251204 Notulen parallelsessie I&O Programma Cultuur
Tekst van het document
Parallelsessie Informatie en Ontmoeting 4 december 2025 Programma Cultuur Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Notulist: Raadsleden/ fractieassistenten: Stadsbelang: Democraten Gorinchem: PvdA: VVD: ChristenUnie/SGP: Gorcum Actief: D66: CDA: SP: Portefeuillehouder: Ambtelijke ondersteuning:
de heer J. Klein mevrouw E. van Bekhoven mevrouw J.M. Kiep-de Jongh de heer D. van Gammeren de heer J. Roeland mevrouw N. Aaldijk de heer F. de Munnik de heer N. van Santen de heer A. Krol mevrouw E. Hamann de heer I. Tekir mevrouw J. van Oversteeg de heer P. van Andel de heer F. Polatli mevrouw R. Hak (beleidsadviseur cultuur) de heer M. Keuning (beleidsadviseur cultuur)
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Programma Cultuur In aansluiting op de I&O van 13 november 2025 hebben de raadsleden het Programma Cultuur 2026-2030 en een bijbehorend raadsvoorstel ontvangen. Er wordt gelegenheid geboden om vragen stellen. Wethouder Polatli geeft aan dat vanavond een vervolg is op de I&O van 13 november jl. Het cultuurbeleid is binnen de bestaande middelen geactualiseerd. Het programma Cultuur is bij de stukken gevoegd. Hij refereert aan de participatie die heeft plaatsgevonden en geeft aan dat er veel energie in het stuk is gestoken waarvoor hij de ambtelijke organisatie bedankt. De heer Tekir merkt op dat het programma is opgesteld binnen de beschikbare middelen, her en der heeft een herschikking plaatsgevonden. Hij informeert naar de overwegingen hierbij aangezien sinds het opstellen van het vorige programma in 2018 de stad is gegroeid waardoor ook het cultuurbudget deels zou moeten meegroeien. Het programma wordt vlak voor het aanvangen van een nieuwe bestuursperiode behandeld waardoor het mogelijk is dat er volgend jaar veranderingen plaats gaan vinden in gemaakte afspraken. Zijn fractie is voor een gelijk speelveld en vraagt zich af hoe gewaarborgd wordt dat de regelingen ook toegankelijk zijn voor nieuwe toetreders, makers, kunstenaars, et cetera.
Aangaande het Cultuurfonds geeft hij aan dat dit nog niet echt uitgewerkt is. Dit had een middel kunnen zijn om het gelijke speelveld te borgen. Zijn fractie had gehoopt dat hier inmiddels meer voor zou staan dan nu het geval is. Sommige gemeenten hebben regelingen om kleine culturele initiatieven mogelijk te maken binnen het subsidie-instrumentarium zoals een impulsregeling waardoor jonge makers een eerste kans krijgen om stappen te zetten in de ontwikkeling van talenten. Hij informeert of Gorinchem ook een dergelijke regeling heeft.
Parallelsessie I&O Programma Cultuur, 4 december 2025
Gericht aanbod voor jongeren wordt veelvuldig genoemd. Hij vraagt hoe het college de behoefte ziet die in de verschillende participatiesessies is verwoord in relatie tot wat nu in het programma is geland, namelijk dat hiervoor geen budget beschikbaar is. De culturele broedplaats is al in eerdere sessies genoemd. Hiervoor zijn varianten denkbaar variërend van ruimten voor makers tot aan culturele broedplaatsen. Kiezen hiervoor vergt financiën en daarom zou hij graag de ambities in scenario’s uitgewerkt zien te beginnen met een nulvariant (de bestaande leegstand benutten via Leegstandsbeheer wat eigenlijk niets hoeft te kosten). Wethouder Polatli bevestigt dat na de actualisatie wordt gewerkt met dezelfde middelen en een taakstelling op subsidies. Geprobeerd wordt zaken efficiënter te subsidiëren, samen te werken en in te zetten op het zo goed mogelijk uitgeven van de beschikbare middelen. Meer budget is op dit moment niet aan de orde. Vragen van jongeren en nieuwe toetreders zijn via de participatie naar voren gekomen en dit wordt opgepakt conform de agenda (pagina 25). Het Cultuurfonds wordt verder uitgewerkt en daarbij wordt gekeken naar wat ontstaat en wat de kwartiermaker ophaalt. De nulvariant voor de culturele broedplaats via Leegstandsbeheer wordt al gedaan aan de Lange Slagenstraat. Voor andere varianten zijn geen middelen beschikbaar, maar dit wordt ook niet gevraagd.
Een eventuele verplaatsing naar het oude Gilde verloopt via Leegstandsbeheer. De heer Tekir vraagt of hij het goed begrijpt dat een broedplaats in een bepaalde vorm via Leegstandsbeheer mogelijk is. Wethouder Polatli vervolgt dat er op dit moment een broedplaats is aan de Lange Slagenstraat en deze is via de stad tot stand gekomen. In leegstaande panden waarvoor geen andere plannen zijn kan gekeken worden of er mogelijkheden zijn, maar de gemeente gaat zelf geen overeenkomst aan met eindgebruikers. Dit wordt georganiseerd door de leegstandsbeheerder. Er kunnen ook periodes zijn dat dit niet mogelijk is omdat er geen leegstand is. Mevrouw Hak vult aan dat er subsidieregelingen zijn voor nieuwe initiatieven, maar dit is niet als zodanig benoemd in de financiële paragraaf. Op dit moment is er een subsidieregeling voor cultuureducatie en -participatie (projecten tot maximaal € 5.000). De heer Tekir vraagt of deze subsidie ook door natuurlijke personen aangevraagd kan worden. Mevrouw Hak vervolgt dat de regeling geldt voor stichtingen, verenigingen (rechtspersonen zonder winstoogmerk). De heer Tekir merkt op dat kunstenaars, makers en creatievelingen daar dus geen aanspraak op kunnen doen en vraagt of het mogelijk is om de doelgroep te verbreden. Mevrouw Hak reageert dat hiervoor nu geen ruimte is binnen het budget.
Een deel van het budget van € 45.000 is op dit moment al afgeroomd vanwege een taakstelling. Voor volgend jaar is het budget al voor de helft beschikt. De heer Tekir informeert welk budget nodig is om de doelgroep te verbreden met informeel aanbod gezien de groei van de stad en de groeiende behoefte. Mevrouw Hak geeft aan dat dit antwoord nader onderzoek vergt. Wethouder Polatli vult aan dat de uitvoeringsagenda eventueel mogelijkheden biedt. Hier wordt in de eerste helft van 2026 op teruggekomen. De heer Keuning meldt dat hij bij een andere gemeente een Cultuurfonds heeft mogen ontwikkelen. Jonge makers zijn belangrijk. De opdracht in Gorinchem was de aanzet tot een
Parallelsessie I&O Programma Cultuur, 4 december 2025
Cultuurfonds. Het streven was om verder te komen en daarbij is het belangrijk om aan te geven welk doel bereikt of welk probleem opgelost moet worden. Via de participatiesessies zijn de nodige uitvragen gedaan en er is een enquête uitgezet. Er zijn veel uitgangspunten genoemd, maar geen concrete doelen aangegeven. In het cultureel overleg is dit als een positieve gedachtegang aangemerkt en gekeken wordt of er een koppeling met het Ondernemersfonds gemaakt kan worden. Hij begrijpt dat de raad graag had gezien dat nog een stapje verder was gekomen, maar er wordt gestart met een pilot en het organiseren van een spreekuur om de behoeften in kaart te brengen. De heer Van Andel zegt dat zijn fractie zich kan vinden in samen doen, ontmoeten en verbinden van een zo breed mogelijke Gorinchemse samenleving. Bij de actiepunten voor jongeren wordt aangegeven dat er eerst een behoeftepeiling moet volgen en afhankelijk daarvan wordt weer wat anders gedaan. Dit houdt in dat niet bekend is hoe het op dit moment met jongeren gaat. Hij vraagt waarom er niet vooraf met jongeren is gesproken. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het aanmoedigen van culturele organisaties om jongeren actief te betrekken bij programmering en organisatie zodat zij een stem en invloed hebben. Zijn fractie is blij dat er een meerjarige subsidie voor Hendrik Hamel geregeld is.
Bij particulier erfgoed is de gemeente bereid tot positieve ondersteuning, het geven van advies en doorverwijzing naar fondsen. Hij vraagt of dit bij de brandweerkazerne ook zo is gebeurd omdat hij het idee heeft dat de heer Den Uyl dit zelf heeft moeten regelen. Met betrekking tot amateurkunst leest hij 20 gezonde verenigingen, cultuurcafés, programmalocaties, et cetera. Het woord amateurkunst wordt 13x vermeld in het stuk. Hij zegt dit omdat in een podcast werd aangegeven dat het woord slechts eenmaal voorkwam in het programma. Hier laat hij het bij omdat het Cultuurhuis in de sessie na deze sessie aan de orde komt. Wethouder Polatli reageert dat op de participatieavonden ook aangegeven is waar jongeren behoefte aan hebben, maar dit was tot nog toe geen speerpunt. Hier is nu wel aandacht voor en daarom wordt dit opgepakt. Het is logisch om te beginnen met uitvoering geven aan zaken die er nog niet zijn. Aangaande de brandweerkazerne reageert hij dat vanuit Vastgoed, Erfgoed en Cultuur er allerlei handreikingen, adviezen en doorverwijzingen zijn geweest. De heer Van Andel vindt het jammer dat jongeren na de behoeftepeiling nog niet als actiepunt worden opgenomen aanzien het einde van de bestuursperiode in zicht is. Wethouder Polatli vervolgt dat dit via de uitvoeringsagenda volgt.
De heer Roeland verzoekt om verduidelijking met betrekking tot de CMK-4 regeling bij Gorinchem Inspireert. Mevrouw Hak antwoordt dat dit een landelijke regeling is: cultuureducatie met kwaliteit. Inmiddels is voor de vierde keer een aanvraag gedaan. Per inwoner wordt een x-bedrag opgeplust en van daaruit wordt bijvoorbeeld deskundigheidsbevordering op basisscholen georganiseerd. De heer Roeland begrijpt dat het muziekonderwijs niet gefinancierd wordt en vraagt of het college aan het onderwijs duidelijk maakt dat muziekonderwijs belangrijk is. Mevrouw Hak vervolgt dat bij de begroting een motie over muziekeducatie is aangenomen. Het bedrag uit de CMK-4 regeling is niet voldoende om vakleerkrachten aan te trekken. Mevrouw Van Oversteeg ziet voor de motie verschillende aanknopingspunten en vraagt daarom of muziekonderwijs al meegenomen wordt in de uitvoeringsagenda. Wethouder Polatli reageert dat muziekeducatie prima meegenomen kan worden in de uitvoeringsagenda.
Parallelsessie I&O Programma Cultuur, 4 december 2025
De heer Krol begrijpt dat er op dit moment weinig ruimte is om uit te breiden, maar het kan zijn dat het nieuwe college straks andere keuzes maakt. Hij informeert met betrekking tot de behoeftepeiling hoe jongeren die op dit moment cultuur mijden ook meegenomen kunnen worden. Bij kunst en cultuur is altijd de vraag wat de rol van de overheid is. Wat stimuleert, wat creëert afhankelijkheidsrelaties. Hij informeert hoe in Gorinchem voorkomen wordt dat er perverse prikkels zijn in het optreden van de gemeente. Wethouder Polatli antwoordt dat er museumkaarten zijn voor scholen, een knutselafdeling in het museum, cultuureducatie waarvoor de gemeente ook rijksmiddelen ontvangt. Voorts zijn er jaarlijks theatervoorstellingen voor leerlingen. De heer Krol verduidelijkt dat het hem gaat om waar de grens ligt in wat de gemeente doet. Een heleboel initiatieven bestaan gewoon zonder dat de overheid zich daarmee bemoeit. Wethouder Polatli vervolgt dat de gemeente vooral een faciliterende en verbindende rol heeft. IFFG verzorgt bijvoorbeeld het hele jaar door een programmering en dit soort partijen worden ondersteund met subsidies vanuit de gemeente. De gemeente neemt het niet over. Mevrouw Hak vult aan met betrekking tot jongeren die cultuur mijden dat met hen in gesprek gegaan wordt via de cultuurcoaches en wellicht kunnen de jongeren zelf ook hiervoor ingezet worden.
De heer Krol hoopt dat ook jongeren die bij voorbaat wat minder ideeën hebben aansluiten bij deze gesprekken zodat zij uitgedaagd worden om mee te denken. Hij begrijpt dat het in ieder geval meer is dan het uitzetten van een vragenlijstje. De heer De Munnik verwijst naar pagina 33 waar een aantal belangrijke knelpunten wordt aangegeven. Er zou onzekerheid zijn over inclusiviteit en diversiteit in het aanbod. Hij verzoekt om verduidelijking. Aangaande de zorgen over fragmentatie binnen het cultuurnetwerk en gebrekkige samenwerking verzoekt hij om nadere toelichting. Mevrouw Hak kan niet inschatten of de opmerkingen over inclusie breed gedeeld worden. Bij de nieuwe regeling voor de theaters worden punten toegekend voor het inzetten op een divers publiek, niet voor iedere doelgroep een aparte voorstelling. In de komende beleidsperiode wordt gekeken of dit op meerdere plekken gestimuleerd kan worden. Samenwerken kan altijd beter, maar het culturele veld is heel breed en heel divers. Het cultureel overleg Gorinchem wordt verbreed zodat er een meer representatieve vertegenwoordiging ontstaat, maar het blijft lastig. Ook voor het cultuurcafé dat driemaal per jaar wordt gehouden wordt breed uitgenodigd. De heer Van Santen is het eens dat zaken belegd moeten worden waar deze beter tot hun recht kunnen komen. Het culturele veld kan zelf beslissen wat het best past bij het Cultuurfonds.
Hij informeert op welke relatie met het Ondernemersfonds werd gedoeld. In de binnenstad wordt gewerkt aan het Warenhuis van de Stad en andere culturele uitingen. Hij vraagt met betrekking tot economische waarde waar de actie richting de ondernemers van de binnenstad ligt op het moment dat er een evenement is in de stad, meer een link maken. Wethouder Polatli weet dat het Ondernemersfonds eventueel een bijdrage zou willen leveren aan het Cultuurfonds, maar het programma Cultuur is meer dan alleen de binnenstad. Er moet ook gekeken worden naar de behoeften van de diverse wijken, maar hij is het eens dat er een koppeling met de binnenstad gemaakt moet worden. De heer Tekir merkt op dat cultuureducatie en -participatie financieel onder één noemer gebracht worden (een deel naar de bibliotheek en een deel naar amateurkunst) en vraagt of
Parallelsessie I&O Programma Cultuur, 4 december 2025
de culturele partners zoals scholen en verenigingen toch geraakt kunnen worden door deze herschikking. Wethouder Polatli antwoordt dat het deel voor de bibliotheek al vele jaren naar de bibliotheek gaat. Dit wordt nu gecorrigeerd en dan blijft er nog een kleine correctie op amateurkunst over. De twee budgetten worden samengevoegd. De heer Tekir begrijpt dat het aanbod dat nu gesubsidieerd wordt beschikbaar blijft. Wethouder Polatli bevestigt dat het budget voor amateurkunst € 15.000 hoger wordt. Mevrouw Hamann merkt op dat het altijd bestaande organisaties zijn die benaderd worden. Jongeren zijn vaak niet georganiseerd en niet aangesloten bij een bestaande organisatie. Zij heeft het idee dat jongeren voornamelijk op hun zolderkamer muziek maken omdat zij nergens een plek hebben om dat samen met anderen te doen. Zij vraagt zich af welke behoefte de jeugd heeft en waar zij naartoe kunnen. Wethouder Polatli antwoordt dat ook op deze participatie ingezet wordt. De cultuurcoaches bezoeken de scholen. Er moet opgehaald worden waar behoefte aan is en hoe de jongeren hierbij betrokken kunnen worden (via het jongerenwerk, The Mall). Het is niet aan de gemeente om dit te verzinnen, dit moet vanuit de jongeren komen. De heer Keuning vult aan dat jongeren zijn uitgenodigd voor het cultuurcafé. Het is belangrijk om met jongeren te praten in plaats van over jongeren.
Er zijn dingen opgehaald die in het cultuuroverleg besproken zijn. Wat is het aanbod, wat wordt gemist? Hij beaamt dat veel jongeren niet in beeld zijn waardoor hun behoeften niet bekend zijn en wijst op vindplaatsgericht werken. De heer Tekir geeft aan dat de gemeente vanaf 2026 nieuwe smart geformuleerde subsidievoorwaarden gaat opstellen om prestaties beter te kunnen volgen en evalueren. Hij roept op om vanuit dit actiepunt te kijken naar de andere actiepunten die niet bepaald smart zijn (van alles faciliteren, ondersteunen, stimuleren). Als subsidies op indicatorniveau worden gecontroleerd krijgt de creativiteit geen ruimte en daarom verzoekt hij daar met die blik naar te kijken in de uitwerking. Wethouder Polatli reageert dat dit een mooie aanvulling is. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor de inbreng en sluit de vergadering. Toezeggingen: • Bij de uitvoeringsagenda terugkoppelen of er mogelijkheden zijn om de doelgroep voor de subsidieregelingen te verbreden. • Bij de uitvoeringsagenda bekijken of muziekeducatie meegenomen kan worden binnen bestaande middelen. De wethouder komt hier voor 1 juni 2026 op terug.
Parallelsessie I&O Programma Cultuur, 4 december 2025