CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4c Advies werkgroep L2

Raadsvergadering 9 juli 2024, gemeente GorinchemBij agendapunt: Locaties windenergie RES Alblasserwaard16.033 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Er reizen 50.000 mensen naar het Familie Resort per jaar en genieten van een korte of lange vakantie, er gaan dit jaar 300.000 mensen naar de Avonturenboerderij. Waarom? Omdat het een uniek concept is, gebracht door ongelofelijk gepassioneerde, talentvolle en zeer gastvrije medewerkers (uw inwoners), binnen de twee parken samen zijn dat bijna 300 mensen die dag in dag uit de Alblasserwaardse gastvrijheid laten voelen aan mensen die het Familie Resort waarderen met 5 sterren. Ik wil u als college en als raad oproepen deze unieke ontwikkeling niet te stoppen, om het de ruimte te geven succesvol te zijn en ik hoop u met deze brief nogmaals te laten inzien wat voor mooi bedrijf u in de gemeente heeft liggen. Een lief, waardevol, educatief en uniek bedrijf. Laat dit blijven bestaan in zijn volle glorie, middenin het prachtige landschap van de Alblasserwaard. Dit concept is een geweldig uithangbord voor alles waar we zo goed in zijn in de Gemeente Molenlanden, wees er zuinig op en besef dat echt heel veel

47

gemeentes jaloers zijn op wat we hier hebben opgebouwd.

L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Mocht u als raad en college besluiten om toch zoekgebied M en L definitief aan te wijzen voor het plaatsen van deze turbines binnen een straal van 2 km vanaf het Familie Resort, zullen wij een verdere juridische onderbouwing bij u aanleveren die alle aansprakelijkheid voor economische gevolgen voor het Familie Resort en daarmee ook Avonturenboerderij Molenaarwaard (beide concepten zijn economisch zeer sterk aan elkaar verbonden) volledig bij de Gemeente Molenlanden neerlegt. Het mag en kan wettelijk gezien niet dat er door een gemeente, of ander bevoegd gezag met een ruimtelijk besluit voor wordt gezorgd dat een bedrijf zijn activiteiten niet meer naar behoren kan uitvoeren zonder daar een compensatie tegenover te plaatsen. Maar wij willen natuurlijk deze juridische weg niet bewandelen, wij willen samenwerken met de Gemeente en snappen als geen ander dan er een transitie nodig is. We denken hier graag in mee. Maar we willen vooral dat u inziet dat er in alle zoekgebieden maar een bedrijf is dat echt direct economische gevolgen ervaart van plaatsing en dat is het Familie Resort Molenwaard en indirect dus ook Avonturenboerderij Molenwaard. Laat de gemeente Molenlanden deze prachtige bedrijven niet verliezen. Ik hoor u denken, is het echt zo dramatisch: Ja het is zo dramatisch, alle onderzoeken onderbouwen deze uiteenzetting.

Doe het alstublieft niet en geef onze mooie bedrijven een toekomst, bedrijven die zo’n mooie plek hebben ingenomen in ons gebied en zo zijn omarmd door de inwoners van onze gemeente. 11

48 L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Bijlage 7: Inefficiënte ligging zoekgebied L2 tov middenspanningsstations en verlies windrendement Zoeklocatie L2 bevindt zich op geruime afstand van de twee middenspanningsstations waar de opgewekte stroom naar toegeleverd zal moeten worden. De afstand tot het station in Arkel is hemelsbreed ong. 10 tot 11 km. Dit is gunstig gemeten, want feitelijk kan deze afstand nooit hemelsbreed door woonwijken e.d. gelegd worden. De afstand tot het andere station bij Alblasserdam is ook ong. 10 tot 11 km. Dit betekent dat de kabels van deze windturbines gegraven moeten worden naar één van deze stations. Een kostbare en een ingrijpende operatie in het Groene Hart. In rapporten wordt vaak de vuistregel gehanteerd van 1 miljoen euro per km. Een slordige 10 miljoen euro waar we dan over spreken. Dit zal door weidevogelgebieden, NNN gebieden, gebieden met hoge archeologische waarden en door gebieden gaan waar belangrijke bestaande leidingen als gas- en waterstof gaan. Daarnaast kent ons gebied een grote PFAS vervuiling. Dit betekent een enorme financiële investering aan bodemonderzoeken, graven, grond afvoeren e.d. De aangelegde kabels zullen uiteindelijk ook zijn beperkingen geven door het aanwezige magnetische veld wat gevolgen heeft voor evt. bouwmogelijkheden. Woningen zijn bijv. niet toegestaan in de buurt van deze velden.

Daarnaast zal ook onderzocht moeten worden wat deze magnetische velden voor evt. hinder geven aan vee. Het is dan ook onrealistisch om zoekgebieden op zo’n grote afstand van deze stations te realiseren. Verhalen dat bedrijven als De Graafstroom wel direct de opgewekte stroom willen gebruiken is een mooie ambitie, maar zover is de techniek nog niet bij windmolens met deze grootte.8.

49 L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Afstand middenspanningsstation Arkel – Molenaarsgraaf – hemelsbreed 10,19 km (feitelijk kan dit niet omdat het dan woningen doorkruist)

Afstand middenspanningsstation Alblasserdam – Molenaarsgraaf – hemelsbreed 8,24 km (feitelijk kan dit niet omdat het dan bijv. dwars door de kern Wijngaarden gaat)

50 L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Bijlage 8: Woningbouwproject Molenaarsgraaf Zuid De zoeklocatie L2 bevindt zich op ongeveer 1 km afstand van een locatie die is aangewezen om woningen te ontwikkelen.12 Het kan niet zo zijn deze windturbines deze woningbouwontwikkeling onmogelijk maakt. Zeker omdat we nog in afwachting zijn van de resultaten van plan MER13 die uiteindelijk met de definitieve richtlijnen gaat komen. Het is daarom ook onlogisch om nu al zoekgebieden aan te wijzen zonder te weten wat de uiteindelijke richtlijnen van het plan MER gaat worden. Het kan niet zo zijn dat Molenaarsgraaf – Brandwijk straks geen woningen meer kunnen ontwikkelen terwijl de woningnood enorm hoog is! Daarnaast zullen deze toekomstige woningen op voorhand al minder waard zijn bij de plaatsing van windturbines. De windturbines geven een waardedaling aan de nog te bouwen woningen. Het is dan ook de vraag of het financieel haalbaar is om nieuwe woningen te plaatsen in het gebied richting de windmolens. Terwijl de woningnood zo hoog is.

51 L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Geringe afstand zoekgebied woningbouwlocatie Molenaarsgraaf Oost

52 L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Bijlage 9: Windturbines zijn onveilig voor gezondheid kinderen Binnen de windturbinezone bevinden zich grote groepen kinderen. Een kinderdagverblijf ligt direct naast (op 460 meter) L2. Daarnaast zijn er basisscholen, een middelbare school en het Familie Resort Molenwaard in de nabije omgeving. De gezondheidseffecten van windturbines op grote groepen kinderen van 0-4 jaar binnen een gebied van 460 meter van het zoekgebied L2 zijn zorgelijk.14 Kinderen vormen een extra kwetsbare groep. De cognitieve ontwikkeling van kinderen wordt verstoord door de aanwezigheid van windmolen geluid. Studies tonen aan dat kinderen die hieraan blootgesteld worden, een minder goede taalontwikkeling hebben. In een van de vele onderzoeken naar windturbines deden 7 van de 10 schoolgaande kinderen en tieners het slechter op school tijdens blootstelling aan turbines, vergeleken met ervoor of erna, inclusief onverwachte problemen bij het lezen, rekenen, concentratie en toetsprestaties, opgemerkt door zowel leerkrachten als ouders. Leraren stuurden briefjes naar huis vragen wat er met de kinderen aan de hand was. Blootstelling aan lawaai, zelfs bij relatief lage geluidsniveaus, overweldigen de delen van de hersenen die betrokken zijn bij het onderscheiden van taalklanken en de hersendelen die verantwoordelijk zijn voor begrip en leren en het onthouden van dingen die we horen of lezen.

Dit gebeurt bij lage geluidsniveaus die geen gehoorschade geven. Peuters en kleuters hadden een soortgelijk symptoom – 's nachts wakker worden in een toestand van hoog alarm en niet in staat zijn om terug te gaan naar bed of slapen. Er zijn aanwijzing dat ook de ontwikkeling van de foetus en baby’s beïnvloed wordt. Kinderen met reeds bestaande medische aandoeningen kunnen een verhoogd risico hebben. Bijvoorbeeld autisme, astma, migraine, bronchitis, en epilepsie kunnen kwetsbaar zijn voor de gevolgen van lawaai en/of stress en/of slaapstoornissen. De gevolgen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid van kinderen.

53 L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Samenvatting Wind Turbine Syndroom: ·

Het geluid van windturbines veroorzaakt bij veel blootgestelde mensen tinnitus. Tinnitus op fysiologisch niveau is het resultaat van een verandering in geluidverwerking door de hersenen.

·

Er is aangetoond dat andere soorten omgevingslawaai schadelijk zijn het leren van kinderen door de manier waarop zij taalklanken verwerken te veranderen. Gezinnen die aan windturbines werden blootgesteld, merkten een verslechtering van hun situatie op het denk- en leervermogen van kinderen tijdens de blootstelling. Volwassenen had ook problemen met denken, geheugen en concentratie tijdens blootstelling.

·

Andere klinische- en hersenstudies hebben aangetoond dat het denken afneemt en prestaties zijn gekoppeld aan het slecht functioneren van het vestibulaire systeem gedeelte van het binnenoor.

·

Vervormde balanssignalering houdt nauw verband met paniek- en paniekaanvallen angst in verschillende situaties. Een verband dat kan verklaren hoe paniek in de nacht opduikt bij voorheen niet-paniekachtige, maar bewegingsgevoelige mensen die worden blootgesteld aan windturbines.

·

De negatieve gezondheidseffecten van ultrasoon geluid zijn aantoonbaar tot wel 5 km van de bron.

Verklaringsmodel: De afgelopen jaren is vooral door akoestici gepubliceerd over de gevolgen van windturbines, zoals door prof. dr. Colin Hansen in zijn boek Wind Farm Noise, measurement, assessment, and control, met daarin honderden literatuurverwijzingen naar wetenschappelijk onderzoek.15 Windturbines veroorzaken chronisch slaaptekort bij kinderen en dit remt de ontwikkeling van hun hersenen De schattingen van het percentage mensen dat gevoelig is voor laagfrequent geluid variëren tussen 10 en 20 procent. Mensen lijken bovendien in de loop van de tijd steeds

L2 zegt NEE

54

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

gevoeliger te worden voor laagfrequent geluid. Onder anderen de Portugese onderzoekster Pereira heeft hiervoor een verklaringsmodel ontwikkeld. Een belangrijke reden om jonge kinderen niet langdurig in de directe nabijheid van windturbines te laten verblijven.16 Er is wetenschappelijk bewijs voor de negatieve effecten van (turbine) geluidsoverlast en vooral de hieruit voortkomende slaapstoornissen bij kinderen. Verstoorde slaap t.g.v. geluidsoverlast leidt bij kinderen tot neuronen-verlies, verlies van geheugenfunctie en stagnerende cognitieve vermogens, een toename van gedragsproblemen en verminderd welbevinden. 17 We kunnen er kort over zijn: het plaatsen van een windturbine in de nabijheid van kinderen is in strijd met het VN Verdrag inzake de Rechten van het Kind: Kinderen hebben recht op de bescherming en de zorg die nodig zijn voor hun welzijn Rechten van het kind: Publicatieblad van de Europese Unie C 303/17 - 14.12.2007

55 L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Bijlage 10: Locatie tot woningen en waardedalingen woningen Op onderstaande tekening is zichtbaar dat locatie L2 op korte afstand van diverse woningen is gevestigd. Deze zijn binnen de windturbinezone van 500 m.

Windmolens geven een waardedaling aan de huidige woningen.18 Indien er toch windturbines geplaatst worden in gebied L2 volgen er vanuit de werkgroep L2zegNEE juridische stappen om deze verantwoordelijkheid volledig bij de gemeente neer te leggen. Daarin zal opgetrokken worden met het Familie Resort Molenlanden. Zij beschrijven deze juridische stappen ook in de brief van 13 mei 2024.19

56 L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Bijlage 11: Ongunstige ligging zoekgebied L2 voor rendement windmolens Aangezien de wind gedurende het jaar het meest uit het zuidwesten komt en de windturbines op een bepaalde afstand van elkaar moeten staan om voldoende windenergie op te kunnen wekken, is de langgerekte vorm van zoekgebied L2 ongeschikt om hier meerdere windturbines in te plaatsen. Zoekgebied L2 is globaal 2250 m. lang en op het breedste punt ca. 1000 m breed. Om dan een prognose te maken voor 4 windmolens op deze locatie lijkt om de volgende technische redenen dan ook niet realistisch: De prestatie coëfficiënt van een IWT heeft een maximale waarde van 0.593 (Wet van Betz). Het is belangrijk de totale verliezen in een IWT zo klein mogelijk te houden. Rotor verliezen is er daar 1 van. Moderne rotors hebben een CP-waarde van ca. 0.4-0.5, wat dus overeenkomt met ongeveer 70 tot 80% van wat theoretisch mogelijk is. Door turbulentie effecten (vermenging van langzamere lucht door de rotor met de snellere lucht langs de rotor) neemt dit na ongeveer 1-1.5 km weer toe tot ca. 0.85xV1. Dit bepaalt de benodigde afstand tussen de turbines. Belangrijk: Naarmate de CP dichter bij het maximum van 0.593 komt, daalt V2 verder naar 0.33xV1. Dit betekent dat turbulentie effecten achter de rotor veel verder reiken en ook sterker zijn, zodat de onderlinge afstand tussen de turbines in zo'n geval nog groter moet zijn.

Dus betere prestaties en hoger rendement betekend verder uit elkaar. Voor zoekgebied L2, waar overwegend de wind uit ZW richting komt, betekent dat de windmolens al vrij snel "in line" zullen staan en dit van zeer grote negatieve invloed is op de gecalculeerde opbrengsten.

57 L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

De berekende 3150 vollast uren uit het Arcadis rapport is NIET realistisch. Volgens het CBS* is de prognose voor 2022 2625 uur. Als we het per provincie bekijken ligt het nog lager, 2324 uur. Een prognose op basis van 3150 vollast uren is dan ook totaal onzinnig en niet realistisch.

https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/71227ned

58 L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Bijlage 12: Gascompressorstation Wijngaarden Bijlage Veiligheid gas Namens Klankbordgroep Wijngaarden: drs. M. Tump, mr. C. de Knegt & C. Riske Ten noordwesten van Wijngaarden bevindt zich, te midden van zoekgebieden J en K en naast L2 een gascompressorstation van Gasunie. Dit gascompressorstation is onderdeel van het gastransportsysteem. Het dient om de druk op peil te houden bij transport van gas over lange afstanden. Vanuit het noorden, oosten, zuiden én westen lopen ondergrondse hogedruk gastransportleidingen van en naar het gascompressorstation (zie afb. 1). Deze hebben een zeer hoge druk van wel 80 atmosfeer. Een van deze gastransportleidingen loopt achter de woningen aan het Westeinde van Wijngaarden. Binnen het gascompressorstation zelf is tevens bovengrondse gasinfrastructuur aanwezig. De aanwezigheid van hogedruk gastransportleidingen en bovengrondse gasinfrastructuur maken deze zone tot een risicovol object. Het blijkt dat bij het vaststellen van de zoekgebieden J, K en L2 onvoldoende rekening is gehouden met veiligheidsaspecten met betrekking tot zowel ondergrondse als bovengrondse gasinfrastructuur. Voor bovengrondse gasinfrastructuur hanteert Gasunie een minimale afstand van 716 m. Deze afstand wordt door de Raad van State bevestigd, zie de uitspraak ABR v. S van 21 februari 2018, ECLI:NL:RSV:2018 in het bijzonder r.o 166 t/m 166.2.

Bij het bepalen van de grenzen van de zoekgebieden wind is voor de ondergrondse gasinfrastructuur (exact) de wettelijke minimale afstand van 240 m aangehouden. Echter, in de zoekgebieden zijn XXL-windturbines met een hoogte van 240-285 m gepland. De nu aangehouden afstand van 240 m is dus duidelijk onvoldoende. De bouw van windturbines in de zoekgebieden J, K en L2 levert daarom een groot veiligheidsrisico op. Niet alleen voor de bewoners van Wijngaarden, maar ook die van Oud-Alblas, Bleskensgraaf en Molenaarsgraaf.

L2 zegt NEE

59 Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Conclusie: grote delen van zoekgebieden J, K en L2 dienen vanwege bovengenoemde veiligheidsaspecten komen te vervallen.

Bijlage 13: Verkeersveiligheid komt in geding Gekozen is om aan te sluiten met de zoekgebieden bij bestaande infrastructuur. De N214 is een belangrijke provinciale weg die veel wordt gebruikt. We maken ons zorgen over de verkeersveiligheid bij het plaatsen van windmolens op zo’n korte afstand van deze weg. Slagschaduw zal ervoor zorgen dat je als automobilist in het licht, donker en weer in het licht rijdt. Dit kan gevaarlijke situaties geven. Dit geldt ook voor schittering. Een weloverwogen keuze voor een zoeklocatie kan pas gemaakt worden als bekend is of de verkeersveiligheid in het geding is. Er gelden namelijk geen normen, maar dit neemt niet weg dat gemeente en Provincie als wegbeheerder een belangrijke zorgplicht heeft.

Bijlage 14: Agrarische bedrijven - weidegang De zoeklocatie bevindt zich in de directe omgeving van agrarische bedrijven. Deze zijn grondgebonden, dit betekent dat er weidegang plaatsvindt. Er zal onderzoek gedaan moeten worden wat de gevolgen zijn van windturbines op zo’n korte afstand van deze dieren. Effecten van infrageluid op mensen zijn duidelijk en dit zal overdraagbaar zijn op dieren, maar veel is hier niet over bekend. Wat betreft het vrijkomen van Bisfenol A is de situatie echter heel anders. De rotorbladen van windturbines slijten en brengen daardoor significante hoeveelheden Bisfenol A (BPA) in het milieu. BPA kan het immuunsysteem aantasten, heeft effect op het hormoonsysteem en is schadelijk voor de vruchtbaarheid. Koeien, schapen en andere weidedieren drinken uit sloten die de weilanden omgeven en ze eten het gras. Een windmolen verliest 640 g van de wieken per jaar. Daarvan is 30-40% BPA. Dit komt als fijnstof in de omliggende weilanden en sloten van de windmolen neer en kan ook direct worden ingeademd. Er mag in drinkwater maximaal 2,5 µg/l BPA zitten: 76.8 miljoen liter water per windturbine wordt per jaar verontreinigd. En dit terwijl de Europese voedsel en waren autoriteit EFSA adviseert de norm voor inname van BPA 20.000x te verlagen.

L2 zegt NEE

60

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Er zijn ondertussen al drie provincies (Utrecht, Flevoland en Limburg) die de vergunningverlening voor de bouw van windparken op pauze hebben gezet in afwachting van onderzoeksresultaten naar BPA in water. Bij metingen in Flevoland bleken normen al ver zijn overschreden bij turbines die er slechts drie jaar stonden. Windmolen bouwers weigeren de exacte samenstelling van de rotorbladen te delen. We moeten vaststellen dat het BPA dossier aardig begint te lijken op die van PFAS. In dit vroege stadium moet dus hard ingegrepen worden om totale vervuiling van onze leefomgeving te voorkomen.

Bijlage 15: Hoogspanningsverbinding Geertruidenberg 380KV. L2 is gelegen in een van de 10 potentiële corridors voor de hoogspanningsverbinding 380 kV Geertruidenberg. Bij plaatsing van hoogspanningsverbindingen in L2 is er geen mogelijkheid om windturbines te plaatsen in L2.20 Echter, vrijwel alle bovengenoemde gebied-specifieke argumenten tegen plaatsing van windturbines zijn OOK van toepassing op de eventuele plaatsing van een hoogspanningsverbinding Corridor 8 in zoekgebied L2. Bovendien zou deze lange corridor van 35 km (!) zeer onlogisch zijn, aangezien er veel kortere corridors mogelijk zijn met aanzienlijk minder impact op de natuur (o.a. Natura2000 gebied de Donkse Laagten) en op bewoners, namelijk tussen Station Crayestein en

61 L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Station Geertruidenberg. Dit is derhalve in het advies van Gemeente Molenlanden aan Tennet dan ook duidelijk benadrukt.

62 L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Bijlage 16: Arcadis – rapport bevat onjuistheden en belangenverstrengeling De RES doelen zijn reeds gehaald, in tegenstelling tot wat Arcadis in de samenvatting beweerd. De milieubescherming voor burgers is het enige doel van de EU-Richtlijn 2002/49/EG over omgevingslawaai: In het kader van het beleid van de Gemeenschap dient een hoog niveau van bescherming van de gezondheid en het milieu te worden bereikt en één van de na te streven doelstellingen is de bescherming tegen geluidshinder” Tevens in diverse WHO publicaties o.a. 2011 en 2018: “Gezondheid is een toestand van volledige fysiek, mentaal en sociaal welzijn en niet alleen de afwezigheid van ziekte. Daarom moet een hoge mate van hinder veroorzaakt door omgevingslawaai worden beschouwd als een van de milieu‐gezondheidsgevaren." 3150 vollast uren is NIET realistisch. Volgens CBS gegevens (link:https://www.cbs.nl/nlnl/cijfers/detail/71227nedhttps://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/71227ned.) zijn de vollast uren per jaar te zien. De prognose voor 2022 is 2625 uur. Als we het per provincie bekijken ligt het nog lager 2324 uur. Het Krammer windpark, in gebruik genomen in 2019, is gesitueerd in de Zeeuwse Delta. Een gebied met een relatief hoge gemiddelde windsnelheid van 9 to 9.5m/sec. Dit park heeft 34 windturbines (Enercon E-115) van 3Mw nominaal vermogen elk. In 2019 was de opbrengst ca. 328.500MWh, 2020 ca.

367.500MWh, 2021 ca. 298.000MWh, 2022 ca. 297.000MWh en 2023 ca. 333.800MWh. Dit betekent in 2021 ca. 2921 vollast uren, In 2022 ca. 2911 vollast uren en tenslotte in 2023 ca. 3321 vollast uren. Een prognose op basis van 3150 vollast uren is dan ook totaal

63 L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

onzinnig en niet realistisch. Krammer zit gemiddeld met de windsnelheid 2m/s hoger dan hier. Het is een groot risico dat door windenergie opgewekt vermogen in de toekomst in een met gelegenheidsstroom verzadigde markt niet kan worden afgezet en daarmee faillissementen dreigen. Dit omdat ze puur afhankelijk zijn van onzekere subsidieregelingen. Hier geldt eigenlijk dat de "business case" ontkoppeld is van de marktwaarde en dus van de opbrengst van de mogelijk op te wekken stroom. Het is daarmee wat vreemd om de term "business case" te gebruiken voor een winstgevendheid voor een structurele subsidie onder de SDE++ regeling. Met betrekking tot de richtafstanden wordt de suggestie gewekt van een grote mate van vrijblijvendheid betreffende het onderliggende rapport. Het rapport biedt geen zekerheid of plaatsing technisch mogelijk is en in welke omvang. E.e.a. zal bepaald op basis van nader onderzoek. Het is onwaarschijnlijk dat er geen uitgebreide pre-engineering heeft plaats gevonden voor de totstandkoming van dit rapport. Het venijn zit hem dan ook in de staart. Het is dan ook uitermate gênant als kennis wordt genomen van wat Arcadis zelf schrijft: 24 NOVEMBER 2021 | NIEUWSBERICHT Arcadis helpt rijk met windturbinebepalingen leefomgeving.

Arcadis draagt bij aan een verbetering van de windturbinebepalingen leefomgeving en stelt in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een strategische milieueffectrapportage (plan MER) op. Het Europese Hof deed recentelijk een instructie dat er een milieueffectstudie gemaakt moest worden voor milieuregels bij een windmolenpark in België. Onze Raad van State bevestigde deze uitspraak bij de aanvraag voor een uitbreiding van een windmolenpark in Delfzijl. Een uitspraak met verstrekkende gevolgen. Bestaande procedures voor vergunningen voor windparken op land zijn lastiger te doorlopen als deze niet op de windturbinebepalingen in het Activiteitenbesluit kunnen ‘leunen’.

64 L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Het op gang houden van de vergunningverlening van windparken is van groot maatschappelijk belang. Lokale overheden mogen weliswaar zelf de motivering van milieunormen opstellen en gebruiken als toetsingskader [ Red. ALLEEN NA EEN MER ]. Maar om dit te vergemakkelijken moet er zo snel mogelijk een robuust en juridisch houdbaar toetsingskader komen. Het Activiteitenbesluit met daarin de eisen waaraan windmolens moeten voldoen dateert van 2008. Het PlanMER waar Arcadis nu voor heeft getekend, draagt bij aan het herijken van algemene regels voor windturbines op land. Onderwerpen die aan de orde komen zijn onder andere geluid, slagschaduw en externe veiligheid. [Red. MAAR NIET GENOEMD: GEZONDHEIDSEFFECTEN en LEEFOMGEVING ] ‘Nederland staat voor grote uitdagingen rondom de energietransitie’, zegt Frans Dotinga. ‘We moeten kunnen doorgaan met de aanleg van windmolenparken op land. Dit alles moet natuurlijk binnen de wettelijke kaders gebeuren. De normen voor onder meer geluid en gezondheid waren juridisch niet voldoende afgehecht, maar inmiddels zijn er ook nieuwe inzichten. Ik vind het dan ook een grote uitdaging om met het rijk te werken aan juridisch herstel bij de totstandkoming van de windturbinebepalingen en inhoudelijke update daarvan.

Met dit strategische planMER kunnen we helpen om de doelen rondom de energietransitie te realiseren en tegelijkertijd zorgen voor milieubescherming voor burgers.’ Arcadis die in opdracht van de overheid een plan MER schrijft, actief en fors betalend lid van de NWEA, pro-actief plaatsing windmolens op land bevordert en uitgerekend deze organisatie zou in staat zijn een objectief gebiedsbreed onderzoek uit te voeren in de Alblasserwaard!! Als deze perceptie al wordt gewekt is het wel bijzonder naïef om hier ook maar iets serieus van te nemen. Maar EZK en Arcadis werken innig samen om de windbranche op gewenst niveau te houden. Hoe bestaat het dat de Ministeries openlijk kiezen voor uitvoering door een bureau als Arcadis? Het kenmerk van een ingenieursbureau is immers dat ze problemen van hun broodheer oplossen, terwijl hier de afstand van de onafhankelijke wetenschap nodig is.

L2 zegt NEE

65 Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Als uitgangspunt is genomen een 6MW turbine. Dit zou dan alleen een Vestas V1506.0Mw kunnen zijn. Deze heeft een rotor diameter van 150 meter dit zou betekenen met een ashoogte van 160 meter een correcte totale hoogte van ca. 240 meter. Bij Richtafstanden, harde belemmeringen: Arcadis doet net alsof er geen MER-plicht is bij het vaststellen van lokale normen. De staatssecretaris van I&W heeft gelijk: de procedure om nieuwe windparken goed te keuren is inderdaad complexer geworden want er zijn geen landelijke regels meer. Maar wat hij en zijn collega van EZK nog steeds niet vermelden – om niet te zeggen: lijken te verzwijgen – is de allergrootste complicatie: dat naar Unierecht ook lokale regels ter vervanging van landelijke regels pas mogen worden vastgesteld na een m.e.r. Het is immers juridisch volstrekt ondenkbaar dat landelijke regels voor geluid en slagschaduw van windturbines niet mogen worden toegepast omdat ze werden vastgesteld zonder voorafgaande m.e..r. en dat nu – nota bene na de Raad van State uitspraak. Betreffende leidingen met gevaarlijke stoffen zoals aardgas. Dit betekent concreet dat de afstand van een windmolen tot een gasleiding minimaal 240 meter moet zijn.

De Gasunie stelt echter: Als het vermogen, de ashoogte en/of de bladworpafstand van de windturbine nog niet bekend is kan, bij de huidige stand van zaken (tabel 2 Handboek Risicozonering Windturbines versie 3.1), als generiek veilige afstanden worden aangehouden: - voor ondergrondse gasinfrastructuur: meer dan 245 meter - voor bovengrondse gasinfrastructuur: meer dan 716 meter Bij het in acht nemen van deze afstanden zal de plaatsing van de windturbine niet leiden tot een (significante) verhoging van de faalkans van de gasinfrastructuur, waardoor ook het risico voor de omgeving door de aanwezigheid van de gasinfrastructuur niet (significant) zal toenemen en de transport- en leveringszekerheid van het aardgas niet (significant)

66

worden aangetast.

L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

In dit rapport wordt ALLEEN gesproken over 240 meter, dit zou betekenen dat men alleen uitgaat van ondergrondse leidingen. Hoe gaat men om met de afstanden van bovengrondse leidingen zoals bij de gasrotonde Wijngaarden? Geluid en richtafstand woningen De Lden: ongeschikt als norm voor windturbinegeluid in de bewoonde omgeving. Ten eerste: Lden werd geïntroduceerd in de Europese richtlijn omgevingslawaai uit 2002, maar niet om normen in uit te drukken, maar om op Europese schaal geluidsbelasting te inventariseren met als doel om geluidsoverlast te beperken. Ten tweede staat in de toelichting bij de richtlijn (2002) te lezen dat Lden niet geschikt is voor niet constante geluidsbronnen, dus niet voor windturbinegeluid. Anders dan wordt gesteld in het Ontwerpbesluit Windturbines Leefomgeving (OWL), maakt de WHO juist bezwaar tegen het gebruik van de Lden als norm voor windturbinegeluid! Op pagina 18 van de OWL wordt een verkeerde weergave van de WHO-adviezen gegeven. De WHO accepteert de Lden namelijk als norm voor stationair geluid. Voor geluidsbronnen met sterke wisselingen, en hier wordt windturbinegeluid expliciet genoemd, wordt de Lden afgeraden! Zie blz.

86 van de WHO Guidelines uit 2018: “Based on all these factors, it may be concluded that the acoustical description of wind turbines noise by means of Lden or Lnight may be a poor characterization of wind turbine noise and may limit the ability to observe associations between wind turbine noise and health outcomes”. Dit is in lijn met het HUF (Handhaafbaarheids-, Uitvoerbaarheids-en Fraudebestendigheidstoets)-advies van de VROMinspectie2 aan de minister uit 2009, waarbij conclusies worden getrokken ten aanzien van handhaafbaarheid en fraudegevoeligheid: Handhaving is niet mogelijk;

L2 zegt NEE

67 Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Omwonenden van windturbines worden onvoldoende beschermd tegen geluidsoverlast; De regeling is fraudegevoelig; De regeling biedt geen generiek beschermingsniveau tegen slaapverstoring door piekbelasting en geen bescherming tegen cumulatie van geluid; Met de introductie van de Lden norm voor windturbines naast de systematiek in de Wet milieubeheer ontstaat er een hybride situatie die tot onduidelijkheid en uitvoeringsproblemen kan leiden; De VROM Inspectie adviseert om de regeling niet in de huidige vorm in procedure te brengen. Hier adviseert het eigen ministerie om af te zien van de Lden met het oog op de ernstige hinder die omwonenden kunnen gaan ervaren! In 2009 brengt ook het RIVM een advies uit: “Concluderend stellen wij dat een richtwaarde van omstreeks 40 dB (ondergrens) consistent is met de normstelling voor andere bronnen van omgevingsgeluid. Dit resulteert in een vergelijkbare hinderbescherming als bij bijvoorbeeld weg-of railverkeersgeluid.” Ook de Europese Commissie geeft aan dat de Lden norm niet geschikt is voor nietconstante geluidsbronnen zoals windturbines. Álle andere lidstaten van de Europese Unie hanteren dan ook voor windturbines niet een norm in Lden, maar juist de actuele geluidsbelasting.

Omdat Nederland zo dichtbevolkt is, zou een ‘fatsoenlijke’ absolute norm van 40 dB hebben betekend dat er slechts op 7% van het grondoppervlak exploitatie van windenergie mogelijk zou zijn geweest. Externe veiligheid Betreffende veiligheid van windturbines zou je kunnen concluderen op basis van de lengte van het hoofdstuk in het Arcadis rapport dat deze zeer beperkt zijn. Helaas de werkelijkheid is anders. Van 2000 t/m 31-3-2023 vonden er wereldwijd 3287 incidenten

L2 zegt NEE

68

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

plaats met windmolens. Brand heeft een aandeel van 14% en turbine blad incidenten 15%. Totaal een kleine 30% van niet verwaarloosbare incidenten met grote gevolgen voor mens en milieu in de wijde omgeving. Helaas geen woord wordt hierover aangehaald. (Zie https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S240584402306872X ).

Bijlage 17: Onverstandige klimaathaast Wij zijn voor het terugdringen van de menselijke invloed op het klimaat en milieu en ook voor een duurzaam energie systeem. Het huidige beleid van gemeente, provincie en overheid om koste wat kost windmolens te plaatsen in een woon omgeving komen voornamelijk voort uit de model scenario’s van de IPCC met betrekking tot de menselijke invloed op de opwarming van de aarde. Er moet echter vastgesteld worden dat in de laatste 25 jaar geen enkele voorspelling is uitgekomen. Alle huidige 102 klimaatmodellen schatten de temperatuurontwikkeling verkeerd in. Ze zijn dus simpelweg fout met als gevolg een overschatting van de temperatuur met een factor 2 tot 5. Daarnaast maken tienduizenden wetenschappers waaronder zeer veel Nobelprijswinnaars al jaren bezwaar tegen de narratief van de IPCC dat de mens 100% verantwoordelijk is voor de waargenomen klimaatverandering. Feit is dat van de totale hoeveelheid CO2 die jaarlijks in de lucht komt voor 97.5% afkomstig is van natuurlijke bronnen. Het effect van fluctuerende zonneactiviteit, wolkenvorming en vulkanisme word door het IPCC als verwaarloosbaar geacht terwijl een blik in het verleden leert dat dit zeer sterk temperatuur beinvloedende effecten zijn.

De menselijke bijdrage is niet verwaarloosbaar maar het is onzinnig te geloven dat de mens de temperatuur op aarde zou kunnen aanpassen door haar CO2 emmissie te reguleren. Er is daarom ook geen reden voor paniek en alarm. Het IPCC negeert cruciale peer-reviewed literatuur en kiest voor bewijsmateriaal om doemscenario’s over klimaatverandering te propageren. Al het overheidsbeleid is louter gebaseerd op deze IPCC rapporten. Helaas bevatten die rapporten veel wetenschappelijke fouten en schermen zij zich af tegen wetenschappelijke kritiek van onder andere Clintel, een wetenschapsstichting waar duizenden wetenschappers lid van zijn waaronder Nobelprijswinnaars en voormalig adviseurs van

L2 zegt NEE

69

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Amerikaanse presidenten. Dat het IPCC weigert te debatteren over modellen en data, bevestigd de indruk dat ze geen wetenschappelijke organisatie zijn, maar dat ze een ander doel dienen. Het IPCC is een intergouvernementele organisatie, een forum van nationale regeringen. Wetenschappers hebben er geen controle over, maar politici wel. Wij zijn voor een duurzame wereld maar tegen schadelijk en onrealistisch “net zero” beleid die leidt tot afbraak van onze woonomgeving en onze energievoorziening duur en onbetrouwbaar maakt. Er is alle tijd om een betrouwbaar en duurzaam energie systeem op te bouwen waar kernenergie een belangrijke rol speelt. Kleine modulaire reactoren kunnen in 10 jaar tijd geinstalleerd zijn. Deze optie om CO2 uitstoot te voorkomen wordt volledig onbenut gelaten in de huidige RES. Er is tijd voor verandering, we moeten niet handelen uit blinde paniek en daarmee verkeerde keuzes maken en onze welvaart opofferen. Het echte rendement van een windmolen. De EROI (energie rendement op energie geinvesteerd, Figuur 1) van een windmolen is ongeveer een factor 15. Claims van windmolen fabrikanten van een factor 30 of 40 zijn nog nooit door onafhankelijke wetenschappers bevestigd. Opbrengsten van windparken worden sinds enige jaren zorgvuldig onder de pet gehouden door exploitanten. Om economisch levensvatbaar te zijn moet dit getal boven de 9 zijn.

Zonnepanelen in Nederland hebben een EROI van 3 tot 5 wat betekent dat alleen dankzij zware subsidies, zoals salderen, ze economisch bestaansrecht hebben. De zonnepanelen en windmolens maken verder het net zeer onstabiel. De daarvoor bedachte oplossing door waterstof te genereren of accu’s toe te passen brengt de EROI met een factor 2-3 omlaag. Daarmee wordt een windmolen gecombineerd met een energie opslag systeem uiteindelijk economisch niet meer rendabel. Met een kWh prijs van 7 cent voor windenergie zijn die kosten al minstens 2x tot 3x zo hoog als die uit gas (EROI 25) of kernenergie (EROI 75). Alleen door zware subsidies blijven de windmolens een aantrekkelijk verdienmodel voor bedrijven. Maar een economische toekomst heeft het niet. Wel leidt het tot onnodig hoge energie prijzen en daarmee energie armoede. Landen

L2 zegt NEE

70

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

als China en India investeren volop in thorium kerncentrales. Hiermee kan een EROI van 750 gehaald worden en er is voor minstens 2500 jaar voldoende thorium. Deze landen zullen straks beschikken over spotgoedkope duurzame energie terwijl Nederland zijn welvaart heeft verkwanselt. Verschillende publicaties die wind- en zonne-energie promoten, gebruiken vaak onrealistisch hoge EROI-waarden door: 1) Te stellen dat de wind/zonne-installaties meer elektriciteit produceren en een langere levensduur hebben dan in werkelijkheid 2) Alle geproduceerde elektriciteit mee te nemen, ongeacht of deze gebruikt kan worden op dat moment of niet. Het produceren van een enorme hoeveelheid elektriciteit uit wind- en zonne-energie die de behoefte overtreft, doet meer kwaad dan goed, omdat het het elektriciteitsnet instabiel maakt met het risico dat het netwerk een black out krijgt. De hoeveelheid geproduceerde en verbruikte elektriciteit op een bepaald moment moet gelijk zijn. Als het verschil tussen geproduceerde en verbruikte elektriciteit te groot is, stort het elektriciteitsnet in en zitten alle elektriciteitsgebruikers een bepaalde tijd zonder elektriciteit. Aan de andere kant is de hoeveelheid elektriciteit uit energiebronnen zoals b.v. kernenergie, waterkracht, steenkool en aardgas worden voortdurend aangepast aan de specifieke behoefte.

71 L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Figuur 1 – EROI-waarden voor verschillende energiebronnen met of zonder energieopslag volgens Weissbach en Kelly[2]. “Economische drempel” is de minimale EROI-waarde van 7 voor ontwikkelde landen zoals de VS en de Europese Unie om een duurzame samenleving te creëren. “Solar CSP” is geconcentreerde zonne-energie (á la Ivanpahv), terwijl “zonnePV” elektriciteitproducerende zonnecellen zijn, zoals zonnecellen op het dak. STEG is een energiecentrale met gecombineerde cyclus die een gas- en een stoomturbine combineert voor een efficiëntere elektriciteitsproductie. ‘Nucleair’ zijn conventionele generatie III/III+ reactoren die vandaag de dag worden gebouwd, terwijl Gen IV het komende reactorontwerp is. De EROI-waarde voor Gen. IV-reactoren wordt geschat, rekening houdend met het feit dat er zeer weinig materiaal nodig is om ze te bouwen, zie Figuur 2

L2 zegt NEE

72

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

en dat de energieopbrengst 50-100 keer hoger is dan voor de Gen. III/III+ reactoren die momenteel worden gebouwd. Verder gebruiken windmolens tot wel 20x meer grondstoffen per TWh dan klassieke gas of kerncentrale’s, zonnepanelen maar liefst 30x meer. In vergelijking met een Thorium kerncentrale zou dat zelfs 320x meer zijn. Daarmee is ook overduidelijk de duurzaamheid van een windmolen in het geding. Windmolens zijn inefficiënt, hebben een laag energie rendement en gebruiken enorme hoeveelheden grondstoffen waarbij ook nog eens radioactief afval vrijkomt. De informatie (Figuur 2) voor kernenergie (Nuclear Gen. III / III +) in de figuur is afkomstig van de constructie van de reactor zelf. Het afval van de splijtstof voor 1 TWh komt overeen met 0,002 ton/TWh (25 ton afval in 1 jaar / 8700 TWh, d.w.z. 0,002 ton/TWh). Thorium MSR (Molten Salt Reactor) is een voorbeeld van een generatie IV-reactor. Het cijfer is aangepast volgens Ane Håkansson en tabel 10.4 in de Quadrennial Technology Review[3].

Figuur 2 – Materiaalverbruik in tonnen per TWh geproduceerde elektriciteit voor verschillende energiebronnen.

73 L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Bijlage 18: RES zonder extra wind op land, doel 2030 al bijna bereikt Het is mogelijk de klimaatdoelen te halen zonder windturbines te plaatsen in onze mooie polder. Onafhankelijke onderzoeken hebben reeds met zekerheid aangetoond dat dit mogelijk is door meer wind op zee te plaatsen en niet op land. Bestaande overheidsplannen blijken inmiddels door de tijd te zijn achterhaald. Wij roepen u op om deze informatie aandachtig door te nemen en de plannen uit het RES akkoord aan te passen aan de realiteit en niet blind te varen op gemaakte afspraken. Het is mogelijk de klimaatdoelen te halen zonder windturbines te plaatsen in onze mooie polder. Onafhankelijke onderzoeken hebben reeds met zekerheid aangetoond dat dit mogelijk is door meer wind op zee te plaatsen en niet op land.

Bij een gelijke opbrengst van 1 TWh/jaar zijn er bij een windmolen op land versus een windmolen op zee: - meer dan 5x zoveel molens nodig zijn - bij 44800 huizen overlast veroorzaakt wordt - 94.000 mensen die in een overlast zone wonen - heel veel woningen die in waarde dalen (totaal ~15 miljard euro (!) in 2030) of zelfs onverkoopbaar worden - 40.000 ton extra CO2 uitstoot per jaar is door een grotere net-onbalans - 21 miljoen m3 extra gas bijgestookt moet worden Als reactie op het rapport “Alles uit de kast” van het voortgangsoverleg Klimaatakkoord aangaande extra opgave duurzame elektriciteitsopwekking 2030 schreven de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW) en Stichting Windalarm het rapport “Het kan met gemak wind op zee en zon op dak”.

74 L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Het onafhankelijke buro CE Delft heeft op verzoek van Windalarm gekeken naar de nut en noodzaak van extra wind op land om de doelstellingen in 2030 te halen. Dit is gepubliceerd in het rapport “Nut en noodzaak extra wind op land in 2030 en 2050”. Voorts hebben NLVOW and Stichting Windalarm een second opinion laten uitvoeren door NEO Observatory (Nederlands Economisch Observatorium). In reactie op de vraag in hoeverre de berekeningen en de cijfers in het rapport ‘Het kan met gemak wind op zee en zon op dak’ juist zijn werden de volgende conclusies getrokken: 1) De berekeningen die in het rapport zijn gepresenteerd zijn juist en van bronnen voorzien. Alle bronnen zijn natrekbaar en herhaalbaar gebleken. In het overzicht zijn de voor- en nadelen van wind op zee versus wind op land helder gepresenteerd. Het onderdeel woningwaardeverlies als gevolg van wind op land is zeer waarschijnlijk hoger, omdat met woningnieuwbouw geen rekening is gehouden. Voorts zou de post gezondheidsschade meegenomen dienen te worden. Deze twee posten verhogen de maatschappelijke kosten van wind op land versus wind op zee aanzienlijk. 2) Zijn de conclusies die in dat rapport worden getrokken juist en volledig? Het rapport maakt duidelijk dat het illustratieve pakket van de Werkgroep Extra Opgave in ‘Alles uit de kast’ (2022) substantiële nadelen heeft.

Het ontbreken van alternatieve invullingen voor de doelstelling van 41 TWh extra is het grootste manco van het rapport ‘Alles uit de kast’. Daardoor blijven energetische, financieel-economische en maatschappelijk efficiëntere en effectievere maatregelen buiten beeld voor beleidsmakers. Er blijkt meer in de kast te liggen. 3) Een illustratief pakket aan maatregelen is onvoldoende basis voor een verantwoorde beleidskeuze. Het alternatief van NLVOW/Stichting Windalarm voor het illustratieve pakket is energetisch, financiële (investeringen en exploitatie), en maatschappelijk gunstiger. Wind op zee is energetisch gunstiger dan wind op land: het waait er harder, vaker en stabieler, zodat er meer vollasturen zijn. De opbrengst van wind op land hangt bovendien samen die van met zon op land. Meteorologische verschillen boven land en zee (inkomende zonnestraling wordt boven zee door water geabsorbeerd, en boven land door

L2 zegt NEE

75

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

lucht) leiden ertoe dat het boven land juist harder waait als ook de zon schijnt, met name in de zomer. Daardoor vergt wind op land meer extra regelbaar vermogen, daardoor tot hogere kosten, en zolang er geen CO2 emissie vrij regelbaar vermogen is, indirect tot extra CO2 uitstoot. Wind op zee is om deze twee redenen te verkiezen boven wind op land. 4) Het in beschouwing nemen van innovatie en een nadrukkelijker rol internationale handel in waterstof zoals NLVOW/Stichting Windalarm aangeven, zijn economisch correct. Het natuurlijke tempo van innovatie treedt ook op in de technologie voor duurzame energie. Internationale handel is vanuit economisch perspectief een sine qua non voor de markt voor groene energie. Voor 2030 komt CE Delft tot de volgende conclusie, waarbij het uitgangspunt was dat de 35 TWh wind en zon op land klimaatakkoorddoelstelling gehaald wordt: De keuze is daarom beperkt tot wind op land plus zon, maximaal zon op dak, indien mogelijk tijdelijk meer waterstof importeren en/of verschuiven van de doelstelling naar 2031, wanneer een extra hoeveelheid wind op zee ter beschikking komt. Bij maximaal 4 GW elektrolysers in Nederland, zou in het illustratieve pakket van ‘Alles uit de kast’ niet per se extra wind en zon op land nodig zijn.

Sinds het uitkomen van het TNO rapport (april 2022) en het CE Delft rapport (februari 2023) zijn er nieuwe ontwikkelingen zowel aan de vraag- als aanbodkant, waardoor de keuze voor de optie zonder extra wind op land eenvoudig te realiseren is. Extra wind op land bovenop reeds vergunde projecten zal zelfs tot overaanbod leiden en zal als gevolg daarvan verdere reeds geplande uitrol van wind op zee kannibaliseren. Dit zal leiden tot meer systeem onbalans en daardoor meer bijstook van fossiel en CO2 uitstoot (zie het rapport ‘Het kan met gemak wind op zee en zon op dak’). Wind op land geeft een aanzienlijk hogere CO2 uitstoot dan wind op zee door de lagere vollasturen en de concurrentie met zon op land (het waait vaak op land indien ook de zon schijnt).

76 L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Opties om de maatschappelijke weerstand tegen wind op land en zon in weiland weg te nemen zijn: A. Meenemen reeds voorziene groei wind op zee tot 2031. B. Meenemen bestaande innovaties windturbines op zee. C. Vernieuwing oude windparken op zee naar grotere capaciteit. D. Meer import van waterstof. E. Verplaatsen energie intensieve industrie naar waterstofproductielanden. F. Meer zon op daken en op infra G. Realiseren hoger doel Energiebesparing Ieder van deze opties brengen als zodanig al genoeg op om te kunnen afzien van de door de werkgroep geadviseerde extra opgave wind op land / zon in weiland. Samen geven deze opties 64 TWh per jaar extra potentie, dat onder weglating van uitbreiding wind op land en zon in landschap (na realisatie huidige 35 TWh doelstelling) tot een dekking zorgt in 2030/31 van 270 TWh per jaar. Het rapport “Alles uit de kast” stelt dat we 206 TWh nodig hebben. Volgens Martien Visser, Lector Energietransitie Hanzehogeschool/Entrance en de grote man achter de website energieopwek.nl, is de doelstelling voor hernieuwbare elektriciteit op land voor 2030 al bijna bereikt. Visser stelt op basis van cijfers van CBS over 2019 en van RVO over gerealiseerde projecten in 2020 dat momenteel 33,2 TWh gerealiseerd is of al in de pijplijn zit met SDE+ subsidie.

Daarnaast is er in de najaarsronde van de SDE++ (de opvolger van de SDE+) subsidie toegekend aan 4 GW aan zonne-energie projecten. Als daar 60% van gerealiseerd wordt levert dat ruim 2 TWh aan stroom op en is de 35 TWh gehaald.

77 L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Conclusie Voor 2050 kunnen de klimaatdoelstellingen ook gehaald worden zonder extra wind en zon op land. Wind op zee en zon op dak (met of zonder kernenergie) in combinatie met regelbare waterstofcentrales en import van waterstof is voldoende. Er is dus ruimte om keuzes te maken tussen verschillende energiebronnen. Er zijn verschillende combinaties van energiebronnen denkbaar voor de invulling van de toekomstige energievraag, met elk zijn eigen maatschappelijke voor- en nadelen. Aangezien investeringen in duurzame energie voor een lange periode gedaan worden, is het wenselijk om hier snel keuzes in te maken. Volgens Martien Visser, Lector Energietransitie Hanzehogeschool/Entrance en de grote man achter de website energieopwek.nl, is de doelstelling voor hernieuwbare elektriciteit op land voor 2030 al bijna bereikt. Visser stelt op basis van cijfers van CBS over 2019 en

L2 zegt NEE

78

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

van RVO over gerealiseerde projecten in 2020 dat momenteel 33,2 TWh gerealiseerd is of al in de pijplijn zit met SDE+ subsidie. Daarnaast is er in de najaarsronde van de SDE++ (de opvolger van de SDE+) subsidie toegekend aan 4 GW aan zonne-energie projecten. Als daar 60% van gerealiseerd wordt levert dat ruim 2 TWh aan stroom op en is de 35 TWh gehaald.

79 L2 zegt NEE

Rapport Zoekgebied L2 | 29 mei 2024

Zeer hoogwaardige archeologisch gebied ‘de Hazendonk’

L2 ligt in gezichtsveld van UNESCO werelderfgoed Kinderdijk

zichtsveld 

Uniek weidevogelgebied

Verworven NatuurNetwerk Nederland (1)

Verworven NatuurNetwerk Nederland (2)

Inefficiente ligging (1) – ligging verdeelstation Arkel - Molenaarsgraaf

Inefficiente ligging (2) – ligging middenspanningsstation Alblasserwaard - Molenaarsgraaf

Bedreiging woningbouw Molenaarsgraaf

Locatie tot woningen zeer kort + waardedaling gebied en woningen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=af48970d-1059-491f-8618-f0dad64bc7ca