Begroting 2026
Tekst van het document
Dit gebeurt bij de jaarlijkse vaststelling van het normenkader, een belangrijk uitgangspunt voor de accountantscontrole en de rechtmatigheidsverantwoording.
3.4.10
Rechtmatigheid
In de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening 2024 is vastgesteld dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde lasten en baten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn
90
Begroting 2026 gekomen lager was dan de daarvoor door de raad vastgestelde verantwoordingsgrens van 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves, die zowel voor onrechtmatigheden als onduidelijkheden afzonderlijk van toepassing was. In de paragraaf Bedrijfsvoering van de jaarrekening 2024 is een aantal beheersmaatregelen opgenomen waarmee de onrechtmatigheid kan worden verkleind. Mogelijk leidt de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening 2025 nog tot nieuwe beheersmaatregelen. Deze beheersmaatregelen zijn of worden opgepakt met het uiteindelijke doel de lasten en baten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand te laten komen onder de daarvoor door de raad vastgestelde verantwoordingsgrens in de Financiële verordening gemeente Gorinchem. In het najaar 2025 is de Financiële verordening gemeente Gorinchem gewijzigd naar aanleiding van een wijziging van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO). Deze wijzing van de Financiële verordening gemeente Gorinchem houdt o.a. in dat de verantwoordingsgrens is vastgesteld op 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves, voor afwijkingen en onduidelijkheden gezamenlijk. Dit betekent vanaf de jaarrekening 2025 een aanzienlijke verlaging van de verantwoordingsgrens.
Als gevolg hiervan kan ondanks het verder verminderen van de niet rechtmatige mutaties de verantwoordingsgrens toch nog worden overschreden. Het streven blijft met (aanvullende) beheersmaatregelen de verantwoordingsgrens (op termijn) uiteindelijk niet te overschrijden.
3.4.11
Interbestuurlijk toezicht
De provincie beoordeelt op basis van een bestuursovereenkomst of gemeenten bepaalde taken volgens de wet uitvoeren waarover u jaarlijks een raadsinformatiebrief ontvangt. Het gaat hierbij om de taken Ruimtelijke ordening, Omgevingsrecht, Monumentenzorg & archeologie, Archief- & Informatiebeheer en Huisvesting vergunninghouders. De raad wordt zoals gebruikelijk in het voorjaar van 2026 geïnformeerd via een raadsinformatiebrief over de stand van het interbestuurlijk toezicht.
3.5
Openbaarheid
In het jaar 2022 trad de Wet open overheid in werking. Deze wet richt zich op meer transparantie van overheidshandelen, en kent verplichtingen om documenten in 17 categorieën (waarvan 11 voor gemeenten) via het web toegankelijk te maken. De invoeringstermijn is vooralsnog 5 jaar. We volgen én voldoen aan de vereisten van de landelijke invoeringsstrategie. Helaas is een kenmerk van de landelijke strategie dat duidelijkheid vaak lang op zich laat wachten. Om maximaal te kunnen leren van de ervaringen van andere gemeenten, en onverhoopt herstelwerk te voorkomen, lopen we hooguit af en toe op wettelijke invoeringstermijnen vooruit. Daardoor wordt er tot op heden minder gepubliceerd dan op basis van doorlooptijd mogelijk wordt verwacht. We besteden veel aandacht aan het zo makkelijk mogelijk maken van het publicatieproces, én tegelijk het ook voldoen aan andere (nieuwe of vernieuwde) wetgeving, zoals archiefwet, wet hergebruik overheidsinformatie, Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer, de digitoegankelijkheidsvereisten, Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), etc. Om de benodigde aanpassingen beheersbaar te houden dienen we scherp op de samenhang te sturen. Tegelijk moeten we ervoor waken dat eigen voornemens en prioriteiten niet buiten beeld verdwijnen en middelen en capaciteit geheel worden opgeslokt door via wetgeving opgelegde veranderingen.
91
Begroting 2026
3.6
Grondbeleid
3.6.1
Inleiding
Deze paragraaf behandelt de gemeentelijke grondexploitaties.
3.6.2
Visie, beleid en uitvoering
Het grondbeleid is op basis van de doorvertaling van de ambities uit het Gorcums Akkoord en de groeiambitie van Gorinchem (uitgewerkt in gemeentelijke Woon- en Transformatievisie uit 2020 en de regionale Bedrijventerreinvisie Zuid-Holland Zuid uit 2023). De groeiambitie naar 40.000 inwoners uit de Visie van de Stad moet, ondersteund door onder andere het Grondbeleid Gorinchem 2020-2023, worden gefaciliteerd en uiteindelijk gerealiseerd. Grondbeleid Grondbeleid biedt het kader voor ruimtelijke beleid en ruimtelijke doelstellingen. Het is een middel om de ruimtelijke doelstellingen en de ruimtelijke projecten die uit de programma’s voortvloeien zo economisch verantwoord mogelijk te realiseren. De kaders van het grondbeleid zijn vastgelegd in de Nota Grondbeleid. Hierin zijn de beleidskaders vastgelegd rondom het gemeentelijk grondbeleid van waaruit de projecten worden vormgegeven. De gemeente hanteert een situationeel grondbeleid en maakt een integrale afweging voor het te hanteren grondbeleid op basis van de volgende gronden: mate van gewenste sturing, het aanwezig zijn van marktwerking, de bereidheid financiële middelen en organisatiecapaciteit in te zetten en een acceptabel risicoprofiel. De ontwikkeling van bedrijventerreinen is terug te vinden in programma 4 (Economie).
MPG In het Meerjaren Programma Grondexploitaties (MPG) staan de financiële stand van zaken en de bijbehorende risico’s van de gemeentelijke grondexploitaties in één overzicht. Het MPG maakt het de gemeenteraad mogelijk beter te sturen op de ruimtelijke projecten (kwalitatief en kwantitatief). Bovendien legt het college er verantwoording mee af over de bereikte resultaten binnen de grondexploitaties. Het MPG geeft inzicht in het verloop van de grondvoorraad van de in exploitatie genomen gronden. Op dit moment zijn er twee actieve grondexploitaties; Groote Haar en Oost II. Er zijn geen voorbereidingskredieten vastgesteld ter voorbereiding van nieuwe grondexploitaties.
3.6.3 In onderstaande tabel is het volgende opgenomen over de gemeentelijke grondexploitaties: • De actuele boekwaarde per grondexploitatie op 31 december 2024; • Een prognose van de boekwaarde per grondexploitatie op 31 december 2025 (op basis van het MPG 2025, boekingen van 2025 en een prognose van de nog te maken kosten t/m december 2025); • Een actuele prognose van het resultaat per grondexploitatie (EW = eindwaarde) per 1-1-2025; • De stand van de voorzieningen voor de verliesgevende grondexploitaties is conform gemeentelijk beleid gebaseerd op de netto contante waarde. • Er staan geen gronden op de materiële vaste activa (MVA) die voor herontwikkeling zijn bestemd. Derhalve zijn er geen mutaties voorzien in de grondvoorraad.
92
Begroting 2026 De prognose voor de grondexploitatie is gebaseerd op de laatst vastgestelde herziening bij de jaarrekening 2024. Grondexploitaties (bedragen Boekwaarde Boekwaarde Exploitatie- Eindjaar x € 1.000) per 31-12-2024 per 31-12-2025 resultaat (EW) ultimo eindjaar
Voorziening per 1-1-2025
Reservering weerstandsvermogen 2025
-8.864
3.493
-8.864
3.493
N.v.t
0
Verliesgevende grondexploitaties Groote Haar
-56.806
-68.924
-12.168
Subtotaal
-56.806
-68.924
-12.168
Oost II
-3.444
-3.595
619
Subtotaal
-3.443
-3.595
619
Totaal
-60.249
-72.519
-11.549
2040
Winstgevende grondexploitaties 2026
0 -8.864
3.493
Hieronder worden per grondexploitatie de meest actuele ontwikkelingen geschetst. Groote Haar Zoals bekend hangt de realisatie van het bedrijventerrein Groote Haar samen met de realisatie van de capaciteitsvergroting van de A27. Met Rijkswaterstaat (RWS) zijn afspraken gemaakt dat RWS zich inspant om eind 2026 de aansluiting Scheiwijk voor Groote Haar op te leveren. Er wordt naar gestreefd dan ook het bedrijventerrein bouwrijp te hebben, zodat de uitgifte al eerder kan starten en bedrijven per 1-1-2027 kunnen starten met bouwen in het gebied. In 2024 is een aanvang gemaakt met het voorbelasten van delen van de nieuwe infrastructuur, hiervoor wordt gebruik gemaakt van specifiek hiervoor aangelegde tijdelijke bouwaansluitingen op de A27. In 2025 wordt begonnen met het bouwrijpmaken, aanleg bouwwegen, riolering en voorbelasten van uit te geven kavels. Deze werkzaamheden lopen door tot in 2026. Oost II Er zijn nog enkele percelen te koop waarvan verwacht wordt dat die begin 2026 (mogelijk zelfs eind 2025) worden verkocht. Dit zijn de laatste bedrijfskavels die de gemeente uit kan geven totdat Groote Haar start met uitgifte. Gelet op de schaarste van de bedrijfskavels hanteert de gemeente een strikt uitgiftebeleid. Er zijn nog een aantal werkzaamheden die in de periode 2025-2026 gerealiseerd worden.
Na afsluiting van de grondexploitatie in 2026 zullen vermoedelijk nog enkele werkzaamheden doorlopen tot in 2027. Hoog Dalem De ontwikkelingen van Hoog Dalem staan in de paragraaf Verbonden Partijen beschreven in het onderdeel ‘Hoog Dalem C.V’. Prognose winstneming Er is nog een winstgevende grondexploitatie; Oost II. Op basis van de aanname dat de verkoop van de resterende kavels in 2026 zal plaatsvinden, zal een aanzienlijk deel van de resterende tussentijdse winstneming in dat boekjaar gedaan worden. De verwachting is dat € 0,7 mln. tussentijdse winst genomen kan worden in 2026. In onderstaande tabel wordt voor de winstgevende grondexploitaties de volledige prognose weergegeven van de winstnemingen:
93
Begroting 2026 Winstgevende grondexploitaties (bedragen x € 1.000)
Exploitatieresultaat (EW)
Winstneming t/m 2024
Prognose 2025
2026
2027 e.v.
Oost II
6.619
5.811
60
748
0
Totaal
6.619
5.811
60
748
0
3.6.4 Risico's grondexploitaties De risico’s waarvan de kans van optreden het hoogste (nagenoeg zeker) is, zijn in de prognoses van de resultaten van de grondexploitaties verwerkt en worden afgedekt binnen de (verlies)voorziening. Overige risico’s zijn per plan benoemd, financieel vertaald en gekoppeld aan een kans van optreden. Voor die risico’s wordt een bedrag in het weerstandsvermogen aangehouden. In de gemeentelijke grondexploitaties heeft Groote Haar het grootste aandeel in de geraamde risico’s in het weerstandsvermogen. De reden daarvoor is de lange looptijd. De grondexploitatie Groote Haar is daarmee zeer gevoelig voor rentefluctuaties en prijsstijgingen. Daarnaast kan netcongestie op het elektriciteitsnet zorgen voor vertraging in gronduitgifte en/of de noodzaak om extra kosten te maken. De totale projectspecifieke gewogen risico’s van alle grondexploitaties zijn begroot op circa € 3,5 mln. en zijn opgenomen in het weerstandsvermogen. Gewogen projectrisico's Groote Haar
Risicobedrag x € 1.000 3.493
Oost II
-
Totaal
3.493
94
Begroting 2026
3.7
Lokale heffingen
3.7.1
Inleiding
Lokale heffingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. Bij de gebonden heffingen is de besteding daarvan gerelateerd aan een direct aanwijsbare tegenprestatie, zoals de afvalstoffenheffing, rioolbelasting, leges, begraafrechten en marktgelden. Deze heffingen worden daarom niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen, zoals de onroerendezaakbelasting (OZB), roerendezaakbelasting (RZB), parkeerbelasting en precariobelasting worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. De besteding van deze heffingen is niet gebonden aan een bepaalde taak.
3.7.2
Kwijtscheldingsbeleid
Als een belastingplichtige als gevolg van financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, dan kan kwijtschelding worden verleend. De gemeentelijke kwijtscheldingsnormen mogen niet meer dan 100% van de bijstandsnormen bedragen, wel minder. In Gorinchem gelden de maximale normbedragen, wat er op neer komt dat een belastingplichtige met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komt. De volgende belastingen komen voor kwijtschelding in aanmerking: de afvalstoffenheffing en de rioolbelasting. Met de kwijtschelding is in de begroting een bedrag gemoeid van zo'n € 760.000. De gederfde inkomsten wegens het verlenen van kwijtschelding van de afvalstoffenheffing en rioolbelasting worden verrekend via de desbetreffende tarieven.
95
Begroting 2026
3.7.3
Overzicht lokale heffingen
De drie belangrijkste lokale heffingen zijn de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolbelasting. Hieronder wordt ingegaan op de achtergronden en uitgangspunten voor deze heffingen in 2026. Daarnaast wordt kort ingegaan op de achtergronden en uitgangspunten van de overige belastingen, heffingen en rechten. De verordeningen waarin de tarieven worden vastgelegd, zullen in december aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Baten In de komende jaren worden de volgende baten uit lokale heffingen geraamd: Heffingssoort (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
Algemene dekkingsmiddelen: Onroerende zaakbelasting (OZB)
12.000
13.245
13.245
13.245
13.245
Roerende zaakbelasting (RZB)
16
16
16
16
16
Toeristenbelasting
337
380
430
430
430
Parkeerbelastingen
2.699
2.765
2.765
2.765
2.765
Precariobelasting
150
150
150
150
150
15.202
16.557
16.607
16.607
16.607
Afvalstoffenheffing
6.628
6.853
6.865
6.919
6.919
Rioolbelasting
3.962
4.025
4.025
4.025
4.025
Leges
1.913
2.068
2.139
2.104
1.874
Begraafrechten
517
417
417
417
417
Marktgelden
25
25
25
25
25
Subtotaal gebonden heffingen
13.045
13.388
13.471
13.489
13.259
Totaal geraamde inkomsten lokale heffingen
28.247
29.945
30.077
30.096
29.866
Subtotaal algemene dekkingsmiddelen Gebonden heffingen:
Algemene dekkingsmiddelen Deze opbrengsten mogen vrij worden besteed. Er gelden geen wettelijke beperkingen voor de mate waarin de tarieven mogen worden verhoogd. Per opbrengstsoort volgt een toelichting op de ontwikkelingen in 2026. Onroerende zaakbelasting De OZB is de gemeentelijke belasting met de hoogste opbrengst. De OZB-tarieven worden uitgedrukt in een vast percentage van de economische waarde van de onroerende zaken. Overeenkomstig de perspectiefnota 2026-2029 zijn de OZB-opbrengsten met 3,2% verhoogd. De grote afwijking in de OZB-opbrengsten 2025 en 2026 wordt, naast de indexatie van 3,2%, veroorzaakt door de middelen voor het ondernemersfonds, die via een verhoging van de OZB worden geïnd. De waarde wordt getaxeerd conform de WOZ en elk jaar opnieuw vastgesteld. In onderstaande tabel worden de concepttarieven getoond. Deze tarieven zijn gebaseerd op de begrote opbrengsten en het nu bekende heffingsareaal. Na de nieuwe herwaardering zullen de definitieve tarieven worden berekend en door de raad worden vastgelegd bij de vaststelling van de verordeningen 2026.
96
Begroting 2026 Onroerende zaakbelasting
Heffingsareaal (bedragen x € 1.000.000)
Tarief 2025
Concepttarief 2026
Opbrengst (bedragen x € 1.000)
7.257
0,0875%
0,0822%
5.966
- Eigenaar
1.079
0,3898%
0,3893%
4.202
- Gebruiker
1.069
0,2938%
0,2880%
3.078
Woningen - Eigenaar Niet woningen
Roerende zaakbelasting De RZB is qua heffing te vergelijken met de OZB, met dit verschil dat de RZB wordt geheven voor roerende woon- en verblijfsruimten. De tarieven zijn wettelijk gekoppeld aan de OZB-tarieven. Het heffingsareaal van de RZB is beperkt van omvang en omvat alleen de woonarken. Toeristenbelasting De toeristenbelasting is per 1 juni 2024 ingevoerd om bezoekers mee te laten betalen aan onze voorzieningen. Stapsgewijs wordt het tarief voor de toeristenbelasting verhoogd zodat deze beter is afgestemd op het landelijke gemiddelde. De toeristenbelasting zal overeenkomstig de uitgangspunten van de perspectiefnota 2025-2028 vanaf 2026 tot en met 2027 jaarlijks met 15% worden verhoogd. Parkeeropbrengsten De gemeente heft parkeerbelasting voor het parkeren van een voertuig op een aangewezen plaats en tijdstip, of voor verleende parkeervergunningen. Met de heffing van parkeerbelasting worden algemene inkomsten verkregen. Daarnaast heeft de gemeente parkeergarages waar ook tegen betaling kan worden geparkeerd. De parkeertarieven worden overeenkomstig de uitgangspunten van de perspectiefnota 2026-2029 geïndexeerd met 3,2%. Precariobelasting De gemeente heft precariobelasting voor het hebben van voorwerpen op, onder of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Voor reclame-uitingen en uitstallingen bij winkels wordt momenteel geen precario geheven.
Gebonden heffingen De opbrengst van deze zogeheten gebonden heffingen dient ter dekking van de kosten die de gemeente voor deze dienstverlening maakt. Per heffingssoort wordt de opbouw van de lasten weergegeven, waarbij we een onderscheid maken in de volgende twee categorieën: • Directe lasten op basis van de taakvelden (alle direct toe te rekenen lasten, exclusief overhead); • Indirecte lasten bestaande uit overhead en BTW. Voor het bepalen van het dekkingspercentage worden de lasten inzake overhead en BTW toegerekend. Dit zijn de indirecte lasten. De overhead wordt toegerekend op basis van een overheadtarief en het aantal begrote uren per heffing. Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een heffing ter dekking van kosten van beheer van huishoudelijke afvalstoffen. De heffing komt ten laste van gebruikers van percelen waarvoor de gemeente een inzamelverplichting voor huishoudelijk afval heeft. De heffing is afhankelijk van de omvang van het huishouden. Hierbij hanteren we
97
Begroting 2026 twee tarieven, namelijk voor één- en meerpersoonshuishoudens. Bij éénpersoonshuishoudens wordt een korting verleend van 20% op het meerpersoonstarief. Het gemeentelijke uitgangspunt is dat de tarieven 100% kostendekkend zijn. Ten opzichte van 2025 is het tarief in 2026 gestegen. Dit komt voornamelijk door de verhoging van de bijdrage aan de GR Reinigingsdienst Waardlanden. De verhoogde bijdrage wordt doorberekend in het tarief van de afvalstoffenheffing. Met ingang van 1-1-2024 is Diftar ingevoerd. Zie verdere toelichting bij lokale lastendruk.
Opbouw tarieven De begrote kwijtschelding afvalstoffenheffing en 15% van de perceptiekosten voor diverse belastingen worden toegerekend aan de afvalstoffenheffing. Het percentage van 15% is bepaald op basis van ervaringscijfers. Onderstaand overzicht geeft inzicht in de kostendekkendheid van het tarief. Afvalstoffenheffing Lasten taakvelden Inkomsten taakvelden, exclusief heffingen Netto lasten taakvelden Toe te rekenen lasten (overhead en BTW)
Bedragen x € 1.000 6.756 6.756 109
Totale lasten
6.865
Opbrengst heffingen
6.865
Dekkingspercentage
100%
Rioolbelasting Op grond van de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken hebben de gemeenten de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Om deze zorgplicht te bekostigen kan de gemeente op grond van artikel 228a van de Gemeentewet rioolbelasting heffen. Evenals bij de afvalstoffenheffing wordt bij woningen een onderscheid gemaakt tussen één- en meerpersoonshuishoudens. Bedrijven betalen per 150 m3 waterverbruik een vast tarief dat gelijk is aan het meerpersoonstarief. Uitgangspunt voor de vaststelling van de tarieven is 100% kostendekkendheid. Tot de kosten die uit de rioolbelasting worden gedekt, behoren niet alleen de uitgaven voor rioolbeheer en onderhoud, maar ook 50% van de kosten voor straatreiniging en 20% van de kosten voor waterbeheersing. Er is gekozen om de ontwikkeling van de rioolbelastingtarieven over een periode van 60 jaar te bekijken, omdat dit een realistischer beeld geeft van de verwachte tariefontwikkeling. In deze systematiek wordt de egalisatievoorziening ingezet om de kostenschommelingen te vereffenen die zich gedurende deze periode kunnen voordoen. De toekomstige financiële effecten zijn opgenomen in het vastgestelde Gemeentelijk Rioleringsplan 2021 - 2025. In het najaar van 2025 wordt het nieuwe Omgevingsprogramma Riolering 2026–2030 aan de gemeenteraad voorgelegd.
In onderstaande afbeelding is het tarief van scenario 1 uit dit nieuwe programma opgenomen voor 2026. Alle overige gegevens zijn nog gebaseerd op het huidige Gemeentelijk Rioleringsplan 2021–2025.
98