Bijlage 4 memo raad tbv B&A 4 december 2024
Tekst van het document
Bijlage 4 Inclusief onderwijs, sbo en unitonderwijs samen Kan het concept unitonderwijs een betere bijdrage leveren aan meer inclusief onderwijs gezamenlijk met Beatrix de Burcht dan een meer traditioneler onderwijs-jaarklassensysteem? In de I&O van 14 november jl. heeft Annette Verdoorn, directeur sbo Beatrix de Burcht dit aan de hand van een presentatie uitgelegd. In bijlage 1 is een schriftelijke uitleg gegeven. Kinderen die naar het speciaal basisonderwijs gaan, hebben het niet gered op een reguliere school en hebben les op hun leerniveau nodig. Dat kan lezen op groep 3 zijn, rekenen op groep 5. In gedrag kan het nog een andere ontwikkelleeftijd hebben. En kinderen hebben een andere manier van leren. Hebben meer of minder tijd nodig, andere materialen en een andere manier om hen te motiveren. Dat vraagt om een leeromgeving die daar passend onderwijs bij heeft. Waar door leerkrachten lesgegeven wordt die dat zien en kunnen aanpassen. Die niet vast zitten aan 1 jaar en een methode lezen voor dat jaar. Op het gespecialiseerd onderwijs zijn de groepen kleiner ( gemiddeld 14) waardoor er meer tijd en aandacht is voor de leerlingen. En waar leerlingen binnen de groep passend aanbod krijgen. Leerlingen zijn lid van een groep, een heel diverse groep leerlingen in leeftijd en leerstijl.
Op de meeste reguliere scholen, ook de Regenboog, worden kinderen geplaatst in een groep met leeftijdsgenoten ( leerjaar of jaarklas genoemd). Per leerjaar staat de lesstof vast. De methode voor lezen voor groep 4 wordt gevolgd. Klassikaal. Als je dat niet kunt volgen, wordt er een apart programma voor je gemaakt. Dat doe je dan niet mee met de groep, maar in je eentje. Vaak buiten de groep met een volwassene samen. De groepen op het regulier zijn (veel) groter dan die op het speciaal basisonderwijs. (Gemiddeld 25-30). Binnen een zo’n grote groep zijn speciale aanpassingen minder mogelijk. Kinderen raken buitengesloten. Eén afdeling van de Regenboog werkt in units waarbij er 3 leerjaren in 1 groep zitten. Het heeft 3 units waarbinnen alle leerjaren van 1-8 een plek hebben. Leerkrachten gaan uit van de ontwikkelbehoeften van de kinderen en zijn gewend op meerdere niveaus en met groepen van diverse leeftijden te werken. Leerlingen werken deels in de grote groep van hun unit en deels in kleinere groepen als ze met een thema iets aan het ontdekken zijn op gebied van leren. Methodes per leerjaar zijn niet leidend voor dit onderwijs. Ze passen de lesstof aan zodat alle leerjaren zich naar hun mogelijkheden kunnen ontwikkelen. En leren kinderen ontdekkend te leren. In deze afdeling zijn leerlingen zijn gewend aan diversiteit in leeftijd en leerstijl.
Waarom passen het unit-onderwijs en sbo Beatrix de Burcht zo goed samen in 1 gebouw: 1. Kinderen kunnen daardoor op momenten meedoen met de buren als dat hen stimuleert in hun ontwikkeling.( een kind van het sbo dat goed zelfstandig kan werken in kleine groepen kan meedoen met projecten binnen het unitonderwijs. Een kind op het unitonderwijs dat een specifiek leer-of gedragsprobleem heeft, kan deelnemen in het aanbod van het sbo op die punten. 2. Omdat beiden eenzelfde manier van lesgeven hebben, zal de indeling van het gebouw veel plekken krijgen die beide scholen gaan gebruiken. Er is minder ruimte nodig voor leslokalen (waar in traditioneler klassikaal onderwijs alles gebeurt) en meer ruimte voor leerpleinen, zelfstandigere-plekken en faciliteiten als keuken en dergelijken komen waar beide scholen gebruik van maken. 3. Op sbo kunnen kinderen een onderwijsplek krijgen op niveau van zeer moeilijk leren en hoger. Binnen het unit-onderwijs is er plek voor alle basisschool leerlingen, dus ook voor meer- en hoogbegaafden. Dat betekent dat gezinnen uit de wijk met al hun kinderen op één plek binnen kunnen lopen voor onderwijs.
4. Door samen in één gebouw te gaan ligt er de mooie kans op een verdere ontwikkeling om beide scholen inclusiever te maken. Kinderen leren binnen een omgeving waar verschillen normaal zijn, in leeftijd, leerstijl en beleving. Annette Verdoorn