Bijlage 4 Was-wordt-tabel wijziging VFL - Verordening gemeentelijke adviescommissie omgevingskw
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Wijziging Verordening Fysieke leefomgeving 2021 in relatie tot de Verordening adviescommissie omgevingskwaliteit gemeente Gorinchem 2024. Leeswijzer In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. Als de gehele tekst in de ‘bestaande tekst’ vervalt dan zie je onder de ‘nieuwe tekst’ het woord ‘vervallen staan’. Er wordt een nieuwe Verordening adviescommissie omgevingskwaliteit vastgesteld waarin regels m.b.t. de adviescommissie omgevingskwaliteit zijn opgenomen. De welstandscommissie bestaat onder de Omgevingswet niet meer en daarom komen de artikelen m.b.t. de welstandscommissie in de Verordening Fysieke Leefomgeving te vervallen. Het begrip erfgoedcommissie kennen we onder de Omgevingswet ook niet meer en wordt gewijzigd in commissie.
Hoofdstuk 1 Inleidende regels (definities) Definitie Erfgoedcommissie Bestaande tekst Definitie erfgoedcommissie
De erfgoedcommissie metals naam“erfgoedcommissie Gorinchem” (verder erfgoedcommissie): De op basis van artikel 15, lid 1 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college van burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Erfgoedwet, de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Erfgoedverordening Gemeente Gorinchem 2018.
Nieuwe tekst Definitie commissie
Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet, genaamd ‘Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Gorinchem’.
Definitie erfgoedcommissie in de volgende artikelen wijzigen in commissie: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 4.1.2 lid 2 De aanwijzing tot Artikel 4.1.2 lid 2 De aanwijzing tot gemeentelijk monument gemeentelijk monument 2. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de erfgoedcommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van advies achterwege blijven. Een zaak of een terrein wordt beoordeeld op de volgende criteria: architectuurhistorische waarde, cultuurhistorische
2. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit. In spoedeisende gevallen kan het vragen van advies achterwege blijven. Een zaak of een terrein wordt beoordeeld op de volgende criteria: architectuurhistorische
waarde, zeldzaamheid, gaafheid, ensemble waarde en stedenbouwkundige waarde. Een terrein van archeologische waarde wordt beoordeeld op de in-situ te behouden waarden.
waarde, cultuurhistorische waarde, zeldzaamheid, gaafheid, ensemble waarde en stedenbouwkundige waarde. Een terrein van archeologische waarde wordt beoordeeld op de in-situ te behouden waarden.
Artikel 4.1.3 Termijnen advies en aanwijzingsbesluit
Artikel 4.1.3 Termijnen advies en aanwijzingsbesluit
1. De erfgoedcommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college van burgemeester en wethouders. 2. Het college beslist binnen 15 weken na ontvangst van het advies van de erfgoedcommissie, maar in ieder geval binnen 25 weken na ontvangst van de adviesaanvraag.
1. De gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college van burgemeester en wethouders. 2. Het college beslist binnen 15 weken na ontvangst van het advies van de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit, maar in ieder geval binnen 25 weken na ontvangst van de adviesaanvraag.
Artikel 4.2.3 Advies en vergunningverlening
Artikel 4.2.3 Advies en vergunningverlening
Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke en complete aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument aan de erfgoedcommissie voor advies. 2. Bij aanvragen om een vergunning voor ingrijpende maatregelen aan een monument kan de erfgoedcommissie of het college van burgemeester en wethouders van de aanvrager de uitvoering van een bouwhistorisch onderzoek eisen. 3. Bij de beoordeling van plannen en bij de advisering gebruikt de erfgoedcommissie de uitgangspunten als genoemd in de bijlage uitgangspunten erfgoedcommissie. 4. Bij de beoordeling van plannen en bij de advisering kan de erfgoedcommissie gebruik maken van uitvoeringsrichtlijnen en technische criteria voor planbeoordeling. Bij de advisering kan de erfgoedcommissie voorwaarden stellen op basis van deze richtlijnen en criteria.
1.
1.
Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke en complete aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument aan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit voor advies. 2. Bij aanvragen om een vergunning voor ingrijpende maatregelen aan een monument kan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit of het college van burgemeester en wethouders van de aanvrager de uitvoering van een bouwhistorisch onderzoek eisen. 3. Bij de beoordeling van plannen en bij de advisering gebruikt de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit de uitgangspunten als genoemd in de bijlage uitgangspunten gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit. 4. Bij de beoordeling van plannen en bij de advisering kan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit gebruik maken van
uitvoeringsrichtlijnen en technische criteria
5.
Binnen vier weken na de datum van verzending van het afschrift van de ontvankelijke en complete aanvraag om vergunning brengt de erfgoedcommissie schriftelijk advies uit aan het college van burgemeester en wethouders.
voor planbeoordeling. Bij de advisering kan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit voorwaarden stellen op basis van deze richtlijnen en criteria. 5. Binnen vier weken na de datum van verzending van het afschrift van de ontvankelijke en complete aanvraag om vergunning brengt de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit schriftelijk advies uit
aan het college van burgemeester en wethouders. Artikel 4.3.1 lid 2 Aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht
Artikel 4.3.1 lid 2 Aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht
2. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de erfgoedcommissie.
2. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit.
4. De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op grond van het eerste lid aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan of een beheersverordening vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- en dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld.
4. De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op grond van het eerste lid aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht een omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet vast. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stadsof en dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld.
5. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het vorige lid kunnen worden aangemerkt, dan wel of een beheersverordening als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening kan worden vastgesteld.
5. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre het tijdelijke omgevingsplan als beschermend plan in de zin van het vorige lid kan worden aangemerkt.
6.Als een bestemmingsplan als bedoeld in het vierde of vijfde lid, opnieuw moet worden vastgesteld ingevolge artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening, kan de gemeenteraad in afwijking van artikel 3.1, eerste lid, van die wet, voor het desbetreffende gebied
Vervallen.
een beheersverordening als bedoeld in die wet vaststellen. 7.Dit artikel is niet van toepassing op beschermde stads- en dorpsgezichten die zijn aangewezen op grond van artikel 3.1 Erfgoedwet of een provinciale verordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
7.Dit artikel is niet van toepassing op een beschermd stads- of dorpsgezichten dat via instructies de functie-aanduiding rijksbeschermend of provinciaal beschermd stads-of dorpsgezicht heeft, of dat is aangewezen op grond van artikel 35, eerste lid van de Monumentenwet 1988 of een provinciale verordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
4.3.2 Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijk stadsen dorpsgezicht
4.3.2 Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijk stadsof dorpsgezicht
1. De gemeenteraad kan, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 4.3.1, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 4.3.1, tweede lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het stadsen dorpsgezicht waarop aanwijzing betrekking heeft, als zodanig is tenietgegaan.
1. De gemeenteraad kan, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 4.3.1, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 4.3.1, tweede lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het stads- of dorpsgezicht waarop aanwijzing betrekking heeft, als zodanig is tenietgegaan.
2.Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het stads- en dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als beschermd stads- en dorpsgezicht als bedoeld in artikel 3.1 Erfgoedwet.
2.Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het stads- of dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als beschermd stads- en dorpsgezicht op grond van een instructie als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid of artikel 2.34, vierde lid van de Omgevingswet.
3.Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt dat onverwijld bijgehouden op de gemeentelijke monumentenlijst.
3. Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt dat direct bijgehouden op de gemeentelijke monumentenlijst.
Artikel 4.3.3 Verbodsbepaling een aanvraag vergunning
Artikel 4.3.3 Verbodsbepaling een aanvraag omgevingsvergunning
1. Het is in een beschermd gemeentelijk stadsof dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, een bouwwerk te slopen.
1. Het is in een gemeentelijk beschermd stadsof dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te slopen.
3. De artikelen 4.2.4 en 4.2.5 zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De artikelen 4.2.1 lid 4 en 4.2.4 zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet of ingevolge een verplichting zoals gesteld in een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Artikel 4.4.1 lid 2 De aanwijzing tot beeldbepalend pand
Artikel 4.4.1 lid 2 De aanwijzing tot beeldbepalend pand
2. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de erfgoedcommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van advies achterwege blijven. Een pand wordt beoordeeld op de volgende criteria: architectuurhistorische waarde, cultuurhistorische waarde, zeldzaamheid, gaafheid, ensemble waarde en stedenbouwkundige waarde.
3. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit. In spoedeisende gevallen kan het vragen van advies achterwege blijven. Een pand wordt beoordeeld op de volgende criteria: architectuurhistorische waarde, cultuurhistorische waarde, zeldzaamheid, gaafheid, ensemble waarde en stedenbouwkundige waarde.
Artikel 4.4.2 Termijnen advies en aanwijzingsbesluit
Artikel 4.4.2 Termijnen advies en aanwijzingsbesluit
De erfgoedcommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college van burgemeester en wethouders. 2. Het college beslist binnen 15 weken na ontvangst van het advies van de erfgoedcommissie, maar in ieder geval
1.
1.
De gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college van burgemeester en wethouders. 2. Het college beslist binnen 15 weken na ontvangst van het advies van
binnen 25 weken na ontvangst van de adviesaanvraag.
de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit, maar in ieder geval binnen 25 weken na ontvangst van de adviesaanvraag.
Artikel 4.5.1 Vergunning voor beschermd rijksmonument 1. Het college van burgemeester en wethouders zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke en complete aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de erfgoedcommissie. 2. De erfgoedcommissie adviseert schriftelijk over de ontvankelijke en complete aanvraag binnen vier weken na de datum van verzending van het afschrift.
Artikel 4.5.1 Vergunning voor beschermd rijksmonument 1. Het college van burgemeester en wethouders zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke en complete aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit. 2. De gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit adviseert schriftelijk over de ontvankelijke en complete aanvraag binnen vier weken na de datum van verzending van het afschrift.
Artikel 4.6.1 Vangnet archeologie 1. Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten worden verwacht als in het daar vigerende bestemmingsplan niet is voldaan aan artikel 3.1.6, vijfde lid, van het Besluit ruimtelijke ordening, tenzij:
Artikel 4.6.1 Vangnet archeologie 1. Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten of waarden worden verwacht als in het daar vigerende omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, tenzij:
a. voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend;
a. voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of artikel 5.1, eerste lid, onder a Omgevingswet is verleend;
b. het de verstoring betreft van een archeologisch monument of verwachtingsgebied dat is aangegeven op de provinciale archeologische monumentenkaart of de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde regels over de toegestane mate van verstoring;
b. het de verstoring betreft van een archeologisch monument, waarde of verwachting die is aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleids-, waarden- of verwachtingskaart, de provinciale archeologische monumentenkaart of de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde regels over de toegestane mate van verstoring;
Bijlage 4 Erfgoed uitgangspunten erfgoedcommissie
Bijlage 4 Erfgoed uitgangspunten gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit
Artikel 7.2.3 De advisering door de welstandscommissie wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 7.2.3 Advisering door de Artikel 7.2.3 Advisering door de welstandscommissie welstandscommissie 1. De advisering over redelijke eisen van welstand is opgedragen aan de Stichting Vervallen.
Dorp, Stad en Land die uit haar midden personen voordraagt als lid van de regionale welstandscommissie, hierna gezamenlijk te noemen: de welstandscommissie. 2. De welstandscommissie adviseert over de welstandsaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor bouwen. 3. De welstandscommissie baseert haar advies op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria.
Artikel 7.2.4 Samenstelling van de welstandscommissie wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst
Artikel 7.2.4 Samenstelling van de welstandscommissie 1. De welstandscommissie bestaat ten minste uit drie leden, waaronder een voorzitter (architect-voorzitter), secretaris (architectsecretaris) en één lid, waarvan alle leden deskundig zijn op het gebied van architectuur, ruimtelijke kwaliteit dan wel cultuurhistorie. 2. Voor de leden worden plaatsvervangers aangewezen. 3. De welstandscommissie kan slechts adviezen uitbrengen indien ten minste drie leden aanwezig zijn en waarvan ten minste twee leden beschikken over deskundigheid op het gebied van welstand. 4. De leden van de commissie zijn onafhankelijk van het gemeentebestuur.
Artikel 7.2.4 Samenstelling van de welstandscommissie Vervallen.
Artikel 7.2.5 Benoeming en zittingsduur wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst
Artikel 7.2.5 Benoeming en zittingsduur 1. De voorzitter en de overige leden van de welstandscommissie en hun plaatsvervangers worden op voorstel van burgemeester en wethouders benoemd en ontslagen door de gemeenteraad. 2. De leden van de welstandscommissie kunnen ten hoogste voor een termijn van drie jaar worden benoemd. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste drie jaar. 3. Het reglement van orde van de welstandscommissie dat als bijlage bij deze verordening is vastgesteld, bevat, binnen het gestelde in de voorgaande leden, nadere benoemingsprocedures.
Artikel 7.2.5 Benoeming en zittingsduur Vervallen.
Artikel 7.2.6 Jaarlijkse verantwoording wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst
7.2.6 Jaarlijkse verantwoording
7.2.6 Jaarlijkse verantwoording Vervallen.
De welstandscommissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden voor de gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde komt: • op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de welstandsnota; • de werkwijze van de welstandscommissie; • op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen; • de aard van de beoordeelde plannen; • de bijzondere projecten. De welstandscommissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder. Artikel 7.2.7 Termijn van advisering wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst
7.2.7
Termijn van advisering
1. De welstandscommissie brengt het advies
over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen uit binnen vier weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht. 2. De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, indien deze vergunning betrekking heeft op een deel van een project of een gefaseerde aanvraag betreft uit binnen drie weken nadat door of namens burgmeester en wethouders daarom is verzocht. 3. Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de welstandscommissie een langere termijn dan genoemd in de bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen van het welstandsadvies. Een langere termijn kan door burgemeester en wethouders worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag is verlengd met toepassing
7.2.7 Termijn van advisering Vervallen.
van artikel 3.9, tweede lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Artikel 7.2.8 Openbaarheid van vergaderen en mondeling toelichting wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst
7.2.8 Openbaarheid van vergaderen en mondeling toelichting
7.2.8 Openbaarheid van vergaderen en mondeling toelichting
De behandeling van bouwplannen door de welstandscommissie is openbaar. De agenda voor de vergadering van de welstandscommissie wordt tijdig bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot nietopenbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2. Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen hierom bij het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen heeft verzocht, wordt deze door of namens de welstandscommissie in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan. 3. In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de commissie wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de commissie, waarin de aanvraag wordt behandeld. 4. Er is geen spreekrecht.
Vervallen.
1.
Artikel 7.2.9 Afdoening onder verantwoordelijkheid wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst
7.2.9 Afdoening onder verantwoordelijk
7.2.9 Afdoening onder verantwoordelijk
De welstandscommissie kan de advisering over een aanvraag om advies, in afwijking van artikel 7.2.4, onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meerdere daartoe aangewezen leden. Het aangewezen lid of de aangewezen leden adviseren over bouwplannen waarvan volgens hen het oordeel van de welstandscommissie als bekend mag worden verondersteld. 2. In geval van twijfel wordt het bouwplan alsnog voorgelegd aan de welstandscommissie.
Vervallen.
1.
Artikel 7.2.10 Vorm waarin advies wordt uitgebracht wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst
7.2.10 Vorm waarin het advies wordt uitgebracht
7.2.10 Vorm waarin het advies wordt uitgebracht
De welstandscommissie adviseert en motiveert haar advies schriftelijk. 2. Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens burgemeester en wethouders gevoegd bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen.
Vervallen.
1.
Bijlage 6 reglement Welstandcommissie (bijlage 9 Reglement van orde van de welstandscommissie) komt te vervallen.
Nieuw hoofdstuk 4 ‘Erfgoed’ in Verordening Fysieke Leefomgeving
Hoofdstuk 4. Erfgoed 4.1 Aanwijzing gemeentelijk monument 4.1.1 Het gebruik van het monument Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet De gemeente verplicht te stellen rekening te houden met het gebruik van het gemeentelijk monument.
4.1.2 De aanwijzing tot gemeentelijk monument 1. Het college van burgemeester en wethouders kan een zaak, terrein of terrein van archeologische waarde aanwijzen als gemeentelijk monument. 2. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit. In spoedeisende gevallen kan het vragen van advies achterwege blijven. Een zaak of een terrein wordt beoordeeld op de volgende criteria: architectuurhistorische waarde, cultuurhistorische waarde, zeldzaamheid, gaafheid, ensemble waarde en stedenbouwkundige waarde. Een terrein van archeologische waarde wordt beoordeeld op de in-situ te behouden waarden. 3. Mocht de zaak een gebouw betreffen, dan vallen zowel interieur als exterieur onder de bescherming, tenzij het interieur nadrukkelijk is uitgesloten van de bescherming. 4. De aanwijzing kan geen beschermd rijksmonument betreffen.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet De toekenning van de status van gemeentelijk monument aan een monument of archeologisch monument (een tuin en een park vallen binnen het begrip ‘monument’, natuurlandschap niet) te regelen. Dit artikel regelt ook dat monumenten enkel aan te wijzen zijn op basis van vrijwilligheid.
4.1.3 Termijnen advies en aanwijzingsbesluit 1. De gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college van burgemeester en wethouders. 2. Het college beslist binnen 15 weken na ontvangst van het advies van de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit, maar in ieder geval binnen 25 weken na ontvangst van de adviesaanvraag.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet De voorwaarden waaraan het aanwijzingsbesluit dient te voldoen te regelen.
4.1.4 Facultatieve Voorbescherming Het college van burgemeester en wethouders kan tegelijk met de adviesaanvraag bedoeld in artikel 4.4.1, lid 2, dan wel bij een voorgenomen besluit, dan wel bij nadere beschikking bepalen dat tot het moment dat bijschrijving op de gemeentelijke monumentenlijst, bedoeld in artikel 4.1.6, plaatsvindt dan wel vaststaat dat het monument niet wordt bijgeschreven op deze gemeentelijke monumentenlijst, de artikelen 4.2.1 tot en met 4.3.2 van overeenkomstige toepassing zijn.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Ten aanzien van gemeentelijke monumenten in voorbescherming te voorzien.
4.1.5 Mededeling aanwijzingsbesluit De aanwijzing als bedoeld in artikel 4.1.4, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet De voorwaarden waaraan de bekendmaking van het aanwijzingsbesluit dient te voldoen te regelen.
4.1.6 Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst
1. Het college van burgemeester en wethouders registreert het gemeentelijke monument op de gemeentelijke monumentenlijst. Deze lijst is openbaar en toegankelijk. 2. De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding de tenaamstelling en een redengevende omschrijving of het archeologisch selectiebesluit van het gemeentelijke monument.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Informatievoorziening betreffende het (beschermd) gemeentelijk aangewezen cultureel erfgoed, dat krachtens deze verordening is aangewezen.
4.1.7 Wijzigen van de aanwijzing 1. Het college van burgemeester en wethouders kan de aanwijzing wijzigen. 2. Artikel 4.1.4, tweede lid, alsmede artikel 4.1.3, 4.1.4 en 4.1.5 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit. 3. Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als bedoeld in lid 2, achterwege. 4. De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Het faciliteren van wijzigen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijke cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling.
4.1.8 Intrekken van de aanwijzing 1. Indien het college van burgemeester en wethouders de aanwijzing intrekt, zijn artikel 4.1.4, tweede lid, en artikel 4.1.3 van overeenkomstige toepassing. 2. De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3.1 van de Erfgoedwet. 3. De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst geregistreerd.
Herkomst: Wettelijke basis:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet
Beoogt:
Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Het faciliteren van intrekken van de aanwijzing als beschermd gemeentelijke cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling.
4.2 Instandhouding van gemeentelijke monumentale zaken 4.2.1 Instandhoudingbepaling 1. Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1.1 te beschadigen, door achterstallig onderhoud te laten vervallen of te vernielen. 2. Het is verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders / het bevoegd gezag a. een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1.1 te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; b. een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1.1 te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht, 3. Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd én indien de werkzaamheden vallen binnen de uitzonderingsregels als genoemd in de bijlage met uitzonderingsregels. 4. Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een kerkelijk monument , geen vergunning als bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn. 5.
Het college van burgemeester en wethouders kan de instandhouding van gemeentelijke monumenten bevorderen in de vorm van het beschikbaar stellen van onderhoudsadvies en verbouwingsadvies aan de eigenaren van Gemeentelijke monumenten
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Het voorkomen van situaties waarin er schade wordt aangebracht aan Gemeentelijke monumenten.
4.2.2 De schriftelijke aanvraag Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in artikel 4.2.1 en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden digitaal ingediend.
Herkomst:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018
Wettelijke basis: Beoogt:
Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet De voorwaarden waaraan de indiening van een aanvraag dient te voldoen te regelen.
4.2.3 Advies en vergunningverlening 1. Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke en complete aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument aan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit voor advies. 2. Bij aanvragen om een vergunning voor ingrijpende maatregelen aan een monument kan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit of het college van burgemeester en wethouders van de aanvrager de uitvoering van een bouwhistorisch onderzoek eisen. 3. Bij de beoordeling van plannen en bij de advisering gebruikt de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit de uitgangspunten als genoemd in de bijlage uitgangspunten gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit. 4. Bij de beoordeling van plannen en bij de advisering kan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit gebruik maken van uitvoeringsrichtlijnen en technische criteria voor planbeoordeling. Bij de advisering kan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit voorwaarden stellen op basis van deze richtlijnen en criteria. 5. Binnen vier weken na de datum van verzending van het afschrift van de ontvankelijke en complete aanvraag om vergunning brengt de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit schriftelijk advies uit aan het college van burgemeester en wethouders.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Te regelen dat het bevoegd gezag bij vergunning voor een gemeentelijk monument de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit raadpleegt, alsmede de wijze waarop de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit advies uit brengt.
4.2.4 Weigeringsgronden De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument.
Herkomst: Wettelijke basis:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
Beoogt:
De gevallen en voorwaarden waaronder een vergunning kan worden geweigerd te regelen.
4.2.5 Intrekken van de vergunning De vergunning kan door het college van burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien: a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; b. blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften bedoeld in artikel 4.2.1 en artikel 4.3.2 niet naleeft; c. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen.
Herkomst: Wettelijke basis:
Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) De gevallen en voorwaarden waaronder een vergunning kan worden ingetrokken te regelen.
4.3 Gemeentelijke stads- en dorpsgezichten 4.3.1 Aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht 1. De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, stads- en dorpsgezichten aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht. 2. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit. 3. Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt onverwijld opgenomen op de gemeentelijke monumentenlijst. 4. De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op grond van het eerste lid aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht een Een omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet vast. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld. 5. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre het tijdelijke omgevingsplan als beschermend in de zin van het vorige lid kan worden aangemerkt. Vervallen.
6. Dit artikel is niet van toepassing op een beschermde stads- of dorpsgezichten dat via instructies de functie-aanduiding rijksbeschermend of provinciaal beschermd stads-of dorpsgezicht heeft, of dat is aangewezen op grond van artikel 35, eerste lid van de Monumentenwet 1988 of een provinciale verordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet De mogelijkheid te bieden aan de gemeenteraad om gemeentelijke dorpsgezichten aan te wijzen, die vervolgens krachtens het bestemmingsplan moeten worden beschermd.
4.3.2 Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijke stads- of dorpsgezicht 1. De gemeenteraad kan, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 4.3.1, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 4.3.1, tweede lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het stads- of dorpsgezicht waarop aanwijzing betrekking heeft, als zodanig is tenietgegaan. 2. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het stads- of dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht op grond van een instructie als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid of artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet. 3. Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt dat direct bijgehouden op de gemeentelijke monumentenlijst.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Te bepalen dat bij wijziging (van niet-ondergeschikte aard) van een aanwijzing en bij intrekking van de status als beschermd gemeentelijk dorpsgezicht dezelfde procedure geldt als bij de aanwijzing daarvan.
4.3.3 Verbodsbepaling en aanvraag omgevingsvergunning 1. Het is in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te slopen. 2. De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. 3. De artikelen 4.2.1 lid 4 en 4.2.4 zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet of ingevolge een verplichting zoals gesteld in een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Herkomst: Wettelijke basis:
Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Het slopen in een beschermd gemeentelijk dorpsgezicht vergunningplichtig te maken.
4.4 Aanwijzing beeldbepalende panden 4.4.1 De aanwijzing tot beeldbepalend pand 1. Het college van burgemeester en wethouders kan een pand of een bouwwerk aanwijzen als beeldbepalend pand. 2. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit. In spoedeisende gevallen kan het vragen van advies achterwege blijven. Een pand wordt beoordeeld op de volgende criteria: architectuurhistorische waarde, cultuurhistorische waarde, zeldzaamheid, gaafheid, ensemble waarde en stedenbouwkundige waarde. 3. De aanwijzing tot beeldbepalend pand betreft uitsluitend het exterieur. 4. De aanwijzing kan geen beschermd rijksmonument of beschermd gemeentelijk monument betreffen.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Dat er voor beeldbepalende panden of zaken die zijn aangewezen op grond van de erfgoedverordening, een minder zwaar regime dan voor monumenten geldt.
4.4.2 Termijnen advies en aanwijzingsbesluit 1. De gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college van burgemeester en wethouders.
2. Het college beslist binnen 15 weken na ontvangst van het advies van de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit, maar in ieder geval binnen 25 weken na ontvangst van de adviesaanvraag.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet De voorwaarden waaraan het aanwijzingsbesluit dient te voldoen te regelen.
4.4.3 Mededeling aanwijzingsbesluit De aanwijzing als bedoeld in artikel 4.4.1, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet De voorwaarden waaraan de bekendmaking van het aanwijzingsbesluit dient te voldoen te regelen.
4.4.4 Registratie op de lijst van beeldbepalende panden 1. Het college van burgemeester en wethouders registreert het beeldbepalende pand op de lijst van beeldbepalende panden. Deze lijst is openbaar en toegankelijk. 2. De lijst van beeldbepalende panden bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing en de kadastrale aanduiding.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Informatievoorziening betreffende beeldbepalende panden, die krachtens deze verordening zijn aangewezen.
4.4.5 Wijzigen van de aanwijzing 1. Het college van burgemeester en wethouders kan de aanwijzing wijzigen. 2. Artikel 4.4.1, tweede lid, alsmede artikel 4.4.2, 4.4.3 en 4.4.4 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit. 3. Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als bedoeld in lid 2, achterwege.
4. De inhoud en de datum van de wijziging worden op de lijst van beeldbepalende panden aangetekend.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Het faciliteren van wijzigen van de aanwijzing als beeldbepalend pand.
4.4.6 Intrekken van de aanwijzing 1. Indien het college van burgemeester en wethouders de aanwijzing intrekt, zijn artikel 4.4.1, tweede lid, en artikel 4.4.2 van overeenkomstige toepassing. 2. De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn indien een toepassing wordt gegeven aan artikel 3.1 van de Erfgoedwet of artikel 4.1.4 van deze verordening. 3. De intrekking wordt op de lijst van beeldbepalend panden geregistreerd.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Het faciliteren van intrekken van de aanwijzing als beeldbepalend pand.
4.4.7 Instandhouding van beeldbepalende panden De instandhouding van beeldbepalende panden is vastgelegd in de Welstandsnota. Beeldbepalende panden kunnen met een specifieke aanduiding worden opgenomen in een bestemmingsplan of een omgevingsplan.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Het voorkomen van situaties waarin er schade wordt aangebracht aan beeldbepalende panden.
4.5 Rijksmonumenten 4.5.1 Vergunning voor beschermd rijksmonument 1. Het college van burgemeester en wethouders zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke en complete aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit.
2. De gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit adviseert schriftelijk over de ontvankelijke en complete aanvraag binnen vier weken na de datum van verzending van het afschrift.
Herkomst: Wettelijke basis:
Beoogt:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Te regelen dat de gemeenteraad bij omgevingsvergunningen bij rijksmonumenten de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit raadpleegt.
4.6 Instandhouding van archeologische terreinen 4.6.1 Vangnet archeologie 1. Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten of waarden worden verwacht als in het daar vigerende omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, tenzij: a. voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of artikel 5.1, eerste lid, onder a van de Omgevingswet is verleend; b. het de verstoring betreft van een archeologisch monument, waarde of verwachting die is aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleids-, waarden- of verwachtingskaart, de provinciale archeologische monumentenkaart of de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde regels over de toegestane mate van verstoring; c. de activiteit plaatsvindt op basis van een deugdelijke beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden en onevenredige schade voor archeologische waarden wordt voorkomen, of d. met een vooronderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. 2.
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen over het verrichten van archeologisch onderzoek.
Herkomst: Wettelijke basis:
Toelichting Erfgoedverordening gemeente Gorinchem 2018 Artikel 3.16 van de Erfgoedwet Artikel 9.1 van de Erfgoedwet Artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
Beoogt:
De ruimtelijke borging van bescherming van archeologische waarden als daarin niet via een bestemmingsplan in is voorzien.