230608 Verslag Parallelsessie B&A Rekenkamerrapport Huiselijk geweld en kindermishandeling.pdf
Tekst van het document
Parallelsessie Beraad en Advies 8 juni 2023 Rekenkamerrapport Huiselijk geweld en kindermishandeling Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Fracties: Portefeuillehouder: Notulen:
de heer J. Klein de heer S. Vink Stadsbelang-Democraten Gorinchem-CDA-PvdA-VVD-D66-SPChristenUnie/SGP-Gorcum Actief mevrouw E. Dansen notulistenbureau Leeuwenburgh-Vendrig
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom en licht het doel van de sessie toe. Hij meldt het bericht van verhindering van mevrouw Jansen van de rekenkamercommissie. Rekenkamerrapport Huiselijk geweld en kindermishandeling De rekenkamercommissie heeft onderzoek gedaan naar huiselijk geweld en daarbij in het bijzonder naar kindermishandeling. De rekenkamercommissie heeft in de I&O van 17 mei jl. het rapport en de conclusies en aanbevelingen aan de raad gepresenteerd en was er gelegenheid tot stellen van vragen aan de rekenkamercommissie en onderzoeksbureau DSP. Tijdens deze B&A bespreken raadsleden onderling en met wethouder Dansen het rekenkamerrapport en de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamercommissie. Wethouder Dansen zegt ter inleiding dat zij hoopt dat er vanavond een interessante discussie gevoerd wordt over een belangrijk onderzoek. De heer Krol weet niet of hij een stijging in het aantal meldingen als positief moet aanduiden. Elke melding is er één te veel. Zijn fractie vindt het pijnlijk om te constateren dat ontwrichte gezinnen en relaties hieraan ten grondslag liggen en dat het in een aantal gevallen om intergenerationele problematiek gaat. Als hier niet goed op ingegrepen worden, worden deze problemen doorgegeven aan de volgende generatie.
Naast de rol van de overheid ziet zijn fractie ook een rol voor inwoners, het elkaar durven aanspreken en bevragen ook als het moeilijk is. De Kinderbescherming staat onder druk. D66 heeft aandacht gevraagd voor de lokale situatie. Zijn fractie heeft het rapport in dank ontvangen is en blij met de reactie van het college. Dit thema wordt nauwgezet gevolgd in de komende tijd. De heer Van der Meijden bedankt de rekenkamer voor het rapport. De gemeenteraad tast in het duister als het gaat om de effecten van het beleid op het vlak van kindermishandeling. Hij verwijst naar pagina 34, figuur 5.1, het werkproces van signaleren, melden en onderzoeken bij vermoedens van kindermishandeling. Het college heeft ingezet op het opbouwen van een structuur voor het signaleren. De beleidsaanname hieronder is dat door vroegtijdige signalering zaken met lichte hulp kunnen worden opgepakt. Uit het onderzoek blijkt dat de Sociale Dienst kampte met wachtlijsten waardoor dit in het gedrang kwam. Wat werd beoogd kwam deels of niet van de grond. Ook bij meldingen die zich lenen voor triage ging het mis. Het lukt Veilig Thuis niet om de veiligheidsbeoordeling binnen de wettelijke termijn af te ronden. Het rekenkameronderzoek toont aan dat in slechts 4,1% van de gevallen waar triage nodig was geen vervolgstappen nodig waren. In alle andere gevallen
Parallelsessie B&A Rekenkamerrapport Huiselijk geweld en kindermishandeling, 8 juni 2023
werd direct overgegaan op hulpverlening of een vervolgonderzoek nodig; 2 op de 10 kan de gemeente zich niet veroorloven. De heer Krol leest dat er inmiddels extra middelen beschikbaar zijn gekomen om de aansluiting tussen het Sociale Team en Veilig Thuis te versterken en denkt dat dit wellicht vraagt om enige nuancering van het betoog omdat hiermee geen recht wordt gedaan aan de inspanningen. De heer Van der Meijden vervolgt dat de cijfers van DG&J zijn gebaseerd op de meest recente bestuursrapportage. Hij gaat nader in op het uitvoeren van onderzoek. Slechts in 66% van de zaken wordt het onderzoek binnen de wettelijke termijn afgerond (3 op de 10 kinderen). Uit antwoord op schriftelijke vragen blijkt dat ook bij de uitvoering wordt erkend dat jeugdigen niet altijd binnen afzienbare tijd de noodzakelijke hulp en bescherming ontvangen. Zelfs in het geval van een kinderbeschermingsmaatregel kan tijdige uitvoering niet gegarandeerd worden. Zijn fractie concludeert dat de gemeente faalt in haar taak om deze kinderen te beschermen. Kinderen lopen fysieke en mentale littekens op die zij de rest van hun leven met zich meedragen. Dit vraagt om doelgerichte en duurzame versterking. De heer Van Willigen merkt op dat de gemeente redelijk onmachtig in bij het plegen van doelgerichte acties. Er worden zaken genoemd die landelijk beleid betreffen.
Hij vraagt welke doelgerichte acties vanuit de gemeente worden verwacht. De heer Van der Meijden wil graag vervolgen met de laatste alinea van zijn betoog, als de vraag er daarna nog is, zal hij die beantwoorden. Zijn fractie vindt de bestuurlijke reactie van het college ondermaats, te vrijblijvend. De hoofdconclusie van de rekenkamer is dat de doelen niet concreet en meetbaar zijn. Het college komt in repliek met geen enkele meetbare of gerichte maatregel. Op deze manier dreigt het onderzoek in een lade te verdwijnen en blijft de raad wederom machteloos en met lege handen achter. Zijn fractie wil juist de regie nemen en roept het college op om specifieker te zijn in het opvolgen van de aanbevelingen die zijn gedaan. Aanbevelingen 2 en 10 bieden voldoende aanleiding om concreet lokaal maatregelen te nemen. Zijn fractie overweegt een amendement of motie die het college daartoe een zetje geeft. In de richting van de heer Van Willigen geeft hij aan dat het college verwijst naar de hervormingsagenda en het toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming. De Inspectie Gezondheidszorg en Inspectie Justitie en Veiligheid hebben in de signaalbrief een passage opgenomen die hij graag wil voorleggen aan de wethouder. Gesteld wordt dat er herhaaldelijk sprake is van crises in de jeugdbeschermingsketen en dat een aanpak op de korte termijn ontbreekt.
Het toekomstscenario biedt geen oplossing voor de huidige crisis, want deze is voor de middellange en lange termijn. Hij vraagt daarom hoe er op de korte termijn interventies gepleegd kunnen worden die nu al effect sorteren. Mevrouw De Groot geeft aan dat het de taak van de gemeente is om de lokale aanpak te organiseren voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Klaarblijkelijk heeft de gemeente deze niet. Dat komt onder andere doordat de regiovisie is onderschreven. De doelen zijn niet meetbaar en niet gericht op outcome. Zij vraagt welke (maatschappelijke) impact moet worden gemaakt met het beleid. De gemeente heeft vooral ingezet op bewustwording en zo vroeg mogelijk signaleren van kindermishandeling, maar er zijn geen smart doelen geformuleerd waardoor niet gemeten kan worden of het beleid goed is. Sommige kinderen vallen tussen wal en schip en dat is problematisch. Het is tijd voor actie. Haar fractie is van mening dat het raadsvoorstel wat vrijblijvend is. Zij mist een plan van aanpak op korte termijn en dat wordt betreurd omdat de noodzaak hoog is. Er is actie nodig omdat het gaat om kinderen. Mevrouw Loderus bedankt de rekenkamer en het bureau voor het onderzoek en het uitgebreide rapport. De conclusies en meest urgente bevindingen van het rapport worden onderschreven en komen terug in het raadsvoorstel.
Met name de oproep aan het college en de organisatie om resultaatgerichte doelen te formuleren en de samenhang met doelen
Parallelsessie B&A Rekenkamerrapport Huiselijk geweld en kindermishandeling, 8 juni 2023
binnen het Sociaal Domein. Daar waar het rapport behoorlijk concreet is, wordt in het raadsvoorstel vooral in algemene termen en algemeenheden gesproken. Zij ziet de taak om Veilig Thuis in te richten niet direct terug in het raadsvoorstel. De heer Van der Meijden weet dat Stadsbelang in haar verkiezingsprogramma heeft gesteld dat ieder kind dat wettelijk recht heeft op jeugdhulp dit moet ontvangen. Geconstateerd wordt dat dit niet het geval is. Hij vraagt of dit betekent dat Stadsbelang met zijn fractie van mening is dat ervoor gezorgd moet worden dat de wettelijke termijnen van Veilig Thuis in de toekomst voor alle kinderen die daar recht op hebben worden gehaald. Mevrouw Loderus reageert dat hiernaar gestreefd moet worden en spreekt de bereidheid uit om eraan mee te werken dat deze wettelijke termijnen worden gehaald. Het raadsvoorstel gaat over het in kaart brengen van de problemen en hoe hiermee om te gaan. Zij vervolgt haar betoog en informeert hoe de sturing aan Veilig Thuis eruit ziet. Gorinchem heeft geen lokaal beleid, de visie is vastgesteld maar er is geen lokaal uitvoeringsplan. Zij informeert naar de reden hiervoor en vraagt wat er verwacht mag worden. Afsluitend informeert zij naar de cijfers van 2022.
De heer Houtepen hoort allerlei op- en aanmerkingen over het raadsvoorstel, maar ziet dat het volledige rapport wordt onderschreven en de aanbevelingen worden overgenomen waaruit hij concludeert dat de wethouder en het ambtelijk apparaat aan de slag gaan. Hij verwacht dat er concrete voorstellen naar de raad zullen komen waardoor hij van mening is dat de op- en aanmerkingen die worden gemaakt geen aanleiding zijn tot aanpassing van het raadsvoorstel. De heer Van Willigen merkt op dat de bestuurlijke reactie niet in lijn is met het raadsvoorstel. Het is fijn dat de VVD vertrouwen heeft, maar hij vraagt zich af waarop dit is gebaseerd. De heer Houtepen verwacht dat er aan het einde van de maand over dit raadsvoorstel gestemd wordt en denkt dat er basis genoeg is om mee aan de slag te gaan. De voorzitter verzoekt de griffier om een verduidelijking te geven voordat er verder gesproken wordt. De heer Vink merkt op dat het raadsvoorstel vanuit de rekenkamer is gekomen, niet vanuit het college. Het college heeft een bestuurlijke reactie gegeven naar aanleiding van het onderzoek. De heer Van Willigen vraagt zich af of dit duidelijk is voor de heer Houtepen. De heer Houtepen geeft aan dat wanneer dit raadsvoorstel wordt aangenomen de wethouder daarmee aan de slag moet. De heer Van der Meijden verduidelijkt dat dit de reden is dat hij is ingegaan op de bestuurlijke reactie.
Het college geeft in algemene termen aan gevolg te willen geven aan de conclusies en aanbevelingen, delen worden betrokken bij de toekomstagenda Kind en Gezinsbescherming. Hij heeft zojuist gewezen op het feit dat de Inspecties van oordeel zijn dat dit alleen maar goed is voor de middellange en lange termijn. Hij vraagt of de VVD van mening is dat er op de korte termijn niets hoeft te gebeuren zoals het college in de bestuurlijke reactie heeft geformuleerd. De heer Houtepen beweert dit niet maar denkt wel dat met het raadsvoorstel de kaders worden gesteld. De raad kan op enig moment aangeven dat het wethouder of het college daaraan niet de juiste richting geven. Hij wil het college het vertrouwen geven om hiermee aan de slag te gaan en tussentijds kijken of er nog bijgestuurd moet worden.
Parallelsessie B&A Rekenkamerrapport Huiselijk geweld en kindermishandeling, 8 juni 2023
De heer Van Willigen heeft behoefte aan duiding en vraagt of dit raadsvoorstel door het college wordt ingebracht in de raad. De heer Vink herhaalt op verzoek dat het raadsvoorstel door de rekenkamercommissie in de raad wordt gebracht. De heer Van Willigen vervolgt dat in dat geval de heer Houtepen zich vergist omdat hij doet alsof het raadsvoorstel van het college komt en informeert of een appèl gedaan wordt om het raadsvoorstel door het college te laten overnemen. Mevrouw Loderus vraagt zich af of het uitmaakt of het raadsvoorstel door het college of de rekenkamer is gemaakt. De heer Houtepen sluit zich aan bij deze woorden. Ook als de raad dit als initiatiefvoorstel indient, of als het een burgerinitiatief is dan moet de wethouder daarmee aan de slag. Hij heeft niet beweerd dat het raadsvoorstel van het college kwam. Als de raad instemt, gaat het college aan de slag. Als er behoefte is aan extra input om het college op weg te helpen, is dat prima. De voorzitter onderschrijft de constatering dat het college aan de slag gaat. Amenderen is altijd een optie. De heer Van Willigen verzoekt de wethouder om te reflecteren op het raadsvoorstel. Mevrouw Heijkoop geeft aan dat haar fractie een aantal dingen opvalt. Wil de gemeente huiselijk geweld aanpakken, of wil de gemeente dat het afneemt. De aanbevelingen van de rekenkamer zijn gericht op wat doen wij als dit heeft plaatsgevonden.
De kwaliteit van de expertise, opvolging en expertise moet geborgd en verbeterd worden. Het betrokken zijn van veel partners helpt niet altijd in de doelmatigheid. De doelen moeten meer smart vastgesteld worden. Zij wijst op extra investeren in de preventieve kant, het bespreken van het onderwerp in vredestijd op diverse plekken binnen de Gorinchemse samenleving kan voor eerdere interventies zorgen. Mevrouw De Groot is van mening dat het daar juist wringt omdat ingezet wordt op signalering en preventie, maar niet bekend is of dit werkt. Mevrouw Heijkoop vervolgt dat ook hier doelen gesteld moeten worden. Het is nu redelijk abstract maar er zijn interventies die specifiek kunnen ingaan op deze problematiek (campagnes, 1000 dagen coalitie). De heer Van der Meijden vraagt of dezelfde methodiek van betere doelen en beter kunnen monitoren ook moeten gelden voor de rest van de keten. Mevrouw Heijkoop benadrukt dat het onderzoek daar juist op gericht is. Haar fractie heeft de indruk dat hetgeen aan de voorkant belangrijk is een beetje vergeten wordt. Het uiteindelijke doel is dat het afneemt. De heer Krol geeft aan dat juist omdat het al sterk verankerd is het college meer inzicht moet bieden in de samenhang tussen doelen, inzet, instrumenten, et cetera waardoor hij denkt dat dit wordt gedekt door wat in het raadsvoorstel onder 2.2 aan besluiten staat.
Mevrouw Heijkoop zegt dat er soms ook iets nieuws geprobeerd mag worden. Inspelen op acute problematiek is iets anders dan inzetten op. Motiveren om out-of-the-box te denken. Het probleem in Gorinchem is groter dan in andere gemeenten en daarom stelt zij voor om hier meer aandacht aan te geven en het gesprek op gang te brengen.
Parallelsessie B&A Rekenkamerrapport Huiselijk geweld en kindermishandeling, 8 juni 2023
De heer Krol merkt op dat het pleidooi helder is maar vraagt zich af of dit het juiste moment is om dit punt op te voeren en is benieuwd of het CDA met een amendement komt. Wellicht dat de wethouder een goede suggestie heeft voor een later moment in het jaar om hierop in te zoomen. De heer Van Willigen geeft aan dat Gorinchem zich in een geografisch ingewikkeld gebied bevindt als het gaat om de aanpak. Zorg van aanbieders op 5km kan niet ingekocht worden omdat dit een andere regio betreft. Hij roept op te kijken of dit anders kan. Hij is benieuwd naar het antwoord van de wethouder op het raadsvoorstel van de rekenkamer omdat hij vanuit het college meer tamheid proeft dan wordt voorgesteld in het raadsvoorstel. Gorinchem doet veel aan preventie. Als iets er niet is, kan dat ook niet gemeten worden. Het is wel verbazingwekkend dat het aantal meldingen zo hoog is. De heer Van der Meijden is benieuwd hoeveel kinderen er op de wachtlijsten staan die wachten op een triage of onderzoek van Veilig Thuis. Wethouder Dansen antwoordt dat ernstige gevallen direct worden aangepakt, spoed binnen een week. De heer Van der Meijden merkt op dat dit een taakveld is waarbij escalatie kan plaatsvinden en daarom vroeg hij naar het aantal kinderen, niet naar de doorlooptijd. Wethouder Dansen geeft aan dat zij dit moet navragen.
Zij bevestigt dat het raadsvoorstel is gemaakt door de ondersteuner vanuit de griffie bij de rekenkamer. Het college is daar niet bij betrokken geweest. Voor een raadsvoorstel geldt dat bekeken moet worden of de inhoud daarvan hetgeen is dat wordt gewenst. Als dat niet het geval is, moet er geamendeerd of tegen gestemd worden. Als het raadsvoorstel wordt aangenomen moet zij ermee aan het werk. De heer Van Willigen heeft gevraagd om een reflectie van de wethouder op het raadsvoorstel omdat bij het indienen van moties en amendementen de haalbaarheid ingeschat moet worden. De wethouder kan dat bepalen vanuit haar deskundigheid. Wethouder Dansen vindt het een lang raadsvoorstel met veel beslispunten. Over veel beslispunten gaat de gemeente niet. Als het een beslispunt is dat zich richt op andere uitvoerende organisaties doet het college daar moeite voor, maar kan zij dat niet direct realiseren. De heer Van Willigen deelt deze reflectie, het is vaag en niet concreet. Hij vraagt of er vanuit het college een meer concreet raadsvoorstel verwacht mag worden om de genoemde aanpak tot uitvoering te brengen. Wethouder Dansen vervolgt dat het gaat om een onderzoek naar activiteiten die op het gebied van kindermishandeling gedaan zijn door het vorige college een geruime tijd terug. Zij was daar niet bij betrokken.
Het college werkt al enige tijd aan allerlei acties om ervoor te zorgen dat het beter gaat. Er moet niet alleen naar ontstane situaties gekeken worden, maar ook ervoor zorgen dat er minder kindermishandeling plaatsvindt. Mevrouw De Groot vraagt of er inmiddels smart doelen geformuleerd zijn. Wethouder Dansen benadrukt dat het moeilijk is. Het gaat om pijnlijke materie. Een aantal zaken kan binnen Gorinchem gerealiseerd worden; het inzetten van gelden voor mensen bij Veilig Thuis om te reageren op meldingen. Gorinchem heeft geen wachtlijsten en gaat aan het werk binnen vijf dagen, maar kan niet oplossen hoe het gaat bij Veilig Thuis en in andere gemeenten. Als het gaat om veranderingen in het systeem kunnen daar slechts kleine dingen aan bijgedragen worden. Zij hoort de betrokkenheid in de raad, ook zij is betrokken maar het lukt niet om de dingen snel voor elkaar te krijgen. Er moet ook
Parallelsessie B&A Rekenkamerrapport Huiselijk geweld en kindermishandeling, 8 juni 2023
voorkomen worden dat bepaalde dingen gebeuren. Als er voldoende geld zou zijn waardoor iedereen fatsoenlijk woont, een baan heeft en geen ruzie maakt thuis zouden veel dingen opgelost zijn. De heer Van der Meijden vindt dat de wethouder haar bestuurlijke verantwoordelijkheid niet waarmaakt door te stellen dat de rekenkamer het raadsvoorstel heeft geschreven en zij het daarmee te doen heeft. Hij heeft zijn betoog opgebouwd naar aanleiding van haar bestuurlijke reactie omdat de raad wil weten wat de wethouder concreet gaat doen, welke verwachtingen geschapen kunnen worden en hoe de wethouder daar invulling aan gaat geven. De raad kan niets met de bestuurlijke reactie en raakt het zicht kwijt terwijl meer sturingsmogelijkheden bij de aanpak van kindermishandeling worden gewenst. Hij nodigt de wethouder uit om het raadsvoorstel te laten voor wat dit is en inhoudelijk te reageren op de aanbevelingen; wanneer gaat de wethouder aan de slag, wanneer mag de raad resultaten verwachten? Dat iedereen zijn best doet gelooft hij. De vraag is of het genoeg is. De wethouder wijst op de financiën, maar hij constateert vanuit de perspectiefnota dat het college er in ieder geval niet voor kiest om hiervoor extra geld uit te trekken. Wethouder Dansen zegt dat het college in haar bestuurlijke reactie uitgebreid is ingegaan op alle punten die de rekenkamer heeft voorgelegd.
Bij een groot aantal punten is aangegeven dat er inderdaad niet is gestuurd op outcome. Zij is van mening dat in redelijkheid niet van haar verwacht mag worden dat het college al zo ver is drie weken na de reactie op het rapport. Als het college nieuwe doelen stelt, is de raad de eerste die dat hoort. De heer Van der Meijden wil nog één poging wagen. Hij citeert dat het college de aanbevelingen onderschrijft, voor een deel zullen deze aanbevelingen een plek krijgen in de verdere uitrol van het toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming. Hij heeft eerder al aangehaald waarom hij met de Inspectiediensten denkt dat dit te laat is voor de acute interventies en vraagt zich af over welke aanbevelingen het gaat en welke niet. Het is vaag. De raad kan zijn controlerende taak niet uitvoeren op basis van deze reactie. De wethouder had een plan van aanpak kunnen opstellen toen zij de conclusies en aanbevelingen in ontvangst nam. Het is al maanden bekend dat dit eraan zat te komen. Het is niet verrassend dat de rekenkamer bij alle beleidsonderzoeken concludeert dat de doelen niet helemaal lekker lopen. Wethouder Dansen reageert dat er wordt gewerkt aan concrete antwoorden. Als er een plan van aanpak en verbeteringen zijn dan hoort de raad dat. Dat is nu nog niet het geval. De voorzitter constateert dat de bestuurlijke reactie ook kan inhouden dat alles wordt uitgevoerd.
Wethouder Dansen geeft aan dat het voor het college niet fijn is om een dergelijk rapport te krijgen en te zien dat dingen beter kunnen. Zij kan verdrietig worden, maar ook denken daar moet wat aan gedaan worden zo snel als mogelijk. Zij is buitengewoon eerlijk geweest in haar beantwoording en heeft niet aangegeven dat het wel meevalt. De heer Van der Meijden is van mening dat de wethouder zojuist heeft geschermd met de rekenkamer en het systeem heeft aangevallen terwijl zij zelf verantwoordelijk is voor de systeeminrichting. De raad bepaalt hoe het regionaal georganiseerd wordt. Er zijn gemeenten die ervoor gekozen hebben om de jeugdzorg anders te gaan structureren. Het is de politieke verantwoordelijkheid van de wethouder om die keuzes te maken. De voorzitter merkt op dat het punt is gemaakt en informeert of de wethouder behoefte heeft om te reageren.
Parallelsessie B&A Rekenkamerrapport Huiselijk geweld en kindermishandeling, 8 juni 2023
Wethouder Dansen is blij dat dit rapport er ligt, hoe vervelend het ook is om gewezen te worden op de fouten die gemaakt worden, maar dit helpt wel om het in de toekomst beter te doen. Daar wordt hard aan gewerkt. De heer Van Willigen hoorde zojuist dat deze stukken op 29 juni ter besluitvorming worden voorgelegd. De wethouder schetst terecht dat zij geen ijzer met handen kan breken, maar hij wil toch naar een toezegging toe omdat zijn fractie het appèl van D66 kan onderschrijven. Mogelijk kan er een plan van aanpak komen hoewel sommige dingen niet binnen de invloedsfeer van de gemeente liggen. Nu lijkt het alsof niets binnen de invloedsfeer van de gemeente ligt. Hij vraagt of de wethouder kan toezeggen dat zij voor het einde van het jaar met een plan van aanpak kom gebaseerd op het rekenkameronderzoek. Wethouder Dansen kan dat niet toezeggen. Zij kan toezeggen dat dit snel opgepakt wordt en dat er snel met resultaten gekomen wordt waar de raad wel blij van wordt, maar kan daarbij niet aangeven op welk moment. De heer Van Willigen heeft een nabrander. De voorzitter benadrukt dat er een concrete vraag is gesteld waar antwoord op gegeven is en verwijst de heer Van Willigen daarom door naar de behandeling in de raadsvergadering. De heer Van Willigen constateert dat het rekenkameronderzoek niet serieus genomen wordt.
De voorzitter herhaalt dat er ruimte voor discussie is in de raadsvergadering. Het voorstel wordt als bespreekstuk aangemerkt omdat de fractie van D66 met een amendement of motie komt. Er volgt schriftelijke terugkoppeling op de hoeveelheid kinderen die op dit moment op een wachtlijst staan. De heer Krol begrijpt de fanatieke reacties hoewel deze wat aanvallend overkomen. Zijn fractie wil serieus kijken naar knelpunten waar de gemeente invloed op heeft, maar er is te weinig oog voor de knopen die er zijn. Het landelijk systeem faalt. Ook de rekenkamercommissie stelt dat niet alles smart te maken is en stelt een verhalende manier van rapporteren voor. Dit wil hij graag nog meegeven ter voorbereiding op de raadsvergadering. Sluiting De voorzitter bedankt voor de positieve noot op dit stuk. Hij bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.
Parallelsessie B&A Rekenkamerrapport Huiselijk geweld en kindermishandeling, 8 juni 2023