CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Uitsnede Beleidsregels Keur Waterschap Rivierenland 2015 - Bijlage 2 Uitsnede Beleidsr.pdf

Parallelsessie raadzaal 3 februari 2022, gemeente GorinchemBij agendapunt: B&A Kaders Linge 2 Zuid4.860 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

5.2 Werkzaamheden in het winterbed van de Linge, de Korne, Oude Zederik en het Merwedekanaal Wijziging beleidsregel: Zaaknr.

Datum vastgesteld:

omschrijving wijziging:

Kader Keur Deze beleidsregel gaat over keurartikel 3.2 onder 1, 2 en 3: 1. Het is verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. 2. Het is verboden zonder watervergunning van het bestuur een waterstaatswerk te wijzigen, te vervangen of te verwijderen. 3. Het is verboden zonder watervergunning van het bestuur waterkeringen en oppervlaktewaterlichamen(met inbegrip van de daarin gelegen en daartoe ten dienste staande kunstwerken) aan te leggen of te graven met als bedoeling deze te verbinden met bestaande waterstaatswerken. Hieronder worden ook werkzaamheden in het winterbed van de Linge, de Korne, Oude Zederik en het Merwedekanaal verstaan. Verklaring van een aantal begrippen Deze beleidsregel geldt voor alle werkzaamheden in het winterbed van de Linge, de Korne, Oude Zederik en het Merwedekanaal die: - tot gevolg hebben dat permanent ruimte in beslag wordt genomen, en - waarbij die ruimte op zo'n plek is, dat de waterberging wordt verminderd. Het gaat hierbij meestal om gebouwen of andere bouwwerken.

Maar het kan ook gaan om maaiveldophogingen of opslagterreinen. Op deze terreinen is de opslag meestal wisselend, maar er is gemiddeld wel altijd een bepaalde hoeveelheid materiaal aanwezig. Omdat het winterbed een waterbergende functie heeft, kan er minder water worden geborgen als bebouwing wordt aangebracht. Het verlies aan waterberging dient daarom helemaal te worden gecompenseerd. Bij het bouwen (of opslag) wordt bepaald met hoeveel kubieke meter de waterberging afneemt. Deze kubieke meters moeten worden teruggebracht, bijvoorbeeld door het afgraven van een oever. Voor welke oppervlaktewaterlichamen geldt deze beleidsregel? Voor deze beleidsregel is het winterbed van de Linge, de Korne, Oude Zederik en het Merwedekanaal het gebied tussen de rivier en de dijken en vanaf de stuw Buren en de Julianastuw tot de kanaalsluis in Gorinchem. Als het hard en lang regent of als er om een andere reden veel water afgevoerd moet worden, kan het voorkomen dat de rivieren uit hun oevers treden. Het winterbed zorgt er dan voor dat het teveel aan water tijdelijk kan worden geborgen, totdat de waterstand in de rivier zo ver is gedaald dat het water weer op een normale manier kan worden afgevoerd. Raakvlakken met ander beleid Naast de compensatie van de ingenomen kubieke meters waterberging, moet ook de versnelde afvoer worden gecompenseerd.

De regels hiervoor staan in beleidsregel 5.16 Voor werkzaamheden in de boezemgebieden in de Alblasserwaard, evenals voor werkzaamheden in waterbergingsgebieden, gelden aparte beleidsregels (nr. 5.3 en 5.4).

Sterke dijken, schoon water 20

Doel van het beleid Het doel van deze beleidsregel is het beschermen van de functie van het winterbed van de Linge, de Korne, Oude Zederik en het Merwedekanaal als onderdeel van het totale watersysteem. In dit geval gaat het om de instandhouding van de belangrijke waterbergende functie van het winterbed van deze oppervlaktewaterlichamen.

Toelichting op de beleidsregel Waterberging Het winterbed van de Linge, de Korne, Oude Zederik en het Merwedekanaal heeft een zeer belangrijke waterbergende functie. Als de rivieren buiten hun oevers treden, wordt het water geborgen in het winterbed. Het winterbed is dus een noodvoorziening die zijn functie altijd moet behouden. Op die manier wordt voorkomen dat de rivieren overstromen en daarbij grote schade aanrichten in bewoonde gebieden en aan percelen die op verschillende manieren in gebruik zijn. Bij bouwen in het winterbed wordt gerekend met de berging die daadwerkelijk wordt weggenomen. De ingenomen kubieke meters worden bijvoorbeeld binnen een bepaalde hoogte ten opzichte van NAP bepaald, omdat het waterpeil maar tot deze maximale hoogte kan stijgen. Voor werkzaamheden onder het maaiveld is wel een vergunning nodig, maar omdat daarbij geen waterbergingsverlies optreedt, is daarvoor geen compensatie nodig. Bij nieuwbouw vindt ook een uitbreiding van het verhard oppervlak plaats. Daardoor is er sprake van een versnelde afvoer van hemelwater. Ook hiervoor moet extra waterberging worden gegraven. Na 2050 zal er nog maar weinig ruimte zijn om extra waterberging in het winterbed mogelijk te maken.

Daarom moet in het winterbed van de Linge, de Korne, Oude Zederik en het Merwedekanaal voor compensatie van verhard oppervlak 10% extra waterberging gemaakt te worden bovenop de al vereiste 10% compensatie in verband met het 3 klimaatscenario. Dat betekent dat er in de genoemde gebieden 476 m per hectare verhard oppervlak moet worden gecompenseerd.

Toetsingscriteria 1. Aanvragen worden aan de algemene toetsingscriteria getoetst. Daarnaast gelden de volgende bijzondere criteria.

2. Er geldt een compensatieplicht voor iedere vorm van ruimtebeslag ten gevolge van activiteiten die in het winterbed van de Linge, de Oude Zederik en het Merwedekanaal, worden uitgevoerd beneden NAP +3,00 meter.

3. De compensatieplicht voor maaiveldophogingen, opslagterreinen, gesloten gebouwen en bouwwerken is 100%. Hierbij wordt gerekend vanaf de bovenkant van het oorspronkelijke maaiveldniveau en voor zover het maaiveld zich tussen NAP + 1,00 meter en NAP + 3,00 meter bevindt in het winterbed van de Linge en de Korne en tussen NAP + 0,80 meter en NAP + 1,26 meter in het winterbed van de Oude Zederik en het Merwedekanaal.

4. Voor (delen van) gebouwen en bouwwerken die onder maaiveldniveau worden aangebracht, geldt géén compensatieplicht. Wel moet de onder het maaiveld weggenomen grond worden afgevoerd naar een locatie die zich buiten het winterbed van de Linge, Oude Zederik of Merwedekanaal bevindt.

5. Compensatie voor de Linge en de Korne moet plaats vinden: in het winterbed van de Linge (of de Korne) tussen NAP +1,00 meter en NAP +3,00 meter, of in het winterbed van de Linge, bovenstrooms van de Julianastuw tot aan het AmsterdamRijnkanaal. Dit kan alleen worden gerealiseerd als de compensatie binnen hetzelfde peilniveau plaatsvindt (dus tussen dezelfde peilhoogten als waar het ruimtebeslag wordt ingenomen). Compensatie voor de Oude Zederik en het Merwedekanaal moet plaatsvinden: - In het winterbed van de Oude Zederik en het Merwedekanaal tussen NAP + 0,80 meter en NAP + 1,26 meter. -

Sterke dijken, schoon water 21

6. Bij het compenseren van ingenomen ruimtebeslag geldt per perceel een algemene vrijstelling van de 3

compensatieplicht van 100 m . Deze vrijstelling is eenmalig. Als er naar het oordeel van het waterschap sprake is van cumulatie van meerdere vormen van nieuwbouw of uitbreidingen op een perceel die ieder op zich een kleinere inhoud 3 dan 100 m omvatten, moet wel aan de compensatieplicht worden voldaan, waarbij dan de vrijstelling van 3 100 m wel op het totaal in mindering mag worden gebracht.

7. Bij vervanging van bestaande gebouwen, bouwwerken of andere boven het maaiveld aanwezige voorzieningen, is de eis voor compensatie alleen van toepassing op dat deel van de vervanging, dat groter is 3 dan het oorspronkelijke gebouw, bouwwerk of voorziening. Als een bestaand gebouw van 1.000 m bij3 voorbeeld wordt vervangen door een nieuw gebouw met een volume van 2.000 m , geldt een compen. satieplicht voor 900 m³

8. De aanvrager om watervergunning voor voorzieningen die onder deze beleidsregel vallen, is zelf verantwoordelijk voor de compensatie

Sterke dijken, schoon water 22

5.18 Bouwwerken in en op een waterkering en bijbehorende beschermingszone Wijziging beleidsregel: Zaaknr.

Datum vastgesteld:

omschrijving wijziging:

Kader Keur Deze beleidsregel gaat over keurartikel 3.2 onder 1 en 6: 1. Het is verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. 2. Het is verboden zonder watervergunning van het bestuur in het profiel van vrije ruimte werken te plaatsen, te wijzigen, te vervangen, te verwijderen of te behouden. Hieronder wordt ook verstaan het plaatsen en hebben van bouwwerken in/op de waterkering en bijbehorende beschermingszone. Begrip waterstaatswerk In de Keur is sprake van het begrip ‘waterstaatswerk’. Hieronder wordt verstaan zowel een waterkering als een oppervlaktewaterlichaam. Voor de leesbaarheid is in deze beleidsregel het begrip ‘waterstaatswerk’ daar waar het van toepassing is, vervangen door ‘waterkering’. Verklaring van een aantal begrippen Onder werken worden ook bouwwerken en gebouwen verstaan. In de meeste gevallen gaat het om gebouwen waarin gewoond of gewerkt wordt, met de inrichtingselementen die daarbij horen.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen: - permanente bouwwerken/constructies; dit zijn bouwwerken die kapitaalintensief zijn en/of een normale/zware fundering hebben; - tijdelijke en/of handmatig eenvoudig demontabele bouwwerken of constructies; deze moeten handmatig eenvoudig demontabel zijn. Zij zijn niet voorzien van een in de grond aangebrachte, gestorte, geslagen of soortgelijke fundatie. Het bouwwerk/ constructie heeft géén gemetselde of geïsoleerde wanden of een pannendak. Hierbij gaat het om bijvoorbeeld een kippenhok, een fietsenrek of een blokhut-tuinhuisje e.d.; - tuinhekjes/tuinmuren. Deze hebben een lichte fundering en maken onderdeel uit van de tuininrichting. In deze beleidsregel staan toetsingscriteria voor alle typen bouwwerken. Voor welke waterkeringen geldt deze beleidsregel? Deze beleidsregel is van toepassing op alle waterkeringen (primaire en regionale) binnen het beheergebied van Waterschap Rivierenland. Raakvlakken met ander beleid Bij nieuwbouw in/op een waterkering en bijbehorende beschermingszone worden bijna altijd kabels en leidingen aangelegd. Voor het aanleggen, hebben, houden en onderhouden van kabels en leidingen in de waterkering en bijbehorende beschermingszone en in oppervlaktewaterlichamen, geldt een algemene regel (bijlage 1, WW 3).

Voor het leggen van kabels en leidingen in een waterkering en bijbehorende beschermingszone waarbij de werkzaamheden niet aan de algemene regels voldoen, geldt een aparte beleidsregel (5.19). Voor het aanbrengen van beplanting, wegen en aanbermingen gelden aparte beleidsregels (5.20 en 5.21). Voor het plaatsen, hebben en onderhouden van tijdelijke/semi-permanente objecten in de beschermingszone van waterkeringen geldt een aparte algemene regel, (bijlage 1, WK 3).

Sterke dijken, schoon water 66

Voor het uitvoeren van interne verbouwingen van bestaande panden en het plaatsen van dakkapellen op een pand op een waterkering of bijbehorende beschermingszone geldt een algemene regel (zie bijlage 1, WK 6). Voor het innemen van ruimtebeslag in de boezemgebieden van de Linge, de Korne, Oude Zederik en het Merwedekanaal en de boezemgebieden van de Alblasserwaard geldt een compensatieverplichting. Beleidsregels 5.2 en 5.3 beschrijven de criteria hiervoor. Voor het maken van diepe boringen voor Koude-Warmte-Opslag (KWO-systemen) geldt een aparte beleidsregel (5.24).

Doel van het beleid Het doel van deze beleidsregel is het beschermen van de functie van waterkeringen als onderdeel van het totale waterstaatkundige systeem. Voor het plaatsen en hebben van bouwwerken op een waterkering en in de bijbehorende beschermingszone is het van belang dat de waterkerende functie en de stabiliteit van de waterkering is gewaarborgd, dat het doelmatig beheer en onderhoud aan de waterkering niet wordt bemoeilijkt en dat de waterkeringen in de toekomst versterkt kunnen worden.

Toelichting op de beleidsregel Waterschap Rivierenland wil in principe geen nieuwe permanente bouwwerken toestaan in de waterkeringen (het waterstaatswerk). De reden van dit verbod is dat bij een volgende dijkversterking vooral deze ruimte van groot belang is. Nieuw bouwen in de beschermingszone kan alleen als bij de bouwhoogte rekening gehouden wordt met de ruimte die nodig is voor toekomstige dijkversterking. Waterschap Rivierenland zal per geval op basis van de specifieke omstandigheden overwegen welke voorwaarden gesteld moeten worden. Hierbij worden zowel de constructie van de waterkering als de constructie en de functie van het bouwwerk beoordeeld. Tuinmuren en tuinhekjes in/op een waterkering en bijbehorende beschermingszone kunnen worden toegestaan als ze horen bij bestaande bebouwing. Dit omdat ze beschouwd worden als inrichtingselement van de woning. Voorwaarde is wel, dat ze bij toekomstige dijkversterking door of op kosten van de watervergunninghouder weggehaald worden. Ook mogen ze het bestaande leggerprofiel niet doorsnijden. Voor regionale waterkeringen is het begrip “aaneengesloten bebouwing” in de beleidsregels opgenomen. Hieronder wordt verstaan een bebouwing die het niet mogelijk maakt om een toekomstige dijkversterking in grond uit te voeren. Waterkerende functie Eén van de onderdelen van de waterkering is het buitentalud.

Het is van groot belang dat het buitentalud bestand is tegen alle vormen van erosie om de waterkerende functie van de waterkering te garanderen. Daarom zal geen watervergunning verleend worden om op het buitentalud bouwwerken aan te brengen. In specifieke situaties kan een uitzondering worden gemaakt. Hiervoor zijn speciale toetsingscriteria. Hoge bouwwerken en constructies (bijvoorbeeld windmolens en (zend)masten) die diep in de ondergrond verankerd zijn kunnen een extra nadelige invloed hebben op de waterkering. Voor dit soort bouwwerken binnen de waterkering en bijbehorende beschermingszone wordt daarom geen watervergunning verleend. Instandhouding profiel van vrije ruimte (p.v.v.r.) Het profiel van vrije ruimte geeft de contouren aan van een eventuele toekomstige dijkversterking. Bij het beoordelen van watervergunningsaanvragen voor bouwwerken binnen de in/op een waterkering en bijbehorende beschermingszone, is het belangrijk dat gebouwd gaat worden buiten het profiel van vrije ruimte. In het geval van verbouw van bestaande bebouwing zal het waterschap in het algemeen vergunning verlenen. Uiteraard worden daarbij wel voorwaarden gesteld om de waterkering te beschermen. Ook moet het mogelijk blijven om in de toekomst de waterkering te versterken.

Sterke dijken, schoon water 67

Beheer en Onderhoud Om te zorgen dat de waterkering blijft voldoen aan de vereiste normen, is het nodig deze periodiek te inspecteren. Bij vergunningsaanvragen zal altijd de toets plaatsvinden of de realisatie van een bouwwerk belemmerend werkt voor de inspectie en toezicht. Het waterschap wil het dijkonderhoud op een doeltreffende en doelmatige manier uitvoeren. Objecten en/of veranderde inrichtingen van waterkeringen en onderhoudsstroken kunnen de bereikbaarheid voor het onderhoudsmaterieel belemmeren. Bij het toetsen van een watervergunningsaanvraag wordt beoordeeld of het uitvoeren van onderhoud nog op een goede wijze mogelijk is

Toetsingscriteria voor primaire waterkeringen Voor het plaatsen, hebben en onderhouden van semi-permanente objecten in de beschermingszone en voor het uitvoeren van interne verbouwingen van panden op een waterkering en bijbehorende beschermingszone gelden algemene regels. Als wordt voldaan aan deze algemene regel(s), is geen watervergunning nodig. Voor initiatieven die niet aan de algemene regels voldoen, gelden de volgende toetsingscriteria.

1. Aanvragen worden aan de algemene toetsingscriteria getoetst Daarnaast gelden de volgende bijzondere criteria. Nieuwbouw permanent bouwwerk

2. Op de waterkering is nieuwbouw van bouwwerken in principe niet toegestaan. Vergunningsaanvragen zullen door het waterschap worden getoetst op de vraag of de veiligheid voor de komende 100 jaar is geborgd.

3. Permanente bouwwerken, speciale constructies en andere kapitaalsintensieve werken (bijvoorbeeld tennis/golfbanen), inclusief funderingen mogen het profiel van vrije ruimte en het leggerprofiel niet doorsnijden (zie figuur 5 en 6). Een uitzondering hierop zijn de palen van paalfundaties.

4. Bij bouwwerken in/op een waterkering en bijbehorende beschermingszone mogen geen holle ruimtes (kruipruimten of ringbalken) worden gemaakt of aanwezig zijn, ook niet boven het profiel van vrije ruimte.

5. Als bouwwerken binnen de beschermingszone, en buiten het profiel van vrije ruimte worden gerealiseerd, moet dat boven het bestaande maaiveld plaatsvinden. Daarbij mag het maaiveld niet worden verlaagd. Wel kan de aanleg van fundatie-/randbalken en vorstranden die horen bij plaatvloeren toegestaan worden als deze niet dieper dan de gebruikelijke vorstvrije (0,60 meter beneden maaiveld) grens worden aangelegd.

6. Afwijking van de beleidsregels ten aanzien van het aanbrengen van werken beneden het maaiveld is alleen mogelijk als aangetoond en eventueel berekend wordt dat hierdoor geen negatieve invloed op de stabiliteit en piping ontstaat.

7. De daadwerkelijke aanleg van het profiel van vrije ruimte nu of in de toekomst moet mogelijk zijn zonder dat hierdoor schade aan het aan te brengen werk ontstaat. Ook moet voor toekomstige dijkversterking voldoende werkruimte aanwezig blijven. De aanvrager moet door middel van berekeningen aantonen dat de bebouwing en/of fundatie daarvan geen schade op zal lopen door de belasting van het grondlichaam conform het toekomstige profiel van vrije ruimte.

8. Voor de kabel- en leidingenstrook die beschikbaar moet zijn aan de dijkzijde na een eventuele dijkversterking, en de gronddekking die nodig is bij het leggen van kabels en leidingen, moet nieuwbouw op ten minste 4,00 meter uit het binnentalud van het profiel van vrije ruimte worden gerealiseerd (punt A in figuur 5).

Sterke dijken, schoon water 68

Figuur 5: binnendijks bouwen Herbouw permanent bouwwerk

9. Voor de vervanging van een bestaand bouwwerk door een (nagenoeg) geheel nieuwe constructie wordt geen watervergunning verleend tenzij wordt voldaan aan de beleidsregels voor nieuwbouw.

10. Als minder dan de fundering en 2 buitenmuren van een bouwwerk blijven staan, wordt de herbouw beschouwd als nieuwbouw.

11. Als voor de herbouw aanpassing van de fundering nodig is, wordt de herbouw beschouwd als nieuwbouw. 12. Voor ver- of herbouw van een bestaand bouwwerk wordt geen watervergunning verleend als het bouwwerk in het kader van een vastgesteld of al bekend dijkversterkingplan geheel of gedeeltelijk verwijderd moet worden, tenzij het bouwwerk voldoet aan de criteria voor nieuwbouw en de bouwwerkzaamheden de uitvoering van de dijkversterkingswerken niet hinderen. Uitbreiding permanent bouwwerk

13. Een op zichzelf staand bouwwerk dat binnen het profiel van vrije ruimte staat, mag eenmalig worden 3

uitgebreid met maximaal 100 m . De inhoud van bij de verbouw/uitbreiding gesloopte stenen ruimtes, mogen hierbij worden opgeteld, mits deze niet zullen worden herbouwd of vervangen. Voor uitbreiding van bouwwerken binnen het profiel van vrije ruimte van de waterkeringen langs de Afgedamde Maas geldt in verband met overdimensionering geen beperking voor de grootte van de uitbreiding.

14. In het geval van een uitbreiding van een bouwwerk moet de uitbreiding buiten het leggerprofiel van de waterkering worden gerealiseerd.

15. Een uitbreiding van een bouwwerk met meer dan 100 m³ binnen het profiel van vrije ruimte wordt beschouwd als nieuwbouw. tuinhekjes, tuinmuren en wegmeubilair met een lichte fundering

16. In/op de waterkering zijn tuinhekjes, tuinmuren en wegmeubilair toegestaan als: -

de onderkant van de constructie niet dieper beneden maaiveld reikt dan 30 cm; het bouwwerk niet hoger is dan 1,00 meter. Een toegangspoort mag maximaal 2,00 meter hoog zijn; het bouwwerk hoort bij bestaande bebouwing. Wegmeubilair mag niet hoger zijn dan noodzakelijk voor de functie

17. In de beschermingszone zijn tuinhekjes, tuinmuren en wegmeubilair toegestaan als: -

de onderkant van de constructie niet dieper in de bodem reikt dan 60 cm; de constructie (inclusief fundering) het leggerprofiel niet doorsnijdt; het bouwwerk niet hoger is dan 1,00 meter. Een toegangspoort mag maximaal 2,00 meter hoog zijn; het bouwwerk hoort bij bestaande bebouwing. Wegmeubilair mag niet hoger zijn dan noodzakelijk voor de functie

Sterke dijken, schoon water 69

18. Tijdelijke en/of handmatig eenvoudig demontabele bouwwerken in/op de waterkering zijn toegestaan als: -

het bouwwerk niet op het talud wordt geplaatst; de bekleding van het talud niet wordt aangetast (bijv door schaduwwerking); het bouwwerk ten dienst staat aan particulier tuingebruik; de fundering niet gestort, geslagen of anderszins in de grond is gefundeerd, dus bovenop het maaiveld staat; de grond waarop het semi-permanente bouwwerk staat, eigendom is van de aanvrager.

Buitendijks bouwen, herbouwen of verbouwen

19. Voor buitendijks (her)bouwen gelden de volgende regels: -

als er een profiel van vrije ruimte beschikbaar is, gelden dezelfde criteria als bij binnendijks (her)bouwen; als er geen profiel van vrije ruimte beschikbaar is, moet (her)bouw plaatsvinden buiten het profiel zoals aangegeven in figuur 6, maar in ieder geval buiten de kernzone. Hierbij mag het bouwwerk nooit dichter bij de waterkering gebouwd worden dan in de bestaande situatie.

Figuur 6: buitendijks (her)bouwen

20. Voor buitendijkse verbouwing gelden dezelfde regels als voor binnendijkse verbouwingen. Algemeen Hoge bouwwerken en constructies (bijvoorbeeld windmolens en (zend)masten) die diep in de ondergrond verankerd zijn kunnen een extra nadelige invloed hebben op de waterkering. Voor dit soort bouwwerken op de waterkering en binnen de beschermingszone wordt daarom geen watervergunning verleend.

Toetsingscriteria voor regionale waterkeringen Voor het plaatsen, hebben en onderhouden van semi-permanente objecten in de beschermingszone en voor het uitvoeren van interne verbouwingen van panden in/op de waterkering en beschermingszone van regionale waterkeringen gelden algemene regels. Als wordt voldaan aan deze algemene regel(s), is geen watervergunning nodig. Voor initiatieven die niet aan de algemene regels voldoen, gelden de volgende toetsingscriteria.

1. Aanvragen worden aan de algemene toetsingscriteria getoetst. Daarnaast gelden de volgende bijzondere criteria.

Sterke dijken, schoon water 70

Nieuwbouw permanent bouwwerk

2. Op de waterkering is nieuwbouw van bouwwerken in principe niet toegestaan. Vergunningaanvragen zullen door het waterschap worden getoetst op de vraag of de veiligheid voor de komende 100 jaar is geborgd.

3. Permanente bouwwerken, speciale constructies en andere kapitaalsintensieve werken (bijvoorbeeld tennis/golfbanen), inclusief funderingen mogen het profiel van vrije ruimte en het leggerprofiel niet doorsnijden, met uitzondering van de palen van paalfundaties.

4. In afwijking van criterium 24 is nieuwbouw in het profiel van vrije ruimte, maar buiten het leggerprofiel toegestaan als:

5. er geen vastgesteld profiel van vrije ruimte is en de Waterverordening “handhaven huidige situatie” voorschrijft, of

6. er een vastgesteld profiel van vrije ruimte is, de nieuwbouw plaatsvindt tussen aaneengesloten bebouwing (een bebouwing waarbij het niet mogelijk is een toekomstige dijkversterking in grond uit te voeren) en de overige bebouwing binnen het profiel van vrije ruimte, maar buiten het leggerprofiel staat.

7. Binnen het waterstaatswerk en bijhorende beschermingszones mogen geen holle ruimtes (kruipruimten of ringbalken) onder de bouwwerken worden gemaakt of aanwezig zijn, ook niet boven het profiel van vrije ruimte.

8. Als bouwwerken binnen de beschermingszone, en buiten het profiel van vrije ruimte worden gerealiseerd, moet dat boven het aanwezige maaiveld plaatsvinden. Daarbij mag het maaiveld niet worden verlaagd. Wel kan de aanleg van fundatie-/randbalken en vorstranden die horen bij plaatvloeren toegestaan worden als deze niet dieper dan de gebruikelijke vorstvrije (0,60 m. beneden maaiveld) grens worden aangelegd.

9. Afwijking van de beleidsregels ten aanzien van het aanbrengen van werken beneden het maaiveld is alleen mogelijk als aangetoond wordt dat hierdoor geen negatieve invloed op de stabiliteit ontstaat.

10. De daadwerkelijke aanleg van het profiel van vrije ruimte nu of in de toekomst moet mogelijk zijn zonder dat hierdoor schade aan het aan te brengen werk ontstaat. Ook moet voor toekomstige dijkversterking voldoende werkruimte aanwezig blijven. De aanvrager moet door middel van berekeningen aantonen dat de bebouwing en/of fundatie daarvan geen schade op zal lopen door de belasting van het grondlichaam conform het toekomstige profiel van vrije ruimte.

11. Voor de kabel- en leidingenstrook die beschikbaar moet zijn aan de dijkzijde na een eventuele dijkversterking, en de gronddekking die nodig is bij het leggen van kabels en leidingen, moet nieuwbouw op ten minste 2,00 meter uit het binnentalud van het profiel van vrije ruimte worden gerealiseerd (punt A in figuur 7).

Figuur 7: binnendijks bouwen bij regionale waterkeringen

Sterke dijken, schoon water 71

Herbouw permanent bouwwerk

12. Voor de vervanging van een bestaand bouwwerk door een (nagenoeg) geheel nieuwe constructie wordt geen watervergunning verleend tenzij wordt voldaan aan de beleidsregels voor nieuwbouw.

13. Als minder dan de fundering en 2 buitenmuren van een bouwwerk blijven staan, wordt de herbouw beschouwd als nieuwbouw.

14. Als voor de herbouw aanpassing van de fundering nodig is, wordt de herbouw beschouwd als nieuwbouw.

15. Voor ver- of herbouw van een bestaand bouwwerk wordt geen watervergunning verleend als het bouwwerk in het kader van een vastgesteld of al bekend dijkversterkingplan geheel of gedeeltelijk verwijderd moet worden, tenzij het bouwwerk voldoet aan de criteria voor nieuwbouw en de bouwwerkzaamheden de uitvoering van de dijkversterkingswerken niet hinderen. Uitbreiding permanent bouwwerk

16. Een op zichzelf staand bouwwerk dat binnen het profiel van vrije ruimte staat, mag eenmalig worden 3

uitgebreid met maximaal 100 m . De inhoud van bij de verbouw/uitbreiding gesloopte stenen ruimtes, mogen hierbij worden opgeteld, mits deze niet zullen worden herbouwd of vervangen.

17. In het geval van een uitbreiding van een bouwwerk moet de uitbreiding buiten het leggerprofiel van de waterkering worden gerealiseerd. Doorsnijding van het beheerprofiel is alleen mogelijk wanneer de aanvrager aantoont dat de functie van de waterkering hierdoor niet wordt aangetast.

18. Een uitbreiding van een bouwwerk dat binnen het profiel van vrije ruimte staat, met meer dan 100 m³ wordt beschouwd als nieuwbouw. tuinmuren, tuinhekjes en wegmeubilair met een lichte fundering

19. In/op de waterkering zijn tuinhekjes, tuinmuren en wegmeubilair toegestaan als: - de onderkant van de constructie niet dieper beneden maaiveld reikt dan 30 cm; - het bouwwerk niet hoger is dan 1,00 meter. Een toegangspoort mag maximaal 2,00 meter hoog -

zijn; het bouwwerk hoort bij bestaande bebouwing. Wegmeubilair mag niet hoger zijn dan noodzakelijk voor de functie

20. In de beschermingszone zijn tuinhekjes, tuinmuren en wegmeubilair toegestaan als: - de onderkant van de constructie niet dieper in de bodem reikt dan 60 cm; - de constructie (inclusief fundering) het leggerprofiel niet doorsnijdt; - het bouwwerk niet hoger is dan 1,00 meter. Een toegangspoort mag maximaal 2,00 meter hoog zijn;

- het bouwwerk hoort bij bestaande bebouwing. - Wegmeubilair mag niet hoger zijn dan noodzakelijk voor de functie 21. Tijdelijke en/of handmatig eenvoudig demontabele bouwwerken in/op de waterkering zijn toegestaan als: - het bouwwerk niet op het talud wordt geplaatst; - de bekleding van het talud niet wordt aangetast (bijv door schaduwwerking); - het bouwwerk ten dienst staat aan particulier tuingebruik; - de fundering niet gestort, geslagen of anderszins in de grond is gefundeerd, dus bovenop het maaiveld staat; - de grond waarop het bouwwerk staat, eigendom is van de aanvrager.

Sterke dijken, schoon water 72

Buitendijks bouwen, herbouwen of verbouwen

22. Voor buitendijks (her)bouwen gelden de volgende regels: - als er een profiel van vrije ruimte beschikbaar is, gelden dezelfde criteria als bij binnendijks bouwen;

- als er geen profiel van vrije ruimte beschikbaar is, moet herbouw plaatsvinden buiten het profiel zoals aangegeven in figuur 8. Hierbij mag het bouwwerk nooit dichter bij de waterkering gebouwd worden dan in de bestaande situatie.

Figuur 8: buitendijks (her)bouwen

23. voor buitendijkse verbouwing gelden dezelfde regels als voor binnendijkse verbouwingen. Algemeen

24. Hoge bouwwerken en constructies (bijvoorbeeld windmolens en (zend)masten) die diep in de ondergrond verankerd zijn kunnen een extra nadelige invloed hebben op de waterkering. Voor dit soort bouwwerken binnen de waterkering en bijbehorende beschermingszones wordt daarom geen watervergunning verleend.

Sterke dijken, schoon water 73

5.23 Afgravingen in (buiten)beschermingszones van waterkeringen Wijziging beleidsregel: Zaaknr.

Datum vastgesteld:

omschrijving wijziging:

Kader Keur Deze beleidsregel gaat over keurartikel 3.2 onder 1: 1. Het is verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Hieronder wordt ook verstaan het uitvoeren van afgravingen (grote ontgrondingen) in de (buiten)beschermingszone. Begrip waterstaatswerk In de Keur is sprake van het begrip ‘waterstaatswerk’. Hieronder wordt verstaan zowel een waterkering als een oppervlaktewaterlichaam. Voor de leesbaarheid is in deze beleidsregel het begrip ‘waterstaatswerk’ daar waar het van toepassing is, vervangen door ‘waterkering’. Verklaring van een aantal begrippen Onder afgravingen worden ook ontgrondingen verstaan. Ontgrondingen in buitenbeschermingszones van waterkeringen worden veelal uitgevoerd ten behoeve van zandwinning. Maar ook het maken van een (diepe) parkeerkelder in de beschermingszone valt onder deze beleidsregel.

Voor welke waterkeringen geldt deze beleidsregel? Deze beleidsregel is van toepassing op alle waterkeringen binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland, waarlangs zich buitenbeschermingszones bevinden, zoals in de legger van Waterschap Rivierenland is opgenomen. Raakvlakken met ander beleid Om voor de ontgrondingsbedrijven uniformiteit in het toetsingskader aan te brengen, sluit Waterschap Rivierenland aan bij de CUR-aanbeveling 'Oeverstabiliteit bij zandwinputten', die is opgesteld voor ontgrondingen.

Doel van de beleidsregel Het doel van deze beleidsregel is het beschermen van de functie van waterkeringen als onderdeel van het totale waterstaatkundige systeem. Bij ontgronding is het van belang dat er geen verschuivingen van de oever en/of het dijklichaam optreden, waardoor de stabiliteit en daarmee de waterkerende functie van de waterkering negatief zou kunnen worden beïnvloed.

Toelichting op de beleidsregel Waterkerende functie Ontgrondingen kunnen op een aantal manieren gevaar opleveren voor de waterkering. Het heeft vooral invloed op de stabiliteit van de waterkering. Bij een ontgronding is het mogelijk dat een groot deel van de oever of de wand van een bouwput instort. Als deze instortingen in de buurt van waterkeringen zijn, kunnen ze een negatieve invloed hebben op de stabiliteit van de waterkering.

Sterke dijken, schoon water 85

Toetsingscriteria 1. Aanvragen worden aan de algemene toetsingscriteria getoetst. Daarnaast gelden de volgende bijzondere toetsingscriteria.

2. Bij ontgrondingen buitendijks moet de volgende afstand tot de waterkering aangehouden worden: a. b.

binnen 50 meter van de buitenteen van de waterkering is geen ontgronding toegestaan; tussen 50 en 100 meter van de buitenteen van de waterkering is alleen een ondiepe ontgronding toegestaan mits de ontgronding boven de gemiddelde zomerwaterstand plaatsvindt en een minimaal kleidek van 1,50 meter aanwezig blijft, of verdicht wordt aangebracht.

3. In de buitenbeschermingszone zijn (diepe) ontgrondingen alleen toegestaan, als door het hydrologisch en geotechnisch onderzoek is aangetoond dat er geen negatief effect is op de algehele standzekerheid van de waterkering.

4. Voor alle (diepe) ontgrondingen geldt dat de CUR-aanbeveling 130 gehanteerd wordt bij het ontwerpen en toetsen van de uit te voeren ontgronding.

5. In de (buiten)beschermingszone zijn ontgravingen alleen toegestaan, nadat uit onderzoek is gebleken of er toename van kwel zal zijn en in het bevestigende geval, nadat die kwel is gecompenseerd.

Sterke dijken, schoon water 86

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=278c4b4e-37c2-48b0-9ed2-e5643f7d5a1c