Bijlage 1 - Nota voorstel instellen rekenkamer
Tekst van het document
NOTA voorstel instellen rekenkamer gemeente Gorinchem 20230731 Aanleiding Op 1 januari 2023 is de Wet versterking decentrale rekenkamers (Wvdr) in werking getreden. Deze wet beoogt de positie van de lokale rekenkamerfunctie te versterken. De wet schrijft daartoe de instelling van een rekenkamer voor, stelt eisen aan de inrichting van de rekenkamer en verruimt de bevoegdheden van de rekenkamer. De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid. Deze bevoegdheid moet ruim worden opgevat: beleidsvoorbereiding, -vorming, -vaststelling, -uitvoering en -effecten vallen hieronder maar ook het functioneren van de ambtelijke organisatie, die het gemeentebestuur bij zijn taakvervulling ten dienste staat, en de politieke organisatie van de gemeente. De Wvdr heeft tot gevolg dat de huidige verordening op de rekenkamercommissie van rechtswege komt te vervallen. Daarmee houdt de huidige rekenkamercommissie op te bestaan. Er geldt een overgangstermijn van een jaar. De raad zal daarom vóór 1 januari 2024 een nieuwe verordening moeten vaststellen en op basis daarvan een nieuwe rekenkamer moeten instellen. Dat biedt de raad tevens gelegenheid de ambities en uitgangspunten voor de rekenkamer nog eens tegen het licht te houden, te bevestigen en waar gewenst bij te stellen.
De raad zal over de volgende punten een besluit moeten nemen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
De instelling van een lokale of gemeenschappelijke rekenkamer; Het aantal leden van de rekenkamer; Het maximale aantal termijnen waarvoor een lid kan worden benoemd; Het jaarlijks budget van de rekenkamer; De bemensing en bekostiging van de ambtelijke ondersteuning van de rekenkamer De vergoeding van de leden van de rekenkamer De verordening op de rekenkamer waarin voornoemde punten zijn opgenomen De benoeming van de leden van de rekenkamer (bij twee of meer leden benoemt de raad ook een voorzitter; bij één lid benoemt de raad een plaatsvervanger).
Proces Om de besluiten op bovenvermelde punten voor te bereiden is vanuit de raad een commissie samengesteld bestaande uit de fractieassistenten Cleo van Gorkom en Jasmin Maslic, waarbij Niels van Santen in de eindfase van de voorbereiding eerstgenoemde heeft vervangen. De commissie heeft in samenspraak met de voorzitter en de secretaris van de huidige rekenkamercommissie voor de bovenvermelde beslispunten voorstellen geformuleerd. Deze voorstellen zijn in voorliggende nota opgenomen. Bij elk voorstel wordt een toelichting en afweging gegeven. De voorstellen zijn verwerkt in de bijgevoegde ontwerpverordening (bijlage 2). Met de vaststelling van de verordening (punt 7) neemt de raad een besluit over de punten 1 tot en met 6. Voor de punten 8 en 9 zullen aan de raad separaat benoemingsbesluiten worden voorgelegd. De leden Pieter Buisman en Sjarka Kist van de huidige rekenkamercommissie hebben te kennen gegeven hun functie in de nieuwe rekenkamer te willen voorzetten en komen in aanmerking voor herbenoeming. Mw. Chris Jansens heeft aangegeven geen zitting te willen hebben in de nieuwe rekenkamer. Aansluitend op de toelichting op de beslispunten zijn nog enkele aandachtspunten opgenomen. Deze betreffen het onderzoek naar ‘verbonden partijen’, het wederhoor, de opvolging van voorstellen van de rekenkamer, het contact met de raad en evaluatie.
1
Voorstellen De commissie stelt de raad voor: 1. Voor de gemeente Gorinchem een eigen lokale rekenkamer in te stellen; 2. Het aantal leden van de rekenkamer vast te stellen op drie; 3. Het maximale aantal termijnen waarvoor een lid kan worden benoemd te stellen op twee; 4. Het jaarlijks budget van de rekenkamer te stellen op € 50.000,00 prijspeil 1-1-2023, dit jaarlijks te indexeren en de structurele gevolgen te verwerken in de programmabegroting 2024 e.v.; 5. In de bemensing en bekostiging van de ambtelijke ondersteuning van de rekenkamer te voorzien vanuit de griffie; 6. De leden van de rekenkamer te vergoeden tegen de volgende jaarlijks op basis van de Consumentenprijsindex (CPI)te indexeren tarieven (prijspeil 1-1-2023): o Een vast bedrag per maand voor het bijwonen van vergaderingen en reis- en verblijfskosten: voorzitter: € 250,00; leden: € 200,00 o Een tarief per uur voor het begeleiden en uitvoeren van onderzoek en overige werkzaamheden: € 65,00; 7. De verordening op de rekenkamer 2023 overeenkomstig de besluiten op de punten 1 tot en met 6 vast te stellen. Ambitie en uitgangspunten De ambitie die de raad ten aanzien van de rekenkamer heeft vormt het uitgangspunt voor de voorstellen en besluiten over de inrichting van de rekenkamer.
Die ambitie richt zich op aantal, omvang en kwaliteit van de onderzoeken, op de omvang en kwaliteit van de samenstelling, op de intensiteit van de relatie raad-rekenkamer en voor alles op de bijdrage van de rekenkamer aan de versterking van de kaderstellende en controlerende rol van de raad en de wijze waarop daaraan vorm wordt gegeven. Indertijd heeft de raad bij de instelling en inrichting van de rekenkamerfunctie de lat bewust hoog gelegd. De raad heeft gekozen voor een onafhankelijke rekenkamercommissie die in staat is vanuit de kwaliteit van de leden en van de onderzoeken de raad met gezag en een opbouwende instelling te ondersteunen in zijn kaderstellende en controlerende rol. Uitgangspunten daarbij waren: de uitvoering van een groot en een klein onderzoek per jaar; uitbesteding van het onderzoek; een vaste (relatief hoge) vergoeding van de leden voor hun gehele inzet en kosten (vergaderingen, opdrachtverlening en begeleiding onderzoek, rekenkamerbrieven, overleggen, reis- en verblijfskosten); en een eigen ambtelijke ondersteuning vanuit en voor rekening van de griffie. Voor de nieuw in te richten rekenkamer is handhaving van dit ambitieniveau als uitgangspunt genomen. Dat wil niet zeggen dat alles bij het oude zou moeten blijven. Mede op grond van opgedane ervaring wordt op een aantal punten een aangepaste invulling voorgesteld.
In 2020 hebben BZK, de NVRR, de VNG, de Nederlandse Vereniging van Raadsleden en de Vereniging van Griffiers gezamenlijk de Inspiratiekaders effectieve invulling lokale rekenkamer uitgebracht. Het zou nu te ver voeren om de gehele afwegingsmethodiek uit de Inspiratiekaders te volgen, maar ze kunnen wel helpen als referentie en toetssteen. In de toelichting op de voorstellen wordt er op diverse punten naar verwezen. Toelichting op de voorstellen 1. Voor de gemeente Gorinchem een eigen lokale rekenkamer in te stellen
2
De Wvdr schrijft de raad voor een rekenkamer in te stellen (Gemeentewet art. 81a nieuw). De Wvdr geeft de raad daarbij de mogelijkheid tot het instellen van een eigen lokale rekenkamer of van een rekenkamer gezamenlijk met andere gemeenten. Argumenten voor een gezamenlijke rekenkamer kunnen zijn: - Overeenkomst in omstandigheden - Gemeenschappelijke belangen - Samenwerkingsverbanden - Budgettaire overwegingen (beperking overhead) Argumenten voor een eigen zelfstadige rekenkamer kunnen zijn: - Eenduidigheid en betrokkenheid in de relatie rekenkamer-raad en rekenkamer-gemeente - Gerichtheid op de specifieke opgaven en omstandigheden van de gemeente - Een goede ervaring met de huidige situatie In Gorinchem heeft de raad nadrukkelijk een agendabepalende rol aangenomen. Daarbij past een rekenkamer die de raad daarin gericht kan ondersteunen vanuit een kritische en onafhankelijke positie en met een opbouwende en op samenwerking gerichte houding. En een rekenkamer die daarbij zelfstandig keuzen kan maken in de onderwerpen van onderzoek en in de vorm die aan de ondersteuning wordt gegeven. Een gezamenlijke rekenkamer staat verder van de raad af. Onderzoeken en adviezen zullen steeds betrekking moeten hebben op alle deelnemende gemeenten. Dat legt beperkingen op aan de onderwerpskeuze en de mogelijkheid om in te spelen op lokale omstandigheden.
Voor de rekenkamer zelf betekent het een relatie opbouwen en onderhouden met meer raden, colleges en ambtelijke organisaties. Een gezamenlijke rekenkamer is niet bij voorbaat doeltreffender en doelmatiger dan een zelfstandige rekenkamer. Een zelfstandige rekenkamer staat samenwerking met andere rekenkamers op onderwerpen overigens niet in de weg. Voorgesteld wordt een zelfstandige rekenkamer in te stellen. 2. Het aantal leden van de rekenkamer vast te stellen op drie; De Wvdr stelt geen eisen aan het aantal leden van de rekenkamer. Momenteel bestaat de commissie uit drie leden. Er zijn rekenkamer(commissie)s die uit één persoon bestaan, het zogeheten directeursmodel. Bij een dergelijk model beschikt de directeur over een intern of extern onderzoeksbureau om onderzoek te begeleiden of uit te voeren. De verantwoordelijkheid ligt bij één persoon. Dat leidt vervolgens ook tot afhankelijkheid van die ene persoon. Meer dan de drie leden is een optie. Daarvoor wordt vaak gekozen in grotere gemeenten of wanneer onderzoek vooral in eigen beheer wordt uitgevoerd. Met het aantal leden nemen ook de algemene kosten toe. Daardoor kan er minder budget direct aan onderzoek worden besteed. Een aantal van drie is in balans met de omvang van de gemeente Gorinchem en biedt voldoende mogelijkheden voor een diverse samenstelling in achtergrond, kennis, kunde en ervaring.
De ervaringen hiermee zijn goed. Voorgesteld wordt het aantal van drie leden te handhaven. 3. Het maximale aantal termijnen waarvoor een lid kan worden benoemd te stellen op twee; Volgens de Wvdr worden leden voor een termijn van 6 jaar benoemd (art. 81c Gemeentewet). Hiervan kan niet worden afgeweken. De Wvdr stelt geen beperkingen aan het aantal termijnen waarvoor een lid kan worden (her)benoemd. De huidige verordening van de gemeente Gorinchem stelt de benoemingstermijn op 4 jaar met de mogelijkheid deze eenmaal met 4 jaar te verlengen. Van belang is dat enerzijds de continuïteit van de rekenkamer is geborgd, maar anderzijds de samenstelling regelmatig wordt ‘ververst’. Daarom wordt voorgesteld het maximale aantal termijnen
3
te stellen op twee. De raad houdt overigens de mogelijkheid een lid niet voor een tweede termijn te benoemen. De bevoegdheid om en de gronden waarop de raad een lid kan ontslaan of op non-actief kan stellen zijn geregeld in de gemeentewet (art. 81c en 81d). Dat geldt tevens voor de onverenigbaarheid van functies. Een lid kan zijn lidmaatschap beëindigen op eigen verzoek. Terzijde. Omwille van de continuïteit dient te worden voorkomen dat door gelijktijdige aanstelling van de leden deze ook gelijktijdig vertrekken. Hierover zullen door de leden zelf onderling afspraken moeten worden gemaakt. 4. Het jaarlijks budget van de rekenkamer te stellen op € 50.000,00, prijspeil 1-1-2023, dit jaarlijks te indexeren en de structurele gevolgen te verwerken in de programmabegroting 2024 e.v.; In de Wvdr zijn geen voorschriften opgenomen over het budget dat aan de rekenkamer dient te worden toegekend. In de voorbereiding van de wet is daarvoor door de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR) wel steeds gepleit. Bij de vaststelling van de Wvdr is aangegeven dat zo nodig hiervoor aanvullende regels zouden kunnen worden gegeven. De minister heeft toegezegd onderzoek te laten doen naar het benodigde budget voor de rekenkamerfunctie. Over dit onderzoek is nog niets bekend. De raad zal zelf een afweging moeten maken om tot een budget voor de rekenkamer te komen.
Uitgangspunt daarbij is het ambitieniveau dat de raad voor de rekenkamer nastreeft. De eerdergenoemde Inspiratiekaders effectieve invulling lokale rekenkamer geven daarvoor diverse scenario’s die als referentie kunnen dienen. Huidige budget en budgetopbouw Het huidige budget (2023) bedraagt (afgerond) € 41.000,00 en wordt jaarlijks geïndexeerd. Daarvan is (afgrond) € 17.000,00 bestemd voor de vaste vergoedingen aan de leden en bijkomende algemene kosten. Het bedrag dat direct aan de uitvoering van onderzoek besteed kan worden bedraagt (afgerond) € 24.000,00 ofwel 59% van het budget. Dit kan uitsluitend worden aangewend voor uitbesteding en inhuur, niet voor onderzoeksactiviteiten van de leden zelf. De ambtelijke ondersteuning komt voor rekening van de griffie. Hieraan kan naar schatting een bedrag van € 10.500,00 per jaar verbonden worden. Daarmee komt het bedrag dat op dit moment in totaal voor de rekenkamercommissie beschikbaar is op € 51.500,00 Ontwikkelingen en ervaringen De ervaring is dat de kosten van extern onderzoek stijgen. Het recente onderzoek naar huiselijk geweld en kindermishandeling heeft (afgerond) € 29.000,00 (inclusief btw) gekost. Een andere ervaring is dat de rekenkamercommissie meer (delen van) onderzoek zelf ter hand neemt en vormen toepast, als werksessies, die meer eigen inzet vergen in begeleiding en verwerking.
Al naar gelang het onderzoeksonderwerp kan de inzet van de individuele leden ver uiteenlopen. De huidige vergoedingensystematiek maakt het niet mogelijk hierin te differentiëren en leden in verhouding tot inzet te vergoeden (zie voorstel 6). Kosten van deze (extra) inzet blijven hierdoor buiten beeld. Voorts kan door de systematiek geen onderscheid gemaakt worden in bestedingen aan begeleiding van onderzoek en aan algemene inzet (overhead). Benchmark Het huidige budget komt neer op € 1,09 per inwoner. Bij de instelling van de gemeentelijke rekenkamer(commissie)s is veelal een informele norm van € 1,00 per inwoner gehanteerd. Rekening houdend met de inflatie zou die norm nu € 1,30 moeten bedragen. Bovenvermelde Inspiratiekaders stellen op grond van een aantal scenario’s ‘dat de geïndexeerde informele norm van ongeveer € 1,30 per inwoner voor gemeenten tussen 10.000 – 200.000 inwoners grosso modo als ondergrens van een
4
budget kan worden gezien. De oorspronkelijk informele norm van € 1,- per inwoner is op basis van deze scenario’s te krap’ Voor de gemeente Gorinchem geeft dat een normatief rekenkamerbudget van € 50.000,00 per jaar. De scenario’s uit de Inspiratiekaders geven voor diverse grootteklassen een minimum budgetraming bij een laag en een hoog ambitieniveau. Gorinchem ligt met 38.461 inwoners (1-1-2023) tussen de grootteklassen 20.000 en 50.000 inwoners. Het gemiddelde budget hiertussen bedraagt bij een laag ambitieniveau € 43.545,00 en een hoog € 56.275,50. De Inspiratiekaders stellen verder met name t.a.v. de kleinere gemeenten: ’De hier gegeven indicatie vraagt om een goed antwoord op de vraag hoe de overheadkosten te beperken.’ De indicaties voor de overhead bedragen voor de grootteklasse 20.000 39% en voor de grootteklasse 50.000 36%. Het Doe-Mee-onderzoek 2022 van de NVRR ‘Over de ondersteuning van de volksvertegenwoordiging’ geeft een recent overzicht van budgetten en bestedingen over diverse grootteklassen van aan het onderzoek deelnemende gemeenten (pagina 9 en 10). Door de huidige vergoedingensystematiek kan geen inzicht gegeven worden in de feitelijk kosten van de overhead, aangezien hierin ook de begeleiding en beperkte uitvoering van onderzoek is begrepen.
Tot de overhead en derhalve tot het budget worden in de Inspiratiekaders ook de kosten voor ambtelijke ondersteuning gerekend. In Gorinchem komen deze voor rekening van de griffie. Voorstel Op grond van bovenstaande wordt voorgesteld het budget van de rekenkamer exclusief de ambtelijke ondersteuning te stellen op € 50.000,00 en jaarlijks te indexeren. Om flexibeler te kunnen opereren en budget en menskracht effectiever en efficiënter in te zetten is meer flexibiliteit nodig in de bestedingsmogelijkheden. Dit vraagt om een andere systematiek in de vergoedingen aan de leden. Zie hiervoor voorstel 6. 5. In de bemensing en bekostiging van de ambtelijke ondersteuning van de rekenkamer te voorzien vanuit de griffie Uit de Gemeentewet art. 81j-3 volgt dat ambtenaren die werkzaamheden verrichten voor een onafhankelijke rekenkamer niet tevens werkzaamheden mogen verrichten voor andere organen binnen de gemeente. De Wvdr maakt het mogelijk hierop een uitzondering te maken voor ambtenaren die werkzaam zijn op de griffie van de gemeente. Dat betekent dat griffiemedewerkers deels werkzaam kunnen zijn op de griffie en deels voor de rekenkamer. De voor de rekenkamer werkzame griffieambtenaren zijn over de werkzaamheden die zij verrichten voor de rekenkamer uitsluitend verantwoording schuldig aan de rekenkamer. Zij worden in deze functie benoemd door de raad op voorstel van de rekenkamer.
Vanuit de onafhankelijke positie van de rekenkamer zou de rekenkamer ook een eigen onafhankelijke ondersteuning kunnen aanstellen. Daarmee vervalt echter een effectieve en efficiënte verbinding met de raad en het gemeentelijke apparaat. De ambtelijke ondersteuning (ambtelijk secretaris) van de huidige rekenkamercommissie wordt nu bemenst en bekostigd vanuit de griffie. Dat blijkt in de praktijk goed te werken, zowel op de processen als op de inhoud. Voorstel is daarom om de ambtelijke ondersteuning in deze vorm te handhaven. 6. De leden van de rekenkamer te vergoeden tegen de volgende jaarlijks op basis van de Consumentenprijsindex (CPI) te indexeren tarieven (prijspeil 1-1-2023): o Een vast bedrag per maand voor het bijwonen van vergaderingen en reis- en verblijfskosten: voorzitter: € 250,00; leden: € 200,00 o Een tarief per uur voor het begeleiden en uitvoeren van onderzoek en overige werkzaamheden: €65,00
5
De Wvdr geeft geen regels over de wijze van vergoeden van de leden van de rekenkamer. De vergoeding dient te worden geregeld in de verordening. Vanuit de het gewenste ambitieniveau is indertijd een relatief hoog tarief vastgesteld. Voor de huidige rekenkamercommissie geldt een vaste vergoeding van de leden van € 500,00 en € 400,00 per maand voor respectievelijk de voorzitter en de leden. Ontwikkelingen en ervaringen De huidige systematiek biedt geen mogelijkheden om de vergoeding te differentiëren naar inzet en leden te vergoeden voor onderzoeksactiviteiten. Het uitgangspunt is indertijd geweest dat al het onderzoek wordt uitbesteed. Onder punt 4. is aangegeven dat in de huidige praktijk (delen van) onderzoek door de rekenkamercommissie zelf worden uitgevoerd en ook werkvormen worden toegepast die meer inzet vragen van de leden van de rekenkamercommissie zelf. De wens is meer flexibiliteit te brengen in de vergoedingensystematiek, waardoor meer ruimte ontstaat om – waar zinvol en nuttig – onderzoek door de rekenkamer zelf uit te voeren, vergoedingen meer in overeenstemming zijn met de geleverde inzet en een beter inzicht ontstaat in direct op onderzoek gerichte bestedingen en in de algemene kosten. Een bijkomend voordeel kan zijn dat de kosten van eigen onderzoek lager zijn dan van uitbesteding door lagere tarieven en minder tijdsbeslag.
Bij de keuze voor eigen onderzoek of uitbesteding dient de kwaliteit overigens bepalend te zijn. Benchmark De huidige praktijk is zeer divers. De NVRR wil voorstellen om in het bovenvermelde onderzoek van BZK naar de budgetten van de rekenkamers mee te nemen wat de vergoeding van de leden van rekenkamers in de praktijk is. Daarmee zou een bandbreedte voor de vergoeding kunnen worden aangegeven. Voor dit moment geeft dat geen referentiekader. De rekenkamer van de gemeente Heusden hanteert de volgende tarieven, prijspeil 2019, jaarlijks te indexeren: - Vast bedrag per maand voor vergaderingen c.a.: voorzitter: € 230,40, lid: € 194,56 - Uurtarief voor onderzoek en andere werkzaamheden: € 61,44 - Vergoeding reis- en verblijfskosten De gemiddelde tarieven van onderzoeksbureaus liggen momenteel tussen de € 125,00 en € 140,00 per uur.
Voorstel Voorgesteld wordt de huidige vaste vergoeding te vervangen door een vaste vergoeding per maand voor het deelnemen aan vergaderingen en reis- en verblijfskosten en een vergoeding per uur voor het begeleiden en uitvoeren van onderzoek en overige werkzaamheden - Vaste vergoeding per maand voor vergaderingen e.d., inclusief reis- en verblijfskosten: o Voorzitter: € 250,00 per maand o Lid: € 200,00 per maand - Uurtarief voor onderzoek en overige werkzaamheden: € 65,00 - Jaarlijkse indexering Het budget voor de vaste vergoeding komt dan op € 7800,00 per jaar, ofwel 19% van het huidige budget van € 41.000,00, danwel 16% van het voorgestelde budget van € 50.000,00. 7. De verordening op de rekenkamer 2024 overeenkomstig de besluiten op de punten 1 tot en met 6 vast te stellen De voorstellen 1 tot en met 6 zijn verwerkt in bijgaande ontwerpverordening op de rekenkamer.
6
Overige aandachtspunten Onderzoek naar ‘verbonden partijen’ Met de Wvdr wordt de bevoegdheid van de rekenkamer om onderzoek in te stellen naar ‘verbonden partijen’ verruimd. Dit betreft organen ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen, NV’s en BV’s waarin de gemeente alleen dan wel samen met andere overheden meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, en rechtspersonen en natuurlijke personen waaraan de gemeente een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt. Elke geldverstrekking die middellijk of onmiddellijk ten laste komt van de gemeentebegroting wordt daarmee opengesteld voor onderzoek door de rekenkamer voor de periode waarin de gemeente aan de regeling deelneemt. Ook kan de rekenkamer onderzoek doen bij rechtspersonen en natuurlijke personen die ten laste van de gemeentebegroting goederen en diensten leveren die betrekking hebben op de uitvoering van een publieke taak, mits de gemeente zich het recht heeft voorbehouden bij deze partijen controles uit te voeren. Deze bepaling brengt mee dat de gemeente beleid moet ontwikkelen voor de gevallen waarin zij zich dit recht wel of niet wil voorbehouden.
Daarbij is voor het sociaal domein (jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning) van belang dat de rekenkamer in algemene zin bevoegd is ten aanzien van persoonsgebonden budgetten en daar waar het zorg in natura betreft bevoegd is in die gevallen waarin de gemeente daartoe een contractueel beding heeft opgenomen. De verruimde bevoegdheden kunnen betekenen dat ten aanzien van één overheidsdeelneming verschillende rekenkamers bevoegd zijn. Elk van die rekenkamers doet dan onderzoek naar de eigen bestuurslaag waar hun wettelijke taak betrekking heeft. Om te bevorderen dat onderzoek door verschillende rekenkamers bij eenzelfde overheidsdeelneming afgestemd wordt, is bepaald dat de rekenkamer niet slechts het college van de betreffende gemeente in kennis stelt, maar tevens de besturen van de andere betrokken overheidslagen. Wederhoor Met de Wvdr wordt het wederhoor expliciet in de wet geregeld: de rekenkamer stelt het onderzochte orgaan in de gelegenheid binnen redelijke termijn te reageren op haar bevindingen en voorlopige conclusies. Hiermee krijgt het onderzochte orgaan de kans om feitelijke onjuistheden of onvolkomenheden in het conceptrapport te signaleren (het ‘ambtelijk wederhoor’), die de rekenkamer vervolgens eventueel kan corrigeren. Ook krijgt het onderzochte orgaan – meestal daarna – de kans om te reageren op de conclusies (het ‘bestuurlijk wederhoor’).
De rekenkamer kan die conclusies eventueel nog aanpassen op basis van die reactie. Indien tevens onderzoek is gedaan bij NV’s en BV’s waarin andere overheidslagen deelnemen en gezamenlijk een meerderheidsbelang hebben dient de rekenkamer een afschrift ter kennisneming van het onderzoeksrapport aan deze andere overheidslagen te zenden. Opvolging van de voorstellen van de rekenkamer De Wvdr verplicht het college de raad jaarlijks een overzicht van de aan het college gedane voorstellen van de rekenkamer te zenden, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven. Dit gaat om de aan het college gerichte aanbevelingen van de rekenkamer, aanbevelingen die binnen het domein van het college liggen, zoals bedoeld in artikel 160 Gemeentewet. Het gaat om de inhoud van de aanbeveling en niet om de vorm of formulering. Het college hoeft dus niet te rapporteren over aanbevelingen die aan de raad zijn gericht. Ook niet bij aanbevelingen als: ‘verzoek uw college om halfjaarlijks een risicoanalyse uit te voeren’. De rekenkamer en de raad zouden afspraken kunnen maken over hoe en door wie wordt gerapporteerd over de opvolging van aan de raad gerichte aanbevelingen van de rekenkamer.
7
Contact met de raad De rekenkamer is een onafhankelijk adviesorgaan van de raad. Dat vraagt om een goed contact tussen rekenkamer en raad. In Gorinchem wordt hieraan invulling gegeven door een jaarlijks gesprek van de rekenkamer met de fracties en door specifieke onderwerpen te agenderen voor het fractievoorzittersoverleg. Evaluatie In de ontwerpverordening op de rekenkamer is een artikel opgenomen dat regelt dat de raad ten minste eenmaal in de raadsperiode het functioneren van de rekenkamer evalueert. Over de wijze waarop deze evaluatie kan worden uitgevoerd, kunnen raad en rekenkamer nadere afspraken maken.
8