251204 Notulen parallelsessie I&O/B&A Rekenkameronderzoek Doorstroming Woningvoorraad
Tekst van het document
Parallelsessie Informatie en Ontmoeting en Beraad en Advies 4 december 2025 Rekenkameronderzoek Doorstroming Woningvoorraad Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Notulist: Raadsleden/ fractieassistenten: Stadsbelang: Democraten Gorinchem: PvdA: VVD: ChristenUnie/SGP: Gorcum Actief: D66: CDA: SP: Portefeuillehouder: Ambtelijke ondersteuning: Gasten
de heer B. Bahlmann de heer S. Vink mevrouw J.M. Kiep-de Jongh de heer D. van Veen de heer K. van Willigen de heer K. Ilgör de heer A. Koçak de heer E. van Ekelen de heer H. Heikens de heer M. de Pagter de heer D. Lokerse vertegenwoordigd door het CDA de heer J. van der Geest de heer A. van Houwelingen mevrouw E. Dansen Leden Rekenkamer: de heer P. Buisman (voorzitter), mevrouw S. Kist, mevrouw H. van Camp mevrouw M. Lucassen (Onderzoeksbureau Stec)
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Rekenkameronderzoek Doorstroming Woningvoorraad De Rekenkamer Gorinchem heeft een onderzoek uitgevoerd naar de doorstroming binnen de woningvoorraad in Gorinchem. Dit onderzoek werd uitgevoerd door het onderzoeksbureau Stec. Op basis van de rapportage en de recente ontwikkelingen heeft de Rekenkamer een bestuurlijke nota opgesteld, met daarin conclusies en aanbevelingen. Het college heeft hierop een bestuurlijke reactie gegeven. Het doel van het onderzoek was om inzicht te krijgen in de werkelijke doorstroming, het huidige beleid en de effectiviteit van de maatregelen die genomen zijn om de doorstroming te bevorderen. De voorzitter geeft aan dat de conclusies en aanbevelingen door de Rekenkamer gepresenteerd worden in het I&O gedeelte waarna gelegenheid wordt geboden om vragen te stellen. Vervolgens wordt overgegaan naar het B&A gedeelte waarin politieke standpunten kunnen worden gedeeld. De heer Buisman licht toe dat doorstroming geen doel op zich is, maar een middel om ervoor te zorgen dat er een evenwicht ontstaat binnen de verdeling van woonruimte en de behoefte daaraan. Niet alles kan met doorstroming opgelost worden, want in het geval van een tekort aan een bepaald type woningen moet dit tekort aangevuld worden.
Het onderzoek richt zich op een beperkt aantal jaren waarbij vooral is gekeken naar de doorstroming die is voortgekomen vanuit de nieuwbouw rekening houdend met de specifieke kenmerken. In deze periode werd geen sociale huur gerealiseerd. Poort6 bekijkt in samenwerking met de gemeente hoe doorgestroomd kan worden binnen de eigen voorraad.
Parallelsessie I&O en B&A Rekenkameronderzoek Doorstroming Woningvoorraad, 4 december 2025
De heer Van der Geest informeert of in de coronaperiode sprake was van minder verhuisbewegingen, bijvoorbeeld omdat mensen minder zeker waren over hun baan. De heer Buisman antwoordt dat dit niet op deze manier bekeken is. Er is gekeken welke verhuizingen er geweest zijn. Bij nieuwbouwwoningen is gekeken wie gaat er wonen, komt diegene van binnen Gorinchem, wat voor woning wordt achtergelaten en leidt dit vervolgens tot een nieuwe verhuizing. Omdat het om een beperkt aantal gaat, kunnen daar slechts beperkt uitspraken over gedaan worden mede vanwege privacyregels. De heer Ilgör vraagt welke data zijn gebruikt voor het onderzoek. De heer Buisman antwoordt dat de data van het CBS komen waar Stec onder strikte voorwaarden exercities op kan uitvoeren. Het beeld in Gorinchem wijkt niet af van het landelijk beeld. De langste ketens komen voort uit verhuizingen van ouderen, maar dit is een grote groep die weinig verhuist. Als een ouder echtpaar uit bijvoorbeeld Zwijndrecht naar een appartement in Gorinchem verhuist komt er geen andere woning vrij. Het kan wel zo zijn dat dit echtpaar voor de verhuizing tientallen jaren in Gorinchem heeft gewoond en nu dus terugkeert om dichterbij de kinderen te wonen. Binnen Gorinchem zorgt dit niet voor doorstroming maar maatschappelijk is wel iets bereikt. Het omgekeerde kan ook het geval zijn.
De aanpak van Poort6 om ouderen naar aantrekkelijke levensloopbestendige woningen te laten verhuizen waardoor grotere woningen vrijkomen is goed. Deze benadering is goed toepasbaar op andere delen van de woningmarkt. Het is belangrijk om goed inzicht in de woningmarkt te hebben. In Gorinchem is al veel onderzocht inmiddels; waar zitten de knelpunten, hoe onevenwichtig zijn deze en hoe zou je daarop kunnen handelen waarbij doorstroming één van de maatregelen is. Doorstroming wordt als maatregel genoemd, maar dit is niet concreet en effectief gemaakt. In welke situaties zouden knelpunten of een onevenwichtigheid binnen de verdeling van de woonruimte opgelost kunnen worden met doorstroming? Om welke groepen gaat het? Welke maatregelen moeten daarvoor getroffen worden? Met wie moet daarvoor samengewerkt worden? Dingen doen in de goede volgorde: duidelijk het doel voor ogen, is er een aantrekkelijk aanbod voor de beoogde doorstromers, klantgerichte benadering en ondersteuning. Welke vraag leeft bij de verschillende groepen? Sturen op het onderliggende doel. Poort6 stuurt op het vrijmaken van grote woningen. Dit houdt in dat ouderen die niet in een grote woning wonen, niet geholpen worden. Met partijen in gesprek gaan. Zijn ontwikkelaars, beleggers, zorginstellingen, makelaars bereid om mee te denken. In de volkshuisvesting werken instrumenten elkaar soms ook tegen.
De Omgevingswet en Huisvestingswet bieden mogelijkheden om te sturen of zaken vast te leggen in beleid zodat derden weten waar in Gorinchem voor gegaan wordt. Voorts moet ook gekeken worden naar bewegingen met de regiogemeenten en welke afspraken daarover gemaakt kunnen worden. De heer Van Willigen merkt op dat het college heeft gereageerd dat de sturingsmogelijkheden op de particuliere markt minder groter zijn dan in de sociale sector. Geadviseerd wordt om in contact te treden met de betrokken partijen. Hij vraagt in hoeverre de gemeente de starter mag zijn in dergelijke gesprekken uit het oogpunt van beïnvloeding. De heer Buisman antwoordt dat het volkshuisvestingsbeleid zonder samenwerking niet tot stand komt. Hij heeft ambtelijk geen huivering bemerkt om gesprekken te voeren. De publiek-private samenwerking is de basis voor het realiseren van een groot deel van de volkshuisvestingsdoelen. De heer Van Willigen gaat straks de wethouder uitdagen, want zijn ervaring in gesprekken met makelaars is dat de deur niet zo wijd openstaat.
Parallelsessie I&O en B&A Rekenkameronderzoek Doorstroming Woningvoorraad, 4 december 2025
De heer Buisman vervolgt dat bestuurlijk en ambtelijk vaak in termen van regels, verboden en geboden gedacht wordt, maar de zachte hand komt misschien wel juist vanuit de particuliere partijen. Bij een woningcorporatie moet men blij zijn als er een woning toegewezen wordt, in de particuliere sector wordt geprobeerd het aanbod meer op de vraag te richten. Ouderen hebben meer tijd nodig om te beslissen over een verhuizing dan jongeren. Marktpartijen en de gemeente kunnen daarbij met zachte hand helpen. Het college geeft aan dat zaken gemonitord moeten worden en dat dit tijd en geld kost. Het is niet duidelijk hoeveel het kost, maar als dit niet wordt gedaan is de schade wellicht groter omdat niet de juiste producten worden gemaakt of dat niet bekend is hoe effectief de maatregelen zijn. Cijfers verzamelen moet doelgericht gebeuren en er moet op gezette tijden bijgestuurd worden. Daarbij kan het interessant zijn om dit gezamenlijk met de Regio te doen. De heer Ilgör vraagt of er ook is gekeken naar de aanpak in buurgemeenten. De heer Buisman reageert dat er niet naar andere gemeenten gekeken is, maar wellicht kunnen er vanuit Stec nog wat landelijke zaken geduid worden. Toen hij net was afgestudeerd adviseerde hij om bejaardenwoningen te bouwen zodat de doorstroming op gang zou komen. Doorstroming speelt al tientallen jaren een rol en dit verloopt met pieken en dalen.
Mevrouw Lucassen vult aan dat veel gemeenten te maken hebben met dezelfde problematiek woonbeleid breed. Vaak weet men niet hoe ver men is in het behalen van doelen wat bevestigt dat doorstroming een belangrijk instrument is om de doelen te behalen en bij te sturen indien nodig. De heer Ilgör informeert of er tools beschikbaar zijn om dit te monitoren. De heer Buisman vervolgt dat de techniek niet zo ingewikkeld is. Van te voren nadenken wat moet onderzocht worden en welke cijfers worden betrokken zodat er een goede analyse gemaakt kan worden. De monitoring is voor de raad van belang vanuit de controlerende functie. De heer Van Willigen vraagt of Stec ook beschikt over de gegevens van de particuliere markt. Mevrouw Lucassen geeft aan dat de analyse is gedaan met CBS cijfers (microdata) waarmee tot op persoons- en adresniveau zaken zichtbaar worden (type woning, huishouden, inkomen) en daar moet zorgvuldig mee omgegaan worden. Bijvoorbeeld naar welk type woningen gaan gezinnen met een grondgebonden woning. Als dit om minder dan tien mensen gaat, mag dit niet zichtbaar gemaakt worden omdat zaken dan herleid kunnen worden. De heer Van Houwelingen begrijpt dat er al een duidelijke monitoring is en toch wordt gevraagd om een monitoring op te zetten.
De heer Buisman verduidelijkt dat het CBS een heleboel data heeft, maar data zegt helemaal niets als er geen gerichte vraag aan gekoppeld is. De heer Van Houwelingen herhaalt dat veel gegevens van buiten moeten komen, maar intern blijkt al heel veel data te zijn. De heer Buisman corrigeert dat bij het onderzoek alleen maar gebruik is gemaakt van de gegevens van het CBS. Gegevens van makelaars zijn niet betrokken. Onder bepaalde condities en met strikte voorwaarden kan data vanuit het CBS gebruikt worden. Ook het gesprek met mensen in het veld is helpend om inzicht te krijgen.
Parallelsessie I&O en B&A Rekenkameronderzoek Doorstroming Woningvoorraad, 4 december 2025
Hij vervolgt dat er beleid geformuleerd en uitgevoerd moet worden dat stap voor stap verder uitgebreid wordt samen met de partijen waarmee de gemeente het volkshuisvestingsbeleid wil realiseren. De heer Van Veen begrijpt dat het in de onderzochte periode om 500 woningen gaat en 400 vrijgekomen woningen. De 100 woningen die niet vrijgekomen zijn, betreft woningen van mensen die naar Gorinchem zijn verhuisd en woningen van mensen die binnen Gorinchem zijn verhuisd naar nieuwbouwwoningen en geen woning hebben achtergelaten. Hij vraagt of er een percentage genoemd kan worden. De heer Buisman antwoordt dat 100 woningen door een starter zijn bezet, maar het verschilt nogal wat er in de staart van de keten gebeurt. Bijvoorbeeld naar een nieuwe woning verhuist iemand vanuit Gorinchem waardoor er een woning vrijkomt, maar de volgende verhuizing kan iemand van buiten zijn of een starter. Soms kan het 3 of 4 verhuizingen doorgaan. 0,8 is een gemiddelde, maar in verschillende ketens kan dit erg uiteenlopen. De heer Van Ekelen merkt op dat de doorstroming sterk afhankelijk is van het type nieuwbouw en vraagt welke aanbevelingen worden gedaan voor het vertalen naar toekomstige bouwlocaties, bijvoorbeeld De Vleugels van de Stad. De heer Buisman antwoordt dat de Rekenkamer zich terughoudend opstelt en heeft gekeken waar zijn de tekorten en is doorstroming een mogelijkheid om dit op te lossen.
Veel ouderen wonen in te grote huizen daar waar een levensloopbestendige woning wellicht meer geschikt is, eventueel met zorg in de buurt. In Gorinchem ligt in de komende jaren het hoofdaccent op het realiseren van appartementen. Hierbij is het wel belangrijk om te kijken naar wat voor appartementen; appartementen van 25m² voor starters of van 75m² met een gemeenschappelijke ruimte in het complex voor ouderen. De heer Van der Geest verwijst naar figuur 32, pagina 37 (knelpunten woningvoorraad). In Gorinchem Oost zijn in de afgelopen jaren wat grondgebonden woningen gebouwd. Voor de Arkelsedijk zijn veel koopappartementen gepland. Hij vraagt of al een vergelijking is gemaakt tussen wat er in de komende jaren gebouwd gaat worden en deze cijfers. De heer Buisman reageert dat er geen woonbehoefteonderzoek is gedaan. De tabel laat ziet waar de grootste spanning ligt waarbij de vraag is of doorstroming één van de middelen is om dit op te lossen. De heer Van der Geest verduidelijkt dat zijn vraag is of er op andere plekken bijgestuurd moet worden. De heer Buisman antwoordt dat daar geen onderzoek naar gedaan is. De heer Van Ekelen vraagt wat er eventueel gedaan kan worden voor jongeren en jonge gezinnen. De heer Buisman antwoordt dat Poort6 nadenkt over doorstroming onder jongeren. Hij weet niet welke woningen op dit moment voor jongeren gereserveerd worden.
Sommige woningen kunnen vanuit het perspectief van jongeren erg aantrekkelijk zijn waardoor de woning die achtergelaten wordt voor een starter gebruikt kan worden. Gedacht werd dat door het bouwen van grote twee-onder-een-kapwoningen de starter aan het einde vanzelf aan bod zou komen, maar de cijfers laten zien dat de kans heel groot is dat de keten voor die tijd wordt afgebroken. Er moet ook gekeken worden of in bepaalde segmenten voor starters gebouwd moet worden zodat mensen niet heel erg lang hoeven te wachten. De heer Lokerse vraagt hoe lang het duurt voordat een verhuisketen is doorlopen en of de duur van het onderzoek voldoende is geweest om de hele keten in beeld te brengen. Het
Parallelsessie I&O en B&A Rekenkameronderzoek Doorstroming Woningvoorraad, 4 december 2025
onderzoek van RIGO uit 2024 loopt wellicht parallel aan dit onderzoek. Hij vraagt of dit rapport de vragen beantwoordt. De heer Buisman antwoordt dat de duur per keten heel erg kan verschillen. Mevrouw Lucassen vult aan dat is gekeken naar de nieuwbouw die is opgeleverd in de periode 2019-2021 waarbij steeds drie jaar verder is gekeken naar de doorstroomketen. Ook in 2022-2024 zijn nieuwbouwwoningen opgeleverd, maar daarvan zijn de doorstroombewegingen te kort geleden. De heer Buisman geeft aan dat het RIGO onderzoek niet is betrokken en in de tussentijd zijn er ook nog een heleboel andere onderzoeken gedaan. Het onderzoek dat is uitgevoerd heeft zich gericht op de inrichting van het doorstromingsbeleid en hoe pakt dat uit in de praktijk. Het is aan het college en de ambtenaren om hier verder mee aan de slag te gaan. De heer Lokerse hoort vaak dat mensen niet willen verhuizen omdat zij dan meer huur moeten betalen en vraagt of dit is gesignaleerd in het onderzoek. De heer Buisman antwoordt dat dit niet zichtbaar is in de ketens. Er was geen nieuwbouw voor sociale huur. Poort6 is bezig met een evaluatie van zijn beleid. In de gesprekken die zijn gevoerd is niet naar voren gekomen dat de huursprong een beletsel vormt om te verhuizen. Sommige gemeenten maken afspraken over hoe hoog de huursprong mag zijn.
Als mensen niet bereid zijn om te verhuizen vanwege een hogere huur moet daar wellicht beleid op volgen. De heer Heikens vraagt of er een instrument bestaat waardoor aan makelaars wat meer sturing gegeven kan worden, of wellicht het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst. De heer Buisman verwijst naar het gesprek van januari waar door een makelaar werd aangegeven dat een woning bijvoorbeeld 3 maanden alleen lokaal aangeboden kan worden. Maar een makelaar werkt in opdracht van een verkoper dus het is niet zo dat de gemeente van alles kan bepalen. De gemeente kan alleen de bewustwording bevorderen. De voorzitter constateert dat er geen behoefte meer is om technische vragen te stellen en sluit het I&O gedeelte. B&A gedeelte De heer Van Willigen bedankt de Rekenkamer en Bureau Stec namens de raad voor het gedegen onderzoek en de praktische adviezen die zullen zorgen voor enorme uitdagingen in de Samenlevingsvisie en Omgevingsvisie. Hij stelt voor de wethouder in het B&A gedeelte om een reflectie vooraf te vragen. De heer De Pagter heeft geen directe vragen aan de Rekenkamer, maar wel vragen over de reactie van het college op het onderzoek en vervolgens weer de reactie van de Rekenkamer daarop. De raad heeft een goed onderzoek in handen om de markt verder te onderzoeken en te kijken wat er aan de doorstroming gedaan kan worden.
Gorinchem heeft verschillende instrumenten ingezet op de woningmarkt. Het college reageert wat terughoudend en lauw. Hij vraagt waarom er geen concrete actie komt op monitoring, waarom er terughoudendheid is bij publiek-private samenwerking en hoe de resultaten zich verhouden tot de ontwikkelingen van de woonwijken. De plannen voor De Vleugels van de Stad zijn al in een vergevorderd stadium waardoor het type woningen daar niet meer aangepast kan worden, wellicht dat de wethouder daarop kan reageren. Hij vraagt voorts of al nagedacht wordt over de woonbehoefte van 2050. Als er nu alleen maar appartementen gebouwd worden, zorgt dat in 2050 voor uitdagingen.
Parallelsessie I&O en B&A Rekenkameronderzoek Doorstroming Woningvoorraad, 4 december 2025
De heer Van der Geest hoort graag van het college hoe de woningbouwtypen die in de afgelopen jaren bijgebouwd zijn passen bij de woonbehoefte. Poort6 heeft wat grip op huurders en komt tot 23 verhuizingen en 30 geïnteresseerden. Op de particuliere sector is minder grip en daarom de vraag voor hoeveel doorstroming per jaar een hele dure monitoring opgezet moet worden. De heer Van Houwelingen vroeg al of de data van het CBS volstaat en daarnaast eens in de zoveel jaar een wat scherpere analyse. Als het maar om 40 verhuizingen per jaar gaat, mogen monitoring en veel ambtelijke uren wat zijn fractie betreft achterwege blijven. In figuur 15 wordt aangegeven hoe de verhuisbewegingen zich verhouden ten opzichte van de kosten. Hij vindt het interessant om te zien hoeveel het kost om woningen te ontwikkelen en hoeveel het kost om de doorstroming voor elkaar te krijgen. Het raadsvoorstel kan dan door als hamerstuk onder dankzegging voor het onderzoek. De heer Van Willigen merkt op dat het onderzoek wordt gekoppeld aan de hoeveelheid woningen waarbij 40 verhuizingen als grens wordt genoemd, maar wellicht wordt dit lage aantal behaald omdat er te weinig gemonitord wordt. De heer Van der Geest heeft in het onderzoek niet gelezen dat monitoring mensen stimuleert om te verhuizen, maar wel dat er maatregelen ingezet kunnen worden om mensen te verleiden.
Hij wil liever ambtelijke uren en euro’s daarop inzetten eens in de zoveel jaar. De heer Van Willigen woont al levensloopbestending, maar herkent de zaken die over ouderen aangegeven worden. Ouderen moeten verleid worden of de omstandigheden moeten zich dringend aandienen (gezondheidsaspecten en zorg) en daar zou ambtelijk de aandacht op gericht kunnen worden in plaats van op monitoring. De heer Koçak complimenteert de Rekenkamer voor het opgeleverde onderzoek. De meerwaarde van consequent monitoren is bekend. Het valt op dat het college bijna niets doet, maar er moeten wel stappen ondernomen worden. Monitoring helpt de raad in de controlerende taak. Hij vraagt hoe het college denkt de verbinding met de betrokken partijen te versterken in de komende periode. De heer Van Veen geeft aan dat het ook voor zijn fractie een hamerstuk is. Het college zegt in haar reactie wel vaak ja, maar. Monitoring is voor hem ook wat minder relevant omdat Gorinchem redelijk gelijk op gaat met landelijke trend. De heer Van Houwelingen sluit zich aan bij de complimenten voor het onderzoek. Hij is het eens dat doorstroming geen doel maar een middel is, maar de voorwaarden moeten wel kloppen qua voorzieningen, vierkante meters, lasten en kosten. Hij ziet de knelpunten terug, maar de voorwaarden zijn wat minder helder.
Het is een uitdagende puzzel en monitoring kan helpend zijn om de knelpunten en mogelijkheden naar voren te krijgen. De resultaten van de eerste monitoring zullen laten zien hoe vaak er gemonitord moet worden. De heer Van Ekelen geeft aan dat zijn fractie graag wil voortbouwen op de inzichten van de Rekenkamer. Voor de doorstroming is dit een middel om Gorinchem meer vrijheid en kansen te geven op een passende woning. Zijn fractie heeft nog vijf aandachtspunten. Monitoren is geen doel op zich, maar een instrument om te kunnen sturen. Hij verzoekt in het programma Wonen een praktische en realistische monitoringsopzet op te nemen. De doorstroomaanpak expliciet onderdeel te maken van het programma Wonen wordt gesteund, niet door extra regels toe te voegen, maar door helder te beschrijven welke doelen worden nagestreefd, wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe daaraan gezamenlijk uitvoering gegeven wordt. Het onderzoek laat zien dat het belangrijk is om voornamelijk te kijken naar seniorenwoningen en eventueel grote woningen. In Gorinchem worden steeds meer appartementen gebouwd en daarom moet gekeken worden hoe daarop gestuurd kan worden. Daarbij is het belangrijk om aandacht te geven aan jongeren en jonge gezinnen. Zijn fractie verzoekt bij het programma Wonen duidelijk te maken hoe de keten beter benut
Parallelsessie I&O en B&A Rekenkameronderzoek Doorstroming Woningvoorraad, 4 december 2025
kan worden. Aan de ene kant aantrekkelijke seniorenwoningen maar ook woningen creëren voor jongeren. Voorts wijst hij op samenwerking met de private sector via marketing en samen met private partijen. De heer Van Willigen merkt op dat alles wat nu wordt gezegd in strijd is met hetgeen voor het project Lange Slagenstraat door de VVD is aangegeven. Daar werd nadrukkelijk gepleit voor kleinere woningen voor ouderen en starters waarbij het uitgangspunt van de VVD destijds was dat het vooral geld moet opbrengen. Het gebied wordt verkocht en dan wordt het opnieuw ontwikkeld. De VVD had destijds niet zo veel aandacht voor ouderen en starters. De heer Van Ekelen vervolgt dat het nu over doorstroming gaat en daarvoor zijn woningen voor ouderen en starters nodig. De heer Van Willigen concludeert dat dit een lichte verandering van inzicht is. Zijn fractie heeft enorm ingezet op het gebruiken van dat gebied voor een mix van ouderen met jongeren waarbij is gepleit om ouderen beneden te laten wonen en jongeren boven. Zijn fractie vond de VVD daarbij niet aan haar kant. De heer Lokerse geeft aan dat het ook voor zijn fractie een hamerstuk is. Met monitoring kan de effectiviteit van beleid in de gaten gehouden worden en het is een instrument voor de raad om te kunnen controleren.
Wethouder Dansen reageert dat het college blij is met het onderzoek, wijst in dit kader ook op het woonbehoefteonderzoek en een onderzoek over starters en zegt dat dit onderzoek een mooie aanvulling is daarop. Het onderzoek van de Rekenkamer heeft lang op zich laten wachten en het is niet mogelijk gebleken om de drie onderzoeken gezamenlijk te bekijken. Ook de Rekenkamer wijst diverse keren op integraliteit. De raad heeft in de afgelopen jaren regelmatig opgeroepen oog te hebben voor starters. Er zijn heel veel dingen die belangrijk gevonden worden en die moeten integraal bekeken worden. Zij kan onmogelijk alleen naar doorstroming kijken. Gorinchem heeft weinig ruimte om te bouwen waardoor niet alles maakbaar is. De heer Koçak vraagt of die vergelijking en integraliteit alsnog kunnen plaatsvinden. Wethouder Dansen acht het verstandig om de drie onderzoeken naast elkaar te leggen en te bepalen hoe nu verder. Zij valt zelf in de doelgroep; een groot huis, geen kinderen meer thuis wat maakt dat zij een redelijk groot verhuistreintje op gang zou kunnen brengen, maar dat gaat niet gebeuren. Het is verstandig om te bepalen wat gewenst wordt, want de raad heeft haar in de afgelopen periode verschillende kanten op gestuurd. De ene keer ging het om starters, daarna weer om ouderen.
Er is gewerkt aan beleid op het gebied van wonen, zorg en welzijn, nog afgezien van het feit dat je je af kunt vragen bij wat goed is voor ouderen of het een goed idee is om die allemaal te laten verhuizen. Gezien de uitdagingen op het gebied van zorg is het niet goed om mensen uit hun leefomgeving te halen omdat zij dan hun netwerk en hulpsysteem missen. Doorstroming is buitengewoon belangrijk, maar wel in relatie tot de andere onderzoeken en de andere doelen. Zij benadrukt dat het onderzoek zich richt op een periode voor haar termijn. De heer Van der Geest hoopt dat de wethouder hiermee niet wil suggereren dat het onderzoek niet zo heel erg nuttig is. De raad heeft de Rekenkamer verzocht om onderzoek te doen en daarom is hij heel blij met de inzichten ook al zijn deze van een paar jaar geleden. Hij ziet vooral een opdracht voor het college om deze onderzoeken aan elkaar te verbinden en daarom overweegt zijn fractie toch een motie om de wethouder te laten verhuizen naar een appartement.
Parallelsessie I&O en B&A Rekenkameronderzoek Doorstroming Woningvoorraad, 4 december 2025
Wethouder Dansen benadrukt dat zij aan het begin van haar betoog heeft gezegd dat zij het een belangrijk onderzoek vindt dat goed past bij de andere onderzoeken die zijn gedaan. Zij wil de onderzoeken graag met elkaar vergelijken om een compleet beeld te krijgen. De heer Koçak vraagt of hij er vanuit mag gaan dat de wethouder de aanbevelingen van de Rekenkamer opneemt in het programma Wonen. Wethouder Dansen neemt aanbevelingen altijd mee, wat er vervolgens mee gedaan wordt is wat anders. Zij heeft het rapport kortgeleden voor het eerst gezien en daarom moet het ook nog een beetje indalen. Bij suggesties, goede raad en adviezen moet je altijd kijken wat je daarmee kan doen. De heer Koçak verduidelijkt dat in het programma Wonen een aantal kaders wordt meegegeven. De wethouder heeft de aanbevelingen gezien en inzichten gekregen over de doorstroming. Er wordt gewezen op integraliteit. Hij informeert of dit alles serieus opgepakt wordt of alleen voor kennisgeving aangenomen wordt. Wethouder Dansen geeft aan dat het nog niet zo ver is, zij gaat hier heel serieus naar kijken zoals zij ook heel serieus naar de andere onderzoeken heeft gekeken. De heer Koçak ziet het als een toezegging dat de wethouder heel serieus naar het onderzoek gaat kijken. De voorzitter merkt op dat dit sowieso in de aanbevelingen staat.
De heer De Pagter leest in de reactie van het college dat monitoring geld kost. Dat is het geval, maar niets doen of andere zaken doen kost ook geld. Hij informeert of geld het grootste motief is om geen concrete monitoring op te zetten. Wethouder Dansen reageert dat het niet alleen om geld gaat, maar ook om menskracht. De heer De Pagter concludeert dat er te weinig fte’s zijn om een concrete monitoring te doen en ziet het niet doen van een monitor als een keuze vanuit het college. Wethouder Dansen verduidelijkt dat de afweging was wegen deze zaken tegen elkaar op, is de monitoring zo belangrijk en levert het zo veel op dat je daar heel veel tijd en geld in wilt steken. De heer De Pagter verwijst naar de aanbeveling over publiek-private samenwerking waar hij enigszins terughoudendheid proeft. In het rapport wordt aangegeven dat een dergelijke samenwerking de doorstroming kan verbeteren. Wethouder Dansen denkt dat het zeker nuttig kan zijn om gebruik te maken van elkaars expertise. Een groot deel van dit onderwerp valt binnen de portefeuille van wethouder Mager. Zij zou graag gebruik maken van expertise en kennis bij makelaars als het gaat over beïnvloeding op het gebied van doorstroming voor koopwoningen. Mensen kunnen niet gedwongen worden om te verhuizen. Zij heeft alleen invloed op Poort6 en daarom is doorstroming opgenomen in de prestatieafspraken.
Poort6 is ook bereid om daar moeite voor te doen en zet daar mensen voor aan het werk. Op particuliere woningen en particuliere huur heeft zij weinig invloed en het is ook heel moeilijk om daar informatie over te krijgen. Het gaat vaak om kleinere verhuurders of men wil niet in gesprek. De heer Van Willigen zegt dat het college wel degelijk invloed heeft op deze markt, want zij kan andere bestemmingen geven aan gebouwen. Bijvoorbeeld een woonbestemming voor bedrijven. Hij heeft daar nooit iets over gehoord in deze collegeperiode. Hij bespeurt eigenlijk alleen tegengeluiden en geen bereidheid.
Parallelsessie I&O en B&A Rekenkameronderzoek Doorstroming Woningvoorraad, 4 december 2025
Wethouder Dansen reageert dat het duidelijk is dat zij niet in haar eentje een standpunt kan innemen. Dit is een beslissing van het college waarbij heel veel meer in overweging genomen moet worden dan enkel een woonbestemming toekennen. De heer Van Willigen heeft tot op heden van het college alleen maar gehoord dat zij dit niet gaat doen. Wethouder Dansen weet niet waar precies op geduid wordt, maar het college voert momenteel wel vergaande gesprekken met Poort6 over een kantoorgebouw waar in de toekomst woningen zouden kunnen komen. De heer Van der Willigen duidt op proactiviteit in de richting van bezitters van bedrijfsgebouwen die al enkele keren hebben aangegeven dat zij een andere bestemming aan hun bedrijfsgebouw zouden willen geven en daar het college c.q. de ambtenaren niet op hun weg weten te krijgen. De heer Koçak stelt vast dat de raad duidelijk het belang van monitoring onderstreept. Hij hoort graag van de wethouder hoe zij dit aandachtspunt oppakt. De heer Van Willigen vult aan dat hij zojuist met de heer Van der Geest heeft besproken om de inzet van ambtenaren ook op andere gronden in te inzetten als monitoring een probleem is. De heer Van der Geest gaf in zijn eerdere betoog al aan dat de private sector misschien wat minder handelingsrepertoire heeft dan misschien Poort6, maar op pagina 22 staan 34 doorstroommaatregelen die toegepast kunnen worden.
Van campagnes tot een dag helpen verhuizen. Er zijn genoeg instrumenten die ook voor de private sector voor ouderen gebruikt kunnen worden. Sommige maatregelen vergen forse bedragen, maar er zijn ook zaken die samen met andere partijen opgepakt kunnen worden. De reactie van de wethouder dat het allemaal ingewikkeld en moeilijk is, is een beetje diffuus. Hij roept op serieus naar deze maatregelen te kijken en ook te kijken welke maatregelen geprobeerd kunnen worden samen met Poort6 en andere partijen, zoals de private sector. Wethouder Dansen zegt toe dat dit zeker onderwerp van gesprek zal zijn binnen het college. De heer Van der Geest geeft aan dat de raad daar niets aan heeft. Het is heel makkelijk voor de wethouder om dit zo te zeggen. Het is ingewikkeld, het kost veel geld en het is van voor mijn periode, dat is een beetje de lijn. Elk jaar gaat het over doorstroming en het bouwen van woningen om wat voor starters en andere groepen te doen. Er ligt nu een rapport over doorstroming. Als het gaat om meer dan 40 doorstromingen per jaar vraagt dat om een serieuze reactie met een serieuze blik naar alle maatregelen die wel of niet kunnen. Andere steden hebben wellicht succesfactoren die daar goed hebben gewerkt. Ooit werd gezegd in gelul kun je niet wonen, met een gesprek van een college wordt niet doorgestroomd.
Dit soort maatregelen vraagt om een serieuze reactie om met elkaar te wegen waar de ambtelijke inzet op gericht wordt om effectief resultaat te bereiken. De raad wil weten wat er uit het onderzoek wordt meegenomen, wat bij Gorinchem past en waarvoor extra middelen nodig zijn. De wethouder mag daar zo lang als zij wil over praten in het college, maar dit is waar de raad op zit te wachten. Wethouder Dansen hoort de frustratie, maar zij kan hierover niet in haar eentje beslissen. In de afgelopen periode is de raad druk geweest met allerlei maatregelen om de woningmarkt zo mooi mogelijk te laten functioneren, maar het heeft vooral vrij veel moeite gekost om nieuwe woningen te realiseren.
Parallelsessie I&O en B&A Rekenkameronderzoek Doorstroming Woningvoorraad, 4 december 2025
De heer Koçak vraagt of de wethouder beseft waar de raad om vraagt. De raad wil een toezegging van het college dat dit in het programma Wonen opgenomen wordt en dat er een fatsoenlijk onderzoek komt. Dat kan de wethouder toch aangeven? Wethouder Dansen probeert uit te leggen dat zij dat niet kan. Zij is wethouder Wonen en gaat over de volkshuisvesting (Poort6) maar zij gaat niet over stedelijke vernieuwing en niet over de bouw van koopwoningen dus zij kan alleen maar aangeven dat dit in het college beslist moet worden. Dat is de reden waarom zij geen toezegging kan doen namens een collega of namens het college. De heer Koçak informeert of de raad met een motie moet komen. De heer Van der Geest vindt het vreemd dat het hele college aanwezig moet zijn om een antwoord te kunnen geven namens het college aangezien de portefeuillehouder dat niet kan. Wethouder Dansen kan wel reageren op de zaken waarvoor zij portefeuillehouder is, maar niet op dingen waarvoor zij geen portefeuillehouder is. De heer Van der Geest vindt dat het nu een beetje vervelend wordt. De voorzitter van de raad zegt altijd dat de wethouder en de portefeuillehouder niet bestaan. Er worden altijd uitspraken gedaan namens het college binnen de bandbreedte van het coalitieprogramma.
Als de raad vraagt om met een serieuze reactie te komen richting het woningbouwprogramma en vraagt om de drie onderzoeken met elkaar te vergelijken dan kan de wethouder dat prima doen zonder resultaatverplichting. De heer Koçak sluit zich hierbij aan. De heer Van Willigen constateert dat het raadsvoorstel na de reactie van de wethouder niet als hamerstuk aangemerkt kan worden. Hij wil in ieder geval spreken over de functieverandering voor bedrijven waarvoor in de matrix wordt aangegeven dat dit geen geld kost. Hij heeft geen idee welke wethouder wel antwoord kan geven omdat hij dacht dat er tegen het college wordt gepraat. Hij kan zich voorstellen dat de wethouder zegt dat zij daarover niet kan beslissen omdat het niet haar portefeuille is, maar dat betekent dat dit onderwerp terug moet komen omdat hij vermoedt dat er meer vragen zijn die aan een andere wethouder gesteld moeten worden. De heer Van Houwelingen begrijpt heel goed wat met name de heer Van der Geest meegeeft, maar in het raadsvoorstel wordt aangegeven dat de instrumenten worden toegevoegd en daarom vraagt hij zich af wat er besproken moet worden in de raadsvergadering. De heer Van Willigen concludeert dat er bij de bespreking van het raadsvoorstel vragen naar boven zijn gekomen die fundamenteel zijn voor de uitvoering van het beleid en voor het inzicht in de komende jaren.
Als de wethouder geen antwoord kan/mag/wil geven blijven deze vragen openstaan. Wethouder Dansen reageert dat vandaag het Rekenkameronderzoek wordt besproken. Zij heeft veel vragen gekregen over de bestuurlijke reactie op het onderzoek. Hierover is vervolgens gediscussieerd. Het programma Wonen staat vanavond niet op de agenda. Zij kan niet zomaar reageren op alles omdat zij daar eerst over na wil denken. Vanavond zijn naast het onderzoek van de Rekenkamer ook een heleboel andere dingen besproken. De voorzitter informeert hoe het college wel kan reageren.
Parallelsessie I&O en B&A Rekenkameronderzoek Doorstroming Woningvoorraad, 4 december 2025
Wethouder Dansen denkt dat het goed is als het college even na mag denken. Dat is geen kwade wil. Zij wil de drie onderzoeken graag naast elkaar leggen, zodat daar een duiding uit kan volgen en zij na een gesprek in het college daarop kan terugkomen. De heer Van der Geest verzoekt de wethouder om een raadsinformatiebrief te sturen over het proces wat daarin gelopen wordt zodat de raad deze eventueel zelf kan agenderen. Wat zijn fractie betreft hoeft het geen bespreekstuk te zijn. Wethouder Dansen doet dit met alle liefde en verzoekt om haar daar een beetje ruimte voor te geven. De heer Koçak kan zich hierin vinden als er maar een serieuze uitspraak en reactie volgt. De heer Van Willigen sluit zich hierbij aan en verzoekt om in de raadsinformatiebrief aan te geven of punt 2.5 (zet een monitor op die inzicht biedt in de dynamiek …) mee wordt genomen ondanks dat dit arbeid vergt en fte’s kost. Het raadsvoorstel mag door als hamerstuk omdat hij aanneemt dat de opname teruggekeken wordt en de open eindjes beantwoord worden. Het gaat hem erom dat deze zaak neergezet wordt voor de nieuwe raadsperiode, maar de bereidheid tot is voor deze periode voldoende. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor de inbreng en sluit de vergadering.
Toezeggingen: • De wethouder stuurt een uitgebreide raadsinformatiebrief met duiding over de drie onderzoeken en reageert op het verzoek om deze onderzoeken integraal te bekijken
Parallelsessie I&O en B&A Rekenkameronderzoek Doorstroming Woningvoorraad, 4 december 2025