Agendabundel
Tekst van het document
Artikel 2 lid 2
De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn beschikbaar: • Persoonlijke verzorging • Dagbehandeling/ dagbesteding • Jeugdhulp ambulant • Jeugd GGZ basis • Jeugd GGZ specialistisch • Jeugdzorg Plus • Gezinshuis • Pleegzorg • Logeren • Wonen met begeleiding • Verblijf met behandeling • Crisishulp • Curatieve zorg door kinderarts • Medicatieveiligheid • Jeugdhulpvervoer
Bij ‘individuele voorzieningen’ zijn de Zuid-Holland Zuid productcategorieën ingevuld. De verwijzing naar de bijlage is verplaatst naar artikel 2 lid 3
• Artikel 2 lid 3
Artikel 2 lid 4
De in het vorige lid genoemde individuele voorzieningen zijn opgenomen in bijlage 1 (Dienstomschrijvingen Jeugdhulp ZHZ) bij deze verordening en zijn onderverdeeld in producten, waarbij per product in elk geval is opgenomen: a. doelgroepen; b. activiteiten (aanpak); c. Maximale doorlooptijd (duur); d. Maximale intensiteit (frequentie); e. kwaliteit (product specifieke eisen); f. beoogd resultaat (doel); g. vermelding productcode iJW. De individuele voorzieningen hebben in beginsel een maximale duur en frequentie. Dit is opgenomen in bijlage 1 bij deze verordening.
HOOFDSTUK 3. TOEGANG TOT JEUGDHULPVOORZIENINGEN Algemeen
Onderzoek en behandeling bij Ernstige dyslexie Lid 3. Nieuw ten opzichte van verordening 2022. Overgenomen naar voorbeeld van de gemeente Groningen en aangepast naar de Zuid-Holland Zuidse context.
Lid 4. Aangepast t.o.v. de modelverordening naar een meer algemene verwijzing naar de maximale duur en frequentie van producten, die vastgelegd zijn in bijlage 1 bij de verordening (dus niet per product beschreven wat de modelverordening wel doet).
Was Artikel 9 Verordening 2022 Artikel 10 verordening 2022
Wordt Artikel 3 Verordening 2025 Artikel 4 Verordening 2025
Toelichting Door wegvallen artikelen 3 tot en met 7 wijzigt de nummering. Door wegvallen artikelen 3 tot en met 7 wijzigt de nummering.
Artikelsgewijs Artikel Artikel 9 lid 1
Artikel 9 lid 2
Was Verordening 2022 Artikel Het college zorgt voor de inzet van Artikel 3 lid 1 jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. De jeugdhulpaanbieder dient zich bij het beoordelen van de jeugdhulpvraag na een verwijzing te houden aan de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie en met de regels die daarover zijn neergelegd in de verordening en/of nadere regels. Ook als een verwijzing zoals genoemd Artikel 3 lid 2 in het eerste lid aanwezig is, is het college niet verplicht jeugdhulp te vergoeden geleverd door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente geen contract- of subsidierelatie heeft, tenzij het college met de gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpaanbieders
Wordt Verordening 2026 Het college zorgt, overeenkomstig artikel 2.6, eerst lid, aanhef en onder e, van de wet, voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is.
Toelichting De koppeling met de wet is voor de zorgvuldigheid toegevoegd aan de eerste alinea.
Jeugdhulp die na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts aan een jeugdige of zijn ouder(s) is verleend door een jeugdhulpaanbieder van jeugdhulp die geen contract of subsidierelatie met de gemeente heeft, komt, behalve als er voldaan is aan de voorwaarden voor een pgb verstrekking, niet voor vergoeding door de gemeente in
Bewoording aangepast aan de modelverordening
De tweede alinea komt terug in artikel 3 lid 3
niet in staat is de bij de verwijzing passende jeugdhulp te laten leveren.
Artikel 9 lid 3
Artikel Artikel 10 lid 1
aanmerking als het college soortgelijke jeugdhulp kan laten leveren door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente wel een contract- of subsidierelatie heeft. Verwijderd
Het college legt de te verlenen individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking.
Was Verordening 2022 Jeugdigen en ouders kunnen een jeugdhulpvraag melden bij het college. Als de jeugdige of zijn ouders daarom verzoeken, zorgt het college
Er wordt op dit moment in de praktijk geen uitvoering aan dit lid gegeven omdat het geen collegebevoegdheid is. Stond in het eerste lid. Is enkel verplaatst.
Artikel 3 lid 3
De jeugdhulpaanbieder houdt zich bij het beoordelen van de hulpvraag na een verwijzing aan de regels in deze verordening en de nadere regels en de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie.
Artikel 3 lid 4
Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts.
Nieuw toegevoegd. Vanuit het lokale plan van aanpak Hervormingsagenda Jeugd loopt het project “Medische Verwijsroute". Met de toevoeging van dit lid, creëert Gorinchem een mogelijkheid om hier t.z.t. indien gewenst nadere regels over op te stellen.
Artikel Artikel 4 lid 1
Wordt Verordening 2025 Jeugdigen en ouders kunnen met hun hulpvraag terecht bij het college.
Toelichting Kleine tekstuele aanpassing. Jeugdhulpvraag is hulpvraag geworden.
voor ondersteuning bij het verhelderen van de jeugdhulpvraag. Artikel 10 lid 2
De mogelijkheid tot ondersteuning komt terug in het nieuwe artikel 5 lid 2 en 3. Verwijderd
Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk en wijst de jeugdige en zijn ouders voor het onderzoek, bedoeld in artikel 11, op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning en op de mogelijkheid om binnen twee weken na ontvangst van bevestiging van de schriftelijke melding van de jeugdhulpvraag een familiegroepsplan op te stellen. Als de jeugdige of zijn ouders daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan.
Komt uitgewerkt terug in de nieuwe artikelen 2 t/m 6. De mogelijkheid tot opstellen van een familiegroepsplan is verplaatst naar artikel 5.
Artikel 4 lid 2
Artikel 4 lid 3
Artikel 4 lid 4
Het eerste contact over de hulpvraag wordt aangemerkt als een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht als is voldaan aan de vormvoorschriften bedoeld in de artikelen 4:1 en 4:2, van de Algemene wet bestuursrecht Het college merkt een ondertekend verslag van het gesprek als bedoeld in artikel 8 aan als een aanvraag als er, gelet op het tweede lid, nog geen aanvraag is ingediend en dit daarop door de belanghebbende is aangegeven. Als een jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger jeugdhulp zelf wenst in te kopen met
Overgenomen uit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk
Overgenomen uit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk
Overgenomen uit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk
een pgb, dient hij daartoe een budgetplan in als bedoeld in artikel 16. Een door de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger ondertekend budgetplan wordt aangemerkt als aanvraag voor een pgb. Het college neemt het besluit op een aanvraag uiterlijk binnen tien weken na ontvangst van de aanvraag.
Overgenomen uit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk
Artikel 4 lid 6
Het college legt het besluit op een aanvraag voor een individuele voorziening vast in een beschikking.
De tien weken zijn als volgt opgebouwd: familiegroepsplan opstellen door jeugdige en ouder(s) (2 weken), onderzoek uitvoeren door college (6 weken), beschikking opstellen door college (2 weken). Overgenomen uit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk
Artikel 4 lid 7
In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een tijdelijke individuele voorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek. Het college legt de beslissing omtrent de inzet van hulp in dat geval zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen vier weken na de start van de hulp, vast in een beschikking.
Artikel 4 lid 5
Artikel 10 lid 3
In spoedeisende gevallen beslist het college na een melding onverwijld tot verstrekking van een tijdelijke individuele voorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek en de aanvraag van de jeugdige of zijn ouders of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet.
Een machtiging gesloten jeugdhulp valt onder een individuele voorziening en is niet meer apart benoemd. Het is een voorziening die het college kan treffen door een verzoek in te dienen conform hoofdstuk 6 van de jeugdwet.
Artikel 10 lid 4
Jeugdigen en ouders kunnen zich rechtstreeks wenden tot een algemene voorziening.
Verwijderd. Is reeds geregeld in artikel 2 Verordening 2026
HOOFDSTUK 4. BEHANDELING VAN EEN AANVRAAG OM EEN INDIVIDUELE VOORZIENING; ONDERZOEK EN BESLUITVORMING VIA DE GEMEENTE Algemeen Was Artikel 11
Wordt Artikel 5
Artikel 12
Artikel 10
Artikel 13
Artikel 7
Artikel 14
Artikel 8
Artikel 15
Artikel 5
Artikel 16
Artikel 9
Artikel 17
Artikel 6 Artikel 5 lid 1-4 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15
Toelichting Door wegvallen artikelen 3 tot en met 7 wijzigt de nummering en verplaatsing van andere artikelen wijzigt de nummering. Door wegvallen artikelen 3 tot en met 7 en verplaatsing van dit artikel wijzigt de nummering. Door wegvallen artikelen 3 tot en met 7 wijzigt de nummering en verplaatsing van andere artikelen wijzigt de nummering. Door wegvallen artikelen 3 tot en met 7 wijzigt de nummering en verplaatsing van andere artikelen wijzigt de nummering. Artikel 15 Verordening 2022 gaat op in nieuwe artikel 5 verordening 2025. Door wegvallen artikelen 3 tot en met 7 en verplaatsing van andere artikelen wijzigt de nummering. Door wegvallen artikelen 3 tot en met 7 wijzigt de nummering en verplaatsing van andere artikelen wijzigt de nummering. Door wegvallen artikelen 3 tot en met 7 wijzigt de nummering en verplaatsing van andere artikelen wijzigt de nummering. nieuw nieuw nieuw nieuw nieuw nieuw
Artikelsgewijs Artikel
Was Verordening 2022
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 5 lid 1
Als bij het college een aanvraag om een individuele voorziening wordt ingediend, voert het college in samenspraak met de jeugdige en/of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger, waarbij de jeugdige ten minste één keer wordt gezien, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen zes weken, een onderzoek uit overeenkomstig het tweede tot en met zevende lid en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek. In overleg met het college kunnen de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger de aanvraag lopende het onderzoek wijzigen. Het college wijst voor het onderzoek op de mogelijkheid om gebruik te maken van een vertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 2.5, van de wet en van gratis cliëntondersteuning als bedoeld in artikel 2.2.4, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Nieuw; analoog aan modelverordening VNG/regionaal raamwerk.
Voordat het onderzoek van start gaat, kunnen de jeugdige of zijn ouder(s) het college een familiegroepsplan verstrekken. Het college brengt hen van deze mogelijkheid op de hoogte
Nieuw; analoog aan modelverordening VNG/regionaal raamwerk
Artikel 5 lid 2
Artikel 5 lid 3
Met de jeugdige of zijn ouder(s)’ gewijzigd in ‘met de jeugdige en/of zijn ouder(s)’. En toegevoegd: ‘waarbij de jeugdige tenminste één keer wordt gezien’ naar voorbeeld van Groningen.
Nieuw; analoog aan modelverordening VNG/regionaal raamwerk. Een deel stond in artikel 2 verordening 2022
Artikel 5 lid 4
Artikel 11 lid 1
Het college onderzoekt in samenspraak met de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de melding: a. de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige en zijn ouders, de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en de gezinssituatie; b. of sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of
Artikel 5 lid 5
en stelt hen gedurende twee weken na de aanvraag in de gelegenheid het plan te overhandigen. Als de jeugdige of zijn ouder(s) daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van het familiegroepsplan. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger afzien van een onderzoek als de aanvraag wordt ingetrokken. Dat wordt schriftelijk bevestigd. Het college onderzoekt wanneer een jeugdige of een ouder of een wettelijke vertegenwoordiger zich meldt met een vraag over jeugdhulp met de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger: a.wat de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouder(s) is en wat die hulpvraag heeft doen ontstaan; b.de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige en zijn ouder(s), de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en de gezinssituatie; c. of sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een
Nieuw, analoog aan modelverordening VNG/regionaal raamwerk
Met kleine tekstuele wijzigingen verplaatst naar artikel 5 lid 5 Nieuw toegevoegd lid 5 sub a Lid 5 sub c; Aangepast naar de balans tussen draagkracht en draaglast (3e) incl. verwijzing naar artikel 10. Lid 5 sub c; Er is een uitsplitsing gemaakt naar andere voorzieningen, overige voorzieningen en individuele voorzieningen (4e, 5e en 6e). Naar voorbeeld van Groningen.
adoptie gerelateerde problemen, en zo ja: i. welke problemen of stoornissen dat zijn; ii. welke ondersteuning, hulp en zorg naar aard en omvang nodig zijn voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; iii. of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren toereikend zijn om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden, een en ander conform artikel 12, iv. en voor zover de eigen mogelijkheden en het
verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouder(s) of adoptiegerelateerde problemen, en zo ja dan onderzoekt het college achtereenvolgens: 1°. welke problemen of stoornissen dat zijn; 2°. welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; 3°. of en in hoeverre de draagkracht en draaglast van de ouder(s) en van het sociale netwerk in evenwicht zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden, overeenkomstig artikel 10; 4°. voor zover de balans tussen de draagkracht en draaglast niet in evenwicht is, de mogelijkheden om met inzet van een andere voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning en hulp;
probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, de mogelijkheden om met de inzet van een andere voorziening, algemene voorziening of individuele voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning, hulp en zorg; c. hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders, en d. indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen.
5°. voor zover de balans tussen de draagkracht en draaglast niet in evenwicht is en de mogelijkheid tot inzet van een andere voorziening ontoereikend is, de mogelijkheden om met inzet van een overige voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning en hulp; en 6e. voor zover de balans tussen de draagkracht en draaglast niet in evenwicht is, de mogelijkheid tot inzet van een andere voorziening en de mogelijkheid tot inzet van een overige voorziening ontoereikend zijn, de mogelijkheden om met inzet van een individuele voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning en hulp; d. hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouder(s); e. indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op
andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. Artikel 11 lid 2
Als de jeugdige of zijn ouders een familiegroepsplan hebben opgesteld, betrekt het college dat bij het onderzoek.
Artikel 5 lid 6
Artikel 11 lid 3
Het college informeert de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger over de gang van zaken bij het onderzoek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure.
Artikel 22 lid 2
Artikel 11 lid 4
Bij het onderzoek wordt aan de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor de verstrekking van een pgb. De jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger wordt in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze.
Artikel 5 lid 7
Als de jeugdige of zijn ouder(s) een familiegroepsplan aan het college hebben overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek. Bij het onderzoek wordt ook de jeugdige zoveel mogelijk betrokken en gehoord. Het college informeert de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Bij het onderzoek wordt aan de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger medegedeeld dat het gecontracteerde zorgaanbod het uitgangspunt is en welke mogelijkheden er bestaan om te kiezen voor de verstrekking van een pgb. De jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger wordt in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze.
Tekstuele aanpassing
Komt in algemenere termen terug en is verplaatst naar hoofdstuk 6 (artikel 22) van de Verordening 2026.
Tekstuele aanpassing. Lid 7. Toegevoegd ‘…. dat het gecontracteerde zorgaanbod het uitgangspunt is en…..’. Op basis van jurisprudentie (Groningen 2015-wmo zaak) mag de gemeente het PGB niet presenteren als uitzonderlijk of beperken door ontmoedigende voorlichting.
Artikel 11 lid 5
De jeugdige of zijn ouders, dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger, verschaffen het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen.
Artikel 11 lid 6
De jeugdige of zijn ouder kunnen een second opinion (tweede mening) aanvragen bij een jeugdprofessional van het jeugdteam, anders dan de behandelend medewerker of een ander jeugdteam uit de regio Zuid Holland Zuid, onverminderd de mogelijkheden van bezwaar en beroep.
Artikel
Was Verordening 2022 Een gezonde draagkracht betekent dat ouders of andere huisgenoten onderling zorg kunnen dragen voor normale, dagelijkse hulp. Ouder(s) zijn verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als sprake is van een minderjarig kind met een ziekte, aandoening of beperking. Voor zover het van
Artikel 12 lid 1
Artikel 5 lid 8
Artikel Artikel 10 lid 1
idem
ZIN mag als uitgangspunt gelden, maar de keuzevrijheid moet volledig behouden blijven. Overgenomen uit Verordening 2022. Stond niet in de regionaal raamwerk 2025.
Komt niet terug.
Een second opinion is altijd mogelijk en hoeft niet apart in de verordening geregeld te worden.
Wordt Verordening 2026 Een individuele voorziening wordt niet verstrekt als naar het oordeel van het college uit het onderzoek, zoals bedoeld in artikel 5, blijkt dat de balans tussen de draagkracht en draaglast van de jeugdige of zijn ouder(s) in evenwicht is.
Toelichting Oude lid anders en korter verwoord met verwijzing naar artikel 5.
toepassing is en tot de mogelijkheden behoort dat ouders hun kinderen zelf hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf bieden, kent het college geen individuele voorziening jeugdhulp toe.
Artikel 12 lid 2
Als de noodzakelijke hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf van ouder(s) voor hun kinderen voor wat betreft de aard, frequentie en benodigde tijd voor deze handelingen zwaarder is dan de zorg die kinderen van dezelfde leeftijd redelijkerwijs nodig hebben, neemt het college in haar onderzoek (genoemd in artikel 11) de balans tussen draaglast en draagkracht mee. Het college bepaalt of de draagkracht van het gezin om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden in overeenstemming is met de draaglast, o.b.v. de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders, samen met de personen die tot hun sociale omgeving behoren en beschikbare voorliggende voorzieningen.
vervallen
Artikel anders verwoord op basis van VNG modelverordening en regionaal raamwerk.
Artikel 12 lid 3
Het college maakt voor wat betreft het vaststellen van de balans tussen draagkracht genoemd in het eerste
vervallen
Artikel anders verwoord op basis van VNG
lid en draaglast genoemd in het tweede lid een onderscheid in kortdurende en langdurende situaties: a. Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar. b. Langdurend: het gaat om
modelverordening en regionaal raamwerk.
chronische situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig zal zijn of meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar. Artikel 12 lid 4
In kortdurende situaties neemt het college aan dat draagkracht en draaglast in balans zijn en bieden ouder(s) of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf zelf, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel
vervallen
Artikel anders verwoord op basis van VNG modelverordening en regionaal raamwerk.
of gedeeltelijk) niet van ouder(s) of huisgenoten mag worden verwacht. In langdurende situaties bieden ouder(s) of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf zelf als het college op basis van algemeen aanvaarde maatstaven vaststelt dat draaglast en draagkracht in balans zijn, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van ouder(s) of huisgenoten mag worden verwacht.
Artikel 12 lid 5
Artikel 12 lid 6
Het bieden van een beschermende woonomgeving van ouder(s) aan kinderen is tot en met de leeftijd van 17 jaar in principe gebruikelijke zorg, zowel in kortdurende als langdurende situaties. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het onderzoek naar de balans tussen draagkracht en draaglast en de uitwerking daarvan. Artikel 10 lid 2
vervallen
Artikel anders verwoord op basis van VNG modelverordening en regionaal raamwerk.
vervallen
Artikel anders verwoord op basis van VNG modelverordening en regionaal raamwerk.
Als de balans tussen de draagkracht en draaglast van de jeugdige of zijn ouder(s) in evenwicht is, is het college van oordeel dat de eigen mogelijkheden toereikend zijn om, zo nodig met inzet van het sociale netwerk of met ondersteuning van andere (hulpverlenende) instellingen,
Nieuw toegevoegd vanuit regionaal raamwerk
Artikel 10 lid 3
Artikel 10 lid 4
de hulp te bieden die passend is bij de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouder(s). Tot de eigen mogelijkheden behoort in elk geval het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering als die is afgesloten. Bij de beoordeling van de balans tussen draagkracht en draaglast, bedoeld in het eerste lid, neemt het college, gelet op het bepaalde in de artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, tot uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen, ook als sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen, allereerst bij de ouder(s) zelf ligt en dat de hulp die daarvoor nodig is in beginsel ook door hen geleverd kan worden. Uit het onderzoek kan evenwel blijken dat de draagkracht van de ouder(s) tekortschiet, omdat sprake is van: a. geobjectiveerde beperkingen om noodzakelijke hulp te bieden;
Nieuw toegevoegd vanuit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk Nieuw toegevoegd vanuit modelverordening VNG/regionaal raamwerk
b. een gebrek aan kennis of vaardigheden om noodzakelijke hulp te bieden; of c. overbelasting of dreigende overbelasting, waardoor geen noodzakelijke hulp kan worden verwacht totdat deze belasting of dreigende overbelasting is opgeheven. Artikel 10 lid 5
Bij de beoordeling van het vierde lid, onder c, wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de ouder(s) hebben om de overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen, waarbij redelijkerwijs verwacht mag worden dat de ouder(s) maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders organiseren om overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen. Hierbij houdt het college ook rekening met: a. de behoefte en mogelijkheden van de jeugdige; b. de duur van de inzet, waarbij als uitgangspunt geldt dat kortdurende inzet van niet langer dan drie maanden in een jaar niet tot overbelasting leidt; c. de planbaarheid van de hulp;
Nieuw toegevoegd vanuit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk. Stond deels ook al opgenomen in de huidige nadere regels.
d. de benodigde ondersteuningsintensiteit; e. de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; en f. de noodzaak van de ouder(s) om in een inkomen te voorzien.
Artikel Artikel 13
Was Verordening 2022 Bij het onderzoek stelt het college de identiteit van de jeugdige en zijn ouder(s) vast aan de hand van een door hen ter inzage verstrekt document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
Artikel Artikel 7 lid 1
Wordt Verordening 2026 Bij het onderzoek stelt het college de identiteit van de jeugdige en zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger vast aan de hand van een door hen ter inzage verstrekt document als bedoeld in artikel 1, van de Wet op de identificatieplicht.
Toelichting Aanpassing met kleine tekstuele wijziging
Artikel 7 lid 2
Ten aanzien van personen zonder de Nederlandse nationaliteit merkt het college voor de wet als geldig identiteitsbewijs aan: a. een vreemdelingendocument van het type I, II, III, IV of EU/EER; b. een verblijfskaart Ministerie van Buitenlandse Zaken (legale vreemdelingen); c. een buitenlands paspoort; of d. een vreemdelingendocument van het type W (asielzoekers).
Nieuw toegevoegd vanuit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk.
Artikel Artikel 14
Was Verordening 2022 Binnen 30 werkdagen na het onderzoek verstrekt het college aan de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek (het verslag), tenzij zij ondubbelzinnig kenbaar hebben gemaakt geen verslag te wensen. Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouder(s) worden aan het verslag toegevoegd.
Artikel Artikel 8 lid 1
Artikel 8 lid 2
Artikel 8 lid 3
Artikel 8 lid 4
Wordt Verordening 2026 Binnen tien werkdagen na het onderzoek verstrekt het college aan de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van het uitgevoerde onderzoek en het in verband daarmee gevoerde gesprek. Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger worden door hen aan het verslag toegevoegd. Het college vergewist zich ervan dat de jeugdige en zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger de uitleg over de uitkomsten van het onderzoek hebben begrepen. Als uit het verslag of de opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger blijkt dat een individuele voorziening is aangewezen of gewenst is, wordt het verslag ondertekend voor akkoord door de jeugdige of de jeugdige en zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger en door deze teruggestuurd. Als uit het verslag blijkt dat de gezamenlijke conclusie is dat de hulpvraag kan worden opgelost met de eigen draagkracht, dan wel door gebruik van een andere of overige
Toelichting 30 werkdagen is gewijzigd in 10 werkdagen. Dit is getoetst op uitvoerbaarheid bij de lokale teams. En kleine tekstuele wijziging.
Nieuw toegevoegd vanuit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk Nieuw toegevoegd vanuit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk. toegevoegd ‘ondertekend voor akkoord’.
Nieuw toegevoegd vanuit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk.
Artikel Artikel 15 lid 1
Artikel 15 lid 2
Was Verordening 2022 Jeugdigen en ouders kunnen een aanvraag om een individuele voorziening schriftelijk indienen bij het college. Als het onderzoek genoemd in artikel 11 leidt tot een jeugdhulpaanvraag, dan stelt het college binnen zes weken na het laatste gesprek over de uitkomsten van dat onderzoek een perspectiefplan op. Bij de opstelling van het perspectiefplan wordt, bij de aanwezigheid daarvan, het familiegroepsplan betrokken. Een door de jeugdige of zijn ouder ondertekend perspectiefplan wordt door het college als aanvraag voor een individuele voorziening beschouwd. Het college geeft de beschikking binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.
voorziening, dan wordt het verslag ondertekend voor akkoord door de jeugdige of de jeugdige en zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger en door deze teruggestuurd. In dat geval geldt het ondertekende verslag voor zover er een aanvraag was ingediend als intrekking van die aanvraag voor een individuele voorziening.
toegevoegd ‘ondertekend voor akkoord’.
Artikel Artikel 5 lid 1, 3 en 7
Wordt Verordening 2026 [zie eerder in de was-wordt lijst]
Toelichting Artikel 11 en 15 Verordening 2022 zijn in aangepaste vorm verwerkt in het nieuwe artikel 5 Verordening 2026
Artikel 4 lid 5
Het college neemt het besluit op een aanvraag uiterlijk binnen tien weken na ontvangst van de aanvraag.
Met aanpassing in doorlooptijd verplaatst naar artikel 4 lid 5
Aangepast naar eigen draagkracht.
Artikel 15 lid 3
Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de voorwaarden aan de aanvraag, voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en het afwegingskader bij een individuele voorziening.
Artikel Artikel 16 lid 1
Was Verordening 2022 Een algemene voorziening die passend en toereikend is, is voorliggend op een individuele voorziening. In elke individuele situatie moet eerst worden beoordeeld of een algemene voorziening passend en toereikend is voor de gestelde jeugdhulpvraag. Als dit zo is, komen jeugdigen en zijn ouder(s) niet in aanmerking voor een individuele voorziening. Dit geldt als de algemene voorziening: a. daadwerkelijk beschikbaar is voor de jeugdige en/of de ouder(s); b. passend en toereikend is voor de jeugdige en/of de ouder(s).
Artikel 16 lid 2
Onverminderd dat jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de
Verwijderd
Dit lid stond in de oude verordening, maar is erg breed geformuleerd. In de nieuwe verordening zijn de thema's waarvoor nadere regels gesteld kunnen worden verspreid over diverse artikelen. Daarmee past dit lid hier niet meer.
Artikel Artikel 9 lid 4
Wordt Verordening 2026 Een andere of overige voorziening kan de noodzaak verminderen of wegnemen als deze: a. daadwerkelijk beschikbaar is; en b. passend en toereikend is voor de hulpvraag.
Toelichting Tekstueel aangepast
Artikel 9 lid 1
Onverminderd dat jeugdhulp toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de
Aangepast naar voorbeeld van Groningen en aangepast naar draagkracht.
jeugdarts komt een jeugdige of ouder in aanmerking voor een door het college verleende individuele voorziening als het college van oordeel is dat de jeugdige of ouder jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn en gebruikmaking van een overige voorziening deze noodzaak niet kan verminderen of wegnemen. Artikel 16 lid 3
Artikel 16 lid 4
Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst passende tijdig beschikbare voorziening. Als een jeugdige toch een duurdere voorziening wil die eveneens passend is, komen de meerkosten voor rekening van de jeugdige en/of zijn ouders/verzorgers. In dergelijke situaties zal, mits aan de voorwaarden voor het verstrekken van een pgb wordt voldaan, de verstrekking plaatsvinden in de vorm van een pgb gebaseerd op de goedkoopst passende voorziening.
Artikel 9 lid 5
Voor het bepalen van het soort individuele voorziening dat het college inzet, sluit het aan bij de
Artikel 9 lid 10
jeugdarts, komt een jeugdige of ouder slechts in aanmerking voor een door het college verleende individuele voorziening als het college van oordeel is dat de jeugdige of ouder jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen en voor zover zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag: Binnen hun eigen draagkracht zoals bedoeld in artikel 10; Door gebruik te maken van een andere voorziening, of; Door gebruik te maken van een overige voorziening. Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate, tijdig beschikbare voorziening.
De toevoeging bij dit lid die in de Verordening 2022 staat laat de gemeente Gorinchem staan in de Verordening 2026
Als een jeugdige toch een duurdere voorziening wil die eveneens passend is, komen de meerkosten voor rekening van de jeugdige en/of zijn ouders/verzorgers. In dergelijke situaties zal, mits aan de voorwaarden voor het verstrekken van een pgb wordt voldaan, de verstrekking plaatsvinden in de vorm van een pgb gebaseerd op de goedkoopst passende voorziening. Voor het bepalen van het soort individuele voorziening dat het college inzet, sluit het aan bij de
In aanvulling op Verordening 2026 dit lid uit de Verordening 2022
dienstomschrijvingen in de door of namens gemeente gesloten overeenkomsten met of verleende subsidiebesluiten aan jeugdhulpaanbieders voor het leveren van voorzieningen, waarbij: a. de mogelijkheid voor het inzetten van ervaringsdeskundigheid altijd in overweging wordt genomen; en b. in dialoog tussen de jeugdprofessional, de jeugdige en de ouder(s) een gezamenlijk beeld ontwikkeld is over de jeugdhulpvraag en de meest passende aanpak alvorens een keuze gemaakt wordt voor het soort individuele voorziening. Artikel 9 lid 2
Artikel 9 lid 3
dienstomschrijvingen in de door of namens gemeente gesloten overeenkomsten met of verleende subsidiebesluiten aan jeugdhulpaanbieders voor het leveren van voorzieningen, waarbij: a. de mogelijkheid voor het inzetten van ervaringsdeskundigheid altijd in overweging wordt genomen; en b. in dialoog tussen de jeugdprofessional, de jeugdige en de ouder(s) een gezamenlijk beeld ontwikkeld is over de jeugdhulpvraag en de meest passende aanpak alvorens een keuze gemaakt wordt voor het soort individuele voorziening.
overnemen. Inzet van ervaringsdeskundigheid is bewezen effectief in sommige situaties. Wij vinden het belangrijk dat dit actief in overweging wordt genomen.
Het college verleent geen individuele voorziening als het hulpverleningstraject waarvoor de jeugdige en/of de ouders die voorziening vragen op het moment van aanvraag al is afgerond, tenzij sprake is van gewijzigde omstandigheden of een hernieuwde hulpvraag.
Nieuw ten opzichte van Verordening 2022
Overeenkomstig de definitie van jeugdhulp uit artikel 1.1, van de wet
Regionaal toegevoegd naar voorbeeld van Groningen. En regionaal toegevoegd: “tenzij sprake is van gewijzigde omstandigheden of een hernieuwde hulpvraag.” Nieuw ten opzichte van Verordening 2022
Artikel 9 lid 6
wordt geen individuele voorziening verstrekt voor hulp of ondersteuning aan een jeugdige die niet noodzakelijk is op grond van een psychisch probleem of stoornis, psychosociaal probleem, gedragsprobleem of beperking, maar die voortkomt uit een behoefte die past bij de normale ontwikkeling van de jeugdige van een bepaalde leeftijd. Bij de beoordeling hiervan wordt aangesloten bij de uitgave ‘Opgroeien en opvoeden. Normale uitdagingen voor kinderen, jongeren en ouders’ van het Nederlands Jeugdinstituut’, zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze verordening. Een individuele voorziening jeugdhulp wordt toegekend als de inzet van de voorziening doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid beoordeelt het college mede door vast te stellen of de individuele voorziening wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag en er wordt waar beschikbaar gewerkt met een bewezen effectieve interventie. Indien er geen bewezen effectieve interventie is, moet de jeugdhulpaanbieder aantonen dat hij werkt met een practice based methodiek of een historisch en in de branche gangbare methodiek. In geen geval mag er gewerkt worden met een bewezen niet effectieve interventie.
Basis modelverordening VNG/regionaal raamwerk. Regionaal toegevoegd: “Bij de beoordeling hiervan wordt aangesloten bij de uitgave ‘Opgroeien en opvoeden’. Normale uitdagingen voor kinderen, jongeren en ouders’ van het Nederlands Jeugdinstituut’, opgave in bijlage 2 bij deze verordening.”
Nieuw ten opzichte van Verordening 2022 Basis modelverordening VNG/ regionaal raamwerk. Regionaal kleine tekstuele aanpassing en toegevoegd ‘Indien er geen bewezen effectieve interventie is, moet de jeugdhulpaanbieder aantonen dat hij werkt met een practice based methodiek of een historisch en in de branche gangbare methodiek’
Artikel 9 lid 7
Artikel 9 lid 8
Artikel 9 lid 9
Er is sprake van bewezen effectieve interventies als de effectiviteit is vastgesteld in wetenschappelijk onderzoek en de interventie(s) zijn opgenomen als zijnde ‘erkend’ in: a. de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut; b. de zorgstandaarden van de GGZ Standaarden; c. de databank voor interventies gericht op jeugdigen met een beperking (databank interventies gehandicaptenzorg);
Nieuw ten opzichte van Verordening 2022
In situaties waarbij ouders begeleiding, behandeling of ondersteuning ten gevolge van maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen nodig hebben en er naar het oordeel van het college geen sprake is van een hulpvraag als bedoeld in deze verordening, komt een jeugdige of zijn ouder(s) niet in aanmerking voor een door het college te verlenen individuele voorziening als bedoeld in deze verordening. Het voorgaande lid is niet van toepassing als er parallel aan een hulpvraag sprake is van meervoudige problematiek in de context van het gezin.
Nieuw ten opzichte van Verordening 2022
Basis is de modelverordening van de VNG/ regionaal raamwerk
Basis is de modelverordening VNG/ regionaal raamwerk
Nieuw ten opzichte van Verordening 2022 Basis is de modelverordening VNG/ regionaal raamwerk
Artikel
Was Verordening 2022
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 17
Het college wint een specifiek deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist.
Artikel 6 lid 1
Het college wint, met in achtneming van artikel 2.1, van het Besluit Jeugdwet, een specifiek deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist. Het in het eerste lid bedoelde advies wordt uitgebracht door of onder verantwoordelijkheid van een adviseur die beschikt over een registratie als professional: a. bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd in het kwaliteitsregister jeugd; b. bij het Nederlands Instituut van Psychologen in het register Kinder- en Jeugdpsychologen; of c. op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in het BIGregister.
Verwijzing Besluit Jeugdwet toegevoegd.
Het college treft voorzieningen waarmee is gewaarborgd dat het onderzoek en de voorbereiding van de besluitvorming via de gemeente op zorgvuldige wijze plaatsvindt, in het bijzonder door te voorkomen dat
Nieuw ten opzichte van Verordening 2022
Artikel 6 lid 2
Artikel 6 lid 3
Nieuw ten opzichte van Verordening 2022 Basis is de modelverordening VNG/ regionaal raamwerk
Basis is de modelverordening VNG/ regionaal raamwerk
(medewerkers van) de organisatie die de jeugdhulp biedt of mogelijk gaat bieden, ook het advies geeft over het al dan niet toekennen van jeugdhulp of het daarop betrekking hebbende besluit neemt.
Artikel
Was Verordening 2022
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 18 lid 1
In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking tevens in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; c. hoe de voorziening wordt verstrekt, en d. indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.
Artikel 15 lid 1
In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of in de vorm van een pgb wordt verstrekt en wordt ook aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. wat de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan zijn; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; en c. indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.
Ongewijzigd
Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de
Artikel 15 lid 3
Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb
Ongewijzigd
Artikel 18 lid 2
Artikel 18 lid 3
Artikel 15 lid 2
Sub c van oude artikel 18 lid 2 “Hoe de voorziening wordt verstrekt”, en” verwijderd. Is overbodig.
beschikking tevens in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn; e. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en f. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.
wordt in de beschikking ook in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn; e. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld; en f. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.
Nieuwe artikelen Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 11
1. Uitgangspunt is dat ouder(s) zelf verantwoordelijk zijn voor vervoer van de jeugdige van en naar de jeugdhulpaanbieder. 2. Het college verstrekt alleen een vervoersvoorziening aan de jeugdige ten behoeve van het vervoer van de jeugdige naar en van de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt. 3. Het college kent uitsluitend een vervoersvoorziening aan de jeugdige toe: a. als naar het oordeel van het college is aangetoond dat er een medische noodzaak bestaat of beperkingen in de zelfredzaamheid bestaan tot inzet van deze voorziening; en
Dit artikel is aangepast aan voorbeelden van andere gemeenten en concreter gemaakt, gecombineerd met het artikel van de modelverordening en onze huidige nadere regels. In de Verordening 2022 bleek de juridische koppeling naar de Nadere Regels niet juist. Daarom is ervoor gekozen om in de Verordening 2026
b. als de enkele reisafstand meer bedraagt dan 6 kilometer en maximaal 35 kilometer gerekend vanaf de gemeente waar betrokkene woonachtig is, tenzij de zorg wordt verzilverd binnen de regio Zuid-Holland Zuid en tenzij de aard van de medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid het nemen van eigen verantwoordelijkheid voor het vervoer onevenredig maken. Het college stelt de enkele reisafstand vast aan de hand van de kortste route volgens de ANWB-routeplanner tussen het ophaaladres van de jeugdige en de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt. 4. Het college beoordeelt, overeenkomstig artikel 10, in elke individuele situatie of er specifieke omstandigheden zijn waardoor de balans tussen de draagkracht en draaglast van de jeugdige of zijn ouder(s) niet in evenwicht is en zij daardoor de eigen verantwoordelijkheid voor het vervoer niet op zich kan nemen. 5. Als naar het oordeel van het college een passende voorziening beschikbaar is waarvoor geen vervoer geïndiceerd hoeft te worden, is deze voorziening voorliggend op een indicatie waarvoor wel vervoer geïndiceerd moet worden. 6. De vervoersvoorziening betreft groepsvervoer per taxi bij een gecontracteerde vervoerder, tenzij groepsvervoer niet mogelijk is. In dat laatste geval zet het college individueel vervoer in per taxi bij een gecontracteerde vervoerder. 7.
In plaats van een vervoersvoorziening kan het college op verzoek van de jeugdige of zijn ouder(s) een vergoeding per kilometer verstrekken. Voor de hoogte van het bedrag van deze vergoeding wordt aangesloten bij het maximale bedrag van de reiskostenvergoeding dat de Rijksoverheid hanteert (bij vaststelling van de verordening is dit €0,23 per kilometer). Het college stelt de vergoeding per kilometer vast op de reisafstand van de kortste route retour volgens de ANWB-routeplanner tussen het ophaaladres van de jeugdige en de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt. 8. De looptijd van een beschikking tot verstrekking van een vervoersvoorziening kan afwijken van de looptijd van de beschikking voor de individuele jeugdhulpvoorziening zelf, als de noodzaak voor vervoer daartoe aanleiding geeft. 9. Het college kan nadere regels stellen.
een apart artikel over Vervoer op te nemen. Door het opnemen van dit artikel is de mogelijkheid nadere regels op te stellen geborgd. Lid 3b kent deels een lokale invulling. Vrijwel alle gemeente kiezen voor een minimaal aantal km. De meesten sluiten aan bij de Verordening Leerlingenvervoer. Een aantal gemeenten waaronder
Gorinchem kiest ook voor een maximale grens, waarbij zorg binnen de regio ZHZ geborgd is en zorg buiten de regio maar op redelijke afstand van Gorinchem ook.
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 12
1. De zorg voor kinderen die primair onderwijs volgen met ernstige dyslexie (ED), dyslexiezorg, valt onder de wet. 2. Het college kent alleen een individuele voorziening ED toe als de ED-specialist van het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs (Driegang) op basis van het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling versie 3.0 van oordeel is dat diagnostiek dan wel de behandeling van Ernstige Dyslexie noodzakelijk is.
Nieuw, basis is modelverordening VNG/ regionaal raamwerk.
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 13
1. Vaktherapie kan alleen worden ingezet vanuit de wet als naar het oordeel van het college sprake is van een noodzakelijke bijdrage aan de jeugdhulp en als er geen alternatief beschikbaar is. 2. De behandelaar van een jeugdhulpaanbieder of medewerker van het lokaal team die zelf of onder verantwoordelijkheid valt van iemand die beschikt over een registratie zoals bedoeld in artikel 6 lid 2, moet advies geven over vaktherapie als een noodzakelijk onderdeel van de totale behandeling. 3. Het maximum aantal uren behandeling dat vergoed wordt door de gemeente is 30 uren op jaarbasis. Als de ouder(s) aanvullend verzekerd zijn, dan moet het aantal uren behandeling dat via de zorgverzekering wordt vergoed worden afgetrokken van de maximale inzet.
Nieuw, basis is modelverordening VNG/regionaal raamwerk en artikel 5 lid 5 Verordening 2022
Lid 1. Regionaal aangepast in ‘De zorg voor kinderen die primair onderwijs volgen.
Lid 2 verbinding gelegd met artikel 6 lid 2 over de vereiste deskundigheid van de adviseur. N.B. Lid 1, 2 en 5 uit de modelverordening zijn niet overgenomen, omdat dit in bijlage 1 ‘dienstomschrijvingen’ staat beschreven. Lid 3. Gekozen voor 30 uur, zoals ook in de huidige verordening beschreven staat.
Artikel
Wordt Verordening 2026
reden
Artikel 14
1. Reguliere kinderopvang en reguliere buitenschoolse opvang is geen vorm van jeugdhulp. 2. In uitzonderlijke situaties als een kind extra begeleiding of specialistische begeleiding nodig heeft vanwege opgroei-, opvoedings- en psychische problemen en stoornissen, die niet door medewerkers van de opvang kan worden geboden en niet van ouder(s) kan worden verwacht, kan vanuit de wet in het kader van de kinderopvang en buitenschoolse opvang begeleiding worden ingezet.
Nieuw, basis is modelverordening VNG/ regionaal raamwerk.
HOOFDSTUK 5. AANVULLENDE REGELS VOOR EEN INDIVIDUELE JEUGDHULPVOORZIENING IN DE VORM VAN EEN PGB. Algemeen Was Artikel 19
Wordt Artikel 16
Artikel 20
Artikel 24
Artikel 24
Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21
Artikel
Was Verordening 2022
Toelichting Omdat op andere plekken artikelen verwijderd of verplaatst is de nummering gewijzigd Deels verplaatst naar artikel 24 Verordening 2026 onder het hoofdstuk “Herziening, Intrekking, Terugvordering en Bestrijding misbruik. nieuw nieuw nieuw nieuw nieuw
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 19 lid 1
Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de Jeugdwet en artikel 8 Regeling Jeugdwet.
Artikel 19 lid 2
De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de jeugdige of zijn ouders opgesteld plan waarin in ieder geval uiteen is gezet: i. welke jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, en ii. indien van toepassing, welke hiervan de jeugdige of zijn ouders willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; b. wordt berekend op basis van een tarief of prijs: i. waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb de jeugdige of zijn ouders in staat stelt tijdig kwalitatief goede jeugdhulp van derden te betrekken; ii. waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten van derden van wie de jeugdige of zijn ouders de jeugdhulp willen betrekken, en iii. waarbij, voor zover van toepassing, rekening is
Verwijderd.
Nieuw artikel 20
[zie artikel 20 hieronder]
Komt niet één op één terug in de verordening, maar is feitelijk geregeld bij de “definities” De bepaling van de hoogte van een PGB is analoog aan de modelverordening VNG/ regionaal raamwerk een apart artikel geworden.
gehouden met de in het derde lid gestelde voorwaarden betreffende het tarief onder welke de jeugdige of zijn ouders de mogelijkheid heeft om de betreffende jeugdhulp te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare individuele voorziening in natura. De kostprijs kan nooit hoger zijn dan het laagste tarief (overeenkomst) dat de gemeente betaalt of bekostigingseenheid (subsidiebeschikking) die de gemeente vergoedt aan jeugdhulpaanbieders voor het leveren van de in de betreffende situatie adequate en minst kostbare voorziening in natura. Artikel 19 lid 3
De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het eigen sociale netwerk:
Deels in artikel 18 en deels in artikel 20
[zie artikel 18 en 20 hieronder]
Er is een nieuw artikel opgenomen over het onderscheid tussen PGB formele hulp en PGB sociaal netwerk.
a. het tarief of de prijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder i, bedraagt voor jeugdhulp verleend door een derde, niet zijnde op onverplichte basis verleende jeugdhulp door een hulp uit het sociale netwerk als bedoeld in artikel 8 van de Regeling Jeugdwet, minimaal 100 % van het wettelijke minimumloon of zoveel meer, tot ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare individuele voorziening in natura, als noodzakelijk is om: i. te verzekeren dat het budget de jeugdige of zijn ouders in staat stelt tijdig kwalitatief goede jeugdhulp te betrekken of verlenen, en ii. op gepaste wijze rekenschap te geven van de gezinssituatie en van de relevante werkervaring en kwalificaties van deze persoon; b. deze persoon heeft aangegeven dat het leveren van de
De bepaling van de hoogte van een PGB, ook voor inzet sociaal netwerk is analoog aan de modelverordening VNG/ regionaal raamwerk een apart artikel geworden.
jeugdhulp voor hem niet tot overbelasting leidt, en c. tussenpersonen of belangbehartigers worden niet uit het pgb betaald. Artikel 19 lid 4
Het college kan nadere regels stellen a. ten aanzien van bepaling wie tot het sociaal netwerk behoort, de voorwaarden en de eisen aan de inzet van het sociale netwerk. b. ten aanzien van de kwaliteitseisen van pgb.
Artikel
Was Verordening 2022
Artikel 20 lid1
Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van de persoon aan wie het pgb is verstrekteen ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid, onder a, d of e, van de Jeugdwet. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele
Artikel 20 lid 2
Verwijderd
In informatie uit de nadere regels zijn overgenomen in de nieuwe verordening en verspreid over verschillende artikelen. Er is geen verwijzing meer nodig naar de nadere regels.
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 24 lid 7
Het college kan, bij een gegrond vermoeden van een omstandigheid als bedoeld in het tweede lid, onder a, d, e of f, de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke onderbreking van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken.
Tekstueel aangepast analoog aan de modelverordening VNG/ regionaal raamwerk en verplaatst naar artikel 24 in het hoofdstuk “HERZIENING, INTREKKING, TERUGVORDERING EN BESTRIJDING MISBRUIK “.
Artikel 24 lid 2g
Verwijderd
Tekstueel aangepast analoog aan de modelverordening VNG/ regionaal raamwerk en
Artikel 20 lid 3
of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 19, derde lid, onder d. Het college stelt de pgb-houder schriftelijk op de hoogte van het verzoek op grond van het eerste en tweede lid.
Artikel 24 lid 8
Het college stelt de pgb-houder schriftelijk op de hoogte van het verzoek op grond van het vorige lid.
verplaatst naar artikel 24 in het hoofdstuk “HERZIENING, INTREKKING, TERUGVORDERING EN BESTRIJDING MISBRUIK “ Staat niet in regionaal raamwerk 2025. Gorinchem kiest er voor dit lid wel te laten staan.
Nieuwe artikelen Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 16
1. Als een jeugdige of zijn ouder(s) in aanmerking komen voor een individuele
Overgenomen uit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk.
voorziening, maar de jeugdhulp zelf wensen in te kopen door middel van een pgb, dienen de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger daartoe een budgetplan in volgens een door het college ter beschikking gesteld format. In het budgetplan is opgenomen: a. de motivatie waarom het natura-aanbod van de gemeente volgens de jeugdige of zijn ouder(s) niet passend is en een pgb gewenst is; b. welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouder(s) willen inkopen met een pgb, wat het beoogde resultaat is en wanneer en hoe wordt geëvalueerd; c. de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening en de wijze waarop de jeugdhulp georganiseerd wordt; d. op welke wijze de kwaliteit van de in te kopen jeugdhulp is gewaarborgd; e. de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief; f. indien van toepassing, welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouder(s) willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; en
g. de motivatie aan de hand van de tien punten benoemd in artikel 17 waaruit blijkt dat de budgethouder of budgetbeheerder in staat is de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; 2. Het college verstrekt een pgb als: a. de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een door het college gecontracteerde jeugdhulpaanbieder, niet passend achten; b. uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid met inachtneming van artikel 17 blijkt dat de budgethouder of, indien van toepassing, de budgetbeheerder in staat is uitvoering te geven aan de eisen die het beheer van een pgb met zich meebrengt; en c. naar het oordeel van het college met inachtneming van artikel 19 is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het pgb-plan opgenomen beoogde resultaat. 3. Het college verstrekt geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp, wat zich in ieder geval voordoet indien de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp in de vier jaar voorafgaande aan de aanvraag: a.
fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd; b. betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen; c. veroordeeld is wegens het plegen van strafbare feiten tot een gevangenisstraf; of d. op basis van een Bibob-toets door het college is geweigerd als zorgaanbieder; 4. Het college weigert een pgb als een wettelijke weigeringsgrond als bedoeld in artikel 8.1.1, vierde lid, van de wet van toepassing is.
Artikel
Wordt Verordening 2026
Toelichting
Artikel 17
1. Om aan de voorwaarden voor pgb-vaardigheid te voldoen dient de beoogd budgethouder, al dan niet met hulp vanuit het sociaal netwerk of, indien van toepassing, een budgetbeheerder, in ieder geval: a. een duidelijk beeld te hebben van de hulpvraag; b. op de hoogte te zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of deze zelf (online) weten te vinden; c. in staat te zijn om een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden; d. voldoende vaardig te zijn om in de Nederlandse taal te communiceren met de gemeente, de SVB en de zorgverleners; e. in staat te zijn zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een zorgverlener te kiezen; f. in staat te zijn om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan het college; g. in staat te zijn om te beoordelen en te beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is; h. in staat te zijn de inzet van zorgverleners te coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte; i. in staat te zijn om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren; en j. voldoende kennis te hebben over het werk- of opdrachtgeverschap of deze kennis weten te vinden. 2.
Een budgethouder of een budgetbeheerder wordt in beginsel niet in staat geacht de aan een pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren als sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: a. het beheer wordt verricht door de persoon of organisatie die ook de jeugdhulp levert aan de budgethouder; b. er is sprake van één of meer van de volgende omstandigheden: i. schuldenproblematiek;
Overgenomen uit modelverordening VNG/ regionaal raamwerk.