Bijlage 10 archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Bureau voor Archeologie Rapport 1201 Haarwijk oost, Abraham Kemplaan eo, Gorinchem, gemeente Gorinchem: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase
2
Colofon titel:
Bureau voor Archeologie Rapport 1201. Haarwijk oost, Abraham Kemplaan eo, Gorinchem, gemeente Gorinchem: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase
auteur(s):
F. Roodenburg (KNA prospector); C. de Jong (junior prospector)
autorisatie:
A. de Boer (KNA senior prospector)
datum:
13 september 2022
ISSN:
2214-6687
© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 18 95 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl
Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
3
Administratieve gegevens Projectnummer
2022010402
Provincie
Zuid-Holland
Gemeente
Gorinchem
Plaats
Gorinchem
Toponiem
Abraham Kemplaan eo
Naam
Haarwijk oost
Centrum locatie (m RD)
126.520; 428.020 (x; y)
Omvang plangebied
38.820 m2
Omvang onderzoeksgebied booronderzoek 38.820 m2 Kadastrale gegevens
kadastrale gemeentenaam: Gorinchem, sectie: A, nummer(s): 4140, 4197, 4198, 4251, 4253, 4321, 4352, 4436, 4437, 4883, 4960, 5018, 5019, 5020, 6180, 6181, 6182, 6183, 6967, 7132
ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer
5262938100 (ABU); 5262946100 (ABO)
Soort onderzoek
een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase
Opdrachtgever
Van der Helm Milieubeheer B.V.
Uitvoerder
Bureau voor Archeologie
Kaartblad
38G
(RO) kader onderzoek
Aanvraag omgevingsvergunning.
Periode van uitvoering veldwerk
23 en 24 mei 2022
Bevoegde overheid
Gemeente Gorinchem
Deskundige namens bevoegde overheid
Onbekend
Versie van het rapport
2
Beheerder en plaats van documentatie
Digitale documentatie: ARCHIS en E-Depot Vondstdocumentatie: geen vondsten
Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
4
Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (rood; www.opentopo.nl).
Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
5
Inhoudsopgave 1 2
3
4 5 6
Samenvatting...............................................................................................8 Inleiding.......................................................................................................9 1.1 Doelstelling en vraagstelling.................................................................9 Bureauonderzoek.......................................................................................11 2.1 Methode..............................................................................................11 2.2 Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik..........................................11 2.3 Huidige situatie...................................................................................12 2.4 Aardwetenschappelijke waarden.........................................................13 2.5 Historische situatie..............................................................................14 2.6 Mogelijke verstoringen........................................................................15 2.7 Archeologische en bouwhistorische waarden......................................15 2.8 Gespecificeerde verwachting..............................................................19 Booronderzoek..........................................................................................22 3.1
Inleiding..............................................................................................22 3.2 Methode..............................................................................................22 3.3 Resultaten met bodemkundige en geologische interpretatie...............23 3.4 Archeologische interpretatie................................................................25 3.5 Waardestelling en Selectieadvies.......................................................26 Conclusie...................................................................................................27 4.1 Conclusie Bureauonderzoek...............................................................27 4.2 Conclusie Booronderzoek...................................................................28 Advies........................................................................................................30 5.1 Status en inhoudelijke afstemming bevoegde overheid......................30 Literatuur...................................................................................................31 Figuren......................................................................................................33 Bijlage 1: Boorbeschrijvingen.....................................................................59
Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
6
Lijst met Figuren Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (rood; www.opentopo.nl)........................................................................................4 Figuur 2: Luchtfoto actueel..................................................................................33 Figuur 3: Topografische kaart..............................................................................34 Figuur 4: Onderzoeksgebied van het bureauonderzoek als straal van 500 meter rondom het plangebied..............................................................................35 Figuur 5: Archeologische verwachtings- en beleidskaart van de gemeente Gorinchem (Boshoven e.a. 2009)..............................................................36 Figuur 6: Overzicht van de beoogde ingrepen....................................................37 Figuur 7: Top Pleistoceen (RACM en TNO 2007)................................................38 Figuur 8: Top Pleistoceen (TNO en Geologische Dienst Nederland 2020)..........39 Figuur 9: Geologisch booronderzoek ter hoogte van de Hugo de Grootstraat op ongeveer 300 meter ten oosten van het plangebied (Dinoloket 2014).......40 Figuur 10: Beddinggordels Holoceen (Cohen e.a.
2012)....................................41 Figuur 11: Geologische kaart 38 Oost, Gorinchem (Verbraeck 1966).................42 Figuur 12: Bodemkaart (Alterra 2014).................................................................43 Figuur 13: Hoogte-reliëfkaart (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018).De hoogtematen zijn weergegeven in meters ten opzichte van het NAP.........44 Figuur 14: Hoogte-reliëfkaart detail (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018). Hoogtewaarden in meters ten opzichte van N.A.P.....................................44 Figuur 15: Kaart van het rivierengebied uit 1630 (Blaeu 1630)...........................45 Figuur 16: Kaart van Gorinchem uit 1649 (Blaeu 1649)......................................45 Figuur 17: Kadastraal minuutplan van de gemeente Gorinchem uit de periode 1811 tot en met 1832, sectie A, blad 5 (‘Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’, MIN08045A05)............................................................46 Figuur 18: Topografisch militaire kaart 1850........................................................46 Figuur 19: 527-1743-HOOG BLOKLAND-1874...................................................47 Figuur 20: 527-1744-HOOG BLOKLAND-1880...................................................47 Figuur 21: 527-1745-HOOG BLOKLAND-1891...................................................48 Figuur 22: 527-1746-HOOG
BLOKLAND-1898...................................................48 Figuur 23: 527-1747-HOOG BLOKLAND-1914...................................................49 Figuur 24: 38G-1936-Gorinchem........................................................................49 Figuur 25: 38G-1946-Gorinchem........................................................................50 Figuur 26: 38G-1959-Gorinchem........................................................................50 Figuur 27: 38G-1969-Gorinchem........................................................................51 Figuur 28: 38G-1981-Gorinchem........................................................................51 Figuur 29: 38G-1989-Gorinchem........................................................................52 Figuur 30: Topografisch kaart 2012.....................................................................52 Figuur 31: Archeologische vondstlocaties en zaken uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021).......................................................................53 Figuur 32: Resultaten van archeologisch booronderzoek op ongeveer 100 meter ten westen van het plangebied (Roodenburg 2020)...................................54 Figuur 33: Boorpuntenkaart................................................................................55 Figuur 34: Schematische weergave van de westelijke
boorprofielen..................56 Figuur 35: Schematische weergave van de oostelijke boorprofielen...................57 Figuur 36: Boorpuntenkaart van het huidige onderzoek en het naastgelegen onderzoek uit 2020 (Roodenburg 2020). Aangegeven zijn de boorpunten waarin oeverafzettingen binnen 500 cm -mv zijn aangetroffen en een zone gebaseerd op deze punten........................................................................58 Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
7
Lijst met Tabellen Tabel 1: Aardkundige waarden............................................................................14 Tabel 2: Archeologische terreinen, zaken en vondstlocaties ca. 500 m van het plangebied.................................................................................................19
Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
8
Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd voor sloop- en renovatiewerkzaamheden aan de Abraham Kemplaan eo te Gorinchem. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische resten bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. In het plangebied worden woningen gesloopt en gerenoveerd. Uit het bureauonderzoek blijkt dat in het plangebied veen en komafzettingen aanwezig zijn. Mogelijk bevindt zich onder het veen en de komafzettingen de Gorkum-Arkel beddinggordel waarin archeologische resten uit het Laat Mesolithicum en Vroeg Neolithicum aanwezig kunnen zijn. In de Late Middeleeuwen wordt het rivierengebied bedijkt en vanaf deze periode kan in het plangebied landbouw plaatsvinden. Tijdens het booronderzoek zijn 23 boringen gezet tot 500 cm -mv. De boringen bevestigen dat in het plangebied veen en komafzettingen aanwezig zijn. Daarnaast is vastgesteld dat de bovenste 45 tot 150 cm van de bodem is verstoord en/of opgehoogd. De verstoring is waarschijnlijk gerelateerd aan de bouwwerkzaamheden in de 20e eeuw.
In een aantal boringen in het midden en zuiden van het plangebied zijn oever- en/of crevasseafzettingen aangetroffen waarvan de top tussen 440 en 485 cm -mv ligt. Archeologische lagen zijn hierin niet aangetroffen. Het ontbreken van lagen en indicatoren in de boringen hoeft echter niet te wijzen op de afwezigheid van archeologische resten; resten uit het Laat Mesolithicum en Vroeg Neolithicum manifesteren zich bijvoorbeeld voornamelijk als spreidingen van artefacten (zoals vuursteenfragmenten). Gezien de slechte rijping is het echter waarschijnlijk dat de oever- en crevasseafzettingen relatief kort aan de oppervlakte hebben gelegen en is daarom minder geschikt voor bewoning. Gezien de diepteligging zullen eventueel aanwezige archeologische resten in de top van de oeverafzettingen niet door de voorgenomen ingrepen worden aangetast. Doordat de top van de komafzettingen verstoord is, worden in het plangebied geen intacte archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd meer verwacht. Bureau voor Archeologie adviseert geen vervolgonderzoek uit te voeren voor de voorgenomen ontwikkeling. Voor het plaatsen van funderingspalen wordt geadviseerd gebruik te maken van de handreiking archeologievriendelijk bouwen. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd.
Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Gorinchem.
Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
9
1
Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek en een booronderzoek uitgevoerd voor sloop- en renovatiewerkzaamheden aan de Abraham Kemplaan eo te Gorinchem. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning. De ligging van het plangebied is weergegeven in fig. 1. Vanwege het gemeentelijke archeologische beleid moet voor de beoogde ontwikkeling een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,1 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1) en de richtlijnen van de provincie Zuid-Holland. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een booronderzoek in de verkennende fase. Met de bevindingen wordt aan het einde van het rapport een advies gegeven hoe bij het project rekening kan worden gehouden met archeologische waarden.
1.1
Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Het doel van het veldonderzoek is het controleren en verfijnen van de archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. Het veldonderzoek is uitgevoerd als booronderzoek (IVO – O) en betreft de verkennende fase. Met het verkennende veldonderzoek wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd. De volgende onderzoeksvragen zijn in dit onderzoek gebruikt: Bureauonderzoek: 1.
Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?
2.
Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?
3.
Is sprake van bekende bodemverstoringen?
4.
Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?
5.
Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?
1
https://www.kiwa.nl/upload/certificate/00094278.pdf
Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
10 6.
Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?
Verkennend booronderzoek: 7.
Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel?
8.
Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding daarvan?
Eindoordeel: 9.
Indien (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden?
10.
Indien vervolgonderzoek nodig is: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?
Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
11
2
Bureauonderzoek
2.1
Methode Het bureauonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA 4.1, protocol 4002.2 Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. Eerst wordt het plan- en onderzoeksgebied vastgesteld en het onderzoek gemeld bij ARCHIS. Daarna wordt achtereenvolgens de aardkundige, archeologische en historische context van het te onderzoeken gebied bestudeerd. Deze gegevens leiden tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. In de gespecificeerde verwachting worden de mogelijk aanwezige archeologische resten beschreven in termen van onder meer diepteligging, omvang, ouderdom en conservering. De genoemde stappen leiden tot onderhavig rapport en het openbaar maken van de resultaten bij Archis en het e-Depot voor de Nederlandse Archeologie.3 In de hierna volgende hoofdstukken worden de belangrijkste onderzoeksgegevens gepresenteerd. Voor dit onderzoek is contact opgenomen met de Historische Vereniging Oud-Gorcum en de archeologische werkgroep van Gorinchem. De vereniging had geen aanvullende informatie. Bij de archeologische werkgroep zijn geen vondsten bekend in of in de directe omgeving van het plangebied. Van alle afgebeelde kaarten is het noorden boven, tenzij anders aangegeven.
2.2
Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik Afbakening plan- en onderzoeksgebied De ligging van het plangebied staat afgebeeld in fig. 2 en 3. Het plangebied ligt in de gemeente Gorinchem in de gelijknamige plaats. De locatie ligt aan het adres Abraham Kemplaan eo. Het plangebied is ongeveer 250 m lang en 160 m breed en heeft een omvang van 38.820 m2. Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Gorinchem tussen de Van Zomerenlaan in het westen en de Abraham Kemplaan in het oosten. Ten oosten van het plangebied ligt tevens het Merwedekanaal. Ten zuiden van het plangebied ligt de Burgemeester Gaarlandstraat en langs de noordgrens van het plangebied loopt het Schrijverslaantje. Om voldoende informatie over aardkundige, historische en archeologische gegevens te verzamelen wordt een onderzoeksgebied gebruikt dat groter is dan het plangebied. Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek is een zone met straal van circa 500 m om de ontwikkeling heen (fig. 4). Overheidsbeleid In het gebied geldt een vastgesteld gemeentelijk archeologisch beleid (fig. 5). Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2009 heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting tussen 150 en 500 cm -mv. Het beleid is dat bij 2 3
SIKB 2018 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Data Archiving and Networking Services
Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
12 ingrepen van meer dan 250 m2 en waarbij dieper wordt gegraven dan 150 cm onder maaiveld rekening gehouden moet worden met archeologische resten. Ontwerp c.q. inrichtingsplan De beoogde ingreep bestaat uit de sloop van het grootste deel van de bebouwing (fig. 6). De panden langs de Abraham van Kemplaan in het noordoosten van het plangebied en langs de Van Zomerenlaan in het westen van het plangebied worden gerenoveerd. Aard en omvang van de toekomstige verstoring De exacte omvang van de ingrepen is nog niet bekend. Ter plaatse van de gesloopte woningen zullen eengezinswoningen met kruipruimtes worden gebouwd. De onderzijde van de funderingen en kruipruimtes zal tussen 70 en 80 cm -mv komen te liggen. Onder de woningen zullen palen worden aangebracht. Milieutechnische condities Uit de omgevingsrapportage van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid blijkt dat in en rondom het plangebied bodemonderzoek zijn uitgevoerd. Uit de resultaten van deze onderzoeken blijkt dat de bodem licht verontreinigd is, maar niet ernstig.4 Grondwaterpeil De grondwaterstand is niet gekarteerd in het plangebied wegens ligging in de bebouwde kom. De grondwaterstand kan variabel zijn binnen bebouwd gebied.
Tijdens een archeologisch booronderzoek in 2020 op ongeveer 100 meter ten westen van het plangebied stond het grondwater tussen 50 en 150 cm -mv (zie zaken 4.857.736.100 en 4.857.744.100 in hoofdstuk 2.7).5 De grondwaterstand zal door de beoogde ingrepen waarschijnlijk niet veranderen. Consequentie van de ingrepen Door uitvoeren van graafwerkzaamheden kunnen archeologische resten worden vergraven.
2.3
Huidige situatie Bebouwing, functie en bodemgebruik In het plangebied staat een woonwijk waarvan alle huizen volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen in 1950 zijn gerealiseerd.6 De huizen zijn verdeeld in vier blokken gescheiden door de Van Gochstraat, H.P. de Biestraat en de Marinus Spronklaan. Achter de huizen liggen tuinen. De straten zijn verhard met klinkers. Bestemmingsplan Het plangebied ligt in bestemmingsplan ‘Haarwijk Noord’ uit 2013. In het plangebied geldt de dubbelbestemming “Waarde – Archeologische verwachting Hoog PM2”. Dit betekent dat bij ingrepen met een omvang van meer dan 250 m2 4 5 6
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 2022 Roodenburg 2020 Kadaster 2013
Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
13 waarbij de bodem dieper dan 150 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld.7
2.4
Aardwetenschappelijke waarden De aardkundige gegevens staan samengevat in tabel 1. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Rijn-Maasdelta', in de landschapszone overstromingsvlakte.8 Aan het einde van de laatste ijstijd (het Weichselien, circa 10.000 jaar geleden) ligt het plangebied in een vlakte die gedurende het Pleistoceen gevormd is door vlechtende rivieren. Als een gevolg van opwarming van het klimaat aan het begin van het Holoceen krijgen rivieren een groter watervolume en concentreren deze zich in een enkele geul die binnen een beddinggordel meandert. Naast de riviergeulen worden oever- en crevasseafzettingen afgezet (sterk siltige tot sterk zandige klei). Op grotere afstand van de beddinggordel ligt het komgebied waar door lagere stroomsnelheden komafzettingen worden gevormd (zwak tot matig siltige klei). Tijdens periodes van verminderde rivieractiviteit vindt veengroei plaats in het komgebied. Door de geleidelijke ophoping van rivierafzettingen en veengroei gedurende de afgelopen 10.000 jaar ligt het Pleistocene niveau meer dan negen meter beneden het maaiveld (fig. 7, 8 en 9).9 De dichtstbijzijnde beddinggordel is de Linge beddinggordel op ongeveer 550 meter ten zuidoosten van het plangebied (fig. 10). De Linge is actief is tussen circa 200 voor Chr. en 1300 na Chr. De overige beddinggordels liggen op grotere afstand van het plangebied.
Waarschijnlijk zijn voornamelijk komafzettingen en veen in het plangebied gevormd hoewel tijdens een archeologisch booronderzoek op 100 meter ten westen van het plangebied oever- en crevasseafzettingen zijn gevonden tussen 400 en 500 cm -mv (-505 en -404 cm NAP). Voorheen was de Gorkum-Arkel beddinggordel op deze locatie gekarteerd zoals aangegeven op de archeologische beleidskaart van de gemeente Gorinchem maar de ligging is herzien in de beddinggordelkaart van 2012 (fig. 5). De Gorkum-Arkel beddinggordel, die tussen 5.500 en 4.500 voor Chr. actief was, is in feite een complex van meerdere smalle beddinggordels tussen de Rijn en Maas. De top van het beddingzand van de Gorkum-Arkel ligt tussen -3,4 en -5,9 m NAP. De kans is daarom groot is dat de eerder genoemde oever en crevasseafzettingen gerelateerd zijn aan de Gorkum-Arkel beddinggordel.10 De meest nabijgelegen zone op de geologische kaart bestaat uit een afwisselende gelaagdheid van de afzettingen van Tiel en Gorkum (formatie van Echteld) met komklei aan het oppervlak (fig. 11). Op de bodemkaart en geomorfologische kaart is het plangebied als bebouwd aangegeven (fig. 12). Het reliëf is sterk beïnvloed door menselijke activiteit; het is waarschijnlijk dat de bodem in het plangebied is opgehoogd en/of geëgaliseerd (fig. 13). Het maaiveld in het plangebied ligt tussen 0,1 en -0,3 m NAP (fig. 14).
7 ‘http://www.ruimtelijkeplannen.nl’ 8 Rensink e.a. 2015 9 Berendsen en Stouthamer 2011 10 Cohen e.a. 2012 Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
14 Bron
Situatie plangebied, omschrijving
Geologie (fig. 10 en 11)
Geologische Overzichtskaart 1 : 250 000:11 • Ec2: Formatie van Echteld / Formatie van Nieuwkoop; rivierklei en -zand met inschakelingen van veen (Ec2) Geologische kaart 1 : 50 000: • F3k: Een afwisselende gelaagdheid van het Hollandveen met de Afzettingen van Tiel en de Afzettingen van Gorkum; aan de oppervlakte Afzettingen van Tiel als komklei.12 Beddinggordelkaart:13 • 500 m ten zuidoosten: Linge (97), actief tussen 2.160 en 643 BP. • 1000 m ten noorden: Spijk (158), actief tussen 2.510 en 2.200 BP. • 1.300 m ten zuidoosten: Gorkum-Arkel (52), actief tussen 6.515 en 5.590 BP.
Bodemkunde (fig. 12)
Bodemkaart 1 : 50 000: • Bebouwing
Geomorfologie
Geomorfologische kaart 1 : 50 000: • Bebouwing
AHN (fig. 13 en 14)
Het maaiveld in het plangebied ligt tussen 0,1 en -0,3 m NAP.
Tabel 1: Aardkundige waarden.
2.5
Historische situatie Het plangebied kan reeds in het Laat Paleolithicum en Mesolithicum zijn bewoond. Over de oudste bewoningsperioden is echter weinig bekend door de grote diepteligging van het Pleistocene niveau. Gedurende het Mesolithicum ontwikkelen ter hoogte van het plangebied veen- en komgebieden. De natte milieus van kom- en veengronden zijn ongeschikt voor bewoning en het bedrijven van landbouw. Het is waarschijnlijk dat menselijke activiteit gedurende het Laat Mesolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen beperkt is gebleven tot jacht en visvangst. Veengebieden kunnen op natuurlijke wijze worden ontwaterd waardoor ze tijdelijk geschikt zijn voor landbouw en bewoning. Echter door ontwatering klinkt het veen in en oxideert waarna het na een korte periode weer te nat wordt voor landbouw of bewoning. Het rivierengebied wordt aan het begin van de Late Middeleeuwen bedijkt waardoor het achterliggende land gebruikt kan worden voor bewoning en landbouw. De plaatsnaam Gorinchem wordt voor het eerst genoemd in bronnen uit de 13e eeuw. De naam is waarschijnlijk een combinatie van ‘heem’ (woonplaats) en ‘Goringa’, een afleiding van de persoonsnaam ‘Goro’ waardoor de naam ‘huis van de lieden van Goro’ kan betekenen. Gorinchem verwerft stadsrechten in 1382.14 Het plangebied ligt ongeveer 700 meter ten noorden van de historische kern van Gorkum.
Op een kaart uit 1630 liggen enkele wegen en een waterloop ten oosten van het plangebied (fig. 15). De waterloop is hoogstwaarschijnlijk de Linge die tegenwoordig ongeveer 650 meter ten oosten van het plangebied stroomt. De 11 De Mulder 2003 12 De afzettingen van Tiel en Gorkum worden sinds 2000 tot de Formatie van Echteld gerekend. 13 Cohen e.a. 2012 14 Van der Sijs 2010 Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
15 situatie is in meer detail weergegeven op de kaart van Blaeu uit 1649 (fig. 16). Kleinere boerderijen en nederzettingen buiten de stad zijn echter niet weergegeven. De kans is niettemin groot dat het plangebied onbebouwd is geweest en een agrarische functie had, tevens om het schoots- en zichtveld vanaf de stadswallen vrij te houden. Een gedetailleerd beeld van de situatie is weergegeven op het kadastraal minuutplan tussen 1811 en 1832 (fig. 17). Op de oorspronkelijke aanwijzende tafels is aangegeven dat alle percelen in gebruik zijn als weiland. De noordwest richting zuidoost georiënteerde perceelsgrenzen zijn sloten. De inrichting blijft vrijwel onveranderd voor de rest van de 19e eeuw en de eerste helft van de 20e eeuw (fig. 18 tot en met 25). Wel worden enkele percelen in gebruik genomen als bouwland en boomgaard. Tussen 1880 en 1890 worden ten oosten van het plangebied het spoor en kanaal aangelegd. In 1950 wordt Gorinchem uitgebreid en wordt het plangebied bebouwd.
2.6
Mogelijke verstoringen Bij de bouw van de woonwijk in 1950 kan de oorspronkelijke bodemopbouw zijn verstoord. Het is mogelijk dat het effect van de verstoring is beperkt door het opbrengen van grond. In het plangebied zijn gedempte 19e-eeuwse sloten aanwezig waar archeologische resten ouder dan de 19e eeuw kunnen zijn verstoord.
2.7
Archeologische en bouwhistorische waarden Archeologische vondstlocaties en zaken staan weergegeven in fig. 31 en staan toegelicht in tabel 2. De belangrijkste bevindingen worden in de lopende tekst samengevat. In de bevindingen wordt verwezen naar de ARCHIS 3 zaaknummers van de bijbehorende onderzoeken. De rapporten zijn tevens te raadplegen op de website www.archeologiegorinchem.nl. In het plangebied liggen geen archeologische waarnemingen en geen (delen van) archeologische terreinen. Het plangebied is niet eerder archeologisch onderzocht. Ongeveer 100 meter ten westen van het plangebied, ter hoogte van de D.F. Pauwstraat, is een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd (zaken 4.857.736.100 en 4.857.744.100). Bij dit onderzoek zijn tussen 400 en 500 cm mv (-505 en -404 cm NAP) oeverafzettingen aangetroffen. Deze afzettingen, bedekt door komafzettingen en veen, kunnen op basis van de reconstructie in de gemeentelijke beleidskaart mogelijk toegekend worden aan de Gorkum-Arkel beddinggordel. Het is daarnaast ook mogelijk dat hier sprake is van een vooralsnog onbekende en niet gekarteerde beddinggordel, gezien de ligging van de beddinggordels op de beddinggordelkaart uit 2012.
Ongeveer 280 meter ten oosten van het plangebied, ten oosten van het Merwedekanaal, zijn bij archeologisch boor- en proefsleuvenonderzoek kuilen en greppels uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd gevonden (zaken 2.086.952.100 en 2.157.795.100 en vondstlocaties 1.076.598 en 1.084.720). Bij booronderzoek op ongeveer 300 meter ten noordoosten van het plangebied zijn geen archeologische resten gevonden met uitzondering van één boerderij uit de Nieuwe tijd op ongeveer 650 meter ten oosten van het plangebied (zaak 2.086.490.100). De natuurlijke bodem bestaat uit komafzettingen en veen. Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
16 Vermoede afzettingen van de Gorkum-Arkel beddinggordel zijn op één locatie aangetroffen op 340 cm -mv. Op ongeveer 350 meter ten zuidoosten van het plangebied is een afvalkuil met resten uit de 14e eeuw gevonden (zaak 2.024.938.100). Op ongeveer 260 meter ten zuidoosten van het plangebied, aan de Willem de Vries Robbe weg, zijn archeologische resten uit de Nieuwe tijd gevonden op afzettingen van de Linge (zaak 2.138.938.100 en vondstlocatie 1.083.605). Bij overige booronderzoeken zijn geen archeologische resten gevonden. Het plangebied ligt in een inundatiezone van de Oude Hollandse Waterlinie uit de periode 1629 tot en met 1787. Het Merwedekanaal is tijdens de Tweede Wereldoorlog onderdeel van de Duitse “Hintere Wasserstellung” die een geallieerde invasie vanuit de kuststrook moest vertragen met inundatie als voornaamste verdediging. Op een luchtfoto uit de Tweede Wereldoorlog zijn geen archeologische resten in het plangebied aanwezig (fig. 31). Naar verwachting zijn geen archeologische resten gerelateerd aan militair erfgoed in het plangebied aanwezig.15 In het plangebied staan geen bekende (ondergrondse) bouwhistorische waarden geregistreerd.16
15 Stichting RAAP 2017; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2016 16 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017 Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
17 Archeologische terreinen Geen. Zaken (incl. evt. bijbehorende vondsten) 2.024.938.100: Gorinchem, W. de Vries Robbeweg, proefputten\proefsleuven Op de onderzoekslocatie zijn slechts in beperkte mate archeologische waarden aangetroffen. Deze beperkten zich tot één depressie die vanaf de 14e eeuw geleidelijk is dichtgegooid met huishoudelijk afval. Dit doet vermoeden dat in de nabije omgeving bebouwing gestaan moet hebben. De kans om hiervan archeologische resten te vinden op de niet onderzochte delen van het onderzoeksterrein is gering, aangezien het bodemarchief tot op een meter onder het huidige maaiveld verstoord blijkt te zijn. De depressie is hoogstwaarschijnlijk in verband te brengen met een ovaal-vormig water, waarschijnlijk een wiel, dat op de 16e eeuwse stadsplattegrond van Jacob van Deventer is afgebeeld. De overige bij het onderzoek aangetroffen verschijnselen zijn van natuurlijke aard, te weten Linge-afzettingen en een vegetatielaag, waar het wiel doorheen snijdt. Romeinse sporen, zoals verwacht op basis van het prospectief onderzoek, zijn niet gevonden. Het onderzoek heeft uitgewezen dat de archeologische waarden op de onderzoeklocatie van een beperkte omvang en waarde zijn. Op grond hiervan, en gezien de mate van verstoring van het terrein, kan tot de conclusie gekomen worden dat een vervolgonderzoek geen meerwaarde zal opleveren.
17 2.047.131.100: Gorinchem, Van Hoornestraat; Lingewijk, proefputten\proefsleuven Aan de hand van de bodemgesteldheid is vast te stellen dat prehistorische bewoning op het onderzochte gebied vrijwel onmogelijk zal zijn geweest. De aangetroffen zware komklei is kenmerkend voor voornamelijk laag gelegen gebieden die in het rivierengebied sterk onder invloed van het regen- en rivierwater zullen hebben gestaan. Er zijn geen aanwijzingen voor bewoning of anderszins gebruik van het terrein uit deze perioden aangetroffen. In de Late Middeleeuwen staat er waarschijnlijk een steenbakkerij in de omgeving, getuige de bakstenen misbaksels en bakstenen zonder mortel in de vulling van twee sporen. Pas in de jaren 30 van de 20e eeuw komt er een einde aan het gebruik van de grond als akker- of weiland en wordt de Lingewijk gebouwd. Het afval uit spoor 6 geeft een mooi beeld van het tafelgoed dat in die periode in gebruik was. Hoewel het niet geheel uit te sluiten valt dat er nog sporen kunnen worden aangetroffen dichter tegen de straatkant aan, wordt, gezien de bevindingen van dit onderzoek, geadviseerd dat verder archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is.18 2.051.927.100: Gorinchem, Den Breejen, proefputten\proefsleuven Van dit onderzoek is geen rapport beschikbaar in ARCHIS of DANS.
2.086.490.100: Gorinchem, Lingewijk-Noord, boring Het grootste deel van het onderzoeksgebied is laaggelegen en daarom ongunstig voor bewoning in het verleden. Het booronderzoek wijst uit dat hier kleiige en venige komafzettingen liggen zonder archeologische lagen of indicatoren. In één boring zijn mogelijk oever- en crevasseafzettingen van de Gorkum-Arkel beddinggordel aangetroffen. De top van deze afzettingen ligt op circa 340 cm -mv. Er is geadviseerd hier geen vervolgonderzoek uit te voeren. In de zuidoosthoek van het plangebied zijn mogelijk resten van een oude boerderij aanwezig en heeft daarom een hoge archeologische verwachting. Bij het booronderzoek zijn hier twee scherven gevonden. Er is daarom aanbevolen om hier een archeologische begeleiding uit te voeren.19 2.086.952.100: Gorinchem, Den Breejen, boring Uit een aantal boringen bleek dat het terrein op enkele plaatsen is verstoord. De verstoring is gerelateerd aan sloop en sanering van een garage op het terrein. De bodem is opgebouwd uit oever op komafzettingen. Aan de zuidoostzijde van het plangebied ligt de oeverwal van de Linge. De bodem heeft een dunne bouwvoor van 5 tot 30 cm dik. Onder de bouwvoor ligt in het westen zwak tot matig siltige klei en in het oosten sterk siltige tot zandige klei. Vanaf -1,5 tot -1,8 m NAP wordt de klei humeuzer en vanaf -2,5 m NAP en dieper is kleiig veen aanwezig.
De bovenste 80 tot 100 cm van de bodem bevatten baksteenspikkels, er is één fragment middeleeuws Andenne aardewerk gevonden. Er is geadviseerd een proefsleuf aan te leggen. 20 Bij dit onderzoek is vondstlocatie 1.076.598 geregistreerd: Het betreft een fragment Andenne aardewerk (Vroege Middeleeuwen D tot en met Late Middeleeuwen). 2.138.938.100: Gorinchem, Willem de Vries Robbe weg, boring In onverstoorde rivier- en oeverwalafzettingen zijn aardewerkfragmenten en baksteenresten uit de Nieuwe tijd gevonden. Op 300 cm -mv liggen geulafzettingen van de (Romeinse) Linge. Er is 17 Jayasena 2003 18 Gerritsen 2004 19 Schorn 2004 20 Gerritsen en Kluiving 2004 Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
18 aanbevolen bij werkzaamheden dieper dan 100 cm -mv een vervolgonderzoek uit te voeren. 21 Bij dit onderzoek is vondstlocatie 1.083.605 geregistreerd. Het betreft 28 stuks baksteen en 7 stuks roodbakkend geglazuurd aardewerk waarvan één slibwaar en één fragment zwart blinkend glazuur. 2.157.795.100: Gorinchem, den breejen, proefputten\proefsleuven Van dit onderzoek is geen rapport beschikbaar in ARCHIS of DANS. Bij het onderzoek is geen archeologische vindplaats gevonden. Het terrein is tot minstens 100 cm mv verstoord. Afgezien van enkele sporen uit de Nieuwe tijd zijn geen archeologische resten gevonden. Tenzij de bodem dieper wordt verstoord dan 100 cm -mv is geen vervolgonderzoek noodzakelijk.22 Bij dit onderzoek is vondstlocatie 1.084.720 geregistreerd. Het betreft de vondst van vijf fragmenten industrieel wit (Maastrichts) aardewerk uit de Nieuwe tijd Laat. Uit dezelfde periode zijn vier kuilen en één greppel of sloot gevonden. 2.393.050.100: Gorinchem, Lingewjk-Zuid, deelgebied 1, boring Delen van het plangebied hebben een hoge verwachting voor archeologische resten uit het Mesolithicum tot en met het Neolithicum die zich kunnen bevinden op afzettingen van de GorkumArkel beddinggordel in het oostelijk deel van het plangebied. De bodem in het plangebied is verstoord tot een diepte van minimaal 70 tot maximaal 180 cm -mv.
In tegenstelling tot de verwachting zijn in het plangebied geen afzettingen aangetroffen die tot de Gorkum-Arkel gerekend kunnen worden. De ondergrond in het plangebied bestaat uit veen met daarop zandige en sterk siltige klei die waarschijnlijk tot een crevasse behoren. Er zijn geen archeologische lagen of indicatoren aangetroffen waardoor het plangebied een lage archeologische verwachting heeft. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd.23 2.393.067.100: Gorinchem, Lingewijk-Zuid, deelgebied 2, boring Zie zaak 2.393.050.100. 2.393.075.100: Gorinchem, Lingewijk-Zuid, deelgebied 3, boring Zie zaak 2.393.050.100. 4.721.177.100: Gorinchem, Arkelsedijk, bureauonderzoek Voor het plangebied geldt een middelhoge kans voor het aantreffen van bewoning uit de periode late ijzertijd tot en met de vroege middeleeuwen vanaf 1,0 m onder het maaiveld. Op een dieper niveau kunnen resten aanwezig zijn uit oudere perioden, maar de kans hierop wordt klein geacht. Een lage verwachting geldt ook voor bewoning uit de late middeleeuwen. Op historische kaarten uit de 18 e eeuw worden binnen het plangebied twee molencomplexen weergegeven. Aan het einde van de 18 e, begin 19e eeuw is er geen bebouwing meer aanwezig binnen het plangebied. Omstreeks 1900 is een gebouw, vermoedelijk een woonhuis, aanwezig. Deze verdwijnt op topografische kaarten in 1936.
Dan verschijnen er bedrijfsgebouwen en in het noordwesten twee woonhuizen binnen het plangebied. In 1980 worden de bedrijfsgebouwen uitgebreid en in de jaren ‘90 verdwijnt eveneens een van de twee woonhuizen in het noordwesten. Een daarvan staat nog steeds overeind. Binnen het plangebied kunnen zich de archeologische restanten bevinden van twee molencomplexen uit de 18e en mogelijk 17e eeuw en twee gebouwen uit respectievelijk de 19e en 20e eeuw. Veronderstelde vergravingen onder de gebouwen, die uit het milieukundig booronderzoek naar voren zijn gekomen, kunnen gedempte watergangen zijn van de molencomplexen. Om de aard, omvang, datering en waarde hiervan te bepalen wordt daarom voorgesteld om een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven uit te voeren nadat de gebouwen tot het maaiveld zijn gesloopt. 24 4.857.736.100 en 4.857.744.100: Gorinchem, Van Zomerenlaan en DF Pauwstraat, bureau- en booronderzoek Het onderzochte gebied ligt ongeveer 800 meter ten noorden van de historische kern van Gorinchem in een veen- en komgebied. De natuurlijke ondergrond bestaat uit komafzettingen van de Linge op veen. Tussen 400 en 500 cm -mv (-505 en -404 cm NAP) is in vier van de acht boringen de top van een pakket sterk siltige en zandige klei aanwezig. Waarschijnlijk bestaat het kleipakket uit oever- en crevasseafzettingen van de Gorkum-Arkel beddinggordel (fig. 32).
De oever- en crevasseafzettingen zijn echter kalkrijk en er is geen archeologische laag aanwezig waardoor de kans op archeologische resten als klein wordt ingeschat. Omdat geen ingrepen tot deze diepte zijn voorzien is geen vervolgonderzoek geadviseerd. 25 4.994.520.100: Gorinchem, kabeltracé Plantsoen – Nieuwe Wolpherensedijk, bureauonderzoek 21 Kluiving 2002 22 Médard 2007 23 Nales 2013 24 Salomons 2019 25 Roodenburg 2020 Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
19 Dit onderzoek is aangemeld in 2021. De resultaten zijn nog niet beschikbaar. Vondstlocaties los Geen.
Tabel 2: Archeologische terreinen, zaken en vondstlocaties ca. 500 m van het plangebied.
2.8
Gespecificeerde verwachting In het plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit het Laat Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Door de grote diepteligging van het Pleistocene niveau is weinig bekend over het Laat Paleolithicum en Mesolithicum. Het is mogelijk dat op het Pleistocene niveau (jacht)kampementen van jagers-verzamelaars aanwezig zijn. Gedurende het Mesolithicum worden komafzettingen in het plangebied gevormd en vindt veengroei plaats. Het natte milieu in het komgebied is ongunstig voor bewoning en landbouw en is waarschijnlijk uitsluitend gebruikt voor jacht en visvangst. Sporen van menselijke aanwezigheid zijn waarschijnlijk dun gespreid (bijvoorbeeld verloren pijlpunten of boomstamkano’s). De uitzondering hierop zijn de oever- en crevasseafzettingen van de Gorkum-Arkel beddinggordel. Deze beddinggordel is actief in het Laat Mesolithicum en Vroeg Neolithicum en kan afzettingen hebben achtergelaten die geschikt kunnen zijn voor bewoning en eventueel vroege vormen van landbouw. Bewoning in deze periode bestaat waarschijnlijk uit kleine verspreide (semipermanente) nederzettingen of kampen. De afzettingen van de beddinggordel ‘verdrinken’ waarschijnlijk in de loop van het Midden of Laat Neolithicum in het veen- en komgebied. Het gebied is daarna lange tijd ongeschikt voor bewoning.
In de Late Middeleeuwen wordt het rivierengebied bedijkt waardoor ook het komgebied geschikt kan worden gemaakt voor landbouw. Het plangebied ligt circa 700 meter ten noorden van de historische kern van Gorinchem en is waarschijnlijk onbewoond. In de Nieuwe tijd heeft het plangebied waarschijnlijk uitsluitend een agrarische functie. Het plangebied wordt in 1950 bebouwd. De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: 1.
Datering
Binnen het plangebied kunnen, van onder naar boven, drie niveaus aanwezig zijn die verschillende archeologische tijdsvakken beslaan: Pleistocene niveau: Laat Paleolithicum en Mesolithicum. Oever- en crevasseafzettingen van de Gorkum-Arkel beddinggordel: Laat Mesolithicum en Vroeg Neolithicum Komgebied van de Linge en Merwede: Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd In de periode Midden Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen lag het plangebied in een komgebied dat waarschijnlijk ongeschikt is geweest voor bewoning en landbouw. Door de geringe kans op aanwezigheid van archeologische resten wordt deze periode verder buiten beschouwing gelaten.
Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
20 2.
Complextype
Ter hoogte van het Pleistocene niveau en oever- en crevasseafzettingen kunnen archeologische resten uit de periode van jagers-verzamelaars en eerste boeren (Laat Paleolithicum tot en met het Vroeg Neolithicum) aanwezig zijn gerelateerd aan alle complextypen: bewoning (jachtkampen en nederzettingen), economie (voornamelijk jacht, visvangst, verzamelen, vroege landbouw en lokale nijverheid gerelateerd aan bewerking van vuursteen en bot), infrastructuur (bijvoorbeeld steigers), rituelen (depots) en begravingen. Archeologische resten uit de periode van staatssamenlevingen (Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd) zijn waarschijnlijk uitsluitend gerelateerd aan de categorie economie (landbouw). 3.
Omvang
Archeologische resten gerelateerd aan bewoning kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot). Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, depots) of als lijnelementen (wegen, watergangen, percelering). 4.
Diepteligging
Archeologische resten gerelateerd aan het Pleistocene niveau liggen ongeveer negen meter beneden het maaiveld of dieper. Archeologische resten gerelateerd aan de Gorkum-Arkel beddinggordel liggen vermoedelijk tussen vier en vijf meter beneden het maaiveld. Archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd kunnen vanaf het maaiveld aanwezig zijn. 5.
Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit)
Archeologische resten in het Pleistocene niveau en in de afzettingen van de Gorkum-Arkel beddinggordel kunnen goed zijn geconserveerd onder een pakket komafzettingen. Archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd kunnen goed zijn geconserveerd gezien de stabiele geologische situatie en bedijking. De resten liggen echter dicht aan het maaiveld waardoor ze kwetsbaar zijn voor menselijke ingrepen, zoals de bouw van de woonwijk in 1950. De grondwatertrap is onbekend. Bij onderzoek nabij het plangebied bleek het grondwater plaatselijk op 150 cm -mv te liggen. Het is mogelijk dat door de (periodiek) zuurstofrijke en droge condities organische archeologische resten (zoals hout, textiel, leer en bot) zijn aangetast. Het Pleistocene niveau en de afzettingen van de Gorkum-Arkel beddinggordel liggen dusdanig diep dat de conservering van organische archeologische resten waarschijnlijk goed is. 6.
Locatie
Hele plangebied. 7.
Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken):
Archeologische resten uit het Laat Mesolithicum en Vroeg Neolithicum kenmerken zich waarschijnlijk door een spreiding van artefacten, zoals houtskool-, bot- en vuursteenfragmenten. Archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd kenmerken zich door de aanwezigheid van een archeologische laag. Dit is een doorwerkte laag Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
21 bestaande uit het oorspronkelijke sediment dat is vermengd met archeologische indicatoren zoals bot-, houtskool- en aardewerkfragmenten. 8.
Mogelijke verstoringen
Door bouw- en sloopactiviteiten kunnen archeologische resten in de top van het bodemprofiel zijn vergraven. Dit treft voornamelijk resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd.
Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
22
3
Booronderzoek
3.1
Inleiding De ligging van het plangebied staat afgebeeld in fig. 1. In het plangebied is een ontwikkeling met grondwerkzaamheden voorzien. Daardoor worden mogelijk archeologische resten verstoord. Voor de beoogde ontwikkeling is een bureauonderzoek uitgevoerd (zie hoofdstuk 2 van dit rapport) waarbij een gespecificeerde archeologische verwachting is opgesteld. Op basis daarvan is een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd. Het veldonderzoek is uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1,26 in het bijzonder het hoofdstuk ”protocol 4003 inventariserend veldonderzoek overig”. Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens specificatie “VS03 Uitvoeren booronderzoek”. Het onderzoek is gerapporteerd volgens specificatie “VS05 Opstellen standaardrapport IVO - O/P”. Het onderzoeksgebied voor het booronderzoek is hetzelfde als het plangebied. De boringen zijn gezet met het doel de bodemopbouw te verkennen. Met de gegevens van de verkenning wordt de aard en intactheid van de bodemopbouw gecontroleerd en kan de verwachting worden verfijnd. Tevens wordt zo inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee kunnen kansarme zones worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd.
Deze methode is toegepast omdat nog onvoldoende informatie over de bodemopbouw beschikbaar is om te kunnen beslissen of en welk type karterend onderzoek eventueel uitgevoerd kan worden.
3.2
Methode De werkwijze in het veld was als volgt: Boortype:
7 cm Edelmanboor (onverzadigde bovengrond tot ca. 1 m -mv) en 3 cm guts (diepere lagen).
Aantal boringen:
Drieëntwintig (zes boringen per hectare).
Boordiepte:
De boringen zijn gezet tot 500 cm -mv, de diepte waarop afzettingen van de Gorkum-Arkel beddinggordel worden verwacht.
Grid:
De boringen zijn verspreid in het plangebied geplaatst.
Waarnemingswijze: Het sediment is met de hand bemonsterd en met het blote oog onderzocht door het te versnijden en te verbrokkelen. De opgeboorde grond is systematisch uitgelegd op een plastic zeil. Representatieve uitgelegde boorprofielen zijn gefotografeerd. Classificatie bodemtextuur en archeologische indicatoren: De opgeboorde grond is beschreven op basis van de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 (ASB 1.1), dit omvat 26 SIKB 2018 Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
23 NEN 5104.27 Locatie bepaling X en Y: De X en Y coördinaten van de boringen zijn bepaald ten opzichte van de lokale topografie. Hoogte bepaling: De Z coördinaat is na afloop van het veldwerk bepaald aan de hand het AHN.28 De gegevens zijn digitaal in het veld geregistreerd. Het veldwerk is uitgevoerd op 23 en 24 mei 2022 door F. Roodenburg (KNA Prospector) en C. de Jong (junior Prospector). Voorgaand aan het veldwerk is een plan van aanpak opgesteld. Het Plan van Aanpak is geregistreerd in ARCHIS3.
3.3
Resultaten met bodemkundige en geologische interpretatie De locaties van de boringen zijn in fig. 33 weergegeven. De boorgegevens staan in Bijlage 1. Met de gegevens zijn schematische doorsnedes gemaakt. Deze zijn weergegeven in fig. 34 en 35. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op een vindplaats. Er zijn geen vondsten verzameld. Het grondwater stond tijdens het onderzoek tussen 40 en 130 cm -mv. Onder andere op basis van de textuur, kleur en bijmengingen kunnen de volgende pakketten worden onderscheiden, van onder naar boven: Pakket 1: oever- en/of crevasseafzettingen Dit pakket bestaat uit matig tot sterk siltige klei met zandlagen en zwak tot matig zandige klei. Deze afzettingen zijn over het algemeen kalkrijk. In boorprofielen 13 en 23 is de top humeus door een geleidelijke overgang naar het bovenliggende veen. Het pakket is aanwezig in boorprofielen 12, 13, 14, 15, 16, 19 en 23. De top van het pakket ligt tussen 440 en 485 cm -mv (-468 en -499 cm NAP). In boorprofiel 12 zijn deze kalkrijke afzettingen aanwezig tussen het veen. Het pakket is hier 30 cm dik en de top ligt op 370 cm -mv (-381 cm NAP). Met name in het midden en zuiden van het plangebied liggen deze afzettingen binnen 500 cm -mv. De mogelijkheid bestaat dat elders in het plangebied deze afzettingen aanwezig zijn op grotere diepte.
De boorpunten waarin deze afzettingen aanwezig zijn liggen grofweg in het verlengde van vergelijkbare bodemprofielen in het onderzoek uit 2020 (fig. 36). Duidelijke structuren kunnen echter niet herkend worden. Het gaat zeer waarschijnlijk wel om hetzelfde systeem. De ligging van de oeverafzettingen vertaalt zich helaas niet tot het huidige reliëf. Het is daarom niet mogelijk de ligging van de afzettingen verder af te bakenen. Pakket 2: veen Mineraalarm bruin tot donkerbruin veen met dunne kleiige lagen. Het veen bestaat voornamelijk uit zegge- en/of rietveen. Onderin het pakket zijn kleilagen aanwezig en zijn dunne lagen donkerder veen aanwezig. Mogelijk heeft in de beginfase van de veenvorming het veen periodiek droger gelegen. Daarnaast is het veen periodiek overstroomt waardoor de dunne lagen klei zijn ontstaan. 27 Bosch 2008; Nederlands Normalisatie Instituut 1989 28 Kadaster en PDOK 2014 Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
24 Het pakket is in alle boorprofielen aanwezig. De top van het pakket ligt tussen 130 en 250 cm -mv (-154 en -270 cm NAP). Tijdens het zetten van boring 22 regende het zeer hard waardoor het boorgat vol stroomde met water en zand uit het ophogingspakket. Hierdoor zijn delen van het veen niet goed uit de guts gekomen. In het boorprofiel zijn daarom delen leeg gelaten. Waarschijnlijk bestaan deze delen uit veen. Pakket 3: komafzettingen Dit pakket bestaat uit kalkloze zwak tot matig siltige klei. Bovenin het bodemprofiel, bovenop het veen, is dit pakket 45 tot 140 cm dik. Hier bevat het pakket roestvlekken. De onderkant wordt op de overgang naar het onderliggende veen zwak humeus. De top van het pakket ligt tussen 50 en 155 cm -mv. dieper in het bodemprofiel zijn in het veen dunne lagen kalkloze klei aanwezig. De kleiafzettingen worden geïnterpreteerd als komafzettingen. Het pakket is aanwezig in alle boorprofielen, behalve boorprofiel 22. Pakket 4: opgehoogd en/of omgewerkt Dit pakket bestaat uit grond dat is opgehoogd of recent omgewerkt. Het ophogingsmateriaal bestaat uit geel kalkrijk matig grof tot zeer grof zand met schelpen. De omgewerkte grond bestaat uit zwak tot matig siltige klei en zwak tot sterk zandige klei. Het pakket is gevlekt en bevat fragmenten baksteen, kachelgrit en modern glas. In sommige gevallen bevat het pakket grind en/of is het humeus.
In boorprofielen 1 en 21 zijn houtskoolspikkels aangetroffen, in combinatie met fragmenten baksteen, kachelgrit en kalkbrokken. Het pakket is in alle boorprofielen aanwezig. De top van het pakket ligt tussen 0 en 8 cm -mv (14 en -34 cm NAP). Het pakket is 45 tot 151 cm dik. In boorprofiel 22 is dit pakket 245 cm dik.
Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
25
3.4
Archeologische interpretatie Het onderste pakket bestaat uit oever- en crevasseafzettingen (pakket 1). Dergelijke afzettingen hebben een verhoogde verwachting voor aanwezigheid van archeologische resten. Het pakket is grotendeels kalkrijk en bevat geen archeologische lagen of indicatoren. Het ontbreken van lagen en indicatoren in de boringen hoeft echter niet te wijzen op de afwezigheid van archeologische resten; resten uit het Laat Mesolithicum en Vroeg Neolithicum manifesteren zich voornamelijk als een spreiding van artefacten (zoals vuursteenfragmenten) en kunnen daarom niet effectief met een gutsboor worden opgespoord. In sommige gevallen zijn de afzettingen kalkloos. Hier is de overgang naar het bovenliggende veen geleidelijk en zijn de afzettingen zwak humeus. Dit kan zijn ontstaan door langere ligging aan de oppervlakte en kan daarom een indicatie zijn voor een voormalige beloopbaar oppervlak. Gezien de slechte rijping is het echter waarschijnlijk dat de kalkloze laag reeds bij afzetting van het materiaal is ontstaan. De kans dat in dit pakket archeologische resten aanwezig zijn wordt daarom als laag ingeschat. Opvallend is dat alle oever- en crevasseafzettingen in boorprofiel 19 kalkloos zijn. De reden hiervoor is niet exact duidelijk, mogelijk hebben de afzettingen van oorsprong een laag kalkgehalte.
Echter, het ontbreken van een humeuze of gerijpte laag duidt erop dat de afzettingen waarschijnlijk niet langdurig aan de oppervlakte hebben gelegen en de kans dus klein is dat archeologische resten aanwezig zullen zijn. De rest van de natuurlijke bodem bestaat uit komafzettingen en veen die in een nat milieu zijn ontstaan en dus ongunstig zijn voor bewoning en landbouw (pakketten 2 en 3). In de boorprofielen zijn een lagen donker gekleurd veen aanwezig die wijzen op tijdelijke periodieke ontwatering. Het veen is echter niet veraard en het lijkt niet te zijn gebruikt voor landbouw of bewoning. De kans dat archeologische resten in dit pakket aanwezig zijn is daarom klein. De top van het bodemprofiel is omgewerkt. Omdat op historische kaarten het plangebied onbebouwd is, wijzen de aangetroffen baksteenfragmenten niet op een vindplaats. De omgewerkte grond en het ophogingspakket zijn waarschijnlijk gerelateerd aan de bouwwerkzaamheden in de 20e eeuw. In dit pakket worden daarom geen archeologische resten verwacht.
Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
26
3.5
Waardestelling en Selectieadvies Conform KNA 4.1 vormen een waardestelling (VS06) en selectieadvies (VS07) van vindplaatsen onderdeel van een standaardrapport (VS05). Omdat het onderzoek in de verkennende fase is uitgevoerd kunnen echter geen uitspraken worden gedaan over de aanwezigheid en waarde van vindplaatsen in het plangebied. Er is daarom geen waardestelling mogelijk en er is geen selectieadvies opgesteld.
Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
27
4
Conclusie
4.1
Conclusie Bureauonderzoek 1.
Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?
De beoogde ingreep bestaat uit de sloop van het grootste deel van de bebouwing. De panden langs de Abraham van Kemplaan in het noordoosten van het plangebied en langs de Van Zomerenlaan in het westen van het plangebied zijn aangewezen voor renovatie. Ter plaatse van de gesloopte huizen zullen nieuwe eengezinswoningen worden gebouwd. De onderzijde van de funderingen en de kruipruimte zullen tussen 70 en 80 cm -mv komen te liggen. De woningen zullen op palen worden gefundeerd. 2.
Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?
Het plangebied ligt ongeveer 550 m ten zuidoosten van de Linge beddinggordel. Door de grote afstand tot de beddinggordel heeft in het plangebied veenvorming plaatsgevonden en zijn komafzettingen afgezet. Mogelijk ligt in (de omgeving van) het plangebied de Gorkum-Arkel beddinggordel. De beddingafzettingen van deze beddinggordel liggen tussen -3,4 en -5,9 m NAP. 100 m ten westen van het plangebied zijn oeverafzettingen van de Gorkum-Arkel beddinggordel aangetroffen tussen 400 en 500 cm -mv (-505 en -404 cm NAP). 3.
Is sprake van bekende bodemverstoringen?
Bij de bouw van de woonwijk in 1950 kan de oorspronkelijke bodemopbouw zijn verstoord. Ook is grond opgebracht. Waarschijnlijk zijn 19e-eeuwse sloten in het plangebied aanwezig, deze zijn gedempt. 4.
Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?
Het natte milieu in het komgebied is ongunstig voor bewoning en landbouw en is waarschijnlijk uitsluitend gebruikt voor jacht en visvangst gedurende het Mesolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen. De uitzondering hierop zijn de oever- en crevasseafzettingen van de Gorkum-Arkel beddinggordel. Deze beddinggordel is actief in het Laat Mesolithicum en Vroeg Neolithicum en kan bewoonbare afzettingen hebben achtergelaten. In de Late Middeleeuwen wordt het rivierengebied bedijkt waardoor ook het komgebied geschikt kan worden gemaakt voor landbouw. In de Nieuwe tijd heeft het plangebied waarschijnlijk uitsluitend een agrarische functie. Het plangebied wordt in 1950 bebouwd. 5.
Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?
Ongeveer 280 meter ten oosten van het plangebied, ten oosten van het Merwedekanaal, zijn bij archeologisch boor- en proefsleuvenonderzoek kuilen en greppels uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd gevonden. 6.
Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?
In het plangebied kunnen archeologische resten uit het Laat Paleolithicum en Mesolithicum in Pleistocene rivierafzettingen aanwezig zijn op ongeveer Bureau voor Archeologie Rapport 1201
Gorinchem Abraham Kemplaan eo
28 900 cm -mv of dieper. Indien aanwezig kunnen in de oeverafzettingen archeologische resten aanwezig zijn tussen ongeveer 400 en 500 cm -mv. Mogelijk zijn deze afzettingen gerelateerd aan de Gorkum-Arkel beddinggordel en dat zou betekenen dat eventuele archeologische resten dateren uit het Laat Mesolithicum en Vroeg Neolithicum. Archeologische resten gerelateerd aan landbouw uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd kunnen in het plangebied vanaf het maaiveld aanwezig zijn of onder een ophogingspakket.
4.2
Conclusie Booronderzoek Verkennend booronderzoek: 7.
Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel?
De ondergrond in het plangebied bestaat uit komklei en veen met kleilagen. In een aantal boringen, met name in het midden en zuiden van het plangebied, zijn binnen de maximale boordiepte van 500 cm -mv oever en/of crevasseafzettingen aangetroffen. De top van de oeverafzettingen ligt tussen 440 en 485 cm -mv (-468 en -499 cm NAP) en in één boring op 370 cm -mv (-381 cm NAP). De bovenste 45 tot 151 cm van de bodem is verstoord of opgehoogd. In één boring in het zuiden van het plangebied is de bodem verstoord tot ongeveer 245 cm -mv. 8.