CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Hervormingsagenda Jeugd - Lokale keuzes en prioritering 2024 en 2025 gemeente Gorinchem

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Hervormingsagenda Jeugd8.727 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Hervormingsagenda Jeugd Lokale keuzes en prioritering – 2024 en 2025

Inhoudsopgave Samenvatting......................................................................................................................1 Inleiding .............................................................................................................................2 Thema’s Hervormingsagenda Jeugd .....................................................................................2 Proces tot nu toe...............................................................................................................3 De Hervormingsagenda in breder perspectief ........................................................................3 Leeswijzer ........................................................................................................................4 1. Reikwijdte .......................................................................................................................5 Regionale ontwikkelingen ...................................................................................................5 Lokale ontwikkelingen........................................................................................................5 2.

Stevig lokaal....................................................................................................................6 Regionale ontwikkelingen ...................................................................................................7 Lokale ontwikkelingen........................................................................................................8 3. Terugdringen residentiele jeugdhulp: zo thuis mogelijk .........................................................9 Regionale ontwikkelingen ...................................................................................................9 Lokale ontwikkelingen ......................................................................................................10 4. Kwaliteit en blijvend leren................................................................................................11 Regionale ontwikkelingen .................................................................................................11 Lokale ontwikkelingen ......................................................................................................11 5.

Regionalisering, standaardisatie en verbeteren stelsel .........................................................12 Regionale ontwikkelingen .................................................................................................12 Lokale ontwikkelingen ......................................................................................................12 6. Data en monitoring.........................................................................................................13 Regionale ontwikkelingen .................................................................................................13 Lokale ontwikkelingen ......................................................................................................14 7.

Nieuwe financieringssystematiek ......................................................................................15 Lokale ontwikkelingen ......................................................................................................15 Concreet voorstel - lokaal....................................................................................................16 Stelpost Jeugdzorg in begroting – Meeveren Hervormingsagenda Jeugd (HAJ) .........................16 Beoogde besparingen volgens Rijk .....................................................................................16 Deskundigencommissie ....................................................................................................17 Lokaal advies ..................................................................................................................18 Proces............................................................................................................................19 Bijlagen ............................................................................................................................20

Samenvatting In het kader van de Hervormingsagenda Jeugd stellen we voor de gemeente Gorinchem voor de jaren 2024 en 2025 de volgende opgaven/projecten (geprioriteerd van 1 tot 4), met bijbehorende inschatting van kosten en beoogde besparingen, voor; #

Opgaven lokaal

Projecten

1

Domeinoverstijgend werken

2

Verbeteren Toegang geïndiceerde Jeugdzorg

3

Verder uitbouwen Stevig lokaal team

Doorontwikkelen Doorbraakmethodiek* Onderzoeken mogelijkheden invoeren integrale verordening (bijvoorbeeld Omgekeerde Toets) Bredere invoer POHJeugd GGZ (inclusief verbeteren Medische verwijsroute )* Beperken verwijzingen naar ongecontracteerd aanbod* JNV uitbreiden

4

Samenwerking aanpalende domeinen en Jeugdzorg

Samenwerking Onderwijs – Jeugdzorg

Grove schatting kosten (2024 en) 2025 Projectleider 1 jaar, 20-24 uur: €75.000 (incidenteel)

Beoogde besparing Gorinchem volgens Rijk (2025) €-242.000 (structureel)

Projectleider 1 jaar, 20-24 uur: €75.000 (incidenteel)

€-180.000 (oplopend tot €-211K structureel vanaf 2028) €-118.000 (structureel)

Vraagt nadere uitwerking maar gedacht kan worden aan: 1 FTE, WO (ivm GGZ): €140.000 (eerst incidenteel, bij bewezen effectiviteit: structureel) Geen kosten aan verbonden

Samenwerking JGZ – Sociaal Team Projecten hierboven zonder * die werken aan de opgave Versterken gewone leven/veerkracht jeugdigen Totale kosten en besparingen (2024 en) 2025)

Zie hierboven

€-118.000 (oplopend tot €-290K structureel vanaf 2028)

€ 290.000 (uit reserve SD)

€-658.000 (oplopend tot structureel €-861.000 vanaf 2028)

Met deze investering van € 290.000 voor 2024 en 2025 beogen we de volgens het Rijk berekende besparing van €658.000 in 2025 te realiseren. Dit zou dan resulteren in een netto besparing van € 368.000. Hiermee verwachten wij de stelpost voor Jeugdzorg van €361.000 in 2025 te realiseren. In dit plan van aanpak lichten we dit verder toe.

1

Inleiding De Hervormingsagenda Jeugd 2023-20281 (hierna te noemen: Hervormingsagenda) is in juni 2023 vastgesteld door het Rijk. Het doel van de Hervormingsagenda is om knelpunten in de jeugdzorg structureel aan te pakken en het jeugdzorgstelsel financieel houdbaar te maken voor de toekomst. Dat houdt in: betere en tijdige zorg en ondersteuning voor jeugdigen en hun gezin, op de juiste plek en wanneer dit nodig is. De gestelde maatregelen in de Hervormingsagenda moet leiden tot lagere uitgaven (landelijk 1 miljard structureel vanaf 2027). Voor een deel van de maatregelen (ongeveer €650 miljoen) zijn het Rijk en de VNG het eens over de haalbaarheid. Voor de resterende €380 miljoen zijn er meer onzekerheden wat betreft de verwachte opbrengst en de duurzaamheid van de maatregelen. Om dit (inhoudelijke en financiële) doel te kunnen realiseren zijn we zowel regionaal (Zuid-Holland Zuid breed) als lokaal bezig met het uitwerken van een plan voor de gestelde maatregelen. Ons lokaal plan in het kader van de Hervormingsagenda zal bestaan uit enerzijds maatregelen die vanuit het Rijk verplicht uitgevoerd moeten worden en anderzijds uit maatregelen waar lokaal nog keuzes in gemaakt kunnen worden over hoe het beoogde doel vanuit de Hervormingsagenda specifiek voor onze gemeente vorm te geven.

Sommige maatregelen hebben een meer financiële doelstelling (besparing realiseren) en andere maatregelen zijn meer kwaliteitsgericht (kwaliteit verbeteren). Om te bepalen waarmee we in 2024 en 2025 lokaal in Gorinchem aan de slag willen gaan, halen we graag input op bij u als Raad. In dit document wordt op hoofdlijnen de inhoud van de Hervormingsagenda geschetst en worden verschillende opties uitgewerkt.

Thema’s Hervormingsagenda Jeugd De Hervormingsagenda richt zich op zeven verschillende thema’s: 1.

Afbakenen van de reikwijdte van de Jeugdhulpplicht

2.

Stevig lokaal: Stevige lokale teams en samenwerking aanpalende domeinen

3.

Terugdringen residentiele jeugdhulp: zo thuis mogelijk

4.

Kwaliteit en blijvend leren

5.

Regionalisering, standaardisatie en verbeteren stelsel

6.

Data en monitoring

7.

Financieringssystematiek

Op ieder thema zijn verschillende partijen aan zet (Het Rijk, VNG, lokale gemeenten). Op de meeste thema’s zijn we als gemeente op dit moment in afwachting van andere partijen, waardoor we hier lokaal nog niet of zeer beperkt mee aan de slag kunnen. Bijvoorbeeld het ‘afbakenen van de reikwijdte’ is afhankelijk van het aanpassen van de wet door het Rijk. Vanwege het demissionaire kabinet is de verwachting dat gemeenten hier pas in 2025 of 2026 mee aan de slag kunnen gaan. Een ander voorbeeld is onze inkoop jeugdhulp, wat valt onder het thema 5. Regionalisering. Onze regionale inkoop heeft een doorlooptijd tot en met 2025. De inkoop wordt in 2024 geëvalueerd, waarna wordt besloten of er een volledig nieuwe inkoopronde gaat plaatsvinden of dat de huidige overeenkomsten mogelijk verlengd kunnen worden. Als dat duidelijk is kan gekeken worden naar hoe de nieuwe maatregelen rondom inkoop verwerkt kunnen worden. De VNG adviseert gemeenten daarom dan ook om de focus voornamelijk te leggen op de volgende drie thema’s: 2. Stevig lokaal: Stevige lokale teams en samenwerking aanpalende domeinen; 3. Het terugdringen van residentiele jeugdhulp en 5. Regionalisering, standaardisatie en verbeteren stelsel.

1 Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (overheid.nl)

2

Het thema ‘Terugdringen residentiele jeugdhulp’ is veelal een regionale opgave. In de regio ZuidHolland Zuid is dit geborgd binnen het programma “Passend Zorglandschap ZHZ” dat onderdeel uitmaakt van het regionale “Programma Werk voor de Jeugd ZHZ". Het thema ‘Regionalisering, standaardisatie en verbeteren stelsel’ gaat met name over de inkoop van (hoog)specialistische jeugdzorgvormen. Deze vormen van zorg zullen veelal (niet-vrijblijvend) regionaal, boven regionaal of landelijk ingekocht moeten worden. Hiervoor moet de regio robuust bevonden worden. Inmiddels is bekend dat de regio ZHZ robuust is bevonden. De regio is voor dit thema gezamenlijk verantwoordelijk. De lokale keuzeruimte zit momenteel dus voornamelijk op het thema ‘Stevige lokale teams en samenwerking met aanpalende domeinen’. Hoofdstuk 2 over dit thema is hierdoor het meest uitgebreid beschreven en ons advies aan u zal zich voornamelijk hierop richten.

Proces tot nu toe Landelijk is een proces in gang gezet om in beeld te krijgen waar gemeenten en regio’s staan ten opzichte van de beoogde doelen in de Hervormingsagenda. Procesmatig hebben we, als gemeente en als regio, al verschillende stappen gezet. Hierover hebben we u al eerder via een raadsinformatiebrief geïnformeerd (Bijlage 1. Raadsinformatiebrief Hervormingsagenda Jeugd – Stand van zaken).

De Hervormingsagenda in breder perspectief De opgaven in het jeugddomein strekken verder en zijn breder dan alleen de Hervormingsagenda. Het raakt vele landelijke ontwikkelingen zoals het Programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, de aanpak van de arbeidsmarktproblematiek met programma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg & Welzijn (TAZ) en de Arbeidsmarktagenda Jeugdzorg en het versterken van mentaal welzijn van de jeugdigen. Deze trajecten sluiten aan bij de beweging die wordt gemaakt met de Hervormingsagenda. Ook worden directe verbindingen gelegd met andere zorgakkoorden, zoals het Integraal Zorgakkoord (IZA), het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en de Toekomstagenda ‘Zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking’. Ook heeft de Hervormingsagenda een sterke relatie met de lokale opdracht rondom het Pedagogisch Educatief Ecosysteem (PEE). Voor de leesbaarheid van dit document gaan we in de volgende paragraaf alleen dieper in op raakvlakken met het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming en niet op alle andere genoemde ontwikkelingen en programma's. De focus ligt vooral op de gestelde maatregelen in het kader van de Hervormingsagenda en daar waar we lokaal keuzes over kunnen maken. Daar waar maatregelen uit de Hervormingsagenda deze andere ontwikkelingen raken, zullen we dat aangeven.

Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming Zoals hierboven aangegeven raakt de Hervormingsagenda aan het Toekomstscenario kindgezinsbescherming (Hierna te noemen: Toekomstscenario). Het Toekomstscenario richt zich op het verbeteren van de bescherming van kinderen en volwassenen waar onveiligheid of een ontwikkelingsbedreiging van kinderen aan de orde is. Het huidige stelsel knelt en is complex. In het Toekomstscenario wordt uitgegaan van een nieuwe manier van werken tussen lokale wijkteams, Veilig Thuis, Gecertificeerde instellingen en de Raad voor de Kinderbescherming in samenwerking met aanbieders en ervaringsdeskundigen. Net als de Hervormingsagenda zet het Toekomstscenario dan ook in op ‘Sterke lokale teams’, met als onderscheid dat het Toekomstscenario zich specifiek richt op het werken aan veiligheid. Het heeft tot doel dat deze sterke lokale teams eenzelfde functie kunnen uitvoeren en in staat zijn om integraal systeem- en mensgericht te werken voor kinderen en volwassen in een onveilige thuissituatie. Dit door het eerste aanspreekpunt te zijn, (intensievere) ondersteuning in het vrijwillige kader te bieden, de veiligheid in gezinnen te waarborgen en samen te werken in de jeugdbeschermingsketen en netwerkaanpak. In het door de VNG opgeleverde Richtinggevend kader voor toegang sociaal domein (zie pagina 12) komen deze ontwikkelingen samen.

3

Leeswijzer In dit document geven we een overzicht van de gestelde maatregelen in de Hervormingsagenda op de zeven verschillende thema’s. Ieder hoofdstuk daarna staat in het teken van één van de zeven thema’s. Per thema wordt het onderwerp ingeleid en beschreven wat de Hervormingsagenda vraagt, waar landelijk op ingezet gaat worden en welke partij hiervoor (als eerste) aan zet is. Vervolgens volgt een paragraaf ‘Regionale ontwikkelingen’ waarin wordt beschreven hoe regionaal al wordt ingezet op de beoogde doelen en maatregelen van de Hervormingsagenda. Daarna volgt een paragraaf ‘Lokale ontwikkelingen’ waarin wordt beschreven wat we lokaal al doen in het kader van de Hervormingsagenda en welke lokale maatregelen verplicht uitgevoerd moeten worden. Ieder hoofdstuk wordt afgesloten met een advies over en prioritering van lokaal uit te voeren maatregelen in Gorinchem. We sluiten af met een samenvattend lokaal advies voor (2024 en) 2025 inclusief financieel voorstel.

4

1. Reikwijdte Niet elke hulpvraag behoeft een zorgantwoord. Hierover is een stevige maatschappelijke dialoog nodig. Het moet voor ouders en jeugdigen helder zijn waarvoor ze in het kader van de jeugdwet bij de overheid terecht kunnen en waarvoor niet. Als er bijvoorbeeld sprake is van achterliggende gezinsproblematiek, is een andere interventie in de context van het gezin mogelijk meer voor de hand liggend. Ook horen sommige vragen bij het gewone opvoeden en opgroeien of kunnen vragen beantwoord worden in de sociale context van gezinnen zoals hun sociale netwerk. De beschikbaarheid en betaalbaarheid van zorg staat ook onder druk. Met beperkte mensen en middelen moeten scherpe keuzes gemaakt worden over wie in aanmerking komt voor professionele jeugdhulp, waarbij de meest kwetsbaren altijd geholpen moeten worden. Het moet duidelijker worden wat binnen de huidige wettelijke kaders onder de jeugdhulpplicht valt. Daarom gaat ingezet worden op het scherper afbakenen van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht (aanpassen Jeugdwet) en het voeren van de maatschappelijke dialoog over normaliseren en het versterken van kinderen, ouders/opvoeders en hun netwerk en hoe we samen een zorgzame samenleving kunnen vormen. Afbakenen van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht Het Rijk is aan zet om te komen tot een aanpassing in de Jeugdwet.

Volgens planning wordt dit wetsvoorstel in 2024 aangeboden aan de Tweede Kamer. Gezien de huidige politieke situatie is niet te voorspellen wanneer en of deze planning daadwerkelijk wordt gehaald. Vooruitlopend op de aangepaste Jeugdwet brengt het Rijk (samen met gemeenten) in kaart wat mogelijkheden zijn tot afbakening binnen de huidige wet- en regelgeving. Dit wordt verwerkt in een handreiking Begrenzing van de reikwijdte Jeugdwet in lokale regelgeving. Het is onduidelijk wanneer deze handreiking verschijnt. Maatschappelijke dialoog Het Rijk initieert in samenwerking met betrokken partijen een maatschappelijke dialoog over het normaliseren en versterken van het gewone leven/ veerkracht van jeugdigen en hun omgeving.

Regionale ontwikkelingen Onze regio heeft de afgelopen periode al ingezet op het afbakenen van de jeugdhulp. Vanuit een gedeelde visie, wordt met het programmaplan ‘Werk voor de Jeugd’ samengewerkt aan lokale en meervoudig lokale opgaven. Een onderdeel hiervan is het afbakenen van de jeugdhulp in Verordeningen en Nadere regels. Begin februari 2022 is er voor de Jeugdverordening een regionaal raamwerk opgeleverd, waarin jeugdhulp ten opzichte van andere aanpalende domeinen scherper is afgebakend. Daarmee heeft de gemeente Gorinchem al zoveel als mogelijk binnen de huidige wetgeving voorgesorteerd op de landelijke afbakening.

Lokale ontwikkelingen Lokaal wordt al wel ingezet op het voeren van een maatschappelijk dialoog met partners en inwoners. Zo is er binnen het Integraal Sociaal Beleid (ISB) aandacht voor de kans Betrokken Gorinchem waarin regelmatig tijdens verschillende bijeenkomsten de dialoog wordt gezocht met partners en inwoners van de stad. Daarnaast wordt er in Gorinchem gebouwd aan het Pedagogisch Educatief Ecosysteem (PEE) waarin wordt gewerkt aan het leggen van verbindingen tussen alle partners in de stad. Het met elkaar voeren van een maatschappelijk dialoog maakt hier ook onderdeel van uit. Het is de verwachting dat door het scherper duiden en afbakenen van de jeugdhulpplicht in de Jeugdwet duidelijker is wat minimaal door gemeenten aan vrij toegankelijke basisvoorzieningen beschikbaar moet zijn. Dit wordt later bepaald en ingericht nadat duidelijk is hoe de reikwijdte van de jeugdhulpplicht wordt afgebakend door het Rijk. Hierna kunnen we pas als gemeente onze verordening aanpassen aan de nieuwe wetgeving.

5

2. Stevig lokaal Jongeren en hun ouders hebben regie over hun eigen leven en lossen zoveel mogelijk zelf én samen met hun netwerk op. Voor jeugdhulp moeten zij laagdrempelig en dicht bij huis terecht kunnen bij stevige lokale teams. Teams met voldoende kennis, expertise en verbinding met specialistische hulp. Niet alleen toegang verlenen, maar ook zelf lichte hulp bieden, gericht op het versterken van het gewone leven en de veerkracht van gezinnen en jongeren. Het lokale team doet dit in goede verbinding met de lokale voorzieningen die beschikbaar zijn en in verbinding met aanpalende domeinen (welzijn, kinderopvang, onderwijs, volwassen-ggz, ggz-ondersteuning, medisch domein/huisartsen etc.). Hier wordt aan gewerkt door in te zetten op het versterken van de lokale pedagogische basis, de verbinding tussen Jeugdzorg en aanpalende domeinen en door het verder verstevigen van ons lokale team en toegang. Versterken van de lokale pedagogische basis Wanneer het ouders niet lukt om (hulp)vragen gezamenlijk en in hun sociale context op te pakken, is een lokaal stevige pedagogische basis, waar zij terecht kunnen met hun vragen, nodig. De pedagogische basis bestaat uit basisvoorzieningen voor jeugdigen en gezinnen zoals opvang, onderwijs, welzijn, jongerenwerk, sport en jeugdgezondheidszorg en lokale teams met laagdrempelige informatie voor ouders over opvoeden en opgroeien.

Dit hangt ook samen met het afbakenen van de reikwijdte van de Jeugdhulpplicht (Hoofdstuk 1) en de verbinding van Jeugdzorg met aanpalende domeinen (zie volgende paragraaf). Het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) komt met een publicatie over de pedagogische basis en een handreiking met goede voorbeelden ter ondersteuning. De VNG brengt deze handreiking onder de aandacht bij gemeenten. Tot slot zijn de niet-vrijblijvende afspraken in het GALA over onder meer een kansrijke start in de eerste duizend dagen van een kind, een gezonde leefstijl en mentale gezondheid, de aanpak Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) en versterking van de sociale basis belangrijke onderdelen van preventiebeleid voor de jeugd. Deze aanpak zal met goede afspraken over de grenzen van sectoren heen het beroep op jeugdzorg omlaag kunnen brengen. Verbinding Jeugdzorg en aanpalende domeinen Het is van belang dat de problemen in de context van het gezin worden opgepakt. Niet altijd is jeugdhulp voor een kind de meest passende hulp, bijvoorbeeld omdat problemen worden veroorzaakt door stress of schulden van ouders of de omgeving van het kind (bijvoorbeeld onderwijs of opvang). In veel gezinnen waar jeugdhulp wordt ingezet speelt ggz-problematiek, waaronder verslavingsproblematiek, bij de ouders. Die problematiek is van invloed op de jongere en andersom.

Daarnaast groeien kinderen niet alleen thuis op, maar ook op school/opvang en op straat (en online). De situatie van het kind moet dus altijd in een bredere context worden bekeken. Daarom is het noodzakelijk om de verbinding te zoeken en te versterken tussen jeugdzorg en andere domeinen zoals het onderwijs, bestaanszekerheid/ schulden en volwassen-GGZ. De VNG is trekker van dit thema. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren van stevige teams die inzetten op het maken van de verbinding met het brede sociaal domein. Om dit mogelijk te kunnen maken wordt vanuit het Rijk ingezet op: • • • •

•

Het wetsvoorstel ‘Aanpak meervoudige problematiek sociaal domein’ (Wams). Deze wet moet het mogelijk maken om hulp uit verschillende domeinen gelijktijdig en integraal in te zetten als er sprake is van ernstige meervoudige problematiek. Onderwijs (en kinderopvang). Het Rijk investeert de komende jaren in de versterking van de onderwijskwaliteit. Het Rijk, VNG en betrokken partijen werken uit hoe betere samenwerking tussen de jeugdhulp en de volwassen-GGZ kan worden gerealiseerd, zodat in de gezinscontext vanuit een gedeelde visie integrale zorg kan worden geboden. Het Rijk zet met verschillende programma’s en investeringen in op verbeteringen rondom bestaanszekerheid (Programma’s als Betaalbaar wonen, Een thuis voor iedereen, Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid en Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden). Het Rijk komt met een Richtinggevend Kader en convenant ‘Stevige lokale teams’. Als onderdeel van het convenant ‘Stevige lokale teams’ ontwikkelt de VNG een kader voor domein overstijgend werken.

6

• •

Het Rijk zorgt dat kennis die de afgelopen jaren is opgedaan rondom het thema overgang van 18- naar 18+ wordt gebundeld en verspreid, zodat jongeren een goede overgang kunnen maken. Het Rijk werkt samen met gemeenten, GGD-GHOR en Actiz verder uit hoe uitvoerders van de jeugdgezondheidszorg (JGZ) worden ingezet bij preventieve interventies en signalering.

Stevige Lokale Teams en Toegang Jeugdigen en hun ouders moeten voor jeugdhulp laagdrempelig en dicht bij huis terecht kunnen. Dit kan onder meer bereikt worden door in te zetten op stevige lokale teams met voldoende kennis en expertise en verbinding met specialistische hulp. Teams die met ouders en jeugdigen kijken naar wat echt nodig is. Die niet alleen toegang verlenen, maar ook zelf lichte hulp bieden, gericht op het versterken van het gewone leven en de veerkracht van gezinnen en jongeren. Om dit mogelijk te kunnen maken wordt ingezet op: • Een beweging richting stevige lokale teams. In maart 2024 is door de VNG het Richtinggevend kader voor toegang sociaal domein2 vastgesteld. De komende periode wordt vanuit de VNG een divers ondersteuningsaanbod ontwikkeld om gemeenten te helpen bij het bepalen van de voor hen meest passende werkwijze. • Het versterken van opdrachtnemerschap (aanbieders) en opdrachtgeverschap (gemeenten): betrekken (specialistische) expertise bij lokale teams (consultatiefunctie). Gespecialiseerde aanbieders kan worden gevraagd om kortdurend hun expertise toe te voegen aan het lokale team om een goede analyse te doen en zo beter te kunnen bepalen wat nodig is. • Het verstevigen van de samenwerking tussen huisartsen en lokale teams. Huisartsen zijn naast het lokale team (en het medisch domein en GI’s) een belangrijk toegangskanaal voor jeugdhulp.

Het is dan ook van belang dat er een goede samenwerking is tussen het lokale team en de huisartsen. • Het versterken van de samenwerking met informele steun(figuren). Vanuit het versterken van het gewone leven is het belangrijk om informele steun(figuren) meer te betrekken. De VNG en VWS zullen positieve praktijkvoorbeelden verspreiden. • De VNG en gemeenten zetten in op de verwijzing naar gecontracteerd aanbod. Zoals in de Jeugdwet opgenomen, moeten hierover afspraken worden gemaakt met huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen en de GI’s. Voor het maken van afspraken ligt het initiatief bij de gemeenten. • Verbeteracties voor jeugdigen met een levenslange, levensloop en levensbrede beperking (Triple L). Specifieke aandacht gaat uit naar deze doelgroep die tijdens hun hele levensloop ondersteuning nodig heeft.

Regionale ontwikkelingen Regionaal zijn er op verschillende onderdelen van deze opgave reeds stappen gezet; • Zo wordt al gewerkt aan het verstevigen van de verbinding tussen Jeugdzorg en onderwijs door het bieden van jeugdhulp op school. Het product ‘Jeugdhulp Op School’ (JHOS) is opgenomen als algemene voorziening in de regionale inkoop Zuid Holland Zuid. JHOS stelt scholen in staat om jeugdhulp in de school (beschikkingsvrij) te organiseren als onderdeel van de ondersteuningsstructuur door deskundigheid van een preferente jeugdhulpaanbieder toe te voegen. De jeugdhulp kan worden geleverd op de groep of op de locatie van de school waar de jeugdige onderwijs volgt. De toetsing op inzet en de toegang tot JHOS is belegd bij een poortwachters duo (een professional van het Samenwerkingsverband en een professional van het Sociaal Team). Vooralsnog is JHOS in Gorinchem alleen beschikbaar op de scholen voor speciaal-, basis- en voortgezet onderwijs (inclusief praktijkonderwijs). • In de regio ZHZ wordt onderzocht hoe we zorg kunnen toevoegen aan het onderwijs (Onderwijs-Zorg Arrangementen - OZA’s) en hoe onderwijs kan worden toegevoegd aan zorg (Zorg-Onderwijs Arrangementen - ZOA’s). Verschillende pilots worden uitgevoerd (bijvoorbeeld OZA voor de doelgroep hoogbegaafden en pilot met GGZ op school).

• De dienstverlening consultatie en advies is toegevoegd aan de declaratiemogelijkheden binnen de regionale inkoop ZHZ. Zo kan de deskundigheid van specialisten worden ingevlogen als er aanvullende specifieke kennis, ervaring en expertise nodig is om tot een goede duiding van de problematiek te komen.

2 Richtinggevend kader voor toegang sociaal domein vastgesteld | VNG

7

Lokale ontwikkelingen Ook lokaal wordt op dit thema al op verschillende punten van de Hervormingsagenda ingezet; • Het versterken van de pedagogische basis. Zoals eerder beschreven bij thema 1 wordt er in Gorinchem, door middel van het Pedagogisch Educatief Ecosysteem (PEE), al gewerkt aan het leggen van verbindingen tussen verschillende partners en partijen in de stad. Dit draagt bij aan een netwerk waarin beter, over de verschillende domeinen heen, met elkaar samengewerkt kan worden. Ook werken we aan het versterken van de pedagogische basis door de inzet van Home-start en Kind aan Huis (Humanitas) en wordt bijvoorbeeld ingezet op de Jeugdgezondheidszorg (Kansrijke start, Voorzorg en Pre zorg, Nu niet Zwanger). • Ook zijn we in Gorinchem sinds 2017 al gestart met Jeugdprofessionals GGZ (POHJeugd GGZ). Deze professionals zijn de verbinding tussen het lokale team en de huisarts en fungeren als contactpersoon voor de huisarts. Ook kunnen zij triage uitvoeren op verzoek van de huisarts, zelf hulpverlening bieden (lichte GGZ) en indien nodig toeleiden naar specialistische hulpverlening. • Daarnaast werken we in Gorinchem met ‘vaste schakels’ in het onderwijs. De vaste schakel is een jeugdprofessional vanuit het Sociaal Team, die fungeert als contactpersoon voor de school en letterlijk de schakel is met/ naar jeugdhulp.

Als er zorgen of vragen zijn over de brede ontwikkeling van een kind, kan de vaste schakel aansluiten bij het ondersteuningsoverleg van de school. De vaste schakel kan individuele (ambulante) jeugdhulp bieden aan kinderen en kan een beschikking afgeven wanneer blijkt dat er specialistische hulp nodig is. • Verder hebben we in Gorinchem sinds half 2022 een Jeugd- en Gezinsteam in het kader van Jeugdhulp naar Voren (JNV). Het jeugd- en gezinsteam bestaat uit professionals die (deels) vrijgesteld zijn van overige taken om zelf (vrij-toegankelijke) hulp te kunnen verlenen. • Er wordt al gestuurd op verwijzingen naar (niet) gecontracteerd aanbod. Sinds maart 2024 is er een vernieuwde werkinstructie voor professionals van het lokale sociaal team geïmplementeerd. Wanneer een jeugdprofessional verwijst naar een aanbieder die niet gecontracteerd is, wordt er met een andere collega en de gedragswetenschappers een extra check uitgevoerd of de beoogde aanbieder de best passende zorg kan bieden. Voor de gecertificeerde instellingen (GI's) wordt nog onderzocht hoe we beter kunnen sturen op verwijzingen naar (niet) gecontracteerd aanbod. • Er is aandacht voor het verbeteren van de overgang van 18- naar 18+. Bijvoorbeeld door het aanbieden van de Kwikstart app en het werken met perspectiefplannen.

Lokale verplichtingen en keuzes In de Hervormingsagenda is aan bepaalde maatregelen een besparing gekoppeld. Er zijn echter nog veel meer maatregelen waar we in het kader van de Hervormingsagenda actief mee aan de slag moeten als gemeente. Voor de maatregelen waar besparingen aan gekoppeld zijn, geldt dat ze actief gemonitord worden door de landelijke deskundigencommissie. Hier worden we als gemeente op bevraagd in de terugkerende afsprakenmonitor HAJ. We zijn dan ook verplicht om in ieder geval met die maatregelen aan de slag te gaan. Binnen dit thema gaat het om de volgende maatregelen; 1. 2. 3. 4.

Domeinoverstijgend werken; (doorontwikkelen van de) Doorbraakmethodiek. Verbeteren medische verwijsroute (incl. brede invoering van POH-GGZ Jeugd). Inzet van informele steunfiguren (zie hoofdstuk 3)* Toegang geïndiceerde Jeugdzorg o.a. beperken verwijzingen naar ongecontracteerd aanbod

Daarnaast kunnen we op nog meer manieren werken aan een stevig lokaal team, goede toegang tot zorg en de verbinding tussen Jeugdzorg en aanpalende domeinen. Ons advies is om op de volgende maatregelen lokaal in te zetten in (2024 en) 2025; 5. 6. 7.

Domeinoverstijgend werken: Onderzoeken mogelijkheden invoeren integrale verordening (bijvoorbeeld Omgekeerde Toets) Inzet ervaringsdeskundigheid* Verder uitbouwen van Stevig lokaal team (bijvoorbeeld JNV uitbreiden, samenwerking lokale partijen versterken (focus op JGZ en onderwijs)).

*Deze thema’s worden regionaal opgepakt en worden niet verder uitgewerkt in dit lokale voorstel.

8

3. Terugdringen residentiele jeugdhulp: zo thuis mogelijk We zetten in op het voorkomen van een uithuisplaatsing. En daar waar een uithuisplaatsing toch nodig is, gebeurt dit “zo thuis mogelijk". Om dit mogelijk te maken wordt in de Hervormingsagenda ingezet op de volgende maatregelen: •

• •

Investeren in alternatieve vormen van zorg mede ter voorkoming van uithuisplaatsing van jongeren. o Veel vaker dan nu kan voogdij over jongeren belegd worden bij een informeel steunfiguur (burgervoogd) in plaats van bij een Gecertificeerd Instelling. Dit maakt onderdeel uit van het komen tot alternatieve vormen van zorg. o Daarnaast is het komen tot Stevige lokale teams (zie hoofdstuk 2) die gebruik maken van het Regionaal Expertise Team of het Bovenregionaal Expertise Netwerk van groot belang ter voorkoming van een uithuisplaatsing. Residentiele plaatsingen vinden plaats in kleinschalige regionaal georganiseerde vormen (ombouw verblijfsvoorzieningen). Gesloten plaatsingen vinden plaats in kleinschalige regionaal georganiseerde vormen met zo min mogelijk vrijheidsbeperkende maatregelen (afbouw gesloten jeugdzorg). Eén en ander is vastgelegd in de Wet rechtspositie gesloten jeugdzorg.

Regionale ontwikkelingen Dit thema binnen de hervormingsagenda wordt hoofdzakelijk (boven)regionaal opgepakt. In veel gevallen kan dat ook niet anders omdat dit landelijk wordt voorgeschreven. Hieronder volgt een korte omschrijving van de inzet die hier (boven)regionaal reeds op geleverd wordt. Af- en ombouw gesloten jeugdzorg/residentiële voorzieningen Analoog aan landelijke ontwikkelingen zijn ook (boven) regionaal stappen gezet rondom de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp en residentiële voorzieningen. Deze ontwikkelingen vinden vooral bovenregionaal plaats binnen het landsdeel Zuidwest. De gemeente Rotterdam is hierin de coördinerende gemeente. Rotterdam legt namens het landsdeel verantwoording af aan het Rijk. Het landsdeel Zuidwest hanteert de volgende uitgangspunten: Geen kind ontvangt buiten het landsdeel jeugdhulp; Geen kind onder de 12 jaar wordt in de gesloten jeugdhulp opgenomen; Gesloten jeugdhulp vindt maximaal een half jaar op locatie plaats. Vanaf 1 april 2022 is de verkleining van de groepsgrootte doorgevoerd binnen de Jeugdzorg Plus (gesloten jeugdhulp) en zijn de tarieven daarop aangepast. Ook bij andere open residentiële voorzieningen wordt ingezet op verkleining van de groepen. Alternatieve vormen van zorg ter voorkoming van uithuisplaatsing (incl.

inzet informele steunfiguren) Het terugdringen van het aantal (gesloten) residentiele plaatsingen kan alleen maar plaatsvinden wanneer alternatieven beschikbaar zijn. In Zuid-Holland-Zuid is de afgelopen jaren al een aantal kleinschalige woon- en ambulante alternatieven opgezet. Daarnaast kan ook de begeleiding door een informeel steunfiguur een uithuisplaatsing voorkomen. Soms in combinatie met andere vormen van hulp en ondersteuning. Zo bestaat in de regio ZHZ de InVerbinding aanpak in combinatie met de ‘Jouw Ingebrachte Mentor’-methodiek (JIM). Deze aanpak is er voor jeugdigen en gezinnen voor wie een uithuisplaatsing dreigt of voor wie een uithuisplaatsing al heeft plaatsgevonden. Het team werkt outreachend en gaat naar de jeugdige en het gezin toe. Daarnaast wordt er op basis van de JIM-methodiek samen met de jeugdige een mentor uit het eigen netwerk gekozen. De mentor is een steunfiguur voor de jeugdige en het doel is dat deze mentor ook na de aanpak door het InVerbinding team, betrokken blijft.

9

Passend jeugdhulplandschap Binnen het programma Passend Jeugdhulplandschap Zuid-Holland Zuid verbeteren we samen met jeugdhulpaanbieders, verwijzers en clientvertegenwoordigers de jeugdhulp voor jeugdigen en gezinnen met complexe problemen. We doen dit langs drie ontwikkellijnen: 1. Verbeteren trajectgerichte samenwerking Binnen deze ontwikkellijn wordt gekeken naar een betere samenwerking in de “crisisketen”. 2. Verbeteren ambulante jeugdhulp Binnen deze ontwikkellijn wordt gekeken naar de beschikbaarheid van en het toeleidingsproces naar ambulante hulp voor jeugdigen met complexe problematiek. Ook wordt gekeken naar de best passende samenwerking. 3. Verbeteren jeugdhulp met verblijf Binnen deze ontwikkellijn wordt gekeken naar nieuwe vormen van kleinschalige woonvoorzieningen voor jeugdigen met complexe problemen. De ervaring van de afgelopen jaren leert, dat de problematiek onder jeugdigen aan verandering onderhevig is. Dit maakt dat er continu sprake dient te zijn van een doorontwikkeling.

Lokale ontwikkelingen Het oppakken van dit thema gebeurt vooral landelijk en (boven)regionaal. Lokale teams kunnen regionale expertise erbij halen indien nodig. Allereerst met als doel een uithuisplaatsing te voorkomen. En als een uithuisplaatsing wel nodig is, dan zo thuis mogelijk en zo kort mogelijk. Het zoeken van een informeel steunfiguur binnen het netwerk van het gezin kan hier onderdeel van uit maken. Lokaal zetten we dus in op het gebruik van deze (boven)regionale voorzieningen. Maar ook het inzetten van reeds bestaande voorzieningen/ interventies die hetzelfde doel nastreven (zoals het inzetten op een perspectiefplan bij 16 jaar, of het inzetten van een preventief huisverbod) maken onderdeel uit van de lokale aanpak.

10

4. Kwaliteit en blijvend leren Jeugdigen en ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat de zorg die zij ontvangen passend is en hen daadwerkelijk helpt. Er is steeds meer kennis over wat werkt in de jeugdhulp, maar ze is versnipperd beschikbaar en we passen haar lang niet altijd toe. Er zijn ook veel richtlijnen en kaders maar ook die sluiten niet altijd op elkaar aan en worden niet door iedereen onderschreven. De toetssteen van kwaliteit is de hulpvraag van een jeugdige en/of diens ouders/opvoeders. Bij hulp wordt altijd de context meegenomen, zoals het gezin, de school en de wijk. Effectiviteit betekent: ‘alleen hulp bieden die daadwerkelijk bijdraagt aan het realiseren van de doelstelling die de jeugdige en/of opvoeder met de professional vaststelt’. Dit vraagt om een stevige kwaliteitsimpuls in de sector en het creëren van een structuur en randvoorwaarden om blijvend te kunnen leren, te stoppen met wat niet effectief is en elkaar blijvend verder te kunnen helpen om de noodzakelijke hervormingen tot stand te brengen. Daarom gaat vanuit het Rijk ingezet worden op kwaliteits- en effectiviteitsverbetering en blijvend leren (paragraaf 2.5 Hervormingsagenda Jeugd). Dit doen ze op de volgende manieren: Het inrichten van een werkstructuur met een blijvende inrichting en governance voor het borgen en doorontwikkelen van kwaliteit en effectiviteit in de jeugdzorg.

Er wordt een werkorganisatie ingericht waarin inhoudsdeskundigen van de partijen van de Vijfhoek gezamenlijk werken aan kwaliteit. Zij zorgen voor gezamenlijk besluiten, een voorstel voor een gezamenlijke set gedragen kwaliteitskaders voor de jeugdhulp en een meerjarige implementatie- en onderzoeksagenda. Besluiten die niet in de werkorganisatie kunnen worden genomen en die belangrijk zijn voor het vasthouden aan en het uitwerken van de afgesproken koers, worden genomen door de bestuurlijke portefeuillehouders kwaliteit van betrokken organisaties. Er wordt een Adviesraad opgericht. Deze Adviesraad heeft een agenderende functie binnen de leerbeweging. De Adviesraad representeert de belangrijkste wetenschappelijke disciplines, ervaringsdeskundige ouders en jongeren en professionals die hun praktijkwerk combineren met onderzoek.

Regionale ontwikkelingen In de Jeugdzorgregio Zuid-Holland Zuid hebben we, in het kader van het regionale Programma ‘Werk voor de Jeugd’, sinds 2022 een regionale leeromgeving ingericht. Deze leeromgeving is ingericht om samenhang te faciliteren door met en van elkaar te leren. Denk hierbij aan gezamenlijke intervisie door de 10 gemeenten en leerbijeenkomsten met de meest actuele onderwerpen en inzichten over het organiseren van de jeugdhulp. Onderdeel van de leeromgeving zijn periodieke monitoringsdagen voor de gemeenten in de jeugdzorgregio, waarbij aandacht is voor voortgang en monitoring, maar ook voor nieuwe inspiratie.

Lokale ontwikkelingen Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het bieden van een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van jeugdhulp en waarborgen de kwaliteit van de uitvoering van de jeugdhulp onder andere door hierover passende afspraken te maken bij inkoop, inclusief de benodigde randvoorwaarden. Gemeenten (en ook professionals en aanbieders) ‘doen wat werkt’. Ze passen kennis over kwaliteit en effectiviteit toe in de praktijk, rekening houdend met de context; de leefwereld van een gezin en wijk, gemeente of regio. De optimale behandelduur is een onderdeel van effectiviteit. Als er onvoldoende kennis beschikbaar is, wordt onderzoek gedaan. Concreet gaat het voor ons als lokale gemeente om doorlopende actiepunten om landelijk aangedragen nieuwe kennis rondom kwaliteit en effectiviteit toe te passen. Denk hierbij aan: Het verwerken/toepassen van (vernieuwde) kennis over kwaliteit en effectiviteit in lokale opdrachten (bijvoorbeeld het sociaal team en basisvoorzieningen); Het verwerken/toepassen van (vernieuwde) kennis over kwaliteit en effectiviteit in de regionale inkoop (bijvoorbeeld: nieuwe inkoop regionale zorgmarkt inclusief normenkader); Het monitoren van de effectiviteit van de jeugdzorg waaronder de behandelduur (zie verder Hoofdthema 6. Data en Monitoring).

Zoals hierboven geschetst bestaat dit thema voornamelijk uit landelijke, inhoudelijke en randvoorwaardelijke maatregelen welke we als lokale gemeente geacht worden doorlopend te verwerken en toe te passen in alles wat we lokaal doen. Het gaat om maatregelen waar geen besparing aan gekoppeld is.

11

5. Regionalisering, standaardisatie en verbeteren stelsel Binnen dit thema is de ambitie om ervoor te zorgen dat (hoog)specialistische jeugdzorgvormen voor jeugdigen en hun gezinnen voldoende en tijdig beschikbaar zijn (en blijven). Om dit te bewerkstelligen is onder andere het wetsvoorstel “Verbetering beschikbaarheid Jeugdzorg” eind april 2024 ingediend bij de Tweede Kamer. In dit wetsvoorstel worden gemeenten verplicht om regionaal samen te werken bij de inkoop van specialistische jeugdzorg. Deze regio’s moeten voldoende groot zijn en daarmee robuust bevonden worden. De regionale inkoop moet worden voorzien van een passende bekostigingssystematiek. Daarnaast moet er sprake zijn van een landelijk geldende uniforme en standaardwijze van inkoop, contractering, administratieve afhandeling en verantwoordingseisen. In bovenstaand wetsvoorstel zijn tevens verplichtingen opgenomen over de bestuursstructuur en financiële bedrijfsvoering voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen. Het wetsvoorstel regelt ook dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) onderzoeks- en toezichtstaken krijgt op het terrein van de Jeugdwet. Om de negatieve kanten van marktwerking te verminderen worden er onder andere zwaardere eisen gesteld aan de governance en financiële bedrijfsvoering van aanbieders.

En met de op 1 juli 2024 ingegane AMvB “reële prijzen jeugdwet” wordt bijgedragen aan tariefdifferentiatie. Daarnaast gelden van 1-1-2024 landelijke tarieven voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering De verplichte regionale samenwerking, zoals hierboven beschreven, geldt voor de inkoop van kinderbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering en bepaalde vormen van specialistische jeugdhulp. Het gaat dan om jeugdhulp die moeilijk op lokaal niveau te organiseren is, bijvoorbeeld vanwege de schaarste van de vraag of de complexiteit van de problematiek. Daarbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan jeugdhulp met verblijf, jeugdhulp in strafrechtelijk kader en crisisjeugdhulp die 24/7 beschikbaar moet zijn. Regio’s leggen vast welke zorgvormen (boven) regionaal of landelijk ingekocht worden. Het wetsvoorstel “Verbetering beschikbaarheid Jeugdzorg” bevat echter ook de mogelijkheid om bij ministeriële regeling aan te wijzen welke zorgvormen regionaal of landelijk ingekocht moeten worden. Dit is samen met het traject rondom de robuuste regio’s de basis voor de vergaande standaardisatie en daarmee verbetering van het stelsel. Besluitvorming over de schaalgrootte van regio’s wordt in het derde kwartaal van 2024 verwacht.

Regionale ontwikkelingen We zijn als regio Zuid-Holland Zuid (ZHZ) door het Ministerie robuust bevonden. We zijn groot genoeg voor regionale inkoop van specialistische zorg. Daarnaast hebben we als regio ZHZ de samenwerking al geborgd in een Gemeenschappelijk Regeling (GR), namelijk de GR Dienst Gezondheid en Jeugd (DG&J). Het is nog onduidelijk of omliggende regio's robuust zijn bevonden en of en zo ja, welke consequenties dit mogelijk voor onze regio heeft. In 2024 wordt regionaal het huidige inkoopkader jeugdzorg geëvalueerd en wordt het proces gestart om te komen tot een nieuwe inkoop (of een verlenging van de huidige inkoop) van de jeugdzorg. Zodra het wetsvoorstel “Verbetering beschikbaarheid Jeugdzorg”, is vastgesteld, zal ook de regio ZHZ zich moeten verhouden tot dit niet-vrijblijvende kader. De in de ministeriële regeling aangewezen “zorgvormen” die minimaal op regionaal niveau ingekocht moeten worden, worden in ieder geval verwerkt in de inkoop vanaf 2026. Ook de verdergaande standaardisatie wordt hierin meegenomen.

Lokale ontwikkelingen Het oppakken van dit thema gebeurt vooral landelijk en regionaal. Er zijn binnen dit thema geen lokaal op te pakken maatregelen.

12

6. Data en monitoring De VNG raadt gemeenten aan om op korte termijn aan de slag te gaan met drie belangrijke thema's. Het thema Data en Monitoring is hier niet één van en er is ook geen besparing gekoppeld aan dit thema. Toch adviseren wij hier wel actief op te blijven als gemeenten. Voor tijdig (bij)sturen en leren binnen het jeugdstelsel is het essentieel goed zicht te hebben op de ontwikkelingen binnen het stelsel en de inhoudelijke, kwantitatieve en financiële effecten van beleid en best practices. Het is ook belangrijk om te snappen wát er aan jeugdzorg wordt geleverd en aan wíe er jeugdzorg wordt geleverd om politiek en maatschappelijk het gesprek te voeren over wat jeugdzorg moet zijn. De huidige beschikbare data geven onvoldoende inzicht in het functioneren van het stelsel op de doelen kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid, en op de effecten van landelijk, regionaal en gemeentelijk beleid. Het is nodig de informatiebasis sterk te verbeteren, voor beter inzicht en overzicht, elke dag te leren en het stelsel vanuit daar verder te ontwikkelen. Dat vraagt een verbetering van de kwaliteit en beschikbaarheid van data en een gezamenlijke taal door bijvoorbeeld te werken met dezelfde productcodes. Dat is geen vrijblijvende exercitie. Alleen dan krijgen we beter inzicht in welke beleidsinterventies wel en niet werken.

Daarom gaan we het inzicht in het jeugdstelsel met uniforme data en monitoring verbeteren (zie paragraaf 2.8 Hervormingsagenda Jeugd). Mede op basis van een behoefte-inventarisatie onder de verschillende partijen in het jeugdveld zijn de verschillende partijen betrokken bij de HAJ (o.a. Rijk, VNG, aanbieders) landelijk gekomen tot de volgende bestuurlijke afspraken over de te nemen maatregelen: 1. Landelijke monitor Het Rijk belegt het ontwikkelen van de landelijke monitoring bij een onafhankelijke partij. 2. Vaststellen indicatoren Het Rijk en VNG committeren zich aan de vaststelling van een set indicatoren die nodig is voor adequate monitoring van het jeugdstelsel. 3. Verbeterde beschikbaarheid van financiële data met een verfijnde Iv3-indeling Aanpassing van de indeling van de financiële informatie van gemeenten (Iv3), waaronder de uitgaven aan jeugdzorg om het inzicht in het functioneren van het stelsel te verbeteren. 4. Verbinden van databronnen over aantallen en kosten Het Rijk en VNG werken samen aan de verbinding van databronnen die in samenhang moeten worden bezien. 5. Centrale en integrale data-infrastructuur en een gelijk speelveld Het Rijk en VNG borgen een centrale, integrale data-infrastructuur voor het technisch en operationeel kunnen verbinden van databronnen.

Tevens verkennen ze de behoefte en mogelijkheden voor het faciliteren van gelijke toegang tot microdata en maatwerkverzoeken van het CBS voor alle gemeenten zodat er een gelijk speelveld is voor gemeenten. 6. Een datagedreven stelsel VNG en gemeenten committeren zich aan het versterken van expertise en kennis voor datagedreven werken en datagedreven leren bij gemeenten en aanbieders – het duiden en toepassen van data – met als doel een beter inzicht in wat werkt in het jeugdbeleid.

Regionale ontwikkelingen Een maatregel uit de Hervormingsagenda (uitgewerkt in de Handreiking3), welke zeer datagestuurd is, en het beste regionaal kan worden aangevlogen, is het uitvoeren van rechtmatigheidsonderzoeken (fraude onderzoeken) bij zorgaanbieders door de Service Organisatie Jeugd (SOJ) in samenwerking met gemeenten. Dit hangt ook samen met de regionale maatregelen rondom inkoop uit hoofdstuk 5. De SOJ heeft in zijn begroting 2025 hiervoor een voorstel geformuleerd om in de begroting 2025 aanloop- en uitvoeringskosten van € 0,4 mln. op te nemen (voor de gehele regio ZHZ). Dit zou volgens de SOJ een opbrengst, in de zin van terughalen onrechtmatig gedeclareerde zorg, kunnen opleveren van € 0,6 miljoen (voor de gehele regio). Waardoor het per saldo resulteert in een besparing van € 0,2 miljoen (voor de gehele regio). Dit zal naast een financiële opbrengst, tevens zorgen voor een verbetering van de kwaliteit van de zorg.

3 handreiking-uitvoering-maatregelen-hervormingsagenda.pdf (vng.nl)

13

Lokale ontwikkelingen Voor veel van de hierboven genoemde acties zijn het Rijk en VNG verantwoordelijk met partijen zoals CBS en aanbieders. Er zijn ook een drietal verantwoordelijkheden voor ons als lokale gemeente, waar al op wordt ingezet; Implementeren en hanteren nieuwe Iv3-indeling (per 2025 volgt er weer een nieuwe indeling die geïmplementeerd moet worden door ons als gemeente; Optimaliseren van de kwaliteit van de data die door de gemeente (en de regio) aangeleverd dienen te worden; Het versterken van expertise en kennis over datagedreven werken en datagedreven leren bij gemeenten. Lokale keuzes Data en monitoring is een belangrijk onderwerp binnen de Hervormingsagenda Jeugd. Het wordt als voorwaarde gezien om tijdig (bij) te kunnen sturen en te leren binnen het jeugdstelsel. Het versterken van onze informatiepositie is ook lokaal essentieel om goed zicht te hebben op de ontwikkelingen binnen onze eigen gemeente (en regio); welke mogelijkheden zien we voor verbetering van het jeugdzorg-stelsel (en eventueel het terugdringen van de kosten)? Een concreet voorbeeld hiervan is een analyse van de Top 25 duurste jeugdigen; wat kunnen we hiervan leren? Datagedreven werken is en blijft dus ook lokaal een speerpunt.

14

7. Nieuwe financieringssystematiek Met de voortdurende kostenontwikkeling loopt het stelsel tegen de grenzen van zijn personele en financiële houdbaarheid aan. Zonder maatregelen leidt dit tot een onhoudbaar stelsel. We moeten met minder middelen gerichter keuzes maken. Het gaat om maatregelen gericht op de randvoorwaarden/het stelsel waar geen financiële besparing aan gekoppeld is. Het Rijk en VNG (Gemeenten) werken samen aan de volgende maatregelen; 1. Maatregelen Hervormingsagenda gericht op verbetering jeugdzorg en financiële beheersbaarheid van de uitgaven. Alle partijen in de vijfhoek werken samen met het Rijk aan maatregelen van de Hervormingsagenda Jeugd, zoals hierboven genoemd. Het vertrekpunt van de Hervormingsagenda Jeugd is het advies van de Commissie van Wijzen4. 2. Een structureel beter financieringsmodel voor de jeugd Zoals de Commissie van Wijzen al constateerde, is de verdeling van verantwoordelijkheden en financiële risico’s tussen Rijk en gemeenten niet goed genoeg georganiseerd. Daarom wordt voortvarend werk gemaakt van een beter passend en bestendig financieringsmodel, waarin de sturingsmogelijkheden, medebewind/beleidsvrijheid, financiële verantwoordelijkheden en de wijze van financieren in balans zijn. Het Rijk en VNG maken daarom afspraken over een meerjarig financieel kader en financieel bestuurlijke verhoudingen (zie hoofdstuk 3).

De verwachting is dat dit pas gerealiseerd zal gaan zijn in 2028. 3. Monitoring van de Hervormingsagenda. Om goed zicht én grip te houden op de voortgang van de afgesproken inspanningen op de maatregelen (en de hiermee gemoeide effecten) en de algemene ontwikkeling van de kosten van de jeugdzorg wordt vanaf 2023 een jaarlijkse monitor opgesteld. De financiële effecten volgen de verantwoordelijkheidsverdeling en de stappen die in de tijd moeten worden gezet. Zie verder ook Hoofdstuk 6 over Data en Monitoring. 4. Deskundigencommissie en inspanningen van beide partijen. Conform het advies van de Commissie van Wijzen wordt een landelijke commissie van deskundigen ingesteld die een zwaarwegend advies zal geven aan het bestuurlijk overleg ten aanzien van de uitvoering van de maatregelen en de gepleegde inspanningen, mede in relatie tot de uitgavenontwikkeling (‘mid-term review’). De commissie wordt gevraagd in januari 2025 en januari 2028 een advies te formuleren, in aanvulling op de jaarlijkse bestuurlijke overleggen op basis van de monitor.

Lokale ontwikkelingen Hieruit vloeit voort dat; Gemeenten en Rijk verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van de maatregelen waarop zij kunnen sturen conform hetgeen daarover is afgesproken in de Hervormingsagenda. Indien zij dit niet of niet geheel doen dan ligt het financiële risico naar rato van geleverde inspanning hiervoor bij henzelf; Dit maakt dat we als gemeente ook verantwoordelijk zijn voor het monitoren/verantwoorden over onze inspanningen ten aanzien van de maatregelen waarvoor we verantwoordelijk zijn. Hiervoor dienen we als gemeente onze (lokale en regionale) monitoring dus goed in te regelen; Gemeenten verantwoordelijk zijn voor een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de Jeugdwet; Gemeenten dragen de financiële verantwoordelijkheid voor bovenwettelijke initiatieven. (Onvoorziene omstandigheden en autonome groei vallen onder verantwoordelijkheid van het Rijk).

4 Advies Commissie van Wijzen: jeugdzorg-een-onderwerp-van-aanhoudende-zorg.pdf

15

Concreet voorstel - lokaal Bovenstaand financieel thema vraagt voornamelijk acties vanuit het Rijk om te komen tot een nieuwe financieringssystematiek. De Gemeente Gorinchem staat financieel gezien voor een uitdaging. Middelen vanuit het Rijk nemen steeds verder af, waardoor de begroting steeds meer knelt. Ook voor de Jeugdzorg. We worden echter als gemeente wel geacht uitvoering te geven aan de maatregelen in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd. De Hervormingsagenda moet leiden tot kwalitatief betere zorg en lagere uitgaven. Om dit te kunnen bereiken worden we als gemeente geacht om uitvoering te geven aan de beoogde maatregelen. Die vragen om investeringen en we weten dat voor veel maatregelen geldt dat de kosten voor de baten uitgaan. Het gaat om het uitvoeren van maatregelen op verschillende niveaus; landelijk, regionaal en lokaal.

Stelpost Jeugdzorg in begroting – Meeveren Hervormingsagenda Jeugd (HAJ) Er is een meerjarige stelpost voor Jeugdzorg opgenomen in de begroting van 2024. Dit is een stelpost om mee te veren met (de effecten van) de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd. Er is de volgende stelpost voor Jeugdzorg in onze begroting van 2024 opgenomen; Jaar

2024

2025

2026

2027

Stelpost*

€ -310

€ -361

€ -1.844

€ -1.945 *€1.000

2025 In de begroting 2024 was voor het kalenderjaar 2025 initieel een stelpost opgenomen ter hoogte van € -1.490K. Het kabinet Rutte IV heeft in aanvulling op de afspraken van de Hervormingsagenda Jeugd een extra korting van €511 miljoen ingeboekt. Hiervan zou in 2025 al een korting van € 500 miljoen op de algemene uitkering worden geeffectueerd. In de meicirculaire 2024 wordt deze korting van € 500 miljoen in 2025 ongedaan gemaakt. Dit betekent voor Gorinchem voor Jeugdzorg een hogere uitkering van € 1.129. Hierdoor wordt de taakstelling in 2025 bijgesteld van € -1.490K naar € -361K. Dit ligt in de lijn met het besluit dat door de raad op 4 juli 2024 is genomen over de uitkomsten van de meicirculaire 2024. 2026 en verder De reeks van € 511 miljoen extra korting vanaf 2026 is nu nog wel opgenomen in de gemeentefondsbegroting. Inmiddels is echter duidelijk dat het nieuwe kabinet ook deze korting van € 511 miljoen vanaf 2026 geheel schrapt. In een volgende circulaire verwachten we deze mutatie dan ook terug te zien in de gemeentefondsbegroting. Dit zou betekenen dat we de Raad ook voor die jaren gaan adviseren om de stelpost aan te passen.

Beoogde besparingen volgens Rijk Het Rijk heeft een landelijk meerjarig financieel kader voor de Hervormingsagenda Jeugd opgesteld waarin staat welke maatregelen tot welk financieel voordeel zouden moeten leiden. De besparingen zijn bepaald op basis van het onderzoek van de commissie Sint5. Een doorrekening en overzicht van de financiële impact van de maatregelen in de Hervormingsagenda voor specifiek de gemeente Gorinchem staat in onderstaand overzicht; Jaar

2024

2025

2026

2027

Beoogde financiële besparing Gorinchem volgens Rijk

€ -898 (Gorinchem: € -311, zie Bijlage 2)

€ -898

€ -2.306

€ -2.441 *€1.000

5 Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet | Rapport | Rijksoverheid.nl

16

Volgens het Rijk zouden we als gemeente Gorinchem dus oplopend tot ruim € 2.4 miljoen structureel in 2027 moeten kunnen besparen door het uitvoeren van de maatregelen uit de Hervormingsagenda. Dit zou het effect moeten zijn van zowel de landelijk, als regionaal als lokaal uitgevoerde maatregelen. Meer informatie over de financiële impact voor de gemeente Gorinchem van de maatregelen van de Hervormingsagenda Jeugd (Voor welke bezuinigingen in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd staat de gemeente Gorinchem aan de lat?) en het aandeel waarvoor (lokale en/of regionale) gemeenten versus het Rijk verantwoordelijk is (Voor welk deel van de besparingen zijn wij als gemeente (lokaal danwel regionaal) verantwoordelijk en voor welk deel is het Rijk (of andere partijen) verantwoordelijk?), is te vinden in Bijlage 2. ‘Stelpost Jeugd – Meeveren Hervormingsagenda Jeugd’.

Deskundigencommissie De beoogde besparingen zijn flink. Er is ook nog geen overeenstemming over alle maatregelen voor wat betreft haalbaarheid van de beoogde (en reeds ingeboekte) besparingen (zie de tabel in Bijlage 2 over raming onzekerheid). Ook als gemeente Gorinchem hebben we hier twijfels over. Dat laat echter onverlet dat we ons in gaan zetten voor het verbeteren van het jeugdzorgstelsel omdat we verschillende mogelijkheden voor verbetering zien voor de jeugdigen en gezinnen die ondersteuning nodig hebben. Een bijkomende afspraak tussen alle partijen in het kader van de Hervormingsagenda, was het invoeren van een deskundigencommissie. De deskundigencommissie is een externe, onafhankelijke commissie en heeft de taak om de uitvoering van de Hervormingsagenda te volgen en hierover zwaarwegende adviezen uit te brengen aan zowel het Rijk als de VNG. Deze commissie gaat de voortgang van de uitvoering van de Hervormingsagenda nauwlettend in de gaten houden en beoordelen of alle betrokken partijen, waaronder de gemeenten, de afgesproken inspanningen leveren. Om zicht te krijgen op de uitvoering en het effect van de Hervormingsagenda worden verschillende instrumenten gebruikt, waaronder de ‘Monitor van Afspraken Hervormingsagenda’.

De thema’s en maatregelen waarop we als gemeente bevraagd worden in deze monitor gelden als inspanningsverplichting (zie ook bijlage 3 – Totaaloverzicht maatregelen). Daarnaast wordt gekeken of deze inspanningen het beoogde effect hebben op de uitgaven, en zo niet, welke aanpassingen nodig zijn. Bovendien worden de effectiviteit van de genomen maatregelen en mogelijke knelpunten die invloed kunnen hebben op de jeugdzorg onderzocht. Wanneer bijvoorbeeld blijkt dat bepaalde besparingen niet zijn gerealiseerd èn er onvoldoende inspanning is geleverd (door ons als gemeente), kan dit ertoe leiden dat het Rijk niet komt met een financiële compensatie naar gemeenten. Andersom geldt dat het Rijk mogelijk een financiële compensatie levert als blijkt dat er wèl voldoende inspanning is geleverd, maar de beoogde besparingen alsnog niet zijn gehaald (door bijvoorbeeld autonome ontwikkelingen). Dit betekent dan ook dat de beoogde besparing voor Gorinchem (in 2025) een besparing is ten opzichte van de jeugdzorgkosten met het huidige prijspeil (2024), los van autonome ontwikkelingen waar we geen invloed op hebben (bijvoorbeeld indexatie of een landelijke wijziging qua contractering en tarifering). Hier is het Rijk verantwoordelijk voor en daar geeft de deskundigencommissie zwaarwegend advies over.

Het eerste advies van de commissie wordt begin 2025 verwacht en dient als een tussentijdse evaluatie van de uitvoering van de Hervormingsagenda.

17

Lokaal advies In dit document hebben we een (inhoudelijk) advies geschreven over hoe we als gemeente Gorinchem lokaal, op de korte termijn (2024 en 2025), het beste vorm kunnen gaan geven aan de Hervormingsagenda Jeugd. We stellen de volgende opgaven/projecten (geprioriteerd van 1 tot 4), met bijbehorende inschatting van kosten en beoogde besparingen, voor; #

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=985f28e8-914b-492b-b7f2-825a3413bf92