230112 Parallelsessie I&O B&A Energienoodfonds
Tekst van het document
Parallelsessie Informatie en Ontmoeting, Beraad en Advies 12 januari 2023 Energienoodfonds sociale ontmoetingsplaatsen Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Fracties: Portefeuillehouder: Ambtelijk: Notulen:
mevrouw P. de Groot mevrouw J. den Uijl Stadsbelang-Democraten Gorinchem-CDA-PvdA-VVD-D66-SPChristenUnie/SGP-Gorcum Actief mevrouw M. Molengraaf mevrouw R. Hak en de heer N. den Dekker notulistenbureau Leeuwenburgh-Vendrig
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Energienoodfonds sociale ontmoetingsplaatsen Aanleiding: In de raadsvergadering van 29 september 2022 is de motie voor een Energienoodfonds door de raad aangenomen. Met deze motie heeft de raad het college opgeroepen om met een voorstel te komen voor een energienoodfonds, waarop sociale ontmoetingsplaatsen een beroep kunnen doen om te voorkomen dat deze omvallen wanneer zij de energierekening niet kunnen betalen. Deze gecombineerde I&O en B&A heeft als doel meningen vormen en politieke profilering, waarna het raadsvoorstel 26 januari 2023 ter besluitvorming aan de raad kan worden voorgelegd. De heer Tekir licht toe dat zijn fractie een onderzoek naar de effecten van kostenstijgingen bij organisaties heeft uitgevoerd; dat is rondgemaild aan raad en college en hij overhandigt een exemplaar aan de wethouder. De voorzitter licht toe dat in het I&O gedeelte een presentatie wordt gegeven. Zij licht de structuur van deze sessie toe. De heer Den Hartog wijst op het risico van tijdnood in deze gecombineerde sessie; als de raad onvoldoende geïnformeerd is, wordt het lastig om inhoudelijk te reageren op het voorstel. Mevrouw Hak en de heer Den Dekker geven een presentatie (beschikbaar op iBabs). Verwezen wordt naar de motie die is aangenomen.
Toegelicht wordt dat sociale ontmoetingsplaatsen belangrijk zijn voor de stad en uitgelegd wordt wat onder sociale ontmoetingsplaatsen in het kader van het energienoodfonds wordt verstaan. Er is een inventarisatie gedaan van de effecten van de energiecrisis. In de uitwerking is gewerkt met het stoplichtenmodel. De TEK-regeling van het Rijk is eerst voor het MKB beschikbaar gesteld en is vervolgens ook voor amateursportverenigingen van toepassing verklaard. De TEK-regeling wordt nader toegelicht. Gorinchem wil de regeling energienoodfonds ook van toepassing verklaren voor maatschappelijke partners die een sociale ontmoetingsplaats faciliteren. Toegelicht wordt welke partijen de subsidie mogen aanvragen en wat de uitgangspunten voor de regeling zijn. Voorgesteld wordt om de noodzakelijke € 200.000 te dekken uit het begrotingssaldo 2023. De voorzitter bedankt voor de presentatie en geeft gelegenheid voor het stellen van technische vragen.
Parallelsessie I&O B&A Energienoodfonds sociale ontmoetingsplaatsen, 12 januari 2023
De heer Oostrum zegt blij te zijn met het voorstel. Hij wijst op het feit dat in het laatste kwartaal van het jaar 40% van de energie wordt verbruikt. Hij is bang dat het budget op zal zijn voordat het 4e kwartaal is bereikt. Wellicht is het handiger om het subsidieplafond hoger vast te stellen. De heer den Dekker licht toe dat verwacht wordt dat € 200.000 voldoende zal zijn. Uitgegaan is van een representatief jaar 2019. De heer Oostrum merkt voorts op dat het om 68 verenigingen gaat en niet om 38 verenigingen. De heer Van Houwelingen ziet het voorstel als een extra vangnet. Het voornemen tot energiebesparende maateregelen is wat vrijblijvend geformuleerd. Wanneer is de aantoonbare inspanning voldoende en wie beoordeelt dat? De heer Den Dekker antwoordt dat de aanvragen intern beoordeeld zullen worden en de kennis daartoe is voldoende in huis. De heer Tekir vraagt aandacht voor het budget; voorkomen moet worden dat instellingen worden gekort op de compensatie waar ze recht op hebben. De TEK-regeling is de basis voor deze regeling; die geldt vanaf 1-11-2022 en de regeling die nu voorgesteld wordt geldt vanaf 1-1-2023. Is het niet logisch om dit gelijk te trekken met de TEK? Om in aanmerking te komen moet 7% van de omzet bestaan uit energiekosten. Dit kan een grote hobbel blijken. De heer Den Dekker geeft aan dat dit de landelijke eis is en dat Gorinchem die niet overneemt.
Er is overlegd met de afdeling financiën over Q4 2022 en er is in 2022 geen financiële ruimte voor. Als de raad de ingangsdatum op 1-11-2022 wil zetten zou dat een voorstel in het kader van de jaarrekening kunnen zijn. De heer Tekir zegt dat hij dit wenselijk zou vinden. De heer Krol zegt dat er in de praktijk veel verwarring is over stijgende kosten van energieverbruik. De jaarnota moet hierbij betrokken worden; hoe verhoudt zich dit tot vier rondes op jaarbasis? Geantwoord wordt dat de jaarnota voor de vaststelling belangrijk is. Tussentijds is het goed in kaart te brengen wat het energieverbruik is geweest. Per kwartaal wordt dan een soort voorschot gegeven en achteraf vindt verrekening plaats. Mevrouw Van Oversteeg informeert waarom de religieuze instellingen zijn uitgesloten van de regeling en vraagt of er contact is geweest met de kerken. Mevrouw Hak licht toe dat gekeken is naar een uitgave van de VNG die gaat over de scheiding van kerk en staat. Er zijn ook uitspraken van de RvS over hoe hiermee om te gaan. Als voorbeeld wordt genoemd dat the Mall alleen voor het jongerenwerk gesubsidieerd wordt en niet voor evangelisatie-activiteiten. Het begrip sociale ontmoetingsplaats is gekaderd. Er is wel een partij geweest die contact heeft gezocht. De heer Den Hartog vindt het jammer dat de uitkomsten van het stoplichtmodel niet beschikbaar zijn.
Met betrekking tot de voorwaarde inzake verduurzamen vraagt hij hoe ermee omgegaan wordt als een organisatie zegt dat te zullen doen maar vervolgens andere keuzes maakt. De heer Den Dekker licht toe dat bij de verenigingen is gezegd dat de stoplicht uitkomsten anoniem zouden blijven. Hij verwijst ook naar het onderzoek van D66. Over het verduurzamen wordt het gesprek aangegaan en intern wordt een en ander beoordeeld. Overigens kan maatwerk geleverd worden. Mevrouw Hamann vraagt naar percentages van het stoplicht. De heer Den Dekker zegt dit te zullen nakijken.
Parallelsessie I&O B&A Energienoodfonds sociale ontmoetingsplaatsen, 12 januari 2023
Aan het eind van de sessie meldt hij dat 22 van de 38 instellingen op rood of oranje stonden (17 rood). De heer Klein merkt op dat 38 verenigingen is genoemd en in het onderzoek van D66 gaat het over 78 verenigingen. Hij vraagt hoe het bedrag van €200.000 zich verhoudt tot de dekking. De heer Tekir licht toe dat hij de gemeentegids heeft geraadpleegd en vervolgens de organisaties heeft benaderd. Niet alles is naast elkaar gelegd. Mevrouw Hak licht toe dat alleen organisaties zijn benaderd die een gebouw huren of zelf een gebouw hebben. De binnensport is niet meegenomen omdat die verenigingen huren van de gemeente. De heer Tekir zegt dat hij ook gehoord heeft van organisaties die niet benaderd waren door de gemeente. Mevrouw Hak licht toe dat iedereen die voldoet aan het begrip sociale ontmoetingsplaats kan aanvragen. De heer Klein wijst op het feit dat als de andere instellingen ook meegeteld worden, het budget onvoldoende kan blijken te zijn. De heer Schefferlie bedankt voor het mooie werk. Hij vraagt of de indruk is ontstaan of de verenigingen hier blij mee zijn en of ze hiermee gered zijn. De heer Den Dekker antwoordt dat de verenigingen heel blij zijn, zeker de grootgebruikers. Er is ook al led verlichting doorgevoerd. Mevrouw Hak zegt dat dit ook voor de cultuursector en de buurthuizen geldt.
De heer Den Hartog vraagt een toelichting op de berekeningen inzake de energieprijs, het plafond en de compensatie van Rijk en gemeente. Hij denkt hierin onvolkomenheden te zien. De heer Den Dekker zegt hier via de mail op te zullen reageren. De heer Van Houwelingen vraagt of in het rapport van D66 resultaten zijn weergegeven zonder de TEK-regeling. De heer Tekir antwoordt dat de instellingen daar niet op bevraagd zijn. De voorzitter stelt het B&A gedeelte van de sessie aan de orde. De heer Krol merkt op dat herverdeling bij een gebleken tekort de vraag oproept of het budget niet wat ruimer gesteld moet worden. Hij vindt het goed dat de overheid bijspringt. De balans met de uitvoeringskosten is wel kritisch. Opgelet moet worden dat het onderliggende sentiment niet omslaat in de verwachting dat de overheid alles wel oplost. Een beetje afzien hoort er ook bij in bijzondere tijden. Verder steunt hij het voorstel. De heer Tekir is blij met de uitwerking van het college. De uitkomsten liegen er niet om. Financiële compensatie is nodig. Hij hecht eraan dat de regeling ook moet werken. Fijn dat het percentage van 7% losgelaten wordt. De vraag bij het budget is of het wel genoeg is; het college zou bij een gebleken overvragen terug kunnen naar de raad om meer financiële middelen te vragen. Eventueel kan een raadsbrede motie ingediend worden om van € 200.000 naar € 400.000 te gaan.
Ruimte voor maatwerk is goed maar pas op voor ongelijke behandeling. Het eigen onderzoek van D66 toont een blinde vlek aan van organisaties die buiten beeld zijn. Hij vraagt zich af hoe die groep gevonden kan worden. Hij wenst het college veel succes bij de uitwerking. Overigens pleit hij voor 1 november 2022 als ingangsdatum. Mevrouw Hamann geeft complimenten voor het snel en goed een plan ontwikkelen. Voorwaarden van verduurzaming vindt zij belangrijk. Zij is het eens met de heer Krol dat organisaties zelf ook verantwoordelijkheden hebben. In ieder geval de “rood” scorende helpen. De overheid kan niet eindeloos subsidiëren. De regeling geldt voor een jaar. Verruimen van subsidies is te bespreken.
Parallelsessie I&O B&A Energienoodfonds sociale ontmoetingsplaatsen, 12 januari 2023
Mevrouw Van Oversteeg bedankt voor het voorstel. Zij twijfelt of € 200.000 wel genoeg is. Er mogen geen instellingen tussen wal en schip vallen. Met terugwerkende kracht laten ingaan is wenselijk; zij is wel benieuwd naar de financiële consequenties. Overigens begrijpt zij de gedachtegang. Verduurzaming is belangrijk. Verenigingen met eigen vastgoed moeten hiertoe ook gestimuleerd worden. Zij is benieuwd naar de concrete doorzichten daarover. Nu fonds voor nood en daarna werken aan duurzaamheid. De heer Oostrum is tevreden over het voorstel maar heeft twijfels bij het subsidieplafond. Hij is het niet eens met herverdelen bij overvragen. De oplossing van de heer Tekir om terug te gaan naar de raad als het meer moet kosten vindt hij beter. Het is ook mogelijk op voorhand het plafond te verruimen. De heer Van Houwelingen vindt het een goed voorstel als extra vangnet voor de korte termijn. Hij vraagt zich af hoe de instellingen voor de lange termijn geholpen kunnen worden. Zo is er ook een coach aangesteld die mogelijk te gebruiken is? Zijn er nog mogelijkheden die we naar voren kunnen halen en subsidies voor energiebesparende maatregelen? Verder gaat hij akkoord met het voorstel. De heer Den Hartog meent dat alle partijen de buurthuizen en verenigingen willen helpen.
De VVD vindt het verhogen van het budget niet direct een goede zaak want misschien wordt het morele kompas bij de verenigingen wat minder. Niet meteen verruimen; als het bedrag van € 200.000 op is kan het college altijd nog naar de raad terugkomen. De heer Tekir is verbaasd door de reactie van de VVD om niet meer dan € 200.000 beschikbaar te stellen. Men is onlangs nog akkoord gegaan met € 2,5 miljoen voor het zwembad. De heer Den Hartog zegt dat de VVD wel wil helpen en als € 200.000 niet genoeg is kan het college terugkomen bij de raad. Hij hoopt dat het moreel kompas bij verenigingen aangewakkerd wordt. Mevrouw Van Oversteeg vindt het jammer dat zij in de woorden van de VVD een zeker wantrouwen naar de verenigingen hoort. De heer Den Hartog zegt dat er geen wantrouwen is maar hij hoopt dat de verenigingen zelf ook kritisch zijn. Hij vraagt nog of er gekeken wordt naar het vermogen van verenigingen. Overigens dalen de gasprijzen inmiddels. Het is niet noodzakelijk om het fonds te verhogen. De heer Klein voelt wel voor een iets ruimer budget. Wel goed afwegen van wat afgedekt wordt met € 200.000. In de 2 ton zit nog ruimte werd aangegeven, hij hoort graag hoeveel dat is. Eventueel de regeling eerder laten ingaan. Wat is de impact daarvan? De heer Den Hartog zegt dat het doel is dat maatschappelijke partijen niet omvallen.
Er zijn nog een instellingen omgevallen, waarom dit dan met terugwerkende kracht doen? De heer Klein wil kijken naar de impact want er zijn verenigingen die al in het rood zitten. Hij wil wel eerst de cijfers bekijken. Hij is geen voorstander van herverdelen in Q4; als het budget niet voldoende is, moet het college terug naar de raad. De heer Schefferlie is positief over het voorstel; hij denkt dat een en ander goed berekend kan worden en dat het ook goed is ingeschat. Er kan een raming van €200.000 gemaakt worden; bij overvragen niet naar rato herverdelen, maar terug gaan naar de raad voor meer geld. Hij denkt dat de verenigingen het goed doen. Hij pleit voor 1-11-2022 als ingangsdatum want de extra kosten gingen ten koste van de sociale activiteiten. Eventueel
Parallelsessie I&O B&A Energienoodfonds sociale ontmoetingsplaatsen, 12 januari 2023
zouden ook religieuze instellingen hierin meegenomen kunnen worden, hoewel de heer Krol daar niet voor pleitte. Wethouder Molengraaf reageert op de vragen en opmerkingen. Zij biedt excuses aan voor de gecombineerde sessie; zij heeft hiervoor ook aandacht gevraagd bij de agendacommissie. Zij bedankt voor de complimenten; er is snel goed werk geleverd. Gesproken is over de vraag of het budget voldoende is. Het doel is de verenigingen overeind te houden en er zit € 25.000 ruimte in de € 200.000. Er wordt een zorgvuldige raming gemaakt maar niemand kan in de toekomst kijken. Als er meer geld nodig is, komt het college terug naar de raad. De wethouder wil het liever niet met terugwerkende kracht doen; het zou dan beter geamendeerd kunnen worden en er zou geld uit het saldo 2023 toegevoegd kunnen worden. De heer Tekir zegt dat er misschien wel ruimte is in 2022. Wethouder Molengraaf vindt het praktischer om het in 2023 te doen. De inschatting is dat het niet nodig is maar als het wel nodig is komt het college terug naar de raad. De heer Tekir bepleit toch de ingangsdatum 1-11-2022. De heer Oostrum merkt op dat als er meer wordt gevraagd er geen herverdeling moet plaatsvinden. Wethouder Molengraaf is het hiermee eens. De heer Schefferlie wijst op het feit dat de verenigingen vorig jaar teveel hebben betaald.
Wethouder Molengraaf wijst op het doel van de regeling: subsidiëren om te zorgen dat ze niet omvallen. De heer Schefferlie zegt dat de doelen van de instellingen ook overeind gehouden moeten worden. Wethouder Molengraaf zegt geen signalen te hebben ontvangen dat ze erg bezuinigd hebben. De gemeente moet ze overeind houden en het gaat over energielasten en niet over activiteiten. De heer Tekir merkt op dat veel instellingen nu al contributies en tickets verhoogd hebben en de hoge energielasten gaan ten koste van de sociale activiteiten. Het rijk kiest niet voor niets voor 1 november als ingangsdatum. Wethouder Molengraaf wil dit uit elkaar houden. Verduurzaming is belangrijk, daar helpt de gemeente ook bij. Verenigingen hebben led verlichting gekregen. Dat zijn meevallers. Er wordt van verenigingen zelf ook actie verwacht. Met betrekking tot religieuze instellingen is uitgegaan van uitspraken van de RvS. De gemeente moet wegblijven bij activiteiten die met religieuze overtuiging te maken hebben. De heer Schefferlie vraagt na te gaan of er problemen zijn bij verenigingen die geen vastgoed van de gemeente huren. De voorzitter sluit de bespreking af, concludeert dat het als bespreekstuk wordt geagendeerd 26 januari 2023 en zegt dat vragen die niet beantwoord zijn, schriftelijk beantwoord zullen worden.
Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.
Parallelsessie I&O B&A Energienoodfonds sociale ontmoetingsplaatsen, 12 januari 2023