CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11 aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Raadsvergadering 25 januari 2024, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Bestemmingsplan Haarwijk-Oost2.297 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Haarwijk-Oost

bestemd voor

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Behorende bij bestemmingsplan ‘Haarwijk-Oost’ te Gorinchem De gemeente Gorinchem

opgesteld door

Toby van Baast MSc

gecontroleerd door

ing. Marcel Volbeda

onderwerp

datum 2 juni 2023 referentie 221896_AdB_MEM_0001_v1.0 projectnummer 221896

1.1 Aanleiding Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, die via het herzien van een bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, middels een vormvrije m.e.r.-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld, op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. Voorliggende aanmeldnotitie is opgesteld in het kader van de beoogde herziening van het bestemmingsplan “Haarwijk Noord”, vastgesteld d.d. 8 oktober 2013, ten behoeve van de herontwikkeling van een woongebied, waarin plaats is voor 154 grondgebonden rijwoningen. In deze aanmeldnotitie zijn de milieueffecten in relatie tot het planvoornemen geïnventariseerd en gebundeld weergegeven. Op basis van de aanmeldnotitie dient het bevoegd gezag een besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapportage. 1.2 Beoogde ontwikkeling Een ontwikkelaar heeft een stedenbouwkundige planstudie voor deze locatie laten vervaardigen ten behoeve van de ontwikkeling van maximaal 154 grondgebonden woningen, ter vervanging van de bestaande 130 woningen.

Om het planvoornemen te kunnen realiseren is het doel gesteld om een nieuw bestemmingsplan op te stellen met een specifiek op het plan toegespitst juridisch-planologisch kader. Het bestemmingsplan “Haarwijk-Oost” betreft dit nieuwe bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is thans in voorbereiding.

P 1/5

1.3 Toetsingskader Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.rbeoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan dat die activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht. Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd.

Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden - aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.beoordeling’ gehanteerd. Activiteit en drempelwaarden In artikel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is een categorie ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (D11.2) opgenomen. De beoogde ontwikkeling van de 154 woningen valt onder dit begrip. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage dient voor de ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of; 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het onderhavige planvoornemen voorziet in de herontwikkeling van een kleinschalig woongebied.

De voorgenomen activiteit blijft dus ruimschoots onder de drempel van de bouw van 2.000 woningen of meer in een aangesloten gebied, zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is dus niet m.e.r.beoordelingsplichting. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst, dient wel een vormvrije m.e.r.beoordeling te worden verricht. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: ▪ belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; ▪ belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.

datum referentie

7 april 2022 194756_AdB_MEM_0001_v1.0

P 2/5

De aanmeldnotitie moet voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in Bijlage III Richtlijn 2011/92/EU. De criteria vallen uiteen in de: • kenmerken van het project: omvang van het project, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico op ongevallen; • plaats van het project: bestaand gebruik van de locatie, natuurlijke hulpbronnen en opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu; • kenmerken van het potentiële effect: bereik, grensoverschrijdend karakter, orde van grootte en complexiteit, waarschijnlijkheid en duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect. 1.4 Beoordeling Kenmerken van het project Het planvoornemen betreft de herontwikkeling van een woongebied binnen bestaand stedelijk gebied in Gorinchem. In de oude situatie was sprake van 130 woningen, in de nieuwe situatie zijn dat er 154. In de directe omgeving van het plangebied is deels sprake van woonfuncties, een sportfunctie en deels sprake van agrarische functies. Het plangebied is grotendeels voor agrarische doeleinden gebruikt. Gelet op de aard van het initiatief is relevante verontreiniging, omvangrijke hinder en productie van afvalstoffen uitgesloten. Plaats van het project Het plangebied is gelegen in de woonwijk ‘Haarwijk’. Deze wijk ligt ten noordwesten van het oude historische centrum van Gorinchem.

Aan de noordzijde loopt de snelweg A15 en de spoorlijn Geldermalsen-Gorinchem. Ten westen ligt de wijk ‘Stalkaarsen’. Het Merwedekanaal met de daaraan gelegen bedrijvigheid vormt de oostgrens van de wijk ‘Haarwijk’. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door het Schijverslaantje. Aan de westzijde vormen de achterzijde van de woningen aan de Van Zomerenlaan de grens van het plangebied. Aan de zijde vormen de achterzijde van de woningen aan de Abraham Kempenlaan de grens van het plangebied. De Marinus Spronklaan vormt de zuidelijke grens van het plangebied. Het plangebied is circa 3 ha groot. Voor de gronden vigeert thans het bestemmingsplan “Haarwijk-Noord”, zoals vastgesteld op 13 februari 2014. In dit bestemmingsplan zijn de gronden bestemd als ‘Wonen’, ‘Tuin’, ‘Verkeer’ en ‘Water’. Verder is voor het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische verwachting hoog PM2’ gegeven. Naast dit bestemmingsplan geldt ook het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’. Kenmerken van het potentiële effect Beoogd wordt binnen het plangebied 154 grondgebonden woningen te realiseren. Hierna wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten. Voor de rapportages van uitgevoerde milieuonderzoeken en een uitvoerige beschrijving van onderstaande milieuaspecten, wordt echter verwezen naar hoofdstuk 5 van het ontwerpbestemmingsplan “Haarwijk-Oost”.

1.4.1 Bodem Er zijn twee bodemonderzoeken uitgevoerd ter plaatse van het plangebied, waarvan één verkennend bodem- en asbestonderzoek en een nader asbestonderzoek. De bodemonderzoeken zijn opgenomen als bijlage van het bestemmingsplan. Uit het verkennend (asbest)bodemonderzoek en aanvullend asbestonderzoek naar een verdachte locatie is gebleken dat de bodem grotendeels geschikt is voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging alsmede de voorgenomen nieuwbouw binnen het plangebied. Zeer lokaal zal de bodem gesaneerd moeten worden om in heel het plangebied de bodemklasse ‘Wonen’ te bereiken. Ten aanzien van onderhavige aanmeldnotitie geldt dat de beoogde woningbouw en het beoogde gebruik van de gronden geen verhoogd risico vormt voor een potentiële bodemverontreiniging.

datum referentie

7 april 2022 194756_AdB_MEM_0001_v1.0

P 3/5

1.4.2 Water Conform het vigerend beleid is geen waterberging vereist. De verharding in de nieuwe situatie neemt af ten opzichte van de bestaande situatie. Desondanks worden in de openbare ruimte waterbergende voorzieningen in het groen gerealiseerd. Extreme neerslagomstandigheden zullen in de toekomst niet tot overlast leiden. Een deel van de woningen in de bestaande situatie is aangesloten op het gemengde rioolstelsel en wordt afgekoppeld en aangesloten op het ten oosten gelegen oppervlaktewatersysteem. Het betreffen de 35 woningen aan de H.P. de Biestraat (incl. openbare verharding), de 39 woningen aan de Marinus Spronklaan (incl. openbare verharding), de 30 woningen aan de van Goghstraat en de 10 woningen langs de Abraham Kemplaan. De overige woningen zijn aangesloten op het hemelwaterriool. De gemeente geeft aan dat bij de herontwikkeling van deze locatie de vuilwaterafvoeren moeten worden aangesloten op het stelsel van de omgeving van de Abraham Kemplaan en de van Zomerenlaan. Dit dient bij nadere uitwerking van het plan te worden onderzocht en afgestemd met de gemeente. De voorkeur gaat uit naar een gescheiden riolering met minimaal dezelfde bergingscapaciteit en uitstroompunten op dezelfde locaties als in de bestaande situatie.

Ten aanzien van onderhavige aanmeldnotitie geldt dat de beoogde woningbouw en het beoogde gebruik van de gronden geen verhoogd risico vormt voor een potentiële verontreinigingen van het grondwater. 1.4.3 Natuurgebieden Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied betreft Lingegebied & Diefdijk-Zuid, welke is gelegen op een afstand van circa 1,25 km. Natura 2000-gebieden kunnen schade ondervinden wegens diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, optische verstoring, verzuring en vermesting. In onderhavige situatie is er sprake van de realisatie van 24 extra woningen. Derhalve is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de bouwfase en de gebruiksfase. Gelet op de resultaten van de stikstofdepositieberekening is geen sprake van relevante stikstofemissies. Onderhavige ontwikkeling heeft derhalve met zekerheid geen mogelijk effect tot gevolg op de Natura 2000-gebieden. 1.4.4 Flora en fauna Door de gemeente is een Quickscan naar de aanwezigheid van beschermende soorten op een tweetal locaties. De onderhavige ontwikkeling is één van de beoordeelde locaties. De gemeente heeft geoordeeld dat de aanwezigheid van vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen in het plangebied niet uitgesloten kan worden. Nader ecologisch onderzoek is uitgevoerd.

Bij het vervolgonderzoek is geconstateerd dat er diverse verblijfplaatsen zijn van vleermuis, huismus en gierzwaluw. Naar aanleiding van nader veldonderzoek is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen voor overtreding van de artikelen 3.1 en 3.5 Wet natuurbescherming. De ontheffing is nodig door het beschadigen en vernielen van de zomer-, paar- en mogelijk winterverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger, en het vernielen van de nesten en essentieel groen van de huismus en gierzwaluw. Het treffen van de mitigerende maatregelen is uitvoerbaar. Beschermde soorten krijgen voldoende gewenningstijd om een alternatieve verblijfplaats te zoeken. Het ligt in de lijn der verwachting dat een ontheffing Wet natuurbescherming t.a.v. Huismus, Gierzwaluw en Vleermuizen zal worden verleend door het bevoegd gezag. Dat komt, omdat in de directe omgeving van het plangebied ruimschoots alternatief leefgebied aanwezig is. Het plangebied is geen essentieel leefgebied voor de Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen. Voor algemene zoogdieren, amfibieën geldt dat hiervoor geen geschikt leefgebied is aangetroffen. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet

datum referentie

7 april 2022 194756_AdB_MEM_0001_v1.0

P 4/5

natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en vanwege een provinciale vrijstelling niet aan de orde. Rekening dient te worden gehouden met de zorgplicht. De natuurwaarden ter plaatse worden niet geschaad. 1.4.5 Wegverkeerslawaai Rondom het plangebied is reeds sprake van een bestaande ontsluitingsstructuur. Ten behoeve van het plan worden enkele straten ten behoeve van bestemmingsverkeer aangelegd. In ogenschouw genomen dat verkeersbewegingen beperkt toenemen (180 mvt/etmaal), zal een toename aan wegverkeerslawaai zeer beperkt van omvang zijn, dan wel niet aanwezig zijn. Daarmee is uitgesloten dat wegverkeerslawaai voortvloeiend uit het onderhavige bestemmingsplan een negatief effect heeft op het milieu. 1.4.6 Luchtkwaliteit De beoogde functie heeft geen significante verkeersaantrekkende werking. Relevante emissies zijn daarmee niet aanwezig. De ondergrens van NIBM betreft de realisatie van 1.500 woningen. Gesteld kan worden dat het onderhavige bestemmingsplan (uitbreiding met 24 woningen) in verhouding tot de wettelijke ondergrens voor onderzoek, niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan het verslechteren van de luchtkwaliteit.

Bovendien is blijkens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN) ter hoogte van het plangebied geen sprake van een hoge achtergrondbelasting inzake fijnstof of stikstofdioxide. 1.4.7 Externe veiligheid Met het onderhavige bestemmingsplan wordt geen planologisch kader geboden voor de oprichting van een inrichting, buisleiding of transportroute van gevaarlijke stoffen die mogelijk negatieve effecten hebben op het milieu. 1.4.8 Conclusie De effecten van het planvoornemen blijven beperkt tot het plangebied en de directe omgeving daarvan. De effecten zijn beperkt en de ontwikkeling stuit niet op bezwaren in relatie tot de aangehaalde milieuaspecten. Er is geen sprake van ‘belangrijke nadelige’ milieueffecten. 1.5 Conclusie en advies In het kader van deze notitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de beoogde ontwikkeling. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r.-procedure.

Gelet op het vorenstaande wordt voorgesteld om op basis van deze aanmeldnotitie te besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is.

datum referentie

7 april 2022 194756_AdB_MEM_0001_v1.0

P 5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=cf6a1c0b-26e3-4035-967e-b83a2a082ed2