Bijlage 1Beoordelingsdocument Onderbouwing locaties windenergie RES Alblasserwaard
Tekst van het document
Beoordelingsdocument
Onderbouwing locaties windenergie RES Alblasserwaard Inhoud 1.
Inleiding .................................................................................................................................................. 1
2.
Besluitvorming tot dusver ....................................................................................................................... 1
3.
Resultaten participatieproces (samenvatting) .........................................................................................8
4.
(Voortschrijdende) inhoudelijke inzichten ............................................................................................. 17
5.
Aangevulde kwalitatieve beoordeling shortlistlocaties.......................................................................... 24
6.
Onderbouwing van besluitvorming ....................................................................................................... 41
1. Inleiding Namens de colleges van Molenlanden en Gorinchem heeft de RES-organisatie dit beoordelingsdocument opgesteld. In dit beoordelingsdocument vatten de colleges van Molenlanden en Gorinchem gezamenlijk de belangrijkste sturingsinformatie samen bij het voorliggende raadsvoorstel over locaties voor windenergie in de Alblasserwaard. Dit document, dat is samengesteld door de ambtelijke RES-organisatie, heeft als doel om de inhoudelijke onderbouwing van de voorgestelde locaties zo goed mogelijk inzichtelijk te maken. De argumentatie van meer politiek-bestuurlijke aard is opgenomen in het raadsvoorstel. Leeswijzer Gestart wordt met een samenvatting van de besluitvorming van de windverkenning, om zo de politieke en bestuurlijke context neer te zetten. Vervolgens worden de resultaten vanuit de verschillende sporen van het doorlopen participatieproces samengevat. Daarna zijn samengevatte voortschrijdende inhoudelijke inzichten opgenomen, onder meer over de mogelijke impact van de komst van een nieuw defensieradarstation in Herwijnen op de haalbaarheid van windturbines in de Alblasserwaard en over de relatie tussen werelderfgoed (Kinderdijk en Hollandse waterlinie) en de shortlistlocaties voor windenergie.
Ook wordt uitgelegd welke kennis nu nog niet beschikbaar is en welke onderzoeken in het vervolgproces nog nodig zijn om deze kennis te ontwikkelen en mee te wegen in het vervolg van de gemeentelijke en provinciale besluitvorming. Tot slot is vanuit die ingrediënten de onderbouwing opgenomen voor de locaties in het raadsvoorstel dat ter besluitvorming aan beide raden wordt voorgelegd.
2. Besluitvorming tot dusver Vaststelling RES 1.0 ‘Opgewekt! Regionale Energie Strategie 1.0 Regio Alblasserwaard’ is in het voorjaar van 2021 vastgesteld door de volksvertegenwoordigingen van de RES-partners: de gemeenteraden van Molenlanden en Gorinchem, Provinciale Staten van Zuid-Holland en het Algemeen Bestuur van waterschap Rivierenland.
1
Hieraan was een uitgebreid participatie-, onderzoeks- en beleidsproces voorafgegaan, zoals ook terug te lezen is in de RES 1.0. Over nieuw te ontwikkelen windenergie in de regio was daarbij het hiernaast afgebeelde kaartbeeld opgenomen, met zoekgebieden A15-Oost en Avelingen en aandachtsgebieden langs weerszijden van de A27 en de noordzijde van delen van de A15.
Windlocatie A15-Oost is bij het vaststellen van de RES 1.0 in de raad van Gorinchem vervallen, in verband met een aangenomen motie over minimaal 500 meter afstand tot woningen.
Aanloop naar de windverkenning In oktober 2022 besloot de gemeenteraad van Gorinchem om de verkenning van de tweede zoeklocatie, Avelingen, stop te zetten, omdat de Gorinchemse raad een te grote impact verwacht op de natuur, het landschap, milieuaspecten en het aangezicht van historische vesting Gorinchem. 1 Hierop hebben de stuurgroep en werkgroep Avelingen besloten de verkenning van deze locatie voorlopig te stoppen. In december 2022 hebben de Provinciale Staten van Zuid-Holland locatie Avelingen wel opgenomen in de provinciale omgevingsverordening als locatie voor grootschalige windenergie, omdat in de verkenning die tot dan toe (deels) was uitgevoerd – onder regie van Rijkswaterstaat, als grondeigenaar van een groot deel van het zoekgebied – de locatie voorlopig wel als kansrijk naar voren komt. 2 In februari 2023 sluiten de colleges van RES-partners gemeenten Molenlanden en Gorinchem, provincie ZuidHolland, waterschap Rivierenland en twee rijksdepartementen samen de bestuursovereenkomst ‘RES Alblasserwaard / Avelingen’. In de bestuursovereenkomst staat beschreven dat de RES-partners tot eind 2023 samen op zoek gaan naar “reële en haalbare alternatieven voor zoeklocatie Avelingen”. Tot die tijd zetten de rijksoverheid en provincie geen verdere stappen in de verkenning van deze locatie.
Als er reële en haalbare alternatieven gevonden worden, dan schrapt de provincie locatie Avelingen uit haar omgevingsverordening. Zo niet, dan zet het Rijk de verkenning van deze locatie voort. De ondertekening van de bestuursovereenkomst vormt de formele start van de verkenning naar nieuwe windlocaties in de regio Alblasserwaard.3
Uitgangspunten windverkenning Na ambtelijke en bestuurlijke voorbereidingen op RES-niveau stellen de gemeenteraden Gorinchem en Molenlanden in mei 2023, na een gezamenlijk besluitvormingsproces, gezamenlijke uitgangspunten vast voor de procesvoering en beoordeling van de resultaten van de windverkenning Alblasserwaard. Deze 1
https://gorinchem.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/13cdaebb-cc2f-41a0-8433-5309a37af2cc https://www.zuid-holland.nl/politiek-bestuur/bestuur-zh/gedeputeerde-staten/besluiten/besluit/herzieningomgevingsbeleid-module-energietransitie 3 Molenlanden: https://molenlanden.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/af2a83cf-17a1-4b23-8e5a-23ae68c080a5 Gorinchem: https://gorinchem.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/3185b896-3b07-4fcc-8792-c085804b1ce7 2
2
uitgangspunten zijn destijds vastgesteld om als toetsingskader te dienen bij de beoordeling van het proces en het eindresultaat van de windverkenning, en dus van belang voor het voorliggende raadsbesluit. Communicatie • Het zoekproces naar mogelijke nieuwe windzoeklocaties is een gezamenlijk proces van alle vier de RES-partners. Waar dat mogelijk is, communiceren hierover in gezamenlijkheid, vanuit de RESorganisatie. • We nemen de inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden in onze gemeenten vanaf de start goed mee in het verkenningsproces, zodat besluiten die aan het einde genomen worden niet als een verrassing komen. Daarom zijn we al gestart met communiceren over de start van het proces. Per ijkpunt in het proces bekijken we welke boodschap we communiceren naar de verschillende doelgroepen. • We zorgen voor een professionele communicatiestrategie met een helder doel, een kernboodschap, planning, scherp beeld van de diverse doelgroepen, de juiste middelen per doelgroep. • We communiceren in heldere taal zodat de boodschap voor een breed publiek begrijpelijk is. • In onze communicatie zijn we open en eerlijk, met aandacht voor zowel de lusten als de lasten. Procesparticipatie door inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden • Het participatieproces zal worden gestart op basis van een concreet politiek voorstel met een beperkt aantal wind(zoek)locaties.
• Voorafgaand aan het participatieproces maken we helder wat het kader van beïnvloeding is. Per participatie-activiteit zullen we dit ook steeds opnieuw vaststellen en kenbaar maken. We zorgen dat inwoners weten wat zij met hun inbreng kunnen bereiken. • We handelen naar het participatiebeleid van de aan de RES deelnemende overheden • We zijn transparant over de wijze waarop de input uit het participatieproces gewogen wordt in het besluitvormingsproces. • We spannen ons in voor representativiteit in het participatieproces. • In het participatieproces benoemen we zowel de (potentiële) lusten als de lasten van (specifieke) nieuwe wind(zoek)locaties. • We streven ernaar om alle vragen te beantwoorden; als het tijdens een participatiemoment niet direct kan, dan doen we dat op een later moment. Ruimtelijke ontwikkeling • Wettelijke normen voor de plaatsing van windturbines, zoals geluids-, natuur en veiligheidsnormen, gelden als kader voor de verdere verkenning (vertaald in een ‘vlekkenkaart’). Eventuele aanscherpingen van wettelijke normen worden tijdens de verkenning ingepast. • Locaties langs of nabij bestaande infrastructuur (wegen, water, spoor, energie etc.) hebben de voorkeur.
• Locaties waar al sprake is van enige vorm van landschappelijke aantasting in de nabijheid (bijvoorbeeld door energie-infrastructuur, grote bedrijfsgebouwen) hebben de voorkeur boven plekken die nog (relatief) onaangetast zijn. • Slimme programmering van het elektriciteitsnet speelt een belangrijke rol in de locatiekeuze: ▪ Locaties in de nabijheid van grote bronnen van energieverbruik hebben de voorkeur, om het elektriciteitsnet te ontlasten. ▪ Een positieve netindicatie van netbeheerder Stedin weegt mee in de prioritering van potentiële locaties. ▪ (Substantiële) opwekking van zonne-energie in de nabijheid vanpotentiële windzoeklocaties is een pre. • We houden waar mogelijk rekening met nog te verwachten ruimtevragers (nieuwe woonwijken, wegverbredingen, bedrijfsuitbreidingen etc.). We maken koppelingen met de omgevingsvisies, met ontwikkelingen op andere beleidsterreinen die een ruimtelijke dimensie hebben en de ‘ruimtelijke puzzel’ op provinciaal niveau. • Rekening houden met gemeentelijk, provinciaal en nationaal erfgoed (onder meer Kinderdijk, Nieuwpoort, Noordeloos, binnenstad Gorinchem en de historische linten) en de landschappelijke kwaliteit van het Groene Hart heeft de voorkeur, om de belevingswaarde zo min mogelijk aan te tasten. 3
•
•
We kijken voor de effecten van locaties over de gemeentegrenzen heen, dus bij potentiële windzoeklocaties nabij de gemeentegrens gelden bovenstaande criteria óók over de gemeentegrens. Met gemeenten die beïnvloed worden door de betreffende locaties wordt in een vroeg stadium contact gezocht. Op basis van bovenstaande uitgangspunten worden (waar mogelijk) kaartlagen gemaakt, om zo in een kaartbeeld visueel te kunnen maken welke invloed de toepassing ervan heeft op mogelijke (zoek)locaties voor windenergie.
Privaat spoor/eigendom Wat betreft de privaatrechtelijke aanpak en het eerlijk verdelen van revenuen van nieuwe windturbines hanteren we de volgende uitgangspunten in de verkenning: • Nieuwe windmolens moeten maatschappelijk en financieel rendement brengen voor de regio. Iedereen moet de kans krijgen om hiervan te profiteren en desgewenst zeggenschap te verwerven, waarbij extra aandacht en mogelijkheden uitgaan naar de direct omwonenden. Daarvoor zijn verschillende vormen denkbaar. Bijvoorbeeld door prijszekerheid (voor elektriciteit), instelling van een omgevingsfonds en/of enige vorm van financiële participatie. Daarnaast kan sprake zijn van planschade, mitigerende en/of compenserende (geluids)maatregelen en schadevergoeding. • We streven naar maximaal lokaal eigendom (zo mogelijk >50%). We streven naar een businesscase die positief genoeg is om dat mogelijk te maken. • De publieke uitgangspunten zijn leidend voor een initiatiefnemer. • De voorkeur gaat uit naar binnenlandse initiatiefnemers. Regionale betrokkenheid en/of publieke sturing of eigenaarschap is een pre. • We zien het als mogelijkheid dat gemeenten privaatrechtelijk een actieve rol spelen, bijvoorbeeld als (mede)investeerder, of -eigenaar, of als partner van (de oprichting van) een energiecoöperatie.
• Door slimme procesvoering en communicatie streven we naar het voorkomen van grondspeculatie (omdat dit nadelig is voor de businesscase en dus lokale revenuen). Verdiepende onderzoeken • We onderscheiden twee fases in de verkenning naar nieuwe wind(zoek)locaties: ▪ De 1e fase bestaat uit het onderzoeken van wettelijke ‘harde belemmeringen’. We hanteren hiervoor landelijke normen, of (conservatieve) inschattingen van aanstaande landelijke normen waar die nu ontbreken. Behalve dat we de harde belemmeringen in beeld brengen, kijken we ook naar mogelijkheden om (een deel van) deze belemmeringen weg te nemen. ▪ In de 2e fase nemen we lokale, regionale en provinciale uitgangspunten mee (waarover dit memo gaat). Deze fase eindigt met een voorstel voor (een shortlist van) nieuwe wind(zoek(locaties. • In de bestuursovereenkomst wordt gesproken van het bepalen van “reële en haalbare locaties” voor 31 december 2023. We werken met heldere definities (bijvoorbeeld van ‘woongebied’) en zijn transparant over de verschillende normen en uitgangspunten die we hanteren.
Besluitvorming shortlist mogelijke zoeklocaties windenergie De gemeenteraden van Molenlanden en Gorinchem hebben, na grotendeels gezamenlijke debatten, in respectievelijk november 2023 en januari 2024 dezelfde shortlist van zes mogelijke zoeklocaties voor windenergie binnen de RES Alblasserwaard vastgesteld. Vijf locaties gelegen in Molenlanden en één locatie (voornamelijk) in Gorinchem. De selectie van deze zes shortlistlocaties uit de langere ‘longlist’ van technisch kansrijke locaties in de regio, is op kwalitatieve wijze gedaan, met behulp van de door de beide raden vastgestelde uitgangspunten, rekening houdend met enerzijds weging vanuit de inwoners (door een online enquête in oktober 2023) en anderzijds het provinciale beleid (en provinciale ambtelijke afstemming) wat betreft de plaatsing van windparken.4
4
Zie: https://molenlanden.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/ce02a36b-f215-4d4d-8ab7-1c3692ba0a10 en https://gorinchem.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/6dafb4d0-b2a5-4957-bd6d-c3d81927ade3
4
De raden hebben in dezelfde besluitvormingsronde een participatieplan vastgesteld om in de eerste helft van 2024, conform de gemeentelijke uitgangspunten, de inbreng vanuit de samenleving op te halen en het gesprek aan te gaan over het voornemen om op een of meer van de shortlistlocaties windturbines te laten realiseren.5 Tot slot hebben beide raden de beide colleges met dit raadsbesluit opgedragen om, na afronding van het participatieproces, en van eventuele verdiepende onderzoeken, in Q2 2024 een voorstel voor definitieve zoeklocaties voor windenergie ter vaststelling voor te leggen. Vraag om provinciale reactie In Molenlanden is het raadsbesluit in november 2023 geamendeerd met amendement A2023-18 ‘Reactie provincie’. Via dit amendement gaf de Molenlandse raad het college de opdracht om bij de Provincie te sonderen of er bestuurlijke en politieke bereidheid is om de shortlistlocaties in het provinciale omgevingsbeleid op te nemen.
En om ook de vraag te stellen of de Gedeputeerde Staten locatie Avelingen geschikt vinden voor windturbines en deze locatie daarmee in de provinciale omgevingsverordening (“op kaart 16”) handhaaft of niet.6 Volgens het amendement moest de reactie van de provincie eerst ter vaststelling aan de raad worden voorgelegd voordat de Molenlandse raad de shortlistlocaties kon vaststellen en het participatieproces voor de shortlistlocaties kon worden opgestart. In Gorinchem is een motie aangenomen van vergelijkbare strekking. Reactie Gedeputeerde Staten op raadsvoorstel shortlist Hierop hebben beide gemeentebesturen het provinciebestuur bovenstaande vragen per brief voorgelegd. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland (GS) hebben hierop per brief bevestigd dat zij kon instemmen met het verder onderzoeken van de zes shortlistlocaties. GS heeft ook toegezegd dat de shortlistlocaties en locatie Avelingen worden meegenomen in het omgevingseffectrapport (OER, voorheen planMER) voor de herziening 5
In het volgende hoofdstuk hebben we de resultaten van alle sporen in het participatieproces samengevat. Bij het raadsvoorstel zijn uitgebreide verslagen te vinden van het verloop en de resultaten van het participatieproces, als ook de adviezen die door bewonersgroepen en maatschappelijke organisaties zijn opgesteld in het kader van het participatieproces. 6 In de raad van Gorinchem is een motie aangenomen met dezelfde inhoudelijke strekking, zie onder.
5
van het provinciale Omgevingsbeleid, die gaat lopen in 2024. Hierdoor komen deze locaties in potentie in aanmerking voor opname in het provinciale omgevingsbeleid in 2025. GS geven in dezelfde brief aan dat zij locatie Avelingen nog steeds een geschikte plek voor windturbines vinden, maar dat zij – conform de bestuursovereenkomst RES Alblasserwaard / Avelingen aan Provinciale Staten (PS) zullen voorstellen dit zoekgebied te schrappen als locatie voor grootschalige windenergie uit het provinciale omgevingsbeleid, mits er voldoende reële en haalbare alternatieven worden gevonden in de regionale windverkenning. 7 Aangenomen moties Bij de besluitvorming over de shortlistlocaties en het participatieplan zijn in de beide raden moties aangenomen. We vatten deze hieronder samen. Moties aangenomen in de raad van Molenlanden: -
-
-
M2023-20 ‘Zorgvuldige planvorming met oog voor het landschap’: Roept het college van Molenlanden op om bij verdere planvorming en participatie voor Molenlanden 4 windmolens als uitgangspunt te nemen die gezamenlijk een capaciteit van circa 24 MW hebben. En om duidelijkheid te creëren naar inwoners, bedrijven, grondeigenaren, initiatiefnemers en bestuurlijke stakeholders door dit in alle communicatie duidelijk naar voren te laten komen. M2023-21 ‘Geen windmolens in 2050’: Roept het college van Molenlanden op om rekening te houden met een exploitatieperiode van 20-25 jaar waarbij het streven is om tot uiterlijk 2050 te exploiteren, een sloop- en gebiedsherstelverplichting onderdeel te maken van de vergunningverlening en voorafgaand aan de besluitvorming over definitieve zoeklocatie(s) voor wind met een beeldvormende verkenning te komen waarin mogelijke routes, ideeën en geschikte innovaties beschreven worden hoe vanaf 2050 te voorzien in 100% hernieuwbare energie, niet zijnde grote windturbines (as-hoogte >45m). M2023-22 ‘Lokaal gebruik en leveringszekerheid’: Roept het college van Molenlanden op te borgen dat de energieopbrengsten van wind- en zonne-energie eerst moeten worden gebruikt voor bijvoorbeeld lokale energiehubs om netcongestie te minimaliseren en lokale leveringszekerheid te vergroten, met voorrang voor de directe omgeving van opwekinstallaties.
Daarnaast roept deze het college op om met een integraal plan van aanpak te komen voor de leveringszekerheid voor bedrijventerreinen en dorpen, daarover afspraken te maken met de provincies en netbeheerders en over deze oproepen te rapporteren.8
Moties aangenomen in de raad van Gorinchem: -
-
M378 ‘Lokaal gebruik en leveringszekerheid’: Zie boven identieke motie M2023-22 uit Molenlanden. M379 ‘Wind in de zeilen voor Gorinchem-Noord’: Roept het college van Gorinchem op om al het mogelijk te doen om de reeds vergunde windturbines (2) op Gorinchem-Noord te realiseren. Daarnaast om prioriteit te geven aan de onderzoeken om extra windturbines (1-2) te realiseren in zoeklocatie S en zich maximaal in te spannen zodat Gorinchem haar bijdrage levert aan de afgesproken hoeveelheid windenergie in de RES Alblasserwaard. M380 ‘Reactie provincie’: Roept het college van Gorinchem op om Gedeputeerde Staten (GS) te vragen of er bestuurlijke en politieke bereidheid is om onze shortlistlocaties in de Provinciale Omgevingsvisie op te nemen. Om GS te vragen of locatie Avelingen voor de Provincie vooralsnog voor haar een geschikte locatie blijft voor windturbines en deze locatie daarmee op kaart 16 handhaaft. De reactie van Gedeputeerde Staten aan de raad ter informatie voor te leggen en hierop (alvast) te anticiperen in de participatietrajecten.9
7
https://molenlanden.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/ce02a36b-f215-4d4d-8ab7-1c3692ba0a10 https://molenlanden.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/51d14527-c302-43e9-95a0-3903ae7bd733 9 https://gorinchem.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/fe72ed64-e06c-4149-8474-b94b85b326fd 8
6
Actualisatie bestuursovereenkomst RES Alblasserwaard / Avelingen In februari 2024 hebben de besturen van RES-partners gemeenten Molenlanden en Gorinchem, provincie Zuid-Holland en waterschap Rivierenland, samen met de rijksoverheid de bestuursovereenkomst ‘RES Alblasserwaard / Avelingen’ geactualiseerd, die oorspronkelijk was getekend in februari 2023. Dit was nodig omdat de eerdere bestuursovereenkomst een looptijd had tot en met december 2023. Een relevante aanpassing in de geactualiseerde bestuursovereenkomst is dat de tijd voor gemeentelijke besluitvorming tot medio 2024 is verlengd. En daarnaast de afspraak dat – mits de gemeenten medio 2024 niet komen tot reële en haalbare alternatieven voor locatie Avelingen die voldoende zijn om het windbod uit de RES 1.0 te halen – het Rijk de verkenning van locatie Avelingen weer opstart en de provincie de verkenning van aanvullende locaties start, op basis van de planMER. Dit laatste is nodig omdat bekend is dat het gehele windbod van RES Alblasserwaard niet op alleen locatie Avelingen kan worden gerealiseerd en alle RES-partners het huidige kwantitatieve RES-bod hebben vastgesteld in 2021.
Vaststelling van provinciale ‘Routekaart RES Elektriciteit’ Op 23 april 2024 stellen Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland de ‘Routekaart RES Elektriciteit’ vast. De routekaart biedt een stappenplan voor het behalen van de doelen voor hernieuwbare elektriciteit in de provincie, onder meer gericht op windenergie. De provincie acht dit stappenplan nodig omdat meerdere RES’en niet op koers liggen om hun RES-bod te halen. De Routekaart RES Elektriciteit laat zien dat de provincie ook met de partners in de andere RES regio’s tot vergelijkbare afspraken als in de RES Alblasserwaard wil komen om het gezamenlijke RES bod te halen. Per brief hebben GS deze Routekaart gedeeld met de bestuurlijk voorzitter van RES Alblasserwaard, wethouder Jan Lock van gemeente Molenlanden (net als met de andere Zuid-Hollandse RES’en). In een paragraaf met specifieke duiding over de gevolgen van de Routekaart voor de RES-samenwerking in de Alblasserwaard schrijft de provincie dat er voor deze regio niets verandert aan de reeds gemaakte afspraken. Dat wil zeggen: we werken samen verder aan het realiseren van de in 2021 vastgestelde RES 1.0 en het geactualiseerde bestuursakkoord wat betreft windenergie.
Toekomstige besluitvorming Na de besluitvorming in beide gemeenteraden op 9 juli, kunnen er nog geen windturbines worden gebouwd. Daarvoor zijn nog meer stappen in de besluitvorming nodig, zowel op provinciaal als op gemeentelijk niveau. Provinciale besluitvorming Bij de provincie gaat het de komende periode om het volgende besluitvormingsproces: -
10 juli 2024: PS stellen vast: startnotitie Omgevingseffectrapport (OER) 17 dec 2024: GS stellen vast: ontwerp-wijziging provinciale omgevingsverordening, incl. OER, vast 1 feb 2025: PS: ontwerp-wijziging provinciale omgevingsverordening, incl. OER, wordt besproken in Statencommissie Ruimte en Milieu 4 mrt – 14 mei 2025: Terinzagelegging ontwerp-wijziging provinciale omgevingsverordening 16 sep 2025: GS: vaststelling ontwerp-wijziging provinciale omgevingsverordening 1 okt 2025: GS: publicatie ontwerp-wijziging provinciale omgevingsverordening voor PS 1 nov 2025: PS: hoorzitting voor belanghebbenden over de ontwerp-wijziging provinciale omgevingsverordening 1 dec 2025: PS: vaststelling geactualiseerde provinciale omgevingsverordening 31 jan 2026: Publicatie en consolidatie geactualiseerde provinciale omgevingsverordening
Vergunningverleningsproces Na bovenstaande provinciale besluiten kunnen initiatiefnemers binnen windzoekgebieden die zijn opgenomen in de geactualiseerde provinciale omgevingsverordening vergunningsaanvragen doen. Vanuit de Elektriciteitswet is de provincie normaliter het bevoegde gezag voor de vergunningverlening van windparken van een vermogen van 5 MW en meer. De provincie kan er in overleg met een gemeente voor kiezen om deze bevoegdheid over te dragen aan de betreffende gemeente door middel van het aangaan van een 7
bestuursovereenkomst. In dat geval moet(en) de gemeente(n) ook hun eigen omgevingsbeleid nog aanpassen om windturbines mogelijk te maken. Op de procedurestappen en vereisten voor het vergunnen van een windpark gaan we in dit document niet dieper in, omdat dat voorlopig nog niet aan de orde is. Hierover volgt later nog meer informatie. Links naar diverse relevante documenten en besluiten, aanvullend aan bijlagen raadsbesluit: -
-
-
-
-
-
Gemeenten Molenlanden, Gorinchem, provincie Zuid-Holland, waterschap Rivierenland, Opgewekt! RES Alblasserwaard 1.0, maart 2021. https://www.molenlanden.nl/sites/default/files/202104/RES%201.0%20Alblasserwaard.pdf Gemeenten Molenlanden, Gorinchem, provincie Zuid-Holland, waterschap Rivierenland, Uitvoeringsprogramma Regionale Energie Strategie 1.0 Regio Alblasserwaard, oktober 2021. https://molenlanden.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/View/25a84d9b-f694-46fd-9483bd083d433b24 Arcadis, Gebiedsbreed onderzoek alternatieve windlocaties RES Alblasserwaard, okt 2023. https://molenlanden.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/58275d1a-981f-4cf9-b47488711e22d062 Public Mediation, Participatieplan windzoekgebieden Alblasserwaard, okt 2023. https://molenlanden.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/58275d1a-981f-4cf9-b47488711e22d062 Provincie Zuid-Holland, GS-reactie op brief van wethouders Lock en de Boer over Bereidheid opname shortlistlocaties windenergie Alblasserwaard in provinciaal omgevingsbeleid, 23 jan 2024. https://molenlanden.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/ce02a36b-f215-4d4d-8ab71c3692ba0a10 Provincie Zuid-Holland, Routekaart RES Elektriciteit, 25 april 2024.
https://pzh.notubiz.nl/modules/1/Ingekomen%20stukken/938726 Provincie Zuid-Holland, Startnotitie Herziening omgevingsbeleid 2025, 15 mei 2024, Startnotitie Herziening Omgevingsbeleid 2025 Provincie Zuid-Holland (PZH) (notubiz.nl)
3. Resultaten participatieproces (samenvatting) In het intensieve participatieproces van maart tot eind mei zijn verschillende sporen doorlopen, met ieder een eigen proces en eigen resultaten. In totaal heeft een grote hoeveelheid inwoners, bedrijven, organisaties, grondeigenaren en andere belanghebbenden direct of indirect hun inbreng gegeven. In het participatieverslag en de reactienota in de bijlage bij het raadsvoorstel hebben we het verloop van het proces zo objectief mogelijk geprobeerd te schetsen. Hieronder volgt per participatiespoor een korte samenvatting van de resultaten. Deze samenvatting achten wij nodig om de raadsleden een hanteerbaar overzicht te bieden. Tegelijkertijd realiseren we ons dat een samenvatting wellicht onvoldoende recht doet aan alle inbreng die bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties hebben geleverd en de inhoudelijke rijkdom van al die inbreng. Daarom raden we u aan om óók de verdiepende informatie te raadplegen (individuele adviezen van bewonersgroepen en maatschappelijke organisaties) die als bijlagen bij het raadsvoorstel zijn toegevoegd. Ambtelijk en bestuurlijk is álle inbreng gelezen en meegewogen in het voorliggende raadsvoorstel.
Online raadpleging In de bijlage bij het raadsvoorstel vindt u het uitgebreide verslag van onderzoeksbureau Populytics van de online raadpleging. Hieronder volgt een samenvatting van de resultaten. Respons en waardering raadpleging 2.520 inwoners uit Molenlanden, Gorinchem en de wijdere omgeving hebben de uitgebreide online raadpleging ingevuld die in april is uitgevoerd door onderzoeksbureau Populytics om de mening van inwoners in de regio op te halen. Er is een open raadpleging en twee gesloten raadplegingen gehouden: één rondom de shortlistlocaties en één met een representatieve steekproef op hele grondgebied Gorinchem en Molenlanden.
8
Uit de analyses blijkt dat de voorkeuren van de gesloten raadpleging met direct omwonenden niet significant verschillen van de voorkeuren van de overige deelnemers (waaronder ook een substantiële respons uit diverse buurgemeenten). Ook sociaal-demografische kenmerken zoals leeftijd en opleidingsniveau blijken weinig verschillen in de voorkeuren van respondenten op te leveren. Dit zorgt voor robuuste resultaten uit de raadpleging. Er komen overigens wel verschillen in voorkeuren voort uit de woonplaatsen van de respondenten (Molenlanden, Gorinchem en diverse buurgemeenten). Deelnemers waardeerden de raadpleging gemiddeld met het rapportcijfer 6,3 (een gebruikelijke waardering, volgens Populytics), waarbij 77% van de deelnemers de raadpleging een voldoende gaf. Populytics schrijft dat het opvallend is dat 48% van de deelnemers aangeeft aan het advies van inwoners zwaarder moet wegen dan het advies van experts. 2030% is in dergelijke raadplegingen gebruikelijker. Meningen over de opwekking van duurzame energie en over windenergie in de Alblasserwaard 56% van de respondenten geeft aan het eens te zijn met het RES-bod om in 2030 15% van het huidige energieverbruik in de eigen regio op te wekken met duurzame energie, of dat zij zelfs een hoger RES-bod wil zien. 35% wil een lager RES-bod en 10% weet het niet.
63% van de respondenten geeft aan dat zij het deel windenergie (dit is 49% van het totale duurzame opwekbod in RES 1.0) te hoog vindt. 20% is het eens met het windbod, 9% wil meer en 9% weet het niet. Keuzetaak 1: belangrijkste waarden Op de vraag “Welke waarden zijn belangrijk bij het maken van keuzes over windmolens?” is de top 4, van alle respondenten opgeteld: 1. 2. 3. 4.
Beperk de overlast van windmolens voor omwonenden Beperk de aantasting van windmolens op de uitzichten en het landschap Beperk de overlast die vogels en vleermuizen hebben van windmolens Dat er geen windmolens bij cultureel erfgoed komen te staan, zoals Kinderdijk en vestingstad Gorinchem
Deelnemers die het beperken van overlast voor omwonenden belangrijk vinden, noemen voornamelijk argumenten en zorgen over het negatieve effect van windmolens op de gezondheid en de leefomgeving. Voor het grootste deel van de deelnemers is dit de belangrijkste waarde waar de gemeenten zich voor moeten inspannen. Deelnemers die het beperken van aantasting van het landschap en cultureel erfgoed belangrijk vinden, benoemen voornamelijk de unieke kenmerken van de omgeving zoals het platte polderlandschap, het Groene Hart, Kinderdijk en Nieuwpoort. Deze deelnemers vinden het belangrijk dat dit beschermd wordt. Populytics schrijft dat het opvallend is dat waarden als landschap en cultureel erfgoed in deze raadpleging veel meer prioriteit krijgen dan bijvoorbeeld in de raadpleging over windenergie in de provincie Utrecht, waar impact op natuur sterker als waarde naar boven kwam. Er zijn wel accentverschillen tussen welke waarden respondenten uit verschillende woonplaatsen het meest prioriteren. In Molenlanden krijgt het behoud van het landschap bijvoorbeeld relatief meer prioriteit dan in Gorinchem. In Gorinchem wordt erfgoed sterker geprioriteerd.
Keuzetaak 2: voor- en tegenargumenten per shortlistlocatie Bij de tweede keuzetaak werd respondenten gevraagd hoeveel turbines zij op de verschillende shortlistlocaties zouden willen plaatsen om het windbod van RES Alblasserwaard te kunnen realiseren (van 6 grote windturbines). Deze keuzetaak was expliciet niet bedoeld om achteraf stemmen per locatie te kunnen tellen. Deze zorg leefde wel bij inwoners en dit werd (vooraf) als zeer onrechtvaardig ervaren. Bijvoorbeeld omdat sommige gebieden dichter bevolkt zijn dan andere, terwijl dat niet als rechtvaardig criterium beschouwd wordt. Het doel van het laten uitvoeren van deze keuzetaak was om inwoners mee te nemen in de ‘keuzepijn’ die het plaatsen van windturbines – waar de gemeenten en provincie voor staan – met zich meebrengt. En om de argumenten en motivaties per locatie die inwoners belangrijk vinden naar boven te brengen. Hieruit komt het volgende beeld naar voren:
9
-
-
-
-
-
Overlast voor omwonenden: Er zijn veel deelnemers die zich zorgen maken over overlast voor omwonenden. Deze zorgen worden relatief vaker genoemd bij de zoekgebieden dichtbij de woonkernen: J, K, L.2, O en S. Bij plek M wordt dit argument minder vaak genoemd. Landschap: Voor alle gebieden geldt dat er veel deelnemers zijn die adviseren om geen windmolens te plaatsen omdat dit het landschap volgens hen te veel aantast. Dergelijke argumenten en zorgen worden het vaakst genoemd bij de gebieden midden in de Alblasserwaard: K, L en M. Natuur: Motivaties om geen windmolens te bouwen vanwege de negatieve gevolgen voor de natuur worden met name genoemd bij de locaties K, L en M. Culturele waarden: Motivaties om geen windmolens te bouwen wegens de negatieve invloed op cultureel erfgoed worden met name genoemd bij de gebieden: J, K, L, M. Woningbouw: Dat windmolens de bouw van nieuwe woningen in de weg kunnen zitten wordt af en toe genoemd als argument om geen windmolens te plaatsen. Bijvoorbeeld bij plekken J, M, L2, O en S. Recreatie: Alleen voor de plekken L en M zien we zorgen genoemd worden over dat windmolens recreatie kunnen verstoren. Efficiëntie: Er is een aantal locaties die deelnemers uitkiezen voor windmolens omdat ze het efficiënte plekken vinden, bijvoorbeeld vanwege de aanwezigheid van grote stroomafnemers. Dit wordt met name genoemd voor plek S.
Infrastructuur: Het plaatsen van windmolens dichtbij infrastructuur wordt ook genoemd als reden waarom een plek geschikt is. Dit geldt met name voor de plekken S, O en J.
Inzichten inwoners over locatie Avelingen In de windverkenning wordt er – conform de hierboven aangehaalde bestuursovereenkomst – gezocht naar reële en haalbare alternatieven voor de eerdere windzoeklocatie Avelingen, ten westen van Gorinchem. We hebben echter veel signalen gehad dat bewoners ook hun mening over Avelingen willen geven. Daarnaast is Avelingen als locatie voor grootschalige windenergie opgenomen in de omgevingsverordening van de provincie. Ook Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland geven aan dat zij Avelingen nog steeds een geschikte locatie vinden voor een windpark. Om aan deze standpunten tegemoet te komen en te peilen hoe de brede bevolking hierin staat, zijn ook vragen over locatie Avelingen in de online raadpleging opgenomen. Hier blijken grote verschillen te bestaan tussen de deelnemers uit Gorinchem en Molenlanden. Van de deelnemers uit Gorinchem vindt 47% dat er géén windmolens moeten komen bij Avelingen. Bij deelnemers uit Molenlanden ligt dit percentage veel lager, namelijk op 19%. 64% van de deelnemers uit Molenlanden vindt Avelingen méér geschikt dan de 6 mogelijke plekken die voorlagen in deze raadpleging. 19% van de deelnemers uit Gorinchem vindt Avelingen meer geschikt.
Hoewel de verschillen tussen deelnemers uit de twee gemeenten dus groot zijn, zijn er toch ook zeker deelnemers uit Gorinchem (34%) die het oneens zijn met de stelling dat er geen windmolens bij Avelingen moeten komen. En zijn er ook deelnemers uit Molenlanden die niet vinden dat Avelingen meer geschikt is dan de 6 plekken die voorlagen in deze raadpleging (17%). Onderzoeksbureau Populytics sluit haar rapport van de online raadpleging af met enkele aanbevelingen voor het besluitvormingsproces en de communicatie naar aanleiding daarvan: •
•
•
Maak bij het selecteren van mogelijke zoeklocaties een zorgvuldige afweging tussen effecten op overlast voor omwonenden, landschap, cultureel erfgoed en natuur. Maar weeg ook een eerlijke verdeling van lusten en lasten mee. Geef expliciet aan hoe je deze waarden hebt meegenomen in de afweging. Voor inwoners van deze regio is het extra belangrijk om duidelijk te maken hoe de unieke kenmerken van de omgeving zijn meegewogen. Laat zien welke acties je hebt ondernomen om effecten op overlast, landschap, cultureel erfgoed en natuur zoveel mogelijk te beperken.
10
Adviezen van inwoners(werk)groepen Selectieproces en respons In januari 2024 zijn in een straal van 2.400 meter rondom de zoeklocaties in landelijk gebied en 1.000 meter in stedelijk gebied naar 8.300 adressen brieven verstuurd, met de uitnodiging om deel te nemen aan een inwonerswerkgroep rondom een specifieke zoeklocatie. Uiteindelijk hebben 247 mensen zich opgegeven. In de zes werkgroepen rondom de shortlistlocaties hebben uiteindelijk 120 inwoners deelgenomen, maximaal 20 per werkgroep. In enkele gevallen heeft de RES-organisatie inwoners gevraagd om vanuit meerdere aanmeldingen één of twee afgevaardigden te selecteren, bijvoorbeeld als er veel aanmeldingen uit één straat of vanuit één belangengroep waren. Dit was van belang om de (geografische) balans in de werkgroepen te bewaken en de groottes van de werkgroepen enigszins vergelijkbaar te houden. Participatieproces met omwonenden De inwoners die deelnamen aan de werkgroepen hebben in diverse avondbijeenkomsten (zie uitgebreid participatieverslag in de bijlage) informatie, vragen en meningen met elkaar en de RES-organisatie uitgewisseld. Dat ging over een brede reikwijdte van onderwerpen gerelateerd aan de windverkenning. De RES-organisatie onderhield en deelde een steeds uitgebreider vraag-en-antwoord-document.
Ook buiten de bijeenkomsten om was er veel uitwisseling, tussen betrokkenen vanuit de samenleving onderling en met de RES-organisaties en bestuurders. Vanaf 22 en 23 april zijn de werkgroepen aan het werk gegaan met het schrijven van een advies over de betreffende shortlistlocatie. Op 31 mei zijn de adviezen ongeredigeerd gedeeld met beide raden. Op 5 juni konden vertegenwoordigers van de bewonersgroepen tijdens een raadsinformatieavond hun adviezen presenteren aan (vertegenwoordigingen van) de beide raden en overige aanwezigen. Naast het geplande participatieproces zijn ambtelijk vertegenwoordigers van de RES-organisatie in februari, maart en april tijdens diverse aanvullende avonden in gesprek gegaan met inwoners in verschillende delen van de regio. Vaak kwam het initiatief vanuit bestaande dorps- of klankbordgroepen, of speciaal voor de windverkenning opgerichte inwonersorganisaties. Meerdere van deze inwonersorganisaties hebben op eigen initiatief een of meerdere brieven verzonden naar een of beide gemeenteraden. Ook de ambtelijke organisatie en gemeentebesturen hebben deze brieven uiteraard gelezen en meegenomen in hun afwegingen richting dit raadsbesluit.
De reacties van individuele bewoners die hun zorgen of argumenten via mail of telefoon kenbaar hebben gemaakt, zijn opgenomen in een reactieregister (opgenomen als bijlage bij het raadsvoorstel) en ook als onderdeel van de te maken afweging gedeeld met de colleges. Ongeredigeerde adviezen Tijdens het participatieproces is de afspraak gemaakt dat inwonersadviezen niet geredigeerd worden door de RES-organisatie of gemeentebesturen. U vindt de adviezen van de locatiewerkgroepen en maatschappelijke organisaties die binnen het georganiseerde participatieproces zijn binnengekomen daarom ongeredigeerd als bijlage bij het raadsvoorstel. Onze indruk van de belangrijkste aandachtspunten in de adviezen De beide colleges waarderen het harde werk van de inwonersgroepen zeer. Alle werkgroepen hebben uitgebreide en doorwrochte adviezen opgeleverd, die waardevolle aanvullende informatie bieden voor de huidige en toekomstige besluitvorming over windturbines in de Alblasserwaard. De beide colleges en de ambtelijke RES-organisatie hebben alle inwonersadviezen zorgvuldig tot zich genomen en gewogen in de onderbouwing voor de locatiekeuze onderin dit document. En in het voorliggende raadsbesluit dat daarop gebaseerd is. We nemen als colleges een risico door de adviezen van inwoners(werk)groepen samen te vatten of te parafraseren.
Maar tegelijk willen we in dit samenvattende beoordelingsdocument wel de belangrijkste aandachtspunten en zorgen van bewoners opnemen die wij als colleges naar voren zien komen vanuit de inwonersadviezen. Daarom hebben hieronder toch een samenvatting opgenomen, waarbij wij hebben geprobeerd om de juiste balans en toon in de samenvatting van alle adviezen te vinden.
11
Algemene adviezen vanuit de inwonerswerkgroepen Uit de adviezen van de zes bewonerswerkgroepen blijkt dat bewoners van de Alblasserwaard overwegend zeer kritisch zijn over de plaatsing van windturbines. De meest genoemde en meest zwaarwegende negatieve aspecten die de werkgroepen noemen is de kans op gezondheidsrisico's door geluidsoverlast en infrasoon (laagfrequent) geluid als de turbines te nabij woningen worden geplaatst. Bewoners hebben zorgen dat geluidsoverlast kan leiden tot slaapstoornissen, hoofdpijn en stress. Er wordt meermaals gewezen op de noodzaak voor een (substantieel) grotere plaatsingsafstand dan minimaal tweemaal de tiphoogte, wat nu de afstandsnorm is die bij de rijksoverheid in concept voorligt. Ook de negatieve visuele impact van hoge windturbines op het hooggewaardeerde open polderlandschap wordt vaak genoemd. Ook economische nadelen, zoals de waardedaling van onroerend goed in de nabijheid van windturbines, worden geregeld genoemd. Daarnaast uitten de werkgroepen bezorgdheid over de negatieve gevolgen voor de biodiversiteit, waaronder de sterfte of verdrijving van vogels en vleermuizen en impact op andere natuurwaarden, vooral op weidevogels.
Er zijn zorgen over ruimtelijke beperkingen door plaatsing van turbines (bijvoorbeeld voor toekomstige woningbouw) en over de mogelijke aantasting van archeologische en cultuurhistorische waarden, bijvoorbeeld de werelderfgoederen Kinderdijk en Hollandse Waterlinie en archeologisch gebied De Hazendonk. Deze nadelen worden minder vaak genoemd, maar zijn eveneens belangrijk voor veel bewoners. Ook veiligheidsrisico's worden regelmatig aangehaald, met name het gevaar van vallende onderdelen op kwetsbare of potentieel gevaarlijke installaties en milieu- en gezondheidsrisico's door chemische stoffen als gevolg van slijtage van of lekkage aan de turbines. Hoewel er ook enkele positieve aspecten van windturbines en de opwekking van duurzame energie in brede zin worden genoemd, wegen deze voor de meeste werkgroepen duidelijk veel minder zwaar. Het meest genoemde positieve aspect betreft het potentiële lokale economische voordeel dat turbines kunnen leveren. Locatiespecifieke adviezen Werkgroep J De belangrijkste zorgen voor locatie J, vanuit Molenlanden en buurgemeenten Papendrecht en Albalsserdam, betreffen de verwachte impact op het woon- en leefmilieu, de aanzienlijke verwachte geluidsoverlast en de zorg om negatieve gezondheidseffecten.
De verwachte geluidsbelasting, in combinatie met bestaande bronnen van lawaai zoals de A15 en de Betuwelijn, wordt gezien als een gezondheidsrisico. Daarnaast wordt de negatieve visuele impact op het landschap benadrukt, aangezien de turbines het authentieke polderlandschap drastisch zouden veranderen en de horizon vervuilen. De nabijheid van het werelderfgoed Kinderdijk is een extra zorg, omdat de zichtlijnen op dit erfgoed mogelijk worden aangetast. De werkgroep wijst op de aantasting van natuurwaarden. Nieuwbouwplannen van OudAlblas zouden binnen 500 meter van windturbines kunnen komen. Vanwege veiligheidsaspecten rondom gascompressiestation Wijngaarden kunnen er volgens werkgroep J geen turbines op locaties J, K en L geplaatst worden. Werkgroep K (inclusief J-oost) De werkgroep stelt dat er in K (inclusief J-Oost) binnen een straal van 1 kilometer de meeste woningen van alle zes locaties zijn gelegen. Verder zijn er voor locatie K vergelijkbare zorgen als voor locatie J. Men wijst op de al hoge belasting op de leefomgeving in en rondom K, daar moeten geen turbines bij. De leefbaarheid van specifiek Wijngaarden staat onder druk door PFAS, toename verkeersrisico SliedrechtNoord, sluipverkeer door uitstel verbreding A15 en geluidsoverlast van A15, Betuwelijn en de MerwedeLingelijn.
Men legt extra nadruk op het veiligheidsrisico vanwege de nabijheid van het gascompressorstation Wijngaarden van Gasunie. Er wordt opgemerkt dat bij een mogelijke ontploffing van het station het dorp Wijngaarden getroffen kan worden. De UNESCO-status van het werelderfgoed Kinderdijk-Elshout kan in gevaar komen door turbines op K, wat zou leiden tot een daling van de toeristenstroom en financiële verliezen voor de regio. Er is cultuurhistorisch erfgoed dat beschermd moet worden, zoals het middeleeuwse bewoningslint van Wijngaarden. De locatie ligt verder precies tussen drie Natura 2000gebieden en is daarmee cruciaal voor het ecosysteem van de Alblasserwaard. Beschermde vogelsoorten, zoals de kolgans, brandgans, kleine zwaan, uilen, torenvalken en purperreigers, zouden negatief kunnen
12
worden beïnvloed. De werkgroep wijst verder op het risico van waardedaling van woningen en pleit voor volledige compensatie mits dit optreedt. Werkgroep L2 Werkgroep L2 schrijft dat het authentieke Hollandse polderlandschap, met veenweiden, sloten, koeien, molens en knotwilgen, beschermd moet blijven; daar passen geen windturbines in. Men wijst op beperkingen voor de bouw van windturbines in L2 in de vorm van archeologisch Rijksmonument De Hazendonk, werelderfgoed Kinderdijk, het NNN-gebied in de locatie en het provinciale ganzenrustgebied. Bewoners zijn bang voor negatieve effecten op de gezondheid door geluidsoverlast en waardedalingen van hun huizen. De werkgroep wijst op de grote afstand tot stroomstations, waardoor turbines minder rendabel zouden zijn dan op andere locaties. Familie Resort Molenwaard zou door de windturbines in zoekgebied L2 ernstige schade lijden, met negatieve gevolgen voor werkgelegenheid. Geplande woningbouw in Molenaarsgraaf-Zuid zou negatief beïnvloed kunnen worden door windturbines. Ook locatie L2 wijst op de risico’s van gascompressorstation Wijngaarden en voor de verkeersveiligheid. Werkgroep M De grootste zorg van werkgroep M is de impact van windturbines op de gezondheid. De werkgroep is van mening dat windturbines het open landschap en de historische linten teveel zouden verstoren.
Het gebied grenst aan provinciale stiltegebieden, NNN-gebieden en natuurgebied de Slingelandse Plassen, waar windturbines de biodiversiteit en vogelpopulaties kunnen schaden. Ook toerisme en recreatie zouden geschaad worden door turbines. Daarnaast wijst men op mogelijke veiligheidsrisico’s als gevolg van de gaswinning bij Ottoland en verkeersveiligheid langs provinciale wegen. Men pleit voor een veilige afstand tot woningen, van minimaal 4x de tiphoogte. De Alblasserwaard acht men ongeschikt voor plaatsing van windturbines omdat deze minimale afstand moeilijk realiseerbaar is, daarom pleit de werkgroep voor een herijking van de RES 1.0. De werkgroep schrijft dat de betrokken overheden zich niet aan hun eerdere eigen criteria lijken te houden door naar het midden van de polder te kijken en daardoor hun eigen geloofwaardigheid onder druk zetten. Men schrijft dat zij een gecoördineerde plaatsing van windturbines langs snelwegen, in overleg met aangrenzende RES-regio’s, cruciaal vindt om verstoring van het landschap en beschermde dorpsgezichten te minimaliseren. Werkgroep O De werkgroep O adviseert tegen de plaatsing van windturbines in zoekgebied O nabij Hoogblokland vanwege de negatieve impact op leefbaarheid en gezondheid. Ze benadrukken de bestaande milieu- en geluidsoverlast van de nabijgelegen asfaltfabriek en snelweg A27.
De geplande uitbreiding van bedrijventerrein Groote Haar, samen met reeds vergunde windturbines ten zuiden van het dorp, zou Hoogblokland teveel insluiten en toekomstige uitbreiding verhinderen, met negatieve gevolgen voor de toekomst voor het dorp. De geluidsnormen zijn onbetrouwbaar en er zijn geen strategische mogelijkheden om hinder te verminderen, wat de situatie verergert door de combinatie met bestaande industrie en snelweg. Daarnaast zou locatie O, een belangrijk plasdras- en trekvogelgebied, door windturbines worden verstoord, wat schadelijk is voor vogels, vleermuizen en insecten. Windturbines zouden ook het visuele karakter van het Groene Hart en het beschermd dorpsgezicht van Noordeloos aantasten. Werkgroep O stelt dat plaatsing van windturbines op locatie Avelingen een betere optie is, omdat deze buiten het Groene Hart ligt en dichtbij infrastructuur en grote afnemers. Werkgroep S Het advies van werkgroep S is gestructureerd volgens de vijf G’s: Gebied, Geluid, Gezondheid, Gevaren en Geld. Daar voegt men nog Gesprek aan toe. In de werkgroep zijn voor- en tegenstanders voor windturbines vertegenwoordigd. Men onderschrijft de noodzaak van de energietransitie.
Bij mogelijke plaatsing van windturbines moet rekening worden gehouden met de impact op omliggende dorpen Hoogblokland en Arkel, het verdwijnen van uitbreidingsmogelijkheden voor woningen, en de afstemming met reeds vergunde turbines in het gebied. Geluidsoverlast moet ruimschoots voldoen aan wettelijke normen, rekening houdend met ander geluid en laagfrequent geluid. De vrees voor negatieve gezondheidsgevolgen is groot; daarom is preventie, zorg, nazorg en zorgvuldige communicatie essentieel. Risico’s voor mensen en dieren moeten zorgvuldig worden afgewogen. Specifiek worden risico’s voor schoolgaande jongeren benoemd. Inwoners moeten kunnen profiteren van de voordelen van windturbines via participatiemogelijkheden voor iedereen, compensatie van mogelijke waardedaling van onroerend goed en ondersteuning van lokale projecten door een omgevingsfonds. Men adviseert om in gesprek te blijven 13
met de inwoners, hen te betrekken bij de gunning, en eerlijk, transparant en toegankelijk te communiceren, rekening houdend met taalbarrières en laaggeletterdheid.
Inbreng vanuit maatschappelijke organisaties In het aanvankelijke participatieplan was voorzien dat er één klankbordgroep opgericht zou worden waarin de belangrijkste maatschappelijke organisaties uit de regio – voor zover men belang hechtte aan het onderwerp windenergie – zouden plaatsnemen in een klankbordgroep op regioniveau. De opzet was dat deze klankbordgroep een advies zou uitbrengen, waarin ruimte was voor verschillende gezichtspunten en behartiging van de diverse belangen. Voor de deelname aan deze klankbordgroep zijn 26 maatschappelijke organisaties uit Molenlanden, Gorinchem en de wijdere omgeving benaderd. Denk bijvoorbeeld aan natuur-, landschaps-, erfgoed- en agrarische organisaties, woningcorporaties, huurdersverenigingen, bedrijvenverenigingen, energiecoöperaties en dergelijke. Uiteindelijk hebben 15 organisaties zich opgegeven voor de klankbordgroep. Na een eerste bijeenkomst op 4 maart en een extra bijeenkomst op 28 maart werd duidelijk dat het komen tot één advies vanuit alle genodigde organisaties door een deel van de organisaties niet als gewenst werd beschouwd. De belangen en inzichten en de aard van de organisaties liepen daarvoor te veel uiteen. In plaats daarvan hebben organisaties eigen keuzes gemaakt in de wijze waarop men inzichten en standpunten van de eigen organisatie voor het voetlicht heeft gebracht.
Er zijn binnen het georganiseerde participatieproces adviezen uitgebracht door de volgende organisaties (op alfabetische volgorde): Energie Coöperatie Molenlanden, Energiecoöperatie De Knotwilg, Gebiedsplatform Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, Huurdersraad KleurrijkWonen, Stichting Duurzaam Molenlanden, Stichting Mooi en Duurzaam Gorinchem en aangrenzende gemeentes en Stichting Behoud Erfgoed De Vries Robbé, Vereniging tot Behoud van het Lingelandschap en Vereniging voor natuur- en landschapsbeheer Den Hâneker. De ambtelijke RES-organisatie en de beide colleges hebben de input vanuit alle maatschappelijke organisaties zo goed mogelijk bijgehouden en gewogen in het voorliggende raadsbesluit. Samenvatting adviezen maatschappelijke organisaties Hieronder vatten we de uitgebreide inbreng van de maatschappelijke organisaties samen, als onderdeel van de sturingsinformatie in dit Beoordelingsdocument. De adviezen zijn per stuk veel uitgebreider, dus we raden u aan om zeker ook de adviezen zelf door te nemen. Erkenning noodzaak duurzame energie, maar liever niet met hoge windturbines De noodzaak van de energietransitie wordt breed erkend door de maatschappelijke organisaties. De voorkeur gaat bij veel organisaties uit naar andere vormen van duurzame energie, zoals zonnepanelen, mestvergisting, aardwarmte en kleinere windmolens, omdat deze minder overlast veroorzaken.
De energiecoöperaties Molenlanden en De Knotwilg zijn onder voorwaarden voorstander van windenergie. Als de politiek voor grote turbines kiest, dan pleiten zij voor zorgvuldige inpassing van windturbines in het landschap, met zeggenschap en economische meerwaarde voor de regio, om de afhankelijkheid van internationale energiemarkten te verminderen en de lokale economie te versterken. Benutten van regionale kennis en intensieve participatie Alle organisaties benadrukken de noodzaak van het benutten van lokale kennis in de besluitvorming en de mogelijkheid voor inwoners en andere betrokkenen om intensief te participeren. Het Gebiedsplatform Alblasserwaard en Vijfheerenlanden wijst op de noodzaak van diepere betrokkenheid om meer draagvlak te creëren. De energiecoöperaties leggen daarnaast de nadruk op participatie in eigendom, zeggenschap en financiële revenuen. Het Gebiedsplatform AV, Mooi en Duurzaam Gorinchem en Stichting Behoud Erfgoed De Vries Robbé zijn kritisch op het gehanteerde participatieproces tot nog toe. Mooi en Duurzaam Gorinchem en Stichting Behoud Erfgoed De Vries Robbé pleiten voor een verbeterd beleidsproces dat niet alleen gebaseerd is op expertmatige expertise en raadpleging van inwoners, maar ook op gezamenlijke stapsgewijze kennisverdieping.
14
Impact op landschap, leefomgeving en natuur De Huurdersraad KleurrijkWonen maakt zich zorgen over zichtbare en hoorbare overlast van grote windmolens en de mogelijke invloed op woningbouw. Den Hâneker en Vereniging tot Behoud van het Lingelandschap waarschuwen voor de verstoring van het open landschap en benadrukken dat grote windturbines niet passen in het karakteristieke landschap van de Alblasserwaard. Den Hâneker wijst op de kwetsbaarheid van weidevogels voor windturbines. Mooi en Duurzaam Gorinchem en Stichting Behoud Erfgoed De Vries Robbé bekritiseren de grootschalige windturbineprojecten vanwege de visuele en landschappelijke impact, en pleiten voor een zorgvuldige inpassing in het landschap. Het Gebiedsplatform Alblasserwaard en Vijfheerenlanden wil nader onderzocht zien of het plaatsen van grote windturbines opweegt tegen de schade aan natuur en landschap. Zorgen om gezondheidseffecten; maar minder vaak aangehaald dan door bewoners Gebiedsplatform Alblasserwaard en Vijfheerenlanden waarschuwt voor de onbekende gezondheidsrisico’s van grote windturbines en de potentiële negatieve effecten op de woonkwaliteit. Huurdersraad KleurrijkWonen maakt zich zorgen over geluidsoverlast, en de invloed op de leefbaarheid in de woonwijken.
De maatschappelijke organisaties wijzen in totaliteit wat minder vaak dan de bewonersgroepen en bewoners in de online raadpleging op zorgen om gezondheidseffecten. Overige argumenten Stichting Duurzaam Molenlanden betwijfelt de economische voordelen van grote windmolens. De energiecoöperaties zijn hier juist positief over. Mooi en Duurzaam Gorinchem en Stichting Behoud Erfgoed De Vries Robbé bekritiseren de economische modellen en methodes die worden gebruikt om windturbineprojecten te rechtvaardigen, en pleiten voor een bredere economische analyse en een visie over de ontwikkeling van het gehele energiesysteem. Opmerkingen over specifieke shortlistlocaties Energiecoöperatie De Knotwilg ondersteunt de uitbreiding van het windproject Groote Haar in zoekgebied S en is bereid om in gesprek te gaan over de voorwaarden. Voor locatie O is Energiecoöperatie De Knotwilg positief over het noordelijke gedeelte bij de A27, dat wordt gezien als geschikt voor windenergie. Vereniging tot Behoud van het Lingelandschap geeft aan dat als windturbines onvermijdelijk zijn, men dan liefst een lineaire opstelling van windturbines langs de A15 en N214 (westelijk van de kruising met N216), in een oost-west richting zou zien, omdat dit aansluit bij de oost-west-oriëntatie van het rivierenland. Verder geven andere organisaties geen specifieke adviezen over de verschillende shortlistlocaties.
Inbreng van grondeigenaren Alle ruim 130 grondeigenaren in de zes shortlistlocaties zijn per brief uitgenodigd om, anoniem, deel te nemen aan een online enquête over de ontwikkeling van windturbines op hun gronden, dan wel in de shortlistlocaties waar zij gronden bezitten. 34 grondeigenaren hebben de enquête ingevuld. 28 van de respondenten staan (onder voorwaarden) positief tegenover plaatsing van windturbines en 6 van de respondenten staan daar negatief tegenover. De 6 respondenten die negatief staan tegenover de ontwikkeling van windenergie op of nabij hun gronden zijn verdeeld over shortlistlocaties K, M, O en S. Op deze vier locaties zijn overigens ook meerdere positieve reacties. Op alle locaties lijken in privaatrechtelijke zin dus ontwikkelmogelijkheden voor windenergie. Uit de positieve grondhouding van de reagerende grondeigenaren leiden wij voorzichtig af dat de economische betrokkenheid bij windturbines dus wel degelijke een flinke rol lijkt te spelen bij het draagvlak ervoor. Dit contrasteert met de online raadpleging onder inwoners, waarin zij lokaal profijt (in deze fase van de besluitvorming) niet als een belangrijke waarde hebben aangemerkt. Een punt van zorg is dat meerdere grondeigenaren in contact met de RES-organisatie aangaven dat zij onder druk zijn gezet om niet mee te werken aan plannen voor windturbines, bijvoorbeeld middels een brief.
In algemene zin zijn er in het participatieproces meerdere signalen geweest dat voorstanders van plaatsing van windturbines in de Alblasserwaard zich niet veilig voelden om zich uit te spreken in het participatieproces.
15
De voorstanders en ook enkele tegenstanders van windturbines zijn over het algemeen positief over de uitgangspunten voor de windverkenning die door de gemeenten zijn opgesteld. De meest geuite zorg van de grondeigenaren is de huidige weerstand vanuit de omwonenden van de shortlistlocaties en de maatschappelijke spanning die dit met zich meebrengt, op enige afstand gevolgd door de zorg dat omwonenden hinder zullen ervaren van turbines nadat deze gerealiseerd zouden zijn. Meerdere respondenten geven aan dat in hun ogen windenergie, naast zon-op-dak, op dit moment de meest geschikte vorm van duurzame energieopwekking in de Alblasserwaard is; al zien sommigen van hen in de verdere toekomst wellicht alternatieve energiebronnen opkomen. De grondeigenaren die voorstander zijn van windturbines geven overwegend aan graag in een samenwerking met andere grondeigenaren, omwonenden en eventueel bedrijven, eventueel in coöperatief verband, aan de ontwikkeling van windenergie te willen werken. De voor- en tegenstanders van windturbines onder de respondenten geven aan een rechtvaardige verdeling van financiële revenuen uit een te ontwikkelen windpark tussen grondeigenaren, direct omwonenden en de bredere omgeving belangrijk te vinden en hieraan te willen meewerken. Dit sluit aan bij de uitgangspunten van de gemeenteraden.
Vaker gemaakte slotopmerkingen van de grondeigenaren gaan over: oog voor behoud van biodiversiteit, oog voor het stille midden in de bevolking (naast 'actiegroepen') en zorgvuldigheid in de communicatie en procesvoering vanuit de gemeenten.
Inbreng van buurgemeenten Tijdens de windverkenning is voortdurend contact gehouden met de buurgemeenten van Molenlanden en Gorinchem. Concreet verliep dit via het periodiek doorsturen van inhoudelijke en procesmatige informatie en door diverse ambtelijke en bestuurlijke overleggen met alle buurgemeenten. Met de gemeenten in de Drechtsteden en met Vijfheerenlanden is het meest intensieve contact geweest. In het algemeen was er veel behoefte bij de buurgemeenten om informatie te ontvangen over de manier waarop Molenlanden en Gorinchem in RES-verband bezig waren om nieuwe windlocaties te zoeken. Tijdens of naar aanleiding van de verschillende overleggen werden er vanuit de buurgemeenten echter op dat moment nog weinig argumenten voor- of tegen bepaalde locaties ingebracht. Door middel van een brief vanuit de colleges van Molenlanden en Gorinchem zijn de buurgemeenten in april uitgenodigd om formele bestuurlijke of politieke inbreng te leveren in de windverkenning Alblasserwaard. Inbreng Papendrecht De gemeente Papendrecht heeft op 23 mei 2024 middels een brief haar bezorgdheid geuit. Specifiek worden locaties J en K genoemd, waarbij locatie J dicht bij twee Papendrechtse woonwijken ligt. Daarnaast wijst Papendrecht op de mogelijke impact op de Vriesenpolder en het Werelderfgoed Kinderdijk.