CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 onderzoek huismus gierzwaluw en vleermuis

Raadsvergadering 25 januari 2024, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Bestemmingsplan Haarwijk-Oost6.799 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw In het kader van de Wet natuurbescherming Plangebied: Complex 504, 515 en 518, Gorinchem Opsteller(s): M.J.A. van der Neut

Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw In het kader van de Wet natuurbescherming

Ondertitel Opsteller(s)

Plangebied: Complex 504, 515 en 518, Gorinchem M.J.A. van der Neut

Datum

25-09-2020

Versienummer

01

Rapportkenmerk

ER20200918v01

Aantal pagina's

37

Opdrachtgever

Poort 6

Contactpersoon

R. Duinker

Kwaliteitscontroleur

F. van der Lans

Wijze van citeren

Neut, M.J.A. van der. 2020. Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw. In het kader van de Wet natuurbescherming Plangebied: Complex 504, 515 en 518, Gorinchem. Kenmerk ER20200918v01. Ecoresult B.V., Dordrecht.

Ecoresult B.V. Van Ravesteyn-erf 156 3315 DK Dordrecht 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl

© copyright Ecoresult B.V. 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

INHOUDSOPGAVE

1 Inleiding........................................................................................................................................ 5 1.1 Aanleiding............................................................................................................................... 5 1.2 Onderzoeksvragen.................................................................................................................5 1.3 Leeswijzer............................................................................................................................... 5 2 Beschrijving plangebied...............................................................................................................7 2.1 Algemeen............................................................................................................................... 7 2.2 Beschrijving............................................................................................................................ 8 2.3 Geplande ingrepen.................................................................................................................

8 2.3.1 Omschrijving werkzaamheden..........................................................................................8 2.3.2 Werkplanning, werktijden en realisatieperiode..................................................................8 2.3.3 Methode uitvoering: materieel en werkwijze.....................................................................8 2.3.4 (ontwerp-)tekening............................................................................................................ 8 3 Onderzoek beschermde soorten.................................................................................................9 3.1 Werkwijze................................................................................................................................ 9 3.2 Navolgbaarheid onderzoek..................................................................................................11 3.2.1 Algemeen....................................................................................................................... 11 3.2.2 Huismus.......................................................................................................................... 11 3.2.3 Gierzwaluw.....................................................................................................................

11 3.2.4 Vleermuizen.................................................................................................................... 11 4 Resultaten nader onderzoek......................................................................................................13 4.1 Vleermuizen.......................................................................................................................... 13 4.1.1 Gewone dwergvleermuis................................................................................................14 4.1.2 Laatvlieger...................................................................................................................... 15 4.2 Ruige dwergvleermuis.......................................................................................................... 16 4.2.1 Rosse vleermuis.............................................................................................................. 18 4.3 Huismus................................................................................................................................ 19 4.4 Gierzwaluw...........................................................................................................................

21 4.5 Conclusie onderzoeksresultaten...........................................................................................22 5 Effectbeoordeling....................................................................................................................... 25 5.1 Gewone dwergvleermuis......................................................................................................25 5.2 Ruige dwergvleermuis.......................................................................................................... 25 5.3 Laatvlieger............................................................................................................................ 25 5.4 Rosse vleermuis................................................................................................................... 26 5.5 Huismus................................................................................................................................ 26 5.6 Gierzwaluw........................................................................................................................... 26 5.7 Voorwaarden voor ontheffing................................................................................................27 6 Maatregelen...............................................................................................................................

29 6.1 Paar- en zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis.........................................................29 6.1.1 Huismus.......................................................................................................................... 30 6.1.2 Gierzwaluw..................................................................................................................... 31 7 Conclusies en aanbevelingen....................................................................................................33 7.1 Conclusies............................................................................................................................ 33 7.2 Aanbevelingen...................................................................................................................... 34 8 Geraadpleegde bronnen............................................................................................................ 35 8.1 Internet................................................................................................................................. 35

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

In opdracht van Poort 6 heeft Ecoresult B.V. een nader onderzoek naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw uitgevoerd in het plangebied: Complex 504, 515 en 518, te Gorinchem. Aanleiding voor dit onderzoek is een quickscan door stadsecoloog dhr. Johan Sterk, waarin is gesteld dat het plangebied potentieel geschikt is voor voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw en vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger). Zodoende was nader onderzoek naar deze soortgroepen noodzakelijk om te vast te stellen of deze soorten inderdaad aanwezig zijn en zo ja, hoe in het kader van de Wet natuurbescherming gehandeld dient te worden. In voorliggende rapportage worden de onderzoeksresultaten beschreven. De resultaten van voorliggende rapportage zijn drie jaar geldig. Mochten de voorgenomen ontwikkelingen wijzigen dient het onderzoek te worden geactualiseerd.

1.2

Onderzoeksvragen

In het onderzoek worden 5 onderzoeksvragen beantwoord: 1. Zijn huismus, gierzwaluw en/of vleermuizen aanwezig? 2. Welke functie(s) heeft het object of het gebied voor huismus, gierzwaluw en/of vleermuizen? 3. Blijft de functionaliteit van de voortplantingsplaatsen, vaste rust- of verblijfplaatsen en/of het essentiële functionele leefgebied behouden? 4. Is ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk? 5. Welke eigenschappen van het object of gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden?

1.3

Leeswijzer

In deze rapportage worden allereerst het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna volgt een beschrijving van de werkwijze van het onderzoek, de resultaten van het onderzoek en een effectbepaling van de geplande werkzaamheden. Aansluitend wordt beschreven welke maatregelen genomen dienen te worden negatieve effecten te voorkomen of te verminderen. Er wordt afgesloten met de conclusies en 5

aanbevelingen.

6

2

Beschrijving plangebied

2.1

Algemeen

Het plangebied is gelegen in het midden van de gemeente Gorinchem, Provincie ZuidHolland. Het betreft de complexen 504, 515 en 518 bestaande uit ééngezinswoningen gelegen aan het Schrijverslaantje, Van Gochstraat, HP de Biestraat en de Marinus Spronklaan (zie Afbeelding 4). Tot het plangebied wordt enkel de bebouwing gerekend. Openbare wegen en openbaar groen worden buiten beschouwing gelaten tenzij dit van bijzondere waarde is voor de effectenbeoordeling: Hier worden geen werkzaamheden uitgevoerd.

Afbeelding 1. Ligging van het plangebied (rood omlijnd). Voor de regionale ligging, zie kaartinzet rechtsboven. Bron: PDOK

7

2.2

Beschrijving

•

Het plangebied betreft ééngezinswoningen met twee woonlagen en een kleine zolder. De bebouwing kent een dakpannen zadeldak met dakkapellen, stenen schoorstenen en uitpandige regenpijpen. De muren zijn opgebouwd uit baksteen. Op enkele plaatsen bevinden zich openingen in het gebouwoppervlak: open stootvoegen en kieren bij de aansluiting van het dak op de gevel. Alle woningen zijn (voor zover vast kunnen stellen) bewoond. Opgaande begroeiing maakt geen onderdeel uit van het plangebied. In de (kleine) tuinen staan cultivars en heggen. Open water (watergangen, poelen etc.) en vochtige tot natte terreinen

• •

(natuurvriendelijke oevers etc.) zijn afwezig binnen het plangebied. Gazons met solitaire bomen en plantsoenen zijn in de directe omgeving aanwezig. Verlichting is aanwezig in de vorm van straatverlichting (in de directe omgeving).

• • •

• •

2.3 2.3.1

Geplande ingrepen Omschrijving werkzaamheden

De complexen zullen gesloopt worden en op locatie verschijnt nieuwbouw.

2.3.2

Werkplanning, werktijden en realisatieperiode

Een gedetailleerde planning is nog niet beschikbaar. Een doorlooptijd van de werkzaamheden is nog niet bekend. De planning is deels afhankelijk van de conclusies uit voorliggende rapportage.

2.3.3

Methode uitvoering: materieel en werkwijze

De exacte invulling is nog niet bekend. Voor voorliggende rapportage wordt uitgegaan van sloop.

2.3.4

(ontwerp-)tekening

De werkzaamheden betreffen sloop en nieuwbouwwerkzaamheden. Een ontwerptekening is niet beschikbaar.

8

3

Onderzoek beschermde soorten

3.1

Werkwijze

De volgende soorten/soortgroepen zijn onderzocht: Huismus: Onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van huismus binnen het plangebied conform de condities en methodiek van het Kennisdocument Huismus1. Gierzwaluw:

Het onderzoek naar aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen

van gierzwaluw is uitgevoerd conform de condities en methodiek van het Kennisdocument Gierzwaluw2. Vleermuizen:

Onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen

en voortplantingsplaatsen van vleermuizen (gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis) binnen het plangebied conform de condities en methodiek van het meest actuele vleermuisprotocol (Vleermuisprotocol 2017). In Tabel 1, Tabel 2 en Tabel 3 wordt een overzicht gegeven van de onderzoeksmomenten, weersomstandigheden en betrokken ecologisch deskundigen tijdens de uitgevoerde veldonderzoeken. Alle betrokken deskundigen hebben aantoonbare ervaring op het gebied van inventariseren van huismus, gierzwaluw en vleermuizen. De veldbezoeken zijn uitgevoerd onder goede weersomstandigheden, conform de Kennisdocumenten Huismus en Gierzwaluw, en het Vleermuisprotocol 2017.

1 2

https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingenwet-natuurbescherming/ https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingenwet-natuurbescherming/

9

09-05-2019

Huismus

2

28-05-2019

Huismus

3

07-06-2019

Huismus

4

18-06-2019

Huismus

Onderzoeker

Windkracht (Bft)

1

Type onderzoek Voortplantingsplaatsen, vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied Voortplantingsplaatsen, vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied Voortplantingsplaatsen, vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied Voortplantingsplaatsen, vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied

Neerslag (mm)

Soort

Temperatuur (°C)

Veldbezoek

Datum

11u45 – 15u15 Zon op: 05u57

B. Verhoeven

12

0

3ZW

16u00 – 18u00 Zon op: 05u31

E. Bakker

11

0

2N

09u00 – 11u00 Zon op: 05u23

E. Bakker

14

0

4ZO

09u30 – 11u30 Zon op: 05u20

B. Verhoeven

25

0

1N

Moment

Zonop/zononder

3

24-06-2020

09-07-2020

Type onderzoek

Zonop/zononder

Onderzoeker

Windkracht (Bft)

2

25-05-2020

Soort

Neerslag (mm)

1

Datum

Temperatuur (°C)

Veldbezoek

Tabel 1. Onderzoeksmomenten huismusonderzoek en weergegevens met eigen waarnemingen in het veld.

Gierzwaluw

Voortplantingsplaatsen, vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied 20u15 – 22u15

Zon onder: 21u42

C. Fokker en E. Teijgeler

16

0

ZW2

Gierzwaluw

Voortplantingsplaatsen, vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied 20u35 – 22u35

Zon onder: 22u03

C. Fokker en E. Teijgeler

27

0

ZW2

Gierzwaluw

Voortplantingsplaatsen, vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied 20u30 – 22u30

Zon onder: 21u58

B. Verhoeven en M. Bouwmeester

18

0

ZW1

Moment

Onderzoekers

Temperatuur (ºC)

Neerslag (mm)

Windkracht (Bft)

Tabel 2. Onderzoeksmomenten gierzwaluwonderzoek en weergegevens met eigen waarnemingen in het veld.

Zonsondergang: 21u20 00u00 – 02u00

B. Verhoeven en E. Bakker

17

0

ZW2

Paarverblijfplaatsen, Winterverblijfplaatsen , functioneel leefgebied

Zonsondergang: 21u52 00u00 – 02u00

B. Verhoeven en E. Bakker

14

0

ZW1

Vleermuizen – Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis

Paarverblijfplaatsen, Winterverblijfplaatsen , functioneel leefgebied

Zonsondergang: 20u07 21u30 – 23u30

B. Verhoeven en E. Bakker

8

0

W1

19-05-20

Vleermuizen – Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis

Zomer-, kraamverblijfplaatsen, functioneel leefgebied

Zonsopgang: 05u41

03u40 – 05u40

K. de Vries, M. de Haan en E. Teijgeler

11

0

NW2

25-05-20

Vleermuizen – Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis

Zomer-, kraamverblijfplaatsen, functioneel leefgebied

Zonsondergang: 21u42 21u45 – 23u45

C. Fokker, B. Verhoeven en E. Teijgeler

14

0

ZW1

24-06-20

Vleermuizen – Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis

Zomer-, kraamverblijfplaatsen, functioneel leefgebied

Zonsondergang: 22u03 22u45 – 00u05

C. Fokker, B. Verhoevenn en E. Teijgeler

20

0

ZW1

Datum

Type onderzoek

Onderzoek

Zonsondergang/ opgang

07-08-19

Vleermuizen – Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis

Massa winterverblijfplaatsen

21-08-19

Vleermuizen – Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis

10-09-19

Moment

Tabel 3. Onderzoeksmomenten vleermuisonderzoek en weergegevens met eigen waarnemingen in het veld.

10

3.2 3.2.1

Navolgbaarheid onderzoek Algemeen

Het onderzoek is uitgevoerd volgens de voor die soort(groep) geldende standaarden. De onderzoeksperiode voor al de betreffende soorten is optimaal. De inventarisatie blijft echter een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is hieraan dan ook voldoende invulling gegeven.

3.2.2

Huismus

Gedurende het huismusonderzoek is een gebied onderzocht dat groter was dan het plangebied. Voor het onderzoek is de aandacht hoofdzakelijk uit gegaan naar het plangebied. De totale populatie huismussen rondom het plangebied is derhalve niet volledig onderzocht.

3.2.3

Gierzwaluw

Gedurende het gierzwaluwonderzoek is een gebied onderzocht dat groter was dan het plangebied. Hierbij zijn tevens woonblokken buiten het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van gierzwaluw. Aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen in deze woonblokken zijn meegenomen in het onderzoek. Voor het onderzoek is de aandacht hoofdzakelijk uit gegaan naar het plangebied. De totale populatie gierzwaluwen rondom het plangebied is derhalve niet volledig onderzocht. Door ervaring met gierzwaluwonderzoek in de afgelopen jaren door heel Nederland is duidelijk geworden dat de gierzwaluwen in veel gevallen nog invliegen na zonsondergang. De meeste activiteit is in de schemer/voor zonsondergang. Door het onderzoek naar gierzwaluw af te breken op zonsondergang (conform het Kennisdocument Gierzwaluw) kunnen derhalve vaste rust- en verblijfplaatsen worden gemist. Omwille van de onderzoeksresultaten is er bewust gekozen om de onderzoekstijden voor gierzwaluwonderzoek te verleggen van 1,5 uur voor zonsondergang tot een half uur na zonsondergang.

3.2.4

Vleermuizen

Het is aannemelijk dat te allen tijde 75% van het plangebied te goed te overzien was. Het 11

plangebied had een overzichtelijke indeling met lange kijklijnen. Ook liepen de twee/ drie ervaren onderzoekers contant rond waardoor zij konden inspelen op de actuele situatie. Vanaf de belangrijke observatie knooppunten konden zowel de lange delen van de complexen als de kopgevels goed worden overzien. Voor het onderzoek naar paarverblijfplaatsen en massawinterverblijfplaatsen waren twee onderzoekers voldoende. Het baltsgedrag en zwermgedrag wordt vertoond voor langere perioden op een avond. Door constant door het plangebied heen en weer te lopen kan in een kort tijdsbestek het aantal en de locatie van de paarterritoria worden gelokaliseerd. Gedurende de ronden in de periode mei- juli lag met name de focus van het onderzoek met name op het plangebied. Gedurende de najaarsronden is een groter gebied rondom het plangebied onderzocht op aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen.

12

4

Resultaten nader onderzoek

4.1

Vleermuizen

Gedurende de veldonderzoeken zijn in totaal vier vleermuissoorten waargenomen (zie Afbeelding 4): • Gewone dwergvleermuis • Ruige dwergvleermuis • •

Laatvlieger Rosse vleermuis

Afbeelding 2. Waargenomen vleermuissoorten in en rond plangebied (Bron: Openstreetmaps) .

13

4.1.1

Gewone dwergvleermuis

Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek (zie Tabel 3) werden 68 waarnemingen van gewone dwergvleermuizen verricht (zie Afbeelding 5); 50 in het voorjaar en 18 in het najaar.

Afbeelding 3. Waarnemingen van gewone dwergvleermuis en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmaps.

Vaste rust- en verblijfplaatsen •

•

14

Binnen het plangebied zijn twee zomerverblijfplaatsen en drie paarverblijfplaatsen aanwezig. Zie Tabel 4 voor de precieze locatie van deze verblijfplaatsen. De precieze locatie van paarverblijfplaatsen is veelal onduidelijk en betreft een indicatie op basis van waargenomen (balts)gedrag. Buiten het plangebied zijn drie paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aangetroffen. Deze verblijfplaatsen bevinden zich aan de Fazantenspoor, Van Zomerenlaan en de Dirck Franckenszoon Pauwstraat. Zie verder Tabel 4.

Type verblijfplaats

Datum

Locatie/Gevel

Paarverblijfplaats

21-08-19

Van Gochstraat

Paarverblijfplaats

21-08-19

H.P. de Biestraat

Paarverblijfplaats

12-09-19

Rond hoek Marinus Spronklaan en Van Zomerenlaan

Zomerverblijfplaats

19-05-20

Zomerverblijfplaats

19-05-20

Paarverblijfplaats

10-09-19

Fazantenspoor 33

Verblijfplaats bevindt zich rond dit adres nabij dakrond of onder dakpannen

Paarverblijfplaats

10-09-19

Van Zomerenlaan 24-36

Precieze locatie onbekend, nabij de dakrand of onder dakpannen, of in vleermuiskast, vormt de meest waarschijnlijke locatie

Paarverblijfplaats

21-08-19

Dirck Franckenszoon Pauwstraat

Precieze locatie onbekend, nabij de dakrand of onder dakpannen vormt de meest waarschijnlijke locatie

Schrijverslaantje 1 Kopgevel oost Marius Spronklaan 21 Voorgevel

Locatie / Opmerkingen Precieze locatie onbekend, nabij de dakrand of onder dakpannen vormt de meest waarschijnlijke locatie Precieze locatie onbekend, nabij de dakrand of onder dakpannen vormt de meest waarschijnlijke locatie Precieze locatie onbekend, nabij de dakrand of onder dakpannen vormt de meest waarschijnlijke locatie Onder vierde noordelijke kantpan vanaf onder Links onder dakgoot, links van regenpijp

Tabel 4. De locaties van de aangetroffen vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis binnen en buiten het plangebied. Met grijs aangegeven de vaste rust- en verblijfplaatsen buiten het plangebied.

Functioneel leefgebied •

•

4.1.2

Het plangebied wordt slechts marginaal als vliegroute gebruikt. De dieren maken gebruik van allerlei structuren rondom het plangebied. Ze maken diffuus van het gebied gebruik als vliegroute zonder duidelijke structuren te volgen. Het plangebied maakt derhalve geen essentieel deel uit van vliegroutes. Het plangebied wordt slechts marginaal als foerageergebied gebruikt. De dieren maken gebruik van allerlei structuren rondom het plangebied, zoals de groenstrook aan de Van Zomerenlaan. Ze maken diffuus van het gebied gebruik als vliegroute zonder duidelijke structuren te volgen. Het plangebied maakt derhalve geen essentieel deel uit van essentieel foerageergebied.

Laatvlieger

Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek (Tabel 4) werden 7 waarnemingen van laatvlieger verricht (zie Afbeelding 6); vier in het voorjaar en drie in het najaar.

15

Afbeelding 4. Waarnemingen van laatvlieger en waargenomen gedrag, één waarneming van een overvliegend dier valt buiten de kaart. Kaartbron: Openstreetmaps.

Vaste rust- en verblijfplaatsen • •

In het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van laatvlieger aangetroffen. Buiten het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van laatvlieger aangetroffen.

Functioneel leefgebied •

4.2

Tijdens het onderzoek zijn binnen en direct grenzend aan het plangebied zeven waarnemingen van laatvlieger verricht. Dit betreffen diffuus overvliegende en foeragerende dieren ter hoogte van de groenstrook aan de van Zomerenlaan. Dit betreft dieren zonder binding met het plangebied. Vaste rust- en verblijfplaatsen, foerageergebied of (essentiële) vliegroutes zijn afwezig.

Ruige dwergvleermuis

Tijdens het najaarsonderzoek is binnen en rondom het plangebied één overvliegende ruige 16

dwergvleermuis waargenomen. Vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied zijn afwezig.

Afbeelding 5. Waarneming van ruige dwergvleermuis en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmaps.

Vaste rust- en verblijfplaatsen •

In het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis

•

aangetroffen. Buiten het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis aangetroffen.

Functioneel leefgebied •

Tijdens het onderzoek is binnen en direct grenzend aan het plangebied één waarneming van ruige dwergvleermuis verricht. Dit betreft een diffuus overvliegend dier in de Van Gochstraat. Dit dier vertoonde geen binding met het plangebied. Vaste rust- en verblijfplaatsen, foerageergebied of (essentiële) vliegroutes zijn afwezig.

17

4.2.1

Rosse vleermuis

Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek (Tabel 4) werden twee waarnemingen van rosse vleermuis verricht; beide in het najaar.

Afbeelding 6. Waarnemingen van laatvlieger en waargenomen gedrag, één waarneming van een overvliegend dier valt buiten de kaart. Kaartbron: Openstreetmaps.

Vaste rust- en verblijfplaatsen • •

In het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van rosse vleermuis aangetroffen. Buiten het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van rosse vleermuis aangetroffen.

Functioneel leefgebied •

18

Tijdens het onderzoek zijn binnen en direct grenzend aan het plangebied twee waarnemingen van rosse vleermuis verricht. Dit betreffen diffuus overvliegende dieren ter hoogte van de Van Gochstraat. Dit betreft dieren zonder binding met het plangebied. Vaste rust- en verblijfplaatsen, foerageergebied of (essentiële) vliegroutes zijn afwezig.

4.3

Huismus

Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het huismusonderzoek (Tabel 2) zijn 44 waarnemingen van huismus verricht (zie 7).

Afbeelding 7. Waarnemingen van huismus en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmaps.

Vaste rust- en verblijfplaatsen • •

Binnen het plangebied zijn 34 vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus aanwezig. Deze bevinden zich op de volgende locaties, zie Tabel 5. Buiten het plangebied zijn twee vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus waargenomen. Deze bevinden zich op de volgende locaties, zie Tabel 5.

Functioneel leefgebied •

Binnen het plangebied is essentieel functioneel leefgebied (foerageergebied en kwetterplaatsen) van huismus aanwezig. De dichtbegroeide voor- en achtertuinen zijn hoofdzakelijk essentieel voor de binnen het plangebied aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus. 19

Type verblijfplaats Datum

Gevel

Straatnaam

Huisnummer Locatie

Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest

28-05-19 09-05-19 09-05-19 28-05-19 28-05-19 09-05-19

Achtergevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel

Schrijverslaantje Schrijverslaantje Schrijverslaantje Schrijverslaantje Schrijverslaantje Schrijverslaantje

6/7 8 9 10 10 11

Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest

18-06-19 28-05-19 09-05-19 18-06-19 18-06-19 18-06-19 28-05-19 18-06-19 09-05-19 09-05-19 09-05-19 09-05-19 07-06-19 09-05-19 09-05-19 09-05-19 09-05-19 09-05-19 07-06-19 09-05-19 07-06-19 09-05-19 09-05-19 18-06-19

Achtergevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel Voorgevel Achtergevel Voorgevel Voorgevel Achtergevel Achtergevel Voorgevel Voorgevel Achtergevel Achtergevel Voorgevel Achtergevel Achtergevel Achtergevel Voorgevel Voorgevel Achtergevel

Schrijverslaantje Schrijverslaantje Schrijverslaantje Schrijverslaantje Schrijverslaantje Schrijverslaantje Schrijverslaantje H.P. De Biestraat Marinus Spronklaan Marinus Spronklaan Marinus Spronklaan Marinus Spronklaan Marinus Spronklaan Marinus Spronklaan Marinus Spronklaan Marinus Spronklaan Marinus Spronklaan Marinus Spronklaan Marinus Spronklaan Marinus Spronklaan Marinus Spronklaan Marinus Spronklaan Marinus Spronklaan Marinus Spronklaan

11 11 12 12 12 13 15 2 30/32 8 1 5 5 7 7 7 9 9 11 11 13 15 23/25 25

Bezet nest Bezet nest Bezet nest

18-06-19 18-06-19 09-05-19

Achtergevel Marinus Spronklaan 25 Achtergevel Marinus Spronklaan 29 Achtergevel Marinus Spronklaan 33

Bezet nest Bezet nest Bezet nest

18-06-19 09-05-19 09-05-19

Voorgevel Marinus Spronklaan 37 Kopgevel Van Zomerenlaan 38 Achtergevel Van Zomerenlaan 38

Onder 1e dakpan linksboven slaapkamerraam Onder 1e rij dakpannen rechtsboven slaapkamerraam Onder 1e dakpan linksboven slaapkamerraam Onder 1e dakpan rechtsboven badkamerraam Onder 1e dakpan linksboven badkamerraam Onder 1e dakpan op grens met nummer 10 Onder 1e dakpan midden tussen slaapkamer- en badkamerraam 1e dakpan linksboven badkamerraam Onder 1e dakpan ter hoogte van regenpijp Onder 1e dakpan boven badkamerraam Onder 3e dakpan vanaf links Onder 1e dakpan boven rechter rode raampje Onder 1e dakpan boven slaapkamerraam Onder 1e dakpan boven regenpijp Onder 1e dakpan ter hoogte van regenpijp Onder 1e dakpan links van dakkapel Onder 1e dakpan linksboven regenpijp 1e dakpan rechts naast dakkapel Onder 1e dakpan boven regenpijp Onder 3e kantpan vanaf voorzijde Onder 1e dakpan tussen dakkapel en dakgoot Onder 1e dakpan ter hoogte van regenpijp Onder 1e dakpan ter hoogte van regenpijp Onder 1e dakpan tussen dakkapel en regenpijp Onder 1e rij dakpannen 3e links van dakkapel Onder 1e dakpan ter hoogte van regenpijp Onder 2e dakpan rechts van dakkapel Onder 1e dakpan links van dakkapel Onder 1e dakpan ter hoogte van regenpijp Onder 1e dakpan tussen dakkapel en regenpijp Onder 1e dakpan tussen dakkapel en dakgoot ter hoogte van stootvoegen Onder 1e dakpan links van dakkapel Onder 1e dakpan tussen dakkapellen Onder 1e dakpan rechts naast regenpijp boven open stootvoegen Onder 1e

kantpan voor Onder 1e kantpan achter

Tabel 5. De locaties van de aangetroffen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus binnen en buiten het plangebied. Met grijs aangegeven de vaste rust- en verblijfplaatsen buiten het plangebied

20

4.4

Gierzwaluw

Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het gierzwaluwonderzoek (Tabel 3) zijn 11 waarnemingen van gierzwaluw verricht (zie Afbeelding 8).

Afbeelding 8. Waarnemingen van gierzwaluw en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmaps.

Vaste rust- en verblijfplaatsen • •

Binnen het plangebied zijn 10 vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw aanwezig. Deze bevinden zich op de volgende locaties, zie Tabel 5. Buiten het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw waargenomen.

21

Type verblijfplaats Datum

Gevel

Straatnaam

Huisnummer Locatie

Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest Bezet nest

Kopgevel Kopgevel Kopgevel Kopgevel Kopgevel Kopgevel Kopgevel Kopgevel Kopgevel Kopgevel

Van Gockstraat H.P. De Biestraat H.P. De Biestraat H.P. De Biestraat Marinus Spronklaan Schrijverslaantje Marinus Spronklaan Marinus Spronklaan Marinus Spronklaan Marinus Spronklaan

10 34 28 26 18 16 7 21 21 23

25-05-20 24-06-20 25-05-20 28-05-19 09-07-20 09-07-20 18-06-20 09-07-20 09-07-20 09-07-20

Kantpan bij de nok Onder 2e noordelijke kantpan nabij nok Onder 2e zuidelijke kantpan nabij nok Onder 1e zuidelijke kantpan nabij nok Onder 1e zuidelijke kantpan nabij nok Onder 1e noordelijke kantpan nabij nok 4e kantpan ten opzichte van nok Onder 1e noordelijke kantpan nabij nok Onder 2e zuidelijke kantpan nabij nok Onder 1e noordelijke kantpan nabij nok

Tabel 6. De locaties van de aangetroffen vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw binnen het plangebied.

4.5

Conclusie onderzoeksresultaten

In totaal zijn binnen het plangebied aangetroffen: • Binnen het plangebied zijn drie paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aangetroffen. • Binnen het plangebied zijn twee zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aangetroffen. • Binnen het plangebied zijn 34 vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus aanwezig. • Binnen het plangebied is essentieel functioneel leefgebied (foerageergebied en kwetterplaatsen) van huismus aanwezig • Binnen het plangebied zijn tien vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw aanwezig. In Afbeelding 9 staan alle aangetroffen verblijfplaatsen in en rondom het plangebied weergegeven.

22

Afbeelding 9. Overzicht van alle aangetroffen voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen rondom het plangebied. Kaartbron: Openstreetmaps.

23

5

Effectbeoordeling

5.1

Gewone dwergvleermuis

In deze effectenbeoordeling wordt er van uitgegaan dat alle bebouwing gesloopt wordt. Door de sloop aan de bebouwing zullen drie paarverblijfplaatsen en twee zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis worden weggenomen. Essentieel functioneel leefgebied is afwezig. Hierdoor is sprake van overtreding van de volgende verbodsbepalingen: • Art 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. • Art 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Ontheffing op de Wet natuurbescherming is nodig (zie Paragraaf 5.7) evenals het treffen van maatregelen (zie Hoofdstuk 6). Aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen buiten de begrenzing van het plangebied blijven behouden. Zij bevinden zich buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Dichtstbijzijnde verblijfplaats buiten het plangebied bevindt zich op een afstand van circa 50 meter.

5.2

Ruige dwergvleermuis

Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis aanwezig. Negatieve effecten zijn derhalve uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor ruige dwergvleermuis of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.

5.3

Laatvlieger

Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van laatvlieger aanwezig. Negatieve effecten zijn derhalve uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor laatvlieger of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig. 25

5.4

Rosse vleermuis

Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van rosse vleermuis aanwezig. Negatieve effecten zijn derhalve uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor rosse vleermuis of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.

5.5

Huismus

Door de sloop worden 34 vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus weggenomen. Essentieel functioneel leefgebied in de vorm van schuil-, slaap-, en foerageergebied in vooren achtertuinen zal ook verdwijnen. Hierdoor is sprake van overtreding van de volgende verbodsbepalingen: • Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. • Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ontheffing op de Wet natuurbescherming is nodig (zie Paragraaf 5.7) evenals het treffen van maatregelen (zie Hoofdstuk 6). Aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen buiten de begrenzing van het plangebied blijven behouden. Zij bevinden zich buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. De werkzaamheden betreffen enkel sloop en nieuwbouw. De verblijfplaatsen buiten het plangebied bevinden zich op een minimale afstand van 20 meter tot het plangebied.

5.6

Gierzwaluw

Door de werkzaamheden worden 10 vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw weggenomen. Essentieel functioneel leefgebied van deze soort is in en rond het plangebied afwezig. Hierdoor is sprake van overtreding van de volgende verbodsbepalingen: • Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. • Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ontheffing op de Wet natuurbescherming is nodig (zie Paragraaf 5.7) evenals het treffen 26

van maatregelen (zie Hoofdstuk 6).

5.7

Voorwaarden voor ontheffing

Een ontheffing (of een vrijstelling) kan uitsluitend worden verleend, als voldaan is aan drie cumulatieve voorwaarden. Een uitgebreidere uiteenzetting van de voorwaarden is opgenomen in Bijlage 1: • Geen andere bevredigende oplossing; • Sprake van een in de wet genoemd belang; • Geen verslechtering/afbreuk aan de staat van instandhouding van de soort. Om te beoordelen of aan deze voorwaarden wordt voldaan zal een toetsing van de belangen en de alternatieven plaatsvinden en een ecologische toetsing. De richtlijn voor het behandelen van een aanvraag bedraagt 13 weken met de mogelijkheid om dit eenmalig te verlengen met 7 weken. In de praktijk wordt hier soms (sterk) van afgeweken.

27

6

Maatregelen

6.1

Paar- en zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis

Mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk om de gunstige staat van instandhouding te garanderen: • Voor paarverblijfplaatsen dient, 6 maanden voorafgaand aan de start van het volgende paarseizoen (start 15 augustus), per te verwijderen paarverblijfplaats 4

•

•

•

•

nieuwe verblijfplaatsen in/aan gebouwen te worden gecreëerd binnen 200 meter van de huidige verblijfplaats, buiten de invloedssfeer van de geplande werkzaamheden. Omdat het om drie paarverblijfplaatsen gaat, dienen 12 kasten te worden opgehangen. Dit kan worden gerealiseerd door het ophangen van kasten of een combinatie van het hangen van kasten met natuurinclusief renoveren waardoor opgeleverde woningen/woonblokken direct voor vleermuizen toegankelijk zijn. Voor zomerverblijfplaatsen dient, 3 maanden voorafgaand aan het actieve seizoen (dit is de periode april t/m oktober) waarin de werkzaamheden beginnen, per te verwijderen zomerverblijfplaats 4 nieuwe verblijfplaatsen in/aan gebouwen te worden gecreëerd in de vorm van houtbetonnen vleermuiskasten binnen 200 meter van de huidige zomerverblijfplaats, buiten de invloedssfeer van de geplande werkzaamheden. De wintermaanden (november tot en met maart) mogen niet tot deze 3 maanden gewenningsperiode gerekend worden. Doordat er 2 zomerverblijfplaatsen zijn aangetroffen in de bebouwing dienen in totaal 8 vervangende verblijfplaatsen te worden gerealiseerd. Dit kan worden gerealiseerd door het ophangen van kasten of een combinatie van het hangen van kasten met natuurinclusief renoveren waardoor opgeleverde woningen/woonblokken direct voor vleermuizen toegankelijk zijn.

Vleermuiskasten dienen minimaal 4 meter hoog opgehangen te worden, een vrije aanvliegroute te hebben en zo veel mogelijk vrij te zijn van verstoring. De kasten worden opgehangen aan gebouwen. Tijdelijke kasten mogen worden verwijderd onder begeleiding van de ecologisch deskundige – indien niet in gebruik – 3 maanden nadat de permanente voorzieningen zijn opgeleverd. In de periode 15 juli- 1 augustus, of 1 november – 1 april wordt de bebouwing waar de zomer- en paarverblijfplaatsen zijn aangetroffen ongeschikt gemaakt voor vleermuizen. Dit kan gedaan worden door het deels open breken van te vervangen gevelplaten, het verwijderen van de regenpijpen en het plaatsen van exclusionflaps 29

•

•

6.1.1

langs de dakpannen langs de zijgevels, dit verstoort het microklomaat van de verblijfplaats waardoor deze ongeschikt wordt. De basis van het ongeschikt maken is het verstoren van het microklimaat door het creëren van tocht. In de nieuwe situatie dienen voor de paar en zomerverblijfplaatsen tenminste 20 nieuwe permanente verblijfplaatsen te worden gecreëerd. Dit kan worden gerealiseerd door: ◦ Het inbouwen van vleermuiskasten zo hoog mogelijk op kopse gevels van de te renoveren woningen. ◦ Het toegankelijk maken van het dakvlak. ◦ Boeiborden en/of gevelbeplating licht af te laten wijken van de gevel zodat vleermuizen hier tussen kunnen. ◦ Voorzieningen in te bouwen onder het dakvlak die via de zijgevels toegankelijk zijn. De mitigerende maatregelen dienen in samenspraak met de opdrachtgever verder uitgewerkt te worden en concreet te worden beschreven in een ecologisch werkprotocol. Dit ecologisch werkprotocol dient te allen tijde onder de betrokken bekend te zijn en op het werk aanwezig te zijn.

Huismus

In totaal zullen 34 vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus met de ingreep verdwijnen. Mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk om de functionaliteit van het gebied te blijven behouden. Mitigerende maatregelen zijn: • Mitigerende maatregelen kunnen worden gerealiseerd door het ophangen van kasten. In totaal dienen 68 vervangende verblijfplaatsen gerealiseerd te worden: ◦ Tenminste 3 maanden voor de start van de werkzaamheden zal er per te verwijderen nest 2 (tijdelijke) huismussenkasten aan gebouwen binnen een afstand van 200 meter tot het plangebied opgehangen dienen te worden. Indien deze niet binnen 200 meter geplaatst kunnen worden, behoren paalkasten ook tot een mogelijkheid, maar bevoegd gezag staat hier tegenover niet zonder meer positief. De locaties van de nestkasten dienen in samenspraak met een deskundig ecoloog te worden bepaald en de kasten dienen onder begeleiding van een deskundig ecoloog te worden geplaatst. De kasten worden geclusterd opgehangen in de directe omgeving van functioneel leefgebied. • De tijdelijke kasten mogen worden verwijderd onder begeleiding van de ecologisch deskundige – buiten het broedseizoen – 1 jaar nadat de werkzaamheden zijn opgeleverd.

• Werkzaamheden ter plaatse van en nabij de voortplantingsplaats mogen enkel plaatsvinden in de periode 15 augustus tot 15 maart, óf indien de vaste rust- en verblijfplaatsen in deze periode volledig ongeschikt gemaakt zijn (dakpannen verwijderen). 30

•

•

•

6.1.2

De mitigerende maatregelen dienen in samenspraak met de opdrachtgever verder uitgewerkt te worden en concreet te worden beschreven in een ecologisch werkprotocol. Dit ecologisch werkprotocol dient te allen tijde onder de betrokken bekend te zijn en op het werk aanwezig te zijn. Essentieel leefgebied dient in de toekomstige situatie te worden gerealiseerd door voldoende groen aan te planten in de vorm van heggen, hagen, klimplanten, groenblijvers en dergelijke. De uitvoering van de maatregelen dient uitgevoerd te worden onder begeleiding van een deskundig ecoloog.

Gierzwaluw

In totaal zullen 10 vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw met de ingreep worden weggenomen. Mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk om de functionaliteit van het gebied te blijven behouden. Mitigerende maatregelen zijn: • Per voortplantingsplaats dienen, uiterlijk 15 april 2020, 5 nieuwe verblijfplaatsen te worden gecreëerd in de vorm van houtbetonnen gierzwaluwnestkasten binnen 100 tot maximaal 200 meter van het plangebied, buiten de invloedssfeer van de geplande werkzaamheden. Doordat 10 vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig zijn, dienen 50 nestkasten opgehangen te worden. Deze kasten dienen minimaal 5 meter hoog opgehangen te worden, een vrije aanvliegroute te hebben en zo veel mogelijk vrij te zijn van verstoring. De kasten worden opgehangen aan gebouwen. • De verblijfplaatsen van gierzwaluw dienen ongeschikt gemaakt te worden in de periode 15 augustus- 15 april, buiten het broedseizoen van de gierzwaluw. Het ongeschikt maken vindt plaats door de openingen dicht te zetten met gaas of de openingen vol te stoppen met glaswol, of door dakpannen te verwijderen langs de kopgevels. • Indien de werkzaamheden na het ongeschikt maken plaats vinden in de periode 15 april- 15 augustus is na het ongeschikt maken én voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog nodig teneinde de effectiviteit van het ongeschikt maken te beoordelen.

Indien het ongeschikt maken niet voldoende is uitgevoerd dienen in samenspraak met een deskundig ecoloog aanvullende maatregelen getroffen te worden. • In de nieuwbouw dienen ten minste 50 permanente alternatieve verblijfplaatsen te worden gerealiseerd. Dit kan worden gedaan door natuurinclusief te renoveren of in de vorm van inbouw neststenen. De plaatsing van de neststenen dient te voldoen aan de volgende voorwaarden: ◦ Voor elke nestplaats van gierzwaluw die wordt weggenomen worden minimaal vijf nieuwe nestplaatsen aangeboden. In totaal dienen 50 neststenen te worden geplaatst in de vorm van inbouw neststenen type Schwegler Gierzwaluw 31

•

•

32

neststeen nr25a of vergelijkbaar op een minimale hoogte van 5 meter. ◦ Onder de neststeen bevindt zich een vrije ruimte van minimaal 4 meter hoog en ten minste 1 meter breed om de aanvliegroutes van gierzwaluw te garanderen. ◦ De openingen van de neststenen bevinden zich op minimaal 50 centimeter tot elkaar. De mitigerende maatregelen dienen in samenspraak met de opdrachtgever verder uitgewerkt te worden en concreet te worden beschreven in een ecologisch werkprotocol. Dit ecologisch werkprotocol dient te allen tijde onder de betrokken bekend te zijn en op het werk aanwezig te zijn. De tijdelijke nestkasten mogen na afronding van de werkzaamheden, het aanbrengen van de permanente verblijfplaatsen en buiten het broedseizoen worden verwijderd onder begeleiding van een ecologisch deskundige.

7

Conclusies en aanbevelingen

7.1

Conclusies

In opdracht van Poort 6 heeft Ecoresult B.V. een nader onderzoek naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw uitgevoerd in het plangebied: Complex 504, 515 en 518, te Gorinchem. Aanleiding voor dit onderzoek is de voorgenomen sloop van de bebouwing en een quickscan door stadsecoloog dhr. Johan Sterk, waarin is gesteld dat het plangebied potentieel geschikt is voor voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw en vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger). Zodoende was nader onderzoek naar deze soortgroepen noodzakelijk om te vast te stellen of deze soorten inderdaad aanwezig zijn en zo ja, hoe in het kader van de Wet natuurbescherming gehandeld dient te worden. In voorliggende rapportage worden de onderzoeksresultaten beschreven. Gewone dwergvleermuis • • • •

In het plangebied zijn drie paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aanwezig. In het plangebied zijn twee zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aanwezig. Rondom het plangebied zijn twee paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aangetroffen, deze is aanwezig buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Essentieel functioneel leefgebied is binnen het plangebied afwezig.

Ruige dwergvleermuis •

In het plangebied en binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden zijn vaste rusten verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied afwezig.

Laatvlieger •

In het plangebied en binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden zijn vaste rusten verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied afwezig.

Rosse vleermuis •

In het plangebied en binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden zijn vaste rust33

en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied afwezig. Huismus • •

Binnen het plangebied zijn 34 vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus aanwezig. Binnen het plangebied is essentieel functioneel leefgebied (foerageergebied en kwetterplaatsen) van huismus aanwezig

Gierzwaluw •

Binnen het plangebied zijn 10 vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw aanwezig.

Ontheffing en maatregelen Ontheffing dient te worden aangevraagd voor het wegnemen van drie paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, twee zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, 34 vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel leefgebied van huismus en 10 vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw. De volgende verbodsbepalingen worden door de werkzaamheden overtreden: • Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. • Art 3.1 lid 4 en lid 5 (Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. • Art 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. • Art 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Overige aanbevelingen met betrekking tot vrijgestelde soorten en vogels, zoals benoemd in de quickscan blijven van kracht.

7.2

Aanbevelingen

Los van de onderzoeksresultaten, maar als duurzame inrichtingsmaatregel “inclusief bouwen voor vleermuizen en vogels, heeft het de ecologische voorkeur om rekening te houden met de wensen van vleermuizen en vogels in het nieuwe ontwerp. Anders gezegd: door inclusief te bouwen voor vleermuizen en vogels wordt bijvoorbeeld een (nieuw) gebouw of kunstwerk toegankelijk voor vleermuizen en vogels of blijft een potentiële vliegroute intact. Ecoresult B.V. kan u hierover adviseren en dit opnemen in het mitigatieplan en/of ontwerp. 34

8

Geraadpleegde bronnen

8.1

Internet

PDOK (Publieke Dienstverlening Op Kaart) https://www.pdok.nl/ Kennisdocumenten https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ Vleermuisprotocol 2017 http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol

35

Bijlage 1

Voorwaarden ontheffing

Een ontheffing (of een vrijstelling) kan uitsluitend worden verleend, als voldaan is aan elk van de volgende drie cumulatieve voorwaarden: 1. Geen andere bevredigende oplossing; ◦ De vraag of er een bevredigende andere oplossing is, bestaat uit drie delen:  Wat is het probleem of de specifieke situatie waarom de handeling plaatsvindt?  Zijn er andere oplossingen voor dit probleem?  Indien er andere oplossingen zijn, welke gevolgen heeft dit dan voor de verbodsbepalingen? 2. Sprake van een in de wet genoemd belang ◦ Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen:  in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;  ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;  in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;  voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of  om het

onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; ◦ Voor soorten beschermd onder de Vogelrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: ▪ In het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid ▪ In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer ▪ Ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren ▪ Ter bescherming van flora en fauna 36

▪ Voor onderzoek en onderwijskundige doelen ▪ Voor het uitzetten en herinvoeren van soorten en voor de met deze doelen samenhangende teelt ▪ Om kleine hoeveelheden van bepaalde vogels onder bepaalde omstandigheden te vangen, te houden of te gebruiken Geen verslechtering/afbreuk aan de staat van instandhouding van de soort. ◦ Het ecologische toetsingscriterium verschilt per beschermingsregime, voor soorten van de Vogelrichtlijn is dit: “De maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort” ◦ Om te beoordelen of aan deze criteria wordt voldaan, moeten de volgende vragen worden beantwoord:  Wat is de staat van instandhouding (van de populatie) van de soort (in zijn natuurlijk verspreidingsgebied)?

3.

Wat is het effect van het verlenen van de ontheffing op de betrokken populatie(s)? Om te beoordelen of aan deze voorwaarden wordt voldaan zal een toetsing van de belangen en de alternatieven plaatsvinden en een ecologische toetsing. De richtlijn voor het behandelen van een aanvraag bedraagt 13 weken met de mogelijkheid om dit eenmalig te verlengen met 7 weken. In de praktijk wordt hier soms (sterk) van afgeweken. 

•

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=dec3b89c-3508-4e7a-b894-d0ae857165df