Antwoorden op aanvullende technische vragen (VVD) staalslakken gemeente Gorinchem WB en GO
Tekst van het document
Antwoorden op aanvullende technische vragen naar aanleiding van I&O Staalslakken 11-12-2025 Vragen voor Burgemeester Stoop van West Betuwe 1. Heeft de gemeente West Betuwe een onderzoek verricht naar de grondwaterstromen vanuit het staalslakkendepot in Spijk? Zo ja, welke richting gaan deze stromen op? Zo nee, is de gemeente bereid dit uit te voeren en het resultaat hiervan ook met het college en de gemeenteraad van Gorinchem te delen? Reactie: Sinds 2020 laat de gemeente West Betuwe jaarlijks de grondwaterkwaliteit rondom het terrein onderzoeken. In 2025 is daar aanvullend onderzoek door de Provincie Gelderland aan toegevoegd naar het diepere grondwater. Tot op heden is geen grondwaterverontreiniging buiten het terrein vastgesteld. De locatie ligt in een kwelgebied, wat betekent dat het grondwater hier van nature omhoog wordt gedrukt. Daardoor is het risico op verspreiding naar de diepte of naar omliggende gebieden beperkt. De kleibodem vertraagt daarnaast de horizontale verspreiding. We zijn bekend met de contacten tussen de omgevingsdiensten over dit dossier. Mocht de gemeente Gorinchem metingen op eigen grondgebied willen verrichten, dan delen wij graag onze meetgegevens en aanpak. (*1) 2.
De laag staalslakken is door zijn gewicht al een aantal meters gezakt en doorgedrongen tot aan de veenlaag, zo hebben wij begrepen uit de I&O en eerder al uit de presentatie van 12 november in Spijk. Kunt u aangeven wat de status nu is en ook wat de prognose is voor de komende 6 en 12 maanden indien er in die periode geen werkzaamheden worden verricht? Reactie: De staalslakken zijn inderdaad een aantal meters gezakt en de onderzijde bevindt zich beneden het grondwaterniveau. Dit is een onwenselijke situatie die leidt tot uitloging van stoffen naar het grondwater. De staalslakken zijn niet gezakt tot in de veenlaag: de oorspronkelijke kleilaag is nog aanwezig onder de staalslakken. Omdat de staalslakken inmiddels meerdere jaren op de locatie liggen en er geen extra materiaal wordt aangebracht, is de verwachting op basis van de geotechnische onderzoeken dat de staalslakken niet verder zullen zakken. De grondwaterkwaliteit wordt continu gemonitord; bij afwijkingen worden maatregelen getroffen. 3. Is het een realistisch scenario dat de veenlaag breekt en de maatregelen die eerder zijn genomen niet afdoende blijken te zijn met ernstige verontreinig van het grondwater buiten het depot? Reactie:
Het is niet aannemelijk dat de veenlaag zal breken. Wel kan de veenlaag worden samengedrukt door het gewicht van de staalslakken. Het risico hiervan is dat verontreinigd grondwater vanuit de kleilaag de onderliggende zandlaag kan bereiken. In dat geval neemt het risico op verspreiding van verontreinigd grondwater toe. Door middel van monitoring van de grondwaterkwaliteit – zowel op als buiten het terrein – wordt de situatie regelmatig gecontroleerd. Zoals in het antwoord op vraag 1 is aangegeven, is tot op heden geen verspreiding van verontreinigd grondwater vastgesteld. Vanzelfsprekend is dat de gemeente West Betuwe aanstuurt op een zo snel mogelijke correcte oplossing om eventuele verdere schade te voorkomen. 4. In de I&O is gevraagd of het mogelijk is de staalslakken te voorzien van een afdekking om op die manier, zolang er geen activiteiten mogen worden verricht, stofvorming tegen te gaan die uitwaait richting bewoonde gebieden in uw eigen gemeente en in Gorinchem. Uw beleidsambtenaar gaf aan dat dit bijna niet mogelijk is.
Is uw gemeente bereid te onderzoeken wat wel als tijdelijke maatregel mogelijk is (denk aan bijvoorbeeld afdekken met geotextiel of folie die verankerd wordt met grondpennen, zandzakken en een laag grond, hydroseeding of een andere praktisch haalbare methode)? Reactie: De eigenaar en aannemer hebben de verplichting om stofvorming zo veel mogelijk te voorkomen. In de praktijk gebeurt dit door het terrein nat te houden bij droog en winderig weer. Het volledig afdekken van het huidige oppervlak (circa 7 hectare) is niet haalbaar vanwege de omvang en het risico dat afdekmateriaal wegwaait. Eerder opgelegde lasten onder dwangsom met betrekking tot stofvorming zijn door de rechter teruggedraaid. Dit beperkt de juridische mogelijkheden om aanvullende maatregelen af te dwingen. De gemeente blijft hierover in gesprek met de eigenaar. 5. U gaf aan dat er in 2025 zicht is op een gedragen eindoplossing. Wat is die eindoplossing? Reactie: Met de opmerking over een gedragen eindoplossing werd bedoeld dat de gezamenlijke overheden (gemeente, waterschap en provincie) het inpakken van de staalslakken op locatie als beoogde eindoplossing zien. Dit houdt in dat de staalslakken worden opgehoogd, ingepakt met folie en afgedekt met een drainage- en grondlaag, zodat contact met grond- en regenwater wordt voorkomen.
De technische uitwerking van dit plan wordt momenteel beoordeeld door de Advieskamer Bodembescherming. Dit advies geeft aan of de oplossing milieutechnisch verantwoord is en geotechnisch geen risico's oplevert, bijvoorbeeld voor de nabijgelegen Betuwelijn. Na een positief advies en de benodigde ontheffing kan de uitvoering starten. *1): Voetnoot Gorinchem: Zie uitleg bij eerste vraag antwoord wethouder De Boer
Vragen voor Wethouder De Boer van Gorinchem 1. Er worden extra peilbuizen aangebracht om grondwater te testen op vervuiling. Wanneer zijn die aangebracht en hoe periodiek zal er worden getest? Reactie: Zoals bij u bekend is de informatievoorziening vanuit buurgemeente West Betuwe en betrokken instanties als het waterschap en Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) de laatste maanden sterk verbeterd. Hierdoor hebben wij nu een compleet beeld van hoe de grondwaterkwaliteit wordt bewaakt. Sinds 2022 is het monitoringssysteem op het ondiepe grondwater voltooid en er hebben sindsdien 16 monitoringsronden plaatsgevonden op 36 peilbuizen en 9 slootmonsters. De monitoringsfrequentie is daarmee 4 keer per jaar. Naast het ondiepe grondwater monitoringssysteem is er een diep grondwater monitoringssysteem. Hier zijn 11 peilbuizen in opgenomen. Deze worden jaarlijks bemonsterd. Dankzij dit monitoringssysteem kunnen we goed in de gaten houden of de bodemverontreiniging een bedreiging vormt of mogelijk in de toekomst gaat vormen voor Gorinchem en haar inwoners. Het monitoringssysteem werkt goed als een early-warning systeem voor Gorinchem. Dit is in tegenstelling tot eerdere berichtgeving, toen beschikten wij nog niet over een aantal belangrijke rapporten.
Nu de informatievoorziening aan de gemeente Gorinchem sterk verbeterd is en we alle beschikbare informatie hebben, zien we geen reden meer voor extra peilbuizen. Hier is waarom: De locatie van het staalslakkendepot ligt in een kwelgebied. Dat betekent dat de grondwaterstroming naar boven is gericht. Grondwater stroomt daarom naar het maaiveld en vervolgens in de sloten op het terrein. Rond het depot zijn twee sloten aanwezig. De ringsloot die het dichtst bij het depot ligt wordt leeggepompt en het water wordt geloosd in de waterzuivering op het terrein. Hier wordt het water gereinigd van de verontreinigingen en vervolgens geloosd op de Linge. Een gedeelte van de peilbuizen van het ondiepe grondwater monitoringssysteem staan tussen de sloot en het depot, de overige staan aan de andere kant van de sloot. Met dit systeem van peilbuizen wordt gecontroleerd of het ondiepe verontreinigde grondwater zich naar de omgeving verspreidt. Daar is tot nu toe geen aanwijzing voor. Daarbuiten ligt nog de sloot langs de Betuweroute. Deze maakt onderdeel uit van een aparte polder, die het waterschap heeft gerealiseerd door een aantal sloten rond het terrein waar de staalslakken oorspronkelijk hebben gelegen af te dammen. In deze polder liggen nog een aantal meetpunten van het Waterschap, die voortdurend worden gecontroleerd op verontreinigingen.
Van de elf diepe peilbuizen staan er vier tussen het depot en de Betuweroute. Ook hier zijn geen afwijkende grondwatersamenstellingen geconstateerd. Een verontreiniging van het diepe grondwater is op korte termijn ook niet te verwachten vanwege de uiterst trage doorstroming in de klei- en veenlagen. De afstand tussen het depot en de gemeentegrens is bovendien ongeveer 80 meter. Daarnaast is er sprake van de eerdergenoemde kwel. De overwegende horizontale component van de grondwaterstroming is bovendien ook nog noordwestelijk gericht.
2. Het meten van de luchtkwaliteit op mogelijke stoffen uit de staalslakkenberg is eerder door de gemeente uitgevoerd. Plant de gemeente, al dan niet in overleg met andere instanties, periodieke metingen en dan specifiek bij droogte en noordoostenwind om stofuitstoot van toxische zware metalen te detecteren? Reactie: In opdracht van de gemeente West Betuwe heeft de ODR luchtmetingen laten uitvoeren door RPS Analyse B.V. Dat is gebeurd in 2023, 2024 en 2025. De rapporten van deze metingen zijn op 2 en 18 juli 2025 aan ons ter beschikking gesteld. Bij geen van de metingen zijn overschrijdingen van streefwaarden geconstateerd en de meeste zware metalen die voorkomen in de staalslakken zijn in het geheel niet gedetecteerd. Hydraulische eigenschappen en korstvorming Een verklaring voor de geringe mate waarin stof is gemeten is dat staalslakken die in contact komen met regenwater een korst vormen, die stofvorming tegengaat. Dit komt door de hydraulische eigenschappen van de slakken, omdat er net als in cement ongebluste kalk in aanwezig is. Alleen bij werkzaamheden waarbij deze korst wordt opgebroken komt stof vrij, bijvoorbeeld in het geval dat er wordt gegraven of bij het rijden over het staalslakken depot.
Tijdens de voorlichtingsavond in Spijk van 12 november 2025 werden beelden getoond van stofvorming op het depot die gemaakt waren door een van de omwonenden tijdens een harde noordoostenwind. Dit ging echter niet om stofvorming van de staalslakken, maar om stofvorming van het gronddepot, dat ten oosten ligt van het staalslakkendepot. Stofmetingen De laatste metingen uit 2025 zijn expres uitgevoerd tijdens het uitvoeren van werkzaamheden. Ook hierbij zijn geen overschrijdingen van de streefwaarde aangetoond. Als tijdens werkzaamheden op het staalslakkendepot toch stofvorming optreedt is de aannemer bovendien verplicht om met sproeiers de staalslakken vochtig te houden. Stofmetingen worden uitgevoerd met een gekalibreerde monsternamepomp. De eerste twee metingen van 2023 en 2024 zijn uitgevoerd gedurende een week en die van 2025 met een periode van ca. 6 uur tijdens werkzaamheden op het depot. De metingen die een week duren zijn moeilijk in te plannen op meteorologische omstandigheden, zoals een droge periode met veel wind uit oostelijke richting. Gemeente West Betuwe geeft aan dat zolang er geen activiteiten plaatsvinden op het staalslakkendepot en er ook geen andere aanleiding is, zij het niet zinvol vinden om aanvullende stofmetingen uit te voeren. Dit is ook zo besproken met de omwonenden in Spijk.