A02 Amendement CDA Skyline stationsgebied
Tekst van het document
Met een amendement kan de raad een (concept)besluit aanpassen. In de vergadering stemmen de raadsleden over het amendement. Is de meerderheid van de raad het eens met het amendement, dan verandert de tekst van het oorspronkelijke besluit in de tekst van het amendement. Alle raadsleden kunnen een amendement indienen.
AMENDEMENT Datum vergadering: Nummer amendement: Bij welk raadsvoorstel: Indiener(s):
10 juli 2025
TITEL:
Passende ‘skyline’ bij de vesting
Kader ontwikkeling stationsgebied (Z/25/791873/D-978481) J. van der Geest (CDA)
OVERWEGENDE DAT: • de relatie met de vesting (Unesco Werelderfgoed) een essentieel onderdeel vormt van de ruimtelijke kwaliteit in het stationsgebied; • differentiatie in bouwhoogte bijdraagt aan een levendig, gevarieerd en aantrekkelijk ruimtelijk beeld; • de erfgoedcommissie een belangrijke adviserende rol kan vervullen bij de inpassing van nieuwe bebouwing ten opzichte van de vesting. WIJZIGT HET VOORGESTELDE BESLUIT ALS VOLGT: in het vast te stellen document ‘Kader ontwikkeling stationsgebied’, paragraaf Stedenbouw en ruimtelijke kwaliteit, wordt de volgende passage: “Nader onderzoek naar het zogenaamde ‘laadvermogen’ van het gebied. Een integraal stedenbouwkundig onderzoek en -plan helpt ons om te bepalen waar welke bouwhoogte passend is (met het maximum van 7 bouwlagen).” vervangen door: “Nader onderzoek naar het zogenaamde ‘laadvermogen’ van het gebied. Een integraal stedenbouwkundig onderzoek en -plan helpt ons om te bepalen waar welke bouwhoogte passend is (met het maximum van 7 bouwlagen). De bouwhoogtes worden daarbij zodanig gedifferentieerd dat geen aaneengesloten rij van gebouwen met 7 bouwlagen ontstaat. Over de differentiatie en ruimtelijke inpassing van de bouwhoogtes wordt advies gevraagd aan de erfgoedcommissie, gelet op de ligging van het gebied nabij de vesting (Unesco Werelderfgoed).” MOTIVATIE
Door deze voorwaarden vast te leggen, zorgen we ervoor dat er geen onduidelijkheden zijn over wat wij wensen te bereiken in de voorgestelde ontwikkelrichting waarin wij een rol weggelegd zien voor de erfgoedcommissie om ons werelderfgoed goed gepositioneerd te krijgen naast de nieuwe ontwikkeling van en op het stationsgebied. Het biedt de raad de mogelijkheid om een gefundeerde beslissing te nemen met inzicht over de programerering binnen de ontwikkeling en eventuele risico’s tot een ‘saai’ ruimtelijk beeld te beperken. ONDERTEKENING J. van der Geest (CDA)