4. Eerste termijn Pvda.pdf
Tekst van het document
Algemene Beschouwingen bij de Perspectiefnota 2022-2025 De laatste Perspectiefnota in de vierjarige raadsperiode is een goed moment om even stil te staan bij de basis die tot dit perspectief heeft geleid. Die basis is te vinden in de verkiezingsprogramma’s van de coalitiepartijen, neergelegd in het coalitieakkoord en tenslotte door de gemeenteraad overgenomen in het raadsprogramma: het Gorcums Akkoord.
Te constateren valt dat er sprake is geweest van een ommekeer: van beheersmatig en behoudend beleid naar een ambitieus programma op het gebied van duurzaamheid, mobiliteit, verdere ontwikkeling van de stad en zijn inwoners. Via aanpak van taalachterstanden, versterking van het onderwijs en de aansluiting met het bedrijfsleven. Maar ook op het gebied van onderhoud en uitstraling van de stad is vooruitgang geboekt. Ondanks de coronasituatie, waarin ook door de gemeente fors is geïnvesteerd om ondernemers te ondersteunen, staat Gorinchem er goed voor. Over uitstraling gesproken: uw college constateert dat de staat van de kunstwerken in de openbare ruimte “matig tot slecht” is. Wij dienen hierbij een motie in om het herstel daarvan te bespoedigen.
Terug naar onze positieve insteek, want ondanks de forse investeringen die nodig zijn om de grote ambities waar te maken hebben we raadsbreed goede afspraken gemaakt over de schuldenpositie. Die afspraken komen erop neer dat de investeringen kunnen worden gepleegd en dat we op termijn de schuldenpositie terugbrengen naar voor de raad aanvaardbaar niveau. Tot zover over de basis.
Duurzaamheid - een wereldwijde uitdaging - hebben we in Gorinchem goed opgepakt. Energiebesparing, Biodiversiteit (natuur-inclusief bouwen), Elektrische veerboten, Regionale EnergieStrategie, Warmtenet Gildenwijk, maar ook Afval- en Grondstoffenbeleid, gericht op zo veel mogelijk hergebruik en zo weinig mogelijk restafval, zijn allemaal in gang gezet. In eerste instantie nog heel ambitieus en abstract, maar gaandeweg voor alle inwoners zichtbaar en invoelbaar wat daarvoor allemaal nog moet gebeuren. Daarover gaan we verder in gesprek met inwoners en bedrijven. Duurzaamheid is niet alleen van toepassing op energie en grondstoffen maar speelt een rol in al ons gedrag of het nu gaat om energiebewust wonen en vervoer of ons koopgedrag, voeding en kleding. Bewustwording en motiveren via goede voorlichting en regelmatige communicatie is van groot belang.
Naast deze wereldwijde uitdagingen heeft de stad ook zijn eigen behoeften. De verdere ontwikkeling van Gorinchem binnen het beperkte grondgebied vraagt om transities van grondgebruik met name op het gebied van bedrijvigheid en woningbouw: we ontwikkelen daarom de vleugels van de stad. Er liggen grote kansen wanneer bedrijven kunnen worden verplaatst naar de randen van de stad, zoals in de toekomst naar Groote Haar (vraag: wat is daarvoor nu de meest actuele planning ?). Vooruitlopend daarop wordt nu hard gewerkt aan de ontwikkeling van het gebied langs de Arkelsedijk, de voormalige loodsen van De Vries Robbé, met ca 500 woningen. En als we iets verder vooruitkijken ook de Schelluinsestraat, en inmiddels langs de Stationsweg: de ombouw van kantoor naar woningen.
Bij elke ontwikkeling speelt de vraag waar de nieuwe bewoners hun auto kunnen parkeren, terwijl de vraag naar alternatieven nauwelijks wordt gesteld. Dat is nu bij de Arkelsdijk wel degelijk aan de orde en de kansen die dat biedt, bijvoorbeeld voor autodelen en meer fietsgebruik, worden meegenomen. Wij begrijpen de angst van Lingewijkbewoners voor extra parkeerdruk in de Lingewijk en vragen extra aandacht van het college om deze ontwikkeling te blijven volgen en zo nodig bij te sturen. Het mag wat ons betreft nog een stapje verder met de aandacht voor alternatieve mobiliteit, zonder dat wij mensen willen “dwingen” om afstand te doen van hun eigen auto. Voorbeelden in andere gemeenten leren dat het stimuleren van autodelen leidt tot vrijwillig afstand doen van de eigen auto. Het zou mooi zijn als we mensen vanaf het NS-station en vanaf de parkeergarages op alternatieve manier naar de binnenstad vervoeren met elektrische fietsen of nog beter met een elektrisch busje. En het bezorgen van pakketten in de binnenstad zou “gebundeld” en meer milieuvriendelijk kunnen. Dit blijven belangrijke aandachtspunten bij de grote mobiliteitsontwikkelingen die voor de deur staan.
Het belangrijkste onderdeel van onze algemene beschouwingen gaat over onze inwoners, de mensen waar we het als college en gemeenteraad allemaal voor doen. Met de decentralisaties werd de gemeente verantwoordelijk voor de jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen omdat de beste oplossing dan ook “dichtbij” in het sociale domein kan worden gevonden. De bezuinigingsopdracht van het rijk bleek al heel snel na de invoering een onhaalbare opdracht. Het recht op zorg is een groot goed is en de zorg is in het algemeen niet goedkoper geworden, maar vooral de regelgeving is (veel te) gecompliceerd en gaat uit van wantrouwen en “controlitis”. Gelukkig wordt nu compensatie geboden voor de sterk gestegen kosten van met name de jeugdzorg, maar de meerkosten door het abonnementstarief in de WMO worden voorlopig gedekt vanuit de reserve Sociaal Domein, en die van de wmo-hulpmiddelen en het minimabeleid zijn bijgeraamd. Voor deze forse toename van de kosten in het Sociaal Domein verstrekt het rijk geen compensatie. Ik noemde de gecompliceerde regelgeving en “controlitis” als verschijnsel van overheidswantrouwen. Een van de conclusies uit “De meeste mensen deugen” (Rutger Bregman) is dat je eerst vertrouwen moet geven om vertrouwen te krijgen. De overheid kan daarin een voorbeeldfunctie vervullen.
We hebben al goede voorbeelden hoe dat kan: de parkeerpanels in de binnenstad en de participatie over de herinrichting van de Haarse Kades hebben naar onze mening geleid tot een prima resultaat. Vertrouwen dat de belanghebbenden met deskundige begeleiding tot goede oplossingen komen levert misschien niet de technisch perfecte oplossing, maar wel de oplossing met het beste draagvlak. Er liggen goede kansen om buurtbewoners serieus te betrekken bij de eigen woon- en leefomgeving door samen met bewoners wijkschouwen te houden, zoals vastgelegd in de prestatieafspraken. Daaruit zijn in het verleden mooie initiatieven van bewoners gefaciliteerd door de gemeente en Poort6. Wij leggen via een motie (jaarlijkse wijkschouw) de uitdaging neer om de initiatieven van bewoners nog meer te stimuleren en te faciliteren vanuit het principe: “vertrouwen in de initiatiefnemers”. Minder regelgeving en meer ruimte voor initiatieven, ontmoeting tussen initiatiefnemers en gemeente en vooral een informele werkwijze zal zeker bijdragen aan herstel van het wederzijds vertrouwen.