8. Eerste termijn D66.pdf
Tekst van het document
Algemene beschouwingen D66 Perspectiefnota 2022-2025 8 juli 2021 De perspectiefnota is hét jaarlijkse moment om perspectief te bieden aan de stad. In de context van een wereldwijde crisis valt dat echter niet mee. Het gevolg is een perspectiefnota die helaas nog veelal beleidsarm is. Het college noemt dit een reëel perspectief. En dat klopt ergens ook wel, want heel veel financiële ruimte is er meerjarig gezien niet. Sterker nog: we hebben dit jaar ‘ruimtegevers’ moeten inzetten, die her en der zelfs aanschuren tegen verkapte bezuinigingen. Kortom: dat reële perspectief betekent eigenlijk vooral dat we nog in een afwachtende modus zitten. Intussen zitten we al wel 1,5 jaar in crisisstand en begint wel duidelijk te worden waar we staan. En daarin is één ding in ieder geval duidelijk: als straks de gezondheidscrisis achter de rug is, dan hebben we met zijn allen nog een uitdaging in de aanpak van de maatschappelijke en economische gevolgen ervan. Een crisis als deze maakt immers de bestaande scheidslijnen in de maatschappij zichtbaarder. En als we nu niet investeren in herstel, dan vertaald dat zich in kansenongelijkheid. Bijvoorbeeld in het onderwijs, in de woningmarkt of in de arbeidsmarkt. Wat D66 betreft zetten we daarom alles op alles om die verdere kansenongelijkheid te voorkomen. Dat vraagt om investeren in plaats van bezuinigen.
Als we vervolgens vanuit die bril kijken naar de zogenaamde ruimtevragers, dan bespeuren we nog geen radicaal herstelplan voor 2022. Het zijn voornamelijk tegenvallers die we simpelweg moeten oplossen. Echt veel keuze heb je daarom niet. Neem bijvoorbeeld de Wmo arrangementen: bij herstel zou je verwachten dat de arrangementen worden verrijkt of de bestaande capaciteit wordt vergroot, maar in feite gaat het om kosten die voortvloeien uit nieuwe inkoopafspraken. Dat geldt ook voor de Wmo hulpmiddelen, waar een nieuwe aanbesteding leidt tot hogere kosten. Een ander voorbeeld is het huisvestingsprogramma voor scholen: bij herstel zou je verwachten dat we met een aanpak komen om achterstanden weg te werken of kansenongelijkheid te voorkomen, maar hier gaat het in feite om leerlingenaantallen die we doorvertalen naar stenen. Bij onderwijsachterstanden vinden we het trouwens merkwaardig dat de subsidie voor peuter- en kinderopvang zelfs wordt verlaagd. Daarmee nemen we een risico op de voor- en vroegschoolse educatie, omdat de verwachte OAB-doeluitkering niet hard is. Als het aan D66 ligt, nemen we geen risico’s op onderwijs. En zo zijn er nog een aantal voorbeelden die geen blijk geven van een radicaal herstelplan. Wat wél een mooi voorbeeld is van herstel, is de ontwikkeling van een multiveld op sportpark Molenvliet.
Daarmee creëren we letterlijk ruimte voor jongeren en alle andere sporters. Eén van de dingen die corona ons heeft geleerd, is namelijk dat de buitenruimte actiever wordt benut. En dat kan straks op Molenvliet nog beter. Overdag vrij te gebruiken door jongeren en in de avonden door de verenigingen. Daar worden we blij van! Een ander mooi voorbeeld van herstel zou natuurlijk ook zijn de startsubsidie om de nieuwe Hboopleiding mogelijk te maken. Maar dat besluit is nog niet gevallen. Daarom stelt D66 voor om deze middelen nu alvast wel gereserveerd te houden voor het Hbo initiatief, totdat we er als raad een knoop in hebben doorgehakt. Als het college wenst dat een dergelijke reservering met een motie geregeld moet worden, horen we dat graag. En anders spreken we het graag zo af. We blijven nog even in de sfeer van herstel. Een belangrijke pijler voor D66 daarin is het maatschappelijk middenveld: van culturele instellingen, sportverenigingen tot aan welzijnsclubs. Zij hebben niet alleen de klappen van de coronacrisis opgevangen maar staan straks ook aan de lat om herstel te bevorderen. Zo weten we bijvoorbeeld dat de wachtlijsten bij het zwembad oplopen, amateurkoren weer staan te popelen om te oefenen en buurthuizen weer worden gevonden door jongeren. Als we dan kijken naar de gesubsidieerde instellingen, dan valt niet te ontkennen dat zij er
wat betreft de indexering voor 2022 er bekaaid van af komen. De laagste index, namelijk 1,15%, kennen we toe aan dat deel wat het cement vormt in de maatschappij. D66 is van mening dat we bij gesubsidieerde partijen op zijn minst ook 1,3% moeten hanteren. Als we dit percentage afzetten tegen de percentages die andere gemeenten hanteren, doet Gorinchem overigens nog steeds onder. Zo hanteert Dordrecht een percentage van 1,83% voor gesubsidieerde instellingen. Kortom: een index van in ieder geval 1,3% dat doet meer recht aan de loon- en prijsstijgingen waar deze maatschappelijke partners mee geconfronteerd worden. Zeker in een periode van herstel, is dit bittere noodzaak. Afhankelijk van de subsidie die iedere instelling ontvangt, betekent dit dan toch nog een welkom extraatje. D66 vind dat we dat gebaar wel kunnen afgeven aan al deze mensen die zich vaak belangeloos inzetten. Deze en andere moties zullen wij in de eerste termijn indienen. In verband met de beperking op de algemene beschouwingen, verwijs ik mijn collega’s voor de inhoud van de moties naar de mailbox.