden in de praktijk). Over hoe vaak specifieke vormen van kindermishandeling voorkomen kunnen we geen exacte uitspraken doen. Zoals eerder gezegd komen in een gezin meerdere vormen van kindermishandeling voor.

5 De absolute aantallen meldingen op het Dashboard VT van CBS wijken enigszins af van de absolute aantallen in de jaarrapportages van VT

ZHZ. Dit heeft mogelijk te maken met peildatum van opvragen, administratieve wijzigingen na de peildatum en afronding op vijftallen door het CBS.

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

11

Tabel 2.3

Aantal meldingen kindermishandeling in Gorinchem en Zuid-Holland Zuid in 2021 naar type kindermishandeling Aantal meldingen (2021)

Gorinchem

Zuid-Holland Zuid

Fysieke mishandeling

43

679

Fysieke verwaarlozing

33

624

Emotionele/geestelijke verwaarlozing

189

2968

Seksueel misbruik

8

89

Overig

17

206

Bron: Jaaroverzichten VT 2021

De meeste meldingen – bijna twee derden – gaan over emotionele verwaarlozing (zie tabel 2.3). Ongeveer 15% van de meldingen gaan over fysieke mishandeling en iets minder over fysiek verwaarlozing. Zoals eerder gezegd kunnen in één melding verschillende vormen van kindermishandeling worden gemeld. Daarom komt het totaal van het aantal meldingen met betrekking tot de verschillende vormen van kindermishandeling niet overeen met het aantal meldingen van kindermishandeling dat in 2021 is gemaakt (206).

2.3

Risicofactoren voor kindermishandeling Huiselijk geweld en kindermishandeling zijn in gezinnen veelal geen opzichzelfstaande problemen. Vaak is er sprake van een opeenstapeling van problemen op verschillende domeinen. Daarnaast zijn er ook context- en risicofactoren die de kans op huiselijk geweld en kindermishandeling vergroten. In figuur 2.1 is weergegeven welke factoren dat zijn.

Figuur 2.1 Ecologisch model context- risicofactoren HGKM

Bron: A. ten Boom en K. Wittebrood (2019) De prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling in Nederland (Den Haag: WODC)

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

12

In 2020 heeft Regioplan in opdracht van de regio ZHZ onderzoek gedaan naar de mate waarin de context- en risicofactoren voorkomen in de gemeenten van de regio.6 7 Zij hebben per gemeente een risicoscore berekend, gebaseerd op gegevens uit 2019.8 In figuur 2.2 is de risicoscore voor de verschillende gemeenten weergegeven. Figuur 2.2 Stapeling risicofactoren regio ZHZ

Bron: E. Verbeek en K. de Vaan, Risicoscore huiselijk geweld en kindermishandeling (Regioplan, 2020)

Gorinchem scoort samen met Dordrecht en Zwijndrecht over het algemeen ‘hoog’. In deze gemeenten komt de problematiek onderliggend aan deze risicofactoren in sterkere mate voor en is in grotere mate sprake van een stapeling van riscofactoren (zie bijlage 4). Dit kan één van de verklaringen zijn waarom in Gorinchem in 2019 relatief meer meldingen van kindermishandeling zijn dan gemiddeld in Nederland. Uit de analyse van Regioplan blijkt inderdaad dat er een samenhang is tussen de risicoscore en het aantal meldingen in Gorinchem in 2019. In tabel B4. 1 in bijlage 4 is weergegeven in welke mate de risicofactoren voorkomen in

6 Verbeek, E. & de Vaan, K. (2020). Risicoscore huiselijk geweld en kindermishandeling. Amsterdam: Regioplan.

Hiervoor hebben de onderzoekers een risicoscore berekend op basis van data over de verschillende risicofactoren. De risicofactoren die het best meetbaar zijn, betreffen de niveaus van het individu, het gezin/huishouden en de relaties daarbinnen. Factoren op het niveau van de gemeenschap en de maatschappij zijn niet minder belangrijk, maar moeilijker meetbaar. Zo is bekend dat op het niveau van de maatschappij gender een belangrijke rol speelt: de sociaal-culturele rollen die verbonden worden aan man- en vrouw zijn en die leiden tot verschillen in macht. Dat uit zich in verschillen tussen de seksen in dader- en slachtofferschap en speelt een belangrijke rol bij schadelijke traditionele praktijken. Vrouwen zijn bijna vier keer zo vaak slachtoffer van structureel geweld als mannen en binnen de (ex-)partnerrelatie zelfs bijna zes keer zo vaak. Over intergenerationele overdracht is bekend dat meisjes die in hun jeugd HGKM meemaken als volwassene vaker slachtoffer worden van HGKM, terwijl jongens die in hun jeugd HGKM meemaken een verhoogde kans lopen om als volwassene HGKM te plegen. 8 Voor alle gemeenten is afzonderlijk een risicoscore vastgesteld. Dit is gedaan door een z-score te berekenen voor alle afzonderlijke risicofactoren en deze z-scores vervolgens op te tellen. De z-score is een standaardmaat waarmee verschillende soorten data met elkaar vergeleken kunnen worden.

Deze z-scores zijn berekend op basis van de bovenstaande data over risicofactoren per gemeente. De z-score geeft aan hoeveel standaarddeviaties de score van de gemeente op een betreffende risicofactor afwijkt van het algemeen gemiddelde van deze risicofactor (regiogemiddelde). Hiermee geeft de z-score inzicht in 19 hoe ver de score van iedere gemeente op de risicofactor van het regiogemiddelde van die risicofactor af ligt. We kunnen dus per gemeente zien hoe deze scoort ten opzichte van het regiogemiddelde (van de betreffende risicofactor) en ten opzichte van de andere gemeenten, uitgedrukt in een standaardmaat. Het gemiddelde voor een zscore is 0: een gemeente scoort precies gemiddeld voor een bepaalde risicofactor wanneer de z-score voor deze risicofactor 0 betreft. Dit is het geval als de score van de gemeente gelijk is aan het regiogemiddelde. Een positieve score betekent dat de gemeente boven het gemiddelde ligt en een negatieve score onder het gemiddelde. In een normale verdeling zouden de meeste gemeenten een z-score tussen de -1 en 1 moeten hebben (dus een afwijking van maximaal 1 standaarddeviatie van het gemiddelde). Een z-score boven de 2 duidt op een aanzienlijke afwijking van het regiogemiddelde. Z-scores van 3 of hoger zijn zogenoemde ‘outliers’ en betreffen vrijwel altijd significante afwijkingen van het gemiddelde.

De afzonderlijke z-scores per risicofactor zijn bij elkaar opgeteld om iets te zeggen over de stapeling van risicofactoren in de gemeente. 7

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

13

Gorinchem en het regiogemiddelde. Rood gemarkeerde percentages zijn risicofactoren waar de gemeente boven het gemiddelde van de regio scoort. Daarbij zien we dat Gorinchem op meerdere risicofactoren hoger scoort dan het regiogemiddelde en dan vooral op de factoren die te maken hebben met de financiële situatie van gezinnen. De verschillen zijn echter klein. De grootste verschillen zitten op de volgende risicofactoren. Deze komen in Gorinchem meer voor dan in de regio: Moeite met rondkomen van het beschikbare inkomen. Huishoudens met ten minste één jaar een inkomen tot 101% van het sociaal minimum t.o.v. het totaalaantal huishoudens. Aantal lopende schuldhulpverleningstrajecten in de gemeente. Aantal gewelds- en seksuele misdrijven in de gemeente. Toch is het relatief aantal meldingen van kindermishandeling in Gorinchem niet hoger dan in Zuid-Holland Zuid.

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

14

3

Wettelijk kader In dit hoofdstuk gaan we in op de wettelijke taken van de gemeente ten aanzien van kindermishandeling op basis van de geldende wetgeving. Het beleid wordt regionaal vormgegeven. We beschrijven de taken en verantwoordelijkheden van de centrumgemeente Dordrecht en de taken van de gemeente Gorinchem in de uitvoering van het regionaal beleid. Hiermee geven we antwoord op onderzoeksvraag 2.

3.1

Wettelijke verantwoordelijkheid gemeente Gemeenten hebben een wettelijk taak in het terugdringen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Het kader van de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling is vastgelegd in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo), de Jeugdwet, de Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en de Wet tijdelijk huisverbod. Op grond van deze wetten hebben de gemeenten in ieder geval de taak om:9 maatregelen te nemen om kindermishandeling te bestrijden;10 zorg te dragen voor en erop toe te zien dat het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling wordt nageleefd (hierna: Wet meldcode);11 zorg te dragen voor een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling;12 beleid te ontwikkelen ter voorkoming en signalering van huiselijk geweld en kindermishandeling; 13 hulp en nazorg te bieden bij geweld in de privésfeer.14 Gemeenten werken hierbij nauw samen met lokale en regionale ketenpartners zoals o.a. het lokale Sociaal Team Gorinchem, VT, Onderwijs (BO en VO), GI’s, RvdK, GGD Zorg en Overlast, Zorg en Veiligheidshuis, Woningcorporatie, Verstandelijk Beperkten zorg, geestelijke gezondheidszorg (GGZ), Thuiszorg aanbieders, reclassering, jeugdzorgaanbieders, politie en Openbaar Ministerie (OM).

Huiselijk geweld en kindermishandeling | VNG. Art. 2.6, lid 2 Jeugdwet. 11 Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. 12 Art. 4.1.1. lid 1 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). 13 Huiselijk geweld en kindermishandeling | VNG. 14 Huiselijk geweld en kindermishandeling | VNG. 9

10

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

15

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Sinds 2013 is de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling van kracht. Die wet houdt in dat alle organisaties die werken met kinderen en volwassenen een meldcode moeten hebben. Organisaties in de gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning en justitie zijn verplicht met de meldcode te werken. Het doel van de meldcode is professionals te helpen eerder en beter te handelen als zij vermoeden dat een gezinslid thuis wordt mishandeld, verwaarloosd of seksueel misbruikt. De overheid heeft het basismodel meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling opgesteld. Sectoren en branches hebben dit voorbeeld vertaald naar hun achterban. Vervolgens maken instellingen en organisaties op hun beurt een vertaling naar hun werkpraktijk: zij beschrijven wie welke stappen zet bij een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld. Elke meldcode omvat dezelfde 5 stappen zoals opgenomen in het basismodel. Dat vergemakkelijkt de samenwerking tussen professionals en organisaties. De meldcode is nadrukkelijk geen meldplicht. Organisaties zijn verplicht een meldcode te hebben, professionals zijn verplicht te handelen volgens de stappen van de meldcode, maar het doorlopen ervan hoeft niet te leiden tot een melding. In 2019 is de meldcode gewijzigd en zijn de stappen 4 en 5 aangepast.

In stap 5 neemt de professional twee losse besluiten: Is melden bij VT noodzakelijk? Is zelf hulp bieden of organiseren ook (in voldoende mate) mogelijk? In de Wet meldcode is wel opgenomen dat professionals het récht hebben te melden bij VT. Ook als gezinsleden daar geen toestemming voor geven. Het meldrecht houdt in dat professionals persoonsgegevens van volwassenen en kinderen mogen doorgeven aan VT, zodat zij een onderzoek naar de gezinssituatie kunnen starten. Bovendien mogen professionals informatie geven als VT daar vanwege het onderzoek om vraagt. In de meldcode worden vijf stappen doorlopen: STAP 1: Signalen in kaart Breng de signalen in kaart die je zorg bevestigen of ontkrachten. Leg signalen en vervolgstappen objectief en feitelijk vast in het dossier. Voer indien nodig de kindcheck uit. STAP 2: Overleg met een deskundige collega of VT Overleg met een deskundige collega om signalen te duiden. Raadpleeg zo nodig VT of een forensisch arts. Neem bij eergerelateerd geweld, huwelijksdwang of vrouwenbesnijdenis direct contact op met VT. STAP 3: Praat met ouders of verzorgers Bespreek je zorgen zo snel mogelijk met de ouders/verzorgers van het kind. Alleen als jouw veiligheid of die van het kind in gevaar kan komen door een gesprek kan hiervan worden afgezien.

STAP 4: Weeg het geweld Maak een inschatting van de aard en de ernst van de situatie op basis van signalen, het overleg met een collega en het oudergesprek. Vraag bij twijfel advies aan VT. Bij een reële kans op schade: melden. STAP 5: Beslis: is melden nodig? Is hulpverlening nodig? Als je het kind voldoende kunt beschermen, bied of organiseer je de noodzakelijke hulp. Als de situatie acuut of structureel onveilig is, doe je een melding bij VT en beslis je samen welke hulp je zelf kunt organiseren. DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

16

3.2

Samenwerking regio Taak centrumgemeente Dordrecht De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling wordt vormgegeven op het niveau van de regio ZHZ.15 De gemeenten Dordrecht en Nissewaard 16 zijn centrumgemeenten. Gorinchem valt voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling onder centrumgemeente Dordrecht. De gemeente Dordrecht heeft als centrumgemeente de beleidsregie over de regio en de volgende verantwoordelijkheden en taken in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling: Verantwoordelijk voor het organiseren van de aanpak van complexe casuïstiek en aanspreekpunt voor regionale organisaties. Maken van beleid en samen met de regiogemeenten zorgen voor de ontwikkeling van een regionale aanpak. Partijen bijeenbrengen om afspraken te maken over de aanpak. Zorgen dat periodieke samenwerkingsafspraken tegen het licht worden gehouden. Contact houden met bovengemeentelijke instellingen. Zorgen voor afstemming met andere bestuurslagen.

Taak gemeente Gorinchem in regionale aanpak Dordrecht heeft de beleidsregie op de regiovisie en het uitvoeringsplan (zie hoofdstuk 4), maar elke gemeente – dus ook Gorinchem – heeft zelf ook verantwoordelijkheid in de preventie, signalering, lichtere hulp en nazorg. De gemeente Gorinchem heeft de volgende taken:17 Organiseren lokale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Vervullen regierol richting sociaal domein voor vaststellen samenhangende visie, uitzetten en monitoren gewenste richting, financier, aanjager van aanpak. Vervullen regierol voor de samenwerking tussen en met partners.18 Toezichthouden op de toepassing Wet Meldcode in lokale zorg en gebruik ervan stimuleren, waar nodig ondersteunen van professionals bij het gebruik ervan. Verantwoordelijk voor voldoende capaciteit bij de lokale wijkteams om zicht te krijgen en houden op de veiligheid in de gezinnen die door VT naar de lokale wijkteams zijn toegeleid.19 Toezien op de kwaliteit van de professionals in de lokale wijkteams 20 (zie ook onder randvoorwaarde deskundigheid).

15 De regio Zuid-Holland Zuid bestaat uit de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik Ido

Ambacht, Hoeksche Waard, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht. 16 De gemeente Nissewaard is de centrumgemeente voor de Hoekse Waard. 17 Regiovisie en Actieplan Geweld Hoort Nergens Thuis Zuid-Holland Zuid 2019-2022 (z.d.); art. 2.1. Jeugdwet. 18 VNG (maart 2022) Kwaliteitskader Werken aan Veiligheid voor lokale (wijk)teams en gemeenten. 19 VNG (maart 2022) Kwaliteitskader Werken aan Veiligheid voor lokale (wijk)teams en gemeenten. 20 VNG (maart 2022) Kwaliteitskader Werken aan Veiligheid voor lokale (wijk)teams en gemeenten.

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

17

Met betrekking tot het laatste punt, de kwaliteit van professionals in de lokale wijkteams, is in het Kwaliteitskader Werken aan Veiligheid voor lokale (wijk)teams en gemeenten (Vereniging van Nederlandse Gemeenten, VNG, 2022) vastgelegd dat de gemeente er zorg voor moet dragen dat het lokale wijkteam: daadwerkelijk werkt conform het gedachtengoed van 1-gezin-1plan-1regisseur; werkt op basis van een gedeelde visie op veiligheid; werkt met één en hetzelfde instrument om een veiligheidsbeoordeling te maken voor het gezin/huishouden en op de hoogte is van welke instrumenten andere professionals/organisaties gebruiken om een veiligheidsbeoordeling te maken en hoe deze zich verhouden tot het eigen instrument; in staat is (casus)regie te voeren in een gezin totdat stabiele veiligheid is bereikt; traumasensitief werkt. In februari 2022 is de geldigheid van dit kwaliteitskader voor onbepaalde tijd verlengd en is besloten om elke twee jaar te beoordelen of actualisatie nodig is. Binnen de gemeente heeft het college van Burgemeester en Wethouders (hierna: college van B&W) ook nog specifieke taken, zoals beschreven in de Wmo, de Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en de Jeugdwet.

In het kort komt het neer op de volgende taken, het college van B&W: draagt zorg voor de inrichting van een VT -organisatie;21 bevordert een goede samenwerking tussen VT, de hulpverlenende instanties, de politie en de gecertificeerde instellingen en de raad voor de kinderbescherming met betrekking tot de Jeugdwet;22 bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode binnen haar gemeente; 23 ziet toe op voldoende kwalitatief en kwantitatief aanbod aan jeugdhulp.24

Regionaal belegde taken Gemeenten hebben vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet een verantwoordelijkheid voor de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. Zij zijn op grond van de Wmo daarbij wettelijk verplicht om met andere gemeenten samen te werken bij de organisatie van het Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling [AMHK] – nu Veilig Thuis. Regionaal zijn daarom taken en bevoegdheden van de gemeente voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling belegd bij de gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid [DG&J ZHZ]. DG&J ZHZ is de koepel voor de volgende taken en opgaven: GGD Zuid-Holland Zuid, voor uitvoering van de Wet publieke gezondheid en Wmo Openbare Geestelijke Gezondheidszorg. Serviceorganisatie Jeugd, voor uitvoering van de Jeugdwet in mandaat van de gemeente.25 Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten, voor uitvoering van o.a. de Leerplichtwet.

21

Art. 4.1.1 lid 1 Wet WMO (2015).

22 Art. 4.1.1 lid 4 Wet WMO (2015). 23 Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. 24 Art. 2.6. Jeugdwet. 25 Voor een nadere specificering van het mandaat verwijzen we naar de gemeenschappelijke regeling.

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

18

Uitvoering van Veilig Thuis Zuid-Holland Zuid (AMHK). De taken en bevoegdheden van de DG&J ZHZ zijn vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling. De taken en bevoegdheden worden nader omschreven en uitgewerkt in een vierjaarlijks meerjarig beleidsplan dat aan het algemeen bestuur ter goedkeuring wordt voorgelegd en aan de gemeenteraden voor vaststelling van de beleids- en financiële kaders. Het algemeen bestuur bestaat uit een vertegenwoordiging vanuit de colleges van B&W van de deelnemende gemeenten. Voor de specifieke uitvoering van de regiovisie aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling, is de inbreng en samenwerking met Veilig Thuis [VT] ZHZ, het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling, dus een vereiste. In hoofdstuk 5 gaan we in op de werkwijze van VT. Vanuit de gemeenschappelijke regeling is DG&J ZHZ voor Veilig Thuis belast met de volgende taken: 1.

Het in stand houden van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (AMHK) als bedoeld in artikel 4.1.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 alsmede de Jeugdwet, ook genoemd Veilig Thuis.

2.

Uitvoeren van de door de deelnemende gemeenten overgedragen taken en bevoegdheden, zoals bedoeld in hoofdstuk 2 en artikel 4.1.1. van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en hoofdstuk 2 van de Jeugdwet en de daaronder vallende regelingen, voor zover deze taken betrekking hebben op het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling.

3.

Het (doen) organiseren en in stand houden van een regionale crisisdienst.

Daarnaast werken de tien gemeenten samen op het gebied van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Hiervoor is de Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) opgericht. SOJ draagt namens de gemeenten zorg voor het inkopen en contracteren van de jeugdhulp. De SOJ is ook bestuurlijk en organisatorisch ondergebracht bij de DG&J. De DG&J staat onder de dagelijkse leiding van een directeur publieke gezondheid en het organisatiedeel SOJ onder de dagelijkse leiding van de directeur SOJ ZHZ. Zij bewaken gezamenlijk een zo groot mogelijke eenheid van beleid, voorkomen tegenstrijdigheden in het beleid van beide organisatieonderdelen, dragen er zorg voor dat het beleid van beide organisatieonderdelen zoveel mogelijk op elkaar aansluit en bewaken gezamenlijk de naleving van relevante wetten, kaders en richtlijnen en coördineren gezamenlijk de besluitvormingsprocessen binnen het samenwerkingsverband. De taken en werkzaamheden van de middelenfuncties aan en binnen de DG&J worden verzorgd door en vanuit de gemeente Dordrecht als servicegemeente. Het dagelijks bestuur van DG&J ZHZ en de voorzitter hebben de gemeente Dordrecht gemandateerd voor de uitvoering van deze bevoegdheden. Uit het ambtelijk wederhoor is gebleken dat bovenstaande strikt genomen nog geldt, maar dat dit sinds april 2022 in de praktijk niet meer zo is. Een wijziging van de regeling is in procedure.

We gaan hier verder op in het addendum.

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

19

Taken landelijke, regionale en lokale partners De rollen en verantwoordelijkheden van de landelijke, regionale en lokale partners zijn opgenomen in bijlage 3. Lokaal spelen de sociale teams een centrale rol in het signaleren, melden, bieden van hulp en toeleiden naar meer specialistische hulp. Relevant in dat kader is de transitie van jeugdteams en sociale teams in Gorinchem naar 0 - 100 teams.

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

20

4

Beleid In dit hoofdstuk beschrijven we het regionale beleid ten aanzien van de aanpak van huiselijk geweld zoals vastgelegd in de regiovisie en vervolgens de lokale invulling die daaraan is gegeven.

4.1

Regiovisie Vanuit de Rijksoverheid is een meerjarenprogramma GHNT ontwikkeld. Het programma liep van 2019 tot 2022 en is met een jaar verlengd. Per 1 juni 2022 zijn onderdelen van het programma GHNT opgegaan in het programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming (zie verder 4.4). Het landelijke programma is in elke regio vertaald naar een regiovisie en een regionaal uitvoeringsprogramma. In de regio ZHZ is voor het opstellen van de huidige regiovisie voortgebouwd op de eerste gezamenlijke regiovisie aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling die in 2014 door de gezamenlijke gemeenten is vastgesteld. Deze regiovisie was voornamelijk gericht op de vorming en inrichting van het Advies en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (vanaf 2015 Veilig Thuis) en de samenwerking tussen veiligheids- en zorgpartners. In deze eerste regiovisie zijn ook beleidsuitgangspunten voor de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling opgenomen. Deze uitgangspunten zijn overgenomen en doorontwikkeld in de regiovisie GHNT. De landelijke visie op de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, die door de landelijke partners en de Nederlandse gemeenten is onderschreven, is: ‘Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risico gestuurde zorg.’

Deze visie geldt voor de hele keten van preventie en signaleren en melden via werken aan directe en stabiele veiligheid tot aan het werken aan duurzaam herstel. De visie heeft betrekking op vier aspecten: 1.

Preventie

2.

Signaleren en melden

3.

Interventie gericht op directe veiligheid

4.

Inzetten op stabiele veiligheid en duurzaam herstel

Preventie

DSP-groep

Signaleren en melden

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

Interventie directe veiligheid

Interventie stabiele veiligheid en duurzaam herstel

21

Preventie Preventie heeft als doel om huiselijk geweld en kindermishandeling te voorkomen. Hierbij gaat het om primaire preventie, dat wil zeggen preventie bij kinderen en volwassenen die nog niet te maken hebben gehad met huiselijk geweld maar wel een verhoogd risico lopen. Signalering en melden Als huiselijk geweld en kindermishandeling wel voorkomt, is het zaak dit zo snel mogelijk te signaleren en adequaat te handelen. Hier spelen professionals een cruciale rol. Zij hebben namelijk een wettelijke taak volgens de Wet meldcode. De meldcode helpt professionals bij het signaleren en handelen bij (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling. De wet heeft als doel sneller en adequater hulp te bieden. Gemeenten hebben een belangrijke stimulerende rol voor het gebruik van de meldcode en deskundigheidsbevordering voor het herkennen van signalen. Directe veiligheid Na signaal en melding is het van belang zo snel mogelijk te werken aan directe veiligheid. Hierbij is een analyse van het hele (gezins)systeem belangrijk. Het stoppen van het geweld en het beschermen van het slachtoffer staat voorop. Stabiele veiligheid Na directe veiligheid is het van belang om zicht te krijgen op de risicofactoren in het hele (gezins)systeem om vervolgens samen met betrokkenen een hulpverleningsplan op te stellen.

Dit plan moet systeemgericht zijn, dat wil zeggen ‘gericht op het behalen van de doelen die het meeste effect hebben op de veiligheid binnen de relaties in het gezin’. Hierbij is nazorg ook van belang om te voorkomen dat het geweld terugkeert. Bron: Regiovisie Geweld Hoort Nergens Thuis ZHZ 2019-2022

Voor een effectieve aanpak van het huiselijk geweld en kindermishandeling is samenwerking in de hele keten van groot belang. Samenwerking richt zich ‘op de oorzaken van onveiligheid (risico gestuurde zorg) en de gevolgen van geweld (herstelgerichte zorg).’

Drie actielijnen Om vorm te geven aan deze visie van zijn landelijk drie actielijnen opgesteld.26 Deze worden ook in de regiovisie ZHZ gevolgd.

26 Regiovisie en Actieplan Geweld Hoort Nergens Thuis Zuid-Holland Zuid 2019-2022 (z.d.).

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

22

1.

Eerder en beter in beeld: aan deze actielijn ligt de gedachte ten grondslag dat als geweld dat plaatsvindt eerder in beeld is, de duur van het geweld kan worden verkort en erger worden voorkomen.27 Door het geweld beter in beeld te hebben, kan het slachtoffer en diens omgeving het beste worden geholpen.

2.

Stoppen en duurzaam oplossen: door in te zetten op het zo snel mogelijk stoppen van geweld en het creëren van stabiele veiligheid en herstel van de opgelopen schade, wordt het geweld duurzaam opgelost.

3.

Specifieke groepen: een aantal doelgroepen met specifieke problemen vraagt om specialistische expertise en/of een gerichte aanpak.

4.2

Doelen In lijn met het landelijk Actieprogramma GHNT is een uitvoeringsplan gekoppeld aan de regiovisie. Per actielijn zijn verschillende doelen gesteld. Die doelen richten zich op output (de prestaties) die door de betrokken professionals en organisaties moeten worden geleverd en niet zozeer op de outcome (de beoogde impact bij de betrokkenen) en de maatschappelijke impact. Aan de doelen zijn in de regiovisie geen indicatoren gekoppeld. Eerder en beter in beeld De aanname is dat door het geweld eerder in beeld te krijgen de duur van het geweld kan worden verkort en erger kan worden voorkomen. Door het geweld beter in beeld te hebben, weten we hoe het slachtoffer en diens omgeving het best kan worden geholpen. Om het geweld eerder en beter in beeld te hebben moeten de volgende doelen worden bereikt: Professionals herkennen signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling en handelen op deze signalen volgens de meldcode.28 Omstanders herkennen signalen en durven die bespreekbaar maken. Signalen uit verschillende hoeken over dezelfde gezinnen komen samen bij VT. Door middel van onderzoek wordt vastgesteld of daadwerkelijk sprake is van huiselijke geweld en/of kindermishandeling. De positie en werkwijze van VT zijn duidelijk voor alle partners. Het proces van signaal, via melding, naar analyse, beoordeling en opvolging verloopt snel.

Stoppen en duurzaam oplossen Het doel van deze actielijn is om geweld zo snel mogelijk te stoppen, stabiele veiligheid en herstel van de door betrokkenen opgelopen schade te realiseren. Door adequaat handelen kan acute onveiligheid direct gestopt worden en het slachtoffer worden beschermd. Interventie en hulpverlening moeten ertoe leiden dat de cirkel van geweld duurzaam wordt doorbroken.29

27 Regiovisie en Actieplan Geweld Hoort Nergens Thuis Zuid-Holland Zuid 2019-2022 (z.d.). 28 Regiovisie en Actieplan Geweld Hoort Nergens Thuis Zuid-Holland Zuid 2019-2022 (z.d.). 29 Regiovisie en Actieplan Geweld Hoort Nergens Thuis Zuid-Holland Zuid 2019-2022 (z.d.).

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

23

Hiervoor wordt aan de volgende doelen gewerkt: Multidisciplinair en systeemgericht werken volgens het principe van 1gezin-1plan-1regisseur. Effectieve hulp gericht op duurzaam, medisch en psychologisch herstel. Effectieve aanpak van plegers. Om deze doelen te bereiken is een goede samenwerking tussen zorg/straf, welzijn en jeugd/onderwijs nodig. Het lokale veld vormt de basis voor hulp en begeleiding. Specifieke groepen Een aantal specifieke doelgroepen met specifieke problemen vraagt om specialistische expertise en/of een bijzondere aanpak. Dit zijn groepen die extra kwetsbaar zijn. Het doel van de gemeenten is dat er in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling aandacht is voor en kennis van deze doelgroepen. Het gaat om: Seksueel geweld Seksuele uitbuiting door 'loverboys' Schadelijke traditionele praktijken Kinderen in kwetsbare opvoedsituaties Complexe scheidingen Ouderenmishandeling Met betrekking tot deze groepen zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd in de Regiovisie. Voor onderhavig onderzoek zijn de groepen/situaties seksueel geweld, seksuele uitbuiting door loverboys en ouderenmishandeling buiten beschouwing gelaten omdat het hierbij om specifieke vormen van huiselijk geweld gaat die buiten de scope van het onderzoek vallen.

4.3

Instrumentaria Per actielijn zijn in de Regiovisie instrumentaria of activiteiten, opgenomen voor de periode 2019 - 2022 die ertoe moeten bijdragen dat de doelen worden bereikt. Hierbij moet worden opgemerkt dat op basis van de beschrijving in de Regiovisie niet altijd helder is wat de activiteiten inhouden. Eerder en beter in beeld Om de doelen te bereiken worden de volgende acties ondernomen:30 Toepassen van de Wet meldcode en vermelden van de meldcode bij subsidieverstrekking. Voorlichting aan burgers en professionals over huiselijk geweld en kindermishandeling. Inzet op een protocol van signaleren voor vrijwilligers en aandachtfunctionarissen. Deskundigheidsbevordering van professionals. Snellere opvolging van VT naar hulpverlening.

30 Regionaal borgingsplan ‘Geweld hoort nergens thuis’ (november 2021); Regiovisie en Actieplan Geweld Hoort Nergens Thuis Zuid-Holland

Zuid 2019-2022 (z.d.).

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

24

Het invoeren van de methodiek Handle With Care.31 Faciliteren van intervisiegroepen voor aandachtfunctionarissen. Stoppen en duurzaam oplossen Om de doelen te bereiken worden de volgende acties ondernomen:32 Implementatie van de visie ‘eerst werken aan veiligheid, dan risicofactoren, dan aan herstel’. Structureel toepassen van traumascreening. Inzet van huisverbod, eventueel preventief. Inzet van Handle With Care en waar nodig Aware.33 Ontwikkelen van een plegeraanpak door inzet van o.a. een enkelband. Versterken van de lokale infrastructuur en verbeteren expertise lokaal veld op basis van het kwaliteitskader veiligheid lokale infrastructuur van de VNG. Multidisciplinaire aanpak, ofwel MDA++.34 Aandacht voor specifieke groepen Door specialistische expertise op kwetsbare groepen kan een aanpak worden ingezet die aansluit bij de behoeften en risicofactoren van kwetsbare groepen. Om de doelen te bereiken worden de verschillende acties ondernomen.35 Hieronder zijn alleen de activiteiten genoemd voor de doelgroepen/situaties die meer gericht zijn op kindermishandeling, namelijk: ‘schadelijke traditionele praktijken’, ‘complexe scheidingen’ en ‘kinderen in kwetsbare opvoedsituaties’: Aansluiten bij landelijke acties voor voorlichting etc. Inzet van professionals met dezelfde culturele achtergronden in lokaal team.

Verbeteren samenhang tussen aanpak licht verstandelijke beperking (LVB), psychische en verslavingsproblematiek en aanpak huiselijk geweld. Aandacht voor armoede en kinderen met ouder(s) in detentie. Verbeteren signalering van LVB door partners in de keten. Betere signalering echtscheidingsproblematiek bij (vermoedens) van huiselijk geweld en kindermishandeling. Inzet van effectieve interventies voor complexe scheidingen. Preventie door relatietherapie in groepsverband. Adviespunt scheidingen.

31 Handle With Care is een samenwerking tussen Veilig Thuis, scholen en leerplicht. Bij deze samenwerking streeft men ernaar om na

ernstig huiselijk geweld al de volgende schooldag steun te bieden op school voor het kind. Door steun vanuit de leefomgeving van het kind neemt de kans op gezondheidsschade af. Zie: Handle With Care | Interventie | Huiselijk Geweld. 32 Regionaal borgingsplan ‘Geweld hoort nergens thuis’ (november 2021); Regiovisie en Actieplan Geweld Hoort Nergens Thuis ZuidHolland Zuid 2019-2022 (z.d.). 33 Aware is een methode voor vrouwen en kinderen die blootstaan aan systematisch fysieke of mentale bedreigingen en met een druk op een knop een melding doen, waarna instanties zoals politie en reclassering worden ingeschakeld. Zie: AWARE | Interventie | Huiselijk Geweld. 34 “Wanneer de reguliere inzet van hulp en andere interventies maximaal is beproefd en niet heeft geleid tot het creëren van duurzame veiligheid, is langdurige inzet nodig van psychosociale, medische, forensische en justitiële specialisten, in samenwerking met het gezin zelf en anderen (school, familie, lokaal veld, etc.).” Zie: Regiovisie en Actieplan Geweld Hoort Nergens Thuis Zuid-Holland Zuid 2019-2022 (z.d.). 35 Regionaal borgingsplan ‘Geweld hoort nergens thuis’ (november 2021); Regiovisie en Actieplan Geweld Hoort Nergens Thuis Zuid-Holland Zuid 2019-2022 (z.d.).

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

25

Samengevat is in het uitvoeringplan van de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling een grote hoeveelheid activiteiten en instrumenten opgenomen. De activiteiten zijn grotendeels als afzonderlijke projecten geïnitieerd gedurende de looptijd van het programma Geweld hoort Nergens Thuis. Dat betekent dat nu het programma stopt (en onderdelen overgaan in het programma Kind- en Gezinsbescherming) (c.q. de projectfinanciering stopt), de activiteiten moeten worden geïmplementeerd en geborgd in de reguliere werkwijze. De instrumenten en activiteiten moeten in gezamenlijkheid bijdragen aan de doelen van de regiovisie waarbij sommige activiteiten bijdragen aan een specifiek doel en andere aan meerdere. Dit maakt het ook moeilijk om uitspraken te doen over de doeltreffendheid van de afzonderlijke instrumenten en activiteiten.

4.4

Verbinding met andere programma’s en vervolg Andere programma’s Naast het programma GHNT lopen in de regio ook andere programma’s die zich richten op de veiligheid van kinderen en dus de aanpak van kindermishandeling: Veilig Opgroeien is Teamwerk (VOiT) is een regionaal project waarbij de processen tussen de GI’s, de RvdK, VT en de lokale teams op elkaar worden afgestemd en de samenwerking wordt vormgegeven. Het doel is om eerder en sneller en in samenhang deskundige ondersteuning te bieden aan gezinnen waar veilig ontwikkelen een probleem is. In de werkwijze van VOiT staat aansluiten op de jeugdige centraal. De samenwerkende organisaties sluiten daarom ook lokaal aan. Samen werken zij vanuit ‘de bedoeling’ aan een blijvende veilige ontwikkeling van de jeugdigen. Dit betekent nadrukkelijk samenwerking tussen het vrijwillig en gedwongen kader. De samenwerking tussen de betrokken partijen is er op gericht waar mogelijk de gewenste hulp zoveel mogelijk in het vrijwillig kader te laten plaatsvinden. VOiT kent drie sporen: •

Werken aan een stip op de horizon voor de inrichting van de integrale veiligheidsketen waarin wordt gestreefd naar hulp aan de voorkant én een integraal aanbod aan de voorkant.

•

Werken aan een cultuurverandering in de veiligheidsketen die lokaal gericht en georganiseerd is, waardoor deskundigheid uit het gedwongen kader een onderdeel van cultuur is en professionals elkaar tijdig betrekken.

•

Verkorten van de keten rondom dwang.

Concreet betekent dit dat de partners waar mogelijk werken vanuit vrijwillige samenwerking met de gezinnen voor een blijvende veiligheid. Collega’s uit de jeugdteams, VT en GI worden vroegtijdig betrokken om verergering van de problematiek te voorkomen. Er worden jeugdprofessionals ingezet die naast het gezin staan en blijven staan – ook als het kader gedwongen is of wordt en die met in plaats van over de jeugdige/het gezin praten. Het project is gestart in 2018 in een pilot in de gemeente Sliedrecht. In 2019 is de werkwijze getoetst in pilots in de gemeenten Gorinchem en Zwijndrecht. De projectleiding lag bij SOJ. In juni 2020 heeft de werkwijze VOiT de bestaande werkwijze van preventieve jeugdbescherming vervangen. Per 1 januari 2021 zijn de regionale beschermingstafels vervangen door lokale beschermingsgesprekken (zie 5.4). In april 2021 is de stuurgroep VOiT gestart die uitvoering geeft aan de bestuursopdracht VOiT namens de tien gemeenten. De teammanager van team Samenleving van de

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

26

gemeente Gorinchem is ambtelijk opdrachtgever van VOiT. (Zie Addendum voor meer informatie over opname onderdelen VOiT in Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming). “Beweging van nul” is een landelijke ambitie om met een breed netwerk van professionals te streven naar nul uithuisplaatsingen. In samenwerking Jeugdbescherming West, WSG, Leger des Heils, Enver, Algemene Stichting Voor Zorg- en dienstverlening (ASVZ), Yulius (jeugd en volwassenen) en Stichting Jeugdteams is voor de regio ZHZ een uitwerking gemaakt hoe de regio de ambitie naar de praktijk kan vertalen.36 Daarnaast werken de verschillende ketenpartners ook intern aan eigen ontwikkel- en verbeterplannen.

Vervolg programma GHNT Het programma GHNT is verlengd tot eind 2022. Voor de structurele inbedding van de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling in ZHZ is een borgingsplan opgesteld.37 Landelijk zijn onderdelen van programma per 1 juni 2022 opgegaan in het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. De overige onderdelen worden door Dordrecht samen met de regio opgepakt. Hiervoor bestaat een nieuwe ambtelijke werkgroep Zorg & Veiligheid.

36 Overzicht lopende projectje uithuisplaatsingen ZHZ, bijlage EhdK Service Organisatie Jeugd ZHZ. 37 Regionaal borgingsplan ‘Geweld hoort nergens thuis’ (november 2021).

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

27

Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming Het hoofddoel van het toekomstscenario is dat kinderen en gezinnen tijdig passende hulp krijgen. Aanleiding is de complexiteit van het huidige stelsel waarin ouders en jeugdigen zich onvoldoende gehoord en gezien voelen. Het huidige stelsel is niet alleen complex maar knelt. De jeugdbescherming moet effectiever en slimmer worden georganiseerd. Het toekomstscenario schetst op hoofdlijnen hoe de kinden gezinsbescherming er over zo’n vijf tot tien jaar uit zou kunnen zien. Dit houdt kort samengevat het volgende in: Om kinderen en gezinnen heen staat het Lokaal Team dat hulp verleent. Er is één vast gezicht binnen het Lokaal Team dat indien nodig samen optrekt met een professional uit het op te richten Regionaal Veiligheidsteam. Er kan zo sneller hulp worden geboden waardoor de situatie van het kind en in het gezin niet onnodig escaleert en onaanvaardbare veiligheidsrisico’s worden tegengegaan. Het gezin krijgt dus een vaste professional of een vast duo dat gedurende de periode van hulpverlening bij hen betrokken blijft. Kinderen en gezinnen hoeven niet opnieuw hun verhaal te doen. Er vindt ook geen onnodig tijdverlies plaats, omdat het kind niet meer van de ene naar de andere organisatie en van wachtlijst naar wachtlijst gaat. In het Regionaal Veiligheidsteam zijn functies van de GI’s, VT en de RvdK samengebracht.

Dit team heeft de expertise op veiligheidsvraagstukken. De professionals werken in teamverband, nabij het gezin. Dicht bij deze professionals en gezinnen staat een netwerk van specialisten met kennis van kinderen, volwassenen en specifieke uitingsvormen van geweld. Professionals worden gefaciliteerd om samen te werken en een lerende omgeving te vormen. Er wordt gezinsgericht en in gezamenlijkheid gewerkt aan het effectief en duurzaam borgen van veiligheid. Bron: Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (2021)

Ook regionaal worden onderdelen van het programma GHNT opgenomen en verbonden met het Programma Toekomstscenario. Hiervoor is de bestuurlijke opdracht VOiT uitgebreid. In mei 2022 is een programmanager aangesteld. Eerste onderdeel van de opdracht is de verbinding tussen alle projecten in beeld te brengen en het opstellen van een programmaplan. Het programmaplan is in november 2022 – na de afronding van het veldwerk voor dit onderzoek - vastgesteld (zie addendum voor meer informatie over het programmaplan).

Samengevat Het landelijk programma GHNT had als ambitie een doorbraak te realiseren in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Het doel was om huiselijk geweld en kindermishandeling eerder in beeld te krijgen, te stoppen en duurzaam op te lossen en aandacht te besteden aan specifieke groepen. Dit vanuit een visie van eerst samenwerken voor veiligheid en dan samenwerken voor risicogestuurde zorg. Dit landelijk programma

DSP-groep

RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem

28

moest regionaal worden vorm gegeven met als doel op regionaal en lokaal niveau de professionele samenwerking te versterken in en tussen het zorg- en veiligheidsdomein, de effectiviteit van de hulpverlening te verhogen en signalen van onveiligheid samen te brengen. Het schiep de kaders voor de regionale en lokale werkwijze. Regionaal en lokaal vraagt het programma om het ombouwen van beleid en praktijk op verschillende domeinen. Het landelijk programma is in ZHZ vormgegeven in een regiovisie waarin de doelen van het landelijk programma zijn overgenomen. Deze doelen blijken vooral gericht op output en er zijn geen duidelijke outcome indicatoren aan gekoppeld specifiek gericht op ZHZ.

4.5

Gorinchems beleid en instrumentaria Beleid De regiovisie is ook in Gorinchem ter besluitvorming voorgelegd en door het college van B&W op 9 maart 2021 vastgesteld. De gemeente geeft daarmee op lokaal niveau (mede) uitvoering aan dit regionale beleid conform de taken zoals beschreven in hoofdstuk 3. De raad is hierover geïnformeerd via een raadsinformatiebrief. Er is geen apart beleid voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling opgesteld voor Gorinchem. De instrumenten en activiteiten in het uitvoeringsplan van de regiovisie hebben betrekking op meerdere beleidsdomeinen: het lokale Veiligheidsbeleid en sociaal domein. Daarin zijn onderdelen opgenomen. In het integraal Veiligheidsplan 2019-2022 is opgenomen dat uitvoering wordt gegeven aan de regiovisie GHNT door het oppakken van de in de visie genoemde actiepunten en het blijven inzetten op de samenwerking tussen VT en het integraal sociaal team 0-100+. Ook is benoemd dat de werkzaamheden op het gebied van de gecoördineerde aanpak bij huiselijk geweld met VT worden voortgezet. De kwaliteit van de sociale teams en de transformatie van jeugdteams en sociale teams naar teams 0-100 valt dan weer onder het sociaal domein. Daarnaast werkt Gorinchem ook mee aan de andere regionale programma’s die ook verbinding hebben met de aanpak kindermishandeling.

Instrumentaria en activiteiten De doelen en daaraan gekoppelde activiteiten en instrumenten zijn vooral omgezet naar concrete acties richting de uitvoeringsorganisaties in de vorm van scholingsprogramma of beschrijvingen en aanpassingen van werkprocessen. Op basis van de documentenanalyse en de interviews met de gemeenten en stakeholders geven we hieronder een overzicht van de instrumenten die in Gorinchem zijn ingezet op lokaal niveau in de periode 2019-2022. We ordenen deze instrumenten volgens de drie actielijnen uit het programma GHNT.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=8cc106aa-c178-4f9c-a341-7876976a5787