Kerndocument participatie-advies mede tbv adviezen locaties J-K-L2
Tekst van het document
Kerndocument Participatie-advies
Colofon Opgesteld in samenwerking tussen de (deelnemers aan) de Klankbordgroep Wijngaarden1, Klankbordgroep Bleskensgraaf2 en Buurtgroep Vlak-K3, onder eindredactie van mr. A. van ’t Hof MBA, mede ten behoeve van de participatie-adviezen voor de zoeklocaties J, K en L2. Het copyright berust bij ieder van de afzonderlijke auteurs. De inhoud kan vrijelijk worden gebruikt, mits voorzien van bronvermelding (rapportnaam, thema, auteur).
1 https://www.klankbordgroepwijngaarden.nl 2 https://klankbordgroepbleskensgraaf.nl/ 3 Bewoners aan de Abbekesdoel, Meester Markusseplein en Heulenslag te Bleskensgraaf.
Inhoudsopgave Ten geleide ................................................................................................................................ 4 A.
Archeologie ........................................................................................................................ 5 Conclusie ............................................................................................................................... 5 Aandachtspunten ................................................................................................................... 5 Algemeen ........................................................................................................................... 5 Rijksmonument ‘Hazendonk’ ................................................................................................ 5 Donken, stroomruggen en middeleeuwse nederzetting .......................................................... 6 Bodemverstoring ................................................................................................................ 6 Kosten ................................................................................................................................ 7
B.
Gezondheid ........................................................................................................................ 8 Zorg ....................................................................................................................................... 8 Hinder ...................................................................................................................................8 Slaapstoornissen ..................................................................................................................... 8 Onderzoek ............................................................................................................................. 8 Klachten ............................................................................................................................... 10 Bisfenol A ............................................................................................................................. 10 Landelijke geluidsnormen ......................................................................................................10 Samenvattend ......................................................................................................................12
C.
Leefbaarheid................................................................................................................13 Zorg(plicht) .........................................................................................................................13 Bleskensgraaf.....................................................................................................................13 Wijngaarden .......................................................................................................................13 Splijtzwam ..........................................................................................................................14 Gebiedsplatform Alblasserwaard en Vijfheerenlanden ............................................................. 15
D.
Natuur .........................................................................................................................16 Conclusie............................................................................................................................ 16 Samenvatting .......................................................................................................................16
E.
Unesco Werelderfgoed Kinderdijk .....................................................................................18 Conclusie ............................................................................................................................. 18 Precedenten .........................................................................................................................18 Aantasting Zichtlijn - een OUV – bedreigt Unesco-status ..........................................................18 Heritage Impact Assessment ..................................................................................................19
F.
Veiligheid .........................................................................................................................20 Conclusie ............................................................................................................................. 20
20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
2
Risicovol object.....................................................................................................................20 Veiligheidsaspecten onvoldoende betrokken ..........................................................................20 G.
Waardedaling woningen............................................................................................... 23 Conclusie............................................................................................................................ 23 Onderzoek ..........................................................................................................................23 Nadeel en compensatie......................................................................................................23
Bijlagen ...................................................................................................................................24
20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
3
Ten geleide De in de periode maart-juni 2024 doorlopen participatie binnen de gemeente Molenlanden eindigt met het ultimo mei uitbrengen van adviezen voor de diverse zoeklocaties en het op 5 juni 2024 presenteren aan de raadsleden van de gemeente Molenlanden en Gorinchem tijdens een gecombineerde beeldvormende avond. De Klankbordgroepen Wijngaarden en Bleskensgraaf hebben samen met Buurtgroep Vlak-K hun onderliggende inzichten op meerdere thema’s - leefbaarheidheid, veiligheid, gezondheid, flora & fauna, archeologie, cultureel erfgoed etc. - en de te verwachten impact van windturbines daarop gebundeld in dit kerndocument. Binnen het thema leefbaarheid is een bijdrage van het Gebiedsplatform Alblasserwaard en Vijfheerenlanden opgenomen. Alle auteurs brengen hun bijdrage in op persoonlijke titel. Dit kerndocument is als achtergrondinformatie ook ter inzage beschikbaar gesteld aan de werkgroepen die zich als onderdeel van de participatie richten op het uitbrengen van een advies voor de zoeklocaties J, K en L2. In eerdere stadia van het besluitvormingsproces hebben belanghebbenden zich individueel, dan wel verenigd in of vertegenwoordigd door de bovengenoemde belangengroepen, tot het college van B&W en de gemeenteraad met de daarin vertegenwoordigde politieke partijen en hun woordvoerders gericht.
De daar ingenomen standpunten en gedeelde informatie (brieven, e-mails, inspreeknotities en -presentaties met bijlagen, etc.) zijn in overwegende mate nog geldig en worden geacht hier integraal onderdeel van uit te maken.4
4 Deze informatie is raadpleegbaar via: https://molenlanden.bestuurlijkeinformatie.nl
20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
4
A. Archeologie Conclusie Archeologisch onderzoek in de zoekgebieden J, K en L2 is uitermate kostbaar en zal vertraging met zich mee brengen. Dat geldt niet alleen voor gravend onderzoek (proefsleuven, opgravingen) maar ook voor archeologisch vooronderzoek (booronderzoek). Tevens dient er rekening mee gehouden te worden dat bij de uiteindelijke ontmanteling van het windturbinepark de bodem extra beschadigd zal raken. Ook in dat geval dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden, met de bijbehorende kosten.
Aandachtspunten Aan het in Bijlage 1 opgenomen rapport5 zijn de voor de zoekgebieden J, K en L2 van de shortlist potentiële zoekgebieden wind RES Alblasserwaard de volgende relevante aandachtspunten ontleend:
Algemeen • •
•
•
De bodem van de Alblasserwaard herbergt waardevolle archeologische vindplaatsen uit alle perioden van de midden-steen_jd tot en met de middeleeuwen en nieuwe _jd. De loca_e van deze vindplaatsen hee` een sterke rela_e met het vroegere landschap. De welbekende donken werden bewoond in de midden- en late steen_jd, maar ook in de brons_jd en later. Tevens is op de vele stroomruggen in het gebied bewoning uit de late steen_jd en later bekend. Het huidige landschap van de Alblasserwaard met haar langgerekte percelen, typische lintbebouwing en woonheuvels is in de loop van de middeleeuwen ontstaan, en gaat ongeveer duizend jaar terug. Ook uit deze periode zijn in de (ondiepere) ondergrond nog veel archeologische resten aanwezig, zowel binnen de huidige dorpslinten als daarbuiten. Archeologisch onderzoek én toevalsvondsten tonen aan dat binnen zowel zoekgebied J, K als L2 archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, die soms zelfs van (inter)na_onaal belang zijn!
Rijksmonument ‘Hazendonk’ •
•
Binnen de grenzen van zoekgebied L2 bevindt zich een archeologisch Rijksmonument, een terrein van zeer hoge archeologische waarde. Het gaat hier om de Hazendonk, een vindplaats waarvan gesteld is dat deze van algemeen belang is vanwege haar betekenis voor de wetenschap. Deze vindplaats herbergt resten van bewoning uit de late steen_jd en de brons_jd op een donk, die zelfs heden ten dage nog goed herkenbaar is aan het maaiveld. De vindplaats geniet zowel na_onaal als interna_onale bekendheid. De Hazendonkcultuur is naar deze vindplaats vernoemd! Om dit in context te plaatsen: de Hazendonk hee` dezelfde beschermde status als de welbekende hunebedden in Drenthe! Deze vindplaats is van Rijkswege beschermd hetgeen betekent dat op dit terrein geen enkele bodem verstorende acLviteit is toegestaan. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) vereist vanwege het belang van deze vindplaats naar alle waarschijnlijkheid de uitvoer van een Heritage Impact Assessment (HIA) voor de Hazendonk inclusief haar directe omgeving, indien de plannen voor een windturbinepark in zoekgebied L2 doorgang zullen vinden. Door de
5 Quickscan archeologische resten in de gebieden J K en L2, drs. M. Tump, 2024.
20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
5
•
zichtbaarheid van het monument in het landschap is immers ook sprake van aantas_ng van de belevingswaarde. Een HIA is een Ljdrovend en kostbaar onderzoek. De Hazendonk maakt deel uit een groter complex van donken dat zich in de ondergrond van zoekgebied L2 bevindt. Voor dit donkencomplex geldt deels een zeer hoge, en deels een hoge archeologische verwach_ng.
Donken, stroomruggen en middeleeuwse nederzetting •
•
•
Ook in de ondergrond van zoekgebieden J en K is een uitgestrekt complex van donken aanwezig. Hiervoor geldt net zoals in zoekgebied L2 het geval is deels een zeer hoge, en deels een hoge archeologische verwach_ng. Ook op deze donken zijn in het verleden archeologische vindplaatsen aangetoond, namelijk uit de midden- en late steen_jd. Deze vondsten zijn zelfs de aanleiding geweest om het huidige gascompressorsta_on meer oostelijk dan het oorspronkelijke plan te bouwen. Een deel van het donkencomplex in zoekgebied J is op de Archeologische MonumentenKaart (AMK) opgenomen als behoudenswaardig terrein van zeer hoge archeologische waarde. Wanneer we kijken naar de stroomruggen, dan zijn deze zowel in de ondergrond van zoekgebied J, K als L2 aanwezig. Voor deze stroomruggen geldt deels een hoge, en deels een middelhoge archeologische verwach_ng. Op deze stroomruggen is in het verleden ook daadwerkelijk bewoning aangetoond uit de late steen_jd, de brons_jd, de ijzer_jd, de Romeinse _jd en de middeleeuwen, ook binnen de grenzen van zoekgebieden J en K. Tot slot wordt zoekgebied K van oost naar west doorkruist door het middeleeuwse, verlaten bewoningslint van Wijngaarden. Voor deze zone geldt een zeer hoge archeologische verwach_ng. Op meerdere loca_es in dit bewoningslint zijn vroegere huisplaatsen herkend, en zelfs de vermoedelijke loca_e van een kerk.
Voor de Alblasserwaard is een dergelijke verlaten nederzeMngs-as tot nu toe uniek!
Bodemverstoring • •
•
•
De binnen zoekgebieden J, K en L2 aanwezige archeologische resten worden erns_g bedreigd door de plannen voor het bouwen van XXL windturbines. De verstoringsdiepte voor de bouw van dergelijke windturbines en de bijbehorende infrastructuur is van dusdanige omvang, dat ook archeologische resten die zich op grotere diepte (i.c. de donken en stroomruggen) bevinden, bedreigd worden. Op de archeologische verwach_ngskaart (AVK) van de gemeente Molenlanden is precies omschreven wat de toegestane maximale bodemverstoring ter plaatse is, zowel qua oppervlak als qua diepte (zie ook de archeologische quickscan voor zoekgebieden J, K en L2). Wil men de bodem meer (dus: groter, dieper) verstoren dan volgens de AVK is toegestaan, dan is conform de wet- en regelgeving eerst archeologisch onderzoek noodzakelijk. Op sommige loca_es, zoals de Rijksmonumenten, mag zelfs geen enkele verstoring van de bodem plaats vinden. Het is belangrijk om hier te noemen dat wanneer we kijken naar de groofe van het te verstoren oppervlak, er al_jd uitgegaan moet worden van het totale plangebied en niet enkel van de voet van de XXL windturbine en/of bijbehorende infrastructuur.
20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
6
Kosten •
Archeologisch onderzoek, met name opgravingen, kan zeer kostbaar zijn, zeker in een gebied als de Alblasserwaard. Het behoort zelfs tot de kostbaarste archeologische onderzoeken in Nederland! Dit komt door meerdere factoren. Allereerst kent de Alblasserwaard een zogenaamd gestapeld landschap. Oude bewoningsniveaus zijn afgedekt met jongere afzehngen, waarop in een latere fase op dezelfde loca_e opnieuw bewoning kan hebben plaatsgevonden. Daarom moet rekening gehouden worden met meerdere archeologische niveaus boven elkaar. Dit vergt een uitgekiende onderzoeksstrategie. Ten tweede leidt de afdekking met klei en/of veen van vindplaatsen tot een goede conservering daarvan. De Alblasserwaard is bekend om haar rijke en unieke vindplaatsen, waarop zelfs zeer oude, prehistorische structuren en voorwerpen van organisch materiaal bewaard zijn gebleven. Het is een kostbare en _jdrovende zaak om dergelijke zaken op te graven én voor behoud te behandelen. Een goede conservering van vindplaatsen geldt juist ook voor die uit de steentijd. Het opgraven daarvan moet uiterst secuur gebeuren en is daardoor zeer tijdrovend en dus kostbaar. Een opgraving van de locatie van één windturbine, waar een steentijdvindplaats aanwezig is, kan zodoende in de miljoenen lopen! Tot slot is opgraven in een veengebied logis_ek gezien een uitdaging door het grondwater, vooral van vindplaatsen op grote diepte.
Dit betekent bijvoorbeeld dat er kostbare maatregelen tegen wateroverlast moeten worden genomen, bijvoorbeeld bronbemaling of zelfs het slaan van damwanden. *****
20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
7
B. Gezondheid Zorg De gezondheidszorg staat voor een enorme uitdaging om de zorg voor iedere Nederlander beschikbaar te houden. In de komende 5-10 jaar, stevenen we af op een enorm zorginfarct door aan de ene kant de zorgvraag die blijft stijgen door de vergrijzing, en aan de andere kant een daling van het zorgaanbod door immense personeelstekorten: van 40.000 in 2024 naar 150.000 in 2030. Windturbines kunnen ernstige gezondheidsklachten verzoorzaken en dat moeten we met elkaar te allen tijde zien te voorkomen, niet alleen ter bescherming van het individu maar ook om de druk op de zorg niet verder te laten toenemen. De zorg kent grote uitdagingen, maar er is ook een geweldige energietransitie waarvoor we op zoek zijn naar locaties voor het plaatsen van immense windturbines op het land, ook in Molenlanden. De gezondheid van mensen staat hierbij altijd voorop en de uitdaging is een veilige plaatsing van windturbines met een zo gering mogelijk effect op de gezondheid van de inwoners.
Hinder Windturbines maken lawaai, veroorzaken trillingen, creëren slagschaduw en er komt Bisfenol A vrij in het milieu bij slijtage van de windturbinebladen. De geluidshinder bestaat uit hoorbaar en niethoorbaar geluid, ook wel laagfrequent geluid (LFG) genoemd. Dit onhoorbare geluid geeft in laboratoriumonderzoek meetbare hersenschade in proefdieren wanneer deze 28 dagen lang nachtelijk worden blootgesteld aan een toon van 6Hz met een sterkte van 35 dB. Dit wil nog niet zeggen dat dit ook bij mensen zal optreden maar blijkbaar heeft LFG in zo’n kort tijdsbestek al duidelijk meetbare neurologische effecten.
Slaapstoornissen Voor de mens zijn slaapstoornissen de belangrijkste gezondheidsklachten. Indien ernstig kunnen deze leiden tot angst, stress, depressie, onrust, concentratieverlies en verminderde afweer. Enkele dagen slecht slapen heeft ernstige gevolgen en mensen die onregelmatig werken, zoals met nachtdiensten, leven korter en hebben meer risico op hart- en vaatziekten en ook suikerziekte. De WHO beschrijft in haar rapport6 dat, behalve hart- en vaatziekten, geluidshinder mogelijk ook metabole gezondheidsgevolgen kent.
Onderzoek Vorig jaar is een groot overzichtsartikel verschenen over de relatie tussen windturbinegeluid en slaapkwaliteit. Onderzoekers hebben een systematisch review en meta-analyse uitgevoerd van ál het onderzoek tot dan toe (mei 2023).7 In deze studie zijn vijftien eerdere studies geïncludeerd en de data van 8.867 omwonenden zijn geanalyseerd.
6
Biological mechanisms related to cardiovascular and metabolic effects by environmental noise. WHO 2018 Godono A, et al. Association between exposure to wind turbines and sleep disorders: A systematic review and meta-analysis. Int. J. Hyg. Environ. Health. 2023 7
20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
8
Afbeelding (en tellingen): Klankbordgroep Wijngaarden Het aantal woningen binnen een 1.000m-contour is als volgt verdeeld over de verschillende zoeklocaties: K: 1.066, K + J oost: 1.196, K oost + J oost: 493*, L2: 34, M: 87, O: 669, S: 736 en J midden + J west: 287 (in dit laatste geval is de telling beperkt tot de huizen in Molenlanden en het buitengebied van Papendrecht ten noorden van de A15). * Wijngaarden: 286; Oud-Alblas, Oostzijde ten oosten van de N481, inclusief de verspreide bebouwing in de polder ten zuiden daarvan: 14; Oud-Alblas,
Noordzijde ten oosten van de N481: 3; Bleskensgraaf, Heulenslag: 86; Bleskensgraaf, Abbekesdoel: 102 en Bleskensgraaf, Melkweg: 2.
De prevalentie van slaapstoornissen onder omwonenden binnen een afstand van 500 meter van een windturbine bedroeg maar liefst 79% en 65% bij een afstand 500-1000 m. Bij grotere afstand nam de prevalentie verder af: 1–1,5 km 41%, 1,5–2 km 29%, 2–3 km 22% en > 3 km 27%. Daarnaast was de prevalentie van slaapstoornissen 31% bij een geluidsdruk <30 dB en nam toe bij een hogere geluidsdruk: 36% bij 30–35 dB, 49% bij 35–40 dB, 60% bij 40–45 dB, en 82% bij >45 dB. Deze studie toont een lineaire relatie tussen slaapstoornissen en de afstand tot windturbines en ook het geluidsniveau. Onderzoeken naar slaapverstoring door windturbines zijn niet eenduidig, er zijn ook studies die geen effecten laten zien. Op zich klopt deze constatering: er is veel onderzoek gedaan, waarvan echter veel van ma_ge kwaliteit. Onderzoeken naar slaapstoornissen worden overwegend gedaan door middel van vragenlijsten, maar de kwaliteit hiervan is zeer wisselend. Voor een goed onderzoek moet je vragenlijsten valideren en dat is maar mondjesmaat gebeurd. Daarnaast kunnen slaapstoornissen ook het gevolg zijn van andere factoren dan geluidshinder, zoals werkstress, van nature slechte slaper, etc. Deze verschillen in kwaliteit van slaap komen niet goed naar voren uit deze vragenlijsten. Ook het bekende Nivel onderzoek in 20238 is niet juist opgezet en kwalita_ef uiterst zwak.
Door beperkte opzet, een te grote spreiding in slapeloosheid over de verschillende controlegroepen (15% 8
Baliatsas, C., IJzermans, J., Hooiveld, M., Kenens, R., Dückers, M. Gezondheidsverkenning windturbines: bevindingen op populatieniveau van een landelijke studie gebaseerd op gegevens van huisartsregistraties, over een tienjaarsperiode (2012-2021). Utrecht: Nivel, 2023 20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
9
en 40% hitra_o), er slechts de vier cijfers i.p.v. de volledige postcode werden gebruikt (waardoor juiste schahng van de afstand tot windturbines niet mogelijk was), er gewerkt werd met een algemene registra_ecode voor slapeloosheid die achteraf uit het landelijke huisartsso`ware systeem werd opgehaald (waarin onmogelijk was om slapeloosheid te scoren in rela_e met windturbine), en omdat Lden en deze registra_ecode geen causale rela_e kent, is het onjuist te concluderen dat er geen gezondheidseffect is van windturbines op de omwonenden. Het is betreurenswaardig dat deze onderzoekers niet inzagen dat hun aanpak zinloos was en dat het rapport meer lijkt te worden gedreven door poli_eke (wens) mo_even van de opdrachtgever dan door wetenschappelijke integriteit. Het had niet in deze vorm gepresenteerd mogen worden.
Klachten Afgelopen _jd komen er steeds meer signalen van huisartsen dat de klachten van omwonenden in nabijheid van windturbines zeer erns_g kunnen zijn en het blijkt dat een kleine groep mensen (10% van de bevolking) overgevoelig is voor geluidshinder, en dan met name voor de trillingen (laagfrequent geluid). Daarom is er behoe`e aan kwalita_ef beter onderzoek en is het belangrijk om daar gerenommeerde universiteiten bij te betrekken en niet de RIVM.
Bisfenol A Behalve de gezondheidsproblemen van PFAS in onze leefomgeving, zijn er aanwijzingen dat de rotorbladen significante hoeveelheden Bisfenol A (BPA) in het milieu lekken. BPA is een gevaarlijke stof en verdwijnt, net als PFAS, nooit meer uit het milieu. Het is een synthe_sche organische verbinding waarvan een van de reactanten fenol is en die gebruikt wordt bij de produc_e van allerlei plas_cs. De bijgevoegde lefer A wijst op het gebruik van aceton als tweede reactant. Er bestaan erns_ge vermoedens dat Bisfenol A leidt tot een verstoring van de hormoonhuishouding. Dat maakt Bisfenol verdacht. Al in 2012 waarschuwde de WHO voor de mogelijk kankerverwekkende eigenschappen van hormoon-ontregelende stoffen. Er zijn inmiddels al drie provincies (Utrecht, Flevoland en Limburg) die de vergunningverlening voor de bouw van windparken op pauze hebben gezet in afwach_ng van onderzoeksresultaten naar BPA in water. Bij me_ngen in Flevoland bleken normen al ver overschreden bij windturbines die er slechts drie jaar stonden.
Landelijke geluidsnormen Om de gezondheid van de burgers goed te beschermen is het uitermate belangrijk dat de Nederlandse normen betrouwbaar en uitlegbaar zijn. Kleine verschillen in accepta_e van geluidsgrenzen hebben enorme impact op de veilige afstand tot een windturbine. De financiële en economische belangen zijn groot maar zeker ook de druk voor het duurzaam opwekken van energie in onze regio, maar dat mag nooit ten koste gaan van gezondheid van de burgers. Hieronder puntsgewijs de bezwaren bij de landelijke geluidsnormen voor windturbines:
1. Gezien de impact van windturbines op de persoonlijke leefomgeving van mensen, is het kwalijk wanneer de conclusies niet berusten op de beschikbare wetenschappelijke kennis zoals in de factsheet uit 2020 “gezondheidseffecten van windturbines” van het RIVM. Dit factsheet moest eerder al op drie punten worden gerec_ficeerd vanwege conclusies die wetenschappelijk discutabel zijn. Daardoor is recent een nieuwe factsheet uitgebracht met de _tel “windturbines en gezondheid” (nov 2023). Echter in deze tweede factsheet staan nog steeds discutabele uitspraken, zoals: “de groofe van turbines maakt niet uit voor het
20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
10
geluidsspectrum” en ook het gebruik van de B/R curve (Blootstelling/Respons) waarin bij een bepaald geluidsniveau het aantal erns_g gehinderden wordt aangegeven. Op deze B/R curve wordt het Nederlandse beleid gebaseerd, omdat men stree` naar maximaal 10 % erns_g gehinderde zoals de WHO adviseert. Maar zowel de oorspronkelijke auteurs van de gebruikte ar_kelen, als de WHO (Guski et al 2017) geven aan dat de data niet zo gebruikt mogen worden. De door het RIVM gebruikte B/R curve gee` een onacceptabel lage inschahng van het aantal erns_g gehinderde (namelijk 10% bij 47 Lden), terwijl dit op basis van latere berekeningen (Keith et al. 2016) eerder 30% lijkt te zijn. Ook hier lijkt te zijn toegerekend naar de benodigde omrekenfactor om de bouw van windturbines mogelijk te maken (vd Berg L = L + 4,7 dB, Keith L = L + 1.2) Kortom: de gerec_ficeerde factsheet in nov 2023 van het RIVM vraagt opnieuw om correc_e en nuancering van conclusies en formuleringen. 2. Als u gehakt koopt bij de slager, wilt u zeker weten dat zijn weegschaal klopt. Net zo belangrijk als een objec_ef geijkte weegschaal, zijn betrouwbare, gevalideerde meetmethoden in de windindustrie. De geluidsmodellen voor het voorspellen van turbinegeluid negeren essen_ële variabelen en gebruiken te simpele sta_s_sche methoden.
Door de input van gemiddelden ontstaat er een heel belangrijke onderschahng van de echte geluidsimpact van 10–20 dB(A) op omwonenden. Bij voldoende wind schaadt dit de nachtrust en dus de gezondheid. Ook wordt er in de modellen geen rekening gehouden met real_me variabiliteit van windcondi_es, zoals windrich_ng en -snelheid, die de geluidsoverlast significant kunnen beïnvloeden. Als we gezonde geluidsnormen willen hanteren, zouden windturbines op 2 kilometer afstand van een woning geplaatst moeten worden. Echter, huidige normen voor het meten van geluid van windturbines, zoals de Lden dB(A), zijn nooit ona|ankelijk wetenschappelijk geijkt in veldonderzoek en kunnen omwonenden niet effec_ef beschermen. De Lden middelt het geluid uit over het hele jaar, maar volgens de WHO is dit alleen geschikt voor sta_onair draaiende geluidsbronnen. Bovendien middelen ze windkracht en windrichting; dit is onterecht. Door toch gebruik te blijven maken van Lden, mag men veel dichter bij bewoning bouwen in Nederland dan in alle andere Europese landen. Enkel Nederland en Noorwegen gebruiken Lden.
Een ander aspect dat opvalt is dat in geen van de oorspronkelijke onderzoeken geluidbelasLng daadwerkelijk is gemeten: gewerkt is vanuit fabrieksopgaven over de turbines, gecombineerd met rekenregels over een als ruwweg maximaal te verwachten geluidsbelas_ng (benedenwinds, bij een windsnelheid van 8 m/sec op 10 meter hoogte). Daarnaast wordt de bronsterkte van een windturbine vastgesteld onder ideale, nietrepresenta_eve omstandigheden, wat resulteert in een erns_ge onderschahng van 6–15 dB(A) van de werkelijke geluidsoverlast. Deze methodiek is vergelijkbaar met ‘wij van WCeend adviseren WC-eend’ waarbij de producent zijn eigen product aanbeveelt, met als doel toela_ng op de EU-markt, zonder overweging van de impact op de omgeving. Deze rekenmodellen falen ook in het beoordelen van stapeleffecten van windturbines onderling. De interac_e tussen meerdere geluidsbronnen en hun impact op de lokale omgeving wordt vaak over het hoofd gezien, wat leidt tot een versterking van geluidseffecten, die niet worden meegenomen in de huidige normen.
20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
11
3. Als laatste is het zeer belangrijk dat de geluidoverlast niet zal toenemen bij plaatsing van turbines met een hogere masthoogte zoals aangegeven door RIVM in de factsheet “windturbines en gezondheid” (nov 2023). Momenteel worden vele turbines vervangen door hogere. Dit lijkt probleemloos te kunnen - zonder vergro_ng van de afstand tot omwonenden - op basis van een persoonlijk statement in de factsheet ‘Windturbinegeluid en gezondheid’ op pagina 7: “Deze normen gelden voor alle windturbines, dus ook voor turbines met een hogere ashoogte. Het geluidsspectrum voor grote windturbines (>3 MW) wijkt niet of nauwelijks af van die van kleinere turbines (0,5 tot 3 MW) (mondelinge mededeling van den Berg, 2021)”. Deze uitspraak blijkt slechts gebaseerd op twee nietgecontroleerde wetenschappelijke congresar_kelen. Bij hogere windturbines neemt de geluidshinder toe doordat de snelheid van de ‘Lp’ (het uiteinde van het rotorblad) toeneemt.9 Ze draaien vaker op vollast, met name 's nachts, waardoor ze honderden uren extra geluidshinder veroorzaken. Het repeterende laagfrequente geluid wordt hoger in de lucht nauwelijks gedempt, wat de nachtrust van veel meer omwonenden aanzienlijk kan verstoren.
Een voormalig molenaar wees ons erop dat onder 60 meter hoogte je dempingsfactoren van bebouwing en begroeiing hebt en dat je die mag meenemen in je berekening van geluidsnormen en afstand tot de turbine. Maar deze gelden helemaal niet op de hoogte van deze turbines met een tiphoogte van ±280 meter.
Samenvattend Bij de plaatsing van windturbines op het land moet de focus liggen op een veilige afstand van windturbines tot omwonenden en dat is eigenlijk >2 km wanneer een prevalentie van slaapstoornissen kleiner dan 25%, overeenkomstig met controlegroepen, wordt beoogd. Volgens de commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie MER) moeten gezondheidsgevolgen beter worden meegewogen in de vaststelling van milieunormen voor windturbines. In 2019 bleken ruim 28.000 Nederlanders last te hebben van ernstige geluidhinder. De relaties causaliteit (plaatsing turbines waarna optreden van hinder en slaapproblemen) en ernst van de klachten (afstand in relatie tot ernst van de hinder en slaapproblemen) zijn wél degelijk wetenschappelijk aan te tonen. Zolang een sterk vermoeden van negatieve gevolgen voor de mens (nog) niet overtuigend wetenschappelijk bewezen is, betekent dit niet dat er onvoldoende gronden zijn om het voorzorgsbeginsel toe te passen. Streven naar een duurzame energievoorziening zonder de gezondheid te schaden is prima. Met nieuwe normen die meetbaar, beschermend, en handhaafbaar zijn, is dit mogelijk. Windenergie mag nimmer ten koste gaan van het welzijn en de gezondheid van omwonenden van windturbines. Professor dr. Diederik Gommers Wijngaarden, 27 mei 2024
9
Hoen, Ben & Darlow, Ryan & Haac, Ryan & Rand, Joseph & Kaliski, Ken, 2023. "Effects of land-based wind turbine upsizing on community sound levels and power and energy density," Applied Energy, Elsevier, vol. 338(C). 20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
12
C. Leefbaarheid Zorg(plicht) De leefbaarheid en veiligheid van deze dorpen en omgeving zijn goed en moeten behouden blijven voor jong en oud! De overheid geeft invulling aan haar zorgplicht door plaatsing van windturbines op ten minste 2 kilometer afstand van haar bewoners zodat aantasting van de leefbaarheid en veiligheid, door overlast(beleving) en gezondheidsrisico’s van geluidshinder, slagschaduw en toegenomen milieubelasting, wordt voorkomen. Bleskensgraaf en Wijngaarden hebben uw zorg nodig!
Bleskensgraaf Het dorp ligt in het westelijk deel van Alblasserwaard en telt 2.900 inwoners en is 1 van de 20 kernen van de gemeente Molenlanden (45.300 inwoners). Het is een prachtig dorp! Vier dorpslinten in de vorm van een ‘H’. Toeristen weten het te vinden: dorpscentrum, kerk, korenmolen ‘De Vriendschap’, wipwatermolens, historische boerderij ‘Gijbeland’ en het riviertje de Graafstroom sieren het dorp. Bleskensgraaf ligt in het midden van een gebied dat wordt omringd door de rivieren Merwede, Noord en Lek, waarin de Graafstroom uitmondt. Dit ‘platteland’ bestaat uit veenweide en wordt voornamelijk gebruikt voor veeteelt met een hoge bijdrage aan de melkproductie. Oude boerderijen en moderne agrarische bedrijven wisselen elkaar af. Het behoud van het unieke karakter vraagt behoedzaamheid bij het toestaan van stedelijke opstallen en opvallende installaties. De als goed ervaren leefbaarheid bestaat ook doordat het dorp voorziet in winkels voor de eerste levensbehoeften, een gemeentekantoor, regionale politie-locatie, brandweer, basisonderwijs, kinderdagverblijf, voor- en naschoolse opvang, dorpshuis/annex sportzaal met fitnessruimte, ouderencentra, kerkgenootschappen, COA-huisvesting, huisartsenpost, etc. veel vrijwilligers actief in verenigingen en zorginstellingen. OV en buurtbus verbinden met de Drechtsteden. De achterblijvende woningbouw is helaas een zorgpunt.
Wijngaarden Over een lengte van zo’n 5 kilometer slingert het lintdorp Wijngaarden – kleine ‘parel’ aan de rand van de Alblasserwaard - langs de grens van de gemeenten Molenlanden, Hardinxveld-Giessendam, Sliedrecht en Papendrecht. Het is een klein dorp: 280 woningen en 730 inwoners en daarmee qua inwoneraantal de kleinste kern van de gemeente Molenlanden. Iedereen kent elkaar, is vaak familie van elkaar. Men ontmoet elkaar bij de basisschool, in de kerk, bij één van de vele verenigingen en bij de activiteiten die worden georganiseerd. Doordat Wijngaarden zo’n klein dorp is, is de samenleving hecht. Mensen zien naar elkaar om en helpen elkaar. Het was altijd rustig wonen in Wijngaarden. Weinig winkels en faciliteiten; een school, een verenigingsgebouw, een ijsjeswinkel. Dat is genoeg. Geen industrie of andere grote bedrijven. En daardoor weinig vraag naar energie.
20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
13
Ook de mensen uit de omgeving zien de schoonheid van het dorp, fietsen of wandelend genieten ze van de oude boerderijen en het weidse uitzicht op de prachtige polder.
Inmiddels lijkt het met de rust gedaan en blijkt Wijngaarden niet meer zo’n gezonde leefomgeving als gedacht. Het voelt voor de bewoners alsof ze vermorzeld worden tussen alles wat er op hen af komt: PFAS, Sliedrecht-Noord (nieuwe wijk en zonnepark), toename verkeersrisico (oversteken provinciale weg) en sluipverkeer door uitstel verbreding A15, geluidsoverlast (A15, spoorlijn, geluidswal), en de stapeling van veiligheidsrisico’s bij een nieuw hoogspanningstracé en een gaspompstation in de nabijheid van windturbines. Het oostelijke deel van zoeklocatie-J bevindt zich op minder dan 400 meter afstand van de lintbebouwing. Zoeklocaties K en L2 op zo’n 700 tot 850 meter van de lintbebouwing. Zodanig dichtbij dat de zorg voor geluidsoverlast en daarmee gezondheidsproblemen, reëel is.
Splijtzwam Door de plannen voor windturbines ontstaan er nu tegenstrijdige belangen. Grondeigenaren, veelal veehouders, zien een mogelijkheid om hun bedrijf rendabel te houden c.q. te krijgen. Een welkome aanvulling op het bedrijfsinkomen in een periode waarin het boerenbedrijf onder druk staat. Daar staat een groep inwoners tegenover, die zich ernstig zorgen maakt over de gevolgen van de komst van windturbines dicht bij de lintbebouwing. Het verdwijnen van het open landschap van de Alblasserwaard. De bedreiging voor weide- en trekvogels. Geluidsoverlast, wég is de stilte. Maar vooral maakt men zich zorgen over de gezondheidsrisico’s, onder andere door mogelijke nachtrustproblemen. De verschillende belangengroepen komen steeds meer tegenover elkaar te staan. Dit geeft onrust binnen families en tussen buren. Nu al, terwijl het nog helemaal niet zeker is dat de windturbines daadwerkelijk zo dichtbij gaan komen. *****
20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
14
Gebiedsplatform Alblasserwaard en Vijfheerenlanden10 Cultuurhistorie De Alblasserwaard trekt niet alleen bezoekers richting het UNESCO Werelderfgoed Kinderdijk maar ook naar hotspots als Avonturenboerderij Molenwaard in Groot-Ammers. Het middengebied van de Alblasserwaard is met name interessant voor de rustzoeker die niet alleen van het landschap en de natuur geniet maar ook van de vele cultuurhistorisch interessante parels zoals de nog aanwezige wind- en korenmolens, de wielen en de dieselgemalen die het verhaal van de bemalingsgeschiedenis van kort na de ontginning laten zien en beleven. Ook de karakteristieke lintbebouwing die toen ook is ontstaan en begon met de bouw van de plaatselijke kerken op de hoogste plaatsen van waaruit de linten langs de vroegere veenriviertjes zoals de Alblas, de Giessen en de Goudriaan verder bebouwd zijn met karakteristieke boerderijen. Zij laten nu nog een tijdsbeeld zien vanaf de 17e eeuw tot heden. Veel boerderijen en erfelementen zijn bewaard gebleven en kennen een monumentale status. Het dorpsgezicht van Wijngaarden is bovendien een beschermd dorpsgezicht.
Natuur en landschap In 2010 is de status van het Groene Hart als Nationaal Landschap losgelaten. Dit heeft geleid tot vergaande verstedelijking en het verloren gaan van landschaps- en natuurkwaliteit en het verslechteren van de waterkwaliteit. De Alblasserwaard maakt deel uit van het Groene Hart en fungeert deels als groene long voor de stedeling en voor recreanten verbonden met het cultureel erfgoed, open landschap en de landbouwfunctie. Het is een natuurlijke en landschappelijk interessante oase in de Randstad. De Alblasserwaard als veenweidelandschap kent unieke kenmerken die nog vanuit de ontginning tussen 1000 en 1300 aanwezig en zichtbaar zijn en beleefd worden.
Aanbevelingen Het Gebiedsplatform Alblasserwaard en Vijfheerenlanden stelt voor om voorafgaand aan de aanwijzing van mogelijke onderzoekgebieden te onderzoeken of het eventueel plaatsen van grote windturbines opweegt tegen de schade aan natuur en landschap en de cultuurhistorie en de beleving van beide. *****
10 https://www.gebiedsplatform.nl
20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
15
D. Natuur Conclusie Zoeklocatie-K (‘Vlak-K’ of ‘Vlak-K’ genoemd) verschilt van alle andere zoeklocaties doordat het een slagader en kruispunt is binnen het hele ecosysteem bestaande uit de driehoek van Natura 2000gebieden11 De Biesbosch en (de daarvan afhankelijke) Donkse Laagten en Kinderdijk. Het daar realiseren van windturbines is strijdig met de wettelijke bepalingen voor natuurbescherming. Alle vogels zijn beschermd en mitigerende maatregelen daardoor altijd noodzakelijk. Echter, wanneer het soorten betreft uit bijlage 1, categorie 1, kleurcode rood van de Vogelrichtlijn, geldt (inter)nationaal als principe: “Niet, tenzij ...”. Nu het merendeel van de in het onderliggende rapport benoemde soorten hiertoe behoort en het plaatsen van windturbines niet als uitzondering is benoemd adviseren wij nu al te zoeken naar alternatieve locaties12 en niet de uitkomst van een MER, met gerede kans op een rechterlijk verbod en vertragingen van de geplande realisatie in 2030 tot gevolg, af te wachten.
Samenvatting De vorm en locatie van Vlak-K heeft een te grote impact op met name de fauna, die al onder druk staat door de vele slachtoffers vanwege het verkeer op de N214 en de aanwezige hoogspanningsmasten. De ‘rek’ op procentueel aanvaardbare slachtoffers is er wel uit.
11 https://www.natura2000.nl/gebieden/zuid-holland 12
Doordat de migratie hoofdzakelijk van Zuid naar Noord plaatsheeft is de invloed van De Biesbosch veel kleiner in het noordelijk deel van de Alblasserwaard, zoals b.v. langs de Lek. 20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
16
Verstoring van de verbindingszone tussen Natura 2000-gebieden Dagelijks migreren grote aantallen (broed)vogels - waaronder beschermde soorten, zoals de kolgans, brandgans en de kleine zwaan – op lage hoogte13 (<500 m) tussen de Natura 2000 gebieden De Biesbosch14 en de Donkse Laagten. Specifiek Vlak K bevindt zich over de volle breedte in dit migratiegebied (zie afbeelding hierboven), zodat grote windturbines deze verplaatsing zullen verstoren. Arcadis15 heeft weliswaar rekening gehouden met verstoring voor NNN-gebieden17, maar niet voor de Natura 2000-gebieden omdat die op voldoende afstand zouden liggen. Het Natura 2000-gebied de Donkse Laagten bestaat echter bij de gratie van de uitwisseling en symbiose met primair De Biesbosch en daarnaast de NNN-gebieden. Vlak-K bevindt zich daarmee midden in een gebied waar op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn geen natuuractiviteit16 mag plaatsvinden die de kwaliteit van een Natura 2000-gebied (i.c. Donkse Laagten) negatieve beïnvloedt. Veel van de aanwezige dier(soort)en zijn zo verstoringsgevoelig dat de natuurdoelstellingen zwaar onder druk komen te staan, mogelijk met verlies van soorten tot gevolg.
Ecologische verbindingszone tussen NNN-gebieden17 De ecologische verbindingszones tussen natuurgebieden behoren tot de Natuurnetwerk Nederland gebieden. De provincie Zuid-Holland heeft daarvoor in Vlak-K, de hele strook langs de N214 tussen Alblasserbos en Kraaienbos aangewezen. Het Convenant van Bern en de Habitatrichtlijn beschermen ook zoogdieren, zoals vleermuizen. VlakK kent een hoge dichtheid aan diverse soorten vleermuizen, waaronder één soort die alleen in het Kraaienbos voorkomt en daar voortplant. Verschillende soorten jagen binnen Vlak K en de uit onderzoek gebleken hogere gevoeligheid dan vogels van vleermuizen voor windturbines maakt doeltreffende mitigerende maatregelen zo goed als onmogelijk.
Vogels met een Europees beschermde status Vlak-K vervult een heel belangrijke functie als foerageergebied. Vanaf eind oktober tot eind maart vooral voor ganzen, kleine zwaan (leeft hoofdzakelijk in dit stuk Alblasserwaard en hoort tot de topvijf gebieden met grootste populaties in Nederland). Met name de brandgans staat Europees gezien op de rode lijst. Daarnaast broeden ook veel vogels in het NNN-gebied, zoals uilen, torenvalk, buizerd en aan de rand van het gebied de bruine kiekendief en ten noorden van het Kraaienbos de purperreiger.
Omgevingswet en bevoegd gezag De binnen haar Omgevingsbeleid18 door de provincie Zuid-Holland vastgestelde Omgevingsvisie19 maakt duidelijk dat zij er alles aan doet om de natuur en biodiversiteit te willen gaan verbeteren.
13 Vogelsoorten die verder doortrekken doen dat veelal op grotere hoogte (> 500 m) via de oostkant van de Alblasserwaard. 14 Ondersteund door SOVON uitgevoerde vogeltelingen: https://stats.sovon.nl/stats/gebied/1000112
15 Gebiedsbreed onderzoek alternatieve windlocaties RES Alblasserwaard, RES regio Alblasserwaard, 25 oktober 2023; opgesteld door
Arcadis Nederland met ref.: 37J7YSYV5SF6-1097930494-611:8 16 Als gedefinieerd in de Omgevingswet. 17 Natuurnetwerk Nederland, zie ook: https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/natuur-landschap/natuurrijk-zuid/realisatie-nnn/ 18 https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/omgevingsbeleid/ 19 Zie: https://ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/omgevingsbeleid/ onder Natura 2000 20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
17
E. Unesco Werelderfgoed Kinderdijk De inwoners van de gemeente Molenlanden zijn trots op het zich binnen de grenzen van hun gemeente bevindende UNESCO Werelderfgoed Kinderdijk-Elshout.
Conclusie •
• • •
Wanneer het Werelderfgoed-gebied haar UNESCO-status verliest, dan verliest het haar steun vanuit het UNESCO-hoofdkantoor in Parijs. Dit hoofdkantoor ondersteunt de Stichting Werelderfgoed Kinderdijk (SWEK) nu nog met campagnes, promoties etc. Dit zal directe gevolgen hebben voor de toeristenstroom naar Kinderdijk. Daarbij, toeristen willen genieten van het unieke molenlandschap, en niet tegen 285 m hoge windturbines aankijken. De toeristen zorgen in de regio voor werkgelegenheid en voor inkomsten voor vele bedrijven en de gemeente. Als toeristen wegblijven, heeft dat dus een duidelijk negatief financieel effect. Belangrijker nog: er zal veel minder geld zijn voor het kostbare onderhoud van het molencomplex. Dit zal uiteindelijk leiden tot teloorgang van dit erfgoed! Dat moeten we niet willen!
Precedenten Eerdere plannen voor windturbines bij Alblasserdam (Nedstaal; op hemelsbreed 2,7 km van het Werelderfgoed)20 en Ridderkerk (Industrieterrein Ridderhaven-Donkersloot)21 zijn door de provincie Zuid-Holland na de uitvoer van een Heritage Impact Assessment (HIA) afgeschoten. In het geval van Alblasserdam (Nedstaal) betrof het plannen voor windturbines met een tiphoogte van “slechts” 155 meter.
Aantasting Zichtlijn - een OUV – bedreigt Unesco-status •
•
•
•
Het molencomplex is reeds vroeg, in 1997, als Werelderfgoed-gebied erkend. Een molencomplex zoals in Kinderdijk-Elshout is uniek in de wereld. Het is daardoor ook een grote, internationale toeristische trekpleister en een grote bron van inkomsten. Het Werelderfgoed-gebied heeft een Outstanding Universal Value (OUV), een bijzondere universele waarde, die beschermd is. Niet alleen de twee molengangen met boezemmolens van Kinderdijk-Elshout zijn beschermd, maar ook het zicht op én vanuit het Werelderfgoed-gebied. Daarom zijn ook ingrepen in het omringende landschap, die het zicht op dan wel vanuit het Werelderfgoed-gebied aantasten, niet toegestaan. De belangrijkste zichtlijn vanuit het Werelderfgoed-gebied ligt in zuidoostelijke richting. Hier kijkt men van de Blokweerse brug uit over het unieke, open en historische landschap van de Alblasserwaard. De zoekgebieden J, K en L2 van de RES Alblasserwaard, waar zeer hoge (285 m) windturbines gepland zijn, liggen precies op deze zichtlijn (zie afb. hieronder). Gezien hun enorme hoogte en de geringe afstand tot het Werelderfgoed-gebied (zoekgebied J: vanaf 3,8 km; zoekgebied K: vanaf 3,9 km; zoekgebied L2: vanaf 9,4 km) zullen deze windturbines vanuit het Werelderfgoed duidelijk te zien zijn (zie de in bijlage opgenomen afb. 2-5). De open, vlakke polder met slechts minimale,
20 https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/praktijkvoorbeelden/overzicht-praktijkvoorbeelden/effectmeting-windturbines-op-
werelderfgoed-kinderdijk 21 werelderfgoedkinderdijk-heritageimpactassessmentwindturbinesridderkerk-april2016%20(4).pdf 20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
18
lage bebouwing geeft namelijk vrij zicht op de windturbines. Dat geldt voor alle drie de genoemde zoekgebieden.
•
• •
De plaatsing van 285 m hoge windturbines in de zoekgebieden J, K en L2 tast het panorama vanuit UNESCO Werelderfgoed Kinderdijk-Elshout aan, en daarmee ook de beschermde OUV. Hierdoor worden de richtlijnen van UNESCO geschonden. Hierdoor dreigt het Werelderfgoed haar UNESCO-status te verliezen! De Stichting Werelderfgoed Kinderdijk (SWEK), de site-holder van het Werelderfgoed Kinderdijk, heeft zich hierover ook al uitgesproken.
Heritage Impact Assessment •
•
•
Mocht het college voorstellen en de gemeenteraad instemmen met de aanwijzing van J, K en/of L2 tot onderzoeklocaties voor windturbines, dan is het noodzakelijk dat een Heritage Impact Assessment (HIA) moet worden uitgevoerd. Een HIA waarvan de uitkomst eigenlijk al vaststaat, namelijk dat de plannen een enorme impact hebben op het Werelderfgoed. Ook de zeer kritische Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) zal bij de planvorming betrokken dienen te worden. De RCE geeft aan dat niet te lichtzinnig omgegaan moet worden met de HIA en dat deze in uiterste gevallen ingezet zou moeten worden. Een HIA is een duur én tijdrovend onderzoek waarin met name de visuele impact van de geplande ingrepen op het Werelderfgoed-gebied een belangrijk onderdeel vormt. Door middel van een HIA wordt de impact van geplande ingrepen (i.c. het bouwen van windturbines) op de OUV van het Werelderfgoed-gebied vastgesteld. Er wordt daarbij ook naar alternatieven gekeken. Op basis van een HIA wordt een advies gegeven. *****
20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
19
F. Veiligheid Conclusie • •
•
•
Grote delen van zoekgebieden J, K en L2 dienen vanwege onderstaande uitgewerkte veiligheidsaspecten te vervallen. De bouw van windturbines in de zoekgebieden J, K en L2 levert een groot veiligheidsrisico op. Niet alleen voor de bewoners van Wijngaarden, maar ook die van Oud-Alblas, Bleskensgraaf en Molenaarsgraaf. Uit berekeningen die zijn gemaakt voorafgaand aan de bouw van het gascompressorstation blijkt, dat bij een ontploffing daarvan een groot deel van het dorp Wijngaarden, i.c. het Westeinde tot bijna aan de bebouwde kom, volledig van de kaart zal worden geveegd. Dit heeft destijds tot veel onrust onder dorpsbewoners gezorgd. Bij het besluit van de gemeente om het compressorstation te bouwen is destijds aan de inwoners van Wijngaarden BELOOFD dat er rondom het gascompressorstation GEEN uitbreiding van infrastructuur voor energie meer bijgebouwd zou worden. De gemeente heeft zich aan deze belofte alle jaren gehouden en wij willen hen daar nogmaals aan herinneren.
Risicovol object •
• •
Ten noordwesten van Wijngaarden bevindt zich, te midden van zoekgebieden J en K, een gascompressorstation van Gasunie. Dit gascompressorstation is onderdeel van het gastransportsysteem. Het dient om de druk op peil te houden bij transport van gas over lange afstanden. Vanuit het noorden, oosten, zuiden én westen lopen ondergrondse hogedruk gastransportleidingen van en naar het gascompressorstation (afb. F2 hieronder). Deze hebben een zeer hoge druk van wel 80 atmosfeer. Een van deze gastransportleidingen loopt achter de woningen aan het Westeinde van Wijngaarden. Binnen het gascompressorstation zelf is tevens bovengrondse gasinfrastructuur aanwezig. De aanwezigheid van hogedruk gastransportleidingen en bovengrondse gasinfrastructuur maken deze zone tot een risicovol object.
Veiligheidsaspecten onvoldoende betrokken •
•
•
•
Het blijkt dat bij het vaststellen van de zoekgebieden J, K en L2 onvoldoende rekening is gehouden met veiligheidsaspecten met betrekking tot zowel ondergrondse als bovengrondse gasinfrastructuur. Voor bovengrondse gasinfrastructuur hanteert Gasunie een minimale afstand van 716 m. Deze afstand wordt door de Raad van State bevestigd, zie de uitspraak AB RvS van 21 februari 2018, ECLI:NL:RSV:2018 in het bijzonder r.o 166 t/m 166.2. Uit door de Klankbordgroep Wijngaarden vervaardigd kaartmateriaal (afb. F1 hieronder) blijkt echter, dat de zoekgebieden J en K op duidelijk geringere afstand van bovengrondse gasinfrastructuur liggen. Bovengrondse gasinfrastructuur kan bijvoorbeeld beschadigd raken bij ijsvorming op de wieken, bij het afbreken van onderdelen van de windturbine (NB bij het afbreken van wieken worden deze als het ware afgeworpen, en kunnen daardoor dus op grote afstand van de windturbine terechtkomen), of bij het zelfs omvallen van de windturbine (dat laatste is niet geheel ondenkbaar!).
20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
20
•
•
Bij het bepalen van de grenzen van de zoekgebieden wind is voor de ondergrondse gasinfrastructuur (exact) de wettelijke minimale afstand van 240 m aangehouden. Echter, in de zoekgebieden zijn XXL-windturbines met een hoogte van 240-285 m gepland. De nu aangehouden afstand van 240 m is dus duidelijk onvoldoende. Dit betekent dat ook de ondergrondse gasleidingen gevaar lopen door de huidige plannen. Bij het falen van de wieken zullen deze als een warm mes door de slappe klei/veenbodem snijden en kunnen deze zodoende de transportleidingen raken. Ook het al eerdergenoemde omvallen van een windturbine zal fataal zijn.
Afbeelding: ligging van bovengrondse en ondergrondse gasinfrastructuur ten opzichte van zoekgebieden J en K.
20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
21
Afbeelding F2: ligging van bovengrondse en ondergrondse gasinfrastructuur ten opzichte van zoekgebieden J, K en L2 (uitgezoomd beeld).
*****
20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
22
G. Waardedaling woningen Conclusie Dat toekomstig te plaatsen windturbines in Molenlanden van invloed zijn op de waarde van woningen zal niemand verbazen. De 1 januari 2024 in werking getreden Omgevingswet hanteert een ‘normaal maatschappelijk risico’22 van 4%.23 Bij plaatsing van windturbines in zoeklocatie-K liggen de meeste woningen in zowel Bleskensgraaf als Wijngaarden binnen een afstand van ca 1000 meter en moet rekening gehouden worden met een fors hogere waardedaling voor woningen met 11 tot 13%. Daarnaast zal de daling van de woningwaarde resulteren in een lagere WOZ-waarde die belanghebbenden zal aansporen bezwaar aan te tekenen en om een aanpassing te verzoeken. Het is de vraag of het fair is de verminderde OZB-inkomsten voor de gemeente hoofdelijk om te slaan over alle inwoners. De animo voor inwoners van Bleskensgraaf nog langer deel te nemen aan Bles2032 (maatregelen om van het gas af te gaan) en om (nog verder) te investeren in verduurzaming van hun in waarde gedaalde woning zal hierdoor ongetwijfeld ook sterk verminderen. Het is aan de politiek om te kiezen voor volledige compensatie van het door woningbezitters (en dus ook voor woningcorporaties) te lijden nadeel, nu de exploitanten van windturbines hier naar verwachting niet uit eigen beweging toe zullen overgaan.
Onderzoek TNO heeft in 2022 een rapport opgesteld m.b.t. de verwachte waardedaling in de periode 20202030.24 Hierin wordt een inschatting gemaakt over de 30 RES-gebieden met daarin 1400 extra windturbines op land, een groei van 75%. Een exacte berekening is nog moeilijk i.v.m. diverse variabelen zoals hoogte turbines, wel/niet plaatsen en wel/niet in verstedelijkte gebieden. Uitgegaan wordt van een gemiddelde waardedaling over heel Nederland van 3,8%. Voor alle woningen nabij windturbines samen bedraagt het geschatte relatieve waardeverlies € 15,5 miljard in 2030.
Nadeel en compensatie De woningen grenzend aan zoeklocatie-K bestaan veelal uit vrijstaande woningen. Hoe kleiner de afstand tot een windturbine en hoe groter de hoogte, des te groter de waardedaling (grafiek).25 Uit een berekening door TNO1 blijkt dat er voldoende ruimte is voor volledige compensatie van het woningwaardeverlies. Dat is immers éénmalig, inkomsten uit windturbines lopen ten minste 25 jaar.
22 Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding voor rechtmatig overheidsoptreden. Het gaat over schade boven het
normale maatschappelijke risico die iemand onevenredig zwaar treft. 23 Dit ‘eigen risico’ bedroeg onder de oude Wet ruimtelijke ordening nog 2% 24 TNO 2022 P10374 De verwachte impact van windturbines op huizenprijzen in Nederland. Een ruimtelijke analyse voor de periode 2020-2030 (vindplaats samenvatting: https://publications.tno.nl/publication/34639294/A2H6Gl/TNO-2022-P10374_samenvatting.pdf) 25 Ontleend aan TNO-rapport 2022 P10374 (zie voetnoot 1 hierboven) en Kadaster-rapport d.d. 1 september 2022: Wonen bij windmolens - Onderzoeksrapport over de aantallen, grootte en locaties van windmolens in Nederland en de woningmarkt in de directe omgeving van deze windmolens (vindplaats: https://www.rvo.nl/sites/default/files/2023-01/Kadaster-wonen-bij-windmolens.pdf)
20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
23
Bijlagen De onderstaande rapporten zijn separaat aangeehct aan dit kerndocument: 1. 2. 3. 4.
Archeologie: Quickscan archeologische resten in de gebieden J K en L2, drs. M. Tump, 2024 Leebaarheid: Statements Klankbordgroep Bleskensgraaf en Klankbordgroep Wijngaarden Natuur: Impact windturbines op Flora & Fauna (met wefelijk kader), R. Leeuwis Unesco Werelderfgoed Kinderdijk: Visualisa_es vervaardigd met SketchUp, mr. A. van ’t Hof MBA, 2024 *****
20240529 Kerndocument Participatie-advies.docx
24
Bijlage - Archeologie
Quickscan archeologische resten in de zoekgebieden J, K en L2 van de shortlist poten;ële zoekgebieden wind RES Alblasserwaard De ondergrond van de zoekgebieden J, K en L2 herbergt waardevolle archeologische resten uit meerdere perioden. Deze resten worden erns>g bedreigd door de plannen voor het bouwen van XXL windturbines. De verstoringsdiepte voor de bouw van dergelijke windturbines en de bijbehorende infrastructuur is van dusdanige omvang, dat ook archeologische resten die zich op grotere diepte bevinden bedreigd worden. Dit document geeB een (niet-uitpuEende) beschrijving van de aanwezige archeologische relicten en de verwach>ng voor archeologische relicten binnen deze drie zoekgebieden. De basis voor dit document vormt de archeologische verwach>ngskaart (AVK) van de gemeente Molenlanden. Daarnaast is onder andere gebruik gemaakt van de vele archeologische waarnemingen die in deze regio zijn gedaan door de AWN Lek- en Merwestreek, met name wijlen Teus Koorevaar uit Wijngaarden. Tot slot heb ik geput uit mijn eigen archeologische kennis van dit gebied. De AVK is verdeeld in zones waarvoor een bepaalde archeologische verwach>ng geldt (zeer hoog, hoog, middelhoog, laag, geen). Daarnaast komen op de AVK ook zones voor met een vastgestelde archeologische waarde (hoog, zeer hoog, zeer hoog + Rijksmonument). In die zones zijn eerder daadwerkelijk archeologische resten aangetoond.
Op de AVK is beschreven wat de toegestane maximale bodemverstoring in elke zone is, zowel qua oppervlak en qua diepte. Wil men de bodem meer (dus: groter, dieper) verstoren dan volgens de AVK is toegestaan, dan is eerst archeologisch onderzoek noodzakelijk. Het is belangrijk om hier te noemen dat wanneer we kijken naar de grooEe van het te verstoren oppervlak, er al>jd uitgegaan moet worden van het totale plangebied en niet enkel van de voet van de XXL windturbine en/of bijbehorende infrastructuur. De aanwezigheid van archeologische resten in de Alblasserwaard hangt in sterke mate samen met het vroegere landschap. De huidige Alblasserwaard bestond tot zo’n duizend jaar geleden uit een veenmoeras. Binnen dit veenmoeras waren echter ook hogere delen die wel geschikt waren voor bewoning: de donken en stroomruggen. Donken zijn rivierduinen die ontstonden in de laatste ijs>jd (het Weichselien), door het opwaaien van zand in droge rivierbeddingen, waardoor hoge ruggen (duinen) ontstonden.1 Deze zandruggen werden na de ijs>jd geliefde ves>gingsloca>es, met name in het mesolithicum (midden-steen>jd; 8800-4900 voor Chr.) en het neolithicum (late steen>jd; 53002000 voor Chr.), maar ook in de brons>jd (2000-800 voor Chr.) en later. Binnen de gemeente Molenlanden is de Hazendonk een bekende, in de prehistorie bewoonde donk (zie hierna!).
Net buiten de gemeente is bijvoorbeeld de donk onder de Betuwelijn bij Hardinxveld-Giessendam, waarop de befaamde Trijntje is gevonden, goed bekend. De Alblasserwaard wordt ook wel het land van de donken genoemd. Op ab. 1 zijn de binnen zoekgebieden J, K en L2 gelegen donken weergegeven in geel.
1
Donken en rivierduinen zijn dezelfde afze1ngen, maar terminologisch gezien is pas sprake van een donk wanneer het rivierduin boven de jongere sedimenten uitsteekt. Omdat de term “donk” in deze streken meer ingeburgerd is dan “rivierduin”, houden we in dit document de term “donk” aan.
A"eelding 1: donken in zoekgebieden J, K en L2. In het kaartbeeld zijn alleen de donken weergegeven die de drie zoekgebieden raken. Stroomruggen zijn voormalige rivierbeddingen inclusief de oevers daarvan die, doordat de/het omringende klei en veen inklonken, uiteindelijk hoger kwamen te liggen in het landschap (inversieruggen; zand en grind klinken namelijk niet in). Het is aeankelijk van de ouderdom van de vorming van de stroomrug, in welke periode(n) deze bewoond is/kan zijn geweest. In de Alblasserwaard is een groot aantal stroomruggen in de ondergrond aanwezig. Deze zijn vernoemd naar plaatsnamen uit de omgeving. Op meerdere stroomruggen is daadwerkelijk ook bewoning aangetoond. Het huidige landschap van de Alblasserwaard met haar langgerekte percelen, typische lintbebouwing en woonheuvels is in de middeleeuwen ontstaan, en gaat ongeveer duizend jaar terug. Het gebied is vanaf de 10e – 11e eeuw, de volle middeleeuwen, in fasen systema>sch ontgonnen. Ook uit deze periode zijn in de (ondiepere) ondergrond nog veel archeologische resten aanwezig, zowel binnen de huidige bewoningslinten als daarbuiten. Binnen zoekgebied K ligt bijvoorbeeld het middeleeuwse, verlaten bewoningslint van Wijngaarden. Archeologisch onderzoek én toevalsvondsten tonen aan dat de bodem in zowel gebied J, K als L2 archeologische waarden herbergt die soms zelfs van (inter)na>onaal belang zijn.
Om dit in context te plaatsen: een vindplaats zoals de Hazendonk heeB dezelfde beschermde status als de welbekende hunebedden in Drenthe! Daarnaast kan op grond van de aanwezigheid van ondergrondse structuren, met name de donken en stroomruggen, maar ook op basis van de huidige (van oorsprong middeleeuwse) structuur van het landschap, een bepaalde verwach>ng voor de aanwezigheid van archeologische resten worden uitgesproken. Wil men windturbines bouwen, dan zal men daarom conform de wet- en regelgeving eerst archeologisch onderzoek uit moeten voeren. Archeologisch onderzoek, met name opgravingen, kan