Lokale Klimaatstresstest Gorinchem
Tekst van het document
Hoge grondwaterstand leidt tot afsterven flora
Lage grondwaterstand leidt tot uitdroging dijklichamen Lage grondwaterstand leidt tot schade aan houten funderingen van gebouwen (paalrot) Lage grondwaterstand leidt tot zetting van gebouwen en rioleringen Lage grondwaterstand leidt tot zoet- en drinkwater tekort Lage grondwaterstand leidt tot aantasting archeologische waarden Droogte leidt tot afname van kwaliteit natuur, biodiversiteit en bodem Droogte zorgt voor afname kwaliteit van natuursportvelden Lage waterstand in de rivier de Merwede bemoeilijkt de scheepvaart van en naar Avelingen
Hoge grondwaterstand leidt tot schade aan kabels, leidingen en wegen door hoge grondwaterstand
34
4.5 Bodemdaling Bodemdaling ontstaat door krimp van klei, oxidatie en samendrukken van (slappe) veengrond wat leidt tot volumeverlies. Dit is voornamelijk in gebieden met klei en veen in de ondergrond een probleem (TNO, 2020). Bodemdaling heeft een duidelijke relatie met klimaatverandering. In het landelijke gebied draagt bodemdaling bij aan de uitstoot van broeikasgassen, een slechtere waterkwaliteit en hoge kosten voor met name beheer en onderhoud van infrastructuur. Droge of warme periodes, als gevolg van klimaatverandering, kunnen zorgen voor snellere veenbodemdaling en extra uitstoot van broeikasgassen. In binnenstedelijk en bebouwd gebied veroorzaakt bodemdaling verzakkingen aan funderingen, wegen, openbare ruimte, rioleringen en leidingen. Deze vorm van bodemdaling kan verergerd worden door extreme droogte door het wegvallen van de waterdruk in de veenlaag. Hierdoor treedt extra inklinking op. Daarnaast kan bij extreme regenval het regenwater minder goed worden afgevoerd door rioleringen. Dit kan zorgen voor wateroverlast. Bij langdurige droogte verlaagt de grondwaterstand, waardoor houten palen droog komen te staan en gaan rotten. Uit Figuur 5.1 blijkt dat de ondergrond in vrijwel de hele gemeente Gorinchem bodemdalingsgevoelig is. In het noordelijke en westelijke buitengebied is er sprake van sterke bodemdaling.
Figuur 5.1 Bodemdalingsgevoeligheid in de gemeente Gorinchem (Provincie Zuid-Holland, 2021)
35
Stabiliteit bodem De mate waarin de bodem beweegt is afhankelijk van de stabiliteit. Hierbij is gekeken naar het aandeel klei of veen in de bovenste 8 meter van de ondergrond. Op basis van dit aandeel is bepaald of het al dan niet een slappe bodem betreft. Uit Figuur 5.2 blijkt dat er vrijwel overal in gemeente Gorinchem een slappe bodem is. De aanwezigheid van een slappe bodem vergoot de kans op bodemdaling en daarom moet de bodem bij ruimtelijke ontwikkelingen verstevigd worden met bijvoorbeeld een zandlaag.
Figuur 5.2 Mate van stabiliteit van de ondergrond in de gemeente Gorinchem (Provincie Zuid-Holland, 2021)
36
Veenoxidatie bodem Voor verschillende soorten ruimtegebruik wordt in Nederland het grondwaterpeil beheerst. Koeien zakken bijvoorbeeld weg in het veen als de bodem te nat is. Peilbeheersing heeft echter als gevolg dat de ‘droge’ veengrond boven de grondwaterspiegel daalt; door inklinking van de bodem en oxidatie van organische stof. Zo belandt bodemdaling en het grondwaterpeil in een vicieuze cirkel. De veenoxidatiekaart laat zien waar de bodem (sterk) gevoelig is voor daling door veenoxidatie. Uit Figuur 5.3 blijkt dat met name de landbouwgronden in het buitengebied gevoelig zijn voor veenoxidatie.
Figuur 5.3 Gevoeligheid voor veenoxidatie in de ondergrond in de gemeente Gorinchem (Provincie Zuid-Holland, 2021)
37
Draagkracht bodem Draagkracht betekent de mate waarin de ondergrond gevoelig is voor zetting (het zakken van het maaiveld). De mate van zetting is afhankelijk van de bodemsamenstelling (bijvoorbeeld klei of zand), het ruimtegebruik (landbouw of bebouwd gebied) en het gewicht van eventuele bouwwerken. Ook de onttrekking van grondwater kan leiden tot een verhoogde kans op zetting. Uit Figuur 5.4 blijkt dat de ondergrond in de gemeente Gorinchem op verschillende plekken sterk tot extreem zettingsgevoelig is, zowel in het buitengebied als in de gebouwde omgeving. Daar waar er sprake is van sterk zettingsgevoelig ondergrond, gaat het om een zetting van 60 tot 90 cm in 40 jaar. In de rest van de gemeente Gorinchem (als grijs weergegeven in de kaart) is sprake van een kans tot 60 cm zetting in 40 jaar.
Figuur 5.4 Draagkracht van de ondergrond in de gemeente Gorinchem (Provincie Zuid-Holland, 2021)
38
Resultaten uit werkatelier In het werkatelier is bodemdaling besproken in twee spreekrondes. Het thema kan een gevolg zijn van droogte, maar er is aangegeven dat het gezien moet worden als een apart thema. Verzakking speelt in alle wijken, maar het meest bij voor- en naoorlogse gebouwen die op staal zijn gefundeerd. Dit zijn de weken Gorinchem-Oost, Haarwijk, Stalkaarsen, oude deel van de Lingewijk en in mindere mate Gildenwijk. In het westen van Gorinchem zijn dikkere veenlagen aanwezig en daar is de problematiek het grootst. Verzakking heeft gevolgen voor de stabiliteit en bruikbaarheid van gebouwen en infrastructuur.
Kansen en risico’s Bodemdaling Thema Bodemdaling Kansen
Risico’s Bodemdaling leidt tot uitstoot van broeikasgassen (veenoxidatie), een slechtere waterkwaliteit en hoge beheer- en onderhoudskosten infrastructuur In binnenstedelijk en bebouwd gebied verzakken de funderingen, infrastructuur, openbare ruimte, rioleringen en leidingen In west- en noord-Gorinchem daalt de bodem sterk door de venige ondergrond De slappe bodem in heel Gorinchem zorgt voor problemen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen Veenoxidatie is aanwezig in het westelijke buitengebied van Gorinchem Het maaiveld van de bebouwde omgeving en het buitengebied zakt sterk in, met name bij de op staal gefundeerde voor- en naoorlogse wijken
39
4.6 Biodiversiteit Biodiversiteit is het zesde thema. Naast het effect van klimaatverandering, wordt ook gekeken naar de algemene kansen en risico’s voor biodiversiteit. Eerst is ingegaan op de relatie tussen biodiversiteit en klimaatverandering. Daarna is een beschrijving gegeven van de biodiversiteit in Gorinchem, en de bijbehorende kansen en risico’s.
Relatie biodiversiteit en klimaatverandering Biodiversiteit en goed functionerende ecosystemen staan aan de basis van ons bestaan. Het gaat slecht met de natuur. Ecosystemen gaan achteruit en de soortenrijkdom neemt in een rap tempo af. Sinds 1970 is de biodiversiteit wereldwijd met 68 procent afgenomen. Ook de natuur in Nederland staat onder druk: sinds 1990 zijn dierenpopulaties in zowel open natuurgebieden als agrarisch gebied met gemiddeld 50 procent gedaald 15. Biodiversiteit is meer dan alleen de diversiteit aan soorten. Het gaat om de diversiteit aan soorten die onderling in een samenhangend geheel - een ecosysteem - met elkaar en met hun omgeving verbonden zijn en zich voortplanten.
Klimaatverandering heeft een grote invloed op het functioneren van ons natuurlijk systeem. Het klimaat verandert sneller dan de natuur zich kan aanpassen en is één van de oorzaken van biodiversiteitsverlies. Los van klimaatverandering staat de natuur ook onder druk door menselijke activiteiten, zoals verstedelijking en verstening van de openbare ruimte. Door al deze druk raakt het natuurlijk systeem ontwricht en is het minder goed in staat om weerstand te bieden tegen stressfactoren zoals extreem weer. Hierdoor kunnen wij minder goed rekenen op de essentiële producten en diensten die de natuur ons levert, zoals voedselvoorziening en schone lucht. Tegelijkertijd is de natuur een cruciale klimaatbuffer. Een gezond ecosysteem met een rijke diversiteit aan planten en dieren beschermt ons niet enkel tegen nog snellere klimaatverandering, maar biedt ook meer weerstand tegen de extreme weersomstandigheden van klimaatverandering dan een verzwakt systeem. Bomen bijvoorbeeld: enerzijds remmen ze klimaatverandering af door de opslag van CO2, maar anderzijds zijn ze een belangrijke klimaatadaptieve maatregel, omdat ze zorgen voor bodemstabiliteit, wateropslag en verkoeling. Voor een klimaatbestendige stad is het van belang dat we investeren in een gezond en veerkrachtig ecosysteem. Door de wereldwijde verstedelijking is het van belang om meer ruimte te bieden voor natuur in de stad.
In een gezond ecosysteem is de hoeveelheid en diversiteit aan planten en dieren hoog en blijft de functionaliteit van het systeem behouden. Ecosystemen leveren onophoudelijk producten en diensten (ecosysteemdiensten) die onmisbaar zijn voor mensen. Verlies aan biodiversiteit is dus meer dan alleen het verlies van (bedreigde) soorten. Hoe minder oorspronkelijke soorten, hoe onstabieler het ecosysteem. Het is dus zaak biodiversiteit te beschermen en zo ons ‘life support system’ in stand te houden. Zo kunnen we blijven profiteren van de producten 15
Wereld Natuurfonds, 2020, Living Planet Report Nederland. Natuur en landbouw verbonden. Link geraadpleegd op 15-11-2021.
40
en diensten die ecosystemen ons leveren. Een klimaatbestendige aanpak is dus ook een natuurinclusieve aanpak. Door ons ruimtegebruik af te stemmen met de natuur en tegelijkertijd de natuur te versterken, zorgen we ervoor dat soorten, inclusief de mens, minder kwetsbaar worden voor klimaatverandering. Om een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier te maken, moet de natuur een volwaardige plaats krijgen bij het ontwerpen van gebouwen en openbare ruimte. Dit noemen we natuurinclusief ontwerpen. Door vroeg in het planproces gericht te zijn op meerwaarde voor natuur en gebruik te maken van bepaalde principes kan eenvoudig meerwaarde ontstaan voor flora en fauna in een relatief versteende omgeving. Om te bepalen waar de risico’s en kansen voor natuurontwikkeling in Gorinchem liggen, is het allereerst van belang de huidige groenstructuur en biodiversiteit van de stad inzichtelijk te maken. Sinds 2022 wordt hier onderzoek naar gedaan en is in grote lijnen bekend. Woningcorporatie Poort6 is bezig om voor haar gehele woningbezit (meer dan 7000 woningen) ecologisch onderzoek uit te voeren. De onderzoeksresultaten kunnen gebruikt worden voor het inzichtelijk maken van de biodiversiteit in Gorinchem.
Naast het effect van klimaatverandering op biodiversiteit, kijken we op dit thema ook naar het behoud en versterken van biodiversiteit, omdat de natuur een belangrijke klimaatbuffer is. Daarom wordt in brede zin gekeken naar de kansen en risico’s voor biodiversiteit.
41
Figuur 6.1 Huidige natuurwaarden (groen en water) binnen de gemeente (de Boer & van Helsdingen, 2019).
42
Huidige natuurwaarden Gorinchem Figuur 6.1 toont de huidige groenstructuur van Gorinchem. Grofweg zijn er drie biotopen met bijbehorende natuurwaarden te onderscheiden. 1. Rivierengebied Belangrijke dragers van natuurwaarden in Gorinchem zijn de buitendijkse gebieden langs de Merwede en Linge inclusief de dijken, de oevers langs het Kanaal van Steenenhoek en diverse groengebieden binnen Gorinchem, zoals de vestingwerken. Belangrijke buitendijkse gebieden zijn de Dortsche Avelingen, Woelse Waard (langs de Merwede) en de Vrouwenhuiswaard (langs de Linge). 2. Bebouwde omgeving. Binnen de bebouwde kom zijn met name de parken en boomstructuren de belangrijkste dragers van de natuur. Vogels, insecten, amfibieën en kleine zoogdieren zijn voor hun voorkomen mede afhankelijk van parken, lanen, waterelementen en bermen. Op lokaal niveau zijn dat bijvoorbeeld de vestingwerken rond het oude centrum, de Oostgracht, het Gijsbert van Andelpark, het sportpark ten westen van de A27, Park het Haagje, Het Grote Wiel, het landschapspark nabij De Donken en de begraafplaatsen. Ook de bermen van de A15, A27 en het knooppunt Gorinchem zijn onderdeel van de ecologische structuur van Gorinchem. In de bebouwde gebieden van de stad, zoals de Haarwijk en Stalkaarsen, zijn er weinig groenstructuren aanwezig.
Gebouwen bieden plaats aan zogenoemde gebouwbewonende soorten vogels zoals huismus, gierzwaluw en spreeuwen, maar ook aan een aantal soorten vleermuizen zoals gewone- en ruige dwergvleermuizen en de zeldzame laatvlieger. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat naast bomenstructuren ook sommige gebouwstructuren belangrijk zijn voor vleermuizen om te foerageren. Een aantal van deze gebouwstructuren zijn tevens in gebruik als migratieroutes voor deze vleermuizen. 3. De polders Voor Gorinchem betreft dit het Noordelijke en Oostelijke buitengebied. Aan de noordzijde van Gorinchem zijn dit delen van de Polder Lang-Scheiwijk en Arkel. Kenmerkend zijn de graslanden en slootjes van belang voor o.a. weidevogels, vissen, amfibieën en watergebonden macrofauna (bv. libellen en waterkevers). Aan de oostzijde betreft dit delen van wat vroeger de Dorpspolder Dalem heette. Kenmerkend is Fort Vuren. Naast een belangrijke cultuurhistorische betekenis heeft dit fort in combinatie met de omringende bosopstanden, waterelementen en ligging langs de Waaldijk ook een belangrijke ecologische betekenis. Vleermuizen, een grote diversiteit aan broedvogels, kleine zoogdieren (egel, marterachtigen, muizen) en amfibieën vinden hier hun huis. Alleen op een deel van het terrein gaat een camping gerealiseerd worden. Dit kan leiden tot vertrek van deze soorten uit dit gebied.
Aan de rand van de oostelijke bebouwing ligt een groenstrook met brede watergangen en kruidenrijke vegetatie die van belang is voor allerlei insecten, kleine zoogdieren en amfibieën. De akkers in de polder worden meestal zo intensief bewerkt dat zij weinig planten en dieren herbergen. In Bijlage 2 is een schematisch overzicht te vinden van de natuurwaarden in de verschillende delen van Gorinchem met bijbehorende (icoon)soorten.
43
Knelpunten biodiversiteit in Gorinchem In 2020 is onderzoek gedaan naar de ecologische verbindingszones en naar kansen voor natuurinclusief bouwen in Gorinchem. Daar zijn kansen en risico’s voor biodiversiteit in kaart gebracht. De kansen zijn voornamelijk gericht om de natuur in de stad te verbinden met de natuur in het buitengebied. Een visie op het versterken van de ecologische verbindingszones (zie Figuur 6.2). Concrete kansen voor biodiversiteit is het vergoenen van de openbare ruimte of van particuliere grond, zoals tuinen of bedrijventerrein. Vanuit de onderzoeken zijn de risico’s wel concreet gemaakt: Risico’s voor biodiversiteit breed • Bedreiging van groen door extreme droogte/hitte als gevolg van klimaatverandering • Extreme droogte en hitte zorgt voor grotere kans op insectenplagen en groei van vegetatie waar het ongewenst is • Barrière van snelwegen A27 en A15 voor verbinding met belangrijkste groenstructuren (Biesbosch en Lingegebied en Diefdijk) en voor migrerende soorten • Aansluiting bebouwde kom en het buitengebied door verstedelijking met Groote Haar, Hoog Dalem en uitbreiding infrastructuur • Afname van landschapselementen en achteruitgang van soorten door schaalvergroting en intensivering van de landbouw • Verstoring van soorten door recreatief gebruik van groen door mens en honden • Beperkte bloeiperiode en weinig ecologisch groenbeheer zorgen voor te
weinig variatie in beplanting. Dit heeft een negatief effect heeft op de beschikbaarheid van nectar en stuifmeel • Bedreiging van groen en soortgroepen door overlast, zoals stikstof, fijnstof en geluid (recreatie en (snel)wegen). • Bedreiging van soorten door lichthinder afkomstig van sportcomplexen of straatverlichting • Verdwijnen van soorten door verduurzaming van woningbezit en energietransitie
44
Figuur 6.2 Visiekaart ecologische verbindingszones voor Gorinchem
45
Resultaten uit werkatelier Bij het werken aan klimaatverandering is voor veel klimaateffecten ‘vergroenen’ een belangrijke maatregel, denk aan het tegengaan van hitte en wateroverlast. Het werken aan klimaatadaptatie kan omgekeerd echter ook een enorme impuls geven aan biodiversiteit. In de komende decennia gaan verschillende jaren ’60 en ’70 woonwijken op de schop. Dit gebeurt voor rioolonderhoud en -renovatie en energietransitie. Dit biedt kansen voor het werken aan klimaatadaptatie. Als aandachtspunt werd daarbij genoemd dat je wel ruim van tevoren (minimaal 5 jaar) operationele doelen moet hebben om deze bij het programmeren van de werkzaamheden ook te kunnen meenemen. Voor de biodiversiteit zijn deze woonwijken van groot belang voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Voor de aanleg van het warmtenet in Gildenwijk worden meerdere wijkbrede ecologische onderzoeken uitgevoerd. Dit moet een soortenmanagementplan als resultaat hebben. Een voorbeeld hoe met biodiversiteit om te gaan bij grote herinrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen. Een ander belangrijk aandachtspunt is het ontbreken van een lange termijnvisie op biodiversiteit. Enkele jaren geleden is een uitgebreide monitor uitgevoerd. Toen is een nulmeting gedaan van een 35-tal bermen en parken door geheel Gorinchem.
Hierbij is gekeken naar belangrijke graadmeters zoals flora, dagvlinders en libellen om het beheer en de inrichting bij te sturen. In 2021 is hiervoor nog een nulmeting uitgevoerd in de Woelse Waard. Alleen biodiversiteit moet consequent en langdurig gemeten worden. Periodiek om de drie tot vijf jaar is voldoende om negatieve of positieve trends waar te nemen voor deze soortgroepen. Daarnaast moet deze data ook toegankelijk worden en gekoppeld worden aan de natuurdatabase. Een ecologisch deskundige met gebiedskennis kan deze data juist interpreteren en analyseren. Dit gebeurt al met de huidige beschikbare data. Kansen voor biodiversiteit worden gezien in de mogelijkheden bij het beheer. Bijvoorbeeld door een natuurvriendelijker maaibeleid in te stellen en door bermen te verruigen. Dit wordt al gedaan. Sommige soorten zijn afhankelijk van het voedsel in de bermen en gazons. Een belangrijk punt is dat veel bermen en gazons niet (meer) geschikt zijn hiervoor, waardoor deze soorten zich daar niet meer laten zien. Ook de aanleg van natuurvriendelijke oevers bij waterpartijen en waterberging en het vergroenen van bedrijventerreinen worden als kans gezien. Het idee dat hierbij werd geopperd is om een meekoppelkansenkaart te ontwikkelen.
46
Kansen en risico’s Biodiversiteit Thema Biodiversiteit Kansen Risico’s Een gezond natuurlijk systeem zorgt voor bescherming en weerstand tegen Het natuurlijk systeem leidt onder de druk van klimaatverandering en klimaatverandering menselijke activiteiten Biedt natuur meer ruimte in de stad en door ecologisch groenbeheer Aantal (beschermde) flora en fauna soorten neemt af door verstedelijking, klimaatverandering en energietransitie Extra meerwaarde van een ontwikkeling door natuurinclusief ontwerpen Insectenplagen en ongewenste vegetatie komen vaker voor door extreme aan de voorkant mee te nemen droogte en hitte Behoud en versterken van soorten bij herinrichting jaren ’60 en ’70 De A15 en A27 versnipperen de belangrijkste groenstructuren woonwijken Stel een lange termijnvisie en meekoppelkansenkaart voor biodiversiteit op Recreanten (met honden) in de natuur verstoren de soorten Monitoring van biodiversiteit met een soortenmanagementplan door geheel Gorinchem
Minder (kruis)bestuiving van planten door beperkte bloeiperiode en weinig ecologisch groenbeheer Het aantal groen en soorten neemt af door hinder van geluid, fijnstof, stikstof (van snelwegen) en honden en katten Het aantal soorten neemt af door lichthinder (van sportcomplexen) Belangrijkste beschermde soorten worden bedreigd door verduurzaming van particuliere woningen
47
Bijlage Bijlage 1 – Bronnenlijst A5H (2019). Klimaatatlas Alblasserwaard-Vijfheerenlanden: Rapport en Kaartviewer BRZO.nu (2022). Wat is een BRZO bedrijf. Link geraadpleegd op 26-1-2022. BRZO.nu (2022). BEVI. Besluit externe veiligheid inrichtingen. Link geraadpleegd op 26-1-2022. De Boer & van Helsdingen (2019). Haalbaarheidsstudie ecologische verbindingszones. Bureau Waardenburg Rapportnr. 19-0143, Bureau Waardenburg, Culemborg. Gezond Leven (2022). Wat is een stedelijk hitte-eiland?. Link geraadpleegd op 21-1-2022. Hoogheemraadschap van De Alblasserwaard en De Vijfheerenlanden (2014). Normering Boezemkaden dijkringen 15, 16, 17, 20, 21, 22 en 25. Infomill (2021). Gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen op grondwater. Link geraadpleegd op 10-12-2021. Klimaatadaptatie Nederland (2021). Nieuw IPCC-rapport: temperatuur stijgt sneller dan verwacht. Link geraadpleegd op 12-11-2021 Klimaateffectatlas (2021). Afstand tot koelte. Link geraadpleegd op 16-12-2021. LIWO (2022). Kaarten. Link geraadpleegd op 18-2-2022. Geraadpleegde kaarten: ‘Samengestelde waterdieptekaarten – B. Doorbraak primaire waterkeringen’ en ‘Evacuatie (mogelijkheden – Beschikbaarheid droge verdiepingen per buurt’ Provincie Zuid-Holland (2017). Klimaatatlas Provincie Zuid-Holland: Rapport en Kaartviewer. Provincie Zuid-Holland (2021). Signaleringskaarten Bodem en Ondergrond. Link geraadpleegd op 10-12-2021.
Rijkswaterstaat (2021). Waterkering. Link geraadpleegd op 10-12-2021. Rijkswaterstaat (2022). Normaal Amsterdam Peil (NAP). Link geraadpleegd op 26-1-2022.
48
Scholen op de kaart (2021). Kaart met alle scholen in Gorinchem. Link geraadpleegd op 15-11-2021. Signaleringskaart EV (2022). EV: inrichtingen RRGS. Link geraadpleegd op 26-1-2022. Stuurgroep Klimaatadaptatie A5H (2021). Regionale Adaptatie Strategie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. Op weg naar een klimaatbestendige en waterrobuuste regio. Tauw (2020), Heet, heter, heetst. Whitepaper. TNO (2020). Bodemdaling in Nederland. Link geraadpleegd op 12-12-2021. Van Helsdingen A.A., de Boer, E. en I. Röell (2020). Ideeënboek natuur-inclusief ontwerp gemeente Gorinchem. Bureau Waardenburg, Culemborg. VNK2 (2014). Overstromingsrisico Dijkring 43 Betuwe, Tieleren Culemborgerwaarden. Link geraadpleegd op 26-1-2022. VRZHZ (2019). Regionaal Risicoprofiel. Link geraadpleegd op 26-1-2022. Wereld Natuurfonds (2020). Living Planet Report Nederland. Natuur en landbouw verbonden. Link geraadpleegd op 15-11-2021.
49
Bijlage 2 – Tabel icoonsoort in Zuid-Holland en kaart Natuurnetwerk Nederland Zuid-Holland Tabel met landschapselementen en bijbehorende natuurwaarden en voorkomende soorten. De soorten die in Zuid-Holland zijn benoemd als icoonsoort zijn in het rood aangegeven (de Boer & van Houwelingen, 2019).
50
Figuur 6.1 Natuur in Gorinchem als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland Zuid-Holland en Gelderland (NNN) (de Boer & van Helsdingen, 2019).
51