Eindrapportage Ondernemersfonds Gorinchem
Tekst van het document
Samenwerking en ondernemerschap Voorstel voor een Ondernemersfonds Gorinchem
Onderzoek onder regie van:
Penvoerders: Fianne de Boer Rob Manders
Adviseur, Blaauwberg Adviseur, Blaauwberg
6 november 2024
Inhoud Samenvatting........................................................................................................................................... 3 Waarom een ondernemersfonds? ...................................................................................................... 3 Uitgangspunten van het fonds ........................................................................................................... 5 Contour van het fonds ........................................................................................................................ 6 1
2
3
Introductie ondernemersfonds ....................................................................................................... 7 1.1
Waarom een Ondernemersfonds in Gorinchem? .................................................................. 7
1.2
Wat gebeurt er binnen een Ondernemersfonds?................................................................... 9
1.3
Hoe werkt het Ondernemersfonds? ....................................................................................... 9
1.4
Vergelijking met BIZ / Reclamebelasting ............................................................................. 11
Ambities en opgaven in Gorinchem ............................................................................................. 14 2.1
Energietransitie / duurzaamheid .......................................................................................... 14
2.2
Veiligheid en parkmanagement ........................................................................................... 15
2.3
Onderwijs en arbeidsmarkt .................................................................................................. 16
2.4
Verbreden van de citymarketing .......................................................................................... 17
2.5
Ruimte voor bijzondere posities ........................................................................................... 18
Contouren van het Ondernemersfonds Gorinchem .................................................................... 19 3.1
Opbouw van het fonds .......................................................................................................... 19
3.2
Overwegingen bij tariefkeuze .............................................................................................. 22
3.3
Kosten en opbrengsten......................................................................................................... 23
3.4
Governance ........................................................................................................................... 24
3.5
Evaluatie ................................................................................................................................ 26
Bijlage 1
Respondenten ................................................................................................................... 28
Bijlage 2
Checklist aanvraagprocedure ............................................................................................ 29
2
Samenvatting Een goede samenwerking tussen ondernemers is een bepalende factor voor het vestigingsklimaat. Bedrijven staan in toenemende mate voor gezamenlijke opgaven: veiligheid, goede promotie, sfeer en beleving, omgevingsbeheer, arbeidsmarktvraagstukken, energietransitie, goede relaties met het onderwijs, mobiliteit, bereikbaarheid. En samenwerken betekent in de regel ook samen investeren. In het land zijn goede ervaringen opgedaan met ondernemersfondsen. Een fonds ‘voor en door’ ondernemers en maatschappelijke organisaties gevoed vanuit een ozb-meeropbrengst. Het is een beproefd en succesvol instrument om een brede impuls te geven aan het hele vestigingsklimaat en de slagkracht van ondernemers te versterken. Het gemeentebrede fonds is een bredere structuur waarin zowel plek is voor gebiedsbelangen als overkoepelende belangen. De IKG heeft het initiatief genomen om de mogelijkheden van een Ondernemersfonds Gorinchem te onderzoeken. In het eerste half jaar van 2024 heeft een oriëntatie plaatsgevonden, waarop veel positieve respons is ontvangen. Als vervolg is gewerkt aan een uitgewerkt voorstel met een schets van de beoogde contouren van het fonds. Hieronder treft u de hoofdlijnen van het voorstel aan. In het vervolg van deze notitie is achterliggende argumentatie en informatie te vinden.
Waarom een ondernemersfonds? In Gorinchem wordt op verschillende gebieden al goed samengewerkt, via de IKG, via Security 5, via de BIZ Hartje Gorcum en via diverse andere samenwerkingsverbanden. Er zijn echter een aantal motivaties voor Gorinchem om een volgende stap te zetten. Er is een stevige ambitie om een serie aan stadsbrede en samenhangende gebiedsopgaven gezamenlijk op te pakken. •
Toewerken naar energyhubs en stimuleren van duurzaamheidsinitiatieven in heel Gorinchem. Er zijn grote schaalvoordelen te behalen door gezamenlijk op te trekken en kansen om de huidige netcapaciteit efficiënter te benutten. Door ontwikkeling van energyhubs is grote energiewinst en kostenvoordeel te behalen. En het biedt oplossingen voor de toenemende netcongestie. Dat vergt een goede analyse van de energetische balans en een stevige organisatie van ondernemers voor het betrekken van alle relevante stakeholders. Op zelfde wijze zijn er voordelen te behalen bij uitwisseling van onderlinge reststromen (circulaire economie).
•
Investeren in veiligheid en bestrijden van ondermijning. Professionalisering van de veiligheidsaanpak, opschaling van Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) initiatieven, collectieve beveiliging (camera’s), surveillance en alarmopvolging, schouwrondes met politie/brandweer/gemeenten, bestrijding van ondermijnende praktijken.
•
Verhogen verblijfskwaliteit omgeving, vergroening en vernatting. Bedrijven hebben baat bij aangename verblijfskwaliteit in omgeving, voor ontvangst van klanten, leveranciers en personeel. Ook (of juist) op bedrijventerreinen. Voldoende groen, bankjes, verkeersveilige omgeving, ruimte voor een ‘lunchrondje’. Bovendien komen met klimaatverandering nieuwe vragen naar boven naar biodiversiteit, meer waterberging en voorkomen hittestress. Eigen gebiedsbudget helpt om publieke en private investeringen in de omgeving aan te trekken en een vorm van professioneel parkmanagement mogelijk te maken.
3
•
Investeren in multimodale bereikbaarheid en ‘last mile’ oplossingen. De bereikbaarheid van veel Gorcumse bedrijven in de buitenstad staat onder stevige druk. De filedruk is hoog en wordt nog hoger door (noodzakelijke) wegwerkzaamheden. De matige bereikbaarheid van bedrijven is een “push” factor aan het worden voor het schaarse talent wat Gorinchem zo hard nodig heeft. De ambitie is om te investeren in betere ov- en fietsbereikbaarheid van de buitenstad. Door te investeren in collectieve ‘last mile’ oplossingen kan de filedruk worden verminderd en milieuwinst worden geboekt. Ook andere ontwikkelingen zoals de verbreding van de A27 en de ontsluiting van de Groote Haar vergen permanente aandacht met goede inbreng van het ondernemersperspectief.
•
Structurele funding voor onderwijs-arbeidsmarkt initiatieven. De beschikbaarheid van personeel is voor veel bedrijven dé belangrijkste vestigingsfactor. De tekorten op de arbeidsmarkt zijn intussen zo groot dat we wel van een vacaturecrisis kunnen spreken. En jong talent vertrekt naar de steden (Utrecht, Rotterdam, Eindhoven), waaronder veel broodnodig technisch talent. Door belangrijke initiatieven als i_lab, Wetech structureel te steunen kunnen we Gorcums talent behouden en voorkomen we een te grote “braindrain”. Te denken valt ook aan nieuwe initiatieven zoals het investeren in collectieve (technische) bedrijfsopleidingen, stagemarkten, banenmarkten, open bedrijvendagen of een Gorcumse talentendag met koppeling van bedrijven aan werkzoekenden/gediplomeerden.
•
Gorinchem promoten als ‘werkstad’. Gorinchem kan zich sterker profileren als werkstad, met naast een mooie binnenstad ook een grote buitenstad met een sterke maakindustrie en aansprekende bedrijven. Dat vergt een ‘extra opdracht’ aan de citymarketing organisatie met doordachte campagnes.
•
De wens is om meer interactie met non-profit uit te lokken. Gorinchem heeft een belangrijke streekfunctie op het gebied van zorg, onderwijs en sport. En als grote werkgevers zijn de nonprofitorganisaties zich steeds meer als onderneming gaan gedragen. Ook zij hebben baat bij een aantrekkelijke, schone en veilige omgeving. En ze zijn gebaat bij goede contacten met ondernemers voor stagebeleid, voor personeelsvraagstukken, voor sponsoring, voor meer bezoekers, voor goede stadspromotie, voor preventiebeleid en tal van andere zaken. En andersom biedt meer samenwerking ook kansen voor de ondernemers, om talent te werven, om aan de slag te gaan met gezonde werkplekken, om aansprekende events te organiseren.
•
Het is ook de wens van het gemeentebestuur om de buitenstad beter te organiseren. In het collegeprogramma 2022-2026 staat het actiepunt “We leveren een bijdrage aan de verbetering van de organisatiegraad van het bedrijfsleven op bedrijventerreinen. Samen met ondernemers verkennen we wat hiervoor nodig is.” opgenomen en daarnaast “We stimuleren ondernemers op de bedrijventerreinen om te verduurzamen, te vergroenen en elkaars energie te gebruiken.”
Om deze inhoudelijke ambities echt op te kunnen pakken heeft het organiserend vermogen in met name de buitenstad een impuls nodig. De collectiviteit is op dit moment grotendeels op basis van vrijwilligheid georganiseerd. En dat blijkt in de praktijk een te smalle basis. Het ontbreekt aan structureel investeringsbudget om echt het verschil te maken. De opgaven zijn bovendien complex en vergen afstemming met meerdere actoren. Het vergt een vorm van professionalisering om echte resultaten te kunnen boeken. De praktijkervaring in het land laat zien dat collectieven die beschikken over professionele capaciteit meer voor elkaar krijgen, daar meer ondernemers bij weten te betrekken en ook veel duurzamer de samenwerking met gemeenten en anderen kunnen aangaan. Bovendien is er meer samenhang nodig in de organisatie van ondernemers om de slagkracht te verhogen. Gorinchem kent veel verschillende ondernemersnetwerken en initiatieven. Die diversiteit is een groot goed en 4
het tekent de betrokkenheid van vele ondernemers bij Gorinchem en de omgeving. Maar er zit weinig samenhang tussen de verschillende netwerken waardoor de inzet verbrokkeld raakt. Per saldo kunnen meer en betere resultaten worden geboekt door netwerken met elkaar te verbinden. Dat vergt gebieds- en sectoroverstijgende samenwerking binnen één centrale financiële structuur.
Uitgangspunten van het fonds De wens is om te komen tot een gemeentebreed ondernemersfonds voor Gorinchem. Een vrije financiële positie van ondernemers en maatschappelijke organisaties in Gorinchem. Vanuit het fonds kunnen gerichte investeringen worden gedaan op de voornoemde thema’s en andere zaken die het vestigingsklimaat versterken. In het land zijn circa vijftig ondernemersfondsen op ozb-basis actief, verspreid over het hele land en van diverse grootte en samenstelling. In de nabije Drechtsteden beschikken ondernemers in zes van de zeven gemeenten over een gemeentebreed fonds. We hanteren de volgende uitgangspunten die we ontlenen aan de landelijke praktijk. •
Vóór en dóór ondernemers, gemeentebrede toepassing. Alle gebruikers en eigenaren van ‘nietwoningen’ investeren in het fonds naar rato van de vastgoedwaarde. Het fonds geldt voor de hele gemeente, uitzonderingen in de heffing zijn niet mogelijk. De ondernemers besluiten gezamenlijk over de bestedingen en wijze van organisatie.
•
Bestedingsvrijheid: . Alles wat de ondernemers aanmerken als hun gezamenlijk belang komt voor financiering in aanmerking. Enige voorwaarde is dat bestedingsbesluiten op democratische wijze tot stand komen
•
Gemeente op afstand: Het fonds wordt beheerd door een stichting met een ondernemersbestuur. De stichting maakt met de gemeente ten minste twee afspraken. 1.
De politiek onthoudt zich van actieve beïnvloeding van bestedingen en wijze van organisatie. De enige ‘opdracht’ die het fonds meekrijgt is om investeringen te doen die ten goede komen aan het lokale vestigingsklimaat. De inhoudelijke regie ligt kortom volkomen bij ondernemers. Het zogenaamde non-interventie beginsel.
2.
De gemeente handhaaft haar investeringen in de publieke ruimte en zal de komst van het fonds niet aangrijpen om publieke taken af te schuiven. Het non-substitutie beginsel.
•
Brede participatie: alle deelnemers aan het fonds (eigenaren / gebruikers van zakelijk vastgoed) moeten toegang kunnen krijgen tot de besluitvorming over de bestedingen. Naast de bedrijven gaat het ook om diverse non-profit instellingen: scholen, cultuur, zorginstellingen, sportclubs. Zij worden (als collega ‘ondernemer’) met nadruk uitgenodigd om actief te participeren in het fonds.
•
Investeren en sparen: de investering moet de balans treffen tussen een substantiële collectieve opbrengst enerzijds en een overzichtelijke investering voor de ondernemer anderzijds. Er kan binnen het fonds gespaard worden voor grote of langjarige investeringen.
•
Beheer, accountability en experimentstatus: Er komt één stichting die zorg draagt voor het financiële beheer en verantwoording afdraagt aan de gemeente via een jaarverslag met samenstellende accountantsverklaring. Het fonds wordt in eerste instantie ingezet als experiment met een voorgestelde looptijd van 5 jaar. In het laatste jaar vindt een evaluatie plaats op initiatief van 5
het fondsbestuur. Die evaluatie dient antwoord te geven of het fonds een vaste positie verdient in het lokale economische landschap.
Contour van het fonds Het organiseren van het fonds is een kwestie van lokaal maatwerk. Lokale ambities en wensen zijn leidend bij de invulling. Gorinchem heeft een geschiedenis van gebiedsoverstijgende samenwerking. Het ligt daarmee niet voor de hand om het fonds op te knippen in een serie gebieds- of sectorbudgetten (‘trekkingsrechten’). Dat beperkt de samenhang en slagkracht, en zou in de praktijk een ‘stap terug’ betekenen in de samenwerking. Er wordt daarom met bijzondere belangstelling gekeken naar de succesvolle praktijk in Hardinxveld-Giessendam, Sliedrecht en het Drentse Westerveld. Daar wordt volledig of overwegend gewerkt met een gemeentebreed budget waarin ondernemers en maatschappelijke organisaties samen optrekken. Hiermee weten deze fondsen bovenmatig veel dynamiek en creativiteit op te roepen en wordt geprofiteerd van het schaaleffect. In Gorinchem willen we gaan werken met drie hoofdclusters. •
Een groot ‘buitenstadbudget’ wat in de praktijk zal functioneren als ‘gemeentebreed’. Vanuit dit aandeel kan een compleet programma van praktische services (veiligheid, parkmanagement) en strategische investeringen (energie, mobiliteit, arbeidsmarkt) worden geboden met veel ruimte voor bottom-up initiatief. Er word een platform ingericht waar de planvorming ter hand wordt genomen en waar initiatieven ‘van onderop’ binnenkomen. Het platform bevat een brede afspiegeling van de diverse groepen ondernemers/partijen in de buitenstad waaronder: IKG-vertegenwoordigers op terreinen, onderwijs, zorg, grootbedrijf, vastgoed, wijkwinkelcentra en verspreide bedrijvigheid. De binnenstad en sportsector krijgen een ‘standing invitation’ om bij dit platform aan te sluiten, ook zonder financiële participatie.
•
Een trekkingsrecht voor de binnenstad. De regie over het budget komt te liggen bij BIZ dan wel Binnenstadsmanagement (BSM).
•
Een trekkingsrecht voor de niet-commerciële sport in Gorinchem. De sportorganisaties overleggen gezamenlijk over gewenste bestedingen vanuit dit budget.
Voor het bepalen van een passende tariefstelling zijn twee routes doorlopen. 1.
We maken gebruik van de ervaringsgegevens in de vijftig andere gemeentebrede fondsen in het land. De meeste recent startende fondsen komen uit op een investering tussen de 60 en 90 euro per 100.000 euro woz-waarde. Dat blijkt in de praktijk een goede balans te treffen tussen enerzijds een substantiële opbrengst voor het collectief en anderzijds een draaglijke last voor het individu.
2.
We hebben een inschatting gemaakt van de verwachte investeringen aan de hand van de thematische ambities in Gorinchem. Het gaat met nadruk niet om een exacte kostenopstelling, dat zou onrecht doen aan het gewenste dynamische karakter van het fonds en de wens om planvorming van onderop te stimuleren.
Als we beide routes samen nemen komen we uit op een passende tariefstelling van € 80 per 100.000 wozwaarde. Daarmee komen we op een totale opbrengst van ruim € 800.000 voor heel Gorinchem. Daarvan is ruim 80% afkomstig uit de buitenstad. Het fonds wordt ingezet als een experiment met een looptijd van vijf jaar. In het laatste jaar volgt een evaluatie waarin aan de orde komt of het fonds aan de verwachtingen voldoet, of de ambities te hoog of juist te laag zijn, of de governance goed functioneert, en andere relevante zaken. 6
1
Introductie ondernemersfonds
We gaan in dit eerste hoofdstuk in op de hoofdlijnen van een ondernemersfonds. We starten met een introductie van de Gorcumse context. Wat is de aanleiding om over een fonds te praten in Gorinchem? Vervolgens bespreken we wat een ondernemersfonds precies inhoudt, hoe het werkt, wat de ervaringen zijn in het land, en wat ondernemers ermee kunnen. We sluiten af met een vergelijking van het ondernemersfonds met de gebiedsmodellen BIZ en Reclamebelasting. Lezers die eerder de verkenningsnotitie hebben gelezen zullen de inhoud van dit hoofdstuk, en dan met name de techniek van het fonds, herkennen. Omwille van de volledigheid hebben we deze informatie toegevoegd. De snelle lezer kan volstaan met een korte scan van dit hoofdstuk.
1.1
Waarom een Ondernemersfonds in Gorinchem?
Het wordt voor de ontwikkeling van de lokale economie steeds belangrijker dat ondernemers goed georganiseerd zijn. Bedrijven staan in toenemende mate voor de opgave om een gezamenlijke verantwoordelijkheid te dragen voor een veilige, schone en goed onderhouden omgeving, voor mobiliteit en bereikbaarheid, voor verduurzaming en vergroening, voor goede promotie, voor toegang tot energie, voor een goed acquisitieklimaat, goede relaties met het onderwijs en voor talloze andere zaken. Een goede lokale samenwerking is cruciaal voor de veerkracht en weerbaarheid van de lokale economie. In Gorinchem wordt op verschillende gebieden al goed samengewerkt. De ondernemersvereniging IKG zet zich al 50 jaar in voor het lokale vestigingsklimaat en is een vaste samenwerkingspartner van gemeente en andere publieke organisaties. De IKG vertegenwoordigt de belangen van meer dan 130 bedrijven die in totaal goed zijn voor circa 80% van de werkgelegenheid in Gorinchem. Er is het collectief Security5 dat zich sterk maakt voor de beveiliging van zeven bedrijventerreinen. Deze volledig privaat gefinancierde organisatie biedt een totaalpakket van camerabewaking en surveillance. De ondernemers in het centrum zijn georganiseerd in een BIZ en er wordt effectief samengewerkt in het binnenstadsmanagement (BSM).
En dan zijn er nog diverse organisaties, netwerken en initiatieven waarin ondernemers en maatschappelijke organisaties samenwerken (o.a. i_lab, Wetech, Stuurgroep Regiodeal, Gorkum Next). Er zijn echter een aantal motivaties voor Gorinchem om een volgende stap te nemen. •
Het organiserend vermogen in de buitenstad heeft een impuls nodig. De collectiviteit is op dit moment grotendeels op basis van vrijwilligheid georganiseerd. Dat blijkt in de praktijk een te smalle basis. Het is te vrijblijvend: er is geen stabiel investeringsbudget, de afhankelijkheid van enkele loyale bedrijven is te groot en er gaat veel energie verloren aan het telkens rondgaan met de collectepet. En dan is er het bekende probleem van freeriding, ondernemers die niet meebetalen maar wel profiteren van collectieve voorzieningen en inspanningen. Een scherp voorbeeld daarvan is de situatie op de bedrijventerreinen waar de beveiligingskosten worden gedragen door de deelnemers van Security5, terwijl alle bedrijven daar voordeel bij hebben. Maar je kunt dat in zekere zin ook zien bij de inspanningen van de IKG en de samenwerking met het onderwijs. De basis is er nu te smal om echte stappen te kunnen zetten en toe te kunnen groeien naar een samenwerking zoals de in de binnenstad al functioneert binnen de BSM.
•
Meer samenhang is nodig om de slagkracht van ondernemers te verhogen. Gorinchem kent veel verschillende ondernemersnetwerken en initiatieven. Naast de bekende collectieven (IKG, Security5, BSM, BIZ) gaat het om verenigingen per wijkwinkelcentrum, om samenwerkingsallianties met het onderwijs (i_lab, wetech, vrienden van het Omniacollege) en om thema- of projectgedreven 7
netwerken (Gorkum Next, citymarketing partners). Die diversiteit is een groot goed en het tekent de betrokkenheid van vele ondernemers bij Gorinchem en de omgeving. Maar er zit weinig samenhang tussen de verschillende netwerken waardoor de inzet verbrokkeld raakt. Bedrijven worden telkens gevraagd om bij een nieuw collectief aan te sluiten en verliezen langzaam aan het overzicht, wat het animo voor deelname weer beperkt. Per saldo kunnen meer en betere resultaten worden geboekt door netwerken met elkaar te verbinden. Dat vergt gebieds- en sectoroverstijgende samenwerking en het liefst één centrale financiële structuur. •
De complexiteit van de opgaven vergen een vorm van professionalisering. Een goed voorbeeld zijn de opgaven op het gebied van de energietransitie en netcongestie. Er zijn steeds meer voorbeelden in het land dat ondernemers gezamenlijk toewerken naar de realisatie van een energyhub waar collectief energie wordt opgewekt, opgeslagen en gedistribueerd. Het aanjagen en begeleiden van een dergelijk proces vergt veel technische kennis, organisatiekracht, afstemming met derden, financiële knowhow en continue procesbegeleiding. Dat vergt een vorm van professionele deskundigheid en begeleiding, die vrijwillige ondernemersbestuurders niet in de vrije tijd kunnen bijplussen. En zo zijn er veel meer thema’s die vragen om continue aandacht en kwaliteitsbewaking. De praktijkervaring in het land laat zien dat collectieven die beschikken over professionele capaciteit meer voor elkaar krijgen, daar meer ondernemers bij weten te betrekken en ook veel duurzamer de samenwerking met gemeenten en anderen kunnen aangaan.
•
De wens is om meer interactie met non-profit uit te lokken. Gorinchem heeft een belangrijke streekfunctie op het gebied van zorg en onderwijs. En als grote werkgevers zijn de nonprofitorganisaties zich steeds meer als onderneming gaan gedragen. Ook zij hebben baat bij een aantrekkelijke, schone en veilige omgeving. En ze zijn gebaat bij goede contacten met ondernemers voor stagebeleid, voor personeelsvraagstukken, voor sponsoring, voor meer bezoekers, voor goede stadspromotie, voor preventiebeleid en tal van andere zaken. En andersom biedt meer samenwerking ook kansen voor de ondernemers, om talent te werven, om aan de slag te gaan met gezonde werkplekken, om aansprekende events te organiseren. De bedrijven en non-profit instellingen zoeken elkaar al op, vooral de onderwijs- en zorgorganisaties in Gorinchem zijn terugkerende gesprekspartners van IKG en andere ondernemersverbanden. Maar ook hier ontbreekt aan een structureel en bindend kader om meer verbindingen te leggen en cross-overs mogelijk te maken.
•
Er is een stevige ambitie om een serie aan stadsbrede en samenhangende gebiedsopgaven gezamenlijk op te pakken: de energietransitie, het behoud van talent, netcongestie, veiligheid van de omgeving, verblijfsklimaat van de werkterreinen, bereikbaarheids- en mobiliteitsvragen, ruimte voor bedrijvigheid (en de ontwikkeling van de Groote Haar), schaalsprong Gorinchem en woonruimte voor jonge mensen, scherpe profilering van Gorinchem als ‘werkstad’.
•
Het is ook de wens van het gemeentebestuur om de buitenstad beter te organiseren. In het collegeprogramma 2022-2026 staat het actiepunt “We leveren een bijdrage aan de verbetering van de organisatiegraad van het bedrijfsleven op bedrijventerreinen. Samen met ondernemers verkennen we wat hiervoor nodig is.” opgenomen en daarnaast “We stimuleren ondernemers op de bedrijventerreinen om te verduurzamen, te vergroenen en elkaars energie te gebruiken.”
We verkennen de inhoudelijk opgaven en de consequenties voor de gewenste inrichting van het fonds nauwgezetter in hoofdstuk 2.
8
1.2
Wat gebeurt er binnen een Ondernemersfonds?
Met het fonds kunnen tal van activiteiten die het vestigingsklimaat ten goede komen worden bekostigd. Hieronder een selectie van bestedingen en thema’s die in fondsen aan de orde komen.
1.3
•
De beveiliging van bedrijventerreinen door middel van surveillance, snelle alarmopvolging bij onraad, camerabewaking en signaleren van gevaarlijke situaties (open ramen/deuren, inbraakgevoelige situaties, brandgevaarlijke situaties);
•
De promotie van binnensteden en winkelgebieden, met goed op elkaar afgestemde evenementen voor bewoners en bezoekers, sfeervolle aankleding van de openbare ruimte, de organisatie van culturele en sportieve events, het inrichten van sfeergebieden voor spreiding van het winkelpubliek en multifunctioneel gebruik van de centra, regionale/landelijke citymarketing;
•
Programma’s ter stimulering van de lokale arbeidsmarkt en uitwisseling met het onderwijs via open bedrijvenroutes, stagemarkten, leerwerktrajecten met het onderwijs, gezamenlijke personeelswerving, ‘fieldlabs’ in technische sector (zeer praktijkgerichte leeromgeving met real life vraagstellingen uit bedrijfsleven);
•
Het stimuleren van de wijkeconomie door wijkwinkelcentra samen te laten optrekken met nonprofitorganisaties uit de wijken, organisatie van braderieën, seizoensmarkten met lokaal geproduceerde producten, culturele manifestaties, boodschappenservices voor zorgcentra, kleinschalig taxivervoer voor ouderen en mensen met een mobiliteitsbeperking;
•
De verduurzaming/vergroening van gebouwen en bedrijfsprocessen: energiescans voor bedrijven en werkterreinen, oriëntatie op energyhubs / collectief duurzaam opwekken energie (+ distributie), grondstoffenbank voor hergebruik reststromen, vergroening openbare ruimte, aanvullende maatregelen ter beperking van wateroverlast en hittestress;
•
Actief parkmanagement op bedrijventerreinen, knelpunten inventariseren via schouwrondes, bedrijven aanspreken op veiligheidsaspecten en uitstraling, keurmerk veilig ondernemen (KVO), bewegwijzering en strooibeleid in winter, actieve communicatie over wegafsluitingen en relevante lokale ontwikkelingen
Hoe werkt het Ondernemersfonds?
Een Ondernemersfonds is een onafhankelijke investeringspositie voor en door het lokale bedrijfsleven. Het ondernemersfonds is een bewezen instrument om de organisatiegraad te vergroten, om meer private investeringen los te krijgen en om ondernemers zelf regie te laten nemen. En ieder bedrijf betaalt naar rato mee via een bijdrage op de ozb niet-woningen. In de kern is een Ondernemersfonds het gevolg van een afspraak tussen ondernemers en lokale politiek. De gemeenteraad verhoogt de ozb voor niet-woningen met een van tevoren afgesproken bedrag en stelt tegelijkertijd een subsidie in ter waarde van de ozb-verhoging voor een op te richten stichting Ondernemersfonds. Leiden was in 2005 de eerste stad met een dergelijk fonds. In het land zijn circa veertig gemeentebrede fondsen naar ‘Leids model’ actief, van groot (Utrecht) tot klein (Schiermonnikoog). In de Drechtsteden beschikken ondernemers in 6 van de 7 gemeenten over een fonds.
9
Gemeentebrede fondsen in Nederland Leiden (2005) Utrecht (2012) Groningen (2011) Leeuwarden (2009) Delft (2011) Gouda (2009) Vlaardingen (2014) Hilversum (2015) Helmond (2013) Heerlen (2019)
Enkhuizen (2018) Wijk bij Duurstede (2015) Montfoort (2016) Houten (2023) Súdwest-Fryslân (2016) Heerenveen (2015) Westerveld (Dr.) (2017) Meppel (2011) Assen (2014) Bodegraven-Reeuwijk (2014)
Zwijndrecht (2016) Alblasserdam (2016) Hardinxveld-Giessendam (2022) Sliedrecht (2023) Hendrik-Ido-Ambacht (2022) Terschelling (2017) Schiermonnikoog (2012) Schagen (2014) Pijnacker-Nootdorp (2012) Deurne (2024)
Lisse (2008) Katwijk (2011) Den Helder (2012) Uithoorn (2013) Laren (2015) Alkmaar (2022) Laarbeek (2017) Culemborg (2013) Dordrecht (2024) Harlingen (2024)
Het gemeentebrede Ondernemersfonds is een regelvrije structuur die zich goed laat aanpassen aan lokale omstandigheden. De bestaande fondsen laten een grote variëteit zien in hun bestedingspatroon en wijze van organisatie. Toch is er een aantal grote lijnen te zien in de praktijk van de ondernemersfondsen: •
Het fonds wordt gevoed via een opslag op de ozb voor niet-woningen. In de praktijk meestal een bedrag tussen de € 60 en € 90 per € 100.000 woz-waarde. De meeropbrengst van deze verhoging wordt één-opéén overgedragen – via een subsidie – aan een op te richten Stichting Ondernemersfonds.
•
Alle gebruikers en eigenaren van een niet-woning betalen mee, wat betekent dat niet alleen de winkels, kantoren en bedrijfspanden maar ook onderwijsgebouwen, praktijkruimtes, ziekenhuizen, agrarische panden, sportkantines, musea en cultuurpodia bijdragen. De participatie van non-profit partijen wordt in de bestaande fondsen als een verworvenheid ervaren. Het leidt tot meer onderlinge samenwerking, succesvolle gezamenlijke projecten, betere netwerkvorming en meer kennisuitwisseling.
•
De bestedingen vanuit het fonds zijn geheel vrij, alles wat ondernemers aanmerken als hun gezamenlijk belang komt voor financiering in aanmerking. Van sfeerverlichting en promotie in de winkelgebieden, en beveiliging op de bedrijventerreinen tot aan ledenwervingsmarkten’ voor de sport en stagebeleid voor het onderwijs. Enige voorwaarde is dat er collectief over wordt besloten, vaak via het bekende verenigingsverband. Er kan bovendien gespaard worden binnen het fonds, er geldt geen bestedingsdwang.
•
De ondernemers gaan zelf over de gewenste aansturing van het budget. In veel fondsen wordt er gekozen om via een trekkingsrechtensystematiek het geld weer beschikbaar te stellen aan de gebieden en sectoren waar het wordt opgebracht. Ieder winkelcentrum en bedrijventerrein beschikt daarmee over een budget dat nagenoeg gelijk staat aan de eigen inleg.
•
Een belangrijke trend is het ontstaan van steeds meer gebiedsoverstijgende en gemeentebrede ‘potten’. Dit vanuit het idee dat er veel opgaven zijn die de nodige schaal en professionaliteit vergen en niet perse gebonden zijn aan een gebied of sector. Zo werken de fondsen in Hardinxveld-Giessendam en Sliedrecht met één gemeentebrede overlegtafel waar alle bestedingen langs komen. Dit versterkt de samenhang, 10
zorgt voor meer cross-overs en drukt de kosten. Daarbij houden ze nog steeds rekening met de relatieve inleg vanuit gebieden, zonder dit op een goudschaaltje te wegen. Een andere route is om het fonds op te knippen in een beperkt aantal ‘werkgebieden’. Zo heeft Helmond drie trekkingsrechten met professionele werkorganisaties: alle bedrijventerreinen, de binnenstad, en de wijkeconomie. •
Met de gemeente worden afspraken gemaakt over non-interventie; geen gemeentelijke beïnvloeding op bestedingen. En non-substitutie; geen afwenteling van overheidstaken op het fonds. Aan het einde van het jaar wordt keurig rekening en verantwoording afgelegd over de wijze van besteding. Het blijft immers publiek geld.
•
Per ministeriële regeling zijn alle Ondernemersfondsen btw-plichtig verklaard. De opbrengst betreft dus een netto te besteden bedrag.
•
Het bestuur van het fonds houdt overzicht over alle middelen in het fonds. Met de in het fonds actieve partijen worden afspraken gemaakt over de wijze waarop het trekkingsrecht kan worden uitgeoefend. Grotere verenigingen werken vaak met een jaarbegroting en verantwoording aan het einde van het jaar. Andere – vaak kleinere - trekkingsgerechtigde kiezen ervoor om zich door het fonds te laten ontzorgen. De inhoudelijke besluitvorming doen ze zelf maar het fonds verzorgt de gehele financiële afwikkeling inclusief btw verrekening.
Een vaste set aan succesvoorwaarden bij de start zijn lastiger om te identificeren. Een kleine serie aan fondsen zijn ontstaan om een doorbraak te forceren in de organisatiegraad. Het gebrek aan activiteit en samenwerking was er de directe reden om tot een fonds te komen. En de lokale politiek bleek ontvankelijk voor het signaal dat er ‘iets moest gebeuren’. Uit die noodzaak zijn enkele van de meest succesvolle fondsen geboren (Leiden, Utrecht, Heerlen). Andere fondsen zijn eerder het resultaat van het doorlopend verder bouwen aan het organiserend vermogen. Zo was in Dordrecht de organisatiegraad al vrij behoorlijk. Er waren gebiedsfondsen op basis van BIZ en Reclamebelasting. De ondernemers ter plekke zagen het fonds als weer een stap voorwaarts. Een kans om de kwaliteit van de bedrijfsomgeving op een nog hoger plan te tillen, om meer gebieden te organiseren, om meer cross-overs uit te lokken, om de samenwerking met non-profit te versterken en om meer lange termijn plannen te kunnen maken.
1.4
Vergelijking met BIZ / Reclamebelasting
In het kielzog van het ondernemersfonds zijn er twee andere gangbare modellen van fondsvorming in ontwikkeling gekomen, fondsen op basis van Reclamebelasting (RB) en de BIZ. We lopen de drie modellen langs en zetten de belangrijkste kenmerken op een rij.
1.
Het gemeentebrede ondernemersfonds op basis van de ozb, gestart in 2005 in Leiden op initiatief van lokale ondernemers. Geeft een brede impuls aan het vestigingsklimaat en het organiserend vermogen van ondernemers in de hele gemeente. Geschikt om zowel gebiedsgericht als gemeentebreed mee te investeren. Catch-all oplossing die ook gewenste interactie met maatschappelijke partijen tot stand brengt. Juridisch zeer stabiel, geen aanvullende inningskosten want aanpassing van het tarief is voldoende. Toepassing in circa vijftig gemeenten, van groot tot klein. Invulling is kwestie van lokaal maatwerk. Vergt eigenstandige lokale afweging van de politiek.
2.
De Reclamebelasting, ooit bedoeld om een rem te zetten op de wildgroei van reclame in de
11
openbare ruimte. Na het Leidse signaal afgestoft en ingezet als instrument voor ondernemersorganisatie. In principe ook gemeentebreed toe te passen, maar meestal gebiedsgericht ingezet. Alleen gebruikers van panden met reclamevoering doen mee. Overheid is vrij in bepalen van gebied en tarief mits goed gemotiveerd. Uitgebreide jurisprudentie maar daarmee ook veel kans op beroep en bezwaar. Drie bekende tariefgrondslagen: • Een bedrag per strekkende meter reclame (niet erg populair meer) • Een vast bedrag per belastingbetaler (eenheidstarief), eventueel met verschil per gebied • Een bedrag gerelateerd aan de taxatiewaarde van het zakelijk vastgoed op basis van de WOZ (‘Veldhovens model’). Tegenwoordig meest populaire vorm vanwege draagkrachtbeginsel, breedste schouders dragen de zwaarste lasten. De heffingskosten van de Reclamebelasting kunnen substantieel zijn. Immers het gaat om een afzonderlijke heffing met eigen aanslag, administratie en controlesystemen. Bovendien is de praktijkervaring dat zeker bij de start de beroep- en bezwaarkosten aanzienlijk kunnen zijn. 3.
De BedrijvenInvesteringsZone (BIZ), de reactie van de wetgever op het ‘Leidse signaal’ dat ondernemers bereid zijn via fiscale weg extra te investeren in het vestigingsklimaat. Een BIZ is een gebiedsbelasting begrensd in bestaansduur en bestedingsmogelijkheden. De bestedingen lagen oorspronkelijk enkel in het verlengde van de gemeentelijke taken, denk aan schoon, heel en veilig. De toepassing is na de evaluatie van de wet flexibeler geworden waardoor er ook mogelijkheden bij zijn gekomen voor promotie on- en offline. De weg naar een BIZ toe is omgeven met wettelijke draagvlakvereisten, een eigen lokale afweging is niet noodzakelijk. In de praktijk is de BIZ vooral geschikt voor reeds goed georganiseerde gebieden met een vooraf duidelijke investering (bv. camerabeveiliging) die een beperkte looptijd kan worden afgeschreven. Vaak wordt de BIZ ook gebruikt als opstap naar een gemeentebreed fonds toe (Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Deurne).
De initiatiefnemers hebben een uitgesproken voorkeur voor de optie gemeentebreed om een aantal redenen: •
•
• • •
Zowel de BIZ als de reclamebelasting zijn bekend om hun toepassing in een begrensd – en samenhangend – gebied. Zaken die voor de hele gemeente gelden, zoals veel van de opgaven en ambities in Gorinchem, zijn hiermee lastiger op te pakken. Ook verloopt de samenwerking tussen bedrijventerreinen makkelijker als ze in één fonds zitten dan als ze ieder hun eigen BIZ of RB zouden hebben. De administratieve en financiële last die hierbij komt kijken daar nog buiten gelaten. Het opknippen van de stad in diverse gebiedsfondsen gaat voorbij aan de ambitie om meer samenhang te krijgen tussen verschillende netwerken en initiatieven. Een gemeentebreed fonds biedt daar wel de structuur voor. De wens is om meer uitwisseling met maatschappelijke organisaties mogelijk te maken, zoals met het onderwijs en de zorg. Dat kan alleen met een gemeentebreed fonds. Bij zowel de BIZ als de reclamebelasting komen extra inningskosten kijken, die afgaan van de opbrengst. De Reclamebelasting geldt alleen voor gebruikers van reclamevoerende panden, eigenaren investeren niet mee. Het instrument is daarmee niet goed geschikt om typische vastgoedbelangen in onder te brengen zoals de energietransitie, omgevingsbeheer en veiligheid. Daarbij zijn er nog steeds freeriders: bedrijven die geen reclame voeren, wiens reclame niet zichtbaar is vanaf de weg, of die in een bedrijfsverzamelgebouw zitten.
12
We brengen de bonus en malus van ieder systeem in onderstaande matrix nog eens gedetailleerder voor het voetlicht.
Gorinchemse ambities / context Alle gebieden in Gorinchem in één keer helpen aan structureel investeringsgeld Gebruikers en eigenaren participeren, einde aan freeriders
Bestedingsvrijheid, mogelijkheid om ook gebiedsoverstijgende belangen op te pakken
Mogelijkheid voor lokale afwegingen
Beperken van afbreukrisico’s
Betrekken van non-profit (met name onderwijs) in heffing
Effectiviteit RB Heffing kan in één besluit worden ingesteld voor meerdere gebieden +/+ RB kan alleen geheven worden voor gebruikers. Bedrijven kunnen zich aan heffing onttrekken door reclame te verwijderen. -/Is in principe mogelijk, de praktijk is echter dat de RB vooral gebruikt wordt voor gebiedsgerichte bestedingen. +/Instellen van RB is bevoegdheid van de raad. Lokale afwegingen staan centraal. +/ + RB is stabiele heffing op veel plekken maar bij aanvang zijn er juridisch afbreukrisico’s. Deze kunnen deels ondervangen worden door goede voorbereiding met deugdelijke motivatie over keuzes in verordening (gebiedsbegrenzing, tarieven, uitzonderingen, etc.).
+/Praktijk is dat non-profit meestal wordt uitgesloten van heffing. In principe kan onderwijs wel worden toegevoegd maar vergt goede motivatie die juridisch standhoudt.
Effectiviteit Ondernemersfonds Automatisch geregeld, al het zakelijk onroerend goed doet mee +/+ Alle gebruikers en eigenaren van zakelijke roerend goed participeren
Effectiviteit BIZ
+/+ Binnen fonds kan lokale afweging worden gemaakt voor verhouding gebiedsgericht en stadsbreed / gebiedsoverstijgend. +/+ Instellen van fonds is bevoegdheid van de raad. Lokale afwegingen staan centraal. +/+ Geen juridische risico’s. Komst van fonds afhankelijk van hoe de lokale politiek er in staat. Bij brede erkenning van gedeelde problematiek en noodzaak van betere organisatiegraad kunnen snel stappen worden gezet. Bij fixatie op draagvlak in kwantitatieve zin werkt het niet goed.
+/Niet of zeer moeilijk mogelijk. Bestedingen dienen betrekking te hebben op het gebied. Belangenbehartiging is uitgesloten als bestedingsdoel.
+/Is automatisme. Daarbij wordt ook de rest van nonprofit betrokken. Kan worden gezien als een kans (meer interactie, delen van private en publieke belangen, cross-overs) of als belemmering (uiteenlopende belangen, complex) +/-
-/+
13
Vergt een afzonderlijk proces, besluit, en stemming per terrein. Zeer bewerkelijk in uitvoering. -/Kan, maar vergt afzonderlijke stemming (met onzekere uitkomst)
-/Zeer beperkt, realisatie veronderstelt het doorlopen van landelijk format. Vergt geen bijzondere lokale afweging. -/Groot afbreukrisico door landelijk verplichte stemmingen. In het land zijn er meerdere BIZ initiatieven gesneuveld door een handvol negatieve stemmen (of net een te beperkte opkomst). Problematiek blijft vervolgens liggen en speelt periodiek weer de kop op. Bij geslaagde BIZ blijft de noodzaak van een periodiek herpeiling. En een minderheid kan de BIZ ieder jaar ter discussie stellen. -/In principe mogelijk maar in de praktijk nergens beproefd.
-/+
2
Ambities en opgaven in Gorinchem
In het volgende hoofdstuk zoomen we verder in op de inhoudelijke ambities die leven in ondernemend Gorinchem. We analyseren per thema wat de wens is, hoe de context in elkaar zit, wat de voordelen zijn, wat daar voor nodig is en wat dit vraagt van het ondernemersfonds. De thematische input is verkregen uit de gesprekken met ondernemers en initiatiefnemers. Deze uiteenzetting bevat inspiratie om een start te maken met het fonds, het is geen definitief werkplan voor de komende jaren. Dat zou geen recht doen aan het gewenste dynamische karakter van het fonds en de wens om planvorming van onderop te stimuleren.
2.1
Energietransitie / duurzaamheid
“Duurzaamheid” en de “energietransitie” zijn veelomvattende begrippen waar heel veel collectieve investeringen achter schuil kunnen gaan. Een voorbeeld is de wens om tot een waterstofvulstation te komen in Gorinchem. Het kan ook gaan om circulaire initiatieven om te komen tot uitwisseling van onderlinge reststromen. De ambitie is om in het fonds ruimte te bieden aan al dit soort initiatieven. We zien echter dat één investering het meest tot de verbeelding spreekt en op zichzelf al zeer veelomvattend is: de ontwikkeling van één of meer energiehubs. We vatten voor de overzichtelijk daarom deze ene ambitie samen in onderstaand schema, zonder daarbij uit te sluiten dat ook andere duurzaamheidsinitiatieven vanuit het fonds ontplooit kunnen worden.
Ambitie(s)
Ontwikkelen van één of meerdere energiehubs. Een decentraal energiesysteem waarbij ondernemers en organisaties hun verbruik en (potentiële) capaciteit voor energieopwekking op elkaar afstemmen. Een energiehub kan ‘klein’ beginnen, door vanuit een collectief van bedrijven energiebehoeftes op elkaar af te stemmen en in te tekenen voor een groepscontract. Ook is het mogelijk om tegen vergoeding in te tekenen op een capaciteitsbeperkend contract, indien op bepaalde tijden de afname (of leveren) van energie beperkt kan worden. In beide gevallen kan gebruik worden gemaakt van de bestaande infrastructuur. We zeggen klein beginnen, maar klein is een relatief begrip. Deze stap vergt een behoorlijke vorm van organisatie en professionele begeleiding. Er zal een inventarisatie moeten worden gemaakt van energievraag en -levering op bedrijfsniveau, en die moet worden opgeschaald naar collectief niveau. Dit vraagt aan de voorkant een zekere organisatiegraad, professionele capaciteit (bv. in de vorm van een parkmanager) en collectief investeringsvermogen.
Context
Bij succes kan de energiehub worden opgeschaald door meerdere actoren te betrekken en/of te investeren in collectieve infrastructuur. Denk aan systemen voor duurzame opwekking, energieopslag en bijvoorbeeld collectieve laadpalen. Het is daarbij ook mogelijk om een koppeling te leggen tussen bedrijvencollectief en de energiebehoefte van nabijgelegen woonwijken. Voor het toewerken naar een energiehub heb je enige schaal nodig, een substantieel aantal bedrijven met zekere energievraag en opwekcapaciteit met een geografische concentratie. Het beginpunt is vaak een bedrijventerrein, want veel bedrijven op één plek, maar de begrenzing is meer diffuus en ook afhankelijk van de energie infrastructuur. Dit maakt het in principe ook mogelijk voor bedrijven buiten de terreinen om aan te sluiten bij een ‘hub’. Het relatief compacte karakter van Gorinchem lijkt in dit geval een voordeel, de geografische nabijheid maakt het makkelijker om gezamenlijk op te trekken.
14
• • Voordelen van de investering
• • • •
Wat is daar voor nodig
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) noemt organisatiecapaciteit als de meest cruciale voorwaarde om te komen tot een energiehub. En dat gekoppeld aan een vorm van professionele ondersteuning, de RVO spreekt van de noodzaak van een ‘parkmanager’. De parkmanager kan de verbindende factor zijn tussen de bedrijven enerzijds en de energiedeskundigen en netbeheerders anderzijds. Zeker in de oriënterende fase ligt de investering vrijwel geheel bij de ondernemers, zo geeft ook de RVO aan. Wanneer er een kansrijke businesscase ligt komen meer financiers en regelingen in zicht. Bij volledige exploitatie is geen aanvullende financiering meer nodig, het doel is mede ook om juist tot kostenbesparingen te komen. •
•
Wat vraagt dit van het fonds
2.2
Efficiëntere benutting van huidige netcapaciteit, opvangen van energiepieken, voorkomen netcongestie Ruimte bieden aan nieuwe bedrijvigheid met een energievraag, o.a. op terrein Groote Haar Bieden van leveringszekerheid gezien huidige volatiliteit van de energiemarkt, spreiden van risico’s voor bedrijven Verkrijgen van co2 reductie Verkrijgen van kostenvoordeel door onderlinge energielevering Meer eigen en lokale regievoering, afhankelijkheid van netbeheerders verkleinen
•
Ruimte voor investeren in professionele capaciteit die zorgt voor basisorganisatie van ondernemers, kan informeren en inspireren, contact legt tussen ondernemer en specialisten, en een oriënterend onderzoek mede kan begeleiden Een structuur met beperkte ‘schotten’ aan de voorkant, gezien hoge investeringskosten aan de voorkant en de mate waarin schaalvoordeel kan worden bereikt Procesgeld om te investeren in oriënterend onderzoeken en eerste opzet van energiehub(s). De omvang is afhankelijk van ambitie en vooraf lastig in te schatten. Een korte marktconsultatie laat zien dat bij volledige realisatie van een enkele energiehub met lokale opslag en opwekking de investeringskosten in de tonnen bedraagt (voor lokale actoren). Het eerste aanjaaggeld kan vanuit het fonds komen wat het ook mogelijk maakt om cofinanciering te verkrijgen. Met circa € 50.000 aan procesgeld kan er een start worden gemaakt en biedt de gelegenheid om andere ‘groene’ initiatieven (waterstofvulstation, onderlinge uitwisseling restrstromen) te stimuleren.
Veiligheid en parkmanagement
Ambitie(s)
Geografisch opschalen en verder professionaliseren van huidige beveiligingspakket Security5. Bestrijding van ondermijning en bewustwording van de risico’s ervan bij ondernemers en organisaties. Vestigen van professioneel parkmanagement.
Context
Bij de veiligheidsaanpak behoort ook het continueren van KVO-trajecten. En daarbij het vestigen van een stabiele samenwerking met politie, gemeente en brandweer. Professioneel parkmanagement veronderstelt een totaalpakket met reguliere contactmomenten voor ondernemers, algemene vraagbaakfunctie, alertheid voor onveilige/onwenselijke situaties op de terreinen, aanjagen van investeringen ter verbeteren van openbare ruimte en begeleiding van investeringsprojecten zoals de komst van energiehubs. 15
Veiligheidsinvesteringen zijn in principe niet beperkt tot de bedrijventerreinen. Het aansluiten bij een collectief pakket van alarmopvolging is in principe niet gebiedsgebonden. Ook maatschappelijke organisaties zoals bv. sportclubs kunnen veel baat hebben bij aansluiten bij veiligheidscollectieven. Sportvelden en-gebouwen zijn kwetsbaar voor insluiping, vandalisme en ook gebruik voor ondermijnende activiteiten. Door aan te haken op een collectief kunnen beveiligingskosten mogelijk beperkt worden. •
• Voordelen van de investering
• • •
Wat is daar voor nodig
Overkoepelende structuur voor veiligheidsoverleg en aansturing van parkmanager. Kan in een aparte entiteit (doorontwikkeling van huidige Security5) maar ook binnen een bestaand verband (commissie/werkgroep binnen IKG). •
Wat vraagt dit van het fonds •
2.3
Verbeteren van objectieve veiligheid, beperken/voorkomen van inbraken, verdachte situaties en andere criminele activiteiten evenals brandonveilige- en verkeersonveilige situaties Verbeteren van subjectieve veiligheid, beperken van gevoelens van onbehagen met name in de vroege ochtend en avonduren, versterken gevoel van veiligheid voor personeel/stagiaires/klanten/leveranciers en andere bezoekers Bestrijding van ondermijnende activiteiten, bewustwording bij ondernemers Begeleiding van thematische investeringen zoals komst van energiehub, arbeidsmarktprojecten, open bedrijvendagen Verhogen verblijfskwaliteit van bedrijventerreinen, vergroening, beter waterbeheer, biodiversiteit
Structureel langjarig budget voor parkmanagement en veiligheidsinvesteringen. Stabiliteit in de financiering gezien blijvende (onderhouds-)kosten, afschrijving op materialen en noodzaak van tijdige nieuwe investeringen. Inschatting is circa € 300.000 per jaar. Structuur met beperkte schotten aan de voorkant, bundeling van zoveel mogelijk terreinen en belangen om voldoende schaalvoordeel te verkrijgen
Onderwijs en arbeidsmarkt
Ambitie(s)
Structurele financiering voor bewezen effectieve programma’s zoals i_lab en Wetech. Ruimte voor nieuwe initiatieven maken bijvoorbeeld (onderzoek naar) collectieve bedrijfsopleidingen, open bedrijvendagen, stagemarkten, banenmarkten en ‘field labs’ (studenten laten werken aan reële maatschappelijke vraagstukken met participatie van bedrijven).
Context
De regio investeert stevig in de relatie tussen onderwijs en arbeidsmarkt, mede bedoeld om het jonge talent aan Gorinchem en omgeving te binden. Het i_lab is een succesvol voorbeeld van een partnerschap tussen scholen, overheden en bedrijven. Dat partnerschap heeft ook een stevige financiële basis nodig. Met een fonds kan die basis worden verschaft vanuit het bedrijfsleven en deels het onderwijs zelf (als mede participant in het fonds). Bovendien zijn er andere belangrijke netwerken en programma’s als Wetech en Sterk Techniekonderwijs waar een stevige link met het bedrijfsleven cruciaal is. •
Voordelen van de investering
•
Continuering en mogelijke uitbouw van succesvolle programma’s gericht op meer samenwerking tussen bedrijven en onderwijs, goede lokale loopbaanoriëntatie, behoud van jong talent en innovatie in het onderwijs Meer bedrijven betrekken bij activiteiten vanuit deze netwerken, financiële drempel verlagen om mee te doen 16
• •
Wat is daar voor nodig
Structureel budget waar alle bedrijven naar rato aan meebetalen. Eén duidelijke entiteit waar regie plaatsvindt over gewenste investeringen in onderwijs-arbeidsmarktprojecten. •
Wat vraagt dit van het fonds
• •
2.4
Meer samenhang in investeringen, beter mederegie kunnen voeren en belangen van bedrijfsleven hierin goed articuleren Ruimte geven aan nieuwe iniatieven ten behoeve van de lokale arbeidsmarkt en de uitwisseling met het onderwijs
Structureel langjarig budget voor thema onderwijs-arbeidsmarkt, inschatting bezien vanuit huidige financieringsvraag i_lab en budgetruimte voor andere initiatieven is € 100.000 per jaar. Structuur met beperkte schotten aan de voorkant, ieder bedrijf moet kunnen aanhaken Coördinatie van inhoudelijke besluitvorming (hoeveel budget naar welk programma) en begeleiding van de uitvoering binnen één entiteit. Optie is om dit via een overkoepelend platform te laten lopen (zie hoofdstuk 3).
Verbreden van de citymarketing
Ambitie(s)
De status van Gorinchem als ‘werkstad’ een vast onderdeel te laten zijn van de citymarketing. Bedrijven uit de buitenstad nadrukkelijker betrekken bij de citymarketing. Verbreden van de scope van de marketing, naast binden en boeien van bezoekers ook richten op bewoners, bedrijven en nieuw talent (‘kenniswerkers’). Gebieds- of citymarketing is een ‘ruig’ vak. Het raakt bijna iedereen, veel mensen hebben er een mening over, de resultaten zijn maar beperkt meetbaar, organisaties zijn soms niet stabiel en veranderen vaak van naam, de omloopsnelheid van functionarissen is hoog en er wordt vaak opnieuw begonnen. Het zit dicht op de huid van ondernemers, bestuurders, inwoners en bezoekers. Gertjan Hospers, ooit de eerste hoogleraar in dit vak (in Twente), heeft een aantal jaren geleden een paar basisregels geformuleerd om enige stabiliteit te krijgen in deze ruigte. In het kort: •
• Context •
•
Houdt de overheid op afstand. Politieke opinies zijn te veranderlijk. De meeste stabiliteit wordt bereikt door bedrijven ‘in the lead’ te krijgen: de commerciële inslag zorgt voor scherpte en prestatiedruk De rol van de overheid zou die van ‘liefdevolle verwaarlozing’ moeten zijn: praat, geef je mening en stel middelen beschikbaar, maar laat anderen de keuzes maken en bemoei je niet met de uitvoering Zorg wel dat het bedrijven zijn met een lange termijn horizon, voorbij de grens van promotieacties voor twee of drie seizoenen. Hotels, industrieën, scholen en zakelijke dienstverleners zijn in dit opzicht goede partijen Zorg voor verbinding van doelgroepen: bezoekers, eigen bewoners, ondernemers, jongeren. Alleen richten op bezoekers is niet genoeg. Gebiedsmarketing hoort ook bij de vorming van een identiteit van een gebied en daar moeten bewoners en ondernemers zich in herkennen.
Op veel plekken gebruiken ondernemers de structuur van het fonds om meer grip te krijgen op de citymarketing. En dan met name de inzet op een meer brede profilering, waar ook bedrijven in de industrie en zakelijke dienstverlening zich in herkennen. Die ambitie leeft ook sterk in de buitenstad van Gorinchem. Voordelen van de investering
• • •
Betrekken van meer bedrijven bij de citymarketing Versterking van samenhang tussen buitenstad en binnenstad Bredere profilering van Gorinchem naar de buitenwereld 17
Wat is daar voor nodig Wat vraagt dit van het fonds
2.5
Mederegie vanuit de buitenstad op de citymarketing, private cofinanciering voor citymarketing vanuit de buitenstad, inzet op brede profilering van Gorinchem • •
Structureel langjarig budget vanuit de buitenstad voor citymarketing Goede overlegstructuur tussen binnenstad, buitenstad, gemeente en citymarketingorganisatie
Ruimte voor bijzondere posities
Ambitie(s)
Context
Het fonds moet een brede impuls bieden aan Gorinchem. Aandacht is nodig voor de bijzondere positie van zowel de binnenstad als de sportsector. Beiden krijgen binnen het fonds de volledige beschikking over een eigen trekkingsrecht naar rato van de inleg. De binnenstad beschikt reeds over een eigen financiële positie middels de Wet op BedrijvenInvesteringszones. Het gemeentebreed fonds en de BIZ zijn instrumenten die in de praktijk prima naast elkaar kunnen bestaan. In Zwijndrecht, Utrecht en Vlaardingen wordt dat al jaren in de praktijk gebracht. De afspraak is dat de BIZ-gebieden een eigen trekkingsrecht beheren binnen het fonds. Ze kunnen dit zien als een aanvulling op hun investeringsbudget of de verschillen kunnen met elkaar verrekend worden. Dit vergt een praktische werkafspraak tussen de BIZ en het fonds. Een eerste gesprek met een sportvertegenwoordiger heeft tot het idee geleid tot een eigen trekkingsrecht voor de sport. De formule van het fonds werd goed begrepen maar de samenhang met de IKG en de rest van de buitenstad werd niet direct gezien. Een eigen trekkingsrecht van de sport betekent de facto een Gorcums Sportfonds. Het idee van een sportfonds leeft al langer bij de sportclubs. Dit zou kunnen worden gebruikt om aan gezamenlijke inkoop te doen bijvoorbeeld op het gebied van materialen, gespijs en dranken voor de bar en beveiliging. •
Voordelen
• •
Wat is daar voor nodig Wat vraagt dit van het fonds
Honorering van bijzondere positie binnenstad, naast de algemene ambitie om meer organisatiekracht en investeringsvermogen in de buitenstad te verkrijgen Mogelijkheid voor sport om via Sportfonds aan eigen belangenarticulatie te gaan doen en gezamenlijke inkoop te organiseren Gebruik maken van beproefde systematiek van trekkingsrechten, veel succesvolle praktijkvoorbeelden in andere fondsen
Begrenzen van een eigen trekkingsrecht voor de binnenstad en de sport, naar rato van de inleg in het fonds. •
Inrichten van twee bijzondere trekkingsrechten: binnenstad en sport
18
3
Contouren van het Ondernemersfonds Gorinchem
We verkennen in dit hoofdstuk hoe het ondernemersfonds in Gorinchem eruit kan komen te zien. Het gaat om een schets, gebaseerd op landelijke praktijk en de signalen die we in Gorinchem van ondernemers hebben gekregen. Na de besluitvorming kan met dit algemene werkplan in de hand een start worden gemaakt met de inrichting van het fonds.
3.1
Opbouw van het fonds Het organiseren van het fonds is een kwestie van lokaal maatwerk. Lokale ambities en wensen zijn leidend bij de invulling. Dat maakt dat er veelkleurige verschillen zijn tussen al de bestaande fondsen. Zo zijn er gemeenten waar ondernemers kiezen voor veel trekkingsrechten, een eigen werkbudget voor ieder gebied en/of sector. Utrecht heeft ruim zeventig trekkingsrechten, Leeuwarden heeft er 35 en zelfs het niet al te grote Zwijndrecht heeft er 21. Andere fondsen kiezen juist voor minder maar wel meer professionele trekkingsrechten. Helmond heeft drie grote budgetbeheerders: het centrum, de bedrijventerreinen en de wijkwinkelcentra. En ook de stad Groningen doet het op die manier met slechts zes clusters. Andere fondsen hebben geen enkel trekkingsrecht, alle plannen worden geïnitieerd vanuit een gemeentebrede tafel (Hardinxveld-Giessendam, Sliedrecht, Terschelling). Gorinchem heeft een geschiedenis van gebiedsoverstijgende samenwerking. De IKG is er voor ondernemers in de hele gemeente. En de belangen van bedrijventerreinen worden nu al bediend vanuit één gezamenlijke serviceorganisatie (Security 5). Het ligt daarmee niet voor de hand om het fonds op te knippen in een serie trekkingsrechten. Dat beperkt de samenhang en slagkracht, en zou in de praktijk een ‘stap terug’ betekenen in de samenwerking.
Er wordt daarom met bijzondere belangstelling gekeken naar de ervaringen bij de buren, Hardinxveld-Giessendam en Sliedrecht. Juist door aan de voorkant geen schotten te zetten weet het fonds veel dynamiek en creativiteit op te roepen. Een andere inspiratiebron biedt het Drentse Westerveld waar sinds 2017 een gemeentebreed fonds actief is (zie kadertekst). Inspiratie van verder weg: Westerveld Westerveld is een samengestelde gemeente, met vier klassiek-Drentse dorpen en enkele tientallen buurtschappen. Bij de komst van het fonds is besloten die dorpenstructuur te doorbreken. Om de samenhang te vergroten, schaalvoordeel te behalen en vergruizing van het fonds over tientallen mini-trekkingsrechten te voorkomen. Tachtig procent van het fonds wordt besteed via een gemeentebrede tafel. De lokale verenigingen hebben allen een zetel aan die tafel, kunnen plannen indienen, meestemmen en gezamenlijke belangen bespreekbaar maken. De overige 20% gaat als handgeld naar de kleine initiatieven in de kernen. Het werken in zo’n koepelverband stelt hoge eisen aan het luisterend vermogen en aan de gunfactor, maar het gaat goed. In Westerveld is een zeer dynamische praktijk ontstaan, met een enorme diversiteit aan projecten en aan menselijke betrokkenheid.
Een recent voorbeeld is het online platform ‘Uit Westerveld’ voor 400 ondernemers, ‘een gezamenlijke plek, een gouden gids met een marktplaatsfunctie, lokale ticketverkoop en een ‘social deal’, een soort cadeaubon. Het eerste digitale dorpsplein, voor zowel bewoners, bedrijven als (toeristische) bezoekers.
19
Wat zeker heeft bijgedragen aan de hoge dynamiek in het Westerveldse fonds is de investering in een fondsmanager. Een jonge dame uit de streek die plannen aanwakkert, in gesprek gaat met ondernemers, kansen signaleert, breed communiceert, bijeenkomsten organiseert, cofinanciering aanreikt, plannen verder brengt, cross-overs stimuleert. Dit draagt bij aan de zichtbaarheid van het fonds, kwaliteit van de plannen, de diversiteit aan activiteiten, de continuïteit, de toegankelijkheid van het fonds en de participatie van ondernemers. Westerveld laat tot slot zien dat een fonds veel kan betekenen in de interactie tussen profit en nonprofit. Een blik op de website van het fonds laat zien dat er veel ‘maatschappelijke projecten’ zitten in het fonds: dorpsevents voor eigen bewoners, activiteiten voor jeugd, jongeren en ouderen, investeringen in het voorzieningenniveau, actief betrekken van dorpshuizen. Dat is vanuit de lokale context ook goed te begrijpen, de streek vergrijst en de jongeren trekken naar de stad. Werkelijk alle activiteit die bijdraagt aan de woonkwaliteit en sfeer in de dorpen is welkom. Het wordt algemeen geaccepteerd dat in de praktijk daarmee meer geld van de ondernemers naar ‘nonprofit’ gaat dan andersom. Door de onderlinge gunfactor maar zeker ook door de overtuiging dat levendige dorpen de basis vormen om lokaal goed te kunnen ondernemen.