CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidskaders warmteprogramma 2025-09 - Z23762384 - D-993302 Beleidskaders warmteprogramma

Raadsvergadering 16 oktober 2025, gemeente GorinchemBij agendapunt: BESPREEKSTUK Uitgangspunten Warmteprogramma1.941 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidskaders warmteprogramma

1. Inleiding Volgens het landelijke Klimaatakkoord (juni 2019) voert de gemeente de regie over de warmtetransitie. Ook Gorinchem werkt aan concrete plannen en projecten om de CO₂-uitstoot te verminderen. In de Transitievisie Warmte (TVW) staat hoe we tot 2050 stapsgewijs een aardgasvrij Gorinchem realiseren. Er is onderzocht welke warmtebronnen binnen Gorinchem beschikbaar zijn en welke warmteoplossing per gebied het meest geschikt is. De gemeenteraad stelde de TVW vast in september 2021. Met duurzame warmte zijn we minder afhankelijk van fossiele brandstoffen. Daardoor hebben geopolitieke ontwikkelingen en prijsschommelingen minder invloed op onze energiekosten. Duurzame warmte is bovendien schoner en stabieler dan gas en elektriciteit. Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van de warmtetransitie werkt het Rijk momenteel aan de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Deze wet geeft gemeenten de bevoegdheden om regie te voeren bij de wijk- of gebiedsgerichte aanpak van de warmtetransitie. De wet biedt ook de juridische grondslag om regels op te stellen bij het verduurzamen van gebouwen. Met de komst van de Wgiw worden regels toegevoegd aan de Omgevingswet. De Transitievisie Warmte heet voortaan het Warmteprogramma. De Wgiw is nog niet van kracht. De beoogde inwerkingtreding is in 2026.

Belangrijke onderdelen van de Wgiw zijn het warmteprogramma en de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen. Dit wordt ook wel de aanwijsbevoegdheid genoemd. Warmteprogramma In een warmteprogramma beschrijft de gemeente hoe we woningen en gebouwen isoleren en aardgasvrij maken. Hierin staat welke wijken en buurten stapsgewijs van het aardgas gaan en hoe dat gebeurt. Het college van B&W stelt het warmteprogramma vast. Aanwijsbevoegdheid De aanwijsbevoegdheid houdt in dat de gemeente, na besluitvorming door de gemeenteraad, gebieden kan aanwijzen waar de levering van aardgas na minimaal acht jaar stopt en bewoners overstappen op een duurzaam alternatief. Deze aanwijzing kan alleen als de kaders hiervoor zijn opgenomen in het warmteprogramma. Deze bevoegdheid vormt een krachtig instrument om de laatste gebruikers van aardgas in een gebied over te laten stappen. Beleidskaders Om tot een breed gedragen Warmteprogramma te komen, brengen wij de gemeenteraad in positie om kaders vast te stellen voor de uitvoering. Met deze kaders kan de gemeente het programma verder invullen. Bij het opstellen van de TVW hebben we samen met inwoners en belangrijke partners binnen Gorinchem, gezamenlijke uitgangspunten opgesteld om weloverwogen keuzes te maken binnen de warmtetransitie.

Door nieuwe ontwikkelingen in de energietransitie zijn er, samen met onze partners Stedin, Waterschap Rivierenland, Poort6 en HVC, aanvullende beleidskaders toegevoegd. In de Gildenwijk legt het publiek warmtebedrijf HVC (eigendom van gemeenten en waterschappen) op dit moment een duurzaam warmtenet aan. In 2025 sluiten circa 1.000 sociale huurwoningen en het stadhuis aan. Tot 2030 volgen nog eens 2.300 sociale huurwoningen: eerst in de Gildenwijk, daarna stapsgewijs in Stalkaarsen en mogelijk in de Haarwijk. We zien het warmtenet als een duurzame warmteoplossing met zowel relatief lage Nationale als eindgebruikerskosten. Binnen het warmteprogramma onderzoeken we daarom in welke wijken en buurten een aansluiting haalbaar en wenselijk is. Dit toetsen we aan de beleidskaders in dit document.

2. Beleidskaders warmteprogramma 1. Haalbaar én betaalbaar •

We houden de kosten beheersbaar voor zowel de samenleving als de eindgebruiker.

• • •

Voor betaalbaarheid gaan we uit van de landelijke uitgangspunten. Momenteel wordt uitgegaan van het “niet meer dan anders”-principe. Waar nodig (binnen onze gemeentelijke mogelijkheden) ondersteunen we inwoners, zodat iedereen stapsgewijs kan meedoen. Het overstappen naar een duurzame warmteoplossing moet technisch haalbaar zijn.

2. Iedereen moet mee kunnen doen • •

Iedereen moet de kans krijgen om over te stappen naar een duurzame warmteoplossing. We bieden de juiste mate van ontzorging of ondersteuning, afhankelijk van de behoefte van een inwoner.

3. De Gorcumse warmteladder als uitgangspunt • •

Voor de keuze van een warmtebron bij projectontwikkelingen en renovaties wordt gebruikt gemaakt van de Gorcumse warmteladder. We kiezen bij voorkeur voor een collectieve warmteoplossing.

4. Eerst energie besparen, dan duurzaam verwarmen • •

We beginnen de warmtetransitie met energie besparen. We zetten in op gedragsverandering en isolatie, waarbij we starten met de slechtst geïsoleerde woningen (labels D, E, F en G).

5. Transparant beslissen, samen met bewoners en bedrijven •

Bewoners, bedrijven en andere belanghebbenden worden actief betrokken bij keuzes.

6. Koppelkansen benutten • •

We grijpen natuurlijke momenten aan, zoals verhuizingen of werkzaamheden in de openbare ruimte, om te verduurzamen. We koppelen de warmtetransitie aan andere ruimtelijke opgaven.

7. Ruimte voor initiatief en innovatie • • •

We steunen waar mogelijk initiatieven van bewoners en bedrijven, als deze passen binnen het warmteprogramma. We spelen in op nieuwe technische en financiële ontwikkelingen en evalueren regelmatig de bestaande werkwijze. Gemeentelijk vastgoed sluiten we waar mogelijk aan op collectieve warmtebronnen.

8. Gezondheid en milieu voorop •

We kiezen oplossingen die ook positief bijdragen aan gezondheid en milieu.

9. Aanwijsbevoegdheid • • •

We zijn bereid dit instrument in te zetten als sluitstuk om een buurt aardgasvrij te maken en dat we daarbij een aanvullende voorwaarde hanteren: minimaal 75% van een gebied moet aardgasvrij zijn, voordat we hem inzetten. Als we de aanwijsbevoegdheid in de toekomst inzetten is de ambitie om inwoners stressvrij over te laten stappen naar een duurzaam warmtealternatief. Dat betekent dat we inwoners goed meenemen, ontzorgen en zorgen voor een aantrekkelijk alternatief. Aanvullende uitleg over de aanwijsbevoegdheid is verderop in dit document opgenomen.

10. Energieprogrammering •

Bij de keuze voor duurzame warmtevoorzieningen gebruiken we de Gorcumse warmteladder. We houden ook rekening met de impact op het elektriciteitsnet bij deze afweging.

3. Gorcumse Warmteladder Om bij projectontwikkelingen de juiste warmtebron te kiezen, gebruiken we de Gorcumse warmteladder. Deze ladder rangschikt verschillende manieren van duurzame verwarming, waarbij de meest wenselijke warmtebron bovenaan staat. De indeling is gebaseerd op een voorbeeld van de Provincie Zuid-Hollland en houdt rekening met: I.

De temperatuur die geleverd kan worden,

II.

De mogelijkheid voor een collectief systeem,

III.

Het aantal woningen dat ermee verwarmd kan worden, en

IV.

De beschikbaarheid van de bron in Gorinchem.

Bij elke nieuwe projectontwikkeling moet deze ladder gebruikt worden. De warmteladder dient als leidraad in de gesprekken met projectontwikkelaars bij renovatie, sloop- en nieuwbouw. We starten met de bovenste, meest wenselijke warmtebron en toetsen deze aan de beleidskaders. Is deze oplossing haalbaar, dan wordt deze warmtebron gekozen. Is dat niet het geval, dan onderzoeken we de volgende optie op de ladder. Zo sturen we doelgericht op de meest duurzame en passende warmteoplossing.

4. Beleidskader aanwijsbevoegdheid 4.1 Inleiding Het warmtenet wordt naast het bestaande gasnet aangelegd. Het in stand houden van een dubbel netwerk (zowel warmte als gas) en de verzwaring van het elektriciteitsnet in wijken zonder warmtenet, leiden tot hoge maatschappelijke kosten. Om dit doelmatig en rechtvaardig aan te pakken, kan de gemeente gebruik maken van de zogeheten aanwijsbevoegdheid. Met de aanwijsbevoegdheid kan de gemeente, na besluitvorming door de gemeenteraad, in specifieke gebieden de levering van aardgas minimaal 8 jaar later te stoppen. Woningen en gebouwen in dat gebied stappen binnen deze termijn over op een duurzaam alternatief. Met het vaststellen van deze beleidskaders in het warmteprogramma leggen we de kaders hiervoor vast. De aanwijsbevoegdheid is een krachtig instrument om de energietransitie te versnellen en maatschappelijke kosten te beperken. Zeker in wijken waar al het grootste deel van de woningen en gebouwen is omgeschakeld, zoals de Gildenwijk en Hoog Dalem. Het Ontwerpbesluit Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) onderstreept hierbij de regierol van de gemeente en verplicht Gorinchem om actief te sturen op het aardgasvrij maken van de stad. Dit besluit bevat de landelijke randvoorwaarden voor de inzet van de aanwijsbevoegdheid.

Naast de landelijke voorwaarden is ook een lokale voorwaarde opgesteld om concrete eisen te stellen voor de inzet van de aanwijsbevoegdheid.

4.2 Landelijk voorwaarden inzet aanwijsbevoegdheid In het Ontwerpbesluit Bgiw zijn voorwaarden opgenomen waar een gemeente aan moet voldoen om de aanwijsbevoegdheid in te zetten. Onderstaand worden deze voorwaarden toegelicht.

•

Besluit alleen mogelijk als wijk in het warmteprogramma zit o De gemeenteraad mag pas besluiten om een wijk aan te wijzen voor een andere manier van verwarmen als die wijk is opgenomen in het warmteprogramma

•

Alternatief moet worden aangeboden o Als een wijk wordt aangewezen, moet de gemeente een duurzame manier van verwarmen aanbieden. Gebouweigenaren mogen ook zelf kiezen voor een andere fossielvrije oplossing.

•

Rekening houden met aanleg van energievoorziening o Bij het kiezen van het alternatief en de planning kijkt de gemeenteraad naar wat dit betekent voor het aanleggen en onderhouden van de energievoorziening.

•

Nationale kosten worden meegewogen o De gemeenteraad kijkt naar de nationale kosten van de gekozen aanpak in de wijk.

•

Betaalbaarheid voor bewoners en bedrijven o De gemeenteraad zorgt ervoor dat de aanpak betaalbaar blijft voor bewoners. Ook wordt gekeken naar wat dit betekent voor bedrijven, instellingen en andere gebouweigenaren. o Het ontwerpbesluit Bgiw zegt hier het volgende over: • De kosten en baten moeten voor de meeste bewoners in verhouding zijn, én • We moeten rekening houden met de betaalbaarheid voor de eindgebruiker.

•

Minimaal acht jaar voorbereidingstijd o Er moet minimaal acht jaar zitten tussen het besluit en het moment waarop het aardgas wordt afgesloten. Alleen bij uitzonderingen mag deze termijn ingekort worden.

•

Melden bij de ACM o Als het omgevingsplan wordt aangepast en er een datum wordt vastgesteld voor het stoppen met aardgas in een gebied moet het college van B&W dit doorgeven aan de Autoriteit Consument & Markt (ACM).

•

Monitoring en bijsturing o Het college van B&W houdt in de gaten of alles volgens plan verloopt. Als blijkt dat gebouwen niet op tijd kunnen overstappen, moet de gemeente de datum voor het stoppen met aardgas aanpassen.

4.3 Lokale voorwaarde inzet aanwijsbevoegdheid Om de inzet van de aanwijsbevoegdheid in Gorinchem verantwoord en rechtvaardig in te zetten is ook een lokale voorwaarde opgesteld;

•

• Minimaal 75% van een geselecteerd gebied moet aardgasvrij zijn. Als minder dan 25% van de woningen en/of gebouwen in een gebied op aardgas is aangesloten, dan stijgen de maatschappelijke kosten sterk. De resterende gebruikers van aardgas krijgen te maken met oplopende vastrechtkosten. Met de aanwijsbevoegdheid gaan zij over op een duurzaam alternatief.

4.4 Redenen om de aanwijsbevoegdheid in te zetten •

Met de aanwijsbevoegdheid kan de gemeente sturen vanuit de regierol o De gemeente heeft vanuit het Rijk de regierol ontvangen voor de warmtetransitie. Vanuit deze rol onderzoeken we wat in Gorinchem de beste manier is van aardgasvrij verwarmen. Met de aanwijsbevoegdheid kan de gemeente het tempo en de volgorde van de transitie bepalen, passend bij de lokale situatie.

•

De warmtevoorziening in de woningen betaalbaar te houden o Geopolitieke gebeurtenissen hebben veel invloed op de energieprijzen. Als voorbeeld zijn de gasprijzen in 2022 enorm gestegen vanwege de oorlog in Oekraïne. Duurzame, lokale warmtebronnen hebben hier minder last van. Deze warmte wordt niet geïmporteerd, lokaal opgewekt en geeft daarmee een stabiele basis voor de energieprijzen. o Verwacht wordt dat de nationale gasprijs stijgt door afnemend gebruik en de verplichting tot bijmengen van duurder groen gas per 1 januari 2027.

•

Duidelijkheid voor inwoners o Inzicht in de toekomstige warmteoplossing per wijk en of gebied, helpt inwoners bij het maken van keuzes voor hun woning.

•

Gezondere leefomgeving o Het verbranden van aardgas brengt schadelijke stoffen in de lucht, wat slecht is voor de gezondheid. Minder aardgas betekent minder uitstoot van schadelijke stoffen en CO2 en meer brandveiligheid in woningen.

4.4 Huidige situatie in Gorinchem We zetten de aanwijsbevoegdheid nu nog niet in, om de twee redenen: 1. Voorwaarden nog niet vervuld

• •

Geen enkel gebied is momenteel 75% aardgasvrij. De Gildenwijk bereikt dit percentage, met de uitbreiding van het warmtenet, naar verwachting in 2030. De betaalbaarheid van het duurzame alternatief is vanwege veranderende wetgeving nog onvoldoende geborgd. 2. Wettelijke kaders nog niet van kracht

•

Zowel de Wgiw als de Wet collectieve warmte (Wcw) hebben een beoogde inwerktreding in 2026. Deze wetten zijn enorm van belang voor de invulling van de aanwijsbevoegdheid en de betaalbaarheid van warmtenetten. De inhoud kan tot die tijd nog wijzigen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=da835e61-6a21-4739-a126-337249692b90