CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindevaluatie JNV juli 2023

Parallelsessie externe locatie 7 september 2023, gemeente GorinchemBij agendapunt: I&O Integraal Sociaal Beleid, Beleidsmonitor ISB, Data & monitoring/Data gedreven werken jeugdzorg9.159 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Opgesteld door: Kim Oude Egberink In opdracht van: Stuurgroep Sociaal Domein Datum: juli 2023

Inhoudsopgave ........................................................................................................................................... 1 1.

Samenvatting Eindevaluatie JNV ........................................................................................................ 2 Jeugd- en Gezinsprofessionals ................................................................................................................ 2 POH-Jeugd GGZ (Jeugdmodule)............................................................................................................... 2

2. Inleiding ................................................................................................................................................. 3 Lokale visie ............................................................................................................................................. 3 Opzet ...................................................................................................................................................... 3 Doelstellingen ........................................................................................................................................ 3 Concrete invulling .................................................................................................................................. 4 De investering ........................................................................................................................................ 4 3.

Monitoring JNV - algemeen ........................................................................................................... 5 Twee databronnen ................................................................................................................................. 5 Aandachtspunten ................................................................................................................................... 5 Interveniërende factoren ........................................................................................................................ 5

4.

Resultaten Jeugd- en Gezinsprofessionals ..................................................................................... 6 Aantal trajecten...................................................................................................................................... 6 Leeftijd jeugdige..................................................................................................................................... 6 Type problematiek jeugdige ................................................................................................................... 7 Type problematiek ouder ........................................................................................................................ 7 Alternatieve zorgaanbieder RZM ............................................................................................................ 8 Alternatieve zorginzet RZM .................................................................................................................... 8

5.

Resultaten POH-Jeugd GGZ (Jeugdmodule) .................................................................................... 9 Aantal trajecten...................................................................................................................................... 9 Type traject ............................................................................................................................................ 9 Leeftijd jeugdige.................................................................................................................................... 10 Type problematiek jeugdige ................................................................................................................... 11 Alternatieve zorginzet RZM .................................................................................................................... 11

6.

Kwantitatieve monitoring ............................................................................................................ 12 Algemeen .............................................................................................................................................. 12 Besparing - Op basis van declaraties RZM............................................................................................. 13 Besparing - Op basis van lokale JNV registraties ................................................................................... 15 Besparing - Op basis van verminderde instroom................................................................................... 16 Besparing JNV - Conclusie ..................................................................................................................... 18

7.

Kwalitatieve monitoring .................................................................................................................... 19 Cliëntervaringen .................................................................................................................................... 19 Kwalitatieve opbrengsten .................................................................................................................... 20

8.

Aandachtspunten vervolg JNV ...................................................................................................... 22 Individueel versus groepsgericht aanbod .............................................................................................. 22 Samenwerking met/afschalen naar voorveld ........................................................................................ 22 Kwalitatieve monitoring ....................................................................................................................... 22 Hervormingsagenda Jeugd .................................................................................................................... 23 Structurele borging in het sociaal team ................................................................................................ 23

1

De Jeugd- en Gezinsprofessionals binnen het project Jeugdhulp naar Voren (JNV) hebben hun target (96) van het aantal te helpen jeugdigen/gezinnen in het afgelopen jaar behaald (99). De hulp die de Jeugden Gezinsprofessionals geboden hebben sluit aan bij het oorspronkelijke doel van JNV, namelijk het bieden van opvoedondersteuning en individuele begeleiding. Hiermee verwezenlijken we dus onze inhoudelijke doelstelling van JNV om laagdrempelig, dichterbij, beschikkingsvrij en administratief luwer de zorg voor onze Gorinchemse jeugdigen en hun gezinnen (en netwerk) vorm te geven.

De POH-Jeugd GGZ (Jeugdmodule professionals) binnen het project JNV hebben hun target (72) van het aantal te helpen jeugdigen/gezinnen in het afgelopen jaar ruimschoots behaald (124). Uit de registraties over de verschillende type trajecten, is ook duidelijk te zien dat (inhoudelijk) geboden wordt wat beoogd werd met de POH-Jeugd GGZ; het ondersteunen van huisartsen bij triage, het bieden van consulatie en advies en het zelf bieden van lichte GGZ zorg aan jeugdigen (en hun gezinnen). Dit met als doelstelling dat er minder doorverwezen hoeft te worden naar de Regionale ZorgMarkt (RZM) en als er toch doorverwezen moest worden, de uitgebreidere triagemogelijkheden van de POH-jeugd GGZ heeft gezorgd voor een zo passend mogelijke verwijzing.

Een meer financieel gedreven doelstelling van JNV was het terugdringen van de kosten van de RZM. Met de inzet van beschikkingsvrije jeugdhulp aan de voorkant (JNV) beoogt de gemeente Gorinchem de inzet van geïndiceerde jeugdhulp (vijf specifieke producten binnen Segment 4: specialistisch veelvoorkomende zorg) vanuit de RZM terug te dringen. Het terugdringen van het gebruik van (zware/duurdere vormen van) jeugdhulp, door meer in te zetten op lokale, lichte, beschikkingsvrije ambulante jeugdhulp kost tijd. JNV kent voornamelijk op (middel)lange termijn (financiële) effecten. De inzet van JNV kost direct geld, maar bespaart later kosten door minder en/of lagere RZM declaraties. De kosten voor JNV en de besparing in de RZM vallen daarmee niet (volledig) in dezelfde periode. Daarom wordt in deze rapportage voor de latere besparing RZM uitgegaan van gemiddelde kosten die op basis van eerdere jaren te verwachten zouden zijn voor de jeugdigen die nu vanuit JNV worden geholpen. De besparingen betreffen daardoor onderbouwde ramingen. De inzet van jeugdhulp kent van nature een grillig verloop en de verwerking van declaraties binnen de RZM kent een zekere doorlooptijd. Hierdoor is voorzichtigheid geboden bij het trekken van conclusies over oorzaak en gevolg.

Dat gezegd hebbende, zien we in het eerste jaar van JNV (14 maanden) een, bij de oorspronkelijke doelstelling van JNV, passende ontwikkeling: Er zijn (124+99=) 223 jeugdigen/gezinnen geholpen vanuit JNV; RZM: Het aantal jeugdige waarvoor gedeclareerd wordt en het gemiddeld gedeclareerde bedrag daalt; De instroom bij de vijf specifieke producten in segment 4 is met 24-32% afgenomen wat resulteert in een netto besparing van JNV (de JNV kosten zijn er dan dus al af) van tussen de €34.836 en €159.774. Aangezien we met conservatieve indicatoren hebben gewerkt, kunnen we de aanname doen dat de besparing eerder aan de bovenkant van dit bereik zit dan aan de onderkant. Gemiddeld kunnen we concluderen met JNV op de korte termijn/in het eerste jaar ongeveer €100.000 te hebben bespaard.

De kwalitatieve effecten zijn gebaseerd op de verhalen van de cliënten (citaten van cliënten) en op de verhalen van de JNV professionals (kwalitatieve opbrengsten). De jeugdigen/gezinnen noemen verschillende positieve effecten van JNV; snelle start, maatwerk, samenwerking met andere partijen zoals school en het gevoel hebben echt gehoord en geholpen te worden. Daarnaast hebben de professionals zelf nog verschillende (niet te kwantificeren, maar inhoudelijk wel waardevolle) effecten van JNV genoemd zoals sneller zicht op achterliggende problematiek, minder bureaucratie en overdrachtsmomenten en het versterken van de triage vanuit huisartsen. Er wordt regionaal gekeken hoe gekomen kan worden tot een nog vollediger beeld van de ervaringen van cliënten.

Op basis van de uitkomsten van deze evaluatie, die zowel kwantitatief (financieel/cijfermatig) als kwalitatief positieve effecten laat zien, en de verwachtingen aan ons als gemeente genoemd in de Hervormingsagenda Jeugd, is het aan te raden het project JNV structureel te gaan borgen in ons sociaal team. Dit zal gebeuren middels de aankomende aanbesteding van het sociaal team in 2024 waardoor het zelf verlenen van hulp (Jeugd- en Gezinshulp) en de stevige verbinding huisarts-jeugdzorg gewaarborgd blijft (POH-Jeugd GGZ).

2

De gemeente Gorinchem heeft het Integraal Sociaal Beleid (ISB) vastgesteld. Binnen dit beleid staat onder andere goede zorg en ondersteuning voor onze (kwetsbare) inwoners centraal. De basis voor het ISB is het concept ‘Positieve Gezondheid’.1 Positieve Gezondheid is een andere manier van kijken: niet vanuit wat iemand niet kan maar juist vanuit wat iemand nog wel kan. De gemeente Gorinchem verwacht van de (jeugd)professionals, werkzaam in het lokale sociaal team, dat zij werken vanuit dit gedachtegoed. Het sociaal team (de jeugdprofessionals) heeft de volgende hoofdtaken; toegang, toeleiding, gezinsregie en jeugd- en gezinshulp. Aan deze vierde taak heeft het sociaal team in de afgelopen jaren in beperkte mate uitvoering gegeven. Zij bieden zelf (lichte) ambulante jeugdhulp in de vorm van een algemene voorziening. Wij zijn echter als regio, maar ook lokaal en met ons sociaal team, tot de conclusie gekomen dat het raadzaam is om deze dienstverlening op dit gebied uit te breiden. Dit doen we onder de noemer Jeugdhulp Naar Voren (JNV). Het doel van JNV is om laagdrempelig, dichtbij, snel en efficiënt passende hulpverlening in te zetten. Op deze manier kan voorkomen worden dat kinderen/gezinnen een beroep moeten doen op specialistische (geïndiceerde) jeugdhulp. Hierdoor kunnen de kosten voor geïndiceerde zorg teruggedrongen worden.

In de loop van 2022 is dan ook het project JNV, met goedkeuring van onze raad, gestart. Ambulante jeugdhulp in de vorm van een algemene voorziening past binnen Segment 4, en in het bijzonder segment 4A, van ons regionale inkoopkader (ingegaan op 1-1-2022). Het gaat dan om producten die we in het oude inkoopkader schaarden onder de percelen Jeugd- en Opvoedhulp (J&O) en Basis GGZ (BGGZ). Concreet bestaat het aanbod van ambulante jeugdhulp in de vorm van een algemene voorziening uit: • preventieve begeleiding • preventieve jeugd- en opvoedhulp in het gezin en het netwerk van de jeugdige • preventieve psychologische hulp en ondersteuning Er ligt een duidelijke verbinding met de hoofdtaak toegang en toeleiding. Binnen de toegangstaak wordt gekeken of inzet van ambulante jeugdhulp in de vorm van een algemene voorziening door onze eigen Jeugd- en gezinsprofessionals (JNV) passend is. Indien dit aanbod passend is, wordt geen beschikking afgegeven voor een individuele voorziening en vindt er dus geen toeleiding plaats naar de regionale zorgmarkt (RZM).

De doelstellingen van JNV zijn: • Optimaal gebruik maken van de mogelijkheden van het lokale voorveld; • Gezinnen ondersteunen en helpen richting zelfstandig functioneren door praktische ondersteuning; • Jeugdigen en ouders inzicht geven in de effecten van het eigen functioneren. De professional kan handvatten geven om dit bij te sturen. Bijvoorbeeld door te normaliseren binnen het gezin waardoor gedrag en handelen van jeugdigen beter begrepen en aangestuurd worden binnen het gezin; • Verbeteren van onderlinge samenwerking tussen betrokken organisaties; • Verminderen van indicatiestellingen en bureaucratisering; • Afname van het beroep op vormen van lichte ambulante jeugdhulp met beschikking veroorzaakt door een passende substitutie als vrij toegankelijke jeugdhulp; • Afname van het beroep op duurdere vormen van individuele jeugdhulp met beschikking, middels het creëren van een stevige vervanging voor de duurdere, specialistische jeugdhulp; • Vermindering van administratieve lasten voor de jeugdprofessionals (onder andere beperken van beschikkingen en facturenadministratie); • Meer lokale mogelijkheden voor afschalen vanuit de geïndiceerde specialistische jeugdhulp.

1

Overigens zijn de pijlers van positieve gezondheid niet alleen de basis voor het Sociaal Domein beleid. Ze gelden voor al het gemeentelijk beleid. Meer informatie zie https://iph.nl/positieve-gezondheid/wat-is-het. 3

JNV wordt vormgegeven op twee manieren;

Het sociaal team is uitgebreid met Jeugd & Gezinsprofessionals. Zij hebben specifieke taken binnen het sociaal team. Ze werken met een beperkte caseload, bieden zelf hulpverlening aan ouders en jeugdigen, geven trainingen en voeren regie op inhoud bij de casussen waarin ze zelf hulpverlenen. Deze hulpverlening kunnen zij individueel bieden of groepsgericht aan de jeugdigen en hun ouders. Door de data-analyses op zorginzet vanuit de RZM over vorige jaren en de gesprekken met elkaar weten we dat deze Jeugd- en Gezinsprofessionals jeugd- en opvoedhulp zouden moeten bieden op de volgende gebieden: o Opvoedondersteuning ouders (en netwerk) o

Begeleiding jeugdige (LVB-doelgroep en lichte GGZ)

De Jeugd- en Gezinsprofessionals verwijzen zelf niet door naar de RZM. Hun collega’s van het sociaal team doen dit wel en voeren regie op de casussen.

Met de term ‘POH- Jeugd GGZ’ wordt de PraktijkOndersteuner Huisartsen, specifiek voor Jeugd GGZ hulpvragen, bedoeld. In de volksmond van het sociaal team wordt dit ‘De Jeugdmodule’ genoemd. We hebben met elkaar geconstateerd dat de huisarts binnen segment 4 (voornamelijk naar GGZ hulpverlening) een belangrijke verwijzer is. We willen investeren in het verstevigen van de huisartsenroute en met elkaar de Jeugdmodule (POH-jeugd GGZ) door ontwikkelen. Ook de huisartsen in de gemeente Gorinchem hebben deze wens uitgesproken. Er is daarom vanuit JNV een uitbreiding gerealiseerd van het aantal FTE POH-jeugd GGZ binnen de gemeente Gorinchem; van 1 FTE naar 2 FTE (zie hieronder voor de verdere financiële onderbouwing). De POH-jeugd GGZ wordt geacht verschillende taken op te pakken, in samenwerking met alle huisartsenpraktijken in Gorinchem; -

Het aanspreekpunt vanuit het Sociaal Team zijn voor huisartsen; Het bieden van consultatie en advies aan huisartsen ten aanzien van jeugdhulpvragen; Het op verzoek van de huisarts doen van triage (huisbezoek en evt. toeleiding) bij gezinnen die zich melden bij de huisarts; Het uitvoeren van (lichte) GGZ behandeling aan jeugdigen die zich melden bij de huisarts.

Het project JNV bestaat dus uit twee onderdelen; 1) Jeugd- en Gezinsprofessionals 2) POH-jeugd GGZ Deze twee onderdelen verschillen qua uitvoering in de praktijk en zullen daarom daar waar nodig los van elkaar geëvalueerd. Afspraken caseload -

Jeugd- en Gezin professionals: 96 casussen per jaar

-

POH-jeugd GGZ: 36 casussen per jaar per professional (dus 72 casussen in totaal)

De goedkeuring vanuit de raad voor JNV was er in februari 2022. Hierna is het wervingsproces gestart en vanaf april 2022 zijn de eerste professionals in het sociaal team gestart vanuit het project JNV (Jeugden Gezinsprofessionals). In juni 2022 waren alle vacatures pas vervuld. De te evalueren periode is van april 2022 tot en met mei 2023. Het gaat dus om een periode van 14 maanden. De analyses op de ontwikkelingen binnen de RZM zullen daarom plaatsvinden over de periode april 2022 – mei 2023 (14 maanden) in vergelijking met de periode februari 2021 – maart 2022 (14 maanden). De investering voor JNV is als volgt; -

in 2022 (9 maanden): €402.763, -

-

in 2023 (5 maanden): €247.219,-

De totale investering voor de eerste 14 maanden JNV bedraagt dus €649.982,-. Deze kosten zijn gedekt vanuit de extra Rijksmiddelen voor Jeugdzorg die we in 2022 en 2023 hebben ontvangen.

4

Bij de start van het project JNV hebben we afspraken gemaakt over monitoring. Tijdelijke en tegelijkertijd noodzakelijke afspraken zijn gemaakt om het effect van JNV in kaart te brengen en zo, indien nodig, bij te kunnen sturen. Om goed zicht te krijgen op het effect van JNV moeten we namelijk niet alleen kijken naar de achterkant (de RZM) maar moeten we ook aan de voorkant monitoren (sociaal team). Daarom zijn er met het sociaal team registratie-afspraken gemaakt. Om het project JNV te monitoren hebben we dus twee databronnen waar we gebruik van maken; 1) Registratielijst JNV Sociaal Team Gorinchem 2) Dashboard SOJ aangaande de RZM

We starten met kijken naar wat de data vanuit de registratielijst JNV, en de verhalen erachter vanuit het Sociaal Team, ons vertellen. Daarna kijken we naar wat we zien gebeuren in de RZM. Dit doen we voor beide onderdelen van JNV; Jeugd- en Gezinsprofessionals en POH-jeugd GGZ (Jeugdmodule). In het algemeen moeten we stellen dat JNV een project is wat voornamelijk middellange tot lange termijn (financiële) effecten heeft. Met het vroegtijdig en dichtbij inzetten van lichte ambulante hulp trachten we te realiseren dat de jeugdigen en hun ouders op de (middel)lange termijn minder zware jeugdhulp nodig hebben vanuit de RZM. Het uiteindelijke (financiële) effect van JNV zal dus pas op een later moment zichtbaar worden. In deze evaluatie trachten we de korte termijn effecten toch ook inzichtelijk te maken; zowel kwantitatief (financieel) als kwalitatief. Om het kwantitatieve (financiële) korte termijn effect in kaart te brengen kunnen we naar verschillende ontwikkelingen kijken: -

We kijken naar de gestarte JNV trajecten en zetten de gemaakte JNV kosten af tegen de geprognosticeerde alternatieve (toekomstige) RZM kosten als deze jeugdigen/gezinnen waren doorverwezen naar de RZM.

-

We brengen de ontwikkelingen rondom de declaraties in het afgelopen jaar in kaart.

-

En uiteindelijk zullen we kijken naar het effect van JNV op de instroom van nieuwe jeugdigen binnen de RZM.

Op deze manieren kunnen we het korte termijn financiële effect in beeld brengen.

In het jaar 2022 is er veel gebeurd en veranderd. Zo is er sinds 2022 sprake van:

- Nieuwe inkoop van jeugdhulp (Trendbreuken door verschuiving van producten, nieuwe producten, voor 2022 producten in percelen en na 2022 producten in segmenten, normenkader); - Wijziging Wet woonplaatsbeginsel (voor sommige jeugdigen zijn we nu plots wel of niet meer verantwoordelijk). Dit is van invloed op de data en dus de informatie die we kunnen verzamelen. Deze factoren beïnvloeden de indicatoren waarmee we het effect van JNV in kaart kunnen brengen. Hier dienen we rekening mee te houden bij het analyseren van de data en het duiden van de cijfers. NB: analyse van de in- en uitstroom cijfers als gevolg van de wijziging Wet Woonplaatsbeginsel vanaf 2022 laat zien dat dit voor Gorinchem nauwelijks effect heeft gehad op de diensten waar we met JNV invloed op proberen uit te oefenen (aantal jeugdigen per saldo in- en uitstroom: -1) . We kunnen het effect van deze wijziging voor JNV dus als nihil beschouwen.

5

Wat zien we in de data? - Registratielijst JNV Sociaal Team

Aantal trajecten

Aantal afgesloten trajecten

Gemiddelde duur afgesloten trajecten (in dagen)

Gemiddeld aantal contacturen afgesloten trajecten (in uren)

99

49

210

52

In totaal zijn sinds de start van JNV 99 trajecten gestart vanuit de Jeugd- en Gezinsprofessionals. Als minimale doel hadden we 96 trajecten per jaar gesteld. Dit aantal is dus behaald. Sinds de start van JNV zijn in het afgelopen jaar reeds 49 trajecten afgesloten. De gemiddelde duur van een afgesloten traject bedraagt 210 dagen wat overeenkomt met ongeveer zeven maanden. Het gemiddeld aantal contacturen van de afgesloten trajecten bedraagt 52 uur per traject.

Leeftijdscategorie

Aantal jeugdigen

0-4 jaar

4

4-8 jaar

24

8-12 jaar

31

12-16 jaar

28

16-18 jaar

12

Leeftijd jeugdigen 35 30 25 20 15 10 5 0 0-4 jaar

4-8 jaar

8-12 jaar

12-16 jaar

16-18 jaar

De meeste jeugdigen waren bij de start van het traject tussen de 4 en 16 jaar oud. Slechts een klein aantal jeugdigen was jonger dan 4 jaar of ouder dan 16 jaar.

6

Type problematiek jeugdige

Aantal

5. Emotionele problemen

43

2. Psychiatrische problematiek: ASS

18

1. IQ: (L)VB

10

2. Psychiatrische problematiek: AD(H(D)

9

2. Psychiatrische problematiek: Hechting

6

2. Psychiatrische problematiek: Trauma

4

2. Psychiatrische problematiek: Anders

3

1. IQ: Hoogbegaafdheid

2

3. Lichamelijke problematiek

1

4. Sociale problemen (beperkt sociaal netwerk, problemen met het sociale netwerk)

1

2. Psychiatrische problematiek: Angsten/dwanghandelingen

1

3. Lichamelijke problematiek, namelijk (opmerkingen)

1

Totaal

99

Bij de meeste jeugdigen was er sprake van emotionele problemen. In de toelichting zien we bij emotionele problemen deze specificaties terugkomen: Rouwverwerking/Rouw en verlies Omgaan met (vecht)scheiding Puberteit (On)veiligheid Ook problemen gerelateerd aan een autismespectrum stoornis (ASS), (licht) verstandelijke beperking ((L)VB) en aandachtstekortstoornissen (AD(H)D) komen geregeld voor.

Type problematiek ouder(s)

Aantal

6. Gezinsomstandigheden: Opvoedvraag/problemen

70

8. Gezinsomstandigheden: Scheidingsproblematiek

6

5. Emotionele problemen

5

2. Psychiatrische problematiek: ASS

4

9. Gezinsomstandigheden: Onveilige opvoedsituatie

3

1. IQ: (L)VB

3

2. Psychiatrische problematiek: Anders

2

2. Psychiatrische problematiek: Hechting

2

3. Lichamelijke problematiek, namelijk (opmerkingen)

1

2. Psychiatrische problematiek: Depressie

1

6. Opvoedvraag/ problemen

1

2. Psychiatrische problematiek: Trauma

1

Eindtotaal

99

Bij ouders was er veelal sprake van opvoedvragen/problemen. Ook scheidingsproblematiek en psychiatrische problematiek bij de ouder was geregeld onderdeel van de hulpvraag. 7

De Jeugd- en Gezinsprofessionals hebben tevens geregistreerd naar welke zorgaanbieder uit de RZM het gezin doorverwezen had moeten worden als zij vanuit het project JNV dit gezin niet zelf hadden kunnen ondersteunen; Alternatieve zorgaanbieder RZM

Aantal

Stichting Enver

61

ASVZ

11

Boba Groep BV

11

Stichting Yulius

3

Psychologenpraktijk Perspectief

2

Psychofysiek

2

PLAN Psychologie B.V.

2

De Viersprong

2

Basic Trust B. V.

1

ABA Huis B.V.

1

De Schatkist

1

Syndion

1

Maatwerk (niet gecontracteerde ZA: Maatzorg de Linge)

1

Eindtotaal

99

We zien dat er als alternatief voornamelijk doorverwezen zou zijn naar Stichting Enver. Ook de ASVZ en de Boba groep BV wordt regelmatig genoemd als aanbieder waarnaar anders doorverwezen zou zijn.

Alternatieve zorginzet RZM

Aantal

4 Specialistisch Veel Voorkomend: Begeleiding specialistisch

87

1 Hoogspecialistisch: Gezinsbehandeling

7

4 Specialistisch Veel Voorkomend: Begeleiding regulier

4

4 Specialistisch Veel Voorkomend: GGZ Specialistisch

1

Eindtotaal

99

Als de gezinnen niet ondersteund hadden kunnen worden vanuit het project JNV, zien we dat er hoofdzakelijk doorverwezen zou zijn naar zorg vanuit segment 4. Dat is logisch en wenselijk want specifiek hiervoor is JNV opgezet. Het gaat hoofdzakelijk om het product begeleiding specialistisch. Wanneer we gaan kijken naar de instroom in de RZM is het verstandig om dan ook in te zoomen op deze bovengenoemde producten. Dit gebeurt in Hoofdstuk 6.

8

Wat zien we in de data? - Registratielijst JNV Sociaal Team Aantal trajecten

Aantal afgesloten trajecten

Gemiddelde duur afgesloten trajecten (in dagen)

Gemiddeld aantal contacturen afgesloten trajecten (in uren)

124

84

82

7

In totaal zijn sinds de start van JNV (voor de POH-Jeugd GGZ sinds 01-05-2022) 124 trajecten gestart vanuit de twee POH-Jeugd GGZ (Jeugdmodule). Als minimale doel hadden we per POH-Jeugd GGZ per jaar 36 casussen (in totaal dus 72). Dit aantal is ruimschoots behaald. Sinds de start van de extra POH-Jeugd GGZ zijn al 84 trajecten afgesloten. De gemiddelde duur van een afgesloten traject bedraagt 82 dagen wat overeenkomt met ongeveer 2,5 – 3 maanden. Het gemiddeld aantal contacturen van de afgesloten trajecten bedraagt 7 uur per traject. De gemiddelde duur en het aantal contacturen verschilt echter sterk per type traject wat de POH-Jeugd GGZ heeft uitgevoerd. Hieronder wordt dit nader weergegeven.

Type traject POH-Jeugd GGZ (Jeugdmodule)

Aantal trajecten

Afgesloten

Verbinding sociaal team en (huis)arts

2

2

Triage (op verzoek van (huis)arts)

15

12

Consultatie en advies

23

21

Zelf hulpverlenen (incl. diagnostiek en motivatietraject)

84

49

Gemiddeld eindtotaal

124

84

De POH-Jeugd GGZ (Jeugdmodule) voert hoofdzakelijk trajecten uit waarbij ze zelf hulpverlenen (70% van het totaal aantal trajecten en 58% van de afgesloten trajecten). Het gaat dan om lichte/basis GGZhulpverlening.

Type traject POH-Jeugd GGZ (Jeugdmodule)

Gemiddelde duur traject (in dagen)

Consultatie en advies

2

Verbinding sociaal team en (huis)arts

12

Triage (op verzoek van (huis)arts)

64

Zelf hulpverlenen (incl. diagnostiek en motivatietraject)

125

Gemiddeld eindtotaal

82

De gemiddelde duur van een traject bedraagt 82 dagen maar te zien is dat een gemiddeld traject gericht op consultatie, advies en verbinding een stuk korter duurt (2-12 dagen), triage iets korter dan het gemiddelde van 82 dagen (64 dagen, +/- 2 maanden) en zelf hulpverlenen een stuk langer, namelijk 125 dagen (+/- 4 maanden).

9

Type traject

Gemiddelde aantal contacturen

Consultatie en advies

1

Verbinding sociaal team en (huis)arts

2

Triage (op verzoek van (huis)arts)

4

Zelf hulpverlenen (incl. diagnostiek en motivatietraject) Eindtotaal

11 7

De spreiding van het totaal aantal contacturen bij type traject ‘zelf hulpverlenen’ varieert sterk; van 2 tot 31 uur per traject. Dit is echter passend bij de diversiteit van deze trajecten in de praktijk. Daar waar het de ene keer gaat om een motivatietraject richting gespecialiseerde hulp, gaat het een volgende keer om de eerste opvang van een jeugdige na een trauma of om een (Basis) GGZ traject gericht op bijvoorbeeld angst of somberheid.

Leeftijdscategorie

Aantal jeugdigen

5 18 28 46 27

0-4 jaar 4-8 jaar 8-12 jaar 12-16 jaar 16-18 jaar

Leeftijd jeugdigen 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0 0-4 jaar

4-8 jaar

8-12 jaar

12-16 jaar

16-18 jaar

De meeste jeugdigen waren bij de start van het traject tussen de 12 en 16 jaar oud. De groep jeugdigen met een leeftijd tussen de 8 en 12 jaar en tussen de 16 en 18 jaar was ook groot. De POH-Jeugd GGZ behandelt dus veelal vragen over de wat oudere jeugd. Zij geven echter aan de laatste maanden de groep jonge jeugdigen (0-4 jaar en 4- 8 jaar) te zien groeien.

10

Type problematiek jeugdige

Aantal

2. Psychiatrische problematiek: Anders

25

2. Psychiatrische problematiek: Trauma

19

2. Psychiatrische problematiek: Angsten/dwanghandelingen

16

5. Emotionele problemen

13

2. Psychiatrische problematiek: Depressie

13

2. Psychiatrische problematiek: AD(H(D)

12

2. Psychiatrische problematiek: ASS

8

2. Psychiatrische problematiek: Hechting

5

4. Sociale problemen (beperkt sociaal netwerk, problemen met het sociale netwerk)

3

3. Lichamelijke problematiek, namelijk (opmerkingen)

3

1. IQ: Hoogbegaafdheid

3

2. Psychiatrische problematiek: Eetproblematiek

2

Geen hulpvraag kind (kind 1 jaar, ouders opvoedvragen)

1

1. IQ: (L)VB

1

Eindtotaal

124

Bij de meeste jeugdigen was er sprake van psychiatrische problemen. Het gaat dan voornamelijk om problemen gerelateerd aan trauma, angst/dwang, AD(H)D, depressie en ASS. Ook zien we veel emotionele problemen terugkomen. In de toelichting zien we bij emotionele problemen deze specificaties terugkomen: Zelfbeeld Stemming (somberheid) Systeemproblematiek

De professionals van de Jeugdmodule (POH-Jeugd GGZ) geven aan het lastig te vinden om voor elk traject aan te geven naar welke specifieke zorgaanbieder verwezen zou worden en welk zorgproduct er anders ingezet zou zijn. Ook omdat zij niet altijd trajecten draaien waarmee ze zorg vanuit de RZM voorkomen. Soms draaien ze juist een traject ter overbrugging naar de specialistische GGZ (SGGZ) (in verband met wachtlijsten daar), om triage uit te voeren op zoek naar de best passende zorg of om de jeugdige te motiveren voor zorg vanuit de SGGZ aanbieder die de jeugdige echt nodig heeft. Over het algemeen geven de professionals aan dat de jeugdigen anders doorverwezen waren naar een GGZ aanbieder, zoals Psychologenpraktijk Perspectief, Stichting Yulius, Parnassia Groep en PLAN Psychologie. De zorg die dan ingezet zou zijn gaat voornamelijk om Generalistische GGZ (Basis GGZ). We zien echter ook een opvallende afname binnen het product specialistische GGZ (rekening houdend met de verschuiving van bepaalde vormen van SGGZ-zorg van segment 4 naar segment 1, zie hoofdstuk 6). Om die reden wordt naast BGGZ ook gekeken naar SGGZ.

11

Welke effecten van JNV zien we op de RZM? Een meer financieel gedreven doelstelling van JNV was het terugdringen van de kosten van de Regionale Zorgmarkt (RZM). Met de inzet van jeugdhulp aan de voorkant beoogt de gemeente Gorinchem de inzet van geïndiceerde jeugdhulp vanuit de RZM binnen de gemeente terug te dringen. Meer specifiek wil de gemeente met JNV de inzet van de producten binnen Segment 4 (specialistisch veelvoorkomende zorg) uit de RZM terugdringen. Het terugdringen van het gebruik van (zware/duurdere vormen van) jeugdhulp, door meer in te zetten op lokale, lichte, beschikkingsvrije ambulante jeugdhulp kost tijd. JNV kent voornamelijk op (middel)lange termijn (financiële) effecten. De inzet van JNV kost direct geld, maar bespaart later kosten door minder en/of lagere RZM declaraties. De kosten JNV en de besparing RZM vallen daarmee niet in dezelfde periode. Daarom wordt in deze rapportage voor de latere besparing RZM uitgegaan van gemiddelde kosten die op basis van eerdere jaren te verwachten zouden zijn voor de jeugdigen die nu in de JNV worden geholpen. De besparingen betreffen daardoor onderbouwde ramingen. De inzet van jeugdhulp kent van nature een grillig verloop en de verwerking van declaraties binnen de RZM kent een zekere doorlooptijd. Hierdoor is voorzichtigheid geboden bij het trekken van conclusies over oorzaak en gevolg.

In deze eindevaluatie brengen we de nu reeds zichtbare (korte termijn) ontwikkelingen in kaart. Het verwachtte effect van JNV is dat er minder verwezen wordt naar de RZM en specifiek naar segment 4. De professionals van JNV hebben vijf producten vanuit segment 4 van de RZM genoemd welke anders ingezet zouden zijn als zij niet de jeugdigen/gezinnen hadden kunnen helpen vanuit JNV. Het gaat om deze vijf producten uit segment 4: 1. 2. 3. 4.

Begeleiding regulier Begeleiding specialistisch Generalistische GGZ/Basis GGZ Gezinsbehandeling

5.

Specialistische GGZ (inclusief hoogspecialistische GGZ)

De laatste twee producten behoeven wat uitleg. Zo valt het product Gezinsbehandeling niet onder segment 4 maar onder segment 1. De professionals schatten echter wel in dat dit bij sommige casussen een product uit de RZM was geweest dat anders was ingezet. Rondom specialistische GGZ heeft er sinds de nieuwe inkoop per 2022 een verschuiving plaatsgevonden. Sommige vormen van zorg zijn sinds 1-1-2022 gaan vallen onder hoogspecialistische GGZ (segment 1) in plaats van, wat eerder het geval was, onder specialistische GGZ (segment 4). Om die reden worden analyses over de ontwikkelingen in de specialistische GGZ uitgevoerd op zowel het product specialistische GGZ (segment 4) als het product hoogspecialistische GGZ (segment 1). Dit om te voorkomen dat we de afname van specialistische GGZ in segment 4 enkel toeschrijven aan het effect van JNV. Door de instroom bij het product hoogspecialistische GGZ (segment 1) hierin mee te nemen compenseren we voor het effect van de inkoop en kunnen we zuiverder het effect van JNV in kaart brengen. We zullen het effect van JNV op verschillende manieren in beeld brengen om een zo volledig en zuiver mogelijk beeld te geven. We zullen dit doen op basis van: De ontwikkelingen op het gebied van de declaraties RZM -

De lokale registraties van de JNV professionals

-

De ontwikkelingen op het gebied van instroom RZM

Om het effect van JNV op de RZM in kaart te brengen vergelijken we steeds een periode van 14 maanden; februari 2021-maart 2022 (er was nog geen JNV) en april 2022- mei 2023 (er was wel JNV).

12

Sinds de start van JNV zien we voor bovengenoemde vijf producten al een voorzichtige ontwikkeling. Zowel wat betreft de aantallen als de kosten. We dienen nog steeds rekening te houden met vertraagde/achterblijvende declaraties maar er is ten aanzien van de declaraties wel een dalende trend te zien die toegeschreven kan worden aan de effecten van JNV. Hieronder geven we deze ontwikkelingen weer.

We zien voor bovenstaande vijf producten een licht dalende trend qua aantal cliënten waarvoor gedeclareerd wordt;

Aantal jeugdigen 350 300 250 200 150 100 50

mei-23

apr-23

mrt-23

feb-23

jan-23

dec-22

nov-22

okt-22

sep-22

jul-22

aug-22

jun-22

apr-22

mei-22

mrt-22

jan-22

feb-22

dec-21

okt-21

nov-21

sep-21

jul-21

aug-21

jun-21

mei-21

apr-21

feb-21

mrt-21

0

Als we kijken naar het gemiddeld aantal cliënten waarvoor gedeclareerd werd in de periode voor JNV in vergelijking met de periode met JNV zien we het volgende; Periode

Gemiddeld aantal cliënten per maand

februari 2021-maart 2022

262

april 2022-mei 2023

246

Absoluut verschil

Verschil (%)

-16

-6%

Er is sprake van een daling van 6% van het aantal cliënten waarvoor gedeclareerd wordt.

13

We zien voor bovenstaande vijf producten ook een dalende trend voor wat betreft de gedeclareerde kosten per maand;

Gedeclareerde kosten 300.000 250.000 200.000 150.000 100.000 50.000

apr-23

mei-23

mrt-23

jan-23

feb-23

dec-22

nov-22

okt-22

sep-22

jul-22

aug-22

jun-22

apr-22

mei-22

mrt-22

jan-22

feb-22

dec-21

nov-21

okt-21

sep-21

jul-21

aug-21

jun-21

apr-21

mei-21

feb-21

mrt-21

jan-21

0

Als we kijken naar de gemiddeld gedeclareerde kosten per maand in de periode voor JNV in vergelijking met de periode met JNV zien we het volgende; Periode

Gemiddeld gedeclareerde kosten per maand

februari 2021-maart 2022

€216.422

april 2022-mei 2023

€189.984

Absoluut verschil per maand

Verschil (%)

€-26.438

-12%

We kunnen dit echter niet kwantificeren naar een daadwerkelijke besparing omdat we rekening dienen te houden met: 1) 2)

Achterblijvende/vertraagde declaraties (en het bedrag van periode 2 en in veel mindere mate periode 1 wat nog kan wijzigen); Het feit dat JNV een preventieve doelstelling heeft en hierdoor pas op de langere termijn effect sorteert (in de vorm van minder jeugdigen die zorg vanuit de RZM nodig hebben omdat ze eerder en dichtbij ondersteund zijn vanuit JNV en hierdoor dus niet ernstigere problemen ontwikkelen die later leiden tot zorginzet vanuit de RZM).

14

Het is mogelijk om het effect van JNV op de RZM te bekijken vanuit de registraties van de JNV professionals in het sociaal team. Zij hebben de afgelopen maanden structureel een registratie bijgehouden over hoeveel cliënten, met wat voor type zorgvraag en alternatieve zorginzet, zij geholpen hebben. De volgende indicatoren zijn gebruikt om tot een kwantificering van de besparing in de RZM te komen; Het uurtarief 2023 voor de producten -

Het gemiddeld aantal ingezette eenheden per traject (minuten) wat de afgelopen jaren (sinds 2019) werd ingezet per product.

NB: Ook niet afgesloten trajecten zitten hierin (en bepalen dus het gemiddeld aantal eenheden) waardoor deze waarde aan de “lage” kant is. Dit is daarom een conservatieve benadering. Wanneer we alleen rekening houden met afgesloten trajecten zal het gemiddeld aantal eenheden stijgen en de berekende besparing toenemen. Het in kaart gebrachte financiële effect is dus ook een conservatieve uitkomst welke in werkelijkheid waarschijnlijk hoger zal zijn. Door het gemiddeld aantal ingezette eenheden per traject te vermenigvuldigen met het aantal trajecten, kunnen we de theoretisch bespaarde eenheden bepalen. Deze zullen we vervolgens vermenigvuldigen met de in het huidige inkoopkader vastgestelde uurtarief 2023, om de theoretisch bespaarde kosten te bepalen. Met behulp van bovenstaande indicatoren kunnen we de bespaarde kosten RZM bepalen en uiteindelijk de netto theoretische besparing van JNV; Product

Aantal gestarte casussen JNV die anders via de RZM dit product zouden ontvangen, April 2022 - Mei 2023

Gemiddeld ingezette eenheden (minuten) per traject

Theoretisch bespaarde eenheden (minuten)

Uurtarief 2023

Theoretisch bespaarde kosten

Begeleiding specialistisch

87

4.809

418.383

€100

€699.397

Gezinsbehandeling

7

3.228

22.596

€88

€33.322

Begeleiding regulier

4

7.710

30.840

€74

€38.154

GGZ Specialistisch

1

4.340

4.340

€123

€8.876

124

1.440

178.560

€108

€321.319

Generalistische GGZ/Basis GGZ Eindtotaal

223 (99+ 124)

Bespaarde kosten RZM

€1.101.067,45

Kosten JNV

€649.982,00

Netto besparing

€-451.085,45

654.719

€1.101.067

Als we hiervan uit gaan, zou JNV een netto besparing hebben opgeleverd van € 451.085,45. Deze kwantificering achten we echter te rooskleurig omdat: de POH-Jeugd GGZ niet alleen maar zelf hulp heeft verleend (en dus niet 124 keer BGGZ vanuit de RZM heeft afgevangen) maar ook andere typen casussen heeft gehad zoals triage, consult en advies wat soms juist heeft geleid tot een (goed passende) verwijzing naar de RZM. -

Ook de Jeugd- en Gezinsprofessionals hebben (een zeer klein aantal) casussen gedraaid die vervolgens toch naar de RZM zijn gegaan omdat er bijvoorbeeld een wachtlijst was of er later toch ernstigere/andere problemen bleken te spelen (zie hoofdstuk 7).

-

Er ook nog niet afgesloten casussen zitten tussen de 223 gestarte casussen vanuit JNV.

Het is daarom zuiverder om te kijken naar de ontwikkelingen op het gebied van de instroom in de RZM en hiermee de besparing te kwantificeren. 15

Hierboven hebben we de besparing van JNV in beeld gebracht door te kijken naar de declaraties en naar de door JNV gestarte casussen. De besparingen zin theoretisch. Het feitelijke effect van JNV verwachten we als eerste te zien in de instroomcijfers binnen de RZM. Daarom is het zinvol om de besparing van JNV te bepalen aan de hand van de instroomcijfers. Het verwachtte effect van JNV is dat er minder verwezen wordt naar de RZM en specifiek naar segment 4 en voor bovengenoemde producten. Dit zou moeten leiden tot minder instroom van nieuwe jeugdigen. In deze eindevaluatie kijken we daarom heel specifiek naar de instroom: 1. Binnen de gemeente Gorinchem 2. In Segment 4 3. Bij de bovengenoemde specifieke producten (de meest voorkomende producten genoemd als alternatief RZM).

Als we de beide periodes vergelijken zien we de volgende instroomcijfers voor de gemeente Gorinchem (aantal jeugdigen): Periode

Instroom

Daling/stijging (%)

februari 2021 - maart 2022

264

-

april 2022 - mei 2023

260

-2%

We zien in de periode met JNV ten opzichte van de periode zonder JNV een lichte daling van 2% in de instroom. JNV zou zijn effect moeten hebben op segment 4.

Periode

Instroom

Daling/stijging (%)

februari 2021 - maart 2022

201

-

april 2022 - mei 2023

228

13%

Binnen segment 4 zien we echter juist een stijging (+13%) in plaats van een daling. In segment 4 zitten echter veel meer producten dan waar ons project JNV invloed op heeft. Denk aan diagnostiek, vaktherapie en Forensische GGZ. Daarnaast heeft ook de nieuwe inkoop per 2022 en de wijziging van de wet woonplaatsbeginsel hier invloed op gehad (zie hoofdstuk 3). Daarom is het goed om specifieker te gaan kijken binnen segment 4 en dus naar de vijf specifieke producten waar de JNV professionals zeggen invloed op te hebben gehad.

16

Per product brengen we hieronder in beeld wat de instroom was in de periode voor JNV en wat de instroom was in de periode met JNV. Dit verschil in instroom vertalen we vervolgens met behulp van eerder genoemde indicatoren naar een bespaard (netto) bedrag; Product

Instroom periode Februari 2021 Maart 2022

Verschil

Instroom periode April 2022 – Mei 2023

% verschil

Begeleiding specialistisch

75

34

-41

-55%

Gezinsbehandeling

2

2

0

0%

Begeleiding regulier

31

19

-12

-39%

GGZ Specialistisch

162

134

-28

-17%

Generalistische GGZ/Basis GGZ

55

58

3

5%

Eindtotaal

325

247

-78

-24%

We zien dus totaal voor deze producten een absolute afname van de instroom van 78 casussen, wat een procentuele afname van 24% betekent. Als we vervolgens deze afname vertalen naar wat dit zou hebben gekost als deze jeugdigen/gezinnen wel geholpen waren door zorgaanbieders uit de RZM, dan zien we het volgende; Product

Verschil

Gemiddeld ingezette eenheden (minuten) per traject

Theoretisch bespaarde eenheden (minuten)

Uurtarief 2023

Theoretisch bespaarde kosten

Begeleiding specialistisch

-41

4.809

-197.169

€100

€-329.601

Gezinsbehandeling

0

3.228

-

€88

€ -

Begeleiding regulier

-12

7.710

-92.520

€74

€-114.463

GGZ Specialistisch

-28

4.340

-121.520

€123

€-248.529

3

1.440

4.320

€108

€7.774

Generalistische GGZ/Basis GGZ Eindtotaal

-78

-411.209

€ -684.818

Op basis van de afname in instroom zien we dan een besparing van € 684.818. Als we dit afzetten tegen de gemaakte kosten voor JNV zien we de volgende netto besparing; Bespaarde kosten RZM

€

684.818,32

Kosten JNV

€

649.982,00

Netto besparing

€

-34.836,32

In de hierboven gepresenteerde cijfers is te zien dat in de te evalueren periode de instroom in segment 4 juist is toegenomen. Verondersteld kan worden dat deze groei zonder JNV ook plaats zou hebben gevonden voor bovengenoemde vijf producten. Het aantal cliënten dat in de periode met JNV minder is ingestroomd in de RZM (78), is ook aanzienlijk lager dan het aantal cliënten dat de professionals daadwerkelijk geholpen hebben vanuit JNV (223).Daarom is het wijs om bij onze berekeningen rekening te houden met de eerder genoemde groei in instroom. De instroom in heel segment 4 van de RZM is met 13% toegenomen. De veronderstelling is dat JNV niet alleen heeft gezorgd voor een verminderde instroom ten opzichte van de periode voor JNV, maar ook heeft gezorgd voor het stoppen van de groei van de instroom voor de bovengenoemde producten uit segment 4 (denk aan corona-effect). Dat zou beteken dat ze niet enkel 78 nieuwe cliënten instroom hebben afgevangen, maar ook de groei van 13%.

17

Hieronder kwantificeren we dit; Product

Instroom periode februari 2021 maart 2022

Instroom periode februari 2021 maart 2022 + 13% groei segment 4

Instroom periode April 2022 - Mei 2023

Verschil

% verschil

Begeleiding specialistisch

75

84

34

-50

-60%

Gezinsbehandeling

2

2

2

0

0%

Begeleiding regulier

31

35

19

-16

-45%

GGZ Specialistisch

162

162

134

-28

-17%

Generalistische GGZ/Basis GGZ

55

62

58

-4

-6%

Eindtotaal

325

364

247

-117

-32%

Als we vervolgens deze afname vertalen naar wat dit zou hebben gekost als deze jeugdigen/gezinnen wel geholpen waren door zorgaanbieders uit de RZM, dan zien we het volgende; Product

Verschil

Gemiddeld ingezette eenheden (minuten) per traject

Theoretisch bespaarde eenheden

-50

4.809

-240.450

€100

€-401.952

Gezinsbehandeling

0

3.228

-

€88

€-

Begeleiding regulier

-16

7.710

-121.201

€74

€-149.946

GGZ Specialistisch

-28

4.340

-121.520

€123

€-248.529

Generalistische GGZ/Basis GGZ

-4

1.440

-5.184

€108

€-9.329

Eindtotaal

-117

Begeleiding specialistisch

Uurtarief 2023

Theoretisch bespaarde kosten

-488.355

€-809.756

Op basis van de afname in instroom, rekening houdend met groei in segment 4, zien we dan een besparing van € 809.756. Als we dit afzetten tegen de kosten voor JNV zien we de volgende netto besparing; Bespaarde kosten RZM

€

809.756

Kosten JNV

€

649.982

Netto besparing

€

-159.774

De financiële effecten van JNV voor de korte termijn zijn gekwantificeerd op basis van onderbouwde aannames zoals beschreven in dit document. Er is daarbij zoveel mogelijk rekening gehouden met overige ontwikkelingen, om zo de effecten van JNV te isoleren van de overige ontwikkelingen in dezelfde periode. Op basis van de instroomcijfers kunnen we concluderen een netto besparing te hebben behaald van tussen de €34.836 en €159.774. Aangezien we met conservatieve indicatoren hebben gewerkt kunnen we de aanname doen dat de besparing eerder aan de bovenkant van dit bereik zit dan aan de onderkant. Gemiddeld kunnen we concluderen met JNV op de korte termijn/in het eerste jaar al ongeveer €100.000 te hebben bespaard.

18

In deze eindevaluatie hebben we naast aandacht voor het financiële effect, ook aandacht voor het kwalitatieve effect van JNV. Hieronder zullen we dan ook de verschillende kwalitatieve effecten in beeld brengen. Deze effecten zijn gebaseerd op de verhalen van de cliënten (cliëntervaringen) en de JNV professionals (kwalitatieve opbrengsten). Het is het sociaal team Gorinchem de afgelopen periode nog niet gelukt om met behulp van hun nieuwe client-tevredenheidsonderzoek (vertelpunt) voldoende feedback op te halen bij hun cliënten om een goed beeld te schetsen van de gemiddelde cliëntervaring (dit is een regionaal probleem en hier worden acties op uitgezet). Om die reden wordt het verhaal van de cliënt weergegeven met behulp van citaten van hen die aangeleverd zijn via de professionals.

Cliënten hebben het volgende aangegeven over de trajecten met de Jeugd- en Gezinsprofessionals; ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢

Fijn dat jullie zo snel kunnen starten; Ik heb nu al meer geleerd dan van mijn traject bij de psycholoog; Jullie hebben ons echt zo goed geholpen; Ik durf het nu weer zelf, heb er weer vertrouwen in; Er is weer rust in ons gezin; Jullie hebben echt geluisterd naar ons; Fijn dat jullie nauw samenwerken met school; We voelen ons gesteund in ons proces; Fijn dat jullie zo breed bereikbaar zijn; Ik heb zoveel inzicht in mezelf gekregen; De blokjes liggen weer recht (gezin waar met Brainblocks, een interventieprogramma rondom sociaal en emotioneel functioneren, is gewerkt); We begrijpen elkaar nu veel beter; Door spellen hebben we weer plezier met elkaar en zien we wat er nou eigenlijk gebeurt in ons gezin; Ik ben hierdoor gaan zien wat mijn kind nodig heeft.

Ook hebben de Jeugd- en Gezinsprofessionals vanuit JNV in 2023 aan ouders (5 gezinnen) een training gegeven gebaseerd op de Triple P methodiek (opvoedvaardigheden). De ouders die hieraan deelgenomen hebben gaven de volgende feedback; ➢ ➢

Het was enorm leerzaam dat je samen met andere ouders bent; Ik heb weer vertrouwen in mijn eigen opvoedvaardigheden.

Cliënten hebben het volgende aangegeven over hun traject met de POH-Jeugd GGZ; ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢

Ik vind het fijn om mijn verhaal te kunnen vertellen, aan iemand die er echt voor mij is en naar mij luistert; Ik vind het prettig om met concrete opdrachtjes of materiaal te kunnen werken/oefenen; Prettig dat er richtinggevende diagnostiek kan worden ingezet. Ik vind het fijn dat er gebruik gemaakt wordt van spelvormen (coachkaarten/kwaliteitenspel enz.); Het maatwerk dat geboden wordt is prettig. Het is fijn dat er geen strikte afbakening is in het aantal gesprekken dat kan maar dat er aangesloten wordt op dat wat we nodig hebben. Dit geeft ruimte voor een goede kennismaking en het opbouwen van een vertrouwensband; Fijn dat er flexibiliteit is ten aanzien van de locatie van onze afspraken (op locatie sociaal team, bij mij thuis of bijvoorbeeld buiten); Prettig dat de vraag zo snel opgepakt wordt nadat ik bij de huisarts ben geweest; Fijn dat jullie mijn kind proberen te motiveren voor het traject, wanneer hij/zij weerstand heeft voor iets wat hij wel nodig heeft; Ik kwam met een hulpvraag binnen, maar door het opgebouwde vertrouwen voelde ik ruimte om mijn grotere zorgen te bespreken; Als er andere hulp nodig is, zoekt de professionals fijn mee en verzorgt een aanmelding en warme overdracht.

Fijn dat ik als ouder ook voor mijn andere kinderen vragen kan stellen; Mooi hoe de samenwerking met school wordt gezocht en wordt uitgewerkt; Fijn dat er voldoende tijd wordt genomen voor een gesprek en niet de standaard 45 minuten, zoals bij de GGZ gebruikelijk is.

19

Van de 99 lopende/49 afgeronde trajecten zijn slechts 5 trajecten na inzet vanuit JNV alsnog doorverwezen naar een aanbieder vanuit de RZM. Dit lijkt in eerste instantie een ongewenst effect; we organiseren geen zorg ‘aan de voorkant’ om ‘aan de achterkant’ alsnog zorg in te zetten. Uit gesprekken met de Jeugd- en Gezinsprofessionals blijkt echter dat het alsnog inzetten van zorg uit de RZM voor deze casussen aan het begin van het traject al bekend was. En dat het een bewuste keuze was omdat de specialistische zorg door de aanbieder vanuit de RZM lang op zich liet wachten. De professionals hebben in dit geval dus overbruggingszorg geboden in deze gezinnen zodat de problemen in het gezin in ieder geval niet verergeren. Tijdens het eerste jaar JNV hebben we dus een bijkomend effect ontdekt van het project JNV; het bieden van overbruggingszorg vanwege lange wachttijden bij zorgaanbieders vanuit de RZM. Het ging dan om een verwijzing naar specialistische GGZ, dagbehandeling/dagbesteding, vaktherapie of hoogspecialistische zorg/gezinsbehandeling.

JNV heeft niet alleen effect op het wel of niet doorverwijzen naar de RZM. Er zijn ook andere positieve effecten van de inzet van JNV te zien welke niet te kwantificeren zijn maar waardoor het bespaarde bedrag eigenlijk hoger verondersteld mag worden. Ondanks dat ze niet te kwantificeren zijn, zijn ze zeker het noemen waard; -

Het bieden van consultatie en advies: de collega’s vanuit JNV brengen een specifieke expertise met zich mee (zoals rouw en verlies, autisme, (L)VB etc.) welke ze kortdurend inbrachten in lopende trajecten van collega’s uit het sociaal team. Op deze manier werd kortdurend specifieke kennis en kunde “ingevlogen” in een traject zonder hiervoor zorg vanuit een gecontracteerde partij uit de RZM te hoeven beschikken. Er hoefde daarmee ook geen overdracht naar een andere hulpverlener/zorgaanbieder plaats te vinden.

-

Afschalen vanuit de RZM: door de uitbreiding van het sociaal team heeft het sociaal team meer mogelijkheden om zorg vanuit de RZM af te bouwen en (laag frequent) zelf over te nemen. Op deze manier worden intensieve trajecten uit de RZM eerder afgeschaald naar onze eigen JNV professionals in het sociaal team.

-

Het ondersteunen van trajecten uit de RZM: de JNV professionals hebben de mogelijkheid om trajecten van de RZM te ondersteunen, door naast de inzet van de RZM (bijvoorbeeld speltherapie of specialistische therapie gericht op hechting voor een jeugdige), zelf hulpverlening te bieden in het gezin (denk aan ouderbegeleiding). Op deze manier wordt het effect van de inzet van de RZM vergroot doordat de JNV professional zorgt voor een goede transfer van het geleerde bij de zorgaanbieder naar het gezin/de leefwereld van de jeugdige.

-

Verkorten GGZ traject RZM: Er zijn 5 (van de in totaal 99) trajecten welke na inzet vanuit JNV alsnog doorverwezen zijn naar de RZM. Het ging om trajecten waarbij overbruggingszorg werd geboden totdat de beoogde GGZ aanbieder uit de RZM kon starten (product GGZ specialistisch). Deze trajecten werden vanuit JNV geboden omdat er wachtlijsten bij GGZ aanbieders bestaan. Het doel was om overbruggingszorg te bieden en om te voorkomen dat in de wachtlijst periode de situatie van de jeugdige/het gezin verslechterde. Verwacht wordt dat het effect hiervan is dat het traject bij de GGZ aanbieder vanuit de RZM is verkort. Dit valt echter niet te kwantificeren omdat je niet weet hoelang een traject anders geduurd had. Om deze reden worden deze trajecten niet meegerekend in het bepalen van het bespaarde bedrag hierboven. Hieruit volgt echter wel dat bovenstaand bedrag aan besparing waarschijnlijk in werkelijkheid hoger is.

20

-

Verminderen van indicatiestellingen en bureaucratisering: Doordat de professionals vanuit het sociaal team (casusregisseur) na triage geen beschikking/verwijzing naar de RZM hoeven te regelen, maar direct de zaak aan kunnen melden bij de Jeugd- en Gezinsprofessionals in hun eigen sociaal team, wordt een hoop administratietijd bespaard. Tijd die ze nu kunnen besteden aan andere jeugdigen/gezinnen.

-

Verminderen overdrachtsmomenten: Doordat de JNV professionals onderdeel zijn van het sociaal team (en niet ergens in de regio bij een zorgaanbieder werken), was het soms ook mogelijk dat de JNV professional direct mee ging naar het intakegesprek. Hiermee wordt overdrachtstijd bespaard, maar wat voor de cliënt nog veel belangrijker is, is dat hiermee voorkomen wordt dat de client zijn verhaal meerdere keren moet vertellen.

-

Verbeteren triage proces huisarts: Huisartsen hebben vaak slechts beperkt tijd om triage uit te voeren en de hulpvraag van de jeugdige en diens gezin uit te diepen. Door de uitgebreide mogelijkheden van de POH-jeugd GGZ in Gorinchem, is het contact met de huisartsen verbeterd en uitgebreid. Door de komst van de extra POH-jeugd GGZ kan de huisarts nu vaker de POH-Jeugd GGZ vragen om de triage te doen. Soms gebeurt dit ook in combinatie met een huisbezoek van de POHjeugd GGZ, wat vaak niet tot de mogelijkheden van een huisarts behoort maar wel voor het bepalen van de best passende zorg erg informatief is. De POH-jeugd GGZ heeft ook meer mogelijkheden (en tijd) om systeemgerichter te kijken naar een situatie van een jeugdige en dus ook meer mogelijkheden om zicht te krijgen op eventuele problemen in het gezin/bij andere gezinsleden of in de omgeving van de jeugdige (bijvoorbeeld school). In deze gevallen vindt er door de POH-jeugd GGZ dan dus een uitgebreidere triage plaats dan bij de huisarts, waardoor we er van uit kunnen gaan dat de jeugdige (en diens gezin) zorgvuldiger en beter toegeleid kunnen worden naar de voor hen best passende zorg. De jeugdige/het gezin is op deze manier beter geholpen en dit bespaart indirect ook zorgkosten op de langer termijn.

-

Sneller zicht op achterliggende/verborgen problematiek: De JNV professionals hebben de mogelijkheid om vanaf de aanmelding en direct in de leefomgeving van het gezin, intensief hulp te verlenen wanneer de situatie hierom vraagt. Dit heeft tot gevolg dat verborgen/achterliggende problematiek, sneller naar boven komen. Dit kan zowel als een voor- als een nadeel worden gezien. Een nadeel omdat dit soms dus alsnog leidt tot een verwijzing naar de regionale zorgmarkt of andere hulpverlening (zoals volwassen GGZ). Dit omdat de achterliggende problematiek vraagt om meer specialistische inzet welke niet geboden kan worden door de JNV professionals/het eigen sociaal team. Dit zou dan dus leiden tot een toename van de inzet van zorg. Voor het gezin (en ook voor de kosten op lange termijn) is dit natuurlijk een voordeel. We weten dat het aanpakken van achterliggende problematiek, in plaats van het ons enkel focussen op de jeugdige en diens problematiek, wenselijk en nodig is om onze jeugdigen (en hun gezinnen) blijvend en effectief te kunnen helpen.

21

Op verschillende momenten afgelopen jaar (november, februari en juni) hebben gesprekken plaatsgevonden met de JNV professionals en is hen om feedback gevraagd ten aanzien van de evaluatierapporten. Dit met als doel het tellen en vertellen samen vorm te geven en zo met de cijfers en verhalen van de professionals en gezinnen te komen tot inzichten en informatie over het effect van het project JNV. Deze eindevaluatie en het gesprek met de professionals leidt tot een aantal aandachtspunten voor de toekomst;

Uit de registratie van de JNV professionals is duidelijk op te maken dat er een aantal thema’s zijn welke geregeld terugkeren als hulpvraag van de jeugdige/het gezin; -

Rouwverwerking/Rouw en verlies (Complexe) echtscheiding Puberteit (On)veiligheid Autismespectrum stoornis (ASS), (Licht) verstandelijke beperking ((L)VB) Aandachtstekortstoornissen (AD(H)D) kwamen geregeld voor. Opvoedvragen/problemen

Dit riep de vraag op of en zo ja welke thema’s in aanmerking zouden komen voor een meer groepsgericht aanbod in plaats van individueel. Dit is besproken tijdens de tussenevaluatie begin 2023. De manager van het sociaal team gaf in het gesprek toen aan dat zij hier zelf als sociaal team ook al plannen voor hebben. Hun doel is om in 2023 te komen tot een integrale visie en plan rondom groepsgericht aanbod vanuit het gehele sociaal team (18- en 18+) vanaf 2024. Vooruitlopend hierop hebben de JNV professionals in het voorjaar van 2023 al wel een training verzorgd voor vijf gezinnen met vergelijkbare hulpvragen (opvoedvaardigheden).

De professionals hebben aangegeven dat ze soms ook ingezet zijn om af te schalen vanuit de RZM. Dat is een mooie ontwikkeling en roept bij de gemeente de vraag op of de JNV professionals op hun beurt kunnen afschalen naar het lokale voorveld. Hoe is de samenwerking tussen de professionals vanuit JNV en ons voorveld? Lukt het om af te schalen naar het voorveld? Hebben we voldoende aanbod in de gemeente Gorinchem of wordt er aanbod gemist waardoor afschalen lastiger is? De professionals geven in gesprek met ons aan een mogelijkheid zoals Buurtgezinnen, in het voorveld te missen. Hierover gaan we als gemeente in gesprek met het sociaal team en intern zal er een evaluatie plaatsvinden rondom de huidige gezinsgerichte preventieve activiteiten in onze gemeente (zoals Home Start).

Naast de kwantitatieve effecten willen we natuurlijk ook zicht krijgen op de kwalitatieve effecten van JNV en in het algemeen de hulp vanuit ons sociaal team. Het ophalen van de cliëntervaring en diens oordeel over de hulp vanuit het sociaal team, is het afgelopen jaar niet goed van de grond gekomen. Dit wordt meegenomen in de opdracht aan de partners in het sociaal team. Er vinden in onze regio meerdere manieren van het ophalen van clientervaring plaats. De komende periode zal onderzocht worden wat we hierin kunnen verbeteren. Daarnaast zijn de huidige partners van het sociaal team zelf ook bezig met de doorontwikkeling van hun instrument hiervoor (vertelpunt).

22

Recent is de Hervormingsagenda jeugd2 vastgesteld. Als gemeenten zijn we verplicht aan bepaalde maatregelen uitvoering te geven om de kwaliteit van de jeugdzorg en het zo effectief mogelijk inzetten van de financiële middelen, te verbeteren. Eén van deze maatregelen heeft een directe link met het project JNV;

Uit de Hervormingsagenda: 2.3 Stevige lokale teams en toegang Opgave We zijn duidelijk in onze doelstelling: jeugdigen en hun ouders moeten voor jeugdhulp laagdrempelig en dicht bij huis terecht kunnen. We willen dit onder meer bereiken door in te zetten op stevige lokale teams met voldoende kennis en expertise en verbinding met specialistische hulp. Teams die met ouders en jeugdigen kijken naar wat echt nodig is. Die niet alleen toegang verlenen, maar zelf lichte hulp verstrekken, gericht op het versterken van het gewone leven en de veerkracht van gezinnen en jongeren. Ze doen dit in goede verbinding met de lokale voorzieningen die beschikbaar zijn voor het brede sociaal domein; en verder in verbinding met welzijn, (kinder)opvang en onderwijs; daarnaast met volwassenenggz en ggz-ondersteuning, die bij voorkeur ook in de wijk aanspreekbaar en inzetbaar is. Het is hierbij tevens van belang goed na te denken over de bekostiging vanuit de gemeente van het stevige lokale team in relatie tot de aanvullende (specialistische) zorg. Dit om financiële beheersbaarheid te behouden. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de inrichting van hun teams en de bekostiging, op basis van in het bestuurlijk kader duidelijk omschreven functies (zie 2.3.1). Kortom: er blijft ruimte voor diversiteit in de wijze waarop gemeenten deze functies borgen in hun lokale infrastructuur

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=13b699a5-d45f-43e9-9895-690045bdab96