Bijlage 7 - Quickscan externe veiligheid
Tekst van het document
documentkenmerk: 2203/107/CW-04, versie 0
Quickscan Externe Veiligheid Gildenweg 66-68 te Gorinchem (2203/107/CW-04)
documentkenmerk: 2203/107/CW-04, versie 0
Quickscan Externe Veiligheid
in opdracht van Gildenweg 68 Gorinchem CV T.a.v. de heer N.J.H. Dankers Minervum 7464 4817 ZP BREDA betreffende locatie Gildenweg 66-68 Gorinchem documentkenmerk 2203/107/CW-04 versie 0 vestiging Arkel datum 28 juli 2022
opgesteld door:
gecontroleerd door:
ing. C. de With
ing. F.C.A. van den Borne
Projectleider ruimtelijke ordening
Projectleider ruimtelijke ordening
Op dit rapport is een disclaimer van toepassing; zie https://www.tritium.nl/disclaimer/29-04-2021/
Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid
Tritium Advies is gevestigd in:
T.
088 44 02 900
E.
info@tritium.nl
Arkel >> Breda >> Neer >>
I.
www.tritium.nl
Nuenen >> Rijkevoort
KvK-nr.
17108024
documentkenmerk: 2203/107/CW-04, versie 0
Inhoudsopgave pagina 1
Inleiding
1
2
Plangebied
2
3
Wettelijk kader
3
3.1
Algemeen
3
3.2
Beleid externe veiligheid
5
4
Risicobronnen
7
4.1
Inventarisatie
7
4.2
Toetsing
8
5
Conclusie
11
documentkenmerk: 2203/107/CW-04, versie 0
1 Inleiding In opdracht van Gildenweg 68 Gorinchem CV is het aspect externe veiligheid beschouwd ten behoeve van de beoogde ontwikkeling op de locatie Gildenweg 66-68 te Gorinchem. Beoogd wordt de huidige autogarage te slopen en een nieuw appartementengebouw te realiseren. De locatie bevindt zich nabij verschillende risicobronnen. In het kader van de juridisch-planologische procedure (bestemmingsplan), die nodig is om de ontwikkeling mogelijk te maken, dient op het aspect externe veiligheid te worden ingegaan. Het onderzoek wordt uitgevoerd in de vorm van een quickscan. Op deze manier worden de risico’s en randvoorwaarden, maar ook de kansen voor een mogelijk ontwerp zichtbaar.
Pagina 1 van 11
documentkenmerk: 2203/107/CW-04, versie 0
2 Plangebied Het plangebied is gelegen aan de Gildenweg 66-68 te Gorinchem en betreft het perceel kadastraal bekend gemeente Gorinchem, sectie E, nummer 1549. Beoogd wordt om de huidige autogarage te slopen en een nieuw appartementengebouw te realiseren. Het appartementengebouw zal bestaan uit vier bouwlagen met daarin 33 appartementen en studio’s. Figuur 1 geeft een situatietekening van het planvoornemen weer.
Figuur 1: Situatietekening beoogd planvoornemen.
Pagina 2 van 11
documentkenmerk: 2203/107/CW-04, versie 0
3 Wettelijk kader 3.1 Algemeen Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Daarbij gaat het om de risico's verbonden aan 'risicovolle inrichtingen', waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt en anderzijds om het 'vervoer van gevaarlijke stoffen' via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Wanneer er sprake is van een situatie waarin externe veiligheid een rol speelt en waarin de overheid als bevoegd gezag een beslissing dient te nemen, moet beoordeeld worden of de situatie niet in strijd is met de grenswaarden voor het plaatsgebonden risico en dient het groepsrisico te worden verantwoord. De 'verantwoording van groepsrisico' is ingevoerd met de inwerkingtreding van het Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen). Kort gezegd komt het er op neer dat het bevoegd gezag verantwoording aflegt over het groepsrisico en de maatregelen die getroffen zijn om dat risico zoveel mogelijk te beperken. Deze quickscan beschrijft derhalve vanuit de risicobronnen de consequenties voor het planvoornemen.
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans dat iemand die zich op een bepaalde plaats bevindt, komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven door een lijn op een kaart die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt (zogeheten risicocontour). Het Rijk heeft als maatgevende risicocontour de kans op overlijden van 10-6 per jaar gegeven (indien een persoon zich gedurende een jaar binnen deze contour bevindt is de kans op overlijden groter dan één op een miljoen). De wetgeving is erop gericht om voor bestaande situaties geen personen in kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen, kantoren en hotels met een bruto oppervlakte > 1500 m 2) en zo min mogelijk personen in beperkt kwetsbare objecten (zoals kleine kantoren en sportcomplexen) bloot te stellen aan een plaatsgebonden risico dat hoger is dan 10 -6 per jaar. Nieuwe ontwikkelingen van kwetsbare objecten binnen de risicocontour van 10-6 per jaar zijn niet toegestaan. Nieuwe ontwikkelingen van beperkt kwetsbare objecten zijn ongewenst, maar wel toegestaan indien gemotiveerd kan worden waarom dit noodzakelijk is. Daarnaast dient aangetoond te worden dat afdoende maatregelen worden genomen om de risico's en de gevolgen van een eventueel ongeval te beperken. Groepsrisico Het groepsrisico is een maat voor de kans dat een bepaald aantal mensen overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
Pagina 3 van 11
documentkenmerk: 2203/107/CW-04, versie 0
De hoogte van het groepsrisico hangt af van: •
de kans op een ongeval;
•
het effect van het ongeval;
•
het aantal personen dat in de omgeving van de bron (inrichting of transportroute) verblijft;
•
de mate waarin de personen in de omgeving beschermd zijn tegen de gevolgen van een ongeluk.
Het groepsrisico kan worden weergegeven in een grafiek met op de horizontale as het aantal dodelijke slachtoffers en op de verticale as de kans per jaar op tenminste dat aantal slachtoffers. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het zogenaamde invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Hoe meer personen per hectare in het invloedsgebied aanwezig zijn, hoe groter het aantal (potentiële) slachtoffers is, en hoe hoger het groepsrisico. Voor het groepsrisico als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen over (spoor-)wegen en water geldt een verantwoordingsplicht voor het bevoegd gezag. Indien binnen het invloedsgebied van een transportroute een ontwikkeling wordt gerealiseerd dient het bevoegd gezag in te gaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden van zelfredzaamheid (beperkte verantwoording groepsrisico). Als het groepsrisico groter is dan de oriëntatiewaarde dient het bevoegd gezag altijd in te gaan op alle genoemde aspecten van het externe risico (uitgebreide verantwoording groepsrisico). De hoogte van het groepsrisico en de toename ervan volgen uit een risicoberekening met behulp van het voorgeschreven rekenprogramma RBM II, CAROLA en/of SAFETI-NL. In eenvoudige gevallen is de toepassing van vuistregels mogelijk.
Zelfredzaamheid De zelfredzaamheid geeft aan in welke mate de aanwezigen in het plangebied in staat zijn zich op eigen kracht in veiligheid te brengen.
Functie-indeling, infrastructuur, bebouwing, communicatie en alarmering kan op verschillende manieren op zelfredzaamheid inspelen. Bijvoorbeeld door het toepassen van luchtdichte afsluiting in de gebouwen, zodat mensen bij het vrijkomen van een toxische wolk veilig binnen kunnen blijven. Of het wegenplan zodanig inrichten dat de mensen van de risicobron weg kunnen vluchten. Bij het scenario ‘vrijkomen van een toxische stof’ is het van belang dat de aanwezigen in het effectgebied binnen blijven en dat ramen, deuren en ventilatieopeningen worden gesloten. In het kader van een effectieve zelfredzaamheid bij het vrijkomen van toxische stoffen wordt geadviseerd om centraal afsluitbare ventilatiesystemen toe te passen. Hierdoor wordt voorkomen dat toxische stoffen binnentreden. Ten behoeve van de zelfredzaamheid is het tevens van belang dat er sirenes (Waarschuwing en Alarmering Systeem (WAS)) worden ingezet met de daarbij horende boodschap via radio, televisie en mobiele telefonie (NL-alert). Voorzieningen en maatregelen op het gebied van zelfredzaamheid leiden er toe dat mensen tijdig het gebied kunnen ontvluchten om zo zichzelf te redden of de ernst van hun verwondingen kunnen beperken. Zelfredzaamheid beïnvloedt hiermee het resteffect. Modelmatig zal dit effect niet altijd kunnen worden gekwantificeerd.
Pagina 4 van 11
documentkenmerk: 2203/107/CW-04, versie 0
Beheersbaarheid Beheersbaarheid richt zich op de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten in hoeverre zij in staat zijn hun taken goed uit te kunnen voeren en daarmee verdere escalatie van een incident kunnen voorkomen.
Met maatregelen en voorzieningen op het gebied van beheersbaarheid kan escalatie van een incident worden voorkomen. Hierdoor wordt het groepsrisico in positieve zin beïnvloedt, neemt de zelfredzaamheid van personen toe en zal het resteffect ook lager uit kunnen vallen. De beheersbaarheid van het incident wordt mede bepaald door de aard van de betrokken stoffen in samenhang met de snelheid waarmee een incident zich ontwikkeld. Enkele maatregelen op het gebied van zelfredzaamheid en beheersbaarheid kunnen samenvattend zijn: •
extra sirenemasten plaatsen;
•
extra bluswatervoorzieningen aanleggen;
•
voldoende aanrijdroutes voor hulpverleningsdiensten en vluchtwegen voor gebruikers en bewoners aanleggen;
•
het toepassen van hittewerend of splinterwerend glas bij de risicozijden.
3.2 Beleid externe veiligheid Transportroutes De risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en binnenwater zijn opgenomen in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Zo worden mensen die in de buurt van een risicobron wonen beschermd. Hierdoor moet bij een ruimtelijk besluit of een omgevingsvergunning milieu rekening worden gehouden met de voorgeschreven veiligheidsafstanden ter bescherming van individuen en groepen. Conform artikel 7 van het Bevt moet bij elk plan binnen het invloedsgebied van een transportroute in elk geval een beperkte verantwoording worden uitgevoerd. Wanneer het plan binnen de 200 meter van de transportas ligt moet een uitgebreide verantwoording worden uitgevoerd, tenzij het groepsrisico lager is dan 0,1 maal de oriëntatie waarde of wanneer het groepsrisico ligt tussen de 0,1 en 1 maal de oriëntatiewaarde en de toename van het groepsrisico minder is dan 10%. Buisleidingen Voor buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Volgens artikel 12 van het Bevb moet bij elk plan binnen het invloedsgebied van een buisleiding in elk geval een beperkte verantwoording worden uitgevoerd.
Wanneer het plan binnen de 100% letaliteitsgrens ligt (voor brandbare stoffen) of binnen de PR 10 -8-contour (voor toxische stoffen) ligt, moet een uitgebreide verantwoording worden uitgevoerd, tenzij het groepsrisico lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde of wanneer het groepsrisico ligt tussen de 0,1 en 1 maal de oriëntatiewaarde en de toename van het groepsrisico minder is dan 10%. Inrichtingen In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is wettelijk vastgelegd dat de risico’s van de aanwezige risicobronnen (inrichtingen) moeten voldoen aan de veiligheidsnormen. In de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) zijn deze bepalingen en toepassingen
Pagina 5 van 11
documentkenmerk: 2203/107/CW-04, versie 0
van de veiligheidsnormen uitgewerkt. Volgens artikel 12 en 13 van het Bevi moet bij de oprichting van (beperkt) kwetsbare objecten binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting een verantwoording van het groepsrisico worden uitgevoerd. Daarnaast zijn in het Bevi grenswaarden en richtwaarden opgenomen voor het plaatsgebonden risico (PR). De grenswaarde voor kwetsbare objecten is de PR-contour 10-6. Deze contour geldt als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Dit betekent dat kwetsbare objecten niet binnen deze contour aanwezig mogen zijn of mogen komen. Beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan als daarvoor voldoende motivatie is gegeven. Plasbrandaandachtsgebied Conform artikel 10 van het Bevt is een toelichting vereist indien nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten in het plangebied zijn gelegen binnen een plasbrandaandachtsgebied. Een plasbrandaandachtsgebied is het gebied waarin bij het realiseren van kwetsbare objecten rekening gehouden dient te worden met de effecten van een zogenaamde plasbrand. Deze plasbrand kan ontstaan door de ontsteking van uitgestroomde brandbare vloeistof uit een tankwagen of wagon. In de regeling Basisnet is aangegeven dat een plasbrandgebied reikt tot 30 meter aan weerszijde van het wegvak (gemeten vanaf de buitenste kantstrepen) of de spoorlijn (gemeten vanaf de buitenste spoorstaven van de spoorbundel).
Pagina 6 van 11
documentkenmerk: 2203/107/CW-04, versie 0
4 Risicobronnen 4.1 Inventarisatie Bij de inventarisatie van risicobronnen rondom het plangebied is gebruik gemaakt van de Landelijke Signaleringskaart Externe Veiligheid van het IPO en de Atlas Leefomgeving (samenwerking van het Rijk, de provincies en de gemeenten). De volgende risicobronnen zijn aangetroffen en afgebeeld op figuur 2: 1.
Rijkswegen A15 en A27;
2.
vaarroute Corridor Rotterdam - Duitsland;
3.
spoorlijn Betuweroute;
4.
inrichting Sita Ecoservice.
3 1
1
4
2
Figuur 2: Uitsnede Landelijke Signaleringskaart (plangebied rood omcirkeld), risicobronnen genummerd.
Het plangebied ligt tevens nabij de spoorlijn Dordrecht – Gorinchem. Over dit spoor vindt echter enkel personenvervoer plaats en geen transport van gevaarlijke stoffen. Deze spoorlijn vormt derhalve voor het aspect externe veiligheid geen belemmering voor het plan en is niet beschouwd in onderhavige quickscan. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de genummerde risicobronnen om de risico’s c.q. de vervolgstappen beknopt in kaart te brengen.
Pagina 7 van 11
documentkenmerk: 2203/107/CW-04, versie 0
4.2 Toetsing 1.
Rijkswegen A15 en A27
Het plangebied is gelegen nabij de rijkswegen A15 en A27. In Tabel 1 zijn de gegevens met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen weergegeven per wegvak. De volgende wegvakken zijn relevant: Z79
A15: afrit 23 (Papendrecht/N3) - afrit 27 (Gorinchem)
Z80
A15: afrit 27 (Gorinchem) - Knp. Gorinchem
G14
A15: Knp. Gorinchem - Knp. Deil
Z100
A27: afrit 25 (Noordeloos) - Knp. Gorinchem
Z99
A27: Knp. Gorinchem - afrit 24 (Avelingen)
B41
A27: afrit 24 (Avelingen) - Knp. Hooipolder
Tabel 1: gegevens transportroutes per wegvak op basis van de meest recente digitale telling Stofcategorie
Hoeveelheden (tankwagens) per wegvak
Maximale effectafstand (m)
Z79
Z80
G14
Z100
Z99
B41
(A15)
(A15)
(A15)
(A27)
(A27)
(A27)
Afstand tot plangebied (m)
975
900
915
955
300
680
PR 10-6 (m)
46
41
32
14
16
12
Plasbrandaandachtsgebied
ja
ja
ja
ja
ja
ja
GF3
Licht ontvlambaar gas
13.059
13.595
9956
5040
4764
4000
355
LF1
Brandbaar vloeistof
28.104
28.970
26.580
19.108
25.114
19.410
45
LF2
Brandbaar vloeistof
50.618
52.112
41.833
16.476
17.361
20.500
45
LT1
Toxische vloeistof
2478
2245
3418
215
1150
748
730
LT2
Toxische vloeistof
2384
1919
2198
2082
2743
1846
880
LT3
Zeer toxische vloeistof
0
0
0
0
0
0
> 4000
GF1
Brandbaar gas
192
195
384
192
99
0
40
GF2
Brandbaar gas
192
192
96
192
338
303
280
GT2
Toxisch gas
0
0
0
0
0
0
245
GT3
Toxisch gas
245
241
626
28
155
0
560
GT4
Toxisch gas
0
96
0
0
0
0
> 4000
GT5
Toxisch gas
0
0
0
0
0
0
> 4000
Het plangebied is (ruimschoots) buiten de PR-contour 10-6 van de verschillende wegvakken gelegen en buiten de plasbrandaandachtsgebieden. Het plangebied is tevens gelegen op meer dan 200 meter van de transportroutes. Conform artikel 8 van de Bevt is het niet noodzakelijk om het groepsrisico te berekenen. Het plangebied is wel gelegen binnen het invloedsgebied van de A15 vanwege het vervoer van de stofcategorie GT4 (toxisch gas) en binnen het invloedsgebied van de A27 vanwege het vervoer van de stofcategorieën GF3 (licht ontvlambaar gas), LT1 en LT2 (toxische vloeistoffen) en GT3 (toxisch gas). Conform artikel 7 van de Bevt dient de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico beperkt te worden verantwoord (aangaande de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid). 2.
Vaarroute Corridor Rotterdam - Duitsland
Nabij het plangebied loopt vaarroute Corridor Rotterdam - Duitsland over de rivier de Boven Merwede. De gegevens met betrekking tot deze vaarroute worden weergegeven in Tabel 2.
Pagina 8 van 11
documentkenmerk: 2203/107/CW-04, versie 0
Tabel 2: gegevens transportroutes per vaarroute op basis van de Atlas Leefomgeving Stofcategorie
Hoeveelheden (tankschepen) per
Maximale
vaarroute
effectafstand (m)
Corridor Rotterdam – Duitsland (binnen) Afstand tot plangebied (m) PR 10
-6
(m)
1180 0
LF1
Brandbare vloeistof
9882
35
LF2
Brandbare vloeistof
13.958
35
LT1
Toxische vloeistof
146
600
LT2
Toxische vloeistof
0
880
GF2
Brandbaar gas
0
65
GF3
Brandbaar gas
2135
90
GT3
Toxisch gas
196
1070
Het plangebied is gelegen op meer dan 200 meter van de vaartroute. Conform artikel 8 van de Bevt is het niet noodzakelijk om het groepsrisico te berekenen. Het plangebied is tevens niet gelegen binnen de maximale effectenafstand van de over de Boven Merwede vervoerde gevaarlijke stoffen. De vaarroute vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. 3.
Spoorlijn Betuweroute
Nabij het plangebied loopt spoorlijntraject de Betuweroute. In tabel 3 zijn de gegevens van de spoorlijn weergegeven per trajectnummer. Er geldt tevens een plasbrandaandachtsgebied. Tabel 3: gegevens transportroutes per spoorlijntraject op basis van de Atlas Leefomgeving Stofcategorie
Hoeveelheden (tankwagens) per
Maximale
trajectnummer
effectafstand (m)
202E3.1
Afstand tot plangebied (m) PR-plafond 10
-6
(m)
Plasbrandaandachtsgebied
1400 30 ja
A
Brandbaar gas
50.920
460
B2
Toxisch gas
6240
995
B3
Zeer toxisch gas
C3
Zeer brandbare vloeistof
D3 D4
730
> 4000
111.880
35
Toxische vloeistof
6380
375
Zeer toxische vloeistof
3920
> 4000
Het plangebied is (ruimschoots) buiten de PR-contour 10-6 van de spoorlijn gelegen en buiten het plasbrandaandachtsgebied. Het plangebied is tevens gelegen op meer dan 200 meter van de transportroute. Conform artikel 8 van de Bevt is het niet noodzakelijk om het groepsrisico te berekenen. Het plangebied is wel gelegen binnen het invloedsgebied vanwege het vervoer van de stofcategorieën B3 (zeer toxisch gas) en D4 (zeer toxische vloeistof). Conform artikel 7 van de Bevt dient de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico beperkt te worden verantwoord (aangaande de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid). Pagina 9 van 11
documentkenmerk: 2203/107/CW-04, versie 0
4.
Inrichting Sita Ecoservice
Nabij het plangebied zijn verschillende risicovolle inrichtingen gelegen. Op basis van de Landelijke Signaleringskaart Externe Veiligheid is het plangebied enkel gelegen binnen het invloedsgebied van Sita Ecoservice Nederland B.V. aan de Avelingen-West 15 te Gorinchem. De afstand tot het plangebied bedraagt circa 720 meter. Het invloedsgebied bedraagt 930 meter. Het betreft een BEVI-inrichting met opslag van gevaarlijke stoffen. Het maatgevende scenario betreft toxische verbrandingsproducten. Op 1 december 2005 is ten behoeve van de inrichting een QRA uitgevoerd waaruit blijkt dat de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet wordt overschreden en hier ruim onder ligt. Gezien de grote afstand tot het bedrijf en de beperkte toename van het aantal personen binnen het plangebied levert dit geen problemen op voor het planvoornemen.
Pagina 10 van 11
documentkenmerk: 2203/107/CW-04, versie 0
5 Conclusie Uit de uitgevoerde inventarisatie is gebleken dat er een aantal risicobronnen in de omgeving van het plangebied zijn gesitueerd, namelijk de rijkswegen A15 en A27, de vaarroute Rotterdam – Duitsland, de Betuweroute en Sita Ecoservice. Het plangebied is niet gelegen binnen een PR-contour 10-6 van een risicobron. Het plangebied is tevens niet gelegen binnen 200 meter van een transportroute. Conform artikel 8 van de Bevt is het niet noodzakelijk om het groepsrisico te berekenen. Het plangebied is wel gelegen binnen het invloedsgebied van de A15 vanwege het vervoer van de stofcategorie GT4 (toxisch gas), binnen het invloedsgebied van de A27 vanwege het vervoer van de stofcategorieën GF3 (licht ontvlambaar gas), LT1 en LT2 (toxische vloeistoffen) en GT3 (toxisch gas) en binnen het invloedsgebied van de Betuweroute vanwege het vervoer van de stofcategorieën B3 (zeer toxisch gas) en D4 (zeer toxische vloeistof). Conform artikel 7 van de Bevt dient de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico beperkt te worden verantwoord (aangaande de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid). Het plangebied is tevens gelegen binnen het invloedsgebied van Sita Ecoservice Nederland B.V. aan de Avelingen-West 15 te Gorinchem. Het betreft een BEVI-inrichting met opslag van gevaarlijke stoffen. Het maatgevende scenario betreft toxische verbrandingsproducten.
Het groepsrisco ligt ruimt onder oriëntatiewaarde. Gezien de grote afstand tot het bedrijf en de beperkte toename van het aantal personen binnen het plangebied levert dit geen problemen op voor het planvoornemen. Het plangebied is buiten het invloedsgebied van de vaarroute Rotterdam – Duitsland gelegen, deze vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. Geadviseerd wordt om voorliggende rapportage voor te leggen aan het bevoegd gezag om vast te stellen of het groepsrisico berekend dient te worden dan wel een beperkte en/of volledige verantwoording van het groepsrisico volstaat. Daarnaast kan het bevoegd gezag vaststellen of eventueel standaardadvies van de brandweer op onderhavig planvoornemen van toepassing is.
Pagina 11 van 11