Bijlage 2 PvE POA_maart_2024_versie_4.2_definitief - PvE
Tekst van het document
Procesopvanglocatie amv (poa)
Versie: maart 2024
DEFINITIEF
Procesopvanglocatie amv (poa)
1 Inhoud 1
2
3
4
Inleiding .................................................................................................................................... 3 1.1
Ruimtelijk Functioneel Programma van Eisen procesopvanglocatie amv ..................................... 3
1.2
Alleenstaande minderjarige vreemdelingen ................................................................................. 3
1.3
Huisvesting van amv ................................................................................................................... 3
1.4
Doelstelling Programma van Eisen .............................................................................................. 4
Algemene uitgangspunten ........................................................................................................ 6 2.1
Missie en doelstellingen COA, vastgoedvisie .............................................................................. 6
2.2
Wetgevend kader ........................................................................................................................ 6
2.3
Beleidsmatig kader...................................................................................................................... 6
2.3.1
Kinderen in de opvang......................................................................................................... 6
2.3.2
Brandveiligheid ................................................................................................................... 7
2.3.3
Legionella ........................................................................................................................... 7
2.3.4
(Sociale) veiligheid ............................................................................................................. 7
Leefbaarheid ............................................................................................................................. 9 3.1
Beheersbaarheid .......................................................................................................................... 9
3.2
Duurzaamheid ........................................................................................................................... 10
Gebouwen ............................................................................................................................... 11 4.1
Woongebouwen ........................................................................................................................ 11
4.2
Activiteitenruimten ................................................................................................................... 12
4.2.1
Recreatieruimte ................................................................................................................. 12
4.2.2
Leskeuken ......................................................................................................................... 12
4.3
4.3.1
Kantoren COA .................................................................................................................. 13
4.3.2
Vergaderruimte en spreekkamers ....................................................................................... 14
4.3.3
Opslag............................................................................................................................... 14
4.4
5
Ondersteunende functies en kantoorfuncties .............................................................................. 13
Ruimte ketenpartners ten behoeve van poa stand-alone.............................................................. 14
4.4.1
Receptie/ beveiliging ......................................................................................................... 14
4.4.2
GZA.................................................................................................................................. 14
4.4.3
Nidos ................................................................................................................................ 15
4.4.4
VWN ................................................................................................................................ 15
Terrein .................................................................................................................................... 15
1
Procesopvanglocatie amv (poa) 6
Ruimtestaat ............................................................................................................................. 16
7
Getekende ruimtestaat ........................................................................................................... 18
Bijlage 1 Afkortingen ..................................................................................................................... 19
2
Procesopvanglocatie amv (poa)
1 Inleiding 1.1
Ruimtelijk Functioneel Programma van Eisen procesopvanglocatie amv
Dit Ruimtelijk Functioneel Programma van Eisen (hierna RFPvE) vormt de leidraad voor de inrichting van de opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (hierna: amv) in een procesopvanglocatie amv (hierna: poa). Dit RFPvE omvat zowel het programma van poa op het azc als dat van poa stand-alone. De beide programma’s zijn gelijk aan elkaar, met dien verstande dat bij poa stand-alone aanvullende voorzieningen getroffen moeten worden voor (keten)partners. Deze aanvullende eisen staan benoemd in hoofdstuk 4. 1.2
Alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (hierna: amv) zijn asielzoekers jonger dan 18 jaar, die bij binnenkomst in Nederland niet worden begeleid door een ouder of een meerderjarige bloed- of aanverwant. De jongeren krijgen in Nederland een jeugdbeschermer toegewezen van Stichting Nidos. De opvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen is er primair op gericht om continuïteit en stabiliteit in levensomstandigheden te bieden en de voorwaarden te scheppen waaronder de jongeren zich kunnen herstellen en verder kunnen ontwikkelen. Het is essentieel dat vaardigheden om richting te geven aan het eigen leven worden ontwikkeld en dat de jongeren zelf keuzes gaan maken voor de toekomst. Procesdoelstelling amv-opvang: 1. Bieden van continuïteit en stabiliteit in de leefomstandigheden; 2. Ontwikkelen van competenties om richting te geven aan het eigen leven; 3. Creëren van een evenwichtig opvangklimaat in een mensvriendelijke omgeving. Amv die in Nederland asiel aanvragen, worden eerst opgevangen in een poa. Hier worden zij in de rust- en voorbereidingstijd (3 weken) voorbereid op de algemene asielprocedure (6-8 dagen). Op een poa zouden jongeren normaliter voor een periode van maximaal 10 weken verblijven. Wanneer een jongere een positieve beschikking krijgt stroomt hij uit naar Nidos.
Bij een negatieve beschikking of wanneer een jongere de verlengde asielprocedure ingaat, stroomt hij door naar een kleine woonvoorziening van het COA. De kleine woonvoorzieningen (hierna: kwv) kennen een eigen Programma van Eisen (hierna: PvE). Jongeren van 13 en 14 jaar worden in principe door Nidos in een opvanggezin geplaatst. Indien er geen passend opvanggezin is worden deze jongeren alsnog bij het COA geplaatst in een kwv voor 13- en 14jarigen. Belangrijk uitgangspunt bij de inrichting van het PvE is dat de jongere centraal staat en dat in de naaste omgeving van de opvangplek alle voorzieningen aanwezig zijn voor de jongeren om zich te kunnen ontplooien. Concreet betekent dit dat binnen een fietsafstand van ca. 5 km voorzieningen als onderwijs, winkels voor eerste levensbehoeften, sportclubs en verenigingsleven, aanwezig zijn. Bij de afstand tot voorzieningen gaat het er vooral om dat deze makkelijk en veilig bereikbaar zijn. De afstand is daarmee ook afhankelijk van de tijd waarvoor een locatie gerealiseerd wordt en of er goede verbindingen zijn.
1.3
Huisvesting van amv
Bij elke fase van het proces behoort een ander type opvangprogramma, de amv zal dus met verschillende opvangprogramma’s in aanraking komen. Onderstaand schema geeft het proces van de amv op hoofdlijnen weer.
3
Procesopvanglocatie amv (poa)
Dit programma van eisen gaat over de procesopvanglocatie voor amv, de poa. Poa’s kunnen zowel op een azc als stand-alone voorkomen. De eisen aan woonvoorzieningen alsmede de eisen aan kantoren en activiteitenruimten zijn voor alle poa’s gelijk. Het verschil tussen een poa op een azc en een poa stand-alone zit in de ruimten voor ketenpartners. In een poa op een azc zijn al ruimten voor o.a. GZA en VWN voorzien, als onderdeel van het azc. Daarvan kan ten behoeve van de poa gebruik worden gemaakt. Voor de poa stand-alone worden apart ruimten ten behoeve van ketenpartners voorzien. Deze ruimten zijn beschreven in hoofdstuk 4. De poa’s worden bij voorkeur gerealiseerd in op een azc. Indien poa als stand-alone wordt gerealiseerd, heeft deze in principe geen relatie met een azc. Indien de poa binnen redelijke afstand ligt van een azc, kan mogelijk van de faciliteiten van dit azc gebruik worden gemaakt. In de poa worden 50 tot 80 amv opgevangen met een leeftijd van 15 tot 18 jaar. Zij krijgen 24/7 begeleiding. Deze begeleiding is gericht op het vergroten van zelfredzaamheid in een veilige omgeving.
1.4
Doelstelling Programma van Eisen
Dit RFPvE beschrijft de het functioneel-ruimtelijke eisenpakket, noodzakelijk voor het realiseren van de opvang van amv in een proces opvanglocatie. Dit PvE dient als basis voor de door het COA uit te voeren schouw, voordat overgegaan wordt tot het realiseren van leefgroepen op een bepaalde locatie. Afwijking van het PvE kan worden overeengekomen en zal schriftelijk worden vastgelegd in het schouwrapport. Dit PvE is richtinggevend. In de praktijk betekent dit dat er geen enkele locatie volledig zal voldoen aan de beschreven uitgangspunten uit dit PvE. Daarom is vroegtijdig overleg in dit stadium van belang. Na de schouw neemt daarom de Vastgoedregisseur Ontwikkeling van V&F contact op met de manager amv van O&B. In dit overleg wordt gezamenlijk afgestemd hoe tot een optimale uitvoering wordt gekomen van dit PvE in relatie tot het aan te passen pand.
4
Procesopvanglocatie amv (poa) Zo zijn de volgende uitgangspunten belangrijk gebleken: • Communicatie tussen V&F met de gebruiker (O&B) en de aannemer, in het gehele traject van verbouw en verrichten van aanpassingen in/aan het gebouw. Voor start, mogelijke werkzaamheden / aanpassingen inzichtelijk maken en een gezamenlijke ronde maken om e.e.a. goed vast te leggen, omtrent het gebruik en (on)mogelijkheden van de bestaande situatie. Dit voorkomt ergernissen en bespaart uiteindelijk in kosten en tijd. • In dit gezamenlijke overleg wordt ook vastgelegd: het sluitplan van de locatie, wel/niet elektrisch, wel/niet nachtsluiting, tagsysteem op de voordeur/hoofdingang (zie ook § 3.1.1) en gebruik spreekkamer. Voor de opvangvorm poa is tot nog toe geen RFPvE opgesteld. Daarbij is poa stand-alone een vrij nieuwe mogelijkheid. De PvE’s voor RGO1 en RGO2, Opvanglocaties (2016) en het recente RFPvE voor de nieuwbouw van azc Oisterwijk (december 2022), waar een poa gevestigd is, vormen de basis voor dit RFPvE. Het onderhavige RFPvE is tot stand gekomen met inbreng van: Naam Functie Wim Bender Senior beleidsadviseur Nadia Magdache Beleidsadviseur amv Caroline Rombouts Projectmanager tijdelijke opvang amv Hilda van der Vlag Manager amv Natalie Wilmink Vastgoedregisseur ontwikkeling Johan van der Have Beleidsregisseur Roy Dols Sr.
Beleidsadviseur / Portefeuillemanager V&F Raymond Kempkens Teamhoofd Vastgoed Bestuurlijk
Afdeling Vastgoed & Facilitair Opvang & Begeleiding Opvang & Begeleiding Opvang & Begeleiding Vastgoed & Facilitair Beleid & Primair proces Vastgoed & Facilitair Vastgoed & Facilitair
5
Procesopvanglocatie amv (poa)
2 Algemene uitgangspunten 2.1
Missie en doelstellingen COA, vastgoedvisie
De vluchtelingencrisis van 2015-2016 vormde mede aanleiding om beter te anticiperen en voorbereid te zijn op de toekomst. Beter samen te werken met partners en slimmer om te gaan met capaciteit, en op deze wijze te werken aan de missie van het COA. Hier is richting aan gegeven in de Meerjarenstrategie COA 2020-2025. Om deze missie goed te kunnen uitvoeren ziet COA de volgende drie strategische doelstellingen als belangrijkste uitdagingen: 1. Het COA biedt altijd genoeg menswaardige opvang en schaalt flexibel op en af. 2. Het COA stelt bewoners in staat en stimuleert hen zelfredzaam te zijn. 3. Het COA handelt transparant en voorspelbaar en creëert samen met partners maatschappelijke meerwaarde en draagvlak. Deze doelstellingen zijn in de Meerjarenstrategie uitgewerkt naar tactische en operationele doelstellingen. De vastgoedvisie berust op een drietal pijlers welke gedestilleerd zijn uit de Meerjarenstrategie COA 2020-2025: 1. Een stabiele portefeuille: COA realiseert een stabiele, lange termijn inzetbare portefeuille die op korte termijn flexibel kan worden ingezet; 2. Een duurzame portefeuille: COA realiseert haar huisvesting humaan en betaalbaar, zonder belasting van het milieu; 3. Een doelmatige portefeuille: COA beheert en exploiteert haar vastgoedportefeuille efficiënt en doelmatig. De uitwerking van deze pijlers is opgenomen in de Vastgoedvisie COA, juli 2021.
2.2
Wetgevend kader
Alle opvanglocaties moeten minimaal voldoen aan wet- en regelgeving waaronder het Bouwbesluit. Het Bouwbesluit kent verschillende gebruiksfuncties van gebouwen, die elk andere eisen stellen aan o.a. afmetingen en brandveiligheid. Voor de woningen wordt uitgegaan van de woonfunctie. De andere functies (onderwijs, kantoren, gymzaal) moeten voldoen aan de relevante gebruiksfuncties in het Bouwbesluit. Voorts kent het Bouwbesluit voor de opvang van asielzoekers enkele vrijstellingen: een berging en een buitenruimte zijn niet verplicht. Voor zover de eisen in het RFPvE en TPvE lager zijn dan het wettelijk vereiste niveau, is het wettelijk vereiste niveau bepalend.
2.3
Beleidsmatig kader
In deze paragraaf worden een aantal onderwerpen behandeld die een belangrijke rol spelen bij het COA en waar in het verleden beleid voor is ontwikkeld. Het zijn onderwerpen die te maken hebben met het specifieke karakter van opvang van asielzoekers. 2.3.1
Kinderen in de opvang
Kinderen zijn een kwetsbare groep in de opvang, die extra aandacht verdient. Het COA wil zorgdragen voor het creëren van een veilige omgeving waarin een kind zich kan ontwikkelen. Een aantal uitgangspunten hierbij zijn: • Nidos is de wettelijke vertegenwoordiger en verantwoordelijk voor de belangen van de amv; • Primair is bij het nemen van beleidsbeslissingen en uitvoeringsbeslissingen in het belang van het kind;
6
Procesopvanglocatie amv (poa) • • •
Het COA draagt zorg voor het creëren van een veilige omgeving; Het COA draagt zorg voor een omgeving waarin het kind zich kan ontwikkelen. Op locaties waar veel kinderen aanwezig zijn wordt extra aandacht besteed aan voorzieningen (activiteitenruimtes speciaal voor kinderen en voldoende speelplekken buiten). Naast kinderen zijn er meerdere kwetsbare doelgroepen (o.a. vrouwen, lhbtq, bama). 2.3.2
Brandveiligheid
Asielzoekers zijn niet altijd bekend met, of zich bewust van de gevaren van brand. Daarnaast is sprake van een hoge dichtheid van bewoners binnen een gebied of gebouw. Dit vraagt extra aandacht voor de brandveiligheid en vluchtwegen. Voor inhoudelijke informatie wordt verwezen naar het Technisch Programma van Eisen (TPvE). Brandmeldsystemen moeten voldoen aan voorwaarden en geldende eisen. Een brandmeldpaneel meldt waar de melder afgaat zodat snel en doelmatig kan worden opgetreden. 2.3.3
Legionella
Het COA is een prioritaire instelling zoals bedoeld in het Drinkwaterbesluit. Dit stelt specifieke eisen aan het ontwerp en het gebruik van drinkwaterinstallaties. De locaties dienen met betrekking tot drinkwaterinstallaties en legionella te voldoen aan de geldende wettelijke vereisten en voorschriften alsmede van toepassing zijn de normen en richtlijnen. Voor inhoudelijke informatie wordt verwezen naar het Technisch Programma van Eisen. 2.3.4
(Sociale) veiligheid
Wat betreft de veiligheid kan deze in hoofdlijnen opgesplitst worden in de veiligheid van de asielzoeker en de veiligheid van het personeel. Veiligheid asielzoekers Eén van de doelstellingen voor de opvang van amv in het kader van orde en veiligheid is omschreven als: een ordelijke opvang en bijdragen aan een zo veilig mogelijke opvang en werkomgeving door bijvoorbeeld aandacht te besteden aan gecontroleerde en beheerste toegangsstromen per woonunit. Er dient daarom voldoende toezicht te zijn op de omgeving door middel van: 1. Toegangscontrole Een voorwaarde is dat er een persoonsregistratie/toegangscontrole wordt gerealiseerd, door middel van het aanbrengen van een persoonsregistratiesysteem bij de ingang. Iedere slaapkamerruimte dient met een unieke sleutel of toegangspas afsluitbaar te zijn. 2. Camera's Bij iedere toegangsdeur tot een amv woongedeelte dient een camera aanwezig te zijn die alle personen die zich in de buurt van de deur bevinden, herkenbaar in beeld brengt. Dit is afhankelijk van de situering van de gebouwen en kan per locatie verschillen. Er dient voldoende verlichting in en rondom het gebouw en op parkeerplaatsen aanwezig te zijn zodat de amv zich veilig voelen. Indien daar aanleiding voor is, worden camera’s geplaatst in kritische ruimten zoals een recreatieruimte. Een en ander met inachtneming van privacywetgeving.
De ontwerper dient zich er bewust van te zijn dat asielzoekers uit uiteenlopende culturen komen en niet altijd gewend zijn aan zaken die in Nederland gebruikelijk zijn. Zo is open water niet wenselijk omdat veel asielzoekers geen zwemdiploma hebben en moeten apparaten eenvoudig te bedienen zijn. Voorts mogen gebouwen, of onderdelen van gebouwen e.d. niet opklimbaar zijn, dienen brandbare materialen zoveel mogelijk vermeden te worden. Kortom, er dient ontworpen te worden met een bewustzijn dat alles extra
7
Procesopvanglocatie amv (poa) eenvoudig en veilig moet zijn. Een juiste keuze van materialen en kleuren kan leefbaarheid, veiligheid en beheersbaarheid gunstig beïnvloeden. Sociale veiligheid wordt voor de asielzoeker gerealiseerd door in de gebouwen overzicht en een vriendelijke- en toegankelijke uitstraling te realiseren. Dit kan bijvoorbeeld door het aanbrengen van kleuren. Geen onoverzichtelijke, donkere gangen. Trappen waar spiegels zijn opgehangen om onverwacht en ongewenste contacten te voorkomen. De beveiliging van het centrum zelf, zoals permanente bewaking en hekken is in tegenstelling tot wat mensen vaak denken niet gericht op het binnenhouden van de asielzoeker, maar is juist meer gericht op het beschermen van de asielzoekers tegen ongewenste personen van buiten het centrum, zoals personen die asielzoekers ‘ronselen’. Het terrein, maar ook de toegangen van gebouwen dienen zo min mogelijk verholen hoeken of plekken te kennen waar men zich kan verbergen. Overzichtelijkheid biedt de gebruikers een gevoel van veiligheid. Tegelijkertijd moet het wel leefbaar zijn. Dus geen kale vlakte, zichtlijnen moeten niet-onderbroken zijn en de toegangen van gebouwen dienen (zoveel mogelijk) vanuit een centraal punt te overzien zijn. Veiligheid personeel Op locatie wordt een aantal maatregelen genomen om het personeel te beschermen en incidenten zoveel mogelijk te voorkomen.
Incidenten kunnen o.a. ontstaan door de omstandigheden, zoals dat asielzoekers soms getraumatiseerd zijn, dan wel boos of wanhopig als de asielprocedure niet gunstig voor ze verloopt. Naast de veiligheid van personeel en bewoners, zit er verder ook een communicatief aspect aan het zo goed mogelijk voorkomen van incidenten. De veiligheid van personeel wordt in belangrijke mate gewaarborgd door logistieke maatregelen. Zo zijn er toegankelijkheidszones waar asielzoekers niet of slechts op verzoek mogen komen, zoals bij een afspraak met een arts. Uiteraard zijn er ook zones die geheel toegankelijk zijn, zoals recreatieruimtes, de woonkamer en de eigen slaapkamer. De overige maatregelen zijn vooral technisch van aard zoals (elektronische) sluiting van deuren, een portofoonsysteem, vluchtwegen en alarmering op spreekkamers etc.
8
Procesopvanglocatie amv (poa)
3 Leefbaarheid Het COA is bij wet belast met de materiële en immateriële opvang van asielzoekers. Het uitgangspunt hierbij is dat de opvang sober doch humaan is maar niet onderdoet voor de kwaliteit van de voorzieningen zoals in Nederland te doen gebruikelijk is. In die zin is er een sterk vergelijk met de sociale woningbouw, eenvoudig, betaalbaar maar leefbaar. De woningen dienen dan ook te voldoen aan het bouwbesluit. In de visie van het COA staat de eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid van de asielzoeker centraal. Onderzoek (OVVM) heeft aangetoond dat een prettig woon- en leefklimaat een voorwaarde is voor het nemen van eigen verantwoordelijkheid van de asielzoeker. De COA-medewerkers nemen hun verantwoordelijkheid in het optimaliseren van de zelfredzaamheid van de asielzoeker. Een aantal speerpunten dat te maken heeft met deze onderwerpen, wordt hieronder benoemd: • Privacy: asielzoekers hebben behoefte aan privacy, dit is o.a. vertaald in het hebben van een eigen afsluitbare kamer, maar ook bijvoorbeeld in de toepassing van glas. In de woning wil de asielzoeker van buitenaf niet zichtbaar zijn. Daarom zijn grote doorzichtige glasvlakken niet wenselijk, deze worden in de praktijk onmiddellijk afgeplakt. • Herkenbaarheid: herkenbare architectuur is van belang voor het geheel, maar ook de herkenning van de eigen woning.
Het moet eenvoudig (sober) zijn, maar tegelijkertijd menselijk en van een menselijke schaal (‘buurtjes of wijkjes’ vergroten de leefbaarheid en nemen de massaliteit weg op grotere centra zoals bijvoorbeeld gerealiseerd in Ter Apel). • Kleurgebruik: COA wil uitdrukkelijk geen anonieme woonkazernes. Variatie is van belang en kan onder andere gezocht worden in steenkeuzes, kleuren, metselverbanden, details, versprongen gevels et cetera. Een goed en doordacht kleurgebruik heeft een positieve invloed op de sfeer in een ruimte en de gemoedstoestand, het welzijn en het functioneren van de gebruikers. Het oriënteren op de locatie wordt voor alle gebruikers maar met name voor kleine kinderen vereenvoudigd. Voor het terrein geldt dat het kleurgebruik versterkend dient te zijn aan het leefklimaat; een prettig verblijf in de buitenruimte, maar eenvoudig te onderhouden en veilig. COA hanteert een fotoboek van praktijkvoorbeelden waarin meer inspiratie is te vinden om de ervaring te beleven waarop hier wordt gedoeld. • Kwaliteit: kwaliteit van de omgeving, beïnvloedt het gedrag van de gebruiker. Dit gaat niet alleen op voor de eerder genoemde menselijkheid en herkenbaarheid, maar geldt ook voor de onderhoudsstaat. Een omgeving die schoon en heel is, nodigt uit tot positief gedrag.
Vanwege het intensieve gebruik dient elke plek binnen of buiten, robuust en molestbestendig te zijn, bij schade of vervuiling moet dit eenvoudig bij te werken zijn doch een uitstraling te hebben van huiselijk- en geborgenheid.
3.1
Beheersbaarheid
De kerntaak van het COA is het binnen de kaders en uitgangspunten, opvangen en begeleiden van asielzoekers. Daarbij hoort het zo goed mogelijk huisvesten van asielzoekers (de materiële opvang), zodat de gebruiker; het personeel, zich zoveel mogelijk kan concentreren op de immateriële opvang en het begeleiden van asielzoekers. Hoe minder aandacht er gaat naar het beheersen van de huisvesting, hoe beter. Vandaar de eisen voor robuustheid en soberheid, zoals hierboven al toegelicht. De humaniteit en leefbaarheid van het centrum hebben invloed op de beheersbaarheid. Een balans tussen robuustheid, eenvoud tegenover menselijkheid, leefbaarheid en huiselijkheid is dus van belang. Dit gaat op voor zowel bewoners alsook voor personeel. Beheersbaarheid heeft ook een financieel aspect, het COA is een maatschappelijke organisatie die in de basis gefinancierd wordt per asielzoeker. Het is daarom zowel maatschappelijk als financieel van belang om de onderhouds- en exploitatiekosten te beperken.
9
Procesopvanglocatie amv (poa) Het Gebouw Beheers Systeem (GBS) is een middel om de beheersbaarheid van het centrum te verhogen. Het GBS geeft inzicht in het energieverbruik van onze bewoners, signaleert storingen in de installatie en geeft informatie over waterverbruik. Deze gegevens zijn voor het COA van belang om een centrum zo efficiënt mogelijk te beheren en te kunnen sturen waar nodig. Het is voor de eigenaar (V&F) en voor de gebruiker (O&B) belangrijk hieraan in de beheer- en exploitatiefase aandacht te geven. Maar ook de materiaalkeuzes van de gebouwen en de keuzes in de techniek zijn van groot belang. Ook hier is het COA op zoek naar balans. Uitgangspunt is een duurzaam centrum (zie ook het onderwerp duurzaamheid) maar tegelijkertijd dienen gebouwen en de woning voorzien te zijn van een dusdanige robuuste en eenvoudige techniek, dat onderhoud en actieve inmenging nauwelijks nodig zijn. Bijkomende factoren: kostenminimalisatie en beheersbaarheid.
3.2
Duurzaamheid
Het COA neemt zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid en heeft ambities op het gebied van duurzaamheid. Bij alles wat we doen, streven we ernaar om waarde toe te voegen aan mens, maatschappij en milieu. Meerwaarde voor het milieu bieden we onder andere door in te zetten op circulariteit (minder restafval en meer hergebruik van materialen), het vergroten van de biodiversiteit op de locatie, het verduurzamen van het energieverbruik en het opwekken van duurzame energie, inzetten op duurzame huisvesting en op duurzaam vervoer. Duurzaamheid beperkt zich wat betreft de omvang niet alleen tot de bouw van het asielzoekerscentrum, maar betreft ook de omgeving, de inrichting, het gebruik en de exploitatie van de volledige locatie. Zie hiervoor ook; Verduurzaming vastgoed
10
Procesopvanglocatie amv (poa)
4 Gebouwen 4.1
Woongebouwen
Voor poa op een azc is sprake van afgescheiden woongebouwen. De woongebouwen liggen in de directe nabijheid van het amv-kantoor, waar te allen tijde (24-uur per dag) toezicht aanwezig is. Toegang tot de woon- en activiteitengebouwen is alleen mogelijk voor medewerkers en bewoners van de poa en voor de huismeesters van het azc. Asielzoekers afkomstig van de reguliere opvang zijn niet geautoriseerd om de gebouwen van de woongroep te betreden zonder toestemming. De amv hebben een tweemaal daagse (digitale) meldplicht. De wooneenheden hebben verschillende verschijningsvormen. Dit kunnen bijvoorbeeld appartementen, woningen of kamers met gedeelde voorzieningen zijn. Een huiselijke en warme sfeer in de wooneenheden is belangrijk. De bewoners zijn zelf verantwoordelijk voor de schoonmaak van de wooneenheid. Het aantal personen per wooneenheid kan variëren. Bij de berekening van de ruimten is uitgegaan van een wooneenheid voor 8 personen. Er is een woonkamer voor elke 8 bewoners. In de woonkamer dient rekening te worden gehouden met een tv-aansluiting. Per 8 bewoners is een keuken voorzien. De keuken is onder andere voorzien van vier kookpitten en een afzuigkap. In de keuken heeft iedere bewoner een afsluitbare eigen kastruimte. De keuken is voorzien van twee tafelmodel koelkasten. De keuken kan worden gecombineerd met een woonkamer tot woonkeuken.
In sommige gevallen is sprake van een centrale keuken. Deze moet qua omvang en voorzieningen zijn afgestemd op het aantal bewoners dat er op aangewezen is. Slaapkamers zijn bij voorkeur voor een of twee personen, maar maximaal voor drie personen i.v.m. leefbaar- en veiligheid. De slaapkamers grenzen aan een gangzone en zijn niet direct vanuit de woonkamer/keuken bereikbaar. Dit om de bruikbaarheid van de woonkamer/keuken te vergroten en de rust voor de jongeren te vergroten. In de slaapkamer heeft de bewoner de beschikking over een bed, een kast en een stoel. Privacy in de zin van inkijk, afsluitbaarheid en goede geluidisolatie spelen een belangrijke rol. Per 8 bewoners wordt voorzien in een badkamer met douche en wastafel en een apart toilet. Badkamer en toilet zijn afsluitbaar en bieden geen inkijkmogelijkheden en zijn gescheiden voor jongens en meisjes. Er is een was- en droogruimte per 16 bewoners. In geval van woningen en appartementen wordt de een was- droogcombinatie in de woning geplaatst, bijvoorbeeld gestapeld in een nis. Op de poa wordt, bij de woonvoorzieningen voor amv, een time out ruimte gerealiseerd. Deze ruimte wordt gebruikt als pedagogische maatregel om een jongere korte tijd apart in een rustige omgeving te plaatsen voor de eigen veiligheid of die van anderen.
Een time out ruimte is een slaapkamer voor één persoon, apart toegankelijk en, indien mogelijk, met eigen sanitaire voorzieningen. Waar mogelijk wordt een wooneenheid voor miva gerealiseerd, met aangepaste voorzieningen.
11
Procesopvanglocatie amv (poa) Het maken van het huiswerk en de begeleiding daarvan kan geschieden in de wooneenheid, in een leslokaal of in een activiteitenruimte op het azc.1 Een leslokaal en activiteitenruimte zijn zodanig ingericht dat ze een stimulerende omgeving bieden voor de jongeren.
4.2
Activiteitenruimten
De poa beschikt over eigen, afgescheiden voorzieningen zoals een multifunctionele ruimte en een recreatiezaal. Er dient een multifunctionele ruimte te zijn waar de jongeren gebruik van maken en waar methodische/ groepswerkprocessen plaatsvinden. De multifunctionele ruimten worden zo ingericht dat meerdere activiteiten kunnen plaatsvinden, bijvoorbeeld gebruik als bioscoop/films kijken. Toegang tot de activiteitenruimten van amv is alleen mogelijk voor medewerkers en bewoners van de poa, met uitzondering van de huismeesters van het azc. Asielzoekers afkomstig van de reguliere opvang of andere buitenstaanders zijn in principe niet geautoriseerd om de activiteitenruimten van amv te betreden. Het kunnen gebruiken van een praktijkruimte/ handvaardigheidslokaal gebruikt voor naailes, handvaardigheid en als praktijkruimte is wenselijk. 4.2.1
Recreatieruimte
Naast de multifunctionele ruimte is er een recreatieruimte waarin zich een pantry bevindt. De recreatieruimte heeft een multifunctionele functie. Hier vinden groepsprocessen plaats, sociale interactie d.m.v. spel. Onderlinge interactie wordt door groepsleiding vormgegeven in het agogische proces. Deze ruimte straalt een ontspannende sfeer uit die sociale interactie tussen jongeren kan bevorderen. De recreatieruimte moet toegankelijk gepositioneerd worden op de begane grond. Bij voorkeur loop je als bewoner langs de recreatieruimte voor je naar je kamer/ woning loopt. 4.2.2
Leskeuken
Ten behoeve van kooklessen wordt voorzien in een leskeuken met 4 keukenopstellingen. De keukenopstellingen bestaan uit een aanrecht met wasbak, vier-pits kookplaat, koelkast, vriezer en oven. De vloer nabij het keukengedeelte is goed te reinigen en de vloer is gaaf. De wand nabij het keukengedeelte is betegeld tot minimaal de deurhoogte. Het verdient aanbeveling dat de leskeuken voldoet aan HACCP eisen. In de ruimte moet voldoende opslagruimte gerealiseerd worden voor het opslaan van kookmateriaal, servies en voedsel. In de ruimte bij de leskeuken is het wenselijk om een tafel voor 10-12 te plaatsen, zodat er eet- en proefgelegenheid is. Indien dit niet mogelijk is in de leskeuken, dan dient een andere ruimte te worden ingericht voor eetgelegenheid. In de positionering en het ontwerp van de leskeuken op het azc dient rekening te worden gehouden met gebruik door andere doelgroepen. Zo kunnen bewoners van reguliere opvang de keuken ook gebruiken en wellicht maakt een school op locatie ook gebruik van deze keuken.
1
Zie ook 4.2.
12
Procesopvanglocatie amv (poa) 4.3 4.3.1
Ondersteunende functies en kantoorfuncties
Kantoren COA
Voor de toewijzing van het aantal werkplekken op de kantoren van het COA wordt gebruik gemaakt van de Rijks brede werkpleknorm van 0,7 werkplek per fte. Echter maakt amv personeel relatief weinig gebruik van kantoorwerkplekken omdat zij op locatie met de jongeren bezig zijn. Daarnaast werken zij in drie diensten, waardoor minder werkplekken per fte. benodigd zijn. Uitgegaan wordt van 6 flexwerkplekken per team van 25 medewerkers. Het werkplekconcept wordt nader uitgewerkt in de ontwerpfase. Daarbij dient aandacht te worden besteed aan de balans tussen ongestoord kunnen werken en zicht hebben op/aanspreekbaar zijn voor de jongeren. Toegang tot de kantoorruimten is alleen mogelijk voor amv-medewerkers en huismeesters. Er is vanuit ruimten waar bewoners komen, om privacy redenen, geen zicht op werkplekken van personeel. De ruimte van de dag-coördinator is wel zichtbaar. De dag-coördinator is het aanspreekpunt van de dienst. Het is wenselijk dat hij/zij zichtbaar is voor amv ten behoeve van een open en laagdrempelige benaderbaarheid. De kantoren voor amv- personeel bevinden zich in de directe en naaste omgeving van de amv opvangvoorzieningen en vormen, bij poa op het azc, een afscheiding tussen het reguliere opvangproces en de amv opvang. De amv-kantoren liggen daarnaast zodanig dat de amv-woningen op korte loopafstand te bereiken zijn.
Vanuit het kantoorgebouw is ook goed zicht op de voordeuren van de amv-woningen. In het kantoor van amv zijn 24/7 medewerkers aanwezig, er is dag en nacht toezicht op de jongeren. Het amv-kantoor is voorzien van een personeelsruimte/ kantine. In deze ruimte komt een keuken met een koelkast, koffieapparaat/waterkoker, kookplaat en oven/magnetron. Amv-medewerkers werken ook in de avonden en nachten en daarom is het belangrijk om maaltijden op te kunnen warmen. Een ruimte voor lockers van medewerkers waar persoonlijke eigendommen kunnen worden opgeborgen is noodzakelijk. Vanuit de personeelsruimte moet goed zicht zijn op collega’s en de jongeren. Voor de veiligheid van collega’s is de sociale controle belangrijk. Zicht op de jongeren is belangrijk om de dynamiek tussen de jongen en hun ontwikkeling te zien. Daarnaast moet rekening gehouden worden met een rustig gelegen lounge-/zitplek voor amv personeel. Direct grenzend aan het kantoor van amv moet rekening worden gehouden met ruimte voor een informatiebalie die een huiselijke en warme sfeer heeft. De informatiebalie is een belangrijk contact- en ontmoetingspunt voor de jongeren en de amv-medewerkers. In de kantoorvoorzieningen is in alle gevallen een toiletgroep en pantry per zone en/of verdieping aanwezig. In de pantryruimte staat een pantrymeubel waar medewerkers koffie en thee kunnen pakken.
Er is een koelkast aanwezig en er is een kookplaat en/of magnetron aangebracht. De ruimte heeft een open verbinding met de verkeersruimte of maakt hier onderdeel van uit. Daarnaast wordt een badkamer gerealiseerd zodat medewerkers zich kunnen opfrissen. Dit is wenselijk omdat amv-medewerkers nachtdiensten hebben en veel activiteiten met jongeren doen. De reproruimte is een (niet-afgesloten) ruimte of gebied in/aan de verkeersruimte waar printers en/of kopieerapparaten zijn opgesteld. Daarnaast is er ruimte voor papier, afvalbakken, opslag kantoorartikelen en is er een aflegruimte voor documenten.
13
Procesopvanglocatie amv (poa) Er moet rekening gehouden worden met voldoende berg- en archiefruimte. Indien er meer verdiepingen zijn, heeft elke verdieping een werkkast bestemd voor de schoonmaak. Het verticaal transport van karren en spullen wordt hiermee voorkomen. 4.3.2
Vergaderruimte en spreekkamers
In de spreekkamers worden (persoonlijke) gesprekken gevoerd met de jongeren. Deze gesprekken vinden meestal één op één plaats. De voorbereiding, verslaglegging en archivering gebeurt in de kantoorruimte. De spreekkamers bieden plaats aan twee tot vier personen. De spreekkamers liggen bij het amv-kantoor, vanwege de specifieke doelgroep en vanwege veiligheid van de medewerkers (24 uur aanwezigheid). Uit veiligheidsoverwegingen dient er een tweede (vlucht)deur aanwezig te zijn (zie TPvE) en is de deur voorzien van een strook glas waardoor er zicht is op de aanwezigen in de spreekkamer. De beveiligde spreekkamer dient op een kindvriendelijke manier te worden ingericht. In het amv-kantoor ligt een achtpersoonsvergaderkamer. Indien behoefte is aan een grotere vergaderruimte, kan, bij een poa op een azc, gebruik worden gemaakt van de vergaderruimten bij de kantoren van medewerkers reguliere opvang (werkplekken COA). 4.3.3
Opslag
De opslagruimten voor amv liggen nabij de woningen en het kantoor amv. Voor amv dient rekening te worden gehouden met voldoende opslagruimte voor: • Linnenpakketten, PSU-pakketten, schoonmaakspullen en keukeninventaris. • Kleding: één ruimte voor jongens en meisjes kleding. • MOB. • Buitenactiviteiten (voetballen, sportschoenen, tuinieren et cetera). • Binnenactiviteiten (bordspellen, biljardkeus, et cetera). • Fietsenberging (afgesloten en overdekt) voor fietsen van COA die uitgeleend worden aan jongeren.
4.4
Ruimte ketenpartners ten behoeve van poa stand-alone
Een poa op het azc kan in het algemeen gebruik maken van reeds aanwezige ruimten voor ketenpartners. Een poa stand-alone kan geen gebruik maken van de het reeds aanwezige op het azc. Daarom moet bij poa stand-alone rekening gehouden worden met de volgende ruimten voor (keten)partners. 4.4.1
Receptie/ beveiliging
De receptieruimte wordt 24 uur per dag bezet door één of meerdere beveiligers. Vanuit de receptie dient voldoende zicht te zijn op de toegang naar het terrein. De ruimte is voorzien van twee deuren waarvan één vluchtdeur die uitkomt op een vluchtweg buiten de receptie. Tevens is deze ruimte voorzien van twee werkplekken. Medewerkers kunnen bij de receptie sleutels en een portofoon halen. Bewoners van amv krijgen post uitgereikt via het amv team en zij hoeven hiervoor niet naar de receptie. 4.4.2
GZA
GZA zorgt voor goede zorg voor alle asielzoekers. Hierbij besteden zij extra aandacht aan taal- en cultuurverschillen, de asielprocedure, de leefsituatie en de zorgbehoefte van asielzoekers. Dit doet GZA vanuit onze kernwaarden vertrouwen, professioneel en maatschappelijk. GZA heeft op vrijwel elke COA opvanglocatie een gezondheidscentrum waar de asielzoeker terecht kan voor een afspraak met een zorgprofessional zoals de doktersassistent, verpleegkundige, POH-GGZ of huisarts. GZA maakt gebruik van eigen, af te sluiten ruimten die niet gedeeld worden. Er wordt voorzien in een behandelkamer met wasbak en een kantoor met twee werkplekken. Daarnaast is er een kleine wachtruimte.
14
Procesopvanglocatie amv (poa) 4.4.3
Nidos
Nidos voert als onafhankelijke (gezins-) voogdijinstelling, op grond van de wet, de voogdijtaak uit voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Deze taak wordt uitgevoerd door professionals die, met respect voor de eigen culturele achtergrond van de jongere, vanuit betrokkenheid en met specifieke deskundigheid, het belang van de individuele jongere centraal stellen, de regie voeren over zijn ontwikkeling naar zelfstandigheid en ingrijpen wanneer die ontwikkeling op enigerlei wijze dreigt te stagneren. 4.4.4
VWN
VWN is een onafhankelijke organisatie die zich inzet voor de belangen van vluchtelingen en asielzoekers. Het werk varieert van persoonlijke steun tijdens de asielprocedure tot praktische begeleiding bij het opbouwen van een eigen bestaan in Nederland. VWN werkt nauw samen met de Stichting Rechtsbijstand Asiel. Op elke opvanglocatie zijn medewerkers van VWN aanwezig of organiseren zij een spreekuur. Bij gebrek aan voldoende kantoorruimte delen Nidos en VWN een kantoor met twee werkplekken en een spreekkamer.
5 Terrein De amv-opvang maakt, bij een poa op het azc, gebruik van op de azc locatie aanwezige voorzieningen zoals basketbal, -volleybalveld en voetbalveld, ruimte voor speeltoestellen/tafeltennistafels en een buitenspeelruimte voor jongere en oudere kinderen. Bij poa stand-alone zijn sportvoorzieningen op of nabij de locatie aanwezig. Een overkapte buitenzitplek is wenselijk. Bij het amv kantoor is een fietsenstalling ten behoeve van (leen-)fietsen. Daarnaast worden zo dicht mogelijk bij de wooneenheden (overkapte) fietsenrekken geplaatst. Hierbij wordt, in afwijking van de reguliere norm van COA, uitgegaan van één stallingsplaats per bewoner. In de buitenruimte dient rekening te worden gehouden met veiligheid en leefbaarheid, o.a. door voldoende verlichting aan te brengen.
15
Procesopvanglocatie amv (poa)
6 Ruimtestaat
16
Procesopvanglocatie amv (poa)
17
Procesopvanglocatie amv (poa)
7 Getekende ruimtestaat
Receptie/ beveiliging 18m2
18
Procesopvanglocatie amv (poa)
Bijlage 1 Afkortingen AA ac amv AU azc COA Daco fte GZA ICT Kwv poa POL RFPvE RGO1 RGO2 Rvt TCO TPvE VWN
Algemene Asielprocedure Aanmeldcentrum Alleenstaande minderjarige vreemdelingen Aanmeld Unit Asielzoekerscentrum Centraal Orgaan opvang asielzoekers Dag coördinator Full time-équivalent Gezondheidszorg Asielzoekers Informatie en Communicatie Techniek Kleine woonvoorziening Proces opvanglocatie amv Proces opvanglocatie Ruimtelijk Functioneel Programma van Eisen Regionale opvang type 1: kleine woonvoorziening op azc Regionale opvang type 2: kleine woonvoorziening buiten azc Rust- en voorbereidingstijd Total Cost of Ownership Technisch Programma van Eisen Vluchtelingenwerk Nederland
19