CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Arkelsedijk bijlagen

Raadsvergadering 17 december 2024, gemeente GorinchemBij agendapunt: BESPREEKSTUK Bestemmingsplan Arkelsedijk29.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Voor de Vleugels van Gorinchem (waaronder Lingeoevers / Arkelsedijk) gaat het om:  Functiemenging  Kansen benutten voor stedelijke leefstijlen  Flexwonen  Variatie in woningaanbod  Ontmoetingsplek  Toegankelijke/uitgankelijke woningen  Wonen met zorg Voor de vleugels van de stad gelden daarnaast nog de volgende doelstellingen:  Passend bij het woonmilieu/leefstijl: focus op oranje / rood. Creatief, collectief, stedelijk, experimenteel.  Wens voor levensloopbestendige woningen.  Variatie in opbouw: alle segmenten – koop/huur (waaronder sociale huur, middenhuur en sociale koop), appartement/grondgebonden, starter/doorstromer. Ambitie is dat circa een kwart van het programma sociale woningen (huur en koop) betreft. Toetsing Transformatie van verouderde bedrijventerreinen naar onder andere wonen is gewenst. De Linge-oevers zijn specifiek benoemd als transformatielocatie naar een stedelijk woonmilieu met hoogbouw. Dit plan geeft daar mede invulling aan.

43/228

3.3.3

Kaderdocument voor het transformatiegebied Arkelsedijk in Gorinchem (2019)

In dit document zijn de kaders geschetst vanuit de gemeente voor de gebiedsontwikkeling aan de Arkelsedijk:  De eerste aanleiding heeft te maken met de toekomstvisie van de stad: GO2032. In deze toekomstvisie die de gemeente samen met bewoners, ondernemers en partners in de stad heeft ontwikkeld, staat het 'klaar zijn voor de toekomst' voor Gorinchem centraal. Dat betekent dat Gorinchem inzet op het versterken van de regionale economie en voorzieningen, maar ook op de bereikbaarheid van de stad met een inwoneraantal dat zowel in de stad als regionaal stijgt. Om die stijging op te vangen zijn ook extra woningen nodig die passen bij de vraag.  Een tweede belangrijke aanleiding om na te denken over of en hoe de Arkelsedijk te ontwikkelen, is de motie van Van der Molen (Tweede Kamer) waarin de centrumfunctie van Gorinchem wordt aangekaart. Deze motie is ook de aanleiding geweest voor het onderzoek dat Berenschot heeft uitgevoerd en wat in het voorjaar van 2019 besproken is met de partners in de regio en met de Raad. De rode draad in het rapport 'Samen voor elkaar' is dat het niet zo zeer gaat om het wel of niet hebben van een centrumfunctie van de stad, maar om het versterken van de leefbaarheid van de regio met 120.000 inwoners en het behouden en versterken van de voorzieningen van Gorinchem voor de haar omliggende regio.

Niet inzetten op de focus van centrumfunctie, maar wel op de leefbaarheid van een gebied / regio met 120.000 inwoners. Het gaat om de AV-regio, de regio Drechtsteden, de zuidvleugel van de Randstad en het verbeteren van de connecties met Brabant en Utrecht.  De derde aanleiding is het Gorcums Akkoord 2018-2022 waarin de coalitie benadrukt te willen (her)ontwikkelen om te verbinden. De herontwikkeling van de Schelluinsestraat en Westelijke Lingeoever wordt daarin concreet genoemd. De gemeente heeft de ambitie om door te groeien om de veerkracht van de stad te vergroten en de vitaliteit van de voorzieningen op peil te houden. Er ligt een kans ruimte te bieden aan mensen die graag in een stedelijke omgeving en dichtbij voorzieningen willen wonen. Daarmee kan Gorinchem een groeisprong maken. Naast de kaders zijn in het Kaderdocument ook randvoorwaarden vanuit de gemeente opgenomen voor de ontwikkeling. De 22 belangrijkste zijn opgesomd en hebben onder andere betrekking op het programma, de ontsluiting en de openbare richting. Deze randvoorwaarden en ambities zijn vervolgens uitgewerkt in een stedenbouwkundige vertaling die te zien is in figuur 3.2.

44/228

Figuur 3.2: Stedenbouwkundige vertaling randvoorwaarden en ambities Kaderdocument Toetsing Het kaderdocument heeft als basis gediend voor het stedenbouwkundig plan. Vervolgens is het stedenbouwkundig plan vertaald in het bestemmingsplan. Hiermee wordt invulling gegeven aan de door de gemeente genoemde kaders en randvoorwaarden gericht op de bereikbaarheid en het versterken van woningvoorraad en de voorzieningen in Gorinchem.

45/228

46/228

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de sectorale aspecten beschreven die voor dit bestemmingsplan relevant zijn. De resultaten en conclusies van de onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.

4.2

Milieueffectrapportage

4.2.1 Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:  de kenmerken van de projecten;  de plaats van de projecten;  de kenmerken van de potentiële effecten. Op grond van het Besluit m.e.r. moet voor de ontwerpbestemmingsplanfase een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen milieueffectrapportage nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. 4.2.2

Onderzoek

Op basis van het Besluit m.e.r. is hieronder onderzocht voor welke onderdelen van het plan een m.e.r.-plicht, m.e.r.-beoordelingsplicht of dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat. D 11.2: Stedelijk ontwikkelingsproject In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2) dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: - een oppervlakte van 100 hectare of meer; - een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of - een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van circa 500 woningen en bijbehorende commerciële functies waaronder een supermarkt. De totale oppervlakte van het plangebied is circa 9,5 hectare. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is.

47/228

D 3.2 Waterkering In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromingen, met inbegrip van primaire waterkeringen en rivierdijken. Als onderdeel van de beoogde ontwikkeling wordt een doorgang door de waterkering gemaakt. Hiervoor dient de waterkering aangepast te worden. De Arkelsedijk is een regionale rivierdijk. Voor een aanpassing aan een waterkering geldt geen drempelwaarde daarom is een (formele) m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. Aanleg weg Onderdeel van de herontwikkeling van het gebied is de aanleg van een nieuwe brug over de Linge. Deze weg voldoet niet aan de definitie van een autoweg en daarmee ook niet aan de omschrijving van wegen in de categorieën C1.2, C1.3, D1.1 of D1.2. In het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) bestaat geen categorie voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van wegen die niet voldoen aan de omschrijving van de wegen in de categorieën C1.2, C1.3, D1.1 of D1.2. In de Europese richtlijn wordt in categorie II.10e echter de 'aanleg van wegen' aangewezen als activiteit waarvoor beoordeeld moet worden of een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Op grond van de Europese aanwijzing moet in de procedure voor plannen en besluiten voor deze wegenprojecten rekening worden gehouden met een m.e.r.-beoordeling.

Gezien het feit dat op grond van de Nederlandse regelgeving geen verplichtingen gelden, kan deze beoordeling vormvrij worden uitgevoerd. Voor de beoogde ontwikkelingen is een (formele) m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen (12 december 2023, zie bijlage Bijlage 1) op basis van de aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling (december 2023) in Bijlage 2. Na het besluit zijn de onderzoeken waarop de notitie is gebaseerd deels gewijzigd. Verder zijn opmerkingen gemaakt over cumulatie met andere projecten. Hieronder wordt ingegaan op de wijzigingen: Cumulatie: In de directe omgeving van het plangebied zijn verschillende woningbouw projecten gepland. Dit zijn de volgende projecten: Lingehorst met 177 woningen (Arkelse Onderweg), Speeltuinlocatie met 64 woningen, Locatie Merwedekanaal met 8 woningen, Linge II Zuid met 50 woningen. In Gorinchem zijn verspreid nog andere woningbouwontwikkelingen in ontwikkeling zoals Mollenburg, herontwikkeling Wellant, Hoog Dalem. Deze ontwikkelingen zitten reeds in het verkeersmodel en zijn grotendeels al planologisch mogelijk. Eventuele cumulatieve effecten zijn daarmee in beeld. 

Natuur (gebiedsbescherming): De stikstofberekening is in juni 2024 geactualiseerd waarop de voortoets (juni, 2024) is aangepast. De veranderingen in de resultaten hebben geen gevolgen voor de conclusie en de analyse die is opgenomen in de mer-beoordeling op het gebied van natuur. Natuur (soortenbescherming): In de mer-beoordeling wordt verwezen naar een ecologisch onderzoek dat nog uitgevoerd moet worden voor de aanleg van het fietspad. Dit onderzoek is onderhand uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat PM resultaten onderzoek. Voorafgaand aan eventuele werkzaamheden voor de aanleg van het beoogde fietspad dient nader onderzoek naar de steen- en boommarter plaats te vinden. De mogelijke aanwezigheid van deze soorten staat niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg. De analyse uit de mer-beoordeling blijft daarmee ongewijzigd.

48/228

Bodem en water: In de notitie is uitgegaan dat de legger voor de waterkering aangepast moet worden dit is niet meer het geval. De legger wordt niet verlegd maar het uitgangspunt dat de waterkering waterveilig wordt ontworpen blijft bestaan en de beoordeling dat de beoogde ontwikkeling geen belangrijk negatief effect heeft op de waterveiligheid blijft gelijk. Verkeer: In de mer-beoordeling is uitgegaan van het verkeersonderzoek Goudappel van november 2023. Dit onderzoek is geactualiseerd en daarnaast is de parkeerbalans geactualiseerd. Dit leidt niet tot een ander conclusie voor de kenmerken van dit milieueffect. Geluid: Het geluid onderzoek is aangepast aan de de actualiseerde verkeersgegevens. Hierdoor zijn de hogere waarden die in de mer-beoordeling zijn genoemd ook veranderd. De conclusie van de effectbeoordeling blijft gelijk namelijk dat zal worden voldaan aan het hogere waarden beleid en een belangrijk negatief effect uitgesloten kan worden. De te nemen maatregelen en aangepaste hogere waarden zijn opgenomen in paragraaf 4.3 Geluid. Risico's voor de menselijke gezondheid (geur): In deze paragraaf in de mer-beoordeling wordt gesteld dat de beoogde woningen buiten de geur contour van Corbion ligt. Hiernaar is nader onderzoek (zie voor toelichting paragraaf verricht waaruit blijkt dat ter plaatse van de beoogde sprake is van een aanvaardbare geurbelasting.

De conclusie uit de mer-beoordeling blijft daarmee ongewijzigd. Bezonning: Bezonning is niet meegenomen in de mer-beoordeling omdat hiervoor geen belangrijke effecten verwacht werden. Hiervoor is nadien wel onderzoek naar uitgevoerd zie paragraaf bezonning. Hieruit blijkt dat het planvoornemen voldoet aan de strenge TNO norm maar de maximale invulling van het bestemmingsplan hier niet aan voldoet maar wel voldoet aan de lichte TNO norm. Gezien voldaan wordt aan de lichte TNO norm en het planvoornemen voldoet aan de strenge TNO norm kunnen belangrijke negatieve effecten waarvoor een MER noodzakelijk is uitgesloten worden.

Uit de analyse blijkt dat de conclusies van de mer-beoordelingsnotitie niet wijzigen. Het plan blijft binnen de kaders van het mer-beoordelingsbesluit van december 2023. Een nieuw mer-beoordelingsbesluit is niet noodzakelijk. 4.2.3 Conclusie Onderdeel van de beoogde ontwikkeling is een aanpassing aan de waterkering. Daarom is voor het bestemmingsplan een (formele) m.e.r.-beoordeling nodig. Daarom is voor het bestemmingsplan een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is opgenomen in bijlage 2. Het bevoegd gezag heeft op basis van de aanmeldnotitie een mer-beoordelingsbeslissing genomen om geen volledige m.e.r. procedure te doorlopen. Na het mer-beoordelingsbesluit zijn verschillende onderzoeken aangepast. Uit de analyse blijkt dat de aanpassingen geen gevolgen hebben op de conclusie van de mer-beoordelingsnotitie en daarmee blijft binnen de kaders van het mer-beoordelingsbesluit. Een nieuw besluit is dan ook niet noodzakelijk.

49/228

4.3

Geluid

4.3.1

Toetsingskader

Wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder is bepaald dat het bevoegd gezag bij vaststelling van een bestemmingsplan de wettelijke grenswaarden in acht moet nemen. Toetsing aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van de Wet geluidhinder vindt plaats per weg. Het geluidsniveau ten gevolge van het wegverkeer dient op de gevels van nieuwe (of te wijzigen) woningen in de geluidszone van een weg te voldoen aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. Deze bedraagt 48 dB. Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden kan de gemeente een hogere grenswaarde toestaan, de zogenaamde "hogere waarde". De hogere waarde mag enkel worden verleend indien uit akoestisch onderzoek is gebleken dat bron-, overdrachts- of gevelmaatregelen om het geluidsniveau terug of onder de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting te brengen niet mogelijk zijn. Aan de hogere waarde is een maximum verbonden. Voor de nieuwbouw van woningen in binnenstedelijke situaties is dit 63 dB en in buitenstedelijke situaties is dit 53 dB. Voor een 'wijziging van een weg' geldt aanvullend de voorwaarde dat de toename niet meer dan 5 dB mag zijn. De genoemde niveaus zijn na aftrek van de correctie conform artikel 110g van de Wet geluidhinder.

Industrielawaai In de Wet geluidhinder is bepaald dat er rond bedrijventerreinen waar, op grond van een geldend bestemmingsplan, zogeheten 'grote lawaaimakers' zijn toegestaan, een geluidzone dient te zijn vastgesteld. Met grote lawaaimakers wordt een categorie van bedrijven bedoeld waarvan kan worden uitgegaan dat het geluid nog op grote afstanden goed hoorbaar is. Bovendien is het gezien de aard van de werkzaamheden ingewikkeld om het geluid te reduceren. Het kan bijvoorbeeld gaan om werkzaamheden die in de open lucht (moeten) plaatsvinden. Buiten de geluidzone mag de gezamenlijke geluidsbelasting (gerekend op 5 m hoogte), als gevolg van de bedrijven op het gezoneerde bedrijventerrein, niet hoger zijn dan 50 dB(A). Dit wordt bij vergunningverlening in het kader van de Wet milieubeheer bewaakt. Binnen de geluidzone worden eisen gesteld aan de maximale geluidsbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige objecten. Bij nieuwbouw geldt een voorkeurswaarde van 50 dB(A). Is de geluidsbelasting boven deze waarde, dan kan onder voorwaarden een ontheffing van de voorkeurswaarde worden verleend tot en met maximaal 55 dB(A); in geval van bestaande bebouwing mag dit 60 dB(A) zijn.

4.3.2

Wegverkeerslawaai

Het plangebied ligt binnen de geluidzones van de diverse bestaande gezoneerde wegen en een nieuwe weg. Deze wegen zijn geluidbronnen waarop de Wet geluidhinder van toepassing is. Daarnaast worden bestaande wegen fysiek gewijzigd. Daarom is akoestisch onderzoek op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt ook de geluidsituatie van de Arkelse Onderweg, Hendrik Hamelstraat en de interne verkeersstructuur beschouwd. Het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is opgenomen in bijlage 3.In het onderzoek wegverkeerslawaai is rekening gehouden met worst case verkeersaantallen waarbij geen rekening is gehouden met eventuele maatregelen uit het mobiliteitsplan.

50/228

Uit het onderzoek blijkt dat: Nieuwe weg versus bestaande woningen  De geluidbelasting vanwege de nieuwe verkeersverbinding is op de bestaande woningen Arkelse Onderweg 42-44-66 en Arkelse Onderweg 52 hoger dan de voorkeursgrenswaarde. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden.  Het toepassen van geluidreducerend asfalt SMA-NL8 G+ op de nieuwe verkeersverbinding tussen de Arkelsedijk en de aansluiting naar het plangebied is doelmatig gebleken. De gemeente zal deze maatregel uitvoeren waarmee het laten vaststellen van een hogere waarde en aanvullend onderzoek naar de gevelgeluidwering niet nodig is. Nieuwe weg versus nieuwe woningen  Er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde op de nieuwe woningen vanwege de nieuwe verkeersverbinding. Het vaststellen van hogere waarden is niet nodig. Bestaande wegen versus nieuwe woningen  Er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde op het gehele plangebied vanwege de Lingebrug en de Newtonweg.  De geluidbelasting vanwege de Spijksedijk en vanwege de Arkelsedijk is op de nieuwe woningen hoger dan de voorkeursgrenswaarde. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden.  Het laten vaststellen van hogere waarden vanwege de Arkelsedijk is nodig tot maximaal 54 dB, zie tabel 4.3.1 in de paragraaf onderbouwing hogere waarden. Ook vanwege de Spijksedijk is het laten vaststellen van hogere waarden nodig tot maximaal 49 dB.

Niet gezoneerde wegen versus nieuwe woningen  Er wordt voldaan aan de richtwaarde vanwege de Hendrik Hamelstraat.  Vanwege de Arkelse Onderweg en de interne weg door het plangebied wordt de richtwaarde overschreden.  Maatregelen om de geluidbelasting vanwege deze wegen (Arkelse Onderweg en de interne weg) te reduceren zijn niet gewenst of niet doelmatig. Aanleg kruispunt Arkelsedijk/ Nieuwe verkeersverbinding  Er is op 14 bestaande woningen sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder vanwege het realiseren van een t-aansluiting in de Arkelsedijk.  Door het toepassen van geluidreducerend asfalt én het verplaatsen van de komgrens wordt de reconstructiesituatie voor deze woningen opgeheven. Deze maatregelen zijn momenteel in onderzoek, daarom worden vooruitlopend daarop hogere waarden vastgesteld. Aanleg kruispunt Spijksedijk/ Nieuwe verkeersverbinding  Op woning Spijksedijk 40 sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder vanwege het realiseren van een t-aansluiting in de Spijksedijk.  Geluidreducerend asfalt of het plaatsen van een geluidscherm zal worden toegepast, hierdoor wordt deze reconstructiesituatie opgeheven. Het laten vaststellen van een hogere waarde en aanvullend onderzoek naar de gevelgeluidwering is niet nodig.

51/228

Uitstralingseffect Er is sprake van een uitstralingseffect van de fysieke wijziging aan de Arkelsedijk en de Spijksedijk op de bestaande woningen langs de Newtonweg (tussen Spijksedijk – Ds. G.H. Kerstenlaan) en het noordelijkdeel van de Arkelsedijk, die buiten het onderzoeksgebied van de reconstructie liggen. Ondanks dat het in het kader van een goede ruimtelijke ordening niet verplicht is om geluidreducerende maatregelen te nemen, is het voorzien van de Arkelsedijk en de Newtonweg van geluidreducerend asfalt een doelmatige maatregel om een uitstralingseffect uit te sluiten. 4.3.3

Industrielawaai

In de huidige situatie is het plangebied (grotendeels) onderdeel van het geluidgezoneerde industrieterrein Langs de Linge. In figuur 4.3.1 is de huidige geluidzone van het geluidgezoneerde industrieterrein weergegeven.

Figuur 4.3.1 Huidige geluidzone Langs de Linge met plangebied zwart omkaderd (bron: bestemmingsplan 'Zone industrielawaai bestemmingsplan Bedrijventerreinen en stationsomgeving, thematische herziening', 2014) Met dit plan wordt woningbouw mogelijk gemaakt. Woningbouw is niet toegestaan op een geluidgezoneerd industrieterrein. Voor de transformatie naar wonen wordt het plangebied onttrokken aan het gezoneerde industrieterrein. De aanpassing van de grens van het gezoneerde industrieterrein en de aanpassing van de geluidzone van het gezoneerde industrieterrein vindt alleen plaats binnen het plangebied. In een later traject gaat er een verdere actualisatie plaatsvinden van de geluidzone. Voor het bestemmingplan moet getoetst worden aan de nieuwe geluidzone van het industrieterrein. Hiervoor is akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 3. Hierin zijn ook de cumulatieve effecten met het wegverkeerslawaai berekend.

52/228

Uit het onderzoek blijkt dat voor de woningen binnen de nieuwe geluidzone niet voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde. Voor woningen/appartementen binnen de geluidzone wordt een generieke hogere grenswaarde vastgesteld van 55 dB(A). Deze waarde in combinatie met de opvulruimte (tot 50 dB(A)op de zonegrens) betekent dat er geen akoestische belemmeringen ontstaan voor de nog resterende bedrijven op het gezoneerde industrieterrein. 4.3.4

Onderbouwing hogere waarden

De akoestische rapporten voldoen aan de bepalingen van de Wet geluidhinder en geven voldoende informatie over de akoestische situatie. Volgens de Wet geluidhinder en het ontheffingsbeleid moet onderzoek gedaan worden naar maatregelen die toegepast kunnen worden om de geluidbelasting op woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen te beperken. Daarbij geldt een volgorde van de toe te passen maatregelen: • Bronmaatregelen • Overdrachtsmaatregelen • Ontvangersmaatregelen Bronmaatregelen Als bronmaatregel vanwege wegverkeer kan gedacht worden aan snelheidsverlaging en/of toepassing van stillere wegdekken. Verlaging van de rijsnelheid op de wegen is niet gewenst, omdat deze in hun huidige gebruik een doorstroomfunctie hebben met een daarbij behorende verkeersintensiteit. Vanwege de bereikbaarheid voor hulpdiensten is het handhaven van dit snelheidsregime eveneens gewenst. Voor industrielawaai zijn bronmaatregelen niet aan de orde gelet op de vergunde geluidruimte voor de bedrijven. Bestaande weg en nieuwe woningen De Arkelsedijk is binnen de bebouwde kom reeds voorzien van geluidreducerend asfalt. Voor de Spijksedijk is het vervangen van de standaard asfaltverharding in een geluidreducerend asfalt wel een effectieve maatregel. Deze maatregel dient over meer dan van 200 meter getroffen te worden en is niet effectief voor de bovenste bouwlagen.

De maatregelen is uit financieel oogpunt niet gewenst gelet op het aantal woningen dat het betreft. Bovendien niet doeltreffend vanwege het feit dat gecumuleerde geluidbelasting optreedt met industrielawaai. Reconstructie Voor de fysieke wijzigingen aan de Arkelsedijk en de Spijksedijk is bekeken of toepassen van geluidreducerend asfalt doelmatig is. Uit de berekening blijkt dat het toepassen van stillere wegdekverharding voor de Arkelsedijk niet voor alle woningen doelmatig is om te voldoen aan de startwaarde. Uit de berekening blijkt dat het verplaatsen van de komgrens niet doelmatig is. Er blijft een overschrijding van de startwaarde. Uit de berekening blijkt dat het toepassen van stillere wegdekverharding én het verplaatsen van de komgrens, voor alle woningen doelmatig is om te voldoen aan de startwaarde. Deze mogelijkheid wordt nader onderzocht. Voor nu worden hogere waarden vastgesteld. Voor de Spijksedijk is het vervangen van asfalt doelmatig. Dit wordt uitgevoerd.

53/228

Overdrachtsmaatregel Voor overdrachtsmaatregelen kan gedacht worden aan geluidschermen of het vergroten van afstanden tussen bron en ontvanger. Voor het vergroten van afstanden is fysiek weinig ruimte. Het plaatsen van een geluidscherm langs wegen is vanuit verkeerskundig en stedenbouwkundig oogpunt veelal niet mogelijk/wenselijk. Voor industrielawaai zijn overdrachtsmaatregelen zoals een scherm niet doelmatig gelet op de afstand tussen de bedrijven en woningen en de ligging van enkele bedrijven (aan overzijde van Linge). Voor wegen is het hierna toegelicht. Bestaande weg en nieuwe woningen Het plaatsen van geluidschermen langs de Arkelsedijk zijn niet effectief, om ook de bovenste bouwlagen te bereiken zijn relatief hoge schermen nodig. Bovendien heeft vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt een open karakter richting de Arkelsedijk de voorkeur. Reconstructie Bij de Spijksedijk is een van een scherm van een scherm van 1 meter hoog een effectieve maatregel. Aangezien het om één woning gaat is deze maatregel financieel niet doeltreffend en bovendien vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet gewenst. Ontvangersmaatregelen Voor een deel van de nieuwe woningen is het is niet mogelijk om zodanige geluidsmaatregelen te treffen dat vanwege het wegverkeerslawaai en industrielawaai aan de voorkeursgrenswaarden wordt voldaan.

De gevels moeten zodanig ontworpen worden dat de woningen voldoen aan de eisen uit het gemeentelijk ontheffingsbeleid en aan de binnenwaarden uit het Bouwbesluit. Voor de bestaande woningen (reconstructie) is onderzoek naar huidige gevelwering van die bestaande woningen nodig. Indien die gevelwering niet toereikend is (uitgaande van de hogere geluidbelasting) dan dienen er gevelmaatregelen genomen te worden. Hogere waarden Voor de nieuwe woningen zijn hogere waarden benodigd vanwege de Arkelsedijk en de Spijksedijk. Het bestemmingsplan legt niet vast hoeveel woningen er per bouwvlak komen. Om de stedebouwkundige uitwerking in dit stadium niet te beperken wordt een generieke hogere waarde vastgesteld voor alle woningen in het plangebied LingeOever en voor de Nettoramalocatie. In tabel 4.3.1 is de benodigde hogere waarde per weg aangegeven. Deze hogere waarden zijn gebaseerd op de situatie dat er geen maatregelen ter reductie van de geluidbelasting worden genomen. De benodigde hogere waarden in tabel 4.3.1 zijn in de planregels van dit bestemmingsplan opgenomen. Tabel 4.3.1 Benodigde hogere waarden bestaande wegen versus nieuwe woningen

Vanwege reconstructie langs de Arkelsdijk en Spijksedijk zijn hogere waarden zoals opgenomen in tabel 4.3.3 nodig bij bestaande woningen. De hogere waarden zijn gebaseerd, uitgaande van de situatie waarbij geen maatregelen worden toegepast. De benodigde hogere waarden in zijn in de planregels van dit bestemmingsplan opgenomen.

54/228

Tabel 4.3.3 Benodigde hogere waarde voor reconstructiesituaties langs Arkelsedijk en Spijksedijk

Vanwege industrielawaai zijn hogere waarden nodig voor de nieuwe woningen uitgaande van de aangepaste geluidzone. De maximaal toelaatbare waarden worden niet overschreden. De benodigde hogere waarden in zijn in de planregels van dit bestemmingsplan opgenomen. tabel 4.3.4.

hogere waarde industrielawaai nieuwe woningen

Cumulatie Volgens de Wet geluidhinder mag cumulatie van geluid van de wettelijke bronnen niet leiden tot een onaanvaardbare geluidbelasting. Daarnaast is in het geluidbeleid bepaald dat er een geluidluwe gevel of geluidluwe buitenruimte moet zijn. In het akoestisch onderzoek is de cumulatie van het geluid van wegverkeer en industrie bepaald. Dit betekent dat op de toetspunten waar het geluid door de betreffende geluidsbron hoger is dan de betreffende voorkeursgrenswaarde onderzoek is uitgevoerd naar de effecten van de samenloop van de verschillende geluidbronnen. Met name bij de bouwblokken richting de brug treedt cumulatie op. Globaal gezien is in het noordoostelijk deel van het plangebied met aan de kopse kant het onderdeel industrielawaai maatgevend. Voor het noordoostelijk deel aan de zijde van de Arkelsedijk zijn industrielawaai en verkeerslawaai vergelijkbaar in bijdrage. Uit de gecumuleerde geluidbelasting (industrie en wegverkeer) blijkt dat de geluidkwaliteit op bouwblok 14/15 grotendeels als redelijk tot matig wordt beoordeeld. Op bouwblok 12/13 is de geluidkwaliteit redelijk tot goed. De geluidkwaliteit op bouwblok 9/10 wordt aan de zijde van de Arkelsedijk als matig beoordeeld en aan de achterzijde als redelijk tot goed. Dit zal ook gelden voor de overige bouwblokken parallel aan de Arkelsedijk.

Verder liggen de Arkelsedijk en de Spijksedijk aan weerszijden van het plangebied en hebben geen relevante samenloop van geluid in de bijdrage van de gecumuleerde geluidbelasting. Nu de cumulatieve geluidbelasting hoger dan 53 dB is zijn op bouwplanniveau maatregelen nodig om te komen tot een akoestisch aanvaardbare situatie. Hierbij moet een geluidluwe gevel of een geluidluwe buitenruimte worden gerealiseerd. Dit is ook mogelijk door het toepassen van gesloten balkons, afsluitbare loggia's of door een gemeenschappelijke geluidluwe buitenruimte indien een geluidluwe ruimte op woningniveau niet haalbaar is.

55/228

Op basis van de huidige stedenbouwkundige uitwerking is er getoetst aan het geluidbeleid. Een exacte beoordeling op gebouwniveau is in dit stadium niet mogelijk, maar het plan biedt voldoende mogelijkheden (ook met groen, daktuinen) om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te realiseren. Op grond van bovenstaande overwegingen kunnen hogere waarden als gevolg van wegverkeer en industrielawaai worden vastgesteld. De planregels borgen dat voldaan wordt aan de voorwaarden uit het geluidbeleid. Indien bij de nadere uitwerking van het plan wordt voorzien in een geluidluwe gevel of geluidluwe buitenruimte voor de woningen met een hogere waarde, dan wordt voldaan aan het geluidbeleid. Toetsing hieraan vindt plaats bij de aanvraag omgevingsvergunning.

4.3.5 Conclusie Het plangebied ligt deels binnen de (aangepaste) zone van een geluidgezoneerd industrieterrein. Voor de woningbouw is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Ten aanzien van industrielawaai en wegverkeerslawaai wordt op een aantal plaatsen de voorkeursgrenswaarde overschreden. Hiervoor worden hogere waarden in de planregels van dit bestemmingsplan vastgesteld.

4.4

Verkeer en parkeren

4.4.1

Toetsingskader

Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid. Verder dient te worden aangetoond dat de ontwikkeling niet leidt tot parkeeroverlast. 4.4.2

Verkeersnetwerk bestaande situatie

Gemotoriseerd verkeer Ten westen van het plangebied ligt de Arkelsedijk. Dit is een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/u. Op de Arkelsedijk noord (buiten bebouwde kom) geldt een snelheid van 60 km/u. De Arkelsedijk sluit in het zuiden aan op de rotonde Eike's Hof. Via deze rotonde kan in oostelijke richting via de Lingebrug de Linge worden overgestoken en via de Spijksedijk, de Newtonweg en de Spijksesteeg de A15 worden bereikt. Zowel de Spijksedijk, de Newtonweg en de Spijksestraat zijn gebiedsontsluitingswegen met een maximum snelheid van 50 km/u. In westelijke richting kan vanaf de rotonde Eike's hof via de Concordiabrug het station, het westelijk deel van Gorinchem en de A15/A27 worden bereikt. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de Concordiaweg, de Stationsweg en de Banneweg. Deze wegen zijn eveneens gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg en hebben een maximumsnelheid van 50 km/u. Ter hoogte van de rotonde Eike's Hof kan door in zuidelijke richting te rijden het historische centrum van Gorinchem worden bereikt.

56/228

Langzaam verkeer In de bestaande situatie is het plangebied beperkt toegankelijk voor langzaam verkeer. Voor voetgangers zijn er enkele trappen en er is een hellingbaan. De enige toegangsweg tot het plangebied is de Arkelsedijk. Op deze weg is het niet toegestaan om te fietsen. Openbaar vervoer Op de Arkelsedijk is een bushalte aanwezig. Hier halteert lijn 80 die Vianen met Gorinchem verbindt. Per etmaal wordt per richting 18 keer op deze halte gehalteert. Vanaf deze bushalte kan station Gorinchem worden bereikt. 4.4.3

Beoogde ontwikkeling

De ontwikkeling betreft 512 nieuwe woningen, kleinschalige bedrijfsruimte, horeca en een nieuwe supermarkt ter vervanging van de bestaande Nettorama, aan de binnendijkse zijde van de Arkelsedijk. Verkeersnetwerk Een belangrijk onderdeel van het plan betreft de aanpassing van het verkeersnetwerk in de directe omgeving van het plangebied. Hierna volgt een korte beschrijving van de beoogde verkeersstructuur na planvorming voor de verschillende modaliteiten (auto en langzaam verkeer). Nieuwe oeververbinding Eén van de meest ingrijpende aanpassingen van de verkeersstructuur betreft de realisatie van een nieuwe oeververbinding over de Linge. In de “Mobiliteitsvisie 2040” is de realisatie van vier bruggen opgenomen om de verkeersdruk op bestaande bruggen in Gorinchem te ontlasten en daarmee een robuust netwerk te laten ontstaan. De nieuwe oeververbinding over de Linge maakt daar ook onderdeel van uit. Met onderhavig plan wordt deze nieuwe oeververbinding planologisch mogelijk gemaakt.

De nieuwe oeververbinding heeft drie functies:  Het ontsluiten van de nieuwe woonwijk 'LingeOever' zonder dat de rotonde Eike's Hof zwaarder wordt belast;  Het robuuster maken van het stedelijk netwerk van Gorinchem voor autoverkeer;  Het in de toekomst vormen van een essentiële schakel in de te realiseren oost-west verbinding voor langzaam verkeer zodat er vanaf Gorinchem Oost een fietsroute ontstaat richting de scholen, de toekomstige beroepencampus en station Gorinchem Noord. Naast een belangrijke schakel voor het gemotoriseerde verkeer zal de nieuwe oeververbinding over de Linge ook onderdeel uit maken van een belangrijke oost-west fietsroute waardoor er een fietsverbinding ontstaat tussen de twee delen van Gorinchem. De nieuwe oeververbinding is onderdeel van het plan(gebied) en sluit de Arkelsedijk aan op de Spijksedijk. De nieuwe brug wordt zowel toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer als voor fietsers en voetgangers.

57/228

Figuur 4.4.1 Ligging nieuwe oeververbinding over de Linge Ontsluiting plangebied Het plangebied wordt ontsloten door één doodlopende ontsluitingsweg die aansluit op de nieuwe brug. De ontsluitingsweg kan worden gebruikt door zowel auto's als fietsers en heeft een maximumsnelheid heeft van 30 km/u. Langzaam verkeer Ten opzichte van de bestaande situatie neemt de bereikbaarheid van het plangebied voor langzaam verkeer sterk toe. Hieronder een beschrijving van de beoogde situatie voor fietsers en voetgangers. Fietsers Voor fietsers komt er deels parallel aan de Arkelsedijk een vrijliggend fietspad. Daarnaast wordt een doorsteek door de Arkelsedijk voorzien waar naast fietsers ook voetgangers gebruik van kunnen maken. Hiermee ontstaat er een doorgaande verbinding met de bestaande Lingewijk. Voetgangers De Arkelsedijk wordt toegankelijk gemaakt voor voetgangers waardoor verbinding ontstaat tussen het centrum van Gorinchem en Papland in het noorden. Via de nieuwe oeververbinding is er een directe ontsluiting van het plangebied met Gorinchem-oost.

58/228

4.4.4

Verkeersmodel

Om een beeld te krijgen van de verkeersstromen na planontwikkeling zijn allereerst de effecten van de ontwikkeling voor verschillende varianten doorgerekend met het verkeersmodel Alblasserwaard Vijfheerenlanden. De varianten hebben betrekking op de werking van toepassen van lagere parkeernormen en op de wijze van ontsluiting van de nieuwe woonwijk op de brug (werken met afslagverboden). Het verkeersmodel berekent de hoeveelheid verkeer op de wegen rond het plangebied, gegeven de autonome ontwikkelingen en de diverse ontwikkelingen die tot 2030 plaatsvinden in en om de regio. Van de onderzochte varianten is variant 1b de variant die als basis dient voor dit bestemmingsplan. Variant 1b gaat uit van een ontsluiting van het plan aan de noordzijde ter hoogte van de nieuwe oeververbinding (brug) over de Linge en heeft geen afslagverbod van de nieuwe brug in zuidelijke richting naar de Arkelsedijk. Een uitgebreide verantwoording van deze variantenstudie en de uitgangspunten van variant 1b is te vinden in bijlage 5. Voor de brug is een separate variantenstudie uitgevoerd die te maken heeft met de ligging van de brug (al dan niet haaks op de oevers) en subvarianten ten aanzien van o.a. de breedte van het profiel, plek van pijlers, aansluitingen op bestaande wegenstructuur. Deze studie is opgenomen in bijlage 4. Op basis van deze studie is gekozen voor variant 1 c.

Deze variant gaat uit van losliggend twee richting fietspad aan de zuidzijde van de brug en schuine oversteek van de brug. Ten slotte zijn de verkeerseffecten van de woningbouwontwikkeling en de nieuwe brug meer in detail in beeld gebracht met een actuele versie van het verkeersmodel en met zichtjaar 2034. Deze studie is bijgevoegd als bijlage 6.

Figuur 4.4.2 Variant 1b (ontsluiting plangebied = zwarte pijl) Mobiliteitsvisie LingeOever Met de beoogde ontwikkeling wordt tevens ingezet op het doorvoeren van verschillende maatregelen die effect hebben op de mobiliteit van en naar het plangebied. Deze maatregelen zijn beschreven in een mobiliteitsvisie LingeOever en deze maakt integraal onderdeel uit van de beoogde ontwikkeling. Maatregelen zetten in op nabijheid van voorzieningen, thuiswerken, actieve mobiliteit, OV en deelmobiliteit. De mobiliteitsvisie is uitvoerig beschreven in de memo van Over Morgen in bijlage 7. De mobiliteitsvisie is de basis om af te kunnen wijken van de parkeernormen (zie hierna).

59/228

Voor dit bestemmingsplan is in het kader van een worst case berekening voor de onderwerpen verkeer, stikstof, luchtkwaliteit en geluid gerekend met de variant zonder de beoogde mobiliteitsmaatregelen. 4.4.5

Verkeersafwikkeling

Door de nieuwe brug zal er een herverdeling plaatvinden van het autoverkeer dat nu over de bestaande bruggen gaat. Hierdoor ontstaan er toe- en afnames op bepaalde wegen. Daarnaast heeft de brug grote invloed op de aansluitende wegen waar op aangesloten wordt. Het plan LingeOevers genereert zelf ongeveer 2.300 autoritten en 1.300 fietsritten per werkdagetmaal. Het aantal autoritten is waarschijnlijk iets meer dan als het terrein, conform het vigerende bestemmingsplan, in gebruik zou zijn als bedrijventerrein. In het verkeersonderzoek is weergegeven waar er toe- en afnames zijn door het plan. Op alle wegen geldt dat de wegen de intensiteiten in beginsel kunnen verwerken. Daarnaast is onder meer in meer detail gekeken naar effecten op kruispunten en rotondes: rotonde Eike’s Hof, rotonde Papland – Arkelsedijk, nieuwe kruispunt Lingebrug – Arkelsedijk, nieuwe kruispunt Lingebrug – Spijksedijk. De belangrijkste bevindingen staan hierna toegelicht. Voor de volledige analyse wordt verwezen naar het verkeersrapport in de bijlage. Door de ontwikkeling (realisatie nieuwe brug en transformatie gebied) verbetert de verkeersafwikkeling op de rotonde Eike's hof aanzienlijk ten opzichte van de referentiesituatie (situatie zonder plan).

De rotonde Eike’s Hof is nu fors overbelast: de wachtrijen overschrijden de grenswaarden, vooral in de avondspits, en de maximale wachtrijen blokkeren aansluitende kruispunten. Met het plan neemt de overbelasting aanzienlijk af. Wel blijft er nog sprake van een overbelasting. De rotonde Papland krijgt meer verkeer te verwerken, maar kan dit extra verkeer goed afwikkelen. De wachttijd en -rij op de zijrichting Papland in de avondspits loopt iets op, maar is aanvaardbaar. Het nieuwe kruispunt Arkelsedijk – Lingebrug (voorrangskruispunt) kan het verkeersaanbod in de plansituatie goed verwerken. Voor het nieuwe kruispunt Spijksedijk – Lingebrug geldt dat het voorrangskruispunt het verkeersaanbod kan verwerken, maar dat de gemiddelde wachttijd op de brug als matig wordt beoordeeld: 45 sec. Dit kan worden verbeterd door op de Spijksedijk een brede middenberm aan te leggen, zodat naast fietser ook personenauto’s van de brug in twee fasen kunnen oversteken. Dit is onderdeel van de uitwerking van het ontwerp van de brug. Voor beide aansluitingen/ kruispunten geldt dat het plan goede effecten heeft voor de verkeersafwikkeling , maar het zaak is een goed ontwerp van de nieuwe kruispunten te maken en hierbij ook de fiets een goede positie te geven. Er is ook meer in detail gekeken naar de situatie op de Arkelsedijk Noord waar een forse toename van verkeer optreedt.

Voor de Arkelsedijk Noord geldt dat de weg de toename van het verkeer wel aan kan, maar de leefbaarheid onder druk staat: - de gemiddelde snelheid op dit wegvak ligt onder de toegestane 60 km/uur, maar er is wel een deel van de automobilisten dat hier te hard rijdt; - het is de wens om in toekomst fietsers op de dijk toe te staan; - met de realisatie van het plan lopen de auto-intensiteiten op naar 9.600 mvt/werkdagetmaal, deze intensiteiten zijn hoog voor de functie van de weg en voor het toestaan van fietsers; - er ontbreken snelheidsremmende maatregelen. In het kader van de verdere uitwerking van het ontwerp van de brug en haar aansluiting op de Arkelsedijk wordt ook gekeken naar maatregelen voor de Arkelsedijk Noord.

60/228

4.4.6

Verkeersveiligheid

Voor een verkeersveilige verkeersafwikkeling is de vormgeving van de nieuwe aansluiting van de brug op de Arkelsedijk en Spijksedijk een aandachtspunt, met name ook vanuit perspectief van de oversteekbaarheid voor fietsers en voetgangers. 4.4.7

Parkeren

Een belangrijk uitgangspunt voor dit bestemmingsplan is het feit dat het mobiliteitsconcept (zie bijlage 7) integraal onderdeel uitmaakt van de beoogde ontwikkeling. Met dit mobiliteitsconcept wordt gezet op nabijheid van voorzieningen, thuiswerken, actieve mobiliteit, OV en deelmobiliteit.

Figuur 4.4.3 Indicatieve uitwerking parkeren beoogde ontwikkeling (bron: Stedenbouwkundig plan) Huidige gemeentelijk normscenario Het mobiliteitsconcept met gebruikmaking van diverse mobiliteitsmaatregelen en het toepassen van gereduceerde parkeernormen is het uitgangspunt voor de beoogde nieuwe wijk. Echter is op basis van de planologische mogelijkheden in het bestemmingsplan een parkeerbalans waarbij is getoetst aan het geldende parkeerbeleid van Gorinchem, zonder gebruik te maken van afwijkingsmogelijkheden. Deze parkeerbalans is opgenomen in bijlage 2 van de mobiliteitsvisie uit bijlage 7 van de toelichting. Hieruit volgt dat met toepassing van dubbelgebruik de parkeerbehoefte 686 parkeerplaatsen op het maatgevende moment (werkdag avond) bedraagt. Op basis van 156 parkeerplaatsen op maaiveld en een volledige invulling van het parkeren in drie enkellaagse parkeergarages (548 parkeerplaatsen) zijn in totaal 704 parkeerplaatsen te realiseren. Hiermee is zonder afwijking van het parkeerbeleid van Gorinchem de parkeerbehoefte van de Lingeoever oplosbaar.

61/228

Figuur 4.4.4. Parkeerbalans huidig gemeentelijk normscenario (bron: Mobiliteitsvisie Overmorgen, bijlage 7) Toepassing mobiliteitsvisie en gereduceerde normen Het streven is om binnen het plangebied het mobiliteitsconcept toe te passen waarmee een sterke reductie van het aantal benodigde parkeerplaatsen mogelijk is. In het kader van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan de parkeerbehoefte zonder toepassing van het mobiliteitsconcept berekend. De Mobiliteitsvisie geeft een goede onderbouwing om voor de Arkelsedijk maatwerk toe te passen, zodat er een lagere parkeernorm mogelijk is die beter aansluit bij de toekomstige parkeervraag. Rekening houdend met een maatwerk parkeernorm en het aanbieden van alternatieven voor de auto is parkeervraag die ruim 30% lager is dan de reguliere parkeerdrukberekening. De vigerende parkeernormen van Gorinchem zijn uit 2019. Sinds de vaststelling van deze normen zijn deze voornamelijk gebruik voor grondgebonden woningen en/of kleine inbreidingslocaties. Hierdoor is er beperkte praktijkervaring hoe de parkeernorm voor appartementen aansluit op de daadwerkelijke parkeervraag. Hierdoor is het verklaarbaar dat de gemiddelde parkeervraag bij appartementen afwijkt ten opzichte van onze reguliere parkeernorm.

In artikel 18 van de regels geregeld dat burgemeester en wethouders door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning lagere parkeernormen kunnen hanteren op basis van de mobiliteitsvisie. De ontwikkeling aan de Arkelsedijk heeft een duidelijk andere opzet dan de reeds bestaande woonwijken. Het plan kent een hoog stedelijk woonmilieu dat dicht bij het centrum ligt. Op basis van de bestaande parkeervraag bij vergelijkbare type woningen is een geactualiseerde parkeernorm berekend. De parkeernorm voor de goedkoopste woningen zijn iets opgehoogd t.o.v. de feitelijke parkeervraag om te voorkomen dat er gelijk tekorten ontstaan als er toch bewoners met een (iets) hoger inkomen komen te wonen (Zie tabel 6 en tabel 8 uit bijlage 7). Bij het berekenen van de parkeervraag is dubbelruimtegebruik een belangrijke factor, omdat de maximale parkeervraag woningen en voorzieningen veelal niet op hetzelfde moment zijn. Voor de berekening van het dubbelruimtegebruik is alleen gerekend met de parkeerplaatsen in het openbaar gebied. Dit is een realistische aanname, omdat gebouwde parkeervoorzieningen zich minder goed lenen voor dubbelruimtegebruik. Omwille van de veiligheid zijn deze veelal alleen toegankelijk voor bewoners/eigenaren en niet voor bezoekers. Om het autobezit te beperken is het belangrijk dat de toekomstige bewoners geen eigen auto nodig hebben. Dit kan op twee manieren.

De eerste is door voorzieningen op loop- en fietsafstand aan te bieden. De tweede is om alternatieve vervoerswijzen voor een eigen auto aan te bieden, zoals deelauto's of goed openbaar vervoer.

62/228

Door de goede bereikbaarheid van het centrum en de aanwezigheid van een supermarkt in de wijk zijn veel functies op loopafstand bereikbaar. Ter aanvulling hierop worden in het plan openbare “thuiswerkvoorzieningen” aangeboden in combinatie met de horecavoorzieningen. Door het hoge aantal compacte woningen is deze voorziening noodzakelijk om te voorkomen dat bewoners alsnog naar kantoor gaan. De huidige parkeerbalans voor het plangebied is precies sluitend. Bij een andere programmering kan de parkeervraag toenemen. Op dat moment is het nog mogelijk om het aantal gebouwde parkeervoorzieningen uit te breiden, zodat deze aansluit op de gewijzigde parkeervraag. Een voorbeelduitwerking van een parkeerbalans op basis van het beoogde programma met toepassing van dubbelgebruik in het openbaar gebied en inzet van deelmobiliteit is hieronder weergegeven. Deze parkeerbalans is opgenomen als bijlage 5 bij de mobiliteitsvisie in bijlage 7 van de toelichting.

Figuur 4.4.5. Parkeerbalans inclusief inzet van deelmobiliteit (bron: Mobiliteitsvisie Overmorgen, bijlage 7) Parkeeraanbod Binnen het plangebied wordt op basis van de hiervoor beschreven voorbeelduitwerking voorzien in de realisatie van 156 parkeerplaatsen op het maaiveld. Daarnaast wordt voorzien in de realisatie van drie ondergrondse parkeergarages van in totaal 400 parkeerplaatsen. Nettorama De ontwikkeling van 12 grondgebonden woningen ten noordwesten van de Arkelsedijk maakt geen onderdeel uit van het mobiliteitsconcept zoals is beschreven in de mobiliteitsvisie in bijlage 7. Voor de 12 grondgebonden woningen is daarom hieronder een parkeerbalans weergegeven op basis van het parkeerbeleid van Gorinchem. Hieruit volgen de parkeerkencijfers uit CROW-publicatie 317. Hierbij is de stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijk' met het gemiddelde van de bandbreedte en een ligging in rest bebouwde kom het uitgangspunt. Functie

Aantal

Parkeernorm

Parkeerbehoefte (pp)

Koop huis, tussen/hoek

10 woningen

1,8 per woning (incl. 0,3 voor bezoekers)

18 (incl. 3 voor bezoekers)

Koop huis, twee-onder-één-kap

2 woningen

2.0 per woning (incl. 0,3 voor bezoekers)

4 (incl. 0,6 voor bezoekers) 22 pp

63/228

In totaal is voor de 12 grondgebonden woningen een parkeerbehoefte van 22 pp inclusief bezoekers. Aan de Knieboomgaard, achter het blok van 4 rijwoningen wordt de openbare ruimte opnieuw gericht inclusief 8 parkeerplaatsen. De overige 14 parkeerplaatsen worden op eigen terrein bij de woningen voorzien.

4.5

Water

Waterbeheer en watertoets De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Rivierenland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van het bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over deze waterparagraaf. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld.

Europa:  Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal:  Nationaal Waterplan (NW)  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)  Waterwet Provinciaal:  Provinciaal Waterplan  Provinciale Structuurvisie  Verordening Ruimte Waterschapsbeleid Met het 'Waterbeheerprogramma 2022-2027' blijft het waterschap op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende schoon water te hebben en om het afvalwater effectief te zuiveren. Waterschap Rivierenland zorgt voor veilige dijken en een evenwichtig watersysteem. Deze missie is het vertrekpunt voor alle activiteiten en projecten van Waterschap Rivierenland. De langetermijnvisie staat in de Watervisie 2050. Deze visie is in het WBP uitgewerkt met oplossingen, maatregelen en ideeën voor de korte termijn; een planperiode van zes jaar. Voor dit WBP is dat 2022-2027. De maatregelen realiseren we vervolgens in projecten en in het reguliere beheer en onderhoud. Voor de kortere termijn bepaalt ook het akkoord, dat ons bestuur heeft gesloten na de waterschapsverkiezingen van 2019, de koers van het waterschap.

64/228

Hiermee trekt het Waterschap Rivierenland de lijn door van het vorige waterbeheerplan. Bij de uitvoering van het programma beweegt het waterschap mee met veranderingen en benutten zij de kansen die zich voordoen in de regio. Om inhoudelijke ambities te bereiken ligt het accent onder meer op:  Gebiedsgericht werken;  Waterbewustzijn;  Innovatie. Het waterbeheerprogramma is het centrale beleidsdocument van het waterschap. Het programma biedt houvast voor bestuurders en ambtenaren. De doelen en maatregelen in het waterbeheerprogramma zijn opgesteld samen met provincies, gemeenten en andere partijen. Het waterschap houdt rekening met provinciale functies en werkt mee aan het realiseren van provinciale doelen. In de Beleidsregels van het waterschap is een vuistregel opgenomen voor de compensatie van toename aan verhard oppervlak. Deze vuistregel houdt in dat voor elke hectare nieuw verhard oppervlak er 436 m3 waterberging gerealiseerd moet worden (gebaseerd op de T=10+10% bui). Gemeentelijk rioleringsplan Gorinchem 2021-2025 (GRP) De gemeente Gorinchem heeft in samenwerking met het waterschap Rivierenland het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) van de gemeente Gorinchem opgesteld. Hierin staat de huidige situatie van het systeem beschreven en wordt ingegaan op de drie wettelijke zorgplichten van de gemeente, dit zijn afvalwater, hemelwater en grondwater.

Ook is het beleid beschreven waar het belangrijkste aandachtpunt voorbereid zijn op een veranderend klimaat is. Hiervoor moet het stelsel en de bovenliggende buitenruimte voldoende capaciteit hebben om wateroverlast zoveel mogelijk te voorkomen. Huidige situatie Het plangebied ligt tussen de Arkelsedijk en de Linge en bestaat uit een bedrijventerrein en is nagenoeg volledig verhard. Daarnaast bestaat het plangebied uit een gebied aan de overzijde van de Arkelsedijk waar de Nettorama is gevestigd. Voor de beoogde ontwikkeling wordt ook een nieuwe weg over de Linge gerealiseerd met een fietspad (deelgebied Linge/Spijksedijk). Dit is ook onderdeel van het plangebied en is in de huidige situatie een bedrijventerrein en ter plaatse van een beoogde fietspad groen. Waterkwantiteit Het plangebied bestaat grotendeels uit een bedrijventerrein dat nagenoeg volledig verhard is. De Nettorama locatie en de Linge/Spijksedijk zijn deels verhard. In totaal is in de huidige situatie het plangebied 61.700 m2 verharding aanwezig. Langs het herontwikkelingsgebied de Arkelsedijk loopt de Linge. De Linge is een KRW waterlichaam (Beneden-Linge). Een deel van de Linge is onderdeel van het plangebied. De Linge is een primaire waterloop (categorie A) en aangeduid als waterstaatswerk water. Aan beide zijde van de Linge kent de waterloop een beschermingszone.

De zone strekt vanaf de Linge tot aan de Arkelsedijk en de Spijksedijk, zie figuur 4.5.1.

65/228

Voor de beoogde ontwikkeling is een volumeberekening winterbed uitgevoerd, zie Bijlage 32. De huidige situatie is berekend met een 3D model op basis van de inmeting van Basepoint. Uit de berekening blijkt dat het volume ter plaatse van het deelgebied Lingeoever 6.650 m3 is in de huidige situatie. In deze figuur is ook te zien dat ten oosten van het plangebied de Wijk Laag Dalem een aantal primaire waterlopen (categorie A) aanwezig zijn. Door het deelgebied 'Linge/Spijksedijk' loopt een duiker met een beschermingszone, de duiker is onderdeel van de primaire waterloop 076061 (categorie A). Het plangebied ligt in drie peilgebieden: LNG014, OVW037 en TLW604. Peilgebied LNG014 is het peilgebied van de Linge en strekt van de Arkelsedijk tot de Spijksedijk. Het minimum peil in dit gebied is 0,8 meter boven NAP (met een marge van 0,1 meter) en het maximum peil is 0,85 meter boven NAP (met een marge van 0,1 meter). Het deelgebied Nettorama locatie ligt in het peilgebied OVW037 (Lingewijk). Het waterpeil in dit gebied is -0,70 mNAP (met een marge van 0,05 meter). Binnen het deelgebied is geen water aanwezig. Het gebied ten oosten van de Spijksedijk ligt in peilgebied TLW604. Dit gebied heeft een vastpeil van -1,00 mNAP (met een marge van 0,3 meter).

Figuur 4.5.1 Uitsnede legger wateren (bron: Waterschap Rivierenland) Grondwater De maaiveldhoogte van de locatie ligt +2,85 m NAP. Op basis van het bodemonderzoek bevond de grondwaterstand op een diepte van gemiddeld circa 1,5 meter onder maaiveld. De grondwaterstand op de locatie wordt deels bepaald door de waterstand van de Linge. Het minimumpeil van de Linge ter plaatse van het plangebied is 0,8 meter boven NAP (marge 0,1 meter) en het maximumpeil 0,85 meter boven NAP (marge 0,1 meter), zie hiervoor ook de subparagraaf oppervlaktewater.

66/228

Waterkering In figuur 4.5.2 is een overzicht gegeven van de waterkeringen en bijbehorende beschermingszones in en rond het plangebied. De Arkelsedijk is een regionale waterkering met een kernzone (waterstaatswerk) en beschermingszone en ligt deels binnen het plangebied. De Spijksedijk is een primaire waterkering met een kernzone (waterstaatswerk), beschermingszone en buitenbeschermingszone. De Spijksedijk ligt deels binnen het oostelijk deel van het plangebied. De kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone vallen over het plangebied.

Figuur 4.5.2 Uitsnede legger waterkeringen (bron: Waterschap Rivierenland) Riolering In het gemeentelijk rioleringsplan (2021-2025) wordt niet aangegeven welk soort rioolstelsel het plangebied is aangesloten. Op basis van de gegevens van een KLIC-melding blijkt dat het vuilwater in het noorden van het plangebied wordt afgevoerd middels een pompput naar de Lingewijk. Via de Lingewijk wordt het vuilwater naar de RWZI Schelluinen vervoerd. Het hemelwater wordt in de huidige situatie volledig afgevoerd naar de Linge. Toekomstige situatie De beoogde ontwikkeling bestaat uit de herontwikkeling van het plangebied naar een woongebied. Ten behoeve van het woongebied wordt een verbinding gelegd van de Arkelsedijk naar de Spijksedijk over de Linge. Om de Lingewijk te verbinden met het nieuwe woongebied de LingeOever wordt een onderdoorgang gerealiseerd voor een fiets- en voetgangersverbinding. Deze doorgang gaat door de Arkelsedijk (regionale waterkering) onder de weg door. Momenteel vindt overleg met het waterschap plaats of en onder welke voorwaarden deze doorsteek mogelijk is.

67/228

In een notitie in Bijlage 30 bij de toelichting is een toelichting op de waterkering, doorgang en en andere relevante zaken voor het waterschap Rivierenland opgenomen. In de notitie (2023) wordt nog gesproken over een dijkverlegging ten behoeve van de doorgang. Na overleg met het waterschap is geen sprake meer van een dijkverlegging maar wordt de doorgang gerealiseerd in combinatie met een coupure. De randvoorwaarden hiervoor zijn bij het onderwerp 'Waterkering en waterveiligheid' beschreven. Waterkwantiteit Met de herontwikkeling van het gebied zal de verharding afnemen. De berekende toekomstige verharding in het plangebied is circa 49.700 m2. Dit is een afname van circa 12.000 m2. In Tabel 4.5.1 is de afname en toename per peilgebied weergegeven. De berekening en figuren van de verhardingen in de huidige en toekomstige situatie zijn weergegeven in Bijlage 33 Berekening oppervlakte verharding. Voor de berekening van de toekomstige verharding is uitgegaan van 100% verharding voor bouwvlakken. Binnen de bouwvlakken komen de gebouwen en worden waarschijnlijk volledig benut en daarmee 100% verhard. Voor de bestemming verkeer, verkeer - verblijfsgebied is uitgegaan van 80% verharding. In het bestemmingsplan is de bestemming verkeer ruim opgezet en hierbinnen bevinden zich ook de onverharde bermen naast de wegen. Daarom is uitgegaan van 80% verharding.

Voor de verkeer - verblijfsgebied geldt dat hierbinnen verschillende groen elementen (waaronder bomen) geplaatst zullen worden voor het groene karakter in het gebied. Daarom is uitgegaan van 80% verharding. Binnen de woonbestemming zonder bouwvlak zullen (binnen)tuinen komen en is uitgegaan van 50% verharding. Binnen de bestemming groen zijn verhardingen zoals paden mogelijk maar zal grotendeels een groene invulling krijgen, daarom is uitgegaan van 20% verharding. De Nettorama locatie is minder uitgewerkt dan de woningbouw van de Lingeoever. Daarom is in overleg met het waterschap voor de woonbestemmingen op deze locatie (peilgebied: OVW037) uitgegaan van de vuistregel voor rijwoningen van 90% verharding voor de gehele kavel. Tabel 4.5.1 Oppervlaktes verharding (zie Bijlage 33) Peilgebied

Verharding huidige situatie

Verharding toekomstige situatie

Verschil

OVW037 (Lingewijk)

4.213 m2

4.093 m2

-120 m2

LNG014 (de Linge)

57.428 m2

43.953 m2

-13.475 m2

39 m2

2.162 m2

2.123 m2

61.680 m2

50.208 m2

-11.472 m2

TLW604 (oosten Spijksedijk) Totaal

Voor het totale plangebied en de peilgebieden OVW037 en LNG014 is sprake van een afname aan verharding. Dit zijn de peilgebieden waar de beoogde woningbouw en nieuwe weg worden gerealiseerd. Naast het verminderen van de verharding worden groene daken en gevels aangebracht. De groene daken zorgen voor extra wateropvang en gaat hittestress tegen. Groene daken zorgen ervoor dat hemelwater wordt opgenomen en geleidelijk aan wordt afgevoerd. Dit wordt vervolgens opgevangen en kunstmatig beregend op daktuinen als dit nodig is in droge periodes. Voor het peilgebied TLW604 geldt een toename aan verharding van 2.123 m2. De toename bestaat uit de realisatie van een fietspad ten oosten van de Spijksedijk. Voor de aanleg van het fietspad en de nieuwe weg dient een watervergunning (omgevingsvergunning voor een wateractiviteit) aangevraagd te worden.

68/228

Onderdeel hiervan is de watercompensatie. Binnen hetzelfde peilgebied (of lager peilgebied) dient de watercompensatie gerealiseerd te worden. Dit kan gedaan worden door bestaande watergangen binnen hetzelfde peilgebied te verbreden. Bij de watervergunning zal in meer detail de verhardingstoename berekend worden op basis waarvan de benodigde watercompensatie bepaald en gerealiseerd wordt. Hierbij wordt tevens de volume-compensatie voor het winterbed van de Linge inzichtelijk gemaakt. De herontwikkeling valt binnen de beschermingszone van de Linge. Werkzaamheden in de watergang of de bijbehorende beschermingszone zijn vergunning -en of meldingsplichtig omdat deze invloed hebben op de water aan- en afvoer, de waterberging of het onderhoud. Voor de herontwikkeling inclusief realisatie van de nieuwe weg en brug is een watervergunning nodig vanwege de ligging in de beschermingszone van de Linge. Met de nieuwe brug wordt rekening gehouden met de doorvaarhoogte van het waterverkeer over de Linge. Hierbij wordt tenminste de hoogte van de Lingebrug (er hoogte van rotonde Eikeshof) aangehouden. Negatieve gevolgen voor de vaarweg zijn daarmee uitgesloten. Onderdeel van de beoogde ontwikkeling is het aanpassen van het maaiveld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=ae84a545-a68a-496b-8a0e-74fd8e23d5fa