Bijlage 4 Cultuur historisch onderzoek Gorinchem - Bijlage 4 Cultuur historisch onderzoek Gori.pdf
Tekst van het document
RS
S
U
T
NHUISM E E E
RO TT
E
R
DA
M -
PAT E R S W
D OL
E
LINGEOEVERS, GORINCHEM CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK 457|2020
Oktober 2020
2
LINGEOEVERS, GORINCHEM
INHOUDSOPGAVE
INLEIDING
Zicht vanaf Ondervloed (bij de Korenbrug aan de noordrand van de vestingwerken) over de Linge richting Arkel. Rechts de scheepswerf van Maat. 1900-1910. [RAG]
5
1. DE THEMA’S VAN DE LINGEOEVERS
7
Grensstad Waterstad Doorvoerstad Vestingstad Industriestad Gorinchem in de 20e eeuw Knooppunt van water en wegen Gorinchems toekomst
8 9 10 16 20 33 37 39
2. RUIMTELIJKE ONTWIKKELING VAN DE LINGEOEVERS
41
3. AANBEVELINGEN
50
4. REFERENTIES
58
NOTEN, AFKORTINGEN EN BRONNEN
64
COLOFON
65
STEENHUISMEURS BV
3
Buiten de Arkelpoort, ansicht, z.j. [eigen collectie] Omslag van een brochure van de Vries Robbé, ca. 1920. [GvN]
4
LINGEOEVERS, GORINCHEM
Rondleiding van Rob Kreszner door het Gorcums Museum tijdens onze velddag. Gesprek met John Stoop van Stichting Behoud Erfgoed De Vries Robbé tijdens onze velddag.
Een van de resultaten van het rondetafelgesprek, kaart van de cultuurhistorie van Gorinchem en de Lingeoevers.
INLEIDING
Met veel plezier hebben wij de afgelopen maanden gewerkt aan het cultuurhistorische onderzoek naar de Lingeoevers in Gorinchem. Deze locatie, waar de Linge de vesting zo prachtig ontmoet en de oevers naar het noorden voorbij de A15 verder gaan, biedt een prachtige kans voor een hoogwaardig woongebied, waarvoor de gemeente Gorinchem ook een landschapsplan laat ontwerpen. Het is een geweldige plek, in de overgangszone (de gradiënt) van de oude vesting naar het buitengebied, op steenworp afstand van het centrum van Gorinchem. Vanaf het einde van de negentiende eeuw hebben zich hier, tussen de Arkelse en de Spijksedijk, watergebonden bedrijven gevestigd, waarvan de Corbion (Beetwortelsuikerfabriek) en staalwerken De Vries Robbé tot de bekendste behoren. Voor de toekomst hebben de Lingeoevers potentie als een aantrekkelijk groenstedelijk gebied, met een uitzonderlijke architectonische en landschappelijke kwaliteit. Op het eerste gezicht kan hier veel: de bedrijfsbebouwing vertelt, op de oude Corbionfabriek na, geen monumentaal verhaal. Toch bieden de oude loodsen een sfeer waar hedendaagse kopers op vallen, en het gaat over meer dan bebouwing.
dijken, waterstructuren, het oude gebruik, de Waterlinie, het schootsveld, de erfenis van de eerste bedrijven: hoe kunnen deze cultuurhistorische thema’s een rol spelen in de nieuwe ontwikkeling? Welk verhaal vertelt het gebied, welke sporen kunnen aanknopingspunten bieden voor het ontwerp, en hoe kunnen ook immateriële waarden, zoals de erfenis van De Vries Robbé, waar na de oorlog een kwart van de Gorinchemse beroepsbevolking werkte, als thema een plek krijgen?
Plangebied Lingeoevers.
Naast het archief- en literatuuronderzoek hebben we meegedaan aan een ontwerpatelier in het kader van de Omgevingsvisie en een velddag in Gorinchem georganiseerd. Op deze dag leidden curator Rob Kreszner ons rond door het Gorcums Museum, organiseerden we een rondetafelgesprek met betrokken historici en erfgoedkenners en spraken met John Stoop (Stichting Behoud Erfgoed De Vries Robbé). Bij het rondetafelgesprek waren aanwezig Marc Laman (Erfgoedhuis Zuid-Holland), Bernard Siera (Erfgoedoverleggroep), Jeroen Vinckers (Stichting Stadsherstel Gorinchem) en Robert den Hartog (adviseur Bureau Tijd en Ruimte). In dit rapport wordt de cultuurhistorische samenhang en logica van de Lingeoevers geduid. Het rapport begint met de stadsthema’s van Gorinchem. Welke elementen komen door de eeuwen steeds weer terug? Op een paletkaart zijn alle thema’s nog eens duidelijk afgebeeld. Vervolgens zoomen we meer in detail in op de analyse van de Lingeoevers waarbij we een zogenaamde erfenissenkaart hebben gemaakt, met aanknopingspunten voor het nieuwe ontwerp. In zeven aanbevelingen scherpen we aan waar vanuit dit onderzoek de kansrijke doorwerking naar de toekomst ligt. Een aantal referenties van vergelijkbare geslaagde oeverontwikkelingen sluit het rapport af. SteenhuisMeurs, oktober 2020
STEENHUISMEURS BV
5
6
Het plangebied heeft een dubbelbestemming met een hoge archeologische verwachtingswaarde. [ruimtelijkeplannen.nl]
LINGEOEVERS, GORINCHEM
Bronzen olielamp uit de Romeinse tijd, gevonden aan de Linge in Tiel. [nemokennislink.nl]
1. DE THEMA’S VAN DE LINGEOEVERS
De Linge in de oertijd: een vaak overstromende rivier, gelegen tussen de machtige Rijn en Waal/Merwede, die zich eveneens grillig gedroegen. Ingewikkeld waterbeheer, ondergelopen land. Maar ook al heel vroeg een relatief veilige transportroute vanuit de Betuwe, met als gevolg bewoning op de hogere oeverwallen. Sporen van vroegere transporten en bewoning noemen we nu archeologie, zoals vondsten laten zien: zo is aan de Linge bij Tiel een Romeinse olielamp gevonden. Op de oeverwal tussen Gorinchem en Arkel zijn archeologische sporen
aangetroffen van bewoning uit de Romeinse tijd en vroege middeleeuwen. De archeologische verwachtingswaarde van de Lingeoevers hier in Gorinchem is hoog, zoals de website ruimtelijkeplannen.nl laat zien. Vanaf de vroege middeleeuwen werd in heel middenHolland het veenmoeras ontgonnen vanaf de hogere oeverwallen van de riviertjes. Zo ook langs de Linge, waar sloten werden gegraven om het land te ontwateren en er gewassen op te kunnen verbouwen. Gorinchem was toen
Eerste fase van de ontginning in de 10e eeuw. [Oud-Gorcum Varia, 22 (2005) 3, p. 168] Tweede fase van de ontginning vanaf de 11e eeuw. [Oud-Gorcum Varia, 22 (2005) 3, p. 170]
nog piepklein, maar had van de graaf van Holland, Floris IV, in 1224 tolvrijdom gekregen. Burgers in heel Holland mochten van de graaf onderling tolvrij handel drijven. In de dertiende eeuw groeide Gorinchem uit tot een handel- en nijverheidsplaats van betekenis, via de Linge, verbonden met het achterland en via de Merwede met Duitsland, het prille Dordrecht en Rotterdam en open zee. Uit deze periode stamt ook de Arkelsedijk.
STEENHUISMEURS BV
7
GRENSSTAD
De graven van Holland, die resideerden op het Binnenhof in Den Haag, waren uitmuntende strategen. Ze hadden het land van Arkel, waar Gorinchem onder viel, ‘beleend’ aan de heren van Arkel. Jan I ‘de Sterke’ van Arkel begon in 1267 met de bouw van het kasteel van Gorinchem, waarvan de ruïnes gevonden zijn ten zuiden van de Dalemsedijk, bij de Vestingweg. De Heren van Arkel lieten aan het begin van de veertiende eeuw een aantal stadspoorten bouwen. In de Laag-Arkelpoort, zou diezelfde Jan de Sterke I van Arkel, zich met paard en al omhoog hebben gehesen. De graven van Holland en de heren van Arkel hadden doorlopend conflicten, en het werd er niet beter op toen ook de hertog van Gelre er zich mee ging bemoeien. Tijdens de Arkelse Oorlogen (1401-1412) kwam deze driestrijd tot een uitbarsting, met als gevolg de terugkeer van Gorinchem, in 1412, onder Hollands bewind. Het lijken lang vervlogen verhalen, maar de vraag ‘waar hoort Gorinchem bij?’ is tot op de dag van vandaag actueel. Gorinchem is een grensstad, en dat is een essentiële eigenschap die steeds weer tot conflicten heeft geleid waarin de stad vaak schade opliep. Maar het heeft ook geleid tot een wendbare, flexibele stadseconomie op de overgang van Holland en Gelre en van land en water.
8
LINGEOEVERS, GORINCHEM
Jan de Sterke van Arkel begon in 1267 met de bouw van het kasteel van Gorinchem. [johnooms.nl]
Graaf Willem II (links) en zijn zoon graaf Floris V van Holland. [De Boer & Cordfunke, Graven van Holland. Middeleeuwse vorsten in woord en beeld, 2010]
WATERSTAD
De binnenzee op de plek van de huidige Biesbosch, ontstaan na de Elisabethsvloed in 1421. Gorinchem ligt in de rechterbovenhoek van de kaart. [NA - 4.VTH] Blauwe Toren, de burcht van Holland, ansicht. [eigen collectie]
Blauwe toren in Gorinchem, anoniem, ca. 1524-1578. [RAG via Wikipedia]
Gorinchem is een waterstad, waarin water levensader en vijand tegelijk was. Talrijk zijn de meldingen over wateroverlast van de Linge – in feite was de Tielerwaard één groot waterbergingsgebied. In 1304 werd de Linge daarom in Tiel afgedamd, maar nog vaak stond de binnenstad van Gorinchem blank. Pas in 1819 zou dit probleem worden opgelost door het graven van het Kanaal van Steenenhoek, dat vlak voor de binnenstad van Gorinchem aftakt en het overtollige water meeneemt. Naast de tolvrijdom (de software) werd er ook aan een betere bereikbaarheid van de stad over water gewerkt. Toen de monding van de Linge bij Schelluinen rond 1400 begon te verzanden, werd de rivier verlegd om als stadshaven dwars door Gorinchem te gaan stromen en bij de oude Merwedesluis uit te wateren. Een rivier als stadshaven; dat was wel riskant met al die hoge waterstanden. Zeker toen na de Elisabethsvloed van 1421 de watervlakte van de Biesbosch was ontstaan – en Gorinchem vrijwel aan open zee kwam te liggen. De Merwede kwam immers uit in de Biesbosch en was zodoende overgeleverd aan getijden.
De graven van Holland vonden er iets op: nadat zij in 1412 het bewind over Gorinchem hadden overgenomen, bouwden zij hun burcht (de ‘Blauwe Toren van Holland’) aan de westkant van de Lingehaven en bemaalden deze stadsflank als een polder, waarmee de westkant van de stad de ‘droge’ kant werd, terwijl de oostkant, de oude Arkelse kant, de natte kant bleef.
STEENHUISMEURS BV
9
DOORVOERSTAD
Door de monding van de Linge in het stadscentrum te situeren kon Gorinchem uitgroeien tot een flinke haven. De stad ontwikkelde zich tot doorvoerhaven van goederen uit het Rijn- en Maasgebied enerzijds en het westen anderzijds, zoals hout, leien, kalk, steenkolen, ijzer, wijn, bier en zout. Want grensstad zijn betekent ook kansen als doorvoerstad, een marktstad, met, volgens een oude bron, in 1568 op één dag 1200 wagens en 800 landschuiten, plus nog vele schepen op de Linge en de Merwede.1 De ligging aan het water en de gunstige positie tussen Holland, Gelre en Brabant, zorgde voor een ongekende voorspoed voor de Gorkummers. De grandeur van het Tolhuis bij de Waterpoort, waar van 1598-1814 tol moest worden afgedragen door de schepen op de Merwede (stedelijke belasting), laat zien hoe sterk deze positie was. Het Tolhuis is nu een bed and breakfast en wordt beheerd door Vereniging Hendrick de Keyser, een voorbeeld van succesvol en high-end hergebruik, met kwaliteitstoerisme op een authentieke plek.
10
LINGEOEVERS, GORINCHEM
Het Tolhuys nabij de Waterpoort, gebouwd in 1598, voor het heffen van tol van de langs Gorinchem varende schepen. Later werd het Tolhuys artilleriekazerne. [eigen foto]
De hoge vestingwallen bij het Paardenwater, met zeekerende functie. [GvN]
Dat de westkant van de Lingehaven de natte kant was, is goed te zien op de kaart van Jacob van Deventer uit 1545 (volgende pagina): de donkergroene vlakken zijn de overstromingsgebieden van Linge en Merwede: daar is het nat. De dijken braken regelmatig door, waarvan de vele wielen in de Dalemsedijk een herinnering vormen. Deze grillige omstandigheden verklaren de huidige verschijningsvorm van de Lingedijken en de vestingwerken
Watersnood nabij Gorinchem, 17e eeuw, schilder onbekend. [Gorcums Museum] Overstroming bij de Arkelse dam bij Gorinchem, 1820, Roelof van der Meulen, naar Cornelis de Jonker, 1820 [RM] Overstroming bij de Vries Robbé in 1926. [RAG]
van Gorinchem. De hoge vestingwallen zijn ontworpen als zeekerende dijken! In 1793 werd ook voor de natte oostkant van de binnenstad een oplossing gevonden: de Korenbrug werd voorzien van vijf afsluitbare openingen waaronder een schutsluis, zodat de stad bij een hoge waterstand de waterkering kon sluiten. Dit had wel een keerzijde; als de Korenbrugsluis werd gesloten, hielden de stedelingen het droog, maar kwam het ommeland blank te staan. STEENHUISMEURS BV
11
12
Stadskaart Woudrichem en Gorinchem, Jacob van Deventer, 1545. Goed te zien is de droge westkant van de stad versus de natte oostkant, die deel uitmaakt van de uiterwaarden waarin de Linge stroomt. [Wikipedia]
LINGEOEVERS, GORINCHEM
Nieuwlandse Voormolens bij de Arkelse dam, z.j. [NA - 4.VTH]
In de geschiedschrijving van Gorinchem ligt de nadruk op de ommuurde- en later omwalde stad. Er zijn talloze prenten en schilderijen van stadsgezichten die de stad in volle glorie tonen, gezien vanaf de Merwede, duidelijk de ‘voorkant’ van de stad. De Lingeoevers buiten de stadswallen waren veel minder het onderwerp van landschapsschilders en graveurs. Hier was het moerassig en lang te riskant om je te vestigen. Hóe nat, dat laat de kaart zien waarop de ‘molenprothese’ van de Nieuwlandse Voormolens bij de Arkelse dam te zien is, een rij van molens zoals die nog (inmiddels als werelderfgoed) bewaard is bij Kinderdijk.
STEENHUISMEURS BV
13
Loop van de dijken langs de Linge in de 18e eeuw. De Spijksedijk is nog niet aangelegd. De Dalemsedijk ligt tegenwoordig als een relict in het landschap. Ook zichtbaar is de trekvaart naar Vianen, de voorganger van Zederikkanaal (1825), dat de Linge bij Arkel en de Lek bij Vianen met elkaar verbond. C.F. d’ Ablincourt, z.j. [NA]
Trekvaart Vianen
Linge
Arkelsedijk
Lingsesdijk
14
LINGEOEVERS, GORINCHEM
De Lingewerken Met de aanleg van de Lingewerken werd aan het begin van de negentiende eeuw de waterproblematiek grondig aangepakt. Aanleiding waren de watersnoodrampen in de winter 1808-1809 waarbij de Waaldijk, Diefdijk en Noorder Lingedijk op verschillende plaatsen doorbraken. Op initiatief van Lodewijk Napoleon, die enige jaren koning van Holland was, werd een comité van experts in het leven geroepen. Onder leiding van waterbouwkundig ingenieur Jan Blanken werd onder meer de Spijksedijk aangelegd, die de oude, lagere Lingsesdijk vanuit het zuiden overbodig maakte. Op twee Franse kaarten zijn de voor- en na situatie te zien: de Lingsesdijk vanuit het zuiden, met een onbedijkt Wijdschild, en de ontworpen Spijksedijk die aansluit op de bastions van de vestingwerken.
Aan het begin van de 19e eeuw werd de Spijksedijk aangelegd, als vervanging van de Dalemsedijk, en zo werd het Wijdschild ook bedijkt. De contouren van het Lingeoever-gebied worden hiermee vastgelegd. [NA]
STEENHUISMEURS BV
15
VESTINGSTAD
Naast grensstad, waterstad en doorvoerstad was Gorinchem ook een vestingstad in de frontlinie. Een belangrijk fort dat de toegang naar het rijke Holland moest bewaken, maar dat ook zijn eigen inwoners veilig moest houden. Dat zien we heel mooi op de kaart van Johannes Blaeu uit 1650. Een trotse vesting met elf bolwerken, een brede gracht en zeven ravelijnen (verdedigbare eilanden) en een lunet in de Linge houden de vijand op afstand. De vestingwerken waren op dat moment nog best nieuw, en nodig, want in 1572, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, waren de Watergeuzen de stad binnengevallen en negentien katholieke geestelijken gevangen genomen. Ze werden gemarteld en uiteindelijk meegenomen naar Brielle, waar de meeste werden opgehangen. Deze groep zou beroemd worden als de martelaren van Gorinchem. De nieuwe vestingwerken waren in 1579 ontworpen door de Alkmaarse vestingbouwer Adriaan Antonisz.
16
LINGEOEVERS, GORINCHEM
Kaart van Johan Blaeu, 1649. Gorinchem met elf bolwerken en een lunet in de Linge. [GvN]
Oude Hollandse Waterlinie, 1672. [NA - 4.OSK]
Waterkraan Al in de zestiende eeuw werd duidelijk dat inundatie een effectieve manier was om de oprukkende vijand tot stilstand te brengen. Een beproefd recept in tijden van oorlog: het land inunderen (onder water zetten) om de opmars van de vijand (voetvolk en paarden) te stoppen. Daar is het thema Gorinchem waterstad weer: water werd als wapen gebruikt, met als gevolg dat Gorinchem zowel in de megastructuur van de Oude Hollandse Waterlinie als in die van de Nieuwe Hollandse waterlinie van groot strategisch belang was. In 1672 hield Willem III de Fransen tegen door middel van een geïmproviseerde waterlinie aan de oostgrens van Holland, waarbij sluizen werden geopend en dijken doorgestoken. Ondanks tegenstand van de lokale boeren, kwamen de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden onder water te staan; de vestingsteden Gorinchem en Woudrichem werden gedurende tientallen jaren eilanden in een eindeloze binnenzee. De geïmproviseerde waterlinie bleek succesvol en vormde het begin van een omvangrijk project waarbij de vestingsteden onderdeel werden van één grote verdedigingslinie. Gorinchem was de waterkraan waarmee Holland beschermd werd, zou je kunnen zeggen. In 1814 was het weer eens zover: in oktober 1813 was Napoleon verslagen bij Leipzig en raakte Frankrijk aan de verliezende hand.
Ook in Nederland verloren de Fransen terrein, maar niet zonder Gorinchem, 'de sleutel van Holland', nog een slag toe te brengen. Op 18 november verklaarde generaal Antoine-Guillaume Rampon de stad in staat van beleg. Via Gorinchem trokken de Franse legeronderdelen naar het zuiden, maar de tegenstander (Engelsen, Russen en Pruisen) omsingelden en beschoten de stad. Hoewel de Fransen verloren, belandde Gorinchem in de vuurlinie, 70% van de huizen in de stad werd in puin geschoten.
STEENHUISMEURS BV
17
Nieuwe Hollandse Waterlinie, 1852. De blauwe zones zijn inundatiegebieden. [NA - 4.OSK]
Anderhalve eeuw later volgde het verbeterde systeem: de Nieuwe Hollandse Waterlinie, naar ontwerp van Cornelis Kraijenhoff en Jan Blanken, de wateringenieur die ook de Spijksedijk had ontworpen. In tegenstelling tot de Oude Hollandse Waterlinie lag de stad Utrecht binnen het te verdedigen gebied. In 1815 gingen de werkzaamheden van start. Bij Gorinchem werden de militaire werken gecombineerd met andere waterstaatkundige en infrastructurele projecten. Er kwam een nieuwe uitwateringssluis bij Dalem en tussen Gorinchem en Dalem werd de Dalemsedijk opgeworpen. De Lingeoevers werden onderdeel van de Diefdijklinie. Deze linie maakt onderdeel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en kent vier dijktracés: de Diefdijk, de Noordelijke Lingedijk, de Nieuwe Zuiderlingedijk en de Zuiderlingedijk. Laatstgenoemde ligt aan de oostelijke uiterwaarden van de Linge, vlak boven de binnenstad. In het geval van een inundatie werd de uitwateringssluis bij Dalem opengezet en zouden de Lingeoevers ten oosten van de Arkelsedijk onder water komen te staan. Hiermee hadden de Lingeoevers een cruciale rol gekregen in de verdediging van het Koninkrijk der Nederlanden. Met de rol als vestingstad werd Gorinchem ook een garnizoensstad, waar vele militairen gelegerd waren: het Kazerneplein herinnert hier, helaas alleen in naam, nog aan.
De Willemskazerne uit 1826 en de Citadelkazerne uit 1901 flankeerden de kopse kanten van het plein, in 1917 aangevuld met een losstaand kantinegebouw en een woonhuis voor de adjudant. Op het Kazerneplein, waar nu auto’s geparkeerd staan, oefenden de soldaten. In 1967 vertrokken de manschappen uit Gorinchem en werden de kazernes, en in 1997 nog de adjudantswoning, gesloopt. Een pijnlijke waarschuwing, want deze gebouwen hadden de ambitie van Gorinchem als karakteristieke woonstad enorm kunnen versterken. 18
LINGEOEVERS, GORINCHEM
Willemskazerne met op de achtergrond het Kanaal van Steenenhoek. [RAG] Citadelkazerne, stond tegenover de Willemskazerne. [RAG]
De Pruisische artillerie raakt tijdens een groot bombardement in januari 1814 een kruitopslag, op de afbeelding de beschadigde pelmolen en rechts de Franse kanonnen. [vestinggorinchem.nl]
STEENHUISMEURS BV
19
INDUSTRIESTAD
Terug naar de Lingeoevers. Na de aanleg van de Spijksedijk rond 1820 lag de laaggelegen strook langs de Linge, tussen Arkelsedijk en Spijksedijk, in feite klaar om ontwikkeld te worden. Het acute overstromingsgevaar was geweken, en de eerste bedrijven begonnen zich hier te vestigen. Uiteraard heeft de industrie in Nederland al ver voor de uitvinding van de stoommachine een sterke traditie, door de vele industriemolens. Op de kaart van Martinus Beyerinck uit 1767 zien we de molens aan de Arkelsedijk: de houtzaagmolen van Adrianus van Kruyskerken (de Parkmolen 1706-1814), de Trasmolen (die tufsteen tot tras maalt ten behoeve van de productie van cement en mortel) van Pieter van der Meijden (de Paltrok 1671-1788), de Zaagmolen van Pieter van der Meijden (de Nieuwe Molen circa 1725-1795) en de Nieuwe molen van Adrianus Pompen (1766-1795). En al ver vóór de industriemolens lagen er steenovens langs de Linge.2, 3 De industrie aan de Linge onderging een schaalvergroting in de negentiende eeuw en vanaf de twintigste eeuw was de industrie zelfs bepalend voor de welvaart van Gorinchem.
20
LINGEOEVERS, GORINCHEM
Detail van een kaart door Martinus Beyerinck,1767. [RAG]
De beetwortelsuikerfabriek Hollandia aan de Arkelsedijk, 1925. [RAG]
Suiker, steen en staal: de industrialisering van de Linge Vanaf de negentiende eeuw verscheen een suikerfabriek, een steenoven en de eerste bescheiden versie van de constructiewerkplaats van De Vries Robbé. In het jubileumboek van De Vries Robbé staat het volgende sfeerbeeld van het gebied: ‘Aan de Linge, even buiten Gorinchem, op de plaats waar thans de radiatorenfabriek […] is gelegen, stond in 1877 een kleine boerderij met uitspanning, ‘Tivoli’ genaamd. In dat jaar was vlak naast deze boerderij een klein gebouwtje verrezen, waarin de firma E. Oosterbroke en zoon een metaal en ijzergieterij was begonnen.’4 Vlak daarvoor, in 1871, was aan de westoever de suikerfabriek gebouwd in opdracht van het
bedrijf Jäger, Ravenswaay & Co. De suikerbieten werden aangevoerd over de Linge, en de fabriek beschikte over een eigen haven. In 1903 werd het bedrijf overgenomen door raffinaderij Hollandia, dat onderdeel was van de Centrale Suiker Maatschappij (CSM). In 1928 stapte de fabriek over van ruwsuikerproductie op melkzuurproductie, smaakversterkers en zoekstoffen. Na de oorlog kwam er een chemisch laboratorium bij en in 1968 fuseerde het bedrijf met de Schiedamse melkzuurfabriek. Het bedrijf werd uiteindelijk in 2007 voortgezet onder de naam Corbion, die het terrein tot op de dag van vandaag exploiteert. Inmiddels zijn diverse bouwvolumes toegevoegd, maar de karakteristieke negentiende-eeuwse suikerfabriek staat er
Prieel en tuin van de directeurswoning van de beetwortelsuikerfabriek Hollandia aan de Arkelsedijk, 1925. [RAG] Beton Maatschappij Grotius NV aan de Zuiderlingedijk 56, ca. 1965-1972 [RAG]
nog altijd en heeft een rijksmonumentale status. Interessant is de achtbaanrails-constructie waarover de suikerbieten door het verwerkingsproces werden gevoerd, en de rechtsachter op de foto liggende directeurswoning met tuinprieel en landschapstuin. Het ‘harde’ productieproces en het ‘zachte’ ontspannen komen hier in één ensemble samen, een interessante referentie voor de herontwikkeling van de Lingeoevers. Aan de oostoever van de Linge, kwam ongeveer tegelijkertijd de Steenoven Spijk tot stand. Deze steenoven werd in de jaren dertig uitgebreid met een haven en staat sinds 1965 bekend als Betonmortelcentrale Gorkum.
STEENHUISMEURS BV
21
Op deze advertentie voor een bedrijfspand aan de Arkelsedijk reageert Willem de Vries Robbé in 1881. [RAG]
Eerste hoofdkantoor en daarachter fabrieksruimte van de Vries Robbé aan de Linge en de Arkelsedijk, ca. 1912. [BvB] Fabrieksruimte van de Vries Robbé, 1928. [RAG]
De Vries Robbé De opkomst van het constructiebedrijf De Vries Robbé had verreweg de meeste impact op Gorinchem. Toen het bedrijf op zijn hoogtepunt was, was zo’n kwart van de Gorkumse beroepsbevolking hier werkzaam. De betekenis van De Vries Robbé was voor Gorinchem vergelijkbaar met die van Philips voor Eindhoven. Het bedrijf zag het levenslicht in 1881, toen Willem De Vries Robbé een kleine metaal- en ijzergieterij kocht aan de Arkelsedijk. Dit bedrijf zou uitgroeien tot een van de grootste constructiewerkplaatsen van Nederland. De staalconstructies van De Vries Robbé werden wereldwijd geëxporteerd en toegepast. Vanaf 1910 produceerde het bedrijf stalen kozijnen, vanaf 1916 zag de dochteronderneming Betondak het levenslicht. Het fabrieksterrein werd rap uitgebreid totdat de hele Arkelsedijk vol stond met industrie. Na een studiereis naar Amerika, voerde Willem De Vries Robbé een nieuwe productiewijze in die was gebaseerd op normalisatie. Zo werd De Vries Robbé een pionier in systeembouw en massafabricage. In de jaren twintig werd de productie opgevoerd door het terrein opnieuw in te richten en nieuwe fabrieksgebouwen te realiseren. Het bedrijf maakte de sprong over de Linge en in het buitendijkse gebied aan de Spijksedijk verscheen fabrieksbebouwing.
Dat ging niet zonder slag of stoot: er werd een flinke berg zand gestort, dat vervolgens maandenlang moest inklinken voordat aan de bouw van een nieuwe fabriek kon worden begonnen. De ligging aan de Linge zorgde regelmatig voor wateroverlast, maar was ook onderdeel van het succes; zwaar materieel kon met schepen worden vervoerd.
22
LINGEOEVERS, GORINCHEM
De tekenkamer van De Vries Robbé, januari 1939. [BvB] Foto horende bij een advertentie in het boekje “Bezoekt Gorinchem, Vestigt u te Gorinchem”, met het nieuwe kantoor van De Vries Robbé aan de andere kant van de Arkelsedijk, naar ontwerp van Dirk Roosenburg, foto september 1931. [BvB] Rotonde en schaftlokaal naar ontwerp van Merkelbach en Karsten, foto 1941. [SA]
Arbeiders van de Vries Robbé vervoeren materialen via een tijdelijke rails over de bevroren Linge, 1929. [RAG] Luchtfoto van de Lingeoevers, met de fabriekshallen en gebouwen van de Vries Robbé en de Lingewijk. KLM, 1951. [RAG]
Open fabriekshal aan de Spijksedijk. Foto door Dhr. Toon Overweel, ca. 1929. [BvB]
STEENHUISMEURS BV
23
24
Staalwerkplaatsen op de Lingeoevers, foto’s 1916-1975. [RAG]
LINGEOEVERS, GORINCHEM
Kaartje van het de Vries Robbéterrein op het hoogtepunt. 1) constructiewerkplaatsen, lasserij en montageterrein. 2) Stalen ramen- en deurenfabriek. 3) Aluminium ramen- en deurenfabriek. 4) Radiatorenfabriek. 5) Centraal magazijn. 6) Ontvangstgebouw (rotonde) en schaftlokaal. 7) Kantoorgebouw. Uit de folder De Vries Robbé & Co N.V. Gorinchem. [RAG]
Sociaal-maatschappelijk engagement Kenmerkend voor De Vries Robbé was het sociaalmaatschappelijk engagement van de directie. Al in 1881 richtte Willem De Vries Robbé een ziekenfonds op onder de naam ‘Ziekenfonds der Gorcumsche Machinefabriek’. Dit was een vroege voorloper op de Ziektewet die in 1913 het levenslicht zag en pas in 1930 in werking zou treden.5 Daarbij werd tijdens het 25-jarig jubileumfeest een financiële voorziening afgekondigd voor alle werklieden die ondersteuning nodig hadden. Samen met de directeur van de suikerfabriek Hollandia richtte Willem De Vries Robbé de Maatschappij tot bevordering der volkshuisvesting ‘Jan van Arkel’ op. Later kwam in samenwerking met andere bedrijven de vereniging ‘Volkshuisvesting’ tot stand. Deze woningbouwvereniging bouwde de eerste arbeiderswoningen buiten de vestingwallen van Gorinchem in Lingewijk. Onder de tweede directeur Arnold De Vries Robbé werden werkplaatsen en kantoorruimten onder handen genomen, zodat in alle werkruimten genoeg licht en lucht kon toetreden voor een gezonde werkomgeving. Uit deze periode dateert ook het kantoorgebouw uit 1928 naar ontwerp Dirk Roosenburg, waarin onder meer de grote tekenzaal werd ondergebracht.
Eind jaren dertig kwam de afsluiting van het fabrieksterrein aan de Arkelsedijk tot stand door middel van garages, een ontvangstruimte, een portiersloge, fietsenstallingen en een schaftlokaal, naar ontwerp van Ben Merkelbach. Met deze zorgvuldig ontworpen gebouwen wilde Arnold De Vries Robbé uitdrukking geven aan de zorg voor zijn werknemers.6 Na zijn dood in 1940 kreeg hij een monument aan de Arkelsedijk, bij de ingang van de fabriek. Niemand minder dan beeldhouwer Hildo Krop maakte een borstbeeld van hem. Na de sluiting van de fabriek is het monument weggehaald en verdwenen. De Vries Robbé investeerde
Woningen van de volkshuisvestingvereniging van Willem de Vries Robbé in de Lingewijk, z.j. [RAG] Bedrijfsschool de Vries Robbé. ca. 1956. [RAG]
Schouwburg De Nieuwe Doelen (1961) in de Haarstraat, ontwerp van C.W. Sleeswijk, C.J. Henke en S.J.C. Wichers. Z.j. [RAG]
ook in voorzieningen voor de stad. Het theater de Doelen, dat in 1961 werd geopend, werd op verzoek van De Vries Robbé ontworpen door Cornelis Wegener Sleeswijk en Cornelis Johannes Henke.
STEENHUISMEURS BV
25
INTERMEZZO: GORINCHEM PRESENTEERT ZICH
Gorinchem presenteert zichzelf, in de Gids der voornaamste gemeenten van Nederland – meer in het bijzonder ten behoeve van hen, die zich in een dezer gemeenten wenschen te vestigen (1929): - 14.000 inwoners. - Een echte handelsstad, echter met belangrijke industrieën. Daarnaast marktstad: paarden, koeien, varkens.Zeer bekend zijn de Sint Hubertus en Sint Maartense markten in oktober en november. - Gorinchem is de garnizoensplaats van het 1e Regiment onbereden Artillerie en de compagnie Torpedisten. - Natuurschoon: wel als er een ‘open oog is voor de schoonheid van wijde vergezichten, breede rivieren, welvarende boerderijen en vruchtbare landouwen’ . - Goede onderwijsinstellingen: meer scholen met den bijbel dan katholieke scholen, ook
26
LINGEOEVERS, GORINCHEM
-
-
openbare scholen. Ook een rijkskweekschool (lerarenopleiding) en een christelijke kweekschool, een rijks HBS, gymnasium, ambachtschool en avondschool voor ambachtslieden. Voor de beter gesitueerden binnen de wallen voldoende woningen aanwezig. Ook steeds bijbouw ook buiten de wallen. Goed bewaard karakter omwalde stad. In alle richtingen goede wandelwegen en boottochtjes. Slot Loevestein als attractie. Schouwburg en concertzaal De Doelen en toneelzaal Cambrinus. Vele toneelverenigingen en Oud Gorcum dat een museum onderhoudt in het huis ‘Dit is Bethlehem’. Verschillende bibliotheken en de Groote Societeit. Verschillende sportclubs. Al met al dus een prettig.
De toren van Gorkum, G.H. Breitner, ca. 188-1908. [RM]
Krantenkoppen uit NRC Handelsblad (1998) en Nieuwsblad voor Gorinchem en Omgeving (1974). [RAG]
De Vries Robbé in verval. Foto van Eddy Postuma de Boer uit de serie ‘Werkloosheid in Nederland’, 1977. [RM]
Aan het einde van de jaren zestig werkten er 4.500 mensen bij het bedrijf; ongeveer een kwart van de Gorcumse beroepsbevolking. Een voormalig secretaresse vertelde in het NRC: ‘Als De Vries Robbé uitging, kwam heel Gorinchem tot leven.’7 Des te groter was de desillusie in de jaren zeventig, toen het bedrijf hard onderuit ging, onder meer onder de invloed van de oliecrisis. De Vries Robbé verloor zijn zelfstandigheid en werd overgenomen door Billiton, Shell en uiteindelijk Nederhorst Staal Constructie. In het najaar van 1976 ging Nederhorst failliet. Er kwamen twee nieuwe ondernemingen uit voort: Merkon en Merwede Montage, maar velen verloren hun werk; een zeer pijnlijke episode in de geschiedenis van de stad en een collectief trauma voor de arbeidsbevolking. De bedrijventerreinen werden verkocht en maakten deels plaats (aan de Spijksedijk) voor grote bouwmarktketens.
STEENHUISMEURS BV
27
INTERMEZZO: DE LINGE KORT NA 1945, EEN INDRUK VAN DE OEVERS EN BEBOUWING
28
LINGEOEVERS, GORINCHEM
Boerderij de Batensteijn aan de Linge bij Rumpt, G. van Mourik, ca. ca. 1945. [NA]
De Linge staat droog, H. Sagers, 1947. [NA]
STEENHUISMEURS BV
29
Pontveer te Enspijk in de Linge, G. van Mourik, Stapf Bilderdienst, z.j. [NA]
30
LINGEOEVERS, GORINCHEM
Linge nabij landgoed Marienwaard, 1956. [NA]
STEENHUISMEURS BV
31
Linge bij Rhenoy, z.j. {NA]
32
LINGEOEVERS, GORINCHEM
De Linge nabij landgoed Marienwaard, z.j. [NA]
GORINCHEM IN DE 20E EEUW
In de jaren 1884-1893 veranderde het landschap rondom Gorinchem opnieuw ingrijpend, toen het Zederikkanaal werd verruimd en vergraven tot het Merwedekanaal. De eerste uitbreiding buiten de stadswallen vond plaats op initiatief van De Vries Robbé. Tussen 1907 en 1929 werd in fases de Lingewijk gebouwd. De Maatschappij ‘Jan van Arkel’ en de Vereniging ‘Volkshuisvesting’ bouwden kleine woningen naar Engels tuinstadmodel. De architecten J. de Bie en A.K. Beudt voorzagen de verschillende woningtypes van fraai metselwerk, ambachtelijke houten decoraties,
Lingewijk naar Engels tuinstadmodel, ontwerp van J. de Bie en A.K. Beudt. [RAG] Vogelvluchtperspectief van de arbeiderswijk voor vereniging Gorinchem-West, aan de Wolpherensedijk naar ontwerp van Jan Wils. Tekening van Piet Zwart. 1919-1920. [HNI]
geveltoppen en puntdaken, waarmee de architectuur refereert aan Engelse cottages. Met de Woningwet van 1901 moesten de woningen aan wettelijke eisen voldoen op het gebied van hygiëne, ruimte en veiligheid. Hiermee waren de huizen in de Lingewijk een stuk luxueuzer dan de woningen binnen de stadswallen. Langzamerhand verschenen steeds meer arbeiderswijkjes buiten de vesting. Ook langs de Merwede werden woningen gebouwd door de Woningbouwvereniging Uitbreiding West, met een tuindorp van architect Jan Wils uit 1921 (inmiddels gesloopt).
STEENHUISMEURS BV
33
Ervaren stedenbouwkundige voor de naoorlogse stadsuitbreidingen Na de oorlog kwamen plannen tot stand voor grootschalige stadsuitbreidingen. In de documentatie over de uitbreidingsplannen van Gorinchem wordt verschillende malen opgemerkt, dat het geen eenvoudige opgave betreft, omdat het lange tijd onduidelijk was of de vestingwallen gesloopt zouden worden. In de Vestingwet van 1874 was Gorinchem aangewezen als een te handhaven vesting. Na de Tweede Wereldoorlog was definitief duidelijk dat het verdedigingswerk geen rol van betekenis meer had. Desondanks bleef Gorinchem tot 1967 garnizoensstad. Het uitbreidingsplan van Gorinchem kende een moeizame aanloop. In een reactie op een plan van het begin van de jaren dertig, schreef de voorzitter van de provinciale Commissie van Advies voor de Uitbreidingsplannen in ZuidHolland in 1933, ‘ernstige bedenkingen’ te hebben over de kwaliteit van het plan. Hij drong onder meer aan op een ruimere verkaveling in de uitbreidingswijken.
In 1938 werd door dezelfde commissie aangedrongen om ‘een ervaren stedenbouwkundige’ te belasten met de uitwerking van de uitbreidingsplannen.8 In opdracht van de gemeente maakte het bureau Verhagen, Kuiper, Gouwetor en de Ranitz in 1942 een plan voor stadsuitbreiding, met woningbouw en industrieterreinen, dat de bestaande bebouwing tussen de Arkelsedijk en het Merwedekanaal ten noorden van de stad moest complementeren. De uitbreidingswijken worden in de plannen nadrukkelijk aan de oostkant aan de Linge gesitueerd om het schootsveld aan de westzijde van de vesting open te houden. Nadat Gorinchem de status van garnizoensstad verloor, besloot de gemeente dit gebied helaas alsnog te bebouwen.
34
LINGEOEVERS, GORINCHEM
Uitbreidingsplan in hoofdzaak der gemeente Gorinchem, Verhagen, Kuiper en Gouwetor, 1942-1943. [NA]
Uitbreidingsplan gemeente Gorinchem, Verhagen, Kuiper en Gouwetor. [NA]
In het ontwerp van Verhagen werden bestaande landschappelijke structuren, waaronder de Vlietsekade in de plannen opgenomen. De nadruk lag op het toevoegen van woningen ten behoeve van de industrie: ‘Het is […] ondenkbaar, dat de Gorinchemse industrie zich in de gemeente vrij zal kunnen ontplooien, als niet in de eerste plaats aan de gespecialiseerde krachten woonruimte ter beschikking kan worden gesteld’, aldus het ontwerpbureau.9 Hierbij werd een gevarieerde verkaveling toegepast. In het noorden van de stad werd ruimte gereserveerd voor een overgang tussen stedelijk en landelijk wonen: ‘[…] omdat voor deze categorie arbeiders, die in een overgangsstadium verkeren tussen plattelands en stadsbevolking, grotere tuinen moesten worden gereserveerd.’10 Een hele interessante en gevoelige observatie over het stadium waarin de nieuwe stadsbewoners zich bevinden. De tegenstelling tussen de volle vestingstad en het lege buitengebied begon na de Tweede Wereldoorlog te verdwijnen. De industrie aan de Linge werd geflankeerd door woonwijken en nieuwe infrastructuur. Daarbij drukten de ruilverkavelingsprojecten in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden een stempel op het landschap. Kronkelige tiendwegen werden verwisseld voor kaarsrechte polderwegen, poldersloten werden rechtgetrokken en gedempt. Daarbij kwamen ook nieuwe recreatieve functies tot stand, zoals het Lingebos.
Hoewel de Lingeoevers voor veel Gorcumers nog steeds de achterkant van de stad vertegenwoordigen, zijn ze gedurende de twintigste eeuw steeds meer in het oog van de storm komen te liggen, met een opgave van vierduizend nieuwe woningen, schaalvergroting in de landbouw, nieuwe recreatiegebieden en een flinke bundel aan nieuwe infrastructuur.
STEENHUISMEURS BV
35
36
Aanleg van de afslag van de A15 nabij de Linge, rechtsachter de Betoncentrale, z.j. [NA]
LINGEOEVERS, GORINCHEM
Klaverblad bij knooppunt A15-A27, Bert Verhoeff, 1976. [NA] Terras van Cafe-restaurant Van Kekem aan het Verkeersplein, met uitzicht op het knooppunt A15-A27. 1960. [RAG]
KNOOPPUNT VAN WATER EN WEGEN Gorinchem ligt ingekapseld tussen de Boven Merwede, de Linge en het Merwedekanaal. In de twintigste eeuw begon het keurslijf van water en stadswallen behoorlijk te knellen. In een toelichting bij het uitbreidingsplan van het bureau Verhagen, Kuiper, Gouwetor en de Ranitz uit 1942 is hierover de volgende analyse te lezen: ‘Gorinchem is gelegen zeer gunstig tussen de jonge opkomende industriële ontwikkeling in het Zuiden en het industriële Westen van ons land, in welk gebied bovendien nog de meeste centrale functies van ons maatschappelijk leven worden verricht. De stad ligt uitstekend verbonden met primaire wegen […]. De ligging aan diep vaarwater en aan de monding van het Merwedekanaal schept mogelijkheden die uitermate gunstig zijn voor een industriële ontwikkeling. De grote moeilijkheid in de ontwikkeling der stad ligt niet op het gebied van deze ligging in groot verband, doch veeleer binnen de locale sfeer, omdat vrijwel iedere uitbreiding op moeilijkheden van een kanaalovergang, een spoorwegovergang, een vestingwerk e.d. stuit.’11 Rijkswegen Aan het begin van de negentiende eeuw werden in Nederland naar Frans voorbeeld verharde rijkswegen aangelegd en bestaande tracés verkort. De ambitieuze plannen van Napoleon voor een Europees wegennetwerk met Parijs als middelpunt, vonden uiteindelijk nauwelijks navolging.
Enkele deeltrajecten kwamen wel tot stand, waaronder de verbinding tussen Gorinchem en Vianen. Samen met de Arkelsedijk moest dit tracé onderdeel worden van de rijkswegverbinding van Delfzijl naar Maubeuge. Omdat de vesting Gorinchem moest worden gehandhaafd en daarmee het vrije schootsveld aan het oosten van de stad, vond het ruimtebeslag van nieuwe infrastructuur
Kaartje uit een folder van de Vries Robbé: Gorinchem als middelpunt van Nederland. [RAG]
vooral plaats aan de westelijke flank. In 1883 werd hier het station van Gorinchem en de daarbij behorende spoorlijn geopend. De spoorlijn en het Merwedekanaal werden in dezelfde periode aangelegd en volgen deels hetzelfde tracé. In de twintigste eeuw werd Gorinchem aangetakt op het rijkswegenstelsel en werden de Lingeoevers met de aanleg van de A15 in 1948 abrupt doormidden gedeeld. In 1967 werd een klaverblad en een tweede rijbaan aangelegd en in 2007 kwam het tracé van de Betuwelijn erbij. Bij de aanleg van de tweede rijbaan werden grote watergaten gegraven aan de oostzijde van de Linge, één ten noorden van de snelweg en één ter hoogte van Arkel. Hierbij valt op dat de ‘zachte’ oevers van de Linge, die eeuwenlang als uiterwaarden fungeerden, enerzijds steeds meer versteend raakten door de aanleg van harde kades (vooral aan de oostoevers bij de Praxis en de Gamma), anderzijds vond dus ook grootschalige vernatting plaats door delen van de oevers weg te graven. De centrale ligging tussen drie provincies, ontsloten door waterwegen, was altijd bepalend voor het succes van Gorinchem als handels- en industriestad, maar in de twintigste eeuw begon het juist te knellen. Gorinchem wist zichzelf continu opnieuw uit te vinden als handelsstad, garnizoensstad, industriestad en ten slotte woonstad. Gorcumers bestempelen zelf hun stad vaak als ‘tussen servet en tafellaken in’.
Gorinchem kent geen grote tunnelverbindingen, zoals Rotterdam en de bereikbaarheid is voor een groot deel afhankelijk van de dijken langs de Lingeoevers, die onder flinke verkeersdruk zijn komen te staan. Tijdens de grote ruimtelijke veranderingen die de twintigste eeuw in de stad teweeg bracht, is het ruimtelijke karakter van Gorinchem, als infrastructureel knooppunt van water en wegen, alleen maar verder geïntensiveerd. STEENHUISMEURS BV
37
38
LINGEOEVERS, GORINCHEM
GORINCHEMS TOEKOMST: WOONSTAD IN DE LUWTE VAN DE RANDSTAD?
En nu is het 2020, en liggen de Lingeoevers te wachten op een nieuwe toekomst. De ambitie van de gemeente is om Gorinchem te positioneren als woonstad in de luwte van de Randstad. De ambitie is mooi, maar roept ook een aantal vragen op. Wat maakt wonen langs de Lingeoevers uniek? Hoe zijn de verbindingen met het buitengebied, infrastructureel (de hoge dijken en barrières) maar ook recreatief? Wat is de meerwaarde om juist hier te gaan wonen en niet elders? Wat zoeken mensen in Gorinchem, en wat zoeken ze vooral niet? Kortom, wat kan de onderscheidende kwaliteit van Gorinchem zijn? Het is van belang ons te realiseren dat Gorinchem van oudsher in ‘andere systemen’ dan de Randstad zit; op welke historische kaart je ook kijkt, Gorinchem bevindt zich aan de rand van de kaart, met de Tieler- en Bommelerwaard als achterland. Gorinchem is een grensstad, van streken, van waterbeheersing, van geloof en van landsverdediging. Deze
positie als grensstad kan juist een aansprekende kwaliteit zijn – mits geloofwaardig uitgewerkt. Een tweede kwaliteit is de aanwezigheid van de vroegere fabrieksbebouwing en de logica van de productieprocessen en de aan- en afvoer over het water. Hoe kunnen deze elementen worden gebruikt om de nieuwe woonsfeer te verrijken? En de dijken natuurlijk, hoog en monumentaal, met prachtige boombeplanting. En in tijden van hittestress van onschatbare waarde. Op de paletkaart hiernaast zijn de karakteristieken van stad en Lingeoevers nog eens op een rijtje gezet. In het volgende hoofdstuk zoomen we nader in op de Lingeoevers en de erfenissen die van belang kunnen zijn voor de herontwikkeling van deze ‘ruige rand’. In hoofdstuk 3 vatten we onze bevindingen samen in zeven aanbevelingen, en in hoofdstuk vier hebben we enkele waardevolle referentieprojecten toegevoegd.
STEENHUISMEURS BV
39
ERFENISSENKAART
Lingeoever I Lingeoever II Zuid Lingeoever II
40
LINGEOEVERS, GORINCHEM
2. RUIMTELIJKE ONTWIKKELING VAN DE LINGEOEVERS
In dit hoofdstuk zoomen we in op het plangebied: Lingeoever I, II en II-Zuid. Op de toen-en-nufoto’s hiernaast zien we hoezeer het landschap van de Linge de afgelopen eeuw is veranderd. De schaal van de industrie en bedrijven is toegenomen, de oevers zijn strak ingekapseld en verhard en auto’s razen over de ooit lommerrijke dijkpaden. Maar tussen de baksteenkolossen en asfaltvelden vinden we bijzondere relicten uit het verleden, zoals de rijksmonumentale panden van de suikerfabriek, de ranke staalprofielen van de Vries Robbé en bijzondere bomen. De nog aanwezige en (deels) verdwenen erfenissen en structuren vormen de cultuurhistorische uitgangspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Ze bepalen de identiteit van het gebied, geven aanleiding tot verandering of juist behoud en verankeren de industriële scheg in de context van Gorinchem en het Lingelandschap.
Toen
Nu
STEENHUISMEURS BV
41
Dijken en dijklinten
Fragment van kaart van Gorinchem van Jacob van Deventer, 1545. [Wikipedia] Achterzijde van boerderij Eike’s Hof, z.j. [RAG] Lingsesdijk vanaf de Laag-Dalemsepolder, 1979. [RAG]
Arkelsedijk. Inham in de oostelijke Lingeoever, waar vroeger de Krommewegsche Wetering op de rivier uitmondde en het Dalemsche stoomgemaal stond.
Het plangebied, van oudsher de natte uiterwaarde van de Linge, wordt ingeklemd door de ruim 6 meter hoge taluds van de Arkelsedijk en de Spijksedijk. Achter de dertiendeeeuwse Arkelsedijk lag de verhoogde Arkelse Onderweg. Op de kaart van Jacob van Deventer uit 1545 zien we dunne lintbebouwing langs deze routes. Deze bebouwing is inmiddels verdwenen; de laatste boerderij, Eike’s Hof, werd in 1959 afgebroken. Langs de Linge lag het jaagpad naar Arkel. De oostoever van het plangebied werd veel later bedijkt. De Lingesdijk boog af naar het oosten, om het Wijdschild heen. In de bocht aan de Linge stond het Dalemsch Stoomgemaal. De meanderende loop van de Lingsesdijk, delen van de waterstructuur van de woonwijk LaagDalem en de inham aan de Linge herinneren aan deze ontginningsstructuren. Aan het begin van de negentiende eeuw werd de Spijksedijk aangelegd.
Krommewegsche Wetering
lintbebouwing tussen Arkelsedijk en Arkelse Onderweg
Eike’s Hof
Lingsesdijk
Spijkse
dijk
Lingsesdijk
42
LINGEOEVERS, GORINCHEM
eg erw
Ond A dijk else Ark e rkels
d
Jaagpa Dalemsche stoomgemaal
Waterlandschap
De Linge en omgeving in ca. 1850, voor de aanleg van het Merwedekanaal. [topotijdreis.nl] De Linge met opkomende industrie aan de Arkelsedijk (links) en de uiterwaarden voor de Spijksedijk (rechts), 1930. [RAG] De Linge anno 2020, ongeveer vanaf hetzelfde punt. De oevers zijn recht getrokken en deels verhard. [RAG]
De Linge als recreatielandschap, pleziervaartuigen in 1978. [RAG] De Linge vanaf de Korenbrug. Door de water- en vestingwerken is de afstand tussen de binnenstad en de omliggende uitbreidingswijken vergroot.
We kunnen het ons nu amper voorstellen, maar tot aan het begin van de negentiende eeuw begon achter de vestingwerken van Gorinchem een uitgestrekt weideland, slechts doorkruist door de kronkelende loop van de Linge en de polderweteringen. Door de aanleg van het Merwedekanaal en de doorgang naar het Kanaal van Steenenhoek is de huidige Lingewijk een schiereiland geworden dat alleen aan de noordkant, bij de A15, nog met het vasteland is verbonden. De ingrijpende waterwerken vergrootten, samen met de vestingwerken, de afstand tussen de binnenstad en het plangebied. Van een uitgestrekte vlakte waar het water vrijbaan had, werd de Linge een ingekapselde rivier met harde oevers en droge kades. Achter de A15 begint het Natura2000 gebied en heeft de rivier een heel andere sfeer.
Gorinchemse Kanaalsluis
Korenbrugsluis
STEENHUISMEURS BV
43
Vestingstad
In het blauw het inundatiegebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, dat liep tot aan de Arkelsedijk. [NA - 4.OSK] Paardenwater vanaf de Laag-Arkelpoort, ca. 1910-1920. [RAG] De coupure in de vestingwallen aan het eind van de Arkelstraat, op de plek van de vroegere Laag-Arkelpoort.
Het plangebied lag in het inundatiegebied van de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Spijksedijk vormde onderdeel van de Diefdijklinie. Het kwam voor dat het gebied jarenlang onder water stond. Binnen het plangebied zijn geen relicten van het militair-strategische verleden van Gorinchem, op de dijken na. Toch is dit verleden sterk voelbaar op de groene route vanuit de binnenstad. De Laagen Hoog-Arkelpoort zijn afgebroken, maar een coupure aan het eind van de Arkelstraat en de route tussen het Paardenwater en het Zwanenwater maken de overgang van vestingstad naar buitengebied voelbaar. Het zicht op en de ruimtelijkheid van de groene vlaktes net buiten de dichtbebouwde binnenstad werden door stedenbouwkundige Piet Verhagen erkend als enorme kwaliteit en gevrijwaard in zijn uitbreidingsplan. In de jaren 70 is het Wijdschild echter toch bebouwd.
Arkelpoort
Wijdschild
44
LINGEOEVERS, GORINCHEM
Luchtfoto van de woonwijk Wijdschild in aanbouw. Bovenaan de Linge. De slingerende weg rechts is de Lingsesdijk. 1972. [RAG]
Rust en ruimte buiten de stad
De Linge omstreeks 1950. [NA] Ingang van de algemene begraafplaats aan de Willem de Vries Robbéweg.
Chique villa aan de Arkelse Onderweg 30, ca. 1930-1960. [RAG] Speel- en theetuin aan de Arkelse Onderweg van de familie Van de Goor, 1930. [RAG]
In de loop van de negentiende eeuw werd het buitenstedelijke gebied - waar de wildernis inmiddels was bedwongen met de Lingewerken - hergewaardeerd als recreatief en functioneel uitloopgebied van de stad. De algemene en Joodse begraafplaats werden opgericht en het gebied - dichtbij de stad, maar weg van de drukte - kwam in trek als ontspanningsplek. Langs de Arkelse Onderweg bouwden de rijken chique huizen en werd speel- en theetuin Zomerlust aangelegd. Op de kruising van de Arkelse Onderweg en de Concordiaweg net buiten de vestingwallen was een theekoepel.
Theekoepel Concordia
Speel- en theetuin Zomerlust
STEENHUISMEURS BV
45
Industriestad
Gorinchem vanaf de oostelijke Lingeoever, met op de voorgrond de scheepswerf van Van der Hoff [RAG] Zicht vanaf Ondervloed (bij de Korenbrug aan de noordrand van de vestingwerken) over de Linge richting Arkel. Rechts de scheepswerf van Maat. 1900-1910. [RAG]
De betonmortelcentrale aan de plas ten noorden van de A15-brug. [RAG] De resterende gebouwen van de vroegere suikerfabriek zijn tegenwoordig rijksmonument. Hier gefotografeerd vanaf de Arkelsedijk.
Naast stilte en plezier bood het buitengebied ook ruimte voor de lawaaiige en grootschalige functies waar in de stad geen ruimte voor was. De zaagmolens, kleine scheepswerven en steenovens zijn vervangen door de suiker-, staal- en betonfabrieken, maar het overwegend industriële gebruik en de functionele relatie met de rivier bepalen nog steeds de sfeer van de Lingeoevers: insteekhavens, verharde oevers en beperkte doorzichten vanaf de dijken.
Suikerfabriek
Steenovens
industriële molens grootschalige industrie 20e eeuw
46
LINGEOEVERS, GORINCHEM
In de ban van De Vries Robbé
De meeste gebouwen in het plangebied zijn (verbouwde) erfenissen van De Vries Robbé. Van de oorspronkelijke representatieve kantoorpanden resteert aan de Linge alleen de verplaatste rotonde met schaftlokaal. Verder zien we op veel plekken de kenmerkende ranke staalprofielen en staalconstructies van de fabrikant.
Luchtfoto van de fabrieksterreinen van de Vries Robbé, 1929. [RAG] De Vries Robbé-erfgoed aan de Linge.
1
3
2
4
4
3 2 1
STEENHUISMEURS BV
47
Uitdijende stad
Het arbeiderswijkje van De Vries Robbé, nu opgenomen in de Lingewijk. Inmiddels afgebroken Airey-woningen ten zuiden van de IJsbaan in de Lingewijk. Ca. 1950. [RAG]
De uitbreidingswijk Wijdschild vanuit de lucht, ca. 1980. [RAG] De uitbreidingswijk Laag-Dalem vanuit de lucht, 1989. [RAG]
Tussen 1907 en 1929 legt De Vries Robbé de Lingewijk in fases aan voor de arbeiders. Na de oorlog volgen verdere uitbreidingen, waarvan de schaal snel toeneemt. Naar het uitbreidingsplan van Piet Verhagen groeit de Lingewijk. De routes worden aangesloten op bestaande wegen en structuren, en de polderverkaveling wordt deels overgenomen in het stratennetwerk. Aan de overkant van de Linge, in de vroegere natte uiterwaarden, worden nieuwe stedelijke structuren geprojecteerd en gaat de landschappelijke logica grotendeels verloren. Langzamerhand worden de polders achter de Spijkse- en Arkelsedijk opgenomen in de uitdijende stad. Het contrast tussen binnenstad en buitengebied vervaagt. De nieuwe grens wordt gevormd door de A15 en de Betuwelijn, maar ook die wordt aan het eind van de twintigste eeuw overgestoken met de aanleg van bedrijventerreinen Papland en Schotdeuren. Aan het begin van deze eeuw worden de oevers van de Linge aan de andere kant van de A15 opgenomen als beschermd natuurgebied in het Natura2000-netwerk.
Papland
Lingewijk
Wijdschild Laag-Dalem
48
LINGEOEVERS, GORINCHEM
Oost-I
STEENHUISMEURS BV
49
3. AANBEVELINGEN
In de loop der eeuwen verdrukte de groeiende industrie de wildernis op de oevers van de Linge ten noorden van de Gorinchemse binnenstad. De omliggende polders werden opgenomen in de uitdijende stad en de afstand tussen de vestingwallen en het groene buitengebied vergrootte. De Lingeoevers werden een tussenzone met een eigen karakter, ingeklemd tussen de Arkelse- en Spijksedijk. Bepaalde thema’s - industrie, verkeer en het leven met het water - overstemmen de zachtere waarden. De uitdaging bij toekomstige ontwikkelingen is om de balans te herstellen door voort te bouwen op de gelaagde historie van het gebied. Hoe kunnen de cultuurhistorische thema’s, erfenissen en structuren worden vertaald in een toekomstscenario dat ruimte biedt aan nieuwe functies, zonder dat het ‘eigene’ van de Lingeoevers verloren gaat? In dit hoofdstuk worden zeven cultuurhistorische aanbevelingen besproken, op verschillende schaalniveaus: van landschap en structuur tot ensembles en beeldbepalende elementen. 1. Versterk het merk Gorinchem en ga uit van wat is. De Lingeoevers is rijk aan verhalen, relicten en structuren. De toekomstige bewoners van dit gebied hebben behoefte aan identiteit, aan binding met de stad en het omliggende gebied. Versterk en herstel de fysieke en immateriële erfenissen en relatie met de binnenstad en de omliggende wijken. Houd de herontwikkeling Gorcums.
50
LINGEOEVERS, GORINCHEM
De groene zuidoever van de Linge, met daarachter de Spijksedijk, 1925. [RAG]
Bewerkte kaart van Natura2000 gebieden in de omgeving van Gorinchem. [Atlas Leefomgeving] Volkstuinen in het Natura2000-gebied, net ten noorden van de A15.
ev er s
Natura 2000 Linge gebied en Diefdijk-Zuid
eo
2. Verrijk de nieuwe wijk met verdwenen, bestaande en nieuwe groenstructuren en -elementen en verbind Gorinchem met de aangrenzende natuurgebieden. Op historische foto’s zien we de met hoge grassen begroeide uiterwaarden en ruige oeverranden van de Linge. In de loop der jaren verindustrialiseerden de oevers binnen het plangebied. Bij de herontwikkeling liggen kansen om deze historische groenverbinding tussen de Merwede, de vestingwallen van Gorinchem en het Natura2000-gebied te herstellen. Dit betekent het ingrijpend vergroenen van de oevers en de voormalige uiterwaarden, maar ook het koesteren en herintroduceren van kleinere groenelementen met betekenis voor de nieuwe wijk. Denk aan de voortuintjes in de naoorlogse uitbreidingswijk, ieder met een eigen boom, de speelweide bij het schaftlokaal van De Vries Robbé en de tuin met prieel bij de Beetwortelsuikerfabriek Hollandia.
ng
Elke voortuin van de woningen aan de Willem van der Veldestraat (uitbreidingsplan Verhagen) heeft een boom. Ca. 1970-1980. [RAG] Een appelboom op de noordoever van de Linge.
Li
de
rwe
Me Gorinchem met vestingwallen
Natura 2000 Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem
STEENHUISMEURS BV
51
3. Koester de eigenheid van het gebied. Herontwikkel vanuit zowel de functionele tegenstelling tot als de fysieke relatie met de omliggende stad. In de strijd tegen het water en de schaalvergroting van de industrie is de vroegere samenhang tussen rivier, uiterwaarden, dijk en polder verhard. De Arkelse- en Spijksedijk vormen de strakke grenzen tussen de fijnmazige woonwijken met kleinschalige verkaveling en de ruigere industrie. Bouw voort op deze sfeerverdeling in de toekomstige herontwikkeling. Put inspiratie uit de typologie van fabriekspanden - individuele gebouwen met een grotere korrel, vrije ligging, plastische geleding en ruimtelijkheid in het interieur - en de materialisatie.
52
LINGEOEVERS, GORINCHEM
De tegenstelling tussen de binnen- en buitendijkse wereld, met boven de industriële bebouwing aan de Lingeoevers en onder de woonhuizen in de Lingewijk.
De Arkelsedijk (boven) en Spijksedijk (onder) zijn bepalende structuren in het landschap. Ze maken de historie van de strijd tegen het water leesbaar, maar vormen ook moeilijk over te steken grenzen.
[Bernadette Jansen]
[eigen foto]
Herstel de fysieke verbindingen tussen de oevers en de omliggende uitbreidingswijken. Zet de dijken in als overgangsmoment, zowel in de richting noord-zuid (van de binnenstad naar het buitengebied) als in de richting oostwest (van de rivier en uiterwaarden naar de binnendijkse woonwijken). Creëer dwarsverbindingen en doorzichten op het water vanaf de dijken.
STEENHUISMEURS BV
53
Suikerfabriek Hollandia met tuin en prieel, 1925. [RAG]
4. Koester en herintroduceer de zachte landschappelijke en gebruikswaarden, met de Linge als verbinder. De Linge slingerde als blauwe ader tussen de schoorstenen en fabriekshallen. Hier drong de natuur - hoge waterstanden en overstromingen, een dik pakket ijs, groene oevers - de stad in. Gebruik de Linge en haar oevers als groene route die de stad (vanaf de vestingwallen) met het achterland verbindt. Rustmomenten geven betekenis aan de route en vertellen het verhaal van Gorinchem en de Lingeoevers. De relicten in het landschap en verdwenen plekken en structuren (waarvan een aantal op deze pagina’s) bieden hier inspiratie toe. Denk aan: het negentiende-eeuwse
54
LINGEOEVERS, GORINCHEM
De Arkelsedijk aan het begin van de twintigste eeuw. [RAG] Camping De Lievelinge. [eigen foto]
jaagpad naar Arkel op de westoever, de speel- en theetuin, het prieel met tuin bij de suikerfabriek en de bewandelbare Arkelsedijk. Begin voor de bouwstart: introduceer al vroeg - voordat de grootschalige bouwwerkzaamheden beginnen - bijzondere plekken (‘placemakers’) die de herontwikkeling smaak geven. Bied de beoogde bewoners en omwonenden de mogelijkheid zich al te binden aan het gebied. Betrek hier lokale partijen bij die Gorinchem en de Gorkumers kennen, én aansluiten op het profiel van de beoogde nieuwkomers zoals de beheerders van kampeerterrein De Lievelinge.
Uitzicht over de Linge, met groene oevers aan de overkant en de skyline van Gorinchem op de horizon, vanuit de chefskamer in het eerste kantoor van De Vries Robbé (op de plek van de huidige brandweerkazerne). Joz. de Jong, 1922. [BvB] Werknemers van De Vries Robbé verplaatsen stalen constructieelementen via een rails over de bevroren Linge. Rechts is ene nieuwe fabriekshal in aanbouw. 1929. [RAG]
Recreatie aan de Linge ter hoogte van Arkel, 1967. [RAG]
Theekoepel ‘Concordia’ aan de Concordiaweg nabij boerderij Elke’s Hof, prentbriefkaart 1910-1920. [RAG] Boerderij Eike’s Hof vanaf de Arkelsedijk. Op de achtergrond de Arkelse onderweg. Ca. 1910-1920. [RAG]
STEENHUISMEURS BV
55
5. Bouw voort op de ruimtelijk-functionele relatie met het water en herstel waar nodig de oriëntatie op de rivier. Hoewel de Linge een belangrijke vestigingswaarde was voor fabrieken en bedrijven, heeft een groot deel van de bebouwing aan de Linge de rivier de rug toegekeerd. Dit deel van de rivier ligt als een smalle, onbelangrijke gang tussen de binnenstand en het achterland. Open de bebouwing naar de rivier, programmeer de oeverstroken en veraangenaam de route over het water. Dit is niet alleen van waarde voor de nieuwe wijk, maar ook voor de stad en recreanten op het water.
56
LINGEOEVERS, GORINCHEM
De Linge met pleziervaartuigen, 1978. [RAG] De Linge anno 2020.
Kantoor van De Vries Robbé naar ontwerp van Dirk Roosenburg, foto ca. 1920-1930. [RAG] Open fabrieksconstructie aan de oostoever van de Linge (huidige locatie Kwantum), foto Toon Overweel, ca. 1929. [BvB]
Schaftlokaal en ontvangstgebouw kort na oplevering, ca. 1941. [BvB] Radiatorenfabriek ten noorden van de Lingewijk, 1964. [RAG]
6. Laat je inspireren door de representatieve architectuur in combinatie met high-end techniek van het (deels verdwenen) De Vries Robbé erfgoed De Vries Robbé innoveerde voortdurend. De gebouwen aan de Linge waren zowel het experiment als het visitekaartje van de fabrikant. Spraakmakende architecten werkten aan de gestage uitbreiding van het fabriekscomplex. Dit resulteerde in een reeks bijzondere gebouwen - waarvan er inmiddels weer veel zijn afgebroken - die het landschap langs de Lingeoever bepaalde en de ontwikkeling (zowel van het bedrijf als van de architectuur) in het landschap en de stad herkenbaar maakte. Bouw voort op deze bijzondere combinatie van representativiteit en techniek. Het gaat hierbij niet om het letterlijk kopiëren, maar om de rijke plasticiteit van de gebouwensembles, de zorgvuldige inpassing in het landschap (zichtlijnen, geleding), de expressie van de ranke (staal)profielen en constructies en de ruimtelijkheid en flexibiliteit van de interieurs (grote overspanningen). Zoek naar mogelijkheden om gebouwen of gebouwdelen als erfenissen met een nieuwe functie in de herontwikkeling op te nemen en geef, op eigentijdse wijze, invulling aan het innovatieve karakter van de techniek.
STEENHUISMEURS BV
57
Herdenkingsdienst en onthulling gedenkteken van A.C.C. de Vries Robbé, 1942. [BvB]
7. Geef het sterke community-denken uit de tijd van De Vries Robbé een eigentijdse betekenis in de nieuwe wijk De Vries Robbé maakte een belangrijk deel uit van het dagelijks leven van de Gorinchemse bevolking. Het bedrijf had een eigen sportvereniging, met voetbal- en kegelclubs, een fanfarekorps, een verenigingsgebouw, vakantiehuisjes, een bedrijfsschool, activiteiten voor gepensioneerden en financiële steun voor werknemers die dat nodig hadden. Met de herontwikkeling van de Lingeoevers liggen er kansen om dit sterke community-gevoel op een nieuwe manier terug te brengen. Door naast ruimtelijk naar oplossingen te zoeken ook te ontwerpen vanuit beheer, duurzaamheid (deeleconomie) en gemeenschapsgevoel geef je de te bouwen wijk nieuwe betekenis en vestigingswaarde.