CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

GS-brief_principebesluit_windlocatie_S_(Gorinchem_noord),_RES_Alblasserwaard_aan_Gemeente_Gorinchem

Parallelsessie raadzaal 12 februari 2026, gemeente GorinchemBij agendapunt: I&O - Update RES Alblasserwaard en verkenning windenergie locatie S1.567 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gedeputeerde Staten

Contact S van Maris Provinciehuis Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070 - 441 66 11 www.zuid-holland.nl/contact Datum Zie verzenddatum linksonder

Gemeente Gorinchem College van B&W gemeente Gorinchem Postbus 108 4200 AC Gorinchem

Ons kenmerk PZH-2025-884980916 DOS-2023-0006836 Uw kenmerk -Bijlagen 3

Onderwerp Principebesluit optimalisatie windlocatie S Gorinchem noord RES Alblasserwaard Geacht college, Zoals afgesproken in de bestuurlijke Samenwerkingsovereenkomst Windenergie RES Alblasserwaard (SOK) (bijlage 3) hebben gemeenten en provincie zich de afgelopen periode ingespannen om de realisatie en maximale optimalisatie van windlocatie S (Gorinchem noord) mogelijk te maken. Hiermee wordt geprobeerd om zo dicht mogelijk bij de realisatie van het bod uit RES 1.0 zoals is vastgesteld in 2021 te komen. Wij, als Gedeputeerde Staten (GS), hebben met waardering kennisgenomen van het proces dat de RES-partners in de RES Alblasserwaard hebben doorlopen, en het uiteindelijke Optimalisatieplan (bijlage 1) voor locatie S wat hierbinnen is opgesteld in opdracht van de gemeenten Gorinchem en Molenlanden. De samenwerking tussen de betrokken gemeenten en de provincie Zuid-Holland binnen het RES-verband heeft geleid tot een constructieve verkenning van meerdere ontwikkelvarianten. Ook hebben wij kennisgenomen van het advies van werkgroep S en maatschappelijke organisaties uit de regio. In de SOK is afgesproken dat wij een principebesluit nemen over de ontwikkelingsmogelijkheden van locatie S in relatie tot de huidige begrenzing van de bestaande locatie in de Omgevingsverordening. In het Optimalisatieplan zijn twee ontwikkelvarianten overgebleven.

Met een principebesluit kunnen wij aangeven of wij, op basis van het Optimalisatieplan en de bijbehorende onderzoeken, bereid zijn medewerking te verlenen aan de verdere ontwikkeling van een van deze ontwikkelvarianten. Het principebesluit wordt in deze brief nader toegelicht. In deze GS-brief schetsen wij daarom de voorwaarden met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit en weidevogelgebied waarbinnen wij deze medewerking kunnen verlenen. Deze voorwaarden komen voort uit het provinciale beleid. Locatie S Binnen locatie S zijn al vergunningen verleend voor twee windturbines. Locatie S ligt deels binnen een windlocatie die al is opgenomen in de Omgevingsverordening van Zuid-Holland (pagina 1 in bijlage 1, Optimalisatieplan). In het Optimalisatieplan is onderzocht waar en op welke wijze er meer windenergie gerealiseerd kan worden in locatie S waardoor een groter deel van het RES-bod ingevuld kan worden. Er is gebruik gemaakt van diverse externe onderzoeken en studies die zijn verwerkt in het Optimalisatieplan. Het Optimalisatieplan beschrijft de effecten van de twee hieronder genoemde

PZH-2025-884980916 dd. 27-01-2026

Ons kenmerk PZH-2025-884980916 DOS-2023-0006836

ontwikkelvarianten op geluid, landschap, weidevogels en leefomgeving, en beoordeelt de technische haalbaarheid, de energetische opbrengst en de impact op het reduceren van netcongestie. Voor beide varianten binnen locatie S moet de huidige begrenzing in de Omgevingsverordening worden uitgebreid. Dit is mogelijk op basis van de provinciale Omgevingsverordening (artikel 7.76). Bij een uitbreiding moet rekening gehouden worden met de lokale omstandigheden, en is het belangrijk dat de locatie een samenhangende eenheid vormt in het landschap. In het Optimalisatieplan blijven twee varianten over die kansrijk zijn voor verdere ontwikkeling: • •

Variant A: realisatie van de twee reeds vergunde windturbines, aangevuld met twee grotere windturbines Variant B: drie grote windturbines op andere posities binnen het gebied.

Met deze brief geven wij aan onder welke voorwaarden Variant A of Variant B verder kan worden uitgewerkt. Ruimtelijke kwaliteit De uitbreiding die nodig is voor beide varianten ligt in beschermingscategorie 2 ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent dat een ontwikkeling moet passen bij de bestaande gebiedsidentiteit en transformatie van de gebiedsidentiteit in principe uitgesloten is. In de bestaande situatie zijn er reeds twee turbines vergund. Beide ontwikkelvarianten zijn met goede inpassing mogelijk vanuit het provinciale beleid voor ruimtelijke kwaliteit, waarbij er een voorkeur is voor een opstelling met turbines van gelijke hoogte en type. Wij stellen hiervoor een aantal voorwaarden: Voorwaarden:

•

•

Het is van belang om zorg te dragen voor een integrale landschappelijke inpassing van de windturbines, met nadrukkelijke aandacht voor zichtlijnen, schaal, en relatie tot bestaande structuren (zoals lintbebouwing, landschapselementen e.d.). Ook is het van belang dat er een landschappelijk inpassingsplan wordt opgesteld in afstemming met de provincie en de betreffende gebiedspartijen. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het opstellen van dit plan en dient dit in bij het bevoegd gezag. Ontwikkelvariant A, waarbij de twee reeds vergunde turbines worden aangevuld met twee hogere turbines, wijkt af van de provinciale richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit (zie: ZuidHollandse Omgevingsverordening p.157). Als de RES deze variant verder wil ontwikkelen, vraagt dit om een goede motivering. Uit de visualisaties zoals die nu in het Optimalisatieplan staan lijkt dat het hoogteverschil beperkt is tussen de turbines, de turbines van gelijke vorm zijn en de opstelling in een regelmatig cluster staat. Als de uiteindelijke opstelling overeenkomt met de visualisaties uit het Optimalisatieplan kan deze met goede motivering mogelijk worden gemaakt.

Ruimtelijke bescherming weidevogelgebieden Op basis van het provinciale beleid voor de ruimtelijke bescherming van weidevogelgebieden, zien wij een verschil in effect op beschermd weidevogelgebied tussen de twee varianten en daarmee een verschil in de bijbehorende compensatieopgaven. Er is een voorkeur voor de variant met de minste aantasting van belangrijk weidevogelgebied (Bwg). Hieronder volgen de belangrijkste aandachtspunten uit de Ecologische Risicoanalyse Weidevogels (bijlage 2) dat is uitgevoerd in opdracht van de RES Alblasserwaard. In de verdere ontwikkeling van een van de varianten is het belangrijk om de volledige ecologische risicoanalyse en de provincie goed te betrekken.

PZH-2025-884980916 dd. 27-01-2026

Ons kenmerk PZH-2025-884980916 DOS-2023-0006836

Beide varianten leiden in bouw- en gebruiksfase tot verstoring en verlies van leefgebied voor weidevogels: • •

•

Bouwfase: risico op verstoring van broedende weidevogels; werkzaamheden die verstoring kunnen veroorzaken dienen buiten het broedseizoen plaats te vinden Gebruiksfase: verlies van leefgebied/ruimtelijk beschermd weidevogelgebied door ruimtebeslag, verstoring en vermijding van het gebied. Voor de grutto kan dit een aantasting van de Gunstige Staat van Instandhouding (GSI) betekenen; voor andere soorten zijn de effecten op de GSI beperkt Er is een verschil in effecten tussen de twee varianten. Op basis van de ecologische risicoanalyse (bijlage 2) leidt variant B tot minder aantasting van belangrijk weidevogelgebied

Voorwaarden: •

•

Omdat beide varianten (gedeeltelijk) binnen het beschermde belangrijk weidevogelgebied vallen, geldt er een mitigatie- en compensatieplicht. Compensatie van het volledige verlies (zowel door vernietiging als verstoring) aan beschermd weidevogelgebied is noodzakelijk, bij voorkeur nabij het plangebied, eventueel door kwaliteitsverbetering van bestaande beschermde weidevogelgebieden. Voor beide varianten kan, zowel in de bouwfase als in de gebruiksfase, een vergunning voor flora- en fauna-activiteiten nodig zijn. Om dit te bepalen, moet nog een flora- en faunaonderzoek worden uitgevoerd naar de effecten op beschermde soorten.

Vanuit ruimtelijke bescherming van weidevogelgebied hebben wij de voorkeur voor variant B, omdat deze leidt tot de minste aantasting van ruimtelijk beschermd weidevogelgebied. Dit geldt op basis van de huidige beschikbare gegevens en het vigerende provinciale omgevingsbeleid. Cultureel erfgoed Beide varianten vallen binnen de beoordelingskaders van de Heritage Impact Assessment (HIA). Uit analyse blijkt dat de effecten op het Werelderfgoed Hollandse Waterlinies als verwaarloosbaar kunnen worden beschouwd. Deze conclusie is getrokken na het zien van de visualisaties in het Optimalisatieplan en op basis van de toegepaste HIA-methodiek, die specifiek is ontwikkeld om de impact op erfgoedwaarden objectief en onderbouwd in kaart te brengen. Zowel de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) als bureau Land-iD, de opsteller van de HIA, onderschrijven deze bevindingen en achten de invloed van beide varianten op de kernwaarden van het werelderfgoed als minimaal. Voorwaarden: Wanneer er niet afgeweken wordt van de voorgestelde opstellingen zoals in het Optimalisatieplan zijn er geen verdere voorwaarden met betrekking tot cultureel erfgoed.

Concluderend Met inachtneming van bovenstaande aandachtspunten en voorwaarden, en uitgaande van het voortzetten van de nauwe samenwerking tussen de RES-gemeenten en de provincie, zien wij geen onoverkomelijke belemmeringen voor de ontwikkeling van variant A of B uit het Optimalisatieplan. Het principebesluit is daarmee dat wij bereid zijn om medewerking te verlenen aan de verdere ontwikkeling van een van deze varianten. Voor beide ontwikkelvarianten geldt dat er, net zoals bij de uitwerking van iedere locatie voor windenergie, nog vervolgonderzoeken uitgevoerd moeten

PZH-2025-884980916 dd. 27-01-2026

Ons kenmerk PZH-2025-884980916 DOS-2023-0006836

worden. Op basis van de resultaten daarvan kunnen aanvullende aandachtspunten of belemmeringen naar voren komen, hierover kunnen wij ons in deze fase nog niet uitspreken. Op basis van het Optimalisatieplan zien wij dat variant B vanuit ruimtelijke kwaliteit en weidevogelgebied de voorkeur heeft. Desalniettemin zijn beide varianten mogelijk te maken en hechten wij ook waarde aan andere factoren zoals de snelheid en de zekerheid van de realisatie. Ten slotte vinden wij het belangrijk dat aandacht wordt besteed aan integrale afweging, de effecten op netcongestie, gebruik van lokale opwek en dat de directe omgeving van locatie S en relevante maatschappelijke organisaties actief betrokken blijven bij de verdere uitwerking. Wij vertrouwen erop dat u met deze brief verder kunt gaan met de uitwerking van een van de ontwikkelvarianten voor locatie S en zien dit graag tegemoet. Deze brief wordt ook verstuurd aan het college van B&W van de gemeente Molenlanden en ter kennisgeving aan het Waterschap Rivierenland.

Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, plv. secretaris

plv. voorzitter,

drs. C.E.M. Weber

M.E. van Leeuwen

Wij verzoeken u in uw correspondentie altijd het DOS-nummer (DOS-2023-0006836) te vermelden. Meer informatie www.zuid-holland.nl/contact

Bijlagen 1 Optimalisatieplan 2 Ecologische risicoanalyse weidevogels windlocatie S 3 Bestuurlijke Samenwerkingsovereenkomst windenergie RES Alblasserwaard - getekend

PZH-2025-884980916 dd. 27-01-2026

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=56cbce8a-e8b7-45cb-a1d7-2b86bc1c2618