Agendabundel
Tekst van het document
in beeld. Aandacht voor kwalitatief groen en klimaatadaptieve maatregelen zijn uitvoerig besproken. Zij toont vervolgens een kaart met 15 woonblokken met een capaciteit van maximaal 500 woningen en voorzieningen waaronder een nieuwe supermarkt, horeca en flexwerken/thuiswerken vlakbij huis. Het stedenbouwkundig plan is inhoudelijk niet gewijzigd. De mobiliteitsvisie is vastgesteld waaronder parkeren in de wijk en aandacht voor langzaam verkeer. Het woonprogramma wordt momenteel nader uitgewerkt en dit ziet toe op een groot aandeel betaalbare woningen waaronder 10% sociale huur. Mevrouw Lammens vervolgt de presentatie en gaat nader in op het bestemmingsplan. Zij wijst in dit kader op de crisis- en herstelwetstatus wat inhoudt dat er allerlei extra’s mogelijk zijn ten opzichte van een regulier bestemmingsplan. De looptijd is 20 jaar met de mogelijkheid om onderzoeken uit te stellen en regels over de fysieke leefomgeving op te nemen. Er is geen inspraak op het voorontwerpbestemmingsplan, alleen inspraak en zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan. De participatie heeft vooral in het kader van het stedenbouwkundig plan plaatsgevonden. Over het ontwerpbestemmingsplan wordt met de bewoners in gesprek gegaan.
Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op minder dan een kilometer afstand van de Lingeoevers en daarom heeft een aanvullend stikstofonderzoek plaatsgevonden, ook voor de bouwfase. Ondanks de kleine toename van stikstofdepositie is op basis van ecologische gegevens onderbouwd dat het plan uitvoerbaar is. Veel veranderingen in verkeersstromen betekent een geluidsonderzoek naar verkeerslawaai (bestaande wegen waar het mogelijk drukker wordt, de nieuwe brug, geluid bij bestaande en nieuwe woningen). De geluidsbelasting voldoet niet aan de voorkeursgrens, maar wel aan de maximale waarden van de Wet geluidshinder waardoor een goede woonkwaliteit mogelijk is in de nieuwe wijk en er ontstaan geen grote problemen bij de bestaande woningen. Het plangebied maakt deel uit van een industrieterrein en heeft een bedrijfsbestemming. De Omgevingsdienst voert een onderzoek uit naar de geluidscontour. Corbion maakt zich zorgen over eventuele klachten uit de nieuwe wijk die invloed kunnen hebben op de bedrijfsvoering. Er wordt uitgegaan van de huidige vergunningen en daarbij zijn geen risico’s geconstateerd. Zij toont de kaart van het bestemmingsplan. De Lingebrug is opgenomen conform de huidige variant. De woonblokken zijn vastgelegd in het plan met 5 meter ruimte zodat de architect nog kan schuiven. Onder het woonvlak wordt het parkeren met ondergrondse parkeerkelders gefaciliteerd.
Over de doorsteek in de dijk om de wijk te verbinden wordt nog overlegd met het Waterschap. Op de huidige locatie van de Nettorama zijn 12 grondgebonden woningen ingetekend. Zij denkt dat de participatie voor dit deel achterloopt op de participatie rondom het stedenbouwkundig plan Lingeoevers, maar omdat het bestemmingsplan nog niet is vastgesteld zijn er nog kansen om dit op te pakken. Zij gaat nader in op de planning. Het conceptontwerpbestemmingsplan ligt voor bij de wettelijke overlegpartners (Waterschap, Provincie, Gasunie, et cetera). Het voornemen is om het ontwerpbestemmingsplan voor het einde van dit jaar ter inzage te leggen. Direct daarna wordt één en ander op participatieavonden nader toegelicht waarna de definitieve vaststelling volgt in het tweede kwartaal van 2024. De heer De Jong geeft aan dat hij zich afgelopen zaterdag uitgebreid heeft laten informeren door Corbion. De informatie die hij kreeg heeft hem gerustgesteld. Hij informeert hoe reëel de start van het plan begin 2025 is (sloop, bestemmingsplan, bouw). Voorts informeert hij naar het aantal parkeerplaatsen. Hij beaamt dat het groen dat overblijft in de Lingewijk summier is en vraagt wat er nog mogelijk is. Mevrouw Lammens antwoordt dat de ontwikkelaar over de start van de bouw gaat.
Mevrouw Trouwborst vult aan dat planning zeker ambitieus is, het hangt vooral samen met hoe de handen op elkaar gekregen kunnen worden voor een goede woonwijk met een goede verkeersafwikkeling en alle aspecten die daarbij horen om de start van de bouw in 2025 te behalen.
Parallelsessie I&O, Ontwerp bestemmingsplan en stedenbouwkundig plan woningbouw Arkelsedijk-Lingeoevers, 12 oktober 2023
Mevrouw Lammens vervolgt dat het reguliere aantal parkeerplaatsen conform de norm is opgenomen. Mevrouw Pellikaan vraagt waar de bezoekers van de supermarkt en de geplande horeca gaan parkeren. Mevrouw Lammens antwoordt dat er voldoende parkeerplaatsen bij de supermarkt worden aangelegd. Tussen de bouwvlakken komt een groene aankleding. Mevrouw Trouwborst vult aan dat er 40% volle grond in het plan is opgenomen om met name de groene ontwikkeling te stimuleren. Mevrouw Van Oversteeg merkt op dat er best veel dure woningen zijn opgenomen die in de huidige markt de ontwikkeling zouden kunnen belemmeren. Zij verzoekt daarom de verschillende segmenten nader te duiden en aan te geven in hoeverre dit is getoetst aan de behoefte en marktomstandigheden. Zij begrijpt dat er wordt gewerkt met bouwvlakken, dit geeft zekerheid, maar tegelijkertijd wordt hiermee de flexibiliteit voor de uitvoering beperkt. Zij informeert of hier wellicht wat meer ruimte geboden moet worden door een wat globaler plan vast te stellen zodat dit wat flexibiliteit geeft in de uitvoering. Mevrouw Lammens reageert dat een flexibeler plan maakt dat een plan gedurende de realisatieperiode aangepast kan worden, maar wijst op het voornemen om het plan in zijn geheel te realiseren. Voor de omgeving zijn de positionering van de gebouwen en de doorzichten duidelijk.
De verdeling over sociaal, middenhuur, et cetera is niet in het bestemmingsplan opgenomen. Mevrouw Trouwborst vult aan dat het bestemmingsplan al enige flexibiliteit geeft in de positionering van de gebouwen. Over de hoogte is met bewoners gesproken die graag de doorkijk zo veel mogelijk willen behouden. Het is de bedoeling om de wijk in één keer te realiseren, maar als het nog enkele jaren duurt voordat de bouw start, kan de markt er heel anders uitzien. De woonbehoeften van Gorinchem zijn in kaart gebracht. Met de gemeente zijn afspraken gemaakt over sociale woningen en betaalbare woningen. De anterieure overeenkomst is vertaald naar de huidige regelgeving (gereguleerd stelsel middenhuur). Dit leidt tot 60% betaalbare woningen. Wijzigingen binnen de gestelde kaders blijven mogelijk. Mevrouw Van Oversteeg verzoekt om schriftelijk een nadere duiding van de verschillende segmenten en prijsklassen te verstrekken. Zij informeert wanneer één en ander met de gemeente is afgestemd. De plannen van de minister zijn haar bekend (1/3 corporatie/sociale woningen, 1/3 betaalbaar en 1/3 vrij/dure segment), maar zij ziet de stevigere doelstelling ten aanzien van sociale huur niet terug. De markt in het hoge segment beweegt moeizaam, zeker bij appartementen. Als deze onvoldoende verkocht worden, kan het zijn dat de realisatie onder druk komt.
De heer Osenga licht toe dat het woningbouwprogramma is gebaseerd op de kaders die de raad in het verleden heeft vastgesteld, onder andere 10% sociale huur en woningbouwtypes die met een bandbreedte zijn aangegeven om te kunnen schuiven als daar noodzaak toe is. Mevrouw Van Oversteeg geeft aan dat daarmee haar vraag niet is beantwoord en stelt voor om een overzicht van de segmenten te verstrekken zodat zij één en ander kan beoordelen. De voorzitter ziet dat er instemmend wordt geknikt. De heer Le Noble vraagt wat er verandert aan de samenstelling van de wijk als de planning wordt gevolgd. Hij vreest dat de doorsteek voor extra verkeersbewegingen ervoor gaat zorgen om met de auto naar de supermarkt te gaan. Hij wijst op het streven naar 40% groen en informeert of er ook groen op de daken is gepland. Hij heeft eerder aandacht gevraagd voor de overkant van de Linge. Mensen kijken straks uit op een niet zo mooi deel Parallelsessie I&O, Ontwerp bestemmingsplan en stedenbouwkundig plan woningbouw Arkelsedijk-Lingeoevers, 12 oktober 2023
met grote gebouwen en daarom stelde hij voor om een bomenrij te plaatsen. Dit heeft hij niet teruggezien in de presentatie en er is ook niet over teruggekoppeld. Mevrouw Trouwborst antwoordt dat het kwaliteitsteam naar verschillende groenoplossingen kijkt. Zij is het eens dat altijd beter is om op iets fraais uit te kijken dan op iets minder fraais. De heer Osenga vult aan dat de ontsluiting plaatsvindt via de aantakking op de nieuwe Lingebrug. De supermarkt met bijbehorende parkeervoorziening bevindt zich aan het begin van het plangebied. Met de doorgang wordt een route voor dagelijkse boodschappen gefaciliteerd. Mevrouw Pellikaan merkt op dat op de fiets naar de supermarkt gaan voor veel mensen niet realistisch is en verzoekt om de route vanuit de Lingewijk naar de Nettorama wat meer te duiden voor ouderen en mensen die slecht ter been zijn. De heer Osenga geeft aan dat de doorgang toegankelijk is voor deze doelgroepen en bijvoorbeeld kinderwagens met aangepaste hellingspercentages. De heer Le Noble begrijpt dat de supermarkt eigenlijk dichterbij Wijdschild ligt dan bij de Lingewijk. De heer Osenga vervolgt dat één en ander met een tekening nader aangeduid wordt. De heer Oostrum is enthousiast over het stedenbouwkundig plan.
Hij heeft eerder aangegeven dat er wat meer met hoogtes gespeeld zou kunnen worden, maar denkt dat dit onmogelijk is binnen de eisen van het bestemmingsplan. Hij ziet de beantwoording over de woonsegmenten graag tegemoet. Complimenten voor het plan. De heer Klein vraagt ten aanzien van de parkeerruimte of dit 0,8 per woning is. In de Haarwijk is het mogelijk om de norm op te rekken als dit nodig is. Hij vraagt of daar in dit plan ook ruimte voor is. Hij wijst op de inbreng van inspreker die specifiek informeerde naar de huidige locatie van Nettorama waar geen 40% groen is ingetekend. Hij begrijpt dat er wel ruimte is om groen terug te brengen in het oude deel van de Lingewijk. Mevrouw Lammens verduidelijkt dat het percentage van 40% betrekking heeft op de nieuwe wijk. Voor de huidige locatie van Nettorama is nog geen ontwerp gemaakt. De heer Klein vraagt waarom dit dan wel geel wordt ingekleurd. Mevrouw Lammens vervolgt dat geel een woonbestemming inhoudt, maar daar passen groen in de openbare ruimte en tuinen ook binnen. De bouwvlakken zijn kleiner. De heer Klein veronderstelt dat groen in een voortuin niet het groen is waar de bewoners naar op zoek zijn, maar dat is een discussie voor later. Hij twijfelt aan de flexibele omschrijving die wordt gegeven aan het bestemmingsplan.
Mevrouw Pellikaan vraagt of de raad nog invloed kan uitoefenen op de kaders voor de ontwikkeling op de oude locatie van de Nettorama, zoals het percentage groen. De heer Osenga antwoordt dat deze locatie en het groen worden opgenomen in het bestemmingsplan dat in de loop van volgend jaar aan de raad wordt voorgelegd. Mevrouw Lammens geeft aan dat een bouwaanvraag wordt getoetst aan het parkeerbeleid en het type woning. Hieraan kan voldaan worden qua ruimtegebruik in het bestemmingsplan.
Parallelsessie I&O, Ontwerp bestemmingsplan en stedenbouwkundig plan woningbouw Arkelsedijk-Lingeoevers, 12 oktober 2023
Mevrouw Veldheer informeert of het lage gebouwtje deel uitmaakt van het erfgoed van De Vries Robbé. Mevrouw Lammens antwoordt bevestigend. Geprobeerd wordt om hetgeen wat cultuurhistorisch waardevol is te behouden. Mevrouw Trouwborst vult aan dat er binnenkort een gesprek volgt met de afdeling Erfgoed van de gemeente om te bezien op welke wijze hier vorm aan gegeven wordt. De heer Bahlmann heeft geen toevoegingen op hetgeen door de voorgaande sprekers naar voren is gebracht. Mevrouw Pellikaan wijst op grote zorgen vanuit de bewoners die vrezen voor een bouwput vanwege de andere ontwikkelingen in de wijk (aanrijdroutes bouwverkeer, de huizen zijn niet onderheid). Zij informeert hoe de integraliteit geborgd wordt, naar afstemming over de verkeersoverlast en het opstellen van een bouwrapport voor de woningen. Voorts vraagt zij of de netcongestie gevolgen heeft voor deze ontwikkeling en voor welke energiebron wordt gekozen (is er ruimte voor een warmtenet). Mevrouw Trouwborst moet het antwoord over het warmtenet schuldig blijven. De netcongestie is bekend, de vraag daarbij is of dit contractueel of feitelijk is, maar zij beaamt dat hier rekening mee gehouden moet worden. Desgevraagd geeft zij aan dat men zich daar op dit moment geen zorgen over maakt. De voorzitter vult aan dat in verband met netcongestie informatie is aangereikt dat dit geen problemen oplevert voor woningbouw.
De heer Osenga geeft aan dat de routes voor het bouwverkeer met de ontwikkelaar afgestemd worden zodat dit op een veilige manier gebeurt. De aannemer van de ontwikkelaar maakt een inschatting van het risico voor de huizen die niet onderheid zijn. Als er een risico wordt gezien, volgt een nader onderzoek. Mevrouw Pellikaan pleit voor een ombudsfunctie vanuit de gemeente om bewoners bij te staan als zij vragen of zorgen over hebben om te voorkomen dat zij tegenover een ontwikkelaar komen te staan als er schade aan woningen ontstaat. Zij vraagt of de aannemers van de verschillende ontwikkelaars ook met elkaar afstemmen wat er op de wijk afkomt. Wethouder Molengraaf weet niet precies hoe de ombudsfunctie wordt voorgesteld, maar bespreekt deze zorg in het college met de portefeuillehouders die over de ontwikkelingen gaan (wethouder De Boer voormalige locatie Wellant College en wethouder Mager project Arkelsedijk). De voorzitter biedt inspreker gelegenheid om een slotreactie te geven. De heer Blonk herhaalt het grootste punt van zorg; met een voorontwerpbestemmingsplan wordt de inspraak overgeslagen. Het gesprek wordt aangegaan als het ontwerpbestemmingsplan ter inzage ligt. Hij is van mening dat er op deze manier geen sprake is van inspraak, er zijn dan alleen enkele ondergeschikte wijzigingen mogelijk.
De wijk wordt weer voor een voldongen feit geplaatst, er wordt niet geluisterd, het plan is al gemaakt, de wijk mag hooguit nog een boompje uitzoeken. De wijk wordt op deze manier gedwongen om straks te gaan procederen en dat is bijzonder jammer. De heer Osenga reageert dat de inspraak heeft plaatsgevonden op grond van het stedenbouwkundig plan op een manier die uitgebreider was dan bij andere ontwikkelingen binnen de gemeente. Hij is van mening dat er ruimte is geboden om inbreng te leveren.
Parallelsessie I&O, Ontwerp bestemmingsplan en stedenbouwkundig plan woningbouw Arkelsedijk-Lingeoevers, 12 oktober 2023
De voorzitter stelt voor om na het sluiten van de vergadering te bekijken hoe Wijkbelang Lingewijk alsnog betrokken kan worden in het proces. Mevrouw Trouwborst vult aan dat de participatiesessies zijn begonnen samen met Wijkbelang om te bekijken op welke wijze de participatie vormgegeven zou worden. Dit heeft vervolgens tot drie sessies geleid die ook met Wijkbelang zijn geëvalueerd. Zij vindt het spijtig dat inspreker deze gevoelens heeft maar de inzet blijft om inhoudelijk met elkaar over het plan te praten. Er zijn wel wijzigingen aangebracht ten opzichte van de allereerste versie. De voorzitter ziet dit als een poging om tot toenadering te komen. Hij verwacht dat informatie die is toegezegd (duiding en toelichting op de segmenten en hoe dit zich verhoudt in relatie tot andere woningen in de Lingewijk en een tekening van de ontsluiting richting de supermarkt vanaf de bestaande Lingewijk) voor de vaststelling van het bestemmingsplan met de raad gedeeld wordt. Het bestemmingsplan wordt in het tweede of derde kwartaal van 2024 ter besluitvorming voorgelegd. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.
Parallelsessie I&O, Ontwerp bestemmingsplan en stedenbouwkundig plan woningbouw Arkelsedijk-Lingeoevers, 12 oktober 2023
Parallelsessie Informatie en Ontmoeting 12 oktober 2023 Omgevingsplan Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Fracties: Portefeuillehouder: Ambtelijk: Notulen:
de heer N. van Santen mevrouw J. den Uyl Stadsbelang-CDA-PvdA-VVD-D66-ChristenUnie/SGP-Gorcum Actief de heer M. de Boer de heer M. Snel en mevrouw L. Nijenhuis notulistenbureau Leeuwenburgh-Vendrig
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Omgevingsplan De invoering van de Omgevingswet vereist van gemeenten om hun huidige beleidsinstrumenten, zoals de bestemmingsplannen en verordeningen, op te nemen in een nieuw instrument; het omgevingsplan. Voor deze overgangsperiode heeft een gemeente tot 2032. Deze tijd hebben we ook hard nodig om deze grote opgave te kunnen volbrengen. Bij deze omzetting zijn keuzes te maken die in het transitieplan zijn uitgewerkt. Wethouder De Boer leidt de bespreking in. Hij toont een infographic over de Omgevingswet in Gorinchem en licht deze toe. Vanavond gaat het over de transitie naar het omgevingsplan. Er wordt gebiedsgericht en themagericht gewerkt. Hij geeft vervolgens een presentatie (beschikbaar op iBabs). Tot 2032 is er tijd om alle zaken met betrekking tot de fysieke leefomgeving om te zetten naar een omgevingsplan. Het omgevingsplan is een kader voor het afgeven van vergunningen. Op 1 januari is er een omgevingsplan van rechtswege, een combinatie van de bestaande bestemmingsplannen en verordeningen. De heer Krol merkt op dat een deel van de plaatselijke verordeningen niet meegenomen wordt in het omgevingsplan en vraagt welke dat zijn.
De heer Snel licht toe dat dit verordeningen zijn die niet specifiek op de fysieke leefomgeving betrekking hebben, bijvoorbeeld verordeningen met betrekking tot de veiligheid. Er blijft wat algemene regelgeving over van de gemeente die los staat van het omgevingsplan. Wethouder De Boer vervolgt de presentatie. Het transitieplan is iets voor de komende jaren. Het laat zien hoe we omgaan met nieuw beleid. De plaats van het omgevingsplan in de beleidscyclus wordt getoond. De heer Van der Meijden vraagt naar de omgevingsvisie in het kader van de beleidscyclus. Wanneer vindt de besluitvorming over de verschillende onderdelen plaats? Wethouder De Boer antwoordt dat eerst de visie, dan de programma’s en daarna het omgevingsplan aan de orde komen. Hij noemt het een treintje doorlopen. Als een initiatiefnemer met een groot plan komt moet je dat ook kunnen wegen. Als het niet past in een bestemmingsplan dan ga je toetsen aan de omgevingsvisie als die is vastgesteld. De heer Van der Meijden merkt op dat er nog geen besluitvorming is geweest over de omgevingsvisie.
Parallelsessie I&O Omgevingsplan, 12 oktober 2023
Wethouder De Boer antwoordt dat een aantal zaken voor 1 januari geregeld moet worden. Vlak voor het eind van het jaar moet de visie vastgesteld worden en vervolgens omgevingsprogramma’s en omgevingsplannen. Het gaat nu vooral om het tijdpad. Vanaf 1 januari moet er wel een omgevingsplan liggen van rechtswege, maar dat wordt vervolgens vernieuwd. Het transitieplan wordt toegelicht; de omgevingsvisie is leidend. De transitie volgt het ritme van de gebiedspaspoorten. Van alle juridische regels worden bijbehorende toepasbare regels gemaakt. Dat is ook bedoeld voor een beter niveau van dienstverlening voor de inwoners. Mevrouw Van Gorkom vraagt of het voor initiatiefnemers ook makkelijker wordt om te kijken wat er mogelijk is op locaties. Wethouder De Boer bevestigt dit. De invoeringsstrategie is vernieuwend. Mevrouw Van Gorkom vraagt of ook samengewerkt kan worden met omliggende gemeenten in het kader van de vernieuwende visie. De wethouder zegt dat hij veel collega’s spreekt. Hij wil ook wel omgevingsvisies naast elkaar leggen en kijken naar de onderlinge samenwerking. Hij neemt de suggestie mee. Hij schetst de invoeringsstrategie, het vullen van het omgevingsplan, ook met nieuwe thema’s die nog niet juridisch verankerd zijn. De heer Van der Meijden noemt de bruidsschat. Dat betreft een aantal regels die van het rijk naar de gemeente gaan.
Bijvoorbeeld voor geluid lucht en milieu krijgen we die nog aangeleverd. Waarom doen we dit niet bij de start. In welk plan is de goede inzet om daarop in te zetten. Bij de omgevingsvisie of later? Wethouder de Boer antwoordt dat het over externe veiligheid, geluid, geur gaat. Daar zijn nu regels voor en die worden overgezet in het omgevingsplan. Er is geen aanleiding om deze nu te wijzigen. In 2024 gaan we daar naar kijken. We kunnen daar zelf keuzes in maken. De omgevingsvisie moet wel vastgesteld worden. Het college moet dan wel uitwerkingen kunnen maken in een programma. De wethouder schetst de wijze van omzetting. Transitie per gebied, per thema of gecombineerd. Hij toont de acht gebieden in het grondgebied die zijn gedefinieerd die vergelijkbare eigenschappen hebben. Ook schetst hij de thema’s die aangepakt gaan worden. De heer Kuijten vraagt naar aanleiding van de thema’s naar openbare orde en veiligheid, calamiteitenverkeer GGD / GGZ. Maken die hiervan onderdeel uit? Mevrouw Nijenhuis licht toe dat er een verschil blijft tussen thema’s die in de APV geregeld zijn, juist omdat die een verantwoordelijkheid zijn van de burgemeester, en regels die betrekking hebben op de fysieke regelgeving. De heer Kuijten vraagt hoe dan geborgd wordt dat aanrijroutes voor het calamiteitenverkeer open blijven.
Mevrouw Nijenhuis zegt dat dit in de bestaande regelgeving geregeld is en dat blijft ook zo. Er is ook altijd samenwerking met de ketenpartners die er nauw bij betrokken zijn. De heer Van der Meijden vraagt met betrekking tot de omgevingsvisie en thema’s in het kader van veiligheid of er principes zijn hoe een gebied ingericht wordt rekening houdend met veiligheid. Komt dat ergens terug in als het gaat om de ruimtelijke kwaliteit? Mevrouw Nijenhuis zegt dat elementen van veiligheidsperceptie bij specifieke ontwikkelingen meegenomen worden. Er kunnen ook eisen aan bebouwing gesteld worden. Per 1 januari wordt ook de Wet Kwaliteit Borging Bouwwerken ingevoerd. Dat wordt getoetst door het rijk. Wethouder De Boer vervolgt zijn presentatie en gaat nader in op de gebieden. Mevrouw Van Gorkom vraagt of de kaart een dynamisch document is en weer aangepast kan worden. Wethouder De Boer bevestigt dit. Voor de eerste twee jaar is dit een gedetailleerde planning voor wat we gaan doen. Als er nieuwe activiteiten komen kan het aangepast worden.
Parallelsessie I&O Omgevingsplan, 12 oktober 2023
Vervolgens gaat hij in op het tempo. Ieder jaar is het de bedoeling twee gebieden om te zetten naar een omgevingsplan. Dat is een uitdaging. In de perspectiefnota is extra budget aangevraagd voor uitbreiding van de capaciteit. Tussentijds wordt geëvalueerd of het voldoende is. De fasering wordt toegelicht. Belangrijk is dat tijdens de transitie “de winkel open blijft”. Het wijzigen van een omgevingsplan is heel anders dan het maken van een bestemmingsplan. Dat komt door de samenhang van parallelle wijzigingen en integrale regelgeving. Regie is dus belangrijk. Het stappenplan wordt getoond. De domeinafspraken tussen college en raad worden toegelicht. Ketenpartners worden vanaf het begin in het proces betrokken. De heer Snel licht toe dat de gemeente vrij is in de inrichting van het omgevingsplan. De voorzitter bedankt voor de presentatie en inventariseert of er vragen zijn. De heer Krol noemt het tempo en de fasering. De transitie loopt tot 2032 maar als twee gebieden per jaar omgezet worden dan zijn we in 2029 klaar. Is er dus speling ingebouwd? Wethouder De Boer bevestigt dit. Het is een nieuw proces, dus we zullen tegen onverwachte dingen aanlopen. Er is bewust wat ruimte ingebouwd. De heer Kuijten is benieuwd naar het schema over de verwevenheid tussen thema’s en gebieden. De heer Snel licht toe dat alleen de rode kleur belangrijk is.
De thema’s spelen overal maar het is rood aangegeven als het erg nadrukkelijk aan de orde is. Dit zal in de tekst nader toegelicht worden. Mevrouw Hamann merkt op dat in 2026 het erfgoed aan de orde komt; waarom kan dat niet in 2024? Mevrouw Nijenhuis antwoordt dat gekozen is voor een gecombineerde aanpak. Erfgoed is in 2026 aan de beurt omdat in die periode ook de binnenstad aan de orde komt. Dan kan het direct toegepast worden. Ook wordt er gewerkt aan erfgoedbeleid. Maar in 2026 wordt het concreet gemaakt. De voorzitter stelt vast dat er geen vragen of opmerkingen meer zijn. De raad is goed bijgepraat. Er komt op 16 november nog een B&A en behandeling in de raad vindt plaats in december. Toegezegd is dat een en ander ook met omliggende gemeenten besproken wordt. Ook wordt het schema over verwevenheid van thema’s en gebieden verduidelijkt. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.
Parallelsessie I&O Omgevingsplan, 12 oktober 2023
Parallelsessie Informatie en Ontmoeting 12 oktober 2023 Participatie onder de Omgevingswet Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Fracties: Portefeuillehouder: Ambtelijk: Notulen:
de heer N. van Santen mevrouw J. den Uyl Stadsbelang-CDA-PvdA-VVD-D66-Gorcum Actief de heer M. de Boer mevrouw R. Kraaijeveld notulistenbureau Leeuwenburgh-Vendrig
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Participatie onder de Omgevingswet Vanaf 1 januari 2024 gaat de Omgevingswet in. De Omgevingswet vraagt om vaststelling van Participatie onder de Omgevingswet. Participatie onder de Omgevingswet houdt in dat burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden in een vroegtijdig stadium bij de besluitvorming over visies, plannen, programma’s en projecten in de fysieke leefomgeving worden betrokken, of dat deze partijen zelf initiatief nemen voor ontwikkelingen in de leefomgeving. Participatie is dus meer dan de formele momenten, waarop burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties, zienswijzen kunnen indienen. Het betreft juist het betrekken van partijen bij het besluitvormingsproces voordat de formele besluitvorming van start gaat. Het huidige Participatiebeleid “Gorcums Samenspel” heeft dit niet opgenomen. In het kader van nadere uitwerking is de Nota participatiebeleid onder de Omgevingswet opgesteld. Daarnaast vragen we ook aan initiatiefnemers om participatie toe te passen. Om hen op weg te helpen en richtlijnen mee te geven is het Handboek Participatie voor Initiatiefnemers opgesteld. De voorzitter merkt op dat een aantal raadsleden nog niet aanwezig zijn aangezien een sessie in de raadzaal wat uitloopt.
De aanwezigen geven te kennen dat zij graag willen beginnen met de bespreking. Wethouder De Boer geeft een presentatie (beschikbaar op iBabs). De omgevingsvisie wordt uitgewerkt in programma’s. Stedelijk programmeren gaat over projecten en het omgevingsplan gaat over regels en is een kader voor het verlenen van omgevingsvergunningen. Onder de Omgevingswet gaat participatie op een andere manier plaatsvinden. De heer Roeland vraagt nadere informatie over de digitalisering. Wethouder De Boer licht toe dat er een landelijk digitaal netwerk komt per 1 januari 2024 (DSO, Digitaal Stelsel Omgevingswet). De organisatie is hier klaar voor. Bij de participatie onder de Omgevingswet gaat het met name om het in een eerder stadium belanghebbenden betrekken bij de besluitvorming. De gemeente heeft al een participatiebeleid en dat is vertaald naar de eisen van de Omgevingswet. Er is ook een handboek ontwikkeld voor initiatiefnemers. De wethouder gaat nader in op de motiveringsplicht, de kennisgeving en aanvraagvereisten. Vervolgens licht hij de uitgangspunten voor de participatie toe.
Parallelsessie I&O Participatie onder de Omgevingswet, 12 oktober 2023
De heer Koçak merkt op dat communicatie evident is richting initiatiefnemers en participanten. Daar moet veel aandacht aan besteed worden, zeker richting participanten, initiatiefnemers en burgers. Wethouder De Boer bevestigt dat communicatie een belangrijk onderdeel is van participatie. Zij zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Mevrouw Van Gorkom vraagt voor wie de motiveringsplicht geldt en aan wie die moet worden afgelegd. Wethouder De Boer antwoordt dat dit bij de initiatiefnemer aan de orde is, de gemeente toetst die als vergunningverlener. Uiteindelijk blijft ook de bezwaarprocedure open staan. De heer Kuijten vraagt of de toetsing ook door een gecertificeerd burgerforum zou kunnen plaatsvinden? Wethouder De Boer antwoordt dat hij daar zijn gedachten over zal laten gaan. De wethouder gaat nader in op de instrumenten omgevingsvisie, programma’s en omgevingsplan. Op programma-niveau wordt al in gesprek gegaan met alle belanghouders. De heer Van Veen zegt dat aan het begin van het proces het nog wel erg abstract zal zijn; hij vraagt of dat geen belemmering kan zijn. Wethouder De Boer licht toe dat er toch een goed gesprek over kan plaatsvinden; vanuit het gebied kan dan een aantal kaders meegegeven worden voor toekomstige plannen.
De heer Koçak merkt op dat participatie maatwerk zou zijn; wordt dit allemaal verwerkt in een omgevingsplan? Is daar een blauwdruk voor of is het vrijblijvend? (De heer Van der Meijden sluit aan bij de vergadering.) Wethouder De Boer zegt dat als een omgevingsvergunning wordt aangevraagd die past in het omgevingsplan, er toch sprake kan zijn van een zekere impact die besproken moet worden met de omgeving. Het is nooit vrijblijvend. Participatie is de norm. De raad stelt uiteindelijk het participatiebeleid onder de Omgevingswet vast. De heer Koçak vraagt of er ook een handboek is voor participanten/inwoners? De inwoners moeten wel goed kunnen begrijpen hoe het werkt. Wethouder De Boer licht toe dat het ligt bij initiatiefnemers en het instrumentarium; bij ingrijpende besluiten over de uitwerking van de omgevingsvisie geldt de motiveringsplicht. Dan moet duidelijk gemaakt worden hoe alle belanghebbenden meegenomen zijn in het proces. Communicatie is in dit kader ook erg belangrijk. Mevrouw Van Gorkom vindt het lastig om de rol van de inwoner te plaatsen; heeft die ook een motiveringsplicht als hij een initiatiefnemer is? Wethouder De Boer antwoordt dat dan hetzelfde handboek geldt. Er moet participatie plaatsvinden. Bij het aanpassen van een omgevingsplan komt er ook een startnotitie naar de raad als het grote impact heeft.
Het overzicht van verplichte participatie is aan de orde bij BOPA, (buitenplanse omgevingsplan activiteit). Bij een omgevingsplan activiteit die wel in het omgevingsplan is participatie wel gewenst maar niet verplicht. De heer Van der Meijden begrijpt dat voor de verplichte participatie zowel een regulier participatieplan is of een startnotitie. De Boer licht toe dat op cruciale momenten een startnotitie verschijnt, als de kader stellende rol ingevuld wordt bijvoorbeeld bij omgevingsvisie en omgevingsprogramma en als er sprake is van een project met een grote impact.
Parallelsessie I&O Participatie onder de Omgevingswet, 12 oktober 2023
Het handboek participatie voor initiatiefnemers is aan de stukken toegevoegd. Het gaat altijd om maatwerk. Mevrouw Van Gorkom vraagt of er ook al over deze participatie gecommuniceerd wordt naar toekomstige participanten. Wethouder De Boer antwoordt dat dit nog niet gebeurt want het moet nog vastgesteld worden. Maar als er nieuwe aanvragen binnenkomen dan wordt er al zoveel mogelijk in de geest van de Omgevingswet geopereerd. Het handboek moet nog vastgesteld worden. De heer Kuijten vraagt of met potentiële aanvragers gecommuniceerd wordt dat wanneer zij nu een plan indienen het niet meer onder de WRO afgehandeld moet worden. Als dat niet zo is dan kan er eind van het jaar een plan ingediend worden dat nog onder de WRO afgehandeld moet worden. Mevrouw Kraaijeveld antwoordt dat op de website informatie over de overgangsfase is vermeld. De heer Kuijten vraagt zich af of dit voldoende is. Wethouder De Boer licht toe dat vanaf 1 oktober met initiatiefnemers in gesprek gegaan wordt om volgens het nieuwe regiem te gaan werken. De heer Koçak verwijst naar het transitieproces en zegt dat er breder gecommuniceerd kan worden. Hij vraagt of er al intaketafels zijn geweest. Wethouder De Boer zegt dat hierover breed gecommuniceerd kan worden maar ontwikkelaars die iets willen, weten de gemeente wel te vinden.
In een vroeg stadium vindt er al overleg plaats met partijen in de stad die iets willen ondernemen. (Mevrouw Hamann sluit aan bij de vergadering.) De wethouder licht nader toe dat de omgevingsvergunning valt onder het overgangsrecht. Als het om bestemmingsplannen gaat, dan gelden de lange termijnen en vanaf 1 oktober worden die niet in behandeling genomen. Mevrouw Kraaijeveld zegt dat intaketafels plaatsvinden op basis van een verzoek. De voorzitter informeert of er nog vragen zijn. De heer Van der Meijden merkt op dat er nu een handboek en een voorstel voor participatie onder de Omgevingswet aan de orde is. Waarom is dat apart geregeld van het reguliere participatiebeleid? Nu het reguliere participatiebeleid Gorcums Samenspel wordt geëvalueerd, kan dan in de toekomst al het participatiebeleid in één document gevat kan worden zodat het voor de burgers duidelijk is dat participatie voor elk beleidsterrein op dezelfde manier verloopt. Wethouder De Boer zegt dat de participatie onder de Omgevingswet een nadere uitwerking van het participatiebeleid is. Het is niet losgekoppeld maar zit in het verlengde ervan. Bij de evaluatie kan gekeken worden of dat zijn weerslag heeft op deze regels. De heer Koçak merkt op dat het participatiebeleid in 2021 is vastgesteld als basis. Hoe verhoudt zich dat dan tijdens de uitvoering.
Wethouder De Boer zegt dat het vastgestelde participatiebeleid als uitgangspunt is gehanteerd. Gekeken is wat er aanvullend nodig is vanwege de Omgevingswet. Bijvoorbeeld de initiatiefnemer is straks verantwoordelijk voor de participatie. De voorzitter stelt vast dat de raad goed is bijgepraat en dat er geen vragen meer zijn. Er komt nog een B&A op 23 november en behandeling in de raad is op 30 november. De wethouder zal in de B&A nog terugkomen op de vraag of de toetsing van de participatie zou kunnen plaatsvinden door een burgerplatform of een wijkraad.
Parallelsessie I&O Participatie onder de Omgevingswet, 12 oktober 2023
Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.
Parallelsessie I&O Participatie onder de Omgevingswet, 12 oktober 2023
Parallelsessie Beraad en Advies 12 oktober 2023 Fase 2 Warmtenet Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Fracties: Portefeuillehouder: Ambtelijk: Notulen:
de heer N. van Santen mevrouw J. den Uyl Stadsbelang-Democraten Gorinchem-CDA-PvdA-VVD-D66ChristenUnie/SGP-Gorcum Actief de heer M. de Boer de heer B. den Toom notulistenbureau Leeuwenburgh-Vendrig
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Fase 2 Warmtenet Bespreken raadsvoorstel Z/20/676656/D-882906 ten aanzien van Warmtenet Gorinchem aangaande de rolneming van de gemeente. “De volgende fase van het warmtenet Gorinchem met een faciliterende rol vanuit de gemeente te ondersteunen”. Wethouder De Boer verwijst naar de I&O waarin de raad is bijgepraat over het warmtenet. In het raadsvoorstel wordt er niet echt iets gevraagd van de raad. Het college heeft geconcludeerd dat hiervoor geen raadsbesluit nodig is. Hij licht de rolverdeling tussen college en raad toe. Het raadsvoorstel wordt dan ook ingetrokken. De agendacommissie is dit voorgelegd en heeft besloten deze B&A sessie wel gewoon te willen houden. De raad zal overigens door het college op de hoogte gehouden worden. De raad wordt ook uitgenodigd voor een rondleiding in de Gildewijk. De voorzitter zegt dat de opzet vanavond iets anders wordt dan verwacht. Na te hebben geconcludeerd dat niemand over het proces het woord wil, geeft hij de aanwezigen gelegenheid het woord te voeren. De heer Kuijten complimenteert het college met de voortvarendheid in het kader van het implementeren van het warmtenet. Hij verwijst naar de I&O. Er is nu geen politiek debat maar hij heeft wel enkele aandachtspunten. Hij noemt de grootgebruikers in relatie tot het elektriciteitsnet.
Het zwembad zou aangesloten moeten worden op het warmtenet. Over het ziekenhuis zegt hij dat de gemeente zich in dit kader als facilitator moet opstellen. Zijn grootste wens is om de milieucoaches maximaal te faciliteren voor de arrangementen voor de particuliere woningen. De heer Bahlmann sluit zich aan bij de aandachtspunten van de heer Kuijten, mede gezien de berichtgeving van Stedin. Het voorstel met betrekking tot de rondleiding neemt hij graag aan. Het informeren en ondersteunen van de milieucoaches raadt hij ook graag aan. Mevrouw Van Gorkom zegt dat de VVD verder wil gaan met het verduurzamen van de stad. Zij vraagt of aansluiting van het zwembad te veel van het warmtenet zou vragen. Zij maakt zich zorgen over de effectiviteit van het warmtenet. Al vaker is geinformeerd naar de eindafrekening voor de bewoners; dat is nog niet duidelijk. Zij vraagt dit volgend jaar te bespreken en zegt dat de bewoners niet de dupe mogen worden van deze plannen.
Parallelsessie B&A Fase 2 Warmtenet, 12 oktober 2023
De heer Le Noble complimenteert het college met het voorstel. De communicatie is in dit kader erg belangrijk. De gemeente is goed bezig met het warmtenet. Hij noemt de woonlasten neutraliteit en zegt dat als HVC zich goed opstelt, de neutraliteit gewaarborgd is. Als over het algemeen de energiekosten stijgen dan kan de neutraliteit relatief gezien worden. De heer De Jong complimenteert het college met de voortgang. Hij geeft ook complimenten voor het verslag van de I&O. De zomers worden warmer en de winters worden natter. Is het technisch mogelijk om de warmte van de zomer op te slaan zodat daar in de winter gebruik van gemaakt kan worden? De heer Oostrum zegt dat in de vorige periode de PvdA al trots was op het college. Ook nu geeft hij complimenten aan de wethouder voor zijn voortvarendheid in het kader van de verduurzaming. Hij heeft nog wel een vraag aan Poort6. Er worden woningen gesloopt; hij vraagt of de uitplaatsing van de bewoners niet vertragend kan werken. De heer Van Willigen vindt het fijn dat er gelegenheid is om te reageren. Er wordt in de stukken gesproken over een sociaal zwakkere wijk; hij vindt het niet prettig om deze aanduiding in een voorstel te lezen. Er kan overigens wel iets aan die sociale zwakte gedaan worden via het contact met de bewoners dat nu in het kader van de aansluiting bij het warmtenet aan de orde is.
Bewoners worden ontzorgd door betaalbare maatregelen aan te bieden door Poort6. Zoiets zou ook voor de eigenaren bedacht moeten worden. De voorbeeldfunctie van de gemeente wordt ook genoemd. Het stadhuis had een voorbeeldrol in dit kader maar daar hoort hij niets meer over. De heer Roeland sluit zich aan bij de complimenten die zijn uitgesproken en ook bij de vragen en opmerkingen. Het zou mooi zijn als het Caribabad ook meegenomen kan worden in het warmtenet. Poort6 heeft ook al veel isolatiemaatregelen getroffen. Hij zou graag een evaluatie van de eerste periode willen zien. Wethouder De Boer reageert op de inbreng van de fracties. Gorinchem is zeker een van de koplopers in de warmtetransitie. Als deze fase is afgerond is 20% van de woningen gasvrij. Met betrekking tot de grootverbruikers zegt hij dat het zwembad nader bekeken wordt gezien de netcongestie. Het projectteam houdt zich hiermee bezig. Hetzelfde geldt voor het ziekenhuis; daarmee wordt intensief contact onderhouden en de gemeente motiveert en faciliteert. Aan het stadhuis wordt hard gewerkt; aansluiting wordt voorzien in Q1 2025. Met betrekking tot de woonlasten neutraliteit verwijst hij naar het antwoord op de vragen van de VVD. In de zomer 2024 zal hierover een raadsinformatiebrief verschijnen. De opmerking over communicatie neemt de wethouder zeer ter harte.
Over opslag van warmte kan de wethouder niets zeggen, maar hier zal navraag naar worden gedaan. Met betrekking tot de Wijnkoperstraat en omgeving zegt de wethouder dat die is opgenomen in de planning. Die woningen zullen in 2026 aangesloten worden. De opmerking over de term sociaal zwakke wijk is terecht. Energiecoaches hebben wel een goede antenne voor het signaleren van energiearmoede. Voor particulieren wordt ook een vergelijkbaar traject voor ondersteuning opgezet als voor de huurwoningen. De heer Kuijten merkt op dat de prijs voor warmte gekoppeld zal worden aan de Energiewet. Hij vraagt na te gaan wat HVC op dat moment gaat doen met de prijs voor warmte. Wethouder De Boer zegt niet voor HVC te kunnen spreken maar er is intensief contact over de betaalbaarheid. De tarieven van HVC zijn nu 5% lager dan de reguliere tarieven. Wat HVC gaat doen als de prijs gekoppeld wordt aan de Energiewet zal zeker ook onderwerp van gesprek zijn. De heer Oostrum memoreert dat men niet meer dan anders zou gaan betalen. Hij zou HVC daaraan willen houden.
Parallelsessie B&A Fase 2 Warmtenet, 12 oktober 2023
De heer Roeland meent ook dat dit heel belangrijk is. Het moet wel haalbaar zijn voor de mensen. De heer Le Noble denkt dat het bekeken moet worden in relatie tot andere gemeenten en leveranciers. De gemeente moet in ieder geval HVC een fatsoenlijke prijsstelling laten hanteren. Mevrouw Van Gorkom zegt dat er in 2024 een raadsinformatiebrief komt; wellicht kan dit onderwerp eraan toegevoegd worden. Wethouder De Boer zegt dat hij de wensen goed heeft gehoord. HVC laat al zien heel netjes om te gaan met het tarief. Overigens is HVC een publiek bedrijf met aandeelhouders, waaronder de gemeente Gorinchem. De wethouder wijst ook op de besparing door isolerende maatregelen. In de raadsinformatiebrief zal de wethouder op hoofdlijnen inzicht geven in de ervaringen in de eerste periode, ook op het gebied van tarieven. De voorzitter stelt vast dat niemand meer het woord verlangt. Hij concludeert dat het onderwerp niet in de raadsvergadering besproken zal worden. Er komt nog wel een rondleiding op locatie en in de zomer van 2024 komt er een raadsinformatiebrief met informatie over de winterperiode. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.
Parallelsessie B&A Fase 2 Warmtenet, 12 oktober 2023
Parallelsessie Informatie en Ontmoeting & Beraad en Advies 12 oktober 2023 Controleplan 2023 accountant Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Fracties: Portefeuillehouder: Ambtelijk: Gast: Notulen:
de heer I. Tekir mevrouw E. van Bekhoven Stadsbelang-ChristenUnie/SGP-Gorcum Actief mevrouw M. Molengraaf de heer T. van Zessen en de heer R. Schuijt de heer R. Lozekoot (ETL Assurance & Overheidsaccountants BV) notulistenbureau Leeuwenburgh-Vendrig
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Controleplan 2023 accountant Jaarlijks stelt de raad het controleplan van de accountant vast. De raad krijgt van de accountant de gelegenheid speerpunten voor de accountantscontrole 2023 aan te leveren. Daarnaast stelt de raad het normenkader rechtmatigheid vast. Hiermee voldoen wij aan de financiële verordening 2023 artikel 11 voorwaardencriterium. De heer Lozekoot vindt het leuk om voor het eerst aanwezig te zijn. Een nieuwe gemeente geeft altijd nieuwe inzichten. De gesprekken die twee weken geleden gevoerd zijn vormen de basis voor het controleplan. Als toelichting op het controleplan geeft hij aan dat rechtmatigheid straks een zaak tussen college en raad is. Onder de punten 6 en 7 zijn de significante risico’s aangegeven (de risico’s die wat groter zijn dan de normale risico’s). Deze risico’s worden in alle gemeenten gezien. Hij wijst op de speerpunten die als suggestie worden voorgelegd. Als de raad andere speerpunten heeft, hoort hij dat graag. De interimen eindejaarscontrole worden binnenkort uitgevoerd en daaruit volgt een controleverklaring. De signatuur van zijn organisatie spitst zich toe op risicogericht werken. Daarnaast wordt een stapje verder gezet op data-analyse.
De voorzitter geeft aan dat drie suggesties worden gedaan om als speerpunt mee te nemen en biedt gelegenheid om te reageren. De heer Van Veen bedankt voor het duidelijke stuk met voldoende informatie over wat er in de toekomst verwacht mag worden. Met betrekking tot afschrijvingen merkt hij op dat er bij gemeentelijke gebouwen niet met een restwaarde gewerkt wordt. Hij vraagt hoe de accountant daarover denkt. De heer Lozekoot reageert dat afschrijvingen worden getoetst aan de regelgeving. In het algemeen wordt naar nul afgeschreven omdat iets daarna geen waarde meer heeft. De heer De Pagter wijst op het investeringsplafond en merkt op dat de gemeente in de komende jaren minder financiën zal ontvangen. Hij informeert naar de gevolgen hiervan op het investeringsplafond en vraagt of dit bijvoorbeeld geïndexeerd of verlaagd moet worden. De heer Lozekoot antwoordt dat de accountant graag meekijkt. Specifieke doorrekeningen kunnen bij de organisatie uitgevraagd worden.
Parallelsessie I&O B&A Controleplan 2023 accountant, 12 oktober 2023
Mevrouw Hamann zegt dat haar fractie zich grote zorgen maakt over de grondexploitaties, met name die van De Groote Haar in relatie tot de aangekondigde netcongestie. Zij informeert of een dergelijk risico enigszins te vertalen is. De heer Lozekoot reageert dat risico’s bij grondexploitaties alles te maken hebben met kan het op tijd gerealiseerd worden en daarbij spelen heel veel vragen (beperkingen op de markt, netcongestie, ambtelijke capaciteit) die in brede zin meegenomen worden. De heer Van Veen merkt op dat deze grondexploitatie eerder expliciet als groot risico is aangemerkt. De voorzitter stelt een vraag vanuit de fractie van D66 die niet aanwezig kan zijn. De fractie kan zich vinden in de voorgestelde suggesties voor speerpunten. Hij vraagt of uitgaande subsidies net zoals Europese aanbesteding betrokken kunnen worden. De heer Lozekoot geeft aan dat aandachtspunten vanuit de raad zaken zijn die worden meegenomen binnen de eigen controle waar met wat extra aandacht naar gekeken en over gerapporteerd wordt. Uitgaande subsidies vallen niet onder de significante risico’s, maar daar kan in de rapportage wel wat over gezegd worden. Hij verzoekt de vraag wat meer specifiek te maken. De voorzitter vervolgt dat aanbestedingen een aandachtsgebied zijn in het controleplan. Uitgaande subsidies is ook een behoorlijke geldstroom en daarom vraagt hij of dit ook wordt getoetst.
De heer Lozekoot vervolgt dat een aantal zaken wat hoger in risico wordt geschat. Subsidies vallen onder regulier risico. De vraag daarbij is of een subsidie is besteed conform de verordening en of aangetoond kan worden dat het geld op de voorgeschreven manier is uitgegeven. Dit valt onder de standaardcontrole. De voorzitter bedankt de heer Lozekoot voor zijn presentatie en wenst hem succes in het eerste controlejaar. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.
Parallelsessie I&O B&A Controleplan 2023 accountant, 12 oktober 2023
Parallelsessie Informatie en Ontmoeting Beraad en Advies 12 oktober 2023 Nieuwe brug over de Linge Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Fracties: Portefeuillehouder: Ambtelijk: Inspreker: Notulen:
de heer I. Tekir mevrouw E. van Bekhoven Stadsbelang-Democraten Gorinchem-CDA-PvdA-VVD-D66ChristenUnie/SGP-Gorcum Actief mevrouw M. Molengraaf de heer C. Rutgers, mevrouw Nijenhuis de heer Hellemons, Wijkbelang Lingewijk notulistenbureau Leeuwenburgh-Vendrig
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Nieuwe brug over de Linge Stand van zaken van het project De Nieuwe Lingebrug ten behoeve van de budgetaanvraag. Het college stelt voor om de investering in gang te zetten zodat de brug gerealiseerd kan worden. Het gaat om de zogenaamde schuine variant. Het voorstel bevat daarnaast ook nog een scopewijziging. Uit het participatietraject kwam de wens voor een herinrichting van de Arkelsedijk naar voren. De heer Hellemons spreekt in namens de bewoners van de Lingewijk, de Arkelsedijk en Arkelse Onderweg die zorgen hebben over de afwikkeling van het verkeer, de extra verkeersdruk en parkeerdruk die door de nieuwbouw zal ontstaan. De bewoners voelen zich niet gehoord en krijgen de indruk dat er weinig met de zorgen is gedaan en daarom wordt daar vanavond nogmaals aandacht voor gevraagd. De voorzitter geeft aan dat het aan de fracties is om de inspraak te betrekken bij de beraadslagingen. De heer Rutgers verzorgt een presentatie. Het project is uitgebreid met de herinrichting van de Arkelsedijk Noord. Dit kwam naar voren uit de participatie. Mevrouw Pellikaan wijst op de zorgen over de verkeersafwikkeling op de rotonde bij Papland en informeert naar de overwegingen om de rotonde niet te betrekken in het traject. De heer Rutgers antwoordt dat daarnaar wordt gekeken vanuit de brug en de aansluiting.
De Arkelsedijk wordt meegenomen omdat hier toch al op aangesloten wordt. Omdat het zuidelijk deel al was meegenomen, wordt het logisch geacht om het noordelijke deel nu ook mee te nemen. Mevrouw Nijenhuis vult aan dat de nieuwe Lingebrug geen grote effecten zal hebben op de rotonde bij Papland, ondanks dat hier meer verkeer naartoe gaat. De Arkelsedijk in noordelijke richting wordt met name toegevoegd vanwege de combinatie met meer autoverkeer, fietsers krijgen een plaats en mensen moeten op een veilige manier de bushalte kunnen bereiken. Bewoners hebben gewezen op geluidsoverlast en trillingen en daarom wordt gekeken of de snelheid daar verlaagd kan worden. Als blijkt dat er op de rotonde problemen ontstaan, zal dat een vervolg moeten krijgen.
Parallelsessie I&O B&A Nieuwe brug over de Linge, 12 oktober 2023
De heer Hellemons merkt op dat Lingeoevers niet de enige nieuwbouwlocatie is. Ook aan de Arkelse Onderweg komt nieuwbouw wat zal zorgen voor extra verkeer op Papland. In het voorjaar waren op de vrijdag verkeersregelaars aanwezig om fietsers veilig over te laten steken. De bewoners vinden dat de rotonde daarom gelijk meegenomen moet worden. Mevrouw Nijenhuis vervolgt dat de cijfers uit de verkeersonderzoeken daar geen aanleiding toe geven. De heer Rutgers vervolgt zijn presentatie. De brug, de aansluitingen en de herinrichting van de Arkelsedijk zijn in de budgetaanvraag opgenomen. In de ontwerpfase is een aantal momenten ingebouwd waarop de planning en de financiën herzien worden. Er volgen nog veel keuzemomenten. De heer Bahlmann informeert of de peildatum inderdaad 2021 is. De heer Rutgers antwoordt dat een subsidieaanvraag is gedaan voor de herinrichting en op dat moment (2021) is het project geraamd. De huidige budgetaanvraag is nodig om een scherpere raming te maken. Gedurende het ontwerp wordt de raming getoetst. Mevrouw Van Oversteeg vraagt of de kosten voor de Spijksedijk ook opgenomen zijn. De heer Rutgers antwoordt dat dit in de raming is opgenomen. De heer Oostrum wijst op een projectrisico van bijna € 4,5 mln. waardoor in het totaalbedrag veel ruimte is om risico’s te lopen en verzoekt om verduidelijking.
De heer Rutgers geeft aan dat de projectrisico’s deels uit vaste percentages zijn opgebouwd en deels uit risico’s specifiek voor dit project omdat het om waterbouw gaat waardoor aanvullende eisen naar voren kunnen komen. Desgevraagd geeft hij aan dat hij de risico’s niet kan duiden. Er moeten nog een heleboel ontwerpslagen gemaakt worden. De heer Oostrum wil als er € 23,5 mln. beschikbaar gesteld wordt niet nogmaals een besluit moeten nemen omdat er tegenvallers zijn. De heer Rutgers vervolgt dat extreme situaties onderschat kunnen worden. Inflatieberekeningen zijn opgenomen. Een groot deel van de kostenstijgingen in de bouw waren al actueel en zijn meegenomen. Voor de brug zijn herberekeningen gemaakt, voor de herinrichting van de Arkelsedijk nog niet. De heer Le Noble wijst op de risicoreservering van 4,11% (in het raadsvoorstel is 5,14% opgenomen) en informeert hoe het nu getoonde projectrisico zich verhoudt tot de risicoreservering. De heer Rutgers antwoordt dat de risicoreservering een extra opslag is vanwege de lange looptijd. Als meteen naar de aanbesteding gegaan kan worden, kan het bedrag lager zijn. Omdat er nog geen aanbesteding gedaan kan worden is een extra marge ingebouwd. Desgevraagd geeft hij aan dat dit onder externe risico’s valt (bouwkosten, inflatie) die zich in de lange looptijd zouden kunnen voordoen. Hij vervolgt zijn presentatie.
Veel details moeten nog uitgewerkt worden voordat er een specifieke raming gedaan kan worden. Na elke ontwerpstap wordt de raming bijgewerkt. Mevrouw Pellikaan begrijpt dat voor het zuidelijke deel van de Arkelsedijk wordt gekeken of de snelheid van 50km naar 30km teruggebracht kan worden en voor het noordelijke gedeelte van 60km naar 50km. Aan bewoners is teruggekoppeld dat dit lastig te realiseren is vanwege de juridische haalbaarheid (binnen en buiten de bebouwde kom). Zij vraagt hoe realistisch dit wordt geacht.
Parallelsessie I&O B&A Nieuwe brug over de Linge, 12 oktober 2023
De heer Rutgers antwoordt dat een 30km zone ook als zodanig ingericht moet worden en dat levert weerstand op bij de hulpdiensten. In het noordelijke deel gaat het deels om een beheersgebied van het Waterschap en daar moet overleg over gevoerd worden (verschuiven beheersgrens). De heer Oostrum merkt op dat in het verkeersrapport cijfers van 2014 gebruikt worden die zijn geëxtrapoleerd naar 2023/2024/2025. Uit onderzoek blijkt dat deze cijfers in 2022 al hoger zijn. Hij vraagt daarom of er nog aanvullend verkeersonderzoek wordt gedaan naar de daadwerkelijke verkeerintensiteit. De heer Rutgers antwoordt dat dit in het kader van de brug en de herinrichting van de Arkelsedijk niet wordt gedaan. Het model laat zien dat als het verkeer op de Arkelsedijk te veel belemmerd wordt er sluiproutes ontstaan. Mevrouw Van Oversteeg vraagt in hoeverre de actuele situatie van de verkeersstromen op de Arkelse Onderweg meegenomen wordt. Het fietspad is aan één zijde van de weg gelegen in de voorgestelde variant. Zij begrijpt dat dit vroeger ook het geval was, maar dat dit is teruggedraaid en vraagt waarom hier wederom voor gekozen wordt. De heer Rutgers antwoordt dat dit vooral met de aansluiting op de Spijksedijk te maken heeft, het aantal kruisingen wordt daardoor kleiner. De heer De Pagter ziet in het ontwerp dat het gedachtegoed van De Vries Robbé zo veel mogelijk is verwerkt.
Hij informeert hoe duurzaam bakstenen zijn in de toekomst qua kosten voor onderhoud. De heer Rutgers moet een concreet antwoord schuldig blijven. Dit volgt in de ontwerpfase waar onderhoudbaarheid een onderdeel is. De heer Hellemons merkt op dat het verkeersonderzoek is gericht op de nieuwbouwwijk Lingeoevers en vraagt waarom de samenhang met de te verwachten verkeersdrukte vanuit het andere nieuwbouwproject niet meegenomen is. Mevrouw Nijenhuis geeft aan dat de verkeerskundige vanavond niet aanwezig is. Organische groei is toegevoegd, hieronder vallen kleinschalige ontwikkelingen zoals aan het noorden van de Lingewijk. Mevrouw Pellikaan leest in het onderzoek dat de gegevens van het verkeersonderzoek waarschijnlijk worden onderschat waardoor het raadzaam wordt geacht om te toetsen of de conclusies standhouden als actuelere verkeerscijfers worden gebruikt en vraagt hoe er met deze conclusie wordt omgegaan. Mevrouw Nijenhuis antwoordt dat aan verkeersonderzoeken altijd nieuwe informatie toegevoegd kan worden waardoor meer accurate informatie wordt verkregen. Zij verzekert dat de cijfers voldoende zekerheid bieden voor de voorgelegde keuzes. Ook vanuit het bestemmingsplan zijn de nodige onderzoeken gedaan. De voorzitter bedankt de heer Rutgers voor de presentatie.
B&A gedeelte Mevrouw Pellikaan merkt op dat aangegeven wordt dat het participatieproces positief is verlopen (werkateliers, informatieavonden, contacten van inwoners met de gemeente). In gesprekken met bewoners en Wijkbelang komt echter naar voren dat inwoners zich totaal niet serieus genomen voelen. Zij noemt als voorbeeld dat verzuimd was om een direct omwonende voor een werkatelier uit te nodigen. Inwoners hebben toen zij bevraagd werden over hun wensen op de plaats van Nettorama gewezen op een invulling met groen, terwijl al
Parallelsessie I&O B&A Nieuwe brug over de Linge, 12 oktober 2023
bekend was dat daar appartementen zouden komen. Inwoners hebben geen terugkoppeling gekregen over wat er met hun inbreng in het participatietraject is gedaan. De aanvulling op het raadsvoorstel van vanavond was hen niet bekend. Inwoners zijn niet geïnformeerd over waar zij de stukken kunnen vinden. Zij informeert hoe de wethouder naar het project kijkt. Zij is voorts benieuwd naar de duiding van de wethouder naar aanleiding van het rapport van Goudappel waarin letterlijk als conclusie is opgenomen dat het onderzoek naar de verkeersintensiteit opnieuw gedaan zou moet worden. Zij is benieuwd in hoeverre de wethouder zich hard wil maken om van de Arkelsedijk een 30km en 50km weg te maken, ondanks de hobbels die in dit proces worden voorzien. Mevrouw Van Oversteeg geeft aan dat haar fractie de voorgestelde variant voor de brug grotendeels kan volgen, nut en noodzaak worden gezien. Ambtelijk is zojuist gereageerd op de oproep voor een actualisatie. Dit komt op haar over als er is voldoende informatie, gelooft u nu maar dat het goedkomt. Bewoners maken zich zorgen over de verkeersintensiteit in hun wijk en het ontbreken van de samenhang met andere ontwikkelingen in de Lingewijk. Van het college mag verwacht worden dat daar wat nadere duiding op gegeven wordt en dat bewoners wat meer meegenomen worden. Zij vraagt waarom de gegevens niet geactualiseerd worden.
De heer Le Noble heeft weinig problemen met de brug. De snelheid op de Arkelsedijk is een punt van aandacht. Er zijn opmerkingen gemaakt over participatie waarvan geleerd moet worden. Hij roept op meer te sturen op informatie in plaats van zondermeer te verwachten dat mensen zaken zelf kunnen vinden. De heer Oostrum is enthousiast over het voorstel voor de brug en denkt dat voor de juiste variant wordt gekozen die hopelijk snel aangelegd wordt. Het gaat grofweg om € 23,5 mln. om het proces doorgang te laten vinden. Hij zou nooit met een projectrisico van € 4,5 mln. instemmen als dit bedrag niet voornamelijk uit de reserve mobiliteit zou komen. Hij zou daarom graag een toezegging krijgen dat het geld dat overblijft terugvloeit naar deze reserve. Een deel van de ontevredenheid bij de bewoners is terug te voeren op de vele personele wisselingen waardoor gevreesd wordt dat gedane toezeggingen niet overgenomen zijn. Hij verzoekt de wethouder te bevestigen dat alle toezeggingen daadwerkelijk nagekomen worden. Laat de bewoners zien in hoeverre de cijfers uit 2017 bijgesteld zijn. De heer Klein sluit zich hier grotendeels bij aan. Ook zijn fractie verwacht op de rotonde bij Papland meer verkeer omdat dit eigenlijk meer een noordelijke rondweg wordt voor verkeer dat naar de achterliggende wijken gaat. De heer De Pagter spreekt zijn complimenten uit voor de uitwerking van het plan.
Het is nodig deze brug te realiseren om de infrastructuur van Gorinchem in goede banen te leiden. Hij vraagt hoe zijn collega’s een update van het verkeersonderzoek voor zich zien en vraagt of dit betekent dat er vertraging opgelopen wordt. Ambtelijk wordt aangegeven dat de gegevens geëxtrapoleerd kunnen worden. Hij verzoekt dit ook voor de bewoners inzichtelijk te maken. Ook zijn fractie maakt zich zorgen over de rotonde die wellicht een knelpunt wordt. De heer Oostrum corrigeert dat hij niet om een nieuw verkeersonderzoek heeft gevraagd, maar als ambtenaren op basis van cijfers concluderen dat het mogelijk is verzoekt hij om dit zichtbaar te maken. Mevrouw Veldheer geeft aan dat haar fractie zeer positief is over de nieuwe brug over de Linge, een mooie eerste stap naar een toekomstige woonwijk aan de Linge. Hoe sneller de brug er komt, hoe sneller de ontwikkeling van de wijk kan plaatsvinden. Zij begrijpt de zorgen over drukte, maar ook zonder deze brug is er al sprake van enorme drukte. Zowel de Arkelsedijk als de Arkelse Onderweg worden als aansluiting gebruikt. Met de woningen en een betere verbinding tussen Oost en West ontstaat een win-win situatie. Deze
Parallelsessie I&O B&A Nieuwe brug over de Linge, 12 oktober 2023
verbinding vergt veel geld. Het is jammer dat de contacten door de omwonenden anders ervaren worden. Zij gaat er vanuit dat de contacten gecontinueerd worden. De heer Bahlmann verzoekt de inbreng van de omwonenden op de toekomstige De Vries Robbébrug mee te nemen en nogmaals te kijken naar de volledige verkeersafwikkeling (integrale aanpak). Wethouder Molengraaf geeft aan dat het inderdaad om een megabedrag gaat voor een megaontwikkeling die de realisatie van de vleugels van de stad dichterbij brengt. De brug is randvoorwaardelijk voor de wijk en voor de ontlasting van Eike’s Hof. Zij is blij met de steun voor de plannen. Zij zegt toe dat bekeken wordt of de cijfers geactualiseerd moeten worden. Zij weet niet of alle bewoners van de Lingewijk overtuigd kunnen worden. Er zijn altijd drie groepen; een groep die het niet gelooft, een groep die twijfelt en een groep die zich gehoord voelt. Dit wil niet zeggen dat zij mensen die aangegeven dat zich niet gehoord voelen niet serieus neemt. Er is een extra participatieavond georganiseerd voor de bewoners van Arkelsedijk Noord. De zorgen die daar zijn geuit hebben ertoe geleid dat het noordelijke deel wel is opgenomen. Zij gaat haar best doen om de snelheid daar aan te passen omdat het nu al levensgevaarlijk is. Hoe precies is onderwerp van studie. Een 30km weg moet op een bepaalde manier ingericht worden om te kunnen handhaven.