Bijlage 2 Toelichting bij de tekst van het raadvoorstel
Tekst van het document
Bijlage 2: Toelichting bij de tekst van het raadsvoorstel In feite zijn er vanaf 1 januari 2024 ongewenste hiaten in de bodemregelgeving. Hieronder volgt een uitleg van deze hiaten.
i) Bouwen op verontreinigde grond (beslispunt 2; artikelen XX.3 t/m XX.6) Het eerste hiaat in de regelgeving na 1 januari 2024 is dat er gebouwd kan worden op sterk verontreinigde grond wanneer de betreffende verontreinigingen niet in de stoffenlijst van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn opgenomen.
Dit is zowel bij vergunningsplichtige als meldingsplichtige bouwactiviteiten. In de huidige regelgeving moet bij een bouwactiviteit gesaneerd worden als sprake is van een sterke bodemverontreiniging (met omvang meer dan 25 m3 of asbest). Onder de Omgevingswet kan sanering alleen worden voorgeschreven als de verontreiniging op de lijst met stoffen in het Besluit activiteiten leefomgeving staat. Niet alle verontreinigingen staan op deze lijst. Niet reguliere stoffen en ook PFOA staan bijvoorbeeld niet op deze lijst. ii) Graven in de bodem (beslispunt 2; artikelen XX.7 en XX.8) Het tweede hiaat in de regelgeving na 1 januari 2024 is dat er zonder maatregelen gegraven kan worden in sterk met PFOA verontreinigde grond, omdat de betreffende verontreiniging niet in de stoffenlijst van het Besluit activiteiten leefomgeving is opgenomen.
In de huidige regelgeving zijn maatregelen verplicht bij het graven in sterk verontreinigde grond. Onder de Omgevingswet zijn deze maatregelen alleen verplicht als de verontreinigende stof op de stoffenlijst in het Besluit activiteiten leefomgeving staat. PFOA staat hier niet op.
iii) Saneren van de bodem (beslispunt 2; artikel XX.9) Het derde hiaat in de regelgeving na 1 januari 2004 is dat vluchtige, uitdampende stoffen bij sanering niet hoeven worden te verwijderd.
In de huidige regelgeving moet bij de activiteit saneren een vluchtige, uitdampende stof tot zover verwijderd worden dat er geen uitdamping naar de binnenlucht van bijvoorbeeld een woning meer plaatsvindt. Onder de Omgevingswet hoeft zo een stof niet verwijderd te worden en hoeft uitdamping naar de binnenlucht niet voorkomen te worden. Dit kan leiden tot gezondheidsrisico's.
iv) Toepassen van bouwstoffen en grond (beslispunt 2; artikelen XX.10 en XX.11) Het vierde hiaat in de huidige regelgeving en de regelgeving na 1 januari 2024, is dat hergebruik van thermisch gereinigde grond- en aandachtsbouwstoffen onvoldoende is gereguleerd.
Uit rapportages en publicaties van RIVM en ILT blijkt dat de wetgeving niet of onvoldoende toereikend is om thermische gereinigde grond en aandachtsbouwstoffen (zoals staalslakken, AVI-bodemas en immobilisaat) veilig voor mens en milieu te kunnen gebruiken. Toepassing van deze grond en bouwstoffen kan niet worden tegengegaan. Daarnaast geld er voor bouwstoffen geen meldplicht, waardoor toezicht en handhaving moeilijk is. Dit is een nieuw probleem dat is ontstaan door ontwikkelingen in deze sector. De Omgevingswet dekt net als de huidige regelgeving de risico's voor mens en milieu onvoldoende af.
Wettelijke basis In artikel 4.14 van de Omgevingswet is bepaald dat een gemeente een voorbereidingsbesluit kan nemen. Met dit besluit worden voorbeschermingsregels aan het omgevingsplan toegevoegd. In artikel 4.14 staat ook dat de voorbeschermingsregels in het omgevingsplan vervallen na 1,5 jaar of als de regels eerder (per besluit) zijn omgezet naar definitieve regels voor in het omgevingsplan. Raadsbevoegdheid: Het college stelt het besluit op, de gemeenteraad beslist.i Deadline Laatste gemeenteraad van 2023. Dit voorbereidingsbesluit moet in 2023 worden vastgesteld. Een voorbereidingsbesluit treedt in werking op de dag van bekendmaking. De bekendmaking van dit besluit dient op 1 januari 2024 plaats te vinden (datum inwerkingtreding Omgevingswet), omdat dit besluit voorkomt dat er met inwerkingtreding van de Omgevingswet bodemactiviteiten moeten worden toegestaan waarvan bekend is dat die schadelijk kunnen zijn voor mens of natuur. Inleiding & Achtergrond Beslispunt 1) gaat over het besluit om het omgevingsplan te wijzigen met nieuwe bodemregels. Deze regels worden noodzakelijk geacht vanwege hiaten in de huidige regelgeving. Beslispunt 2) gaat over het besluit om in afwachting hierop een voorbereidingsbesluit met voorbeschermingsregels te nemen en beslispunt 3) betreft de toelichting op de voorbeschermingsregels.
Hieronder worden deze beslispunten en de voorbeschermingsregels uitgelegd. Wat is een voorbereidingsbesluit? Met een voorbereidingsbesluit voorkomt de overheid dat activiteiten plaatsvinden die in strijd zijn met in voorbereiding zijnde regels voor in het omgevingsplan. Dit heet voorbescherming. Een voorbereidingsbesluit bevat voorbeschermingsregels. Een voorbereidingsbesluit gaat altijd vooraf aan een ander besluit, zoals in dit geval een besluit tot wijziging van het omgevingsplan door vaststelling van nieuwe bodemregels in het omgevingsplan. Bodemregels omgevingsplan Het voorbereidingsbesluit bodem dat aan de gemeenteraad wordt voorgelegd gaat vooraf aan een in de naaste toekomst voor te leggen besluit tot vaststelling van nieuwe bodemregels in het omgevingsplan. In de regio wordt door de gemeenten gezamenlijk, samen met Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, een actueel regionaal bodembeleid ontwikkeld. Alle gemeenten die dit regionale bodembeleid als eigen beleid vaststellen kunnen dit beleid vervolgens borgen door vaststelling van de nieuwe bodemregels in het omgevingsplan. De nieuwe bodemregels De bodemregels onderdeel van het actuele regionale beleid zijn niet gereed voor 1 januari 2024, maar naar verwachting in 2024 of begin 2025. De nieuwe bodemregels bevatten onder andere regels voor: 1.
Bouwen op verontreinigde grond
2.
Graven in de bodem
3.
Saneren van de bodem
4.
Toepassen van bouwstoffen en grond
i In het geval dat de raadsbevoegdheid bij besluit is gedelegeerd en het college bevoegd
is, beslist het college. NB: Gezien de Omgevingswet zal een delegatiebesluit voor het college pas op zijn vroegst op 1 januari 2024 gaan gelden en kan het college daarna pas een besluit nemen.
1