CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Visuele Integriteit Waterlinies_21.08.2018_lowres (2).pdf

Parallelsessie raadzaal 3 februari 2022, gemeente GorinchemBij agendapunt: Sluiting4.583 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VISUELE INTEGRITEIT WATERLINIES

advies Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

2 | Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

Visuele Integriteit Waterlinies advies Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterline, augustus 2018 auteur: Peter Paul Witsen foto kaft: Fort Spion

Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie | 3

VISUELE INTEGRITEIT WATERLINIES

advies Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

4 | Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

Waterlinie in hoog-dynamisch gebied: Fort de Gagel in de stadsrand van Utrecht

Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie | 5

Aanleiding In de voorbereiding van het Nominatiedossier voor de uitbreiding van het Werelderfgoed Stelling van Amsterdam met de Nieuwe Hollandse Waterlinie, heeft een delegatie namens de Nederlandse State Party op 15 januari 2018 een bezoek gebracht aan UNESCO en ICOMOS in Parijs. Doel was onder meer om helderheid te geven over het Nederlandse beschermingsregime, in relatie tot de praktijk van ‘Behoud door Ontwikkeling’ en de keuze om geen bufferzone aan het beoogde Werelderfgoed toe te voegen. Tijdens dat bezoek kwam naar voren dat UNESCO veel belang hecht aan de wijze waarop de ‘visuele integriteit’ van het werelderfgoed is geborgd. Dit bleek ook uit een van de aanbevelingen van UNESCO naar aanleiding van de voorgestelde minor boundary modification voor de Stelling van Amsterdam: “Consider the implementation of a buffer zone for the World Heritage property in order to improve the protection of the property and its visual integrity, particularly for sections near industrial and residential development areas (and in particular, the Geniedijk area near the Schiphol Airport)”. Er zijn onderzoeksopdrachten verstrekt aan de bureaus Land-ID en Overmorgen om de huidige bescherming en de inzet van het instrumentarium te beoordelen. Daarmee is het antwoord op de vragen van UNESCO over de visuele integriteit nog niet compleet.

UNESCO en ICOMOS gaan ervan uit dat de visuele integriteit ook door interventies buiten het werelderfgoed geschonden kan worden. Zij doen de suggestie voor een bufferzone langs het werelderfgoed. Het lijkt verstandig om daar in het Nominatiedossier expliciet aandacht aan te schenken. Het Kwaliteitsteam is ambtelijk gevraagd om te adviseren op welke manier dat het beste kan gebeuren.

6 | Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

inundatiesluis in de gracht van het Fort bij Everdingen en inundatiekom Culemborgerwaard (foto Kariene Schauwaert)

Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie | 7

Definitie van het begrip ‘visuele integriteit’ De ‘integriteit’ van het werelderfgoed komt prominent naar voren in de Operational Guidelines van UNESCO en heeft betrekking op de mate van compleetheid en intactheid. Het begrip ‘Visuele integriteit’ komt niet voor in de Operational Guidelines. Er is geen algemeen aanvaarde definitie van ‘visuele integriteit’ beschikbaar. Wel is in 2013 een International World Heritage Expert Meeting gehouden rond ‘visuele integriteit’. Het background paper bij deze meeting stelt: ‘Visual integrity may pertain specifically to vistas, panoramas, viewpoints, and silhouettes. Visual Integrity can also be taken to mean the capacity of heritage to maintain visual distinctiveness and visually demonstrate its relationship with its surroundings’. Dit paper legt een direct verband met de bufferzones: ‘The closest approximation to the concept of “visual integrity” within the Operational Guidelines is “important views”, which is mentioned in paragraph 104 of section II.F, within the definition of a buffer zone: “For the purposes of effective protection of the nominated property, a buffer zone is an area surrounding the nominated property which has complementary legal and/or customary restrictions placed on its use and development to give an added layer of protection to the property.

This should include the immediate setting of the nominated property, important views and other areas or attributes that are functionally important as a support to the property and its protection.”’ De voorbeelden in dit paper, die veelal betrekking hebben op hoogbouw in de nabijheid van beschermde historische binnensteden, bevestigen dat ‘visuele integriteit’ niet alleen betrekking heeft op het gebied binnen de begrenzing van het werelderfgoed, maar juist ook daarbuiten. UNESCO heeft het vertrouwen nodig dat het aangezicht van het werelderfgoed niet wordt geschaad, ook niet door ontwikkelingen in de wijdere omgeving. ‘Integriteit’ gaat over de compleetheid en intactheid van het erfgoed zelf. ‘Visuele integriteit’ betekent dat dit erfgoed visueel niet wordt weggedrukt of gemarginaliseerd door latere toevoegingen, ongeacht of die binnen of buiten de begrenzing van het werelderfgoed gesitueerd zijn.

8 | Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

een Waterlinie benut het bestaande landschap en heeft daardoor historisch gezien geen sterke eigen, onderscheidende expressie (foto vanaf de Diefdijklinie van Kim Verhaegh)

Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie | 9

Interpretatie voor Stelling en Linie Een waterlinie heeft historisch gezien geen sterke eigen, onderscheidende expressie. Daarin verschilt dit erfgoed van bijvoorbeeld een vesting, een kerk of een historische stadskern. Dat is inherent aan het systeem dat aan de werking van de linie ten grondslag lag. Zoveel mogelijk werden elementen ingezet die al in het landschap aanwezig waren. Inundatiekommen bestaan in veel gevallen uit polders die werden ingericht en bemalen ten behoeve van agrarisch gebruik. De eigenschappen van de polder als vlak, open en omdijkt land met een beheersbaar waterpeil, maakten ze geschikt voor onderwaterzetting (inundatie) om vijandelijke troepen de doorgang te belemmeren. Ook de hoofdverdedigingslijn (de grens tussen inundeerbaar en verdedigd gebied) bestond waar mogelijk uit reeds aanwezige verhogingen in het landschap, zoals kades langs rivieren en polderdijken. In sommige gevallen hadden ze ook betekenis voor het militaire transport tussen de stellingen. De lijnstructuur was en is herkenbaar in het landschap, maar de militaire functie lang niet altijd, ook niet ten tijde van het militaire gebruik. Werk aan de Korte Uitweg en Gedekte Gemeenschapsweg ingebed in het landschap

Specifiek voor militair gebruik aangelegde landschapselementen onderscheiden zich visueel niet altijd van reeds aanwezige landschapselementen. De Diefdijk bijvoorbeeld, een deel van de hoofdverdedigingslijn in het zuiden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, was een middeleeuwse binnendijk voor de bescherming tegen dijkdoorbraken bovenstrooms. De Geniedijk, onderdeel van de Stelling van Amsterdam, had alleen een militaire functie. Visueel is dat verschil nergens aan af te lezen. Sluizen en kanalen die alleen nodig waren voor inundatie, onderscheiden zich visueel niet van waterwerken die dagelijks gebruikt werden om de waterhuishouding van de polders op orde te houden.

10 | Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

de sterke eigen expressie van het Fort bij Vechten (Ossip van Duivenbode)

Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie | 11

De sterkste eigen expressie komt van de forten en andere verdedigingswerken, die gebouwd zijn op de zwakke plekken in de waterlinie. In hun oorspronkelijke gebruik waren ze gecamoufleerd, opdat de vijand ze niet vroegtijdig zou opmerken. Nu zijn ze vaak beter zichtbaar. Daar is voor gekozen om het maatschappelijke bewustzijn over het erfgoed te vergroten. Vestingsteden in de beide waterlinies zijn eerder in de geschiedenis gebouwd. De vestingen en hebben een eigen monumentale waarde, ook buiten hun positie en betekenis in Stelling en Linie om. Visuele integriteit van Stelling en Linie betreft de gebouwde verdedigingswerken, maar zeker ook het samenstel van de gebruikte agrarische, natuurlijke, waterstaatkundige en militaire landschapselementen. Niet alleen de onderdelen op zichzelf, maar ook hun onderlinge relatie als verdedigingssysteem moet visueel samenhangend zijn. Het militaire systeem is niet het eerste dat opvalt, maar schemert overal door het landschap heen. Dat stelt andere eisen aan de visuele integriteit dan bij erfgoed met een meer herkenbare eigen expressie.

Werk aan de Groeneweg in de inundatiepolder Blokhoven

12 | Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

Fort bij Krommeniedijk in het strategisch landschap (foto Hanno Lans)

Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie | 13

Principes voor visuele integriteit De wijze waarop dat landschappelijke systeem herkend kan worden hangt sterk af van de positie van de waarnemer in het landschap. Per standpunt en kijkrichting verschillen de eisen die aan de visuele integriteit gesteld mogen worden: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

vanaf de hoofdverdedigingslijn richting inundeerbaar gebied; vanaf inundeerbaar gebied richting hoofdverdedigingslijn; vanaf de hoofdverdedigingslijn richting verdedigd gebied; vanaf verdedigd gebied richting hoofdverdedigingslijn; op de hoofdverdedigingslijn in de lengterichting; op en rondom forten, waterwerken en vestingen.

4

5

5

1

3 6

2

14 | Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

2

1

3

vanaf de hoofdverdedigingslijn richting inundeerbaar gebied

Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie | 15

Vanaf de hoofdverdedigingslijn richting inundeerbaar gebied is de voorstelbaarheid van inundatie van belang. De inundatievlakte ligt lager dan de hoofdverdedigingslijn, is vlak, beheersbaar, afgebakend en minimaal verhard. Landgebruik dat bij onderwaterzetting tot grote schade zou leiden, hoort hier niet thuis. Dat betekent in de praktijk een grondgebonden agrarisch gebruik, open water of een wetland met meestal een natuurfunctie. Achter de inundatievlaktes mag stedelijk ruimtegebruik zichtbaar zijn. Dat hoort bij de strategische positie van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (een verdedigingslinie voor het bestuurlijk en economisch centrum van het land, op afstand van de landsgrens), en nog meer van de Stelling van Amsterdam (aangelegd als nationaal reduit, oftewel een laatste toevluchtsoord als de Nieuwe Hollandse Waterlinie zou vallen).

zicht vanaf nevenbatterij Fort aan den Ham in de Stelling van Amsterdam richting inundatieveld (foto Kennerth Stamp) foto rechts: 1. hoofdverdedigingslijn 2. inundatiekom Stelling van Amsterdam 3. nevenbatterij Fort den Ham

1

2

3

foto links: 1. hoofdverdedigingslijn Diefdijk 2. inundatiekom Culemborgerwaard 3. groepsschuilplaatsen

16 | Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

3

1

4

2

5

vanaf inundeerbaar gebied richting hoofdverdedigingslijn

Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie | 17

Vanaf inundeerbaar gebied richting hoofdverdedigingslijn is vanuit militair-historisch perspectief een weinig relevante kijkrichting. Het is het perspectief van vijandelijke troepen. Inundatie tot op kniehoogte hield hen echter al tegen voordat de hoofdverdedigingslijn goed en wel in zicht was. Vandaag de dag zijn de inundatiekommen doorgaans niet of beperkt toegankelijk, gezien de functie van de polders als landbouwgrond, open water of wetland.

zicht op de Diefdijklinie bij Fort bij Everdingen, vanaf de inundatiekom foto rechts: 1. hoofdverdedigingslijn Diefdijk 2. inundatiekom Culemborgerwaard 3. te verdedigen gebied 4. groepsschuilplaatsen en kazemat als relicten van loopgraafstelling

3

1

4

foto links: 1. hoofdverdedigingslijn Gageldijk 2. inundatiekom 3. te verdedigen gebied 4. groepsschuilplaatsen 5. Fort Ruigenhoek

2

18 | Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

vanaf de hoofdverdedigingslijn richting verdedigd gebied, Fort aan de Jisperweg richting Amsterdam (foto Hanno Lans)

Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie | 19

Vanaf de hoofdverdedigingslijn richting verdedigd gebied mag voorstelbaar zijn dat het land de moeite van het verdedigen waard is. De Stelling en Linie volgen niet de landsgrens; ze vormen een tweede of derde barrière om bij belegering ten minste het economisch en bestuurlijk hart van het land te verdedigen. Ze vormen evenmin een verstedelijkingsgrens: terreinomstandigheden bepaalden de ligging en binnen de Stelling van Amsterdam lagen voldoende landbouwgronden om in tijden van beleg de voedselproductie veilig te stellen. Om de werking van het systeem inzichtelijk te maken, heeft een contrast in vorm of functie met de inundatievlakte aan de overkant van de hoofdverdedigingslijn de voorkeur. Zo’n contrast kan veel vormen aannemen en kan hard of zacht zijn, afhankelijk van de positie in de Linie cq de Stelling.

vanaf de hoofdverdedigingslijn richting te verdedigen gebied, Diefdijklinie bij het A2-acces foto rechts: 1. hoofdverdedigingslijn 2. te verdedigen gebied 3. inundatiekom 4. acces

2

1

3

4

20 | Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

2

1

3

vanaf verdedigd gebied richting de hoofdverdedigingslijn, Fort bij Uithoorn (Hanno Lans)

Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie | 21

Vanaf verdedigd gebied richting de hoofdverdedigingslijn is de lineariteit van de hoofdverdedigingslijn zichtbaar. Soms pas van korte afstand, want een intensief ruimtegebruik hoort bij sommige delen van de verdedigde zijde. Gezien vanaf verdedigd gebied, verschijnen achter de hoofdverdedigingslijn weinig tot geen gebouwen, anders dan voor agrarisch gebruik of op grote afstand.

Zicht vanaf het verdedigd gebied op de hoofdverdedigingslijn, de nevenbatterij aan de Diefdijk bij Everdingen (foto Van der Ven) foto rechts: 1. hoofdverdedigingslijn Diefdijk 2. inundatiekom Culemborgerwaard 3. te verdedigen gebied

2

1

foto links: 1. keelzijde Fort bij Uithoorn 2. inundatiekom Stelling van Amsterdam 3. te verdedigen gebied 3

22 | Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

3

1

2

op de hoofdverdedigingslijn in de lengterichting

Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie | 23

Op de hoofdverdedigingslijn in de lengterichting is (naast behoud van het landschapselement dat werd ingezet) de continuïteit van belang. De hoofdverdedigingslijn is zowel de grens van de inundatie als de communicatielijn tussen de militaire versterkingen. In een visueel integere situatie zet de lineaire structuur zich naar twee kanten voort.

zicht over de Liniedijk bij Nigtevegt (foto Kenneth Stamp) foto rechts: 1. hoofdverdedigingslijn Liniedijk

1

foto links: 1. hoofdverdedigingslijn Diefdijk 2. inundatiekom Culemborgerwaard 3. te verdedigen gebied

24 | Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

4

2 5

5

1

3

op en rond waterwerken, forten en vestingen

Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie | 25

Op en rond waterwerken, forten, vestingen, batterijen en andere geschutsopstellingen gaat het vooral om de functie van het bouwwerk in het systeem. De meeste forten en vestingen verdedigden een acces, een hiaat in het inundeerbare gebied (bijvoorbeeld een rivier of een hooggelegen segment). Visuele integriteit betekent dat de relatie tussen het verdedigingswerk en het acces zichtbaar is. Bij waterwerken moet behalve het object zelf, ook zichtbaar zijn welke rol het had in het systeem. Een inlaatsluis staat bijvoorbeeld in contact met zowel het systeem van rivieren, kanalen en andere waterlopen dat het inundatiewater naar de inundatiekom toe voerde, als met de te inunderen polder zelf. Forten en vestingen lagen weliswaar gecamoufleerd, maar toch vrij in het landschap. Gedurende hun militaire functioneren golden wettelijk bepaalde ‘verboden kringen’, waar hoge beplanting was uitgesloten en bebouwing slechts sporadisch en onder voorwaarden werd toegelaten. Zo bleef het schootsveld te overzien. De belangrijkste voorwaarde was dat de bebouwing gemakkelijk verwijderbaar moest zijn. In de praktijk kwam dat neer op bebouwing in hout. Het zicht over het schootsveld van toen is de visuele integriteit van nu. Het respecteren van de verboden kringen borgt de visuele integriteit van de forten.

beersluis bij Fort bij Everdingen

foto links:: 1. Fort bij Honswijk 2. inundatiekom polder Blikhoven 3. te verdedigen gebied, keelzijde fort 4. acces Lek 5. vml. inundatiesluizen

26 | Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

historische inundatie in de Tielerwaard

Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie | 27

Het belangrijkst voor het begrip van het militair-landschappelijk systeem zijn (naast de afzonderlijke verdedigingswerken) de lineariteit van de hoofdverdedigingslijn en de voorstelbaarheid van onderwaterzetting van de inundatiekommen (vlak, beheersbaar, afgebakend en minimaal verhard). Zowel hoofdverdedigingslijn als inundatiekommen zijn daarom opgenomen binnen de begrenzing van het werelderfgoed. De ‘relationship with its surroundings’(een van de twee criteria in het eerdergenoemde background paper) is sterk aanwezig in de beschermingsstrategie. Deze is geënt op het verschil tussen verdedigd land en inundeerbaar land, en op de inzet van de aanwezige landschapselementen voor het verdedigingssysteem. De ‘visual distinctiveness’ ten opzichte van de omgeving (het andere criterium) is intrinsiek beperkt: polders, dijken, kades en waterwerken met een militaire functie onderscheidden zich visueel niet of nauwelijks van polders, dijken, kades en waterwerken zonder militaire functie. ‘Visual distinctiveness’ speelt rond de forten en wordt bepaald door de omgang met de ‘verboden kringen’. Om van ‘visual integrity’ te kunnen spreken, is vooral de verhouding tussen het oorspronkelijke en het toegevoegde van belang. Ook als de liniestructuur op zichzelf integer is, want compleet en intact, kan de visuele integriteit in het geding komen.

Dat is vooral aan de orde als ontwikkelingen in de relevante zichtlijnen het werelderfgoed visueel wegdrukken. Bebouwing of infrastructuur in die zichtlijnen die in structuur en ontwerp losstaan van het werelderfgoed of dominant zijn in bijvoorbeeld vorm, schaal of kleur, tasten de visuele integriteit aan, ongeacht of ze binnen of buiten de begrenzing van het werelderfgoed gelegen zijn. Met name schaalverstoring is een risico voor de visuele integriteit. Het beschermingsregime van het werelderfgoed moet ook op zulke initiatieven een antwoord hebben. Aanbeveling: Betrek bij de lopende onderzoeken over de bescherming ook de vraag welke ontwikkelingen buiten de begrenzing van het werelderfgoed het risico van schaalverstoring of andere vormen van aantasting van de visuele integriteit met zich meebrengen.

28 | Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

Bunker 599 (foto Karin de Bruin)

Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie | 29

Instrumenten Onderdelen van het erfgoed genieten wettelijke bescherming als monument (vooral bouwwerken) of beleidsmatige bescherming als landschap. De bescherming als landschappelijk systeem krijgt met de nieuwe Omgevingswet ook een wettelijke basis. Deze bescherming laat binnen grenzen nieuwe ontwikkelingen toe, noodzakelijk om het erfgoed levensvatbaar te houden. In de herbestemmingspraktijk van de militaire werken in Stelling en Linie is een aantal vuistregels voor het ontwerp ontstaan: toevoegingen zijn herkenbaar als toevoeging uit een latere periode, restauraties herstellen de historische toestand en aanpassingen aan nieuw gebruik tasten de oorspronkelijke constructie minimaal aan. Visueel domineert het oude boven het nieuwe. Van deze vuistregels wordt incidenteel afgeweken als de expressie of de beleving van het erfgoed daarbij gediend is. Een bekend voorbeeld is de doorsneden Bunker 599 bij Culemborg. Op de schaal van het landschap is een vergelijkbare benadering op zijn plaats. Ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van het werelderfgoed zijn tot op zekere hoogte onvermijdelijk en soms zelfs ingrijpend.

Planologische regelgeving kan weliswaar beperkingen stellen aan ruimtegebruik en bouwhoogtes en -volumes, maar neemt het risico op aantasting van de visuele integriteit niet weg, omdat: ook andere ontwerpaspecten een rol spelen bij de visuele dominantie van een nieuw initiatief (zoals de stedenbouwkundige structuur en kleurgebruik); een adequate planologische normering een verfijnde en genuanceerde interpretatie vereist van lokale landschappelijke of stedenbouwkundige omstandigheden; zo’n aanpak verhoudt zich slecht tot de schaal en setting van het beoogde werelderfgoed (ruim 200 kilometer door ver schillende landschappen en deels door stedelijk gebied); met name in stedelijk gebied geregeld ontwikkelingsinitiatieven voorkomen waarvoor de plano logische regelgeving (met name in bestemmingsplannen) wordt aangepast. Dat maakt veranderingen, voor zover toegestaan binnen de wettelijke en beleidsmatige kaders, tot een ruimtelijke ontwerpopgave. Om zekerheden in te bouwen voor de integriteit en authenticiteit van het erfgoed, waaronder de visuele integriteit, zijn proceswaarborgen van kracht. Deze zijn bedoeld om te voorkomen dat veranderingen te lichtzinnig plaatsvinden en ontwerpen te zeer losstaan van het erfgoed of een te afwijkende benadering kiezen. Proceswaarborgen werken echter alleen als er voldoende bestuurlijk draagvlak voor is.

Ze kunnen niet op zichzelf staan: ze hebben een juridische achtervang nodig om ongewenste ontwikkelingen daadwerkelijk bij te sturen.

30 | Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

Als subcategorie binnen het beschermingsinstrumentarium verdienen deze proceswaarborgen aandacht binnen de onderzoeken die nu plaatsvinden. De formele werking is relevant, maar ook de positie in het krachtenveld van de ruimtelijke ontwikkeling, de mate waarin feitelijk aansluiting wordt gevonden bij de ruimtelijk-economische dynamiek. Ze lijken niet allemaal voldoende geïnstitutionaliseerd om potentieel schadelijke initiatieven tijdig af te vangen of bij te sturen. Het gaat in elk geval over de volgende instrumenten: Kernkwaliteiten in het provinciale beleid en advisering door provinciale adviseurs ruimtelijke kwaliteit. Aandachtspunten zijn de consistentie tussen de verschillende provincies en de door werking binnen en buiten het provinciale beleid. Het kwaliteitsteam van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Aandachtspunten zijn dat dit team momenteel alleen adviseert aan de Liniecommissie (niet aan de siteholder van de Stelling van Amsterdam) en niet of beperkt in kan gaan op casuïstiek. De Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO) van de provincie Noord-Holland. Aandachtspunt is de beperking tot één van de vijf provincies en de brede inhoudelijke reikwijdte van de ARO, die zich niet specifiek op erfgoed of de Stelling van Amsterdam richt. De Heritage Impact Assessment (HIA). Aandachtspunt is het risico van verabsolutering van de onderzochte alternatieven.

De lokale welstandszorg. Aandachtspunten daarbij zijn de eenheid in welstandszorg over het grondgebied van Stelling en Linie als geheel, mogelijkheden tot escalatie als welstandsadviezen bestuurlijk worden genegeerd en de toename van vergunningvrije activiteiten. Al deze instrumenten hebben betrekking op één schakel in de keten van ruimtelijk plan tot omgevingsvergunning. De verantwoordelijkheid voor een consistente kwaliteitsborging of –advisering in de gehele keten is niet belegd. Minder instrumenteel, maar minstens zo belangrijk is het maatschappelijke bewustzijn over het erfgoed en de mogelijkheden voor het publiek om te participeren in of te reageren op concrete ruimtelijke ontwikkelingsinitiatieven. Maatschappelijke reacties hebben een belangrijke signaleringsfunctie, buiten de institutionele borging om.

Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie | 31

Voor al deze instrumenten geldt dat de werking niet beperkt is tot de begrenzing van het werelderfgoed zelf. Provinciaal ruimtelijk (kwaliteits)beleid en welstandszorg hebben een generieke werking die voor het werelderfgoed verbijzonderd kan worden. Kwaliteitsteam en ARO kunnen ook adviseren over ontwikkelingen die zich weliswaar afspelen buiten het werelderfgoed, maar er wel invloed op hebben. De inzet van een HIA is evenmin gelimiteerd tot het afgebakende werelderfgoed. De Omgevingswet (die over enkele jaren in werking treedt) koppelt de wettelijke bescherming expliciet aan de uitzonderlijke universele waarden van het werelderfgoed, en niet aan de geografische begrenzing. Aanbeveling Bescherm de visuele integriteit van de Stelling en Linie met een verbijzondering of intensivering van het reguliere ruimtelijke kwaliteitsbeleid, naast het juridische instrumentarium. Besef dat dit actie en aandacht vergt.

Lunetten op de Houtense Vlakte, invloed van stad en infrastructuur op de Waterlinie

32 | Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

Fort bij Rijnauwen en de stadsrand

Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie | 33

Toegevoegde waarde van een bufferzone UNESCO verzocht in de reactie op het voorstel voor de minor boundary modification van de Stelling van Amsterdam om de mogelijkheid van een bufferzone te onderzoeken. Een bufferzone is voor veel werelderfgoederen een effectief instrument om de visuele integriteit te beschermen. Vraag is of dat ook geldt voor een bufferzone rond Stelling en Linie. De toegevoegde waarde hangt samen met zowel de begrenzing van de bufferzone als het planologische regime dat eraan verbonden is. Regime Een bufferzone rond werelderfgoed wijkt af van de ‘bufferzones’ die sinds lang een rol spelen in de Nederlandse ruimtelijke ordening. Deze laatste zijn bedoeld als groene buffer tussen stedelijke gebieden: centraal staat het landelijke en dunbebouwde karakter. Een bufferzone rondom werelderfgoed kan ook een andere invulling krijgen, bijvoorbeeld meer gericht op beeldkwaliteit (schaal, vorm, kleur, stedenbouwkundige structuur) van nieuwe ontwikkelingen. In de context van Stelling en Linie is de toegevoegde waarde vooral te vinden in een extra borging van de inzet van effectiviteit van het kwaliteitsinstrumentarium. Voorwaarde voor een goed functionerend kwaliteitsinstrumentarium is voldoende planologisch-juridische achtervang.

Bij een bufferzone hoort een ‘ja, mits’-regime, waarbij de harde ‘mits’ verbonden is aan de inzet van instrumenten die een gebiedsgerichte en op het erfgoed geïnspireerde beeldkwaliteit (schaal, vorm, kleur, stedenbouwkundige structuur) borgen. Begrenzing In de open polderlandschappen waar Stelling en Linie zich doorheen bewegen (het landschapstype waar het verdedigingssysteem op is geënt), kan ‘zichtbaarheid’ van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen niet het criterium zijn voor de begrenzing van een bufferzone. De horizon is op veel plaatsen ver weg – het oppervlak van de bufferzone zou zo groot worden dat de werking gaat verwateren. Veel bepalender zijn de drempels die het reguliere ruimtelijk beleid van Rijk en provincie opwerpen voor ruimtelijke ontwikkelingen die het landelijke karakter van open landschappen aantasten. Die drempels zijn verankerd in het beleid, wet- en regelgeving en de planningscultuur, dus zijn sterk geïnstitutionaliseerd. Provincies, zelf siteholder, hebben veel invloed op ruimtelijke initiatieven in het landelijk gebied. Een kritische reflectie op inzet en effectiviteit van het kwaliteitsinstrumentarium is op zijn plaats, maar een bufferzone voegt weinig toe.

34 | Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

In gebieden onder stedelijke of infrastructurele druk ligt dat anders. Binnen bestaand stedelijk gebied heeft de provincie als siteholder niet altijd zicht op de ruimtelijke ontwikkeling. Het risico op een ontwikkeling die zich niet goed verhoudt tot het naburige werelderfgoed, is bovendien veel groter dan in landelijk gebied. Dat legitimeert de keuze voor een bufferzone met een ‘ja, mits’-regime, waarbij de ‘mits’ verbonden is aan beeldkwaliteit (zoals onder ‘regime’ beschreven). In geval van grote infrastructuur is de betrokkenheid van de provincie veelal wel intensief, maar de aard van de ingreep zodanig groot dat een bufferzone toegevoegde waarde kan hebben. Zo’n bufferzone door of langs stedelijk gebied of infrastructuur kan op verschillende schalen betekenis hebben. Regionaal is een bufferzone denkbaar ten oosten van Utrecht en Nieuwegein, in de Haarlemmermeer, en tussen Haarlem en Heemskerk waar de inundatievlaktes smal zijn en het stedelijk gebied er vlak achter ligt. Lokaal kan een korte bufferzone zinvol zijn.

Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan de delen van de inundatievelden in de Stelling van Amsterdam die bij de voorgestelde ‘significant boundary modification’ buiten de begrenzing van het werelderfgoed worden gehaald, en aan de delen van de historische structuur van de Nieuwe Hollandse Waterlinie die vanwege hun huidige staat buiten de begrenzing van het werelderfgoed worden gehouden. Aanbeveling Stel een bufferzone in langs delen van de Stelling en de Linie onder stedelijke of infrastructurele druk. Verbind daar een regime aan van ‘ja, mits’, waarbij de harde ‘mits’ verbonden is aan de inzet van instrumenten die een gebiedsgerichte en op het erfgoed geïnspireerde beeldkwaliteit (schaal, vorm, kleur, stedenbouwkundige structuur) borgen.

invloed van verstedelijking op de Stelling van Amsterdam: Geniedijk in Hoofddorp met in het te verdedigen gebied kantorenpark Beukenhorst

Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie | 35

Het regime voor de verboden kringen Verboden kringen rond de forten waren bedoeld om het vrije zicht vanuit het fort te behouden. In de huidige tijd vervullen ze dezelfde functie, maar dan omgekeerd: om het vrije zicht op het fort te behouden. Zolang de verboden kringen opgenomen zijn in het werelderfgoed zelf en er uiterst terughoudend met bebouwing wordt omgegaan, heeft een bufferzone daarom geen toegevoegde waarde voor de afzonderlijke forten. Veel verboden kringen vallen gedeeltelijk of geheel samen met inundatievelden of de hoofdverdedigingslijn en vallen onder de bescherming daarvan. Voor zover dat niet het geval is, verdient het aanbeveling om een uniform regime voor verboden kringen te hanteren dat een echo is van het oorspronkelijke regime. In de historische situatie hadden kringen drie gradaties, met oplopende beperkingen naarmate de kring dichter om het fort heen lag: tot 300, 6000 en 1000 meter. Er werd een verband gelegd met nieuwe wegen, waterwerken en andere infrastructuur – die waren in alle kringen uitgesloten.

36 | Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

historisch houten Kringenwethuis

Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie | 37

Een actueel regime voor verboden kringen moet met name het aantal en de omvang van bouwvolumes streng limiteren. Bebouwing mag alleen incidenteel zijn; er is een argumentatie nodig waarom een alternatieve locatie buiten de verboden kring niet in aanmerking komt. Bebouwing moet buiten de belangrijkste zichtlijnen vanuit het fort blijven (bijvoorbeeld die naar het acces). De afstand tot het fort speelt een rol: tot 300 meter is bouwen niet mogelijk en van 300 tot 600 meter alleen toegestaan als het ontwerp de suggestie van verwijderbaarheid in zich draagt. Het criterium van bouwen in hout is niet essentieel. Met houten draagconstructies kan tientallen meters hoog worden gebouwd en in hoge dichtheid, ver weg van iedere suggestie van verwijderbaarheid. Bovendien geldt ook hier het uitgangspunt dat toevoegingen herkenbaar moeten zijn als toevoeging uit een latere periode, en visueel niet mogen domineren. De keuze om bebouwing al dan niet toe te laten en de vorm waarin, heeft dus ook een ontwerpcomponent. Het verdient daarom aanbeveling om de beschikbare kwaliteitsinstrumenten voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie ook in te zetten bij bouwinitiatieven in verboden kringen.

Aanbeveling Hanteer uniforme uitgangspunten voor bebouwing in verboden kringen, gericht op het voorkómen van bebouwing in verboden kringen voor zover zij tevens inundatiegebied zijn, en het limiteren van bebouwing buiten het inundatiegebied. Stel kwaliteitseisen die inspelen op de historische gradatie in verboden kringen, de suggestie van verwijderbaarheid en de beperking van omvang en aantal van de bouwvolumes. Betrek het kwaliteitsinstrumentarium bij de afweging of een bouwinitiatief al dan niet acceptabel is.

eigentijdse houtbouw op Fort Blauwkapel

38 | Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie | 39

40 | Advies Visuele Integriteit - Kwaliteitsteam Nieuwe Hollandse Waterlinie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=5f2a05df-2348-40d1-a4d5-63ad07ac1df1