Agendabundel
Tekst van het document
38 Dit is een wereldwijde campagne tegen geweld tegen vrouwen en meisjes. Gorinchem doet hier actief aan mee. Voorbeelden van
activiteiten zijn een wandeling met een film met discussie na afsloop, raamstickers en vlaggen in Gorinchem gedurende de campagne week, het aanbrengen van logo Orange the World in 20223 op wegdek bij Buiten de Waterpoort in Gorinchem door Wethouder Atie Mager en bestuursleden Soroptimistclub Merwekring en Innerwheel. 39 Convenant samenwerkingsafspraken Veilig Thuis ZHZ en Sociaal Team Gorinchem. 40 Handle With Care is een samenwerking tussen Veilig Thuis, scholen en leerplicht. Bij deze samenwerking streeft men ernaar om na ernstig huiselijk geweld al de volgende schooldag steun te bieden op school voor het kind. Door steun vanuit de leefomgeving van het kind neemt de kans op gezondheidsschade af. Zie: Handle With Care | Interventie | Huiselijk Geweld.
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
30
4.6
Sturing en monitoring Governance-structuur Binnen de regio is Dordrecht als centrumgemeente degene die de regie- of coördinerende rol heeft. Regionaal vindt de bestuurlijke besluitvorming over de aanpak huiselijk geweld plaats in het bestuurlijk overleg Beschermd Wonen en Opvang. Hierin zetelt ook een wethouder van Gorinchem. Bestuurlijke besluitvorming over Veilig Thuis vindt plaats binnen het AB en DB van de DG&J. Ter voorbereiding op het deze vergaderingen bestaat het Netwerk MT ZHZ. Hierin zitten managers/directeuren van de tien afzonderlijke gemeenten. De ambtelijke aansturing en coördinatie van de regionale aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling is structureel geborgd binnen de reguliere organisatie van de gemeente Dordrecht. Op beleidsniveau wordt de regionale samenwerking via twee overleggen georganiseerd: overleg Beschermd Wonen/Opvang en het overleg Jeugd. Daarnaast was er een ambtelijk overleg GHN. Dit ambtelijk overleg is overgegaan naar het ambtelijk overleg Kind- en gezinsbescherming en wordt getrokken door de programmamanager toekomstscenario. Daarnaast is er een nieuw ambtelijk overleg Zorg en Veiligheid getrokken door de centrumgemeente Dordrecht. De onderwerpen rondom VT en voorheen GHNT komen op één van deze beide overleggen op tafel.
De beleidsadviseur Jeugd uit Gorinchem neemt deel aan het regionaal ambtelijk overleg Jeugd, het regionaal overleg toekomstscenario en vooralsnog aan het regionaal ambtelijk overleg zorg en veiligheid. De beleidsambtenaar sociaal domein aan het regionaal ambtelijk overleg zorg en veiligheid. Binnen de gemeente Gorinchem vindt ambtelijk afstemming plaats sociaal domein en openbare orde en veiligheid met betrekking tot huiselijk geweld en kindermishandeling. Zoals eerder gezegd werken de tien gemeenten in de regio samen in de DG&J. Deze dienst heeft een algemeen bestuur bestaande uit elf leden. Elke gemeente is vertegenwoordigd door een wethouder, in Gorinchem is dat de wethouder met o.a. jeugd en Wmo in de portefeuille. Daarnaast wijst het college van B&W van Dordrecht ook de voorzitter van het algemeen bestuur aan. Uit het algemeen bestuur wordt een dagelijks bestuur gekozen. Op 29 september 2022 is een nieuw dagelijks bestuur aangewezen. De wethouder van Gorinchem zetelt in het dagelijks bestuur en heeft de portefeuille VT. Op uitvoeringsniveau vindt de afstemming plaats op diverse overleggen en uitvoeringstafels, zoals onder andere het casusoverleg binnen de zorg- en veiligheidshuizen, het lokaal zorgnetwerk overleg, casusoverleggen in het kader van VOiT, de jeugdbeschermingstafels, Regionaal Expertteam Passende Hulp, casus overleg seksueel geweld en MDA++.
Voor de borging van de activiteiten uit het uitvoeringsplan van de regiovisie GHNT is een borgingsplan opgesteld. Dit plan geeft richting aan de structurele inbedding van de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling in de regio ZHZ. Hoe kan de aanpak voor huiselijk geweld en kindermishandeling worden vastgehouden? Dit vraagt volgens het borgingsplan om voortdurende doorontwikkeling van de aanpak en om het vastleggen van het continu leren door professionals en hun management. In het plan worden
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
31
organisatorische voorstellen gedaan voor de borging van de inrichting die de structurele aandacht en aanpak moet garanderen. In de voorstellen is specifiek aandacht besteed aan hoe integrale sturing kan worden gegeven aan en integrale regionale besluitvorming kan plaatsvinden over de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. In het plan is opgenomen dat dit in 2022 verder vorm wordt gegeven. In het borgingsplan is een voorstel opgenomen om ambtelijk te werken met één overleg waar huiselijk geweld en kindermishandeling wordt besproken. Tot nu toe worden deze onderwerpen in meerdere overleggen besproken.
Sturing Dordrecht – als centrumgemeente – voerde de regie op GHNT. Er was wekelijks overleg tussen de programmaleider en de beleidsadviseur van de gemeente Dordrecht. Ook de teammanager VT sloot daarbij aan. In dit overleg werd gekeken waar regionaal ontwikkelpunten liggen die vervolgens in het ambtelijk overleg werden besproken. Vervolgens werden deze punten lokaal opgepakt. Onderdelen van de onderwerpen uit GHNT zijn nu onderdeel van het programma toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Daarnaast vindt er ook sturing plaats op VT door de centrumgemeente Dordrecht en via de reguliere burapcyclus en jaarlijkse verantwoording. VT ZHZ wordt gefinancierd op basis van de Gemeenschappelijke Regeling DG&J door de tien gemeenten in ZHZ op basis van een verdeelsleutel. Het vaststellen van de begroting van VT ZHZ verloopt via et AB/DB van de DG&J en gaat daarna ter besluitvorming naar alle afzonderlijke gemeenten. Het gedeelte voor jeugd zit in de begroting van de afzonderlijke gemeenten. Het gedeelte van VT dat betrekking heeft op volwassenen (18+) (huiselijk geweld en vrouwenopvang) verloopt via de centrumgemeente Dordrecht. Dordrecht beslist niet alleen over de hele begroting van VT. Daarnaast is er zeswekelijks ambtelijk overleg met de centrumgemeente Dordrecht.
Op het niveau van Gorinchem vindt de sturing plaats via periodiek overleg tussen de beleidsmedewerker van de gemeente en de sociale teams. Daarbij wordt gemonitord op wachtlijsten en gekeken waar knelpunten zitten. Ook met VT vindt periodiek overleg plaats. Hiervoor worden de maandrapportages van VT gebruikt.
Monitoring Voor het monitoren van de resultaten van de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling is een landelijke impactmonitor Huiselijk Geweld en Kindermishandeling ontwikkeld door het CBS. Op basis van beleidsinformatie van VT, politieregistraties en onderzoeken biedt deze monitor inzicht in de omvang van het probleem en de resultaten van de acties op het gebied van signaleren, melden en aanpakken van het probleem. De gegevens worden zoveel mogelijk ook op regionaal niveau gepresenteerd. Het aantal gegevens over de resultaten van de aanpak wordt de komende jaren stapsgewijs verder uitgebreid. Daarnaast is er ook het Dashboard VT van CBS waarin gegevens over Gorinchem en ZHZ zijn opgenomen. Het dasboard geeft een overzicht van huiselijk geweld en kindermishandeling vanuit de VT-organisaties. Het geeft inzicht in de ontwikkelingen over de tijd per regio en biedt de mogelijkheid om Gorinchem te vergelijken met ZHZ en
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
32
Nederland. Dit gaat dus over de adviesvragen en meldingen bij VT41. De informatie uit de impactmonitor huiselijk geweld en het dashboard worden in de regio en Gorinchem (nog) niet gebruikt om de resultaten van de aanpak te monitoren. In het borgingsplan en in de opdracht voor de programmamanager toekomstscenario kind- en gezinsbescherming is monitoring opgenomen. In het regionale borgingsplan is tevens opgenomen dat de inspanningen en knelpunten blijvend gemonitord worden. In het borgingsplan worden de volgende acties genoemd: Meewerken aan de derde cohortstudie van het Verwey Jonker Instituut naar de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Deelname aan instrumentontwikkeling van Regioplan om regionaal zicht te krijgen op seksueel geweld. Deelname aan het onderzoek van Rutgers (kenniscentrum seksualiteit) over seks onder je 25ste. Monitor MDA++ aanpak: ontwikkelen en monitoren van indicatoren over proces, resultaat en effect. Ook de regionale programmanager toekomstscenario kind- en gezinsbescherming heeft als opdracht om in het plan van aanpak een voorstel te doen voor monitoring. Dit is onderdeel van het programmaplan dat in november 2022 is vastgesteld. We merken nogmaals op dat niet alle onderwerpen van GHNT deel uitmaken van het toekomstscenario. Op lokaal en regionaal niveau worden per maand door VT-rapportages opgeleverd op het niveau van Gorinchem en ZHZ.
Deze rapportages worden gebruikt om in ambtelijk overleg en overleg met de uitvoerende organisaties (VT en sociale teams) knelpunten te analyseren en naar oplossingen te zoeken. Deze rapportages vormen input voor de gesprekken maar echt knelpunten signaleren op basis van deze rapportages is niet mogelijk. De aansturing van de sociale teams door de gemeente op dit onderwerp gebeurt in deze overleggen.
41 De gegevens op het dashboard wordt halfjaarlijks aangevuld. Ten tijde van het ambtelijk wederhoor zijn ook nieuwe uitgesplitste cijfers
naar kindermishandeling beschikbaar. Deze zijn in het addendum toegevoegd.
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
33
5
Werkwijze in de praktijk De aanpak van kindermishandeling (en huiselijk geweld) vereist een praktijk waarin veel verschillende ketenpartners in samenspel hun rol moeten vervullen (keten- en netwerksamenwerking). Daarnaast is de aanpak ook op verschillende niveaus georganiseerd, zowel lokaal als regionaal. In dit hoofdstuk beschrijven we de werkwijze in de praktijk volgens de stappen van de werkwijze zoals die in de regiovisie zijn beschreven en de partners die daarbij betrokken zijn (zoals professionals en burgers, Sociaal Team, GI, RvdK). Daarna geven we per stap inzicht in de cijfers die hierover bekend zijn voor Gorinchem en duiden we de betekenis van deze cijfers. Voor duiding van de cijfers merken we op dat de aantallen in Gorinchem in absolute zin soms laag zijn. Kleine verschuivingen kunnen daarom procentueel tot grote verschillen leiden. Een advies over een gezin met zes kinderen kan bijvoorbeeld tot een relatief grote toename leiden in het aantal kinderen dat wordt besproken in een advies. Aan het eind van dit hoofdstuk maken we een vergelijking met ZHZ en Nederland gemiddeld.
5.1
Werkproces Het werkproces is in vereenvoudigde vorm gevisualiseerd in onderstaande procesplaat. In de nieuwe samenwerkingsafspraken tussen gemeenten, lokale teams en VT ZHZ die na de afronding van het veldwerk van het onderzoek zijn vastgesteld is dit werkproces en de samenwerking nader omschreven. (Zie addendum voor meer informatie hierover).
Figuur 5.1
Werkproces signaleren, melden en onderzoeken vermoedens kindermishandeling
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
34
Signaleren Professionals in de gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning of in het justitieel domein doorlopen de stappen van de meldcode huiselijk geweld wanneer zij signalen van kindermishandeling zien of andere situaties waarin zij zich zorgen maken over de veiligheid van een kind (zie paragraaf 3.2).
Consult of advies VT Wanneer professionals42 zich zorgen maken over de veiligheid van een kind kunnen zij conform de meldcode (telefonisch) advies vragen aan VT. Ook burgers (familie, buren, etc.) kunnen VT bellen voor advies. Dit binnengekomen telefoontje wordt doorgezet naar de meldingsdienst van VT. De maatschappelijk werker van VT gaat in gesprek met de beller over de zorgen. Deze adviezen zijn anoniem en worden ook anoniem vastgelegd.43 De maatschappelijk werker geeft advies aan de beller. Als het gaat om een eenmalig advies, stopt de bemoeienis van VT. Als er meer zorgen zijn, kan de adviesvrager een melding doen bij VT. Adviesvragen zijn anoniem. Een advies hoeft niet te resulteren in een melding. Als echter sprake is van acute dan wel structurele onveiligheid waarbij de direct betrokken niet openstaan voor hulpverlening, de zorgen groot blijven en/of de adviesvragen onvoldoende mogelijkheden heeft om de signalen op een adequate manier op te pakken, kan er een melding worden gedaan. Als die melding komt weet VT niet of het om een gezin of een kind gaat waar al eerder advies over is gevraagd. Daardoor is het moeilijk om te bepalen wat de effecten van het advies zijn geweest in het voorkomen of stoppen van kindermishandeling.
Ondersteuning jeugdprofessional Sociaal Team Zoals we in 4.4 aangaven wordt VOiT ingezet om de werkprocessen van de sociale teams, VT, RvdK en GI beter op elkaar af te stemmen en om vroegtijdig en samen vrijwillige ondersteuning te bieden aan jeugdigen en gezinnen voor een blijvende veilige ontwikkeling. Dit betekent dat het Sociaal Team vanuit de meldcode en de werkwijze met het gezin in gesprek gaat bij signalen van kindermishandeling. Zij stellen samen met het gezin een veiligheidsplan op en ondersteunen het gezin bij het uitvoeren van het veiligheidsplan. De jeugdprofessional staat naast het gezin. Als de zorgen blijven, kunnen de jeugdprofessionals advies vragen aan VT en RvdK en ondersteuning krijgen van een GI – of VT-professional. Indien ondersteuning wordt gevraagd, dient altijd toestemming te worden gevraagd aan het gezin. Met VT of GI wordt gekeken wat mogelijk is om in het vrijwillig kader het gezin te ondersteunen. Zij kunnen aansluiten bij gesprekken met het gezin. Als de zorgen weg zijn, sluit GI/VT af en maakt de jeugdprofessional afspraken met het gezin over het volgen van de veilige ontwikkeling van het kind. Als de zorgen blijven, wordt een beschermingsgesprek georganiseerd. Uiteindelijk moet meer continuïteit van zorg en begeleiding door jeugdteams/sociale teams en inzet en expertise van VT en GI’s in vrijwillig kader leiden tot minder
42 Artsen vragen op basis van de KNMG-meldcode altijd advies aan VT. Andere professionals kunnen advies vragen. 43 Dit betekent dat het niet mogelijk is om uit de cijfers van VT af te lezen of binnen een jaar over eenzelfde kind meerdere keren advies is
gevraagd door dezelfde of verschillende professionals.
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
35
inzet van jeugdbeschermingsmaatregelen en een afname van het aantal meldingen huiselijk geweld/kindermishandeling bij VT. Crisis Interventie Team (CIT) Als er sprake is van acute onveiligheid veroorzaakt door huiselijk geweld of kindermishandeling kan het CIT ZHZ worden ingeschakeld. Het CIT is onderdeel van VT. Het CIT heeft tot doel de crisis te stabiliseren en de primaire veiligheid te herstellen. De CIT-medewerker maakt in samenspraak met de betrokkenen veiligheidsafspraken en draagt zo spoedig mogelijk over naar het Sociaal Team.
Melden Als uit het adviesgesprek tussen een burger/professional en VT blijkt dat er meer zorgen zijn en/of dat de persoon een melding wil doen, dan krijgt de persoon een meldingsformulier. Dit is de start van het traject van een meldingsdossier bij VT. De politie en ambulancedienst vullen conform hun meldcode meteen een digitaal meldingsformulier in en vragen niet eerst advies. Andere professionals kunnen ook direct melden als er sprake is van acute of structurele onveiligheid. De verdere afweging voor een melding wordt samen met VT doorlopen. Melden bij VT gebeurt zo mogelijk na informeren en toestemming van betrokkenen.
Triage De aangemaakte meldingen44 gaan naar het team triage van VT. Binnen de triage wordt besproken wat er moet gebeuren met de ontvangen melding. Zo nodig worden de betrokkenen (ouders of volwassenen) gesproken. Er wordt ook gekeken of de casus wel of niet direct kan worden overgedragen naar de hulpverlening en welke hulp er dan nodig is. De verrijking en de veiligheidsbeoordeling (triage) wordt, afhankelijk van de context van de melding, intercollegiaal of multidisciplinair uitgevoerd. De disciplines bij VT die kunnen worden betrokken zijn: vertrouwensarts, gedragswetenschapper, maatschappelijk werk en teamleider. De informatie kan ook worden verrijkt met informatie van de RvdK. Er kan worden gevraagd of het kind bekend is bij de RvdK. Sinds 2019 is er een landelijke database van VT. VT kan deze database raadplegen naar eerdere meldingen elders in het land. Een respondent van VT benoemt de landelijke database als een voordeel. Het is mogelijk dat gezinnen waarbij kindermishandeling speelt of problematiek die een risico is voor kindermishandeling naar een andere VT-regio verhuizen. Voor 2019 was dan niet bekend of er al in een andere regio een melding was gedaan. De veiligheidsbeoordeling vindt plaats volgens het vier-ogen-principe.45 VT screent op acute onveiligheid, structurele onveiligheid en multiproblematische leefsituatie.
De veiligheidsbeoordeling geeft richtlijnen mee voor de noodzakelijke vervolgstappen naar aanleiding van de melding. In geval van acute onveiligheid wordt het CIT ingezet (zie kader).
44 Dit zijn naast telefonisch gemaakte meldingen ook schriftelijk binnengekomen meldingen bij het secretariaat. 45 Dit betekent dat er altijd minimaal twee mensen meekijken.
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
36
Er zijn drie mogelijke uitkomsten van de triage: 1.
Geen vervolgstappen nodig Het dossier wordt na triage gesloten. De betrokkenen kunnen zelf verder en er is geen overdracht vanuit triage nodig. Er kan worden volstaan met een advies aan de melder. Door het geven van het advies aan de melder, kan de melder zelf verder met de casus. Er zijn geen verdere acties nodig van VT. VT sluit de zaak af.
2.
Directe overdracht aan Sociaal Team of andere hulpverlening De zaak wordt overgedragen aan de lopende hulpverlening als die er is. Dit kan het Sociaal Team zijn of een andere professional. Als er nog geen hulpverlening is wordt overgedragen naar het Sociaal Team of een andere professional. VT heeft een actieve rol in de overdracht naar de benodigde hulpverlening. Er wordt steeds gezamenlijk gekeken wat er moet gebeuren. Dit wordt waar nodig met de betrokkenen zelf besproken. Het doel is zo laag mogelijke hulp inzetten (licht waar mogelijk en zwaar waar noodzakelijk). VT geeft aandachtspunten mee waarop actie moet worden ingezet. De professional neemt dit mee in zijn veiligheidsplan. Als de zorgen groot blijven of het gezin verleent onvoldoende medewerking, dan neemt de professional weer contact op met VT.
3.
Er is meer onderzoek nodig VT kan besluiten dat er meer onderzoek nodig is en de dienst onderzoek van VT in te zetten als: •
er aanwijzingen zijn voor acute en/of structurele onveiligheid en/of multiproblematische leefsituatie;
•
de direct betrokkenen onvoldoende meewerken of onvoldoende bereid zijn hulp te accepteren;
•
het voor het zetten van vervolgstappen noodzakelijk is de gemelde vermoedens van kindermishandeling te bevestigen of te weerleggen.
De dienst Onderzoek van VT doet een verdiepend onderzoek op basis waarvan wordt besloten welke vervolgstappen nodig zijn. In deze stap kan ook de dienst ‘voorwaarden en vervolg’ van VT worden ingezet als: •
het nodig is om directe veiligheid van de betrokkenen te organiseren;
•
wanneer vervolghulp nodig is die gericht is op stabiele veiligheid en herstel van door de direct betrokkenen opgelopen schade.
Deze dienst kan ook worden ingezet na verder onderzoek door VT.
Onderzoek door VT Als meer onderzoek nodig is, doet VT eerst zelf nader onderzoek. Alle leden van het gezin of huishouden worden gezien en/of gesproken. Verder wordt met alle relevante professionals (huisarts, betrokken hulpverlening, school, jeugdgezondheidszorg, politie, etc.) gesproken. Vanuit dat onderzoek volgen een analyse en conclusie. Er zijn drie mogelijke uitkomsten uit het onderzoek: 1.
Het vermoeden van kindermishandeling wordt weerlegd. Het dossier wordt afgesloten.
2.
Het vermoeden van kindermishandeling is bevestigd. Dit kan leiden tot twee verschillende acties. I. Hulpverlening wordt geadviseerd. Er vindt warme overdracht plaats naar het Sociaal Team of andere hulpverlening. Binnen de overdracht worden afspraken gemaakt over het monitoren van de veiligheid
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
37
en aan welke veiligheidsvoorwaarden moet worden voldaan. De professional aan wie de zaak wordt overgedragen, dient deze voorwaarden op te nemen in een veiligheidsplan. VT monitort de overgedragen situatie. Blijven de zorgen groot of wil het gezin onvoldoende meewerken aan het veiligheidsplan, dan wordt de casus via het beschermingsgesprek aan de RvdK voorgelegd. Als uit de monitoring blijkt dat aan de veiligheidsvoorwaarden wordt voldaan of dat er sprake is van stabiele veiligheid, en door de hulpverlening wordt gewerkt aan risicogestuurde zorg en aan herstel van de opgelopen schade, dan wordt de zaak bij VT afgesloten. Ook hier kan de dienst ‘voorwaarden en vervolg’ worden ingezet. Het aantal zaken dat in Gorinchem na onderzoek of na de inzet van de dienst ‘voorwaarden en vervolg’ wordt overgedragen aan de hulpverlening is beperkt (35 in 2019, 29 in 2020 en 18 in 2021). Meer dan de helft van de dossiers wordt overgedragen aan het Sociaal Team (zie tabel B5.7 in bijlage 5). II. Bij grote zorgen of onvoldoende medewerking wordt de casus in een beschermingsgesprek besproken met de RvdK (zie verder paragraaf beschermingsgesprek). 3.
Het vermoeden van kindermishandeling wordt weerlegd noch bevestigd. Dit betekent dat het vermoeden van kindermishandeling niet bevestigd kan worden, maar dat ook niet kan worden vastgesteld dat er geen sprake is van kindermishandeling. Er zijn geen eenduidige bevindingen. Ook hier kunnen adviezen voor de hulpverlening worden gegeven en kan de casus worden overgedragen aan de hulpverlening of het Sociaal Team. Hiervoor geldt dezelfde werkwijze als hierboven beschreven bij het vermoeden van kindermishandeling is bevestigd. Of de casus wordt in een beschermingsgesprek besproken met de RvdK.
Beschermingsgesprek Bij een beschermingsgesprek wordt de zaak aan RvdK voorgelegd. Van tevoren kan advies worden gevraagd aan de RvdK of er nog uit te voeren interventies in het vrijwillig kader mogelijk zijn om aan de veiligheid binnen het gezin te werken. Dan wordt geen beschermingsgesprek georganiseerd. In het beschermingsgesprek bespreken de gedragsdeskundige, de ouders en zo mogelijk ook de 12+ jeugdige, de jeugdprofessional en de RvdK het veiligheidsplan. Er wordt onderzocht of hulp in vrijwillig kader nog mogelijk is. Er zijn twee mogelijke uitkomsten: 1.
Geen raadsonderzoek. Tijdens het beschermingsgesprek worden afspraken gemaakt over wat nodig is binnen het gezin om te werken aan de veiligheid en wie hierbij een rol speelt. De casus wordt overgedragen (of blijft liggen bij) aan het Sociaal Team of andere hulpverlening.
2.
Starten van een onderzoek door de RvdK.
Sinds 2021 is het de bedoeling dat beschermingsgesprekken in de regio Zuid-Holland Zuid zoveel mogelijk lokaal worden gehouden. Uit de interviews met de betrokken ketenpartners blijkt dat dit in Gorinchem ook daadwerkelijk gebeurt. Dit is niet in alle andere gemeenten het geval. Melders kunnen gebruik maken van een voorzitter en ondersteuner (gefaciliteerd door SOJ).
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
38
Onderzoek RvdK Wanneer de samenwerking met ouders en de veiligheid in een gezin onder druk staan dan kan de Jeugdprofessional VOiT betrekken. In een vrijwillig kader, sluit dan een medewerker van Veilig Thuis of een Jeugdbeschermer van een GI aan om samen kaders te stellen om de hulp in een vrijwillig kader voort te kunnen zetten. Wanneer dit onvoldoende leidt tot medewerking van ouders, de zorgen groot zijn en/of uit het beschermingsgesprek blijken geen mogelijkheden meer blijken voor hulp in vrijwillige kader kan de jeugdprofessional, VT of de RvdK verzoeken om onderzoek uit te voeren. De RvdK doet onderzoek naar de veiligheid en de bedreigde ontwikkeling van het kind en heeft de verantwoordelijkheid de kinderrechter een onafhankelijk en onderbouwd advies te geven waarin het belang van het kind centraal staat. De RvdK stemt voor het raadsonderzoek af met andere instanties die zicht houden op de veiligheid en die noodzakelijk zijn voor een traject. De jeugdprofessional of andere betrokken hulpverleners zijn informant in het onderzoek. De jeugdprofessional houdt in de tussenliggende periode contact met het gezin en daarmee zicht op de veiligheid, al is dit in de praktijk ingewikkeld in situaties waarin het vertrouwen tussen ouders en de jeugdprofessional is geschaad door het verzoek tot onderzoek bij de RvdK.
De RvdK en de jeugdprofessional houden contact tijdens de wachttijd voor en tijdens het onderzoek over de veiligheid van het kind. De RvdK kan de rechter verzoeken een kinderbeschermingsmaatregel op te leggen. Wanneer de kinderrechter hiertoe besluit, dan volgt er een warme overdracht van de Jeugdprofessional naar de Jeugdbeschermer en wordt er gekeken of er nog een rol is weggelegd voor het Sociaal Team.
Kinderbeschermingsmaatregel Het is de rechter die beslist of een kinderbeschermingsmaatregel wordt opgelegd. De uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregel gebeurt door de GI’s (Jeugdbescherming West, WSG en LJ&R en in een enkel geval Nidos). De GI’s geven zelf geen hulp, maar leggen in een plan van aanpak vast welke hulp nodig is. Dus ook de inzet van passende effectieve hulp om de kindermishandeling te stoppen, valt hieronder. Onderzoek naar hoe en de mate waarin dit gebeurt, lag buiten de scope van dit onderzoek.
5.2
De praktijk in Gorinchem in cijfers Advies In Gorinchem is in 2021 170 keer advies gevraagd aan VT (zie tabel 5.1). Dit ging in totaal over 252 kinderen. In 2020 was het aantal adviesvragen lager, maar het aantal besproken kinderen hoger. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat over grotere gezinnen advies is gevraagd. De meeste adviesvragen worden door particulieren (burgers) gedaan (zie tabel B.2 in bijlage 5). Dit geldt ook voor Zuid-Holland Zuid en Nederland (Zie tabel B5.3 in bijlage 5). Kijken we naar adviesvragen van professionals, dan vragen professionals uit het Sociaal Team, onderwijs, gezondheidszorg (waaronder GGZ-instellingen en huisartsen) in Gorinchem het vaakst om advies (zie tabel B5.2 in bijlage 5). Dit beeld is vergelijkbaar over de jaren 2019-2021. Relatief gezien was er een afname van adviesvragen door professionals in 2020 en een
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
39
toename van adviesvragen door particulieren. Dit was ook landelijk het geval. Volgens respondenten is dit te verklaren door de coronamaatregelen. Professionals kwamen minder vaak bij gezinnen thuis, ook waren mensen meer thuis waardoor zij ook meer zagen en meer meekregen van wat er bij de buren gebeurt. Tabel 5.1
Aantal adviezen kindermishandeling Gorinchem in 2019-2021 Jaar
Aantal adviezen
Aantal besproken kinderen in adviezen
2019
189
297
2020
165
294
2021
170
252
Bron: Jaaroverzichten Veilig Thuis 2019-2021
Advies- en ondersteuningstrajecten Het aantal ondersteuningstrajecten door VT in Gorinchem is de laatste jaren afgenomen (zie tabel 5.2). Dit zijn cijfers van zowel ondersteuning in het kader van Veilig Opgroeien is Teamwerk als in andere trajecten. Er zijn geen specifieke cijfers bekend over hoe vaak dit in het kader van VOiT is ingezet. Het is niet duidelijk wat hiervoor de verklaring is. Tabel 5.2
Aantal advies- en ondersteuningstrajecten door VT in Gorinchem tussen 2019-2021 Jaar
Adviestrajecten
Ondersteuningstrajecten
2019
223
12
2020
199
4
2021
206
3
Bron: Jaaroverzicht Veilig Thuis 2019-2021
Melden Het aantal meldingen in Gorinchem is in 2021 afgenomen ten opzichte van de voorgaande jaren (zie tabel 5.3). Tabel 5.3
Aantal meldingen kindermishandeling in Gorinchem tussen 2019-2021 Jaar
Aantal meldingen
2019
241
2020
243
2021
206
Bron: Jaaroverzichten Veilig Thuis 2019-2021
Zowel in absolute als relatieve zin worden de meeste meldingen gedaan door politie. Daarna door particulieren, onderwijs en ambulancedienst (zie tabel B5.5 in bijlage 5). De politie en ambulancedienst46 zijn volgens hun meldcode niet verplicht om eerst advies te vragen, maar mogen meteen melden via een digitaal meldingsformulier. Daarnaast komt de politie op veel plekken en situaties waar de veiligheid van kinderen in het
46 Zoals in hoofdstuk 2 benoemd heeft branche de basismeldcode vertaald naar een meldcode voor hun achterban. De meldcode van de
politie en ambulancedienst verschilt op dit punt dus van de meldcode van professionals uit andere sectoren. Ambulancedienst maakt onderdeel uit van preventieve basisvoorzieningen in tabel B5.2 in bijlage 5.
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
40
geding (kan) zijn. Ook worden ze gebeld door bezorgde buren of familie, betrokkenen in het gezin zelf en soms ook door professionals. De politie doet hier vervolgens een melding van bij VT. De afspraak is dat de politie alle meldingen bij VT melden. Dit verklaart het hoge aantal meldingen vanuit de politie.
Triage Figuur 5.2
Uitkomsten na triage in Gorinchem tussen 2019 en 2021 300
250
3
2
3 200
150
195
196
152 100
50
44
47
52
2019
2020
2021
0
Er is meer onderzoek nodig
Direct overdracht aan sociaal team of andere hulpverlening
Geen vervolgstappen nodig
Bron: Jaaroverzichten VT 2019-2021
De meeste dossiers kunnen meteen worden overgedragen aan het Sociaal Team of andere hulpverlening. In figuur 5.2 zien we dat in Gorinchem in 2021 het aantal dossiers waarbij vervolgstappen van VT nodig zijn naar aanleiding van de triage licht is toegenomen ten opzichte van de eerdere jaren. Het aantal dossiers dat is overgedragen aan het Sociaal Team of andere hulpverlening is juist afgenomen. De afname is volledig te verklaren door een afname van dossiers dat naar het Sociaal Team is overgedragen. Uit de interviews weten we dat bij het Sociaal Team sprake was van wachtlijsten voor overdracht. De respondenten van VT geven aan dat het daarom mogelijk is dat VT de zaken langer bij zich houdt alvorens te kunnen overdragen naar het Sociaal Team. Dit is niet zichtbaar in de cijfers. Zoals eerder gezegd heeft de gemeente Gorinchem vanuit de landelijk POK middelen extra budget beschikbaar gesteld voor (tijdelijke) extra inzet binnen de sociale teams wat moet leiden tot verkorten van de wachtlijsten voor zaken die vanuit VT naar de sociale teams worden overgedragen. Ook het aantal dossiers dat is overgedragen aan de GI is in 2021 lager dan in 2020.
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
41
Onderzoek In figuur 5.3 is af te lezen dat het aantal zaken waarbij kindermishandeling weerlegd is in Gorinchem is toegenomen. Dit kan een mogelijke indicatie zijn dat er eerder gemeld wordt. Omdat signalen eerder gemeld worden, is het mogelijk dat er nog geen echte zorgen zijn of dat er nog geen sprake is van kindermishandeling. De aantallen zijn klein dus de verschuivingen moeten met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Figuur 5. 3
Uitkomsten onderzoek VT 20 18 16 14 12
8 13 13
10
3
8 6 4 2
1
3 7
4
3
0
2019 Vermoeden weerlegd
2020 Kindermishandeling bevestigd
2021 Kindermishandeling niet bevestigd
Bron: Jaaroverzichten VT 2019-2021
Figuur 5.4 laat zien hoe vaak na een melding de diensten ‘voorwaarden en vervolg’ en ‘onderzoek’ zijn ingezet en hoe vaak zaken zijn overgedragen. Het merendeel van de dossiers wordt overgedragen. In ongeveer 10% van de zaken doet VT onderzoek en in een nog kleiner percentage wordt de dienst ‘voorwaarden en vervolg’ ingezet.
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
42
Figuur 5.4
Inzet voorwaarden en vervolg, onderzoek en overdracht na melding bij VT 200 180 160 140 120 100
153
153
134
80 60 40 20
23
0
8 2019 Aantal voorwaarden en vervolg
20
22
10
3 2020 Aantal onderzoek
2021 Aantal overdracht bij VT
Bron: Jaarrapportage VT 2019-2021
Beschermingsgesprek en overdracht naar RvdK Er zijn geen cijfers bekend over het aantal beschermingsgesprekken en de uitkomst van de beschermingsgesprekken op het niveau van Gorinchem. Ook over de overdracht naar de RvdK zijn geen cijfers bekend op het niveau van Gorinchem. De respondenten van de RvdK merken op dat het aantal zaken in Gorinchem beperkt is. Een onderzoek naar een groot gezin kan tot een relatief grote verschuiving leiden. Het aantal verzoeken tot onderzoek is stabiel de afgelopen jaren. Zij hebben hier zelf geen cijfers over op het niveau van Gorinchem. Bovendien kunnen zij niet afleiden of de aanleiding tot verzoeken tot onderzoek door de RvdK signalen van kindermishandeling zijn. Uit de impactmonitor huiselijk geweld blijkt dat in ZHZ in 2021 in het eerste half jaar van 2021 0,6% van de zaken bij VT o.a. is overgedragen aan de RvdK en in de tweede helft 0,8%. Ter vergelijking, in Nederland was dit respectievelijk o,9% en 0,8%.
5.3
Vergelijking Gorinchem met ZHZ en Nederland In de vorige paragrafen hebben we op basis van de gegevens uit de jaarrapportages van VT het werkproces in ZHZ geïllustreerd. Op het niveau van kindermishandeling zijn ten tijde op het dashboard Veilig Thuis en de impactmonitor Huiselijk Geweld en Kindermishandeling van het CBS geen uitgesplitste cijfers naar type huiselijk geweld voor al deze stappen voorhanden om de situatie in Gorinchem en ZHZ te vergelijken met het gemiddelde in Nederland. Daarom maken we hier een vergelijking met de cijfers over huiselijk geweld. Deze zijn
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
43
opgenomen in bijlage 5. Uit de vergelijking tussen Gorinchem, ZHZ en Nederland vallen de volgende zaken op, per onderwerp: Met betrekking tot adviesvragen Relatief gezien wordt in Gorinchem minder advies gevraagd aan VT dan gemiddeld in Nederland. Met uitzondering van 2020 is het relatief aantal adviezen in Gorinchem vergelijkbaar met ZHZ. In 2020 was dit lager. Relatief gezien wordt in Gorinchem meer advies gevraagd door de gezondheidszorg dan gemiddeld in Nederland en ZHZ. In 2019 werd in Gorinchem relatief meer advies gevraagd door onderwijs dan gemiddeld in Nederland en ZHZ. In 2021 is dit vergelijkbaar. In 2019 is sterk in gezet op voorlichting in het onderwijs. In Gorinchem en ZHZ wordt relatief minder advies gevraagd door jeugdzorg dan gemiddeld in Nederland. Met betrekking tot de meldingen Relatief gezien wordt in Gorinchem in 2020 en 2021 meer melding gedaan van huiselijk geweld dan gemiddeld in Nederland maar minder dan in ZHZ. De politie meldt in 2020 en 2021 relatief meer huiselijk geweld dan gemiddeld in Nederland, maar minder dan in ZHZ Vanuit de gezondheidszorg vinden in 2019 en 2020 meer meldingen plaats in Gorinchem dan gemiddeld in Nederland en ZHZ.
Dat is niet het geval in 2021 In het addendum hebben we de cijfers opgenomen van het aantal adviezen, meldingen en afgeronde diensten specifiek voor kindermishandeling die begin 2023 wel beschikbaar waren op het dashboard.
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
44
6
Doeltreffendheid en doelmatigheid In dit hoofdstuk bespreken we of met de aanpak van kindermishandeling de beoogde doelen worden behaald (doeltreffendheid). Zoals in hoofdstuk 5 benoemd, zijn er geen specifieke doelen voor Gorinchem geformuleerd. Bovendien zijn de doelen gericht op output en niet op outcome. Ook zijn de doelen in de regiovisie niet SMART geformuleerd en zijn er geen specifieke indicatoren bepaald. Om die reden geven we een kwalitatieve beoordeling over de mate waarin de doelen uit de regiovisie in Gorinchem bereikt zijn op basis van de interviews. Per actielijn benoemen we hieronder specifieke resultaten die tot nu toe zijn bereikt of nog niet zijn bereikt. We benoemen die resultaten die door meerdere respondenten zijn genoemd. Indien mogelijk onderbouwen we dit kwantitatief met cijfers uit de impactmonitor huiselijk geweld en kindermishandeling van het CBS, het dasboard Veilig Thuis van het CBS, cijfers van CBS of gegevens uit de jaarrapportages van VT. Tevens gaan we in op de bevorderende en belemmerende factoren die een rol hebben gespeeld in het bereiken van de doelen. Ook hier gaan we in op factoren die door meerdere respondenten zijn benoemd. Ook de coronamaatregelen in 2020 en 2021 hebben impact gehad op het signaleren, melden en aanpakken van kindermishandeling. Dit bemoeilijkt de duiding van de cijfers en ontwikkelingen tussen 2019 en 2022.
We gaan daarom specifiek in op de consequenties van de coronamaatregelen. Of de gemeente de juiste hoeveelheid middelen inzet om de doelen te bereiken en of er geen andere (goedkopere) manieren zijn om het gewenste resultaten te bereiken (doelmatigheid), kunnen we geen uitspraken doen. Omdat er nog geen goed zicht is op de mate waarin de doelen worden bereikt, kan ook niet worden bepaald of de juiste hoeveelheid middelen worden ingezet om de doelen te bereiken. Daarnaast is er geen goede benchmark beschikbaar van welke kosten (personele inzet en geld) andere gemeenten inzetten om de doelen te bereiken. Los van dat de inzet van VT regionaal wordt bepaald op basis van inwoneraantal.
6.1
Overall beeld resultaten regiovisie GHNT in Gorinchem In algemene zin heeft het programma GHNT in Gorinchem tot een aantal resultaten geleid: Via voorlichting door Veilig Thuis en deelname aan de Meldcodetour is er aandacht geweest voor de meldcode. Daardoor weten professionals wat te doen bij signalen van kindermishandeling. Er zijn diverse projecten opgezet (zoals deskundigheidsbevordering van het Sociaal Team, Veilig opgroeien is Teamwerk) waardoor het onderwerp kindermishandeling (en huiselijk geweld) steeds opnieuw op de agenda wordt gezet. Het beeld op veiligheid en de aanpak van kindermishandeling is bij de betrokken professionals meer eenduidig geworden. De betrokken professionals hebben meer eenzelfde visie op kindermishandeling. De samenwerking tussen en binnen het veiligheids- en sociaal domein is versterkt. Alle respondenten benoemen dit. Ook in het borgingsplan is dit opgenomen. De aanpak is echter nog niet volledig geïmplementeerd en geborgd. Het landelijk Actieprogramma is met een jaar verlengd. Dus ook regionaal is het programma GHNT met een jaar verlengd en er is voor gekozen om onderdelen op te nemen in de opdracht toekomstscenario gezinsbescherming – in navolging van de landelijke beslissing hierover – omdat
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
45
er veel overlap is tussen de doelen van dit programma en geweld hoort nergens thuis (zie addendum voor meer informatie). In de landelijke eindrapportage van het programma GHNT opgesteld door de VNG is benoemd dat het einddoel van het verbeteren van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling om een lange adem vraagt en de doorontwikkeling om blijvende aandacht op zowel landelijk, regionaal als lokaal niveau.
6.2
Actielijn 1 Resultaten eerder in beeld Professionals herkennen signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling en handelen op deze signalen volgens de meldcode Er is door de gemeente ingezet op deskundigheidbevordering met betrekking tot de meldcode. Er zijn geen cijfers voor handen over welk percentage professionals vallend onder de meldcode is toegerust om signalen te herkennen van en gesprekken te voeren over huiselijk geweld en kindermishandeling. In figuur 6.1 lezen we af dat het aantal meldingen van huiselijk geweld (dus breder dan kindermishandeling) in Gorinchem in 2019 en 2020 hoger lag dan gemiddeld in Nederland, zowel bij professionals als bij burgers. In 2021 is het vergelijkbaar met het Nederlands gemiddelde. ZHZ heeft dan nog steeds relatief meer meldingen. Een mogelijke verklaring voor het relatief hoge aantal meldingen van professionals en burgers kan de aandacht zijn die is besteed aan de meldcode of andere vormen van voorlichting en bewustwording die op basis van het regionale programma GHNT in de regio georganiseerd zijn. Met andere woorden, het zou kunnen dat door deze aandacht professionals en burgers VT eerder weet te vinden.
Figuur 6.1
Ontvangen meldingen per 100.000 inwoners naar de rol/functie van de melder in Nederland, Gorinchem, Zuid-Holland Zuid in 2019, 2020 en 2021 1000 900 800 700
600 500 400
671
657
58
71
654
729
775
718
760
628
617
300 200 100 0
64
Nederland
Niet beroepsmatig totaal
95
95
Gorinchem
Beroepsmatig totaal
67
103
93
88
ZuidHollandZuid Rol/functie onbekend
Bron: Dashboard Veilig Thuis. CBS
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
46
Het relatief aantal gestarte adviezen is in Gorinchem echter lager dan in Nederland en ZHZ. Het is moeilijk om deze resultaten te duiden. Als bijvoorbeeld de sociale teams zelf meer deskundig zijn kunnen zij zelf met de eerste signalen aan de slag. Maar het kan ook betekenen dat er minder signalen gezien worden en minder advies wordt gevraagd. Om goed inzicht te hebben in de resultaten is het nodig om per type professional te kijken.
Figuur 6.2
Aantal gestarte adviezen per 100.000 inwoners naar rol/functie van de adviesvrager in Nederland, Gorinchem en Zuid-Holland Zuid in 2019, 2020 en 2021 900 800 700 600 420 500
370
379 395
400
353
297
361
324
381
300 200 312 100
341 245
232
257
227
290
244
338
0 Nederland Niet beroepsmatig totaal
Gorinchem Beroepsmatig totaal
Zuid-HollandZuid Rol/functie onbekend
Bron: Dashboard Veilig Thuis CBS
De professionals in het Sociaal Team hebben deskundigheidsbevordering gekregen met betrekking tot de meldcode. Per team is er een professional aangesteld als veiligheidsexpert. Deze acties en de pilot VOiT hebben volgens de respondenten van meerdere ketenpartners gezorgd voor meer deskundigheid bij het Sociaal Team op dit gebied. De aanname is dat als de sociale teams zelf beter zijn toegerust, ze ook minder adviesvragen hebben. Als het Sociaal Team zelf meer zaken kan oppakken, dan zullen alleen zaken waarbij sprake is van acute onveiligheid worden gemeld en zullen minder beschermingsonderzoeken en kinderbeschermingsmaatregelen nodig zijn. Uit de interviews met de stakeholders blijkt dat veel inzet is gepleegd op het onder de aandacht brengen van de meldcode bij professionals en dan specifiek bij onderwijs en kinderopvang. Het effect hiervan in het aantal
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
47
adviesvragen en meldingen door onderwijs en kinderopvang is in de cijfers over 2019 tot 2021 moeilijk te duiden (zie tabellen B5.3 en B5.5 in bijlage 5). Vanwege de coronamaatregelen waren de scholen dicht en werden ook landelijk minder meldingen gedaan door het onderwijs. In 2021 zijn de meldingen vanuit onderwijs weer toegenomen. In 2019 werd in Gorinchem wel relatief meer advies gevraagd bij VT door onderwijs en kinderopvang dan in ZHZ en Nederland. Deze cijfers zijn echter niet helemaal vergelijkbaar omdat de cijfers over Nederland betrekking hebben op huiselijk geweld en niet alleen op kindermishandeling. Omstanders herkennen signalen en durven die bespreekbaar te maken Uit de interviews blijkt dat adviezen en meldingen over kindermishandeling meestal toenemen na een campagne gericht op burgers. Relatief gezien worden de meeste adviezen door burgers gevraagd. De aantallen over de jaren 2019-2020 heen zijn vergelijkbaar. In relatieve zin werd echter in 2020 meer gemeld door burgers (en minder door professionals anders dan politie). Professionals uit onderwijs, Sociaal Team en andere hulpverleners kwamen minder in gezinnen en zagen kinderen minder vanwege de coronamaatregelen. Buren en mensen uit de omgeving van kinderen zagen daarentegen relatief meer signalen.
De positie en werkwijze van Veilig Thuis zijn duidelijk voor alle partners In de impactmonitor huiselijk geweld wordt als indicator hiervoor het aantal adviezen en meldingen bij VT gebruikt. Een toename van adviezen en meldingen betekent dat de professionals VT beter weten te vinden. Verschillende ketenpartners benoemen dat de professionals in de sociale teams eenzelfde beeld op veiligheid hebben als VT en de GI’s. Dit komt volgens hen mede door de informatiebijeenkomsten door VT voor professionals en door VOiT. Het proces van signaal, via melding, naar analyse, beoordeling en opvolging verloopt snel De werkwijze in hoofdstuk 5 laat zien dat er veel stappen worden gezet in het proces van signaleren, melden tot aanpakken van kindermishandeling. Uit de interviews blijkt dat ook in de regio ZHZ sprake is van wachtlijsten bij VT, RvdK, sociale teams en GI. Als er eerder wordt gesignaleerd is de hypothese dat een zaak door VT na melding kan worden overgedragen naar het Sociaal Team en dat met lichtere hulp de kindermishandeling kan worden aangepakt. Dit blijkt niet uit de cijfers over 2019-2021. Zoals in hoofdstuk 5 benoemd kampte het Sociaal Team in Gorinchem in 2021 met een wachtlijst voor zaken die geen spoed hadden. (Spoedzaken werden ook ten tijde van wachtlijsten gelijk opgepakt). Ook in de rest van ZHZ kampen diverse gemeenten met een wachtlijst bij de sociale teams.
Dit belemmert de overdracht van zaken van VT naar het Sociaal Team. Wachtlijsten bij het Sociaal Team in Gorinchem hebben consequenties voor het oppakken van zaken uit de andere gemeenten. Als zaken uit Gorinchem langer bij VT blijven dan kunnen geen zaken uit andere gemeenten worden opgepakt. Maar ook omgekeerd wachtlijsten bij sociale teams uit andere gemeenten hebben consequenties voor zaken uit Gorinchem. Uit het ambtelijk wederhoor bleek dat er in de regio ook een verschil van visie was van het begrip “wachtlijst” tussen VT en sociale teams. Zo zijn er gemeenten die na overdracht van VT gelijk een naam van een professional koppelen aan een casus, terwijl andere gemeenten pas een naam koppelen aan een casus als een professional bij het gezin is langs gegaan. In beide gevallen kunnen de gezinnen even lang wachten vooraleer iemand langs komt. In het eerst geval wordt de casus weggeschreven als overgedragen, in het tweede geval pas nadat er een naam aan gekoppeld is.
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
48
Signalen van kindermishandeling worden eerder gemeld In de impactmonitor wordt hiervoor als indicator gebruikt de vermoedelijke duur van het geweld bij adviesvragen aan VT. In figuur 6.3 lezen we af dat tussen 2019 en 2021 in zowel Gorinchem als ZHZ er een duidelijk afname is van het relatieve aantal adviezen waarbij de vermoedelijke duur van het geweld langer dan vijf jaar aanwezig is. In Gorinchem geldt dit ook voor geweld dat vermoedelijk tussen een jaar en vijf jaar duurt. De adviezen waarbij het geweld vermoedelijk korter duurt nemen toe maar zijn nog op het niveau van Nederland gemiddeld. Meldingen waarbij het geweld reeds lang aanwezig is, komen nauwelijks voor in Gorinchem. We zien een afname in het aantal meldingen waarbij geweld vermoedelijk tussen een jaar en vijf jaar duurt en een toename van de meldingen waarbij het geweld tussen een maand en zes maanden duurt. Deze veranderingen zijn in Gorinchem en ZHZ vergelijkbaar. Het aantal meldingen waarbij het geweld korter dan een week duurt is veel lager dan gemiddeld in Nederland. Hier valt dus nog winst te behalen. Sommige respondenten noemen als verklaring dat bepaalde kerkgemeenschappen in de regio – en ook specifiek in Gorinchem – niet of nauwelijks melden bij VT of politie. Zij proberen het zelf op te lossen en met het gezin in gesprek te gaan.
Als het dan toch tot een melding komt speelt de problematiek vaak al langer. Figuur 6.3
Gestarte adviezen per 100.000 inwoners naar (vermoedelijke) duur van het geweld in Nederland, Gorinchem, Zuid-Holland Zuid in 2019, 2020 en 2021 1000
750
36 36 35
500
102
103
82
105 150
177
186
82
96
177 278 55 68
0 Nederland
111
108
87
215
169 147
129 71
80
94
122
152 250
27 68
108
100
52
103
108
174
68
53
61
81
80
62
Gorinchem
143
62
143
135 144 122 163 146 78 67 83
129
Zuid-Holland-Zuid (VT)
Niet langer dan 1 week
> 1 week, < 1 maand
> 1 maand, < 6 maanden
> 6 maanden, < 1 jaar
> 1 jaar, < 5 jaar
Langer dan 5 jaar
Bron: dashboard Veilig Thuis CBS
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
49
Figuur 6.4
Ontvangen meldingen per 100.000 inwoners naar (vermoedelijke) duur van het geweld in Nederland, Gorinchem en Zuid-Holland Zuid in 2019, 2020 en 2021 1000 20 750
31 116 94
500 123
45
108 27
31
95
28
117
100
97
82
131
191
78
79
278
279
21 105
97 80
150
239
107 81
68 365
115
65
118
321 267
218
374
251
250 333
0
Nederland
136
189
147
102
95
68
80
94
Gorinchem
198
167
72
86
Zuid-Holland-Zuid (VT)
Niet langer dan 1 week
> 1 week, < 1 maand
> 1 maand, < 6 maanden
> 6 maanden, < 1 jaar
> 1 jaar, < 5 jaar
Langer dan 5 jaar
Bron: dashboard Veilig Thuis CBS
Een andere indicator voor eerder melden – en ook voor de deskundigheid van de professionals – is dat er meer adviezen uitmonden in onderzoek en kunnen worden overgedragen aan het Sociaal Team of andere hulpverlening. In figuur 6.5 lezen we af dat in Gorinchem en ZHZ relatief gezien meer meldingen kunnen worden overgedragen (inclusief inzet regionaal maatwerk VT) en dat er bij relatief minder dossiers vervolgstappen door VT nodig zijn. Dit kan een indicatie zijn voor het eerder melden van signalen.
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
50
Figuur 6.5
Ontvangen meldingen per 100.000 inwoners naar veiligheidsbeoordeling in Nederland, Gorinchem, ZuidHolland Zuid in 2019, 2020 en 2021 1000
104 750
10 24 69
2 27 47
27 33
20
101
108
111 9
18
123 107
500
395
415
391
521
554 491
583
583
441
250
265
241
231 149
136
147
171
171
146
0
Nederland
Gorinchem
Zuid-Holland-Zuid (VT)
Vervolgstappen beleggen bij Veilig Thuis
Overdracht
Geen vervolgstappen nodig
Inzet regionaal maatwerk Veilig Thuis
Nog niet beoordeeld Bron: Dashboard VT CBS
6.3
Actielijn 2 Stoppen en duurzaam oplossen Er zijn geen goede cijfers voorhanden om de resultaten van deze actielijn op het niveau van Gorinchem te bepalen. Op basis van de interviews en landelijke cijfers leiden we af dat nog niet alle gezinnen passende hulp krijgen en aan het herstel werken. Op basis van landelijk onderzoek door het Verwey-Jonker instituut blijkt dat het in ongeveer drie op de tien gezinnen lukt om het geweld te stoppen. Hoewel het aantal incidenten afneemt, is er in meer dan de helft van de gezinnen ook na anderhalf jaar hulp nog steeds sprake van ernstig of veelvuldig geweld. Momenteel wordt een derde onderzoek uitgevoerd naar wat werkt om het geweld te stoppen. ZHZ neemt deel aan dit onderzoek. De resultaten worden verwacht in 2023. Uit een eerder cohortonderzoek is bekend dat de volgende werkzame elementen van belang zijn om het geweld te stoppen (Steketee & Lünnemann, 2020): Aandacht voor veiligheid in het gezin moet voorop staan. Dit komt overeen met de visie op risicogestuurde ketenzorg uit de regiovisie. Integrale systematische aanpak met 1 plan en regie bij 1 partij. Het versterken van de regiefunctie, waarbij casusregie is belegd bij één partij.
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
51
Veiligheid in het gezin is de verantwoordelijkheid van iedereen: erkenning van geweld door professionals is voorwaarde dat het geweld stopt, er is een actieve houding nodig van professionals om geweld en impact bespreekbaar te maken, ondersteuning van gespecialiseerde instellingen op het terrein van kindermishandeling en partnergeweld. Hoge kwaliteit van professionals met diepgaande kennis over de achtergronden en gevolgen van huiselijk geweld. Zorgvuldige screening van de problematiek zodat juiste hulp geboden wordt. Hulpverlening gericht op kinderen: Kinderen zijn veelal een vergeten groep als slachtoffer van huiselijk geweld terwijl de gevolgen voor kinderen die getuige zijn van partnergeweld groot zijn. De hulp is een kwestie van lange adem: wil men de cirkel van geweld daadwerkelijk doorbreken dan is het nodig dat deze gezinnen langdurig begeleid worden. Over de mate waarin deze elementen worden toegepast in ZHZ en Gorinchem kunnen we geen uitspraken doen op basis van dit onderzoek. Wat kunnen we in kwalitatieve zin wel zeggen over de bereikte doelen op basis van de interviews en de documentenanalyse? Bij de betrokken ketenpartners is de visie van gefaseerde ketenzorg veel meer het uitgangspunt. Meerdere respondenten benoemen dat zij merken dat dit ook het geval is. De betrokken professionals hebben eenzelfde visie op veiligheid in gezinnen.
De professionals in de sociale teams worden binnenkort geschoold in traumasensitief werken en in de regio zijn behandelaars opgeleid door het programma Drakentemmers. De lokale infrastructuur is versterkt aan de hand van het kwaliteitskader “Werken aan Veiligheid” van de VNG. Met behulp van een scan en specifieke vragenlijsten voor professionals is in kaart gebracht of de wijkteams voldoende zijn ingericht om te komen tot een effectieve signalering en aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Op basis daarvan is bepaald waar versterking op dit punt nodig is. Hiervoor is een plan aanpak opgesteld. Dit plan van aanpak wordt uitgevoerd. De waarde van de inzet van ervaringsdeskundigen wordt erkend en er is aandacht voor. Dit moet nog nader worden vormgegeven en uitgewerkt. De aanpak MDA++ is gestart. Wij hoorden in de interviews dat de samenwerking tussen VT, GI en het Sociaal Team verbeterd is en niet alleen de deskundigheidsbevordering door VT maar ook het VOiT daaraan heeft bijgedragen. De verschillende ketenpartners gaan uit van een vergelijkbare visie op veiligheid en weten elkaar eerder en beter te vinden. Er kan echter niet worden aangegeven in hoeveel casussen het geweld is gestopt en gewerkt wordt aan het herstel. Dit wordt niet op deze wijze geregistreerd. Net als in de rest van Nederland kampt men met wachtlijsten voor specialistische hulp.
Hoe de wachtlijsten in Gorinchem zijn voor deze hulp in gezinnen waar sprake is van (een vermoeden van) kindermishandeling wordt niet apart vastgelegd. In het kader van dit onderzoek hebben we de wachtlijsten voor specialistische hulp niet nader onderzocht. Uit de landelijke rapportages is ook bekend dat ook bij zaken waar het tot een strafrechtelijke vervolging komt de wachttijden
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
52
lang zijn, bijvoorbeeld voor de opvang van slachtoffers. In het onderzoek hebben we geen informatie ontvangen over de Gorinchemse situatie. We weten niet hoe dit in het Gorinchemse is.
6.4
Actielijn 3 Specifieke doelgroepen Zoals benoemd in 4.4 is met betrekking tot kindermishandeling vooral de doelgroep slachtoffers van seksueel geweld, complexe scheidingen en kinderen in kwetsbare opvoedingssituaties relevant. Op basis van de interviews stellen we vast dat de volgende resultaten zijn bereikt. Specifieke resultaten met betrekking tot Gorinchem zijn moeilijk te bepalen. Regionaal is een plan gemaakt voor de aanpak van seksueel geweld om de coördinatie onder te brengen bij VT. Gorinchem heeft hierin een trekkersrol gespeeld. (zie addendum voor nagekomen informatie). In Dordrecht, Papendrecht en Zwijndrecht is een kwartiermaker aangesteld voor een adviespunt complexe scheidingen. Dit is er niet in Gorinchem. Het project Handle With Care, een methode waarbij kinderen extra aandacht en ondersteuning op school krijgen na een huiselijk geweld melding, is nog niet van start gegaan.
6.5
Bevorderende en belemmerende factoren In de interviews noemen de respondenten een aantal bevorderende factoren die volgens hen bijdragen aan (het bereiken van de doelen van) de aanpak voor kindermishandeling: Deelname aan de pilot VOiT heeft bijgedragen aan een goede samenwerking tussen VT, GI, RvdK en Sociaal Team. Gorinchem heeft VOiT goed uitgerold. Er is mede door VOiT goed geïnvesteerd in de samenwerking tussen alle partners. Vaste contactpersonen bij Sociaal Team, VT, GI en RvdK. Ondanks dat ook in de regio de betrokken organisaties te maken hebben met personeelstekort en -verloop en ziekteverzuim, is in Gorinchem wel een kernteam dat is gebleven, zowel bij Sociaal Team, VT, GI als RvdK. Ook zijn er geen wisselingen geweest in de aandachtfunctionarissen voor het onderwijs. De betrokken medewerkers kennen elkaar en weten elkaar goed te vinden. Zoals een van de respondenten het formuleert: “Er was bij het Sociaal Team wel sprake van verloop, maar niet van leegloop.” Het Sociaal Team bestaat uit deskundig en kwalitatief goed personeel. De gemeente stuurt op de deskundigheid en de capaciteit van de sociale teams. Gorinchem geldt als betrokken gemeente, o.a. door continuïteit in opvolgende betrokken wethouders met regionale strategische posities en ervaren beleidsadviseurs met goede lokale en regionale ketensamenwerkingen. Melden zit goed in het systeem van de politie.
De politie heeft ook korte lijnen met de andere partners.
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
53
Daarnaast zijn de volgende knelpunten genoemd die het bereiken van de doelen (kunnen) belemmeren: Het onderwerp aanpak kindermishandeling wordt regionaal bij verschillende ambtelijke overleggen besproken. Dit zorgt voor versnippering op lokaal niveau. Ook ontbreekt het aan één bestuurlijk gremium waar huiselijk geweld wordt besproken. Wachtlijsten bij Sociaal Team kunnen de overdracht van VT naar Sociaal Team belemmeren. En wachtlijsten bij VT zorgen soms voor late overdracht naar het Sociaal Team. Personeelsproblematiek (verloop en ziekteverzuim) bij de betrokken organisaties (maar dit is een landelijk probleem). Hoge caseload en werkdruk bij Sociaal Team en ketenpartners. Effecten van de decentralisatie die veel ambtelijk aandacht vroegen. Bij de Sociaal Teams is men bezig om twee verschillende registraties en screeninginstrumenten te integreren. Waterbedeffect: als zaken niet naar Sociaal Team Gorinchem kunnen worden overgedragen vanwege wachtlijsten dan heeft dat ook gevolgen voor de rest van de regio en omgekeerd. Als zaken niet kunnen worden overgedragen blijft VT langer betrokken en is er minder capaciteit om in te zetten op andere casussen. Scholen zijn terughoudend in melden. AVG en ervaren belemmeringen over informatiedeling vormen voor sommige professionals een belemmering om te melden. Geen zicht of kinderen waarover advies is gevraagd, later toch gemeld worden.
Adviezen zijn anoniem. Verschillen tussen gemeenten in ingekochte zorg. Onvoldoende afstemming en samenwerking tussen GHNT en programma “Veiligheid Voorop” van Zorgen Veiligheidshuizen.
Impact coronamaatregelen De coronamaatregelen hebben invloed gehad op de mate waarin professionals nog bij gezinnen thuis kwamen en kinderen zagen. Dit heeft invloed gehad op het aantal meldingen door professionals, anders dan politie. Daarnaast is het uitvoeringsprogramma van GHNT begin 2020 vastgesteld. In de periode dat er veel afspraken met ketenpartners moesten gemaakt worden, gingen de coronamaatregelen in. In het begin was iedereen nog zoekende hoe met elkaar het gesprek aan te gaan. Pas na een tijdje werd de werkwijze met teams gewoon. Bij de start van een uitvoeringsprogramma is het ontbreken van de mogelijkheid van fysiek overleg wel als een gemis ervaren door sommige geïnterviewde ketenpartners. Sommige mensen die erg betrokken waren, zijn gedurende de coronaperiode weggegaan. Nieuwe professionals zijn online ingewerkt. De respondenten benoemen dat dit niet bevorderlijk is voor de kennisoverdracht en om draagvlak voor en betrokkenheid bij het uitvoeringsprogramma te creëren.
DSP-groep
RAPPORT ─ Aanpak kindermishandeling Gorinchem
54
7
Rol van de raad De aanleiding voor dit onderzoek was de vaststelling van de raad dat hij onvoldoende inzicht heeft in de aanpak van kindermishandeling en zijn kaderstellende en controlerende rol met betrekking tot deze aanpak onvoldoende vorm kan geven. Hoe de raad deze rol invult was dan ook geen onderwerp van onderzoek. De raad is over de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling vooral geïnformeerd op basis van raadsinformatiebrieven en presentaties over GHNT en VT aan de raad. Ook zijn er door de raad vragen gesteld naar aanleiding van cijfers over het aantal meldingen. Daarnaast komt jaarlijks in het kader van de burapcyclus de jaarrapportage en begroting van DG&J, waar VT onderdeel van is, aan bod. In deze rapportage zijn wel streefwaarden opgenomen over de inzet van VT. Deze geven echter geen inzicht in de doeltreffendheid van de aanpak van kindermishandeling. De raad worstelt vooral met de vraag hoe zijn taak uit te voeren op de regionaal vastgestelde aanpak. De gemeenteraad Gorinchem is hierin niet de enige. De aanpak van kindermishandeling is niet een apart beleidsdomein maar raakt aan verschillende beleidsdomeinen. Dit maakt sturing door de raad niet eenvoudig. Zoals in hoofdstuk 3 benoemd zijn de taken en bevoegdheden van de DG&J ZHZ vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling.