230316 Verslag Parallelsessie I&O B&A Actualisatie financiele verordening
Tekst van het document
Parallelsessie Informatie en Ontmoeting, Beraad en Advies 16 maart 2023 Actualisatie financiële verordening Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Fracties: Portefeuillehouder: Ambtelijk: Notulen:
de heer N. van Santen mevrouw J. den Uyl Stadsbelang-CDA-PvdA-VVD-D66-SP- ChristenUnie/SGP-Gorcum Actief mevrouw M. Molengraaf de heer T. van Zessen, de heer S. de Leeuw notulistenbureau Leeuwenburgh-Vendrig
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Actualisatie financiële verordening Tijdens de sessie komen de volgende agendapunten aan de orde: Informatie verstrekken over technische wijzingen financiële verordening, verordening accountantscontrole en verordening onderzoeken college. Gelegenheid geven tot stellen van vragen over technische wijzigingen. Zie gele passages en aparte bijlage met toelichting op technische wijzigingen. Gelegenheid geven tot inhoudelijke beraadslagingen over wijzigingen. De heer Van Zessen verzorgt een presentatie. De financiële verordening volgt de landelijke regelgeving. De raad is in oktober 2022 over de essentie van de rechtmatigheidsverantwoording geïnformeerd (het college legt zelfstandig verantwoording af over de rechtmatigheid). De accountant spreekt zich uit over de cijfers. De rechtmatigheidsverantwoording stelt eisen aan de organisatie en de interne controle op tal van verordeningen. De raad dient de financiële regelgeving te actualiseren (art. 212 en 213). Met het art. 213a onderzoek wordt gekeken of ook de beleidsdoelen worden gehaald. Hij vervolgt met de financiële verordening. Het autorisatiebeleid (art. 5) is geactualiseerd. Het college meldt belangrijke wijzigingen en afwijkingen tijdig aan de raad zodat de raad hier besluiten over kan nemen en het college verplichtingen kan aangaan.
De heer Kuijten verzoekt om nadere duiding met betrekking tot belangrijke wijzigingen. De heer Van Zessen antwoordt dat bij bestaand beleid afwijkingen tot € 60.000 achteraf worden toegelicht bij de jaarstukken. Als het nieuw beleid betreft, komt het college vooraf naar de raad met een beleidsplan en bestedingsvoorstel en is het college geautoriseerd tot het doen van uitgaven en het aangaan van verplichtingen. Hij herhaalt dat art. 10 voorschrijft dat het college bij financiële afwijkingen, voordat verplichtingen worden aangegaan, een voorstel voorlegt aan de raad. Lasten vanaf € 60.000 zonder dekking in het programma. Dit geldt ook voor investeringen vanaf € 60.000 met een ontoereikend voorzieningenbudget. De heer Tekir refereert aan art. 5 waaraan een lid is toegevoegd; het college is bevoegd een exploitatiebudget passend binnen bestaand beleid te overschrijden als direct gerelateerde niet geraamde inkomsten de overschrijding volledig compenseren of als er
Parallelsessie I&O B&A Actualisatie financiële verordening, 16 maart 2023
sprake is van een openeindregeling. Hij informeert of in het geval van een overschrijding wanneer er ook sprake is van een niet begrote meevaller (waarmee het tekort gecompenseerd kan worden) het college dat zelf mag beslissen. De heer Van Zessen antwoordt bevestigd. De verantwoording wordt afgelegd achteraf bij de jaarstukken of bij een tussenrapportage omdat het bestaand beleid betreft. Als het nieuw beleid is vult de raad de kaders in. Als het gaat om een uitvoeringsplicht of taakuitvoering informeert het college via een raadsinformatiebrief of zij legt achteraf verantwoording af via de jaarstukken of een turap. De heer Tekir vervolgt dat de ontstane financiële ruimte ook zou kunnen vragen om een eigen afweging inclusief de overschrijding. De heer Van Zessen geeft aan dat de raad bij bestaand beleid via kaders richting geeft aan het college. Het kan zijn dat er dekking komt vanuit rijksmiddelen voor taken die al worden uitgevoerd. Als er aanvullende middelen volgen wijzigt het financiële kader niet, maar vindt alsnog dekking plaats voor uitgaven die plaatsvinden. Bij autonome taken komt het college naar de raad met keuzes en een bestedingsplan. Het college moet motiveren of het bestaand of nieuw beleid is. De heer Foppen vraagt wie bepaalt wat bestaand en nieuw beleid is en waar de grens ligt.
De heer Van Zessen wijst op de drie w’s in de programmabegroting (wat willen we bereiken, wat gaan wij daarvoor doen en wat gaat het kosten). Bestaand beleid is beleid dat door de raad in dit kader is vastgesteld met een raadsbesluit. Nieuw beleid vindt vaak zijn oorsprong in landelijke wet- en regelgeving, maar kan ook voortvloeien uit een coalitieakkoord. De heer Krol refereert aan art. 5, lid 4 (het college is bevoegd om budgettair neutraal passend binnen bestaand beleid te schuiven tussen programma’s) en vraagt of dit betekent dat het college de ruimte heeft om binnen enige marges te extensiveren binnen programma’s om in een ander programma te kunnen intensiveren. De heer Van Zessen antwoordt bevestigend, om accenten te kunnen verleggen binnen de door de raad gestelde kaders en dit moet vervolgens binnen bestaand beleid vormgegeven worden. De wetgeving is streng, elke euro die meer uitgegeven wordt dan begroot is een begrotingsonrechtmatigheid. Art. 5 geeft de bandbreedte aan bij het uitvoeren van het beleid en het toepassen van het budgetrecht. Het kan zijn dat dit artikel aangepast moet worden na opgedane ervaringen. De heer Oostrum vult aan dat dit betekent dat het college van het ene beleidsveld voor een ander beleidsveld geld kan uitgeven. Dit is niet in alle gevallen in overeenstemming met keuzes die de raad zou maken.
Hij vraagt of hij er vanuit kan gaan dat de raad hierover gerapporteerd wordt. De heer Van Zessen reageert dat de raad bij de begroting de lasten per programma vaststelt. Een dergelijke verschuiving moet expliciet aan de raad voorgelegd worden. De heer Oostrum benadrukt dat in lid 4 staat dat het college bevoegd is om passend binnen bestaand beleid te schuiven tussen programma’s, het college mag dit doen zonder dit aan de raad te melden. De heer Van Zessen vervolgt dat in dit voorbeeld de raad wordt gerapporteerd via de jaarstukken, de turap of bij de maandwijziging. De heer Van Veen informeert of er een voorbeeld genoemd kan worden van iets dat onder lid 4 valt en noemt Stichting Boukie.
Parallelsessie I&O B&A Actualisatie financiële verordening, 16 maart 2023
De voorzitter merkt op dat de verordening zelf niet ter discussie staat, het gaat enkel om de wijzigingen. De heer De Leeuw vult aan dat het voorbeeld van Stichting Boukie een begrote subsidie betrof die niet in de begroting was opgenomen en door de raad vastgesteld diende te worden. De heer Tekir begrijpt dat het artikel gaat over het schuiven tussen programma’s wat normaliter een raadsbevoegdheid is. Het college is hiertoe bevoegd als het budgetneutraal is en het past binnen bestaand beleid. Hij vraagt hoe in het geval er wordt geschoven tussen verschillende beleidsprogramma sprake kan zijn van bestaand beleid. Als voorbeeld noemt hij de programma’s cultuur en economie waarbij verschillende doelstellingen aan de orde zijn. De heer De Leeuw antwoordt dat een oplossing af en toe niet te vangen is in één programma. Om een doel in bijvoorbeeld het Sociaal Domein te bereiken kunnen bij wijze van spreken gelden vanuit het onderwijs ingezet worden zonder dat dit ten nadele van het onderwijsbeleid gaat. Het is geen budgetoverschrijving, maar de gelden worden wel van het ene naar het andere programma overgebracht. De heer Van Zessen vervolgt zijn presentatie met de autorisatie ten aanzien van investeringen. Het schuiven tussen de jaarschijven van de betreffende investering mits de daaruit voortkomende kapitaallasten binnen het programma worden opgevangen. Dit is al bestaand beleid.
Bij lid 8 en 9 is het belangrijkste criterium of het bestaand of nieuw beleid is, verantwoording vooraf of achteraf voor het aangaan van verplichtingen door het college. Als voorbeeld noemt hij rijkstaken die richting de gemeente komen in het kader van medebewind met uitvoeringsplicht (bijvoorbeeld de opvang Oekraïners). Beleidskeuzes hierbij moeten wel vooraf aan de raad worden voorgelegd. Bij openeindregelingen zoals Wmo en Jeugdwet is sprake van zorgplicht waarbij de verantwoording plaatsvindt via de jaarstukken. Bij de Jeugdwet heeft de raad een actieve rol in het vaststellen van de zienswijzen. De gemeente werkt sinds 2004 met het autorisatiebeleid. Hij verwacht dat er over enkele jaren een update met betrekking tot art. 212 komt als ervaringen zijn opgedaan met de rechtmatigheidsverantwoording. De heer Krol zoekt de samenhang tussen lid 4 en lid 11. In lid 11 staat dat in de maandwijziging collegebesluiten worden opgenomen waarin passend binnen bestaand beleid budgetneutraal wordt geschoven tussen programma’s. Hij vraagt of dit betekent dat de raad via de maandwijziging besluit over de verschuiving tussen programma’s. De heer Van Zessen antwoordt dat de raadsbesluiten van een bepaalde maand in de maandwijziging worden opgenomen, maar ook de collegebesluiten waarbij budgetneutraal wordt geschoven tussen programma’s.
Hij vervolgt de presentatie en geeft aan dat er vier artikelen aan de financiële verordening zijn toegevoegd. De raad moet zich uitspreken over de wijze van rapporteren met betrekking tot financiële rechtmatigheid. In oktober is aangegeven dat hierover in de paragraaf bedrijfsvoering gerapporteerd wordt. Sinds 2004 worden financiële afwijkingen bij de programma’s gerapporteerd binnen de grens van € 60.000. In de paragraaf bedrijfsvoering wordt een samenvattende tabel opgenomen in verband met de verantwoordingsgrens van 3%. Art. 5 zorgt ervoor dat het college zelf iets vindt over de rechtmatigheidsfouten. De kapstok voor de financiële rechtmatigheidsverantwoording is het begrotingscriterium, maar ook het voorwaardencriterium. Er wordt nog nagedacht over het naar beneden brengen van de onrechtmatigheid op inkoop en aanbesteding. Art. 13 betreft de beheershandelingen die worden opgevoerd om misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen te voorkomen. Op een later moment wordt hier nader op ingegaan met de raad. De vormgeving van de paragraaf bedrijfsvoering is intern nog
Parallelsessie I&O B&A Actualisatie financiële verordening, 16 maart 2023
onderwerp van studie. De wetgever geeft aan dat dit een belangrijk onderdeel is voor de controlerende rol van de raad. Het college is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering en rechtmatigheidsverantwoording. De paragraaf openbaarheid is toegevoegd. Expliciet verantwoording afleggen over de bedrijfsvoering ten aanzien van de Wet open overheid. Met betrekking tot duurzaamheid legt het college achteraf verantwoording af. De heer Tekir begrijpt dat het bij art. 14 vooral technische wijzigingen betreft, maar bij lid 4 wordt een inhoudelijke keuze gemaakt om geen rekening te houden met restwaarden bij de bepaling van afschrijvingen van vaste activa. Gemeenten denken na over circulair afschrijven, vaste activa houdt wel een bepaalde restwaarde. Met dit artikel wordt het onmogelijk gemaakt om een restwaardeberekening toe te passen, de kapitaallasten kunnen niet verlaagd worden om ruimte te creëren in de begroting. Hij verzoekt om verduidelijking met betrekking tot deze blokkade. De heer Van Zessen bevestigt dat er geen rekening wordt gehouden met restwaarde. De heer De Leeuw vult aan dat in de verordening is aangegeven hoe het nu gebeurt. De financiële verordening is volgend. Als er voor een ander beleid wordt gekozen ten aanzien van het afschijven van activa volgt de financiële verordening daarna. De heer Van der Meijden heeft een vraag over art.
28, beleidsvoornemens in het kader van de WOO. Hij heeft hier eerder aandacht voor gevraagd en verneemt graag de stand van zaken met betrekking tot deze beleidsvoornemens. Er zijn verschillende gradaties. Het vorige college ging uit van het wettelijk minimum. Hij hoort graag schriftelijk wat de positie van het huidige college is. De wethouder neemt het mee. De heer Van Zessen vervolgt de presentatie. De verordening accountantscontrole moet ook geactualiseerd worden. Het college legt zelfstandig verantwoording af. De accountant moet iets vinden van de rechtmatigheidsverantwoording. Bij de 213a onderzoeken is de termijn aangepast. Beraad en Advies De heer Tekir bedankt voor de uitgebreide toelichting en de stukken waarin de wijzigingen duidelijk zijn aangegeven. De wettelijke actualiseringen en wijzigingen die technisch van aard zijn, zijn vanzelfsprekend. De bespreking spitste zich toe op enkele artikelen die het samenspel tussen raad en college raken. De raad wordt minder in staat gesteld om financiële afwegingen te maken (art. 5 lid 4, art. 8 en art. 11) en daar plaatst zijn fractie vraagtekens bij. Een verschuiving tussen raadsprogramma’s is primair een raadsbevoegdheid. Het wordt ondoorzichtig op welke wijze daar tussen geschoven kan worden.
De financiële consequenties komen aan de orde bij de maandwijziging, maar dit zijn geen bespreekstukken waardoor het controlemoment minder wordt gezien. De heer Krol is van mening dat in het geval de raad denkt dat het de verkeerde kant op dreigt te gaan de raad de begrotingswijziging niet aanneemt. De heer Tekir vervolgt dat de maandwijziging enkel een overzicht betreft zonder verdere duiding van de afwegingen die hieraan ten grondslag liggen waardoor hij denkt dat dit instrument niet werkt. Wellicht is dit te wijten aan de gekozen formulering omdat met de genoemde artikelen de bevoegdheden die nu bij de raad liggen aan het college worden overgedragen. De raad kan daarna geen afwegingen meer maken. De heer Oostrum vindt dat het college ruimte moet hebben om te werken en gaat uit van een verstandig college dat de maandwijziging voorziet van een toelichting als er vanuit het
Parallelsessie I&O B&A Actualisatie financiële verordening, 16 maart 2023
ene programma naar het andere programma wordt overgeheveld. Dit maakt de maandwijziging meteen een stuk interessanter voor de raad. De heer Kuijten kan zich vinden in de woorden van de heer Tekir, maar wil eveneens de handelingsvrijheid van het college ondersteunen. Zijn fractie zou de overschrijding bij art. 8 graag gemaximeerd willen zien. De heer Krol informeert of de wethouder zou kunnen aangeven of het mogelijk is om een wat uitgebreidere toelichting te geven bij de maandwijziging. De raad moet scherp blijven en het is daarnaast belangrijk dat er vertrouwen wordt uitgesproken richting het college door bewegingsruimte te bieden. Mevrouw Hamann merkt op dat het schuiven tussen budgetten mogelijkheden biedt waardoor doorgepakt kan worden op zaken en ziet de voordelen. De maandwijziging wordt hierdoor belangrijker. De heer Houtepen denkt dat de crux van de discussie raakt aan bestaand beleid. We moeten de werking ervaren. Het is op zich prima dat het college schuift tussen programma’s. De heer Foppen sluit zich aan bij de woorden van de heer Oostrum aangaande de handelingsvrijheid van het college. De raad moet scherp zijn op de maandwijzigingen. Wethouder Molengraaf reageert dat art. 5 lid 4 en art. 8 gaan over de handelingsvrijheid van het college waarbij aan de kaders van bestaand beleid getoetst wordt. Het gaat vaak over taakvelden met overlap.
Vanuit duurzaamheid zou je bijvoorbeeld ook iets in de buitenruimte kunnen doen. De maandwijziging gaat gebruikt worden om daar toelichting op te geven. Bij openeindregelingen kan het soms om grote bedragen gaan. Als dit wordt gemaximeerd moet het college steeds terug naar de raad terwijl er wel budget is. Het is prima om ook hierover in de maandwijziging verantwoording af te leggen en daarnaast in de tussenrapportage of bij de jaarrekening. De voorzitter concludeert dat de discussie zich toespitst op art. 5 lid 4 en art. 8 en biedt de heer Tekir gelegenheid om te reageren. De heer Tekir merkt op dat het een zoektocht is waarbij het om principiële zaken gaat als er wordt geschoven tussen programma’s. De verhoging van de normbedragen kan hij volgen waardoor het college wat meer ruimte krijgt, maar bij genoemde artikelen gaat het om primaire bevoegdheden van de raad. Hij opteert voor een bespreekstuk. Sluiting De voorzitter constateert dat het voorstel als bespreekstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 30 maart a.s. Hij bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.
Parallelsessie I&O B&A Actualisatie financiële verordening, 16 maart 2023