CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

221013 Verslag Parallelsessie I&O Zoekgebied Wind Avelingen.docx

Raadsvergadering 20 oktober 2022, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies4.421 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Parallelsessie Informatie en Ontmoeting, 13 oktober 2022 Zoekgebied Wind Avelingen Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Griffie: Fracties: Portefeuillehouder: Ambtelijk: Notulen:

de heer K. van Willigen mevrouw E. van Bekhoven Stadsbelang-Democraten Gorinchem-CDA-PvdA-SGP/ChristenUnie VVD-D66-SP-Gorcum Actief de heer M. de Boer de heer B. den Toom, de heer P. Beeldman, de heer T. Lamers notulistenbureau Leeuwenburgh-Vendrig

Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Hij geeft aan dat het niet gebruikelijk is dat de I&O en B&A sessie op dezelfde avond plaatsvinden, maar omdat de wethouder een reactie moet geven op 11 november a.s. over dit onderwerp is hiervoor gekozen. Zoekgebied Wind Avelingen Informatie in de vorm van een presentatie en bijgevoegde stukken. Na een dubbele I&O vindt een B&A plaats waarin wensen en bedenkingen rond collegebesluit Go-NoGo Windzoekgebied Avelingen en A15-Oost worden opgehaald. Wethouder De Boer leidt het onderwerp in. De raad wordt meegenomen in het proces dat in de afgelopen maanden is doorlopen en gekend in de onderzoeksresultaten. Daarna volgt een duiding vanuit het college hoe zij tot afweging is gekomen en waarom er al een raadsvoorstel ligt. De raad heeft in 2021 de RES vastgesteld. Een belangrijk onderdeel hierin is het bod hernieuwbare energie (windmolens zowel bestaand als nieuw en zon op het dak). Avelingen is één van de aangegeven zoekgebieden. De afgelopen maanden is onderzocht of het ook kan op deze locatie, tegen welke belemmeringen wordt aangelopen. Team Avelingen (Rijkswaterstaat, Rijksvastgoedbedrijf, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, de Provincie en de gemeente Gorinchem) heeft onderzoek gedaan. De heer Beeldman projectleider Team Avelingen verzorgt een presentatie.

De mogelijkheden en onmogelijkheden voor windenergie op Avelingen zijn in beeld gebracht. Bureau Bosch & Van Rijn heeft hierbij ondersteund. De mogelijke effecten zijn in kaart gebracht en besproken met inwoners en bedrijven om uiteindelijk tot komen tot een GoNoGo-besluit. Als dit besluit wordt genomen, kan mogelijk een volgende fase ingegaan worden. Als alle partijen aangeven dat het wenselijk is om door te gaan, wordt een exploitant gezocht via een openbare aanbesteding, wordt de MER doorlopen en vindt alle besluitvorming, vergunningverlening en dergelijke plaats. Het toont drie afbeeldingen van de opstellingsvarianten waarin het zoekgebied met rood en roze is aangegeven. De motie over de 500 meter afstand is hierin meegenomen. De opstellingsvarianten zijn niet hard, maar bedoeld om de effecten in kaart te brengen. De aspecten geluid, slagschaduw, externe veiligheid, natuur, cultuurhistorie en landschap, scheepvaart, ruimte voor de rivier, de defensieradar en de financiële haalbaarheid zijn beoordeeld. Natuur en scheepvaart zijn de belangrijkste aandachtspunten voor het vervolg. De geluidswetgeving is in ontwikkeling en daarom is naast de norm ook een strengere norm meegenomen. Er is uitgegaan van een wat luidere turbine zodat het in werkelijkheid altijd beter zal zijn dan de berekening.

Grote turbines produceren minder geluid dan kleine turbines, maar het blijft binnen de contour. Slagschaduw kan ver komen bij laagstaande

Parallelsessie I&O Zoekgebied Wind Avelingen, 13 oktober 2022

zon, maar dit betreft vrij korte periodes. Dit kan verholpen worden door op dat moment de turbines stil te zetten. Dit belemmert de financiële haalbaarheid niet. Voor de bedrijven is de slagschaduw niet geheel weg te nemen. Aangaande externe veiligheid geeft hij aan dat er een hele kleine kans is dat er iets met de wieken gebeurt. Voor het bedrijf Merwetank wordt verwacht dat er voldoende mitigatiemogelijkheden zijn. De locatie is nabij een Natuur Netwerk Nederland gebied (NNN) en daarvoor geldt een nee, tenzij principe. In een volgende fase zal zeker extra onderzoek gedaan moeten worden. Met name de varianten waarbij turbines in het natuurgebied staan of rondom het water lijken meer risico’s met zich mee te brengen dat het niet kan. Dit moet in een vervolgfase nader uitgezocht worden. De historische binnenstad is een punt van aandacht. De turbines staat niet binnen de begrenzing van de Hollandse Waterlinie, kunnen wat zicht betreft wel effect hebben, maar brengen op dit moment de haalbaarheid niet in het geding. Windturbines kunnen effect hebben op de radar van schepen. Regelgeving vereist een bepaalde afstand tot de vaarweg. Gekeken wordt wat er precies onderzocht moet worden als de turbines dichterbij de vaarweg komen. Dit is een onzekerheid voor de haalbaarheid. De omvang van de turbines is niet zodanig dat dit tot problemen leidt voor ruimte voor de rivier.

Het bergend vermogen moet gecompenseerd worden, maar hiervoor worden geen problemen verwacht. Het was lang onzeker waar de defensierader komt. Inmiddels is bekend dat er een grote kans is dat deze in Herwijnen komt. Uit nader onderzoek van TNO blijkt dat dit niet tot problemen leidt. Hij gaat nader in op de financiële haalbaarheid. Er is een grote bandbreedte van onzekerheid rondom de businesscase. Er is een vergelijking gemaakt met andere locaties. De grote varianten hebben een goede businesscase en hierbij is ook financiële participatie van de omgeving mogelijk. Bewoners en bedrijven zijn betrokken en hebben de mogelijkheid gekregen om mee te praten. Er zijn veel zaken meegegeven om te betrekken (laag frequent geluid, cumulatie). Inwoners wijzen vooral op geluid, landschap en slagschaduw. Er worden geen harde belemmeringen verwacht voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid. De nadere onderzoeken voor scheepvaart en natuur kunnen wel belemmeringen opleveren en er in de vervolgfase toe leiden dat het niet haalbaar is. Voorts is er aanvullend onderzoek nodig vanwege de Unesco status, maar vooralsnog lijkt het technisch en financieel niet onmogelijk om bij Avelingen 4 tot 6 windturbines te realiseren. Uit alle contacten blijkt wel dat er zorgen zijn over de impact hiervan. De voorzitter biedt gelegenheid om in te spreken.

De heer Klein merkt op dat aangegeven wordt dat de scheepvaart een breekpunt kan zijn. In de onderzoeken wordt steeds aangenomen dat een wiek een kogelvormig voorwerp is. Dit is niet correct, het is een vleugel die een boemerangachtige baan beschrijft. Wiekbreuk wordt beoordeeld bij nominaal vermogen, de doorsnee windsterkte. De kans op wiekbreuk is juist bij maximaal bij vermogen groot. Een wiek kan in plaats van de gebruikelijke 180 meter 550 meter ver wegwaaien. Tankers passeren daar om de tien minuten. Deze zijn gemaakt om te kunnen botsen, maar toch heel kwetsbaar als daar een wiek op valt. Als er vervolgens sprake is van een toxische lading kan er een gifwolk ontstaan. De passage voor de Betuweroute moest destijds herberekend worden in verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. Gorinchem heeft indertijd gestreden voor een tunnel, maar dat was te duur waardoor voor de veiligheid van Gorinchem de input is veranderd. Hij herhaalt dat de input voor de wiek niet deugt. Aangezien er mensen dicht bij de rivier wonen en gezien het risico van een onvoorspelbare ramp, ondanks dat dit een kleine kans betreft, kan dit gigantische gevolgen hebben. Inspreker voelde zich maatschappelijk verplicht om dit te melden. De heer Lamers reageert dat het standaardmodel dat wordt gebruikt in dit soort situaties uitgaat van mastworp bij nominaal toerental.

Dit is de meest voorkomende van alle situaties, ondanks dat de kans daarop heel klein is. Hierbij is uitgegaan van het scenario dat de meeste impact heeft; de breuk van het blad aan de aanhechting van de kop en vervolgens het lanceren van het gehele blad in een bepaalde richting. Dit zal een enorme schade veroorzaken, maar feit is dat dit in de praktijk bijna nooit gebeurt. De kans hierop is

Parallelsessie I&O Zoekgebied Wind Avelingen, 13 oktober 2022

zijn zo klein dat deze past bij wat in de maatschappij en binnen de wet- en regelgeving als acceptabel aan bloot te staan wordt aangemerkt. De voorzitter constateert dat het antwoord is dat het risico van de breuk van een wiek is meegewogen. De heer Klein beaamt dat de kans klein is, maar de berekening deugt niet en de wiekworp is veel groter. In algemeenheid kan dit gesteld worden, maar Gorinchem heeft met inwoners dicht bij de rivier en mensen die werken op het industrieterrein een specifiek kwetsbaar gebied. Daarnaast is Gorinchem gelegen aan de drukste rivier, meer dan 20% van het aantal tankers waarvan een groot deel gevaarlijke stoffen vervoert. In dit soort gevallen moet niet over kansen gesproken worden, maar moet het gewoon niet gedaan worden zodat er geen risico is. De voorzitter merkt op dat de boodschap luid en duidelijk is overgekomen en bedankt inspreker voor zijn bijdrage. Hij biedt vervolgens gelegenheid om vragen te stellen naar aanleiding van de presentatie. Mevrouw De Groot refereert aan de zorgen met betrekking tot de impact van windturbines. Zij las dat er nog onderzoek wordt gedaan door de Rijksuniversiteit van Groningen, maar dit wordt niet meegenomen. Zij vraagt of het wellicht verstandig is om deze resultaten ook mee te nemen aangezien de omstandigheden in de laatste maanden nogal veranderd zijn, wellicht dat de participatie dan ook verandert.

De heer Beeldman antwoordt dat er een eerste onderzoek is gedaan door de Rijksuniversiteit Groningen waaruit dezelfde zorgen blijken als aangegeven tijdens de informatiebijeenkomsten. Er volgt nog een tweede meting waarbij alle interacties betrokken worden. Dit kan een andere visie van inwoners met zich meebrengen. Mevrouw De Groot merkt op dat de raad hier niets mee kan omdat er nu al een besluit genomen moet worden. Wethouder De Boer verduidelijkt dat het een vrij wetenschappelijk onderzoek betreft. Hoe dichterbij een beoogd windproject komt, hoe meer zorgen er geuit worden. Uit het onderzoek zijn vrij voor de hand liggende resultaten gekomen waardoor het college het aandurft om met de resultaten vanuit deze eerste meting de raad al een besluit voor te leggen, dit mede gezien de snelheid die wordt gewenst in dit proces. De heer Tekir geeft aan dat in de huidige verkenning uitgegaan wordt van gronduitgifte aan een windexploitant. Hij vraagt of de gemeente ook zelf windmolens kan ontwikkelen door risicodragend te investeren. Hij informeert naar de regels omtrent bevoegd gezag. Er wordt vanuit gegaan dat de Provincie het bevoegd gezag wordt. Hij vraagt wanneer de gemeente het bevoegd gezag kan worden waardoor zij de volledige zeggenschap krijgt over de windmolens.

In het geval de gemeente bevoegd gezag wordt vraagt hij of de gemeente zelf kan bepalen aan wie zij de op te wekken stroom gaat aanbieden (eigen inwoners). Hij vraagt of de gemeente hiermee een blijvend lage stroomprijs kan aanbieden aan inwoners en bedrijven en of hier afspraken gemaakt kunnen worden of voorwaarden kunnen worden stellen. Afsluitend vraagt hij of de inschatting klopt dat met vier grote windmolens uitgaand van een gemiddeld energieverbruik per huishouden eigenlijk alle huishoudens in Gorinchem van stroom voorzien kunnen worden. En als dat het geval is, of daar berekeningen van voor handen zijn. De heer Beeldman antwoordt dat het bevoegd gezag vooral over de vergunningverlening gaat. Exploiteren gaat vooral via de lijn van de grondeigenaar en daarom is het rijksprogramma aan de orde. Het Rijk is eigenaar van de grond en moet openbaar een exploitant zoeken. Of de gemeente exploitant kan zijn, is niet verkend.

Parallelsessie I&O Zoekgebied Wind Avelingen, 13 oktober 2022

De heer Lamers vult aan dat hij vanuit Rijkswaterstaat in een landelijk programma werkt dat het areaal onderzoekt op de mogelijkheden voor wind- en zonne-energie. Hij refereert aan een project op Maasvlakte 2 waar Rijkswaterstaat stroom gaat afnemen. Hierbij is onderzocht om zelf eigenaar te worden van de turbines om vervolgens zelf de stroom op de markt te brengen, maar dit is niet toegestaan vanwege het staatssteunrecht. Hij veronderstelt dat dit ook geldt voor de gemeente. De gemeente kan wel een partij zoeken die het voor haar doet. De heer Tekir verduidelijkt dat hij dit inderdaad bedoelt, een exploitatie waarbij de gemeente zelf de regie in handen heeft. De heer Lamers vervolgt dat het om rijksareaal gaat waarbij het Rijk deze rol vervult. Er wordt een partij gezocht via een tender waarbij voorwaarden worden meegegeven. De heer Tekir begrijpt dat lokaal eigendom en financieel eigendom niet is verkend. De lasten zijn besproken, maar de lusten zijn nog onbekend. De heer Den Toom reageert dat er steeds is gesproken over het onderzoeken van de mogelijkheden en onmogelijkheden van windenergie op Avelingen. Wat geven inwoners en bedrijven hierover mee aan aandachtspunten. Participatie is genoemd, maar daar kon men niets mee.

Een windmolen in een gebied brengt altijd iets teweeg, maar er wordt niets gecompenseerd waardoor het gesprek soms ingewikkeld was omdat het traject voor de lusten er nog niet is. De heer Tekir probeert te begrijpen waarom het effect van lasten wel is meegenomen, maar dat van lusten niet omdat dit in zijn optiek een samenhangend verhaal is. Als je weet dat je ergens profijt van kunt hebben (korting of iets dergelijks) is dat een cruciale vraag die eigenlijk meegenomen had moeten worden in deze fase. De heer Den Toom vervolgt dat uitgangspunt van het onderzoek was informatie geven aan bedrijven en particulieren en ophalen wat er nodig is. Dit aspect is niet meegenomen omdat daarmee aan de opdracht voorbij gegaan zou zijn. De heer Tekir heeft nog geen antwoord gekregen op de vraag of alle huishoudens in Gorinchem kunnen worden voorzien in de energiebehoefte. De heer Den Toom antwoordt dat wanneer wordt uitgegaan van vier grote windmolens hiermee meer energie wordt opgewekt dan nodig is voor alle particulieren (kleinverbruikers). Alle huishoudens kunnen worden voorzien van groene stroom. De heer Houtepen begrijpt dat er geen harde belemmeringen zijn voor geluid en slagschaduw.

Hij informeert in hoeverre er is gekeken naar risico’s uit nog te verwachten regelgeving of wijziging in regelgeving, een uitspraak in de Raad van State maar ook ontwikkelingen die in de EU plaatsvinden in lidstaten als Duitsland die verder gaan dan de rest waardoor een trend ontstaat. De heer Lamers antwoordt dat hier rekening mee gehouden is in het onderzoek. Bij geluid wordt uitgegaan van een strengere norm dan de norm die de WHO hanteert (2dB lager met strafpunten voor de nacht). Voor slagschaduw wordt uitgegaan van nul uur. De landelijke normen zijn vastgelegd in een activiteitenbesluit en daar moet nu een nieuwe versie van gemaakt worden. De heer Houtepen vervolgt dat Duitsland op dit moment de afstandsnormen vrij hard hanteert. Een windpark enkele kilometers van de bebouwde komen zou een streep door deze definitie betekenen.

Parallelsessie I&O Zoekgebied Wind Avelingen, 13 oktober 2022

De heer Lamers geeft aan dat dit is toegepast in de deelstaat Beieren. Over het algemeen is in de omliggende landen sprake van een wisseling tussen zowel de geluidsnorm dan wel de afstandsnorm. Met 47dB wordt iets hoger uitgekomen dan in de omliggende landen, maar met een eventueel strengere norm wordt gemiddeld uitgekomen. Gekeken wordt of het iets strenger moet, maar daar is rekening mee te houden door uit te gaan van 45dB en de luidruchtigste molen. Mevrouw Van Oversteeg refereert aan het draagvlak onder bedrijven en vraagt wat bedrijven nodig hebben voor hun energievoorziening, hoe wordt gekeken naar het maatschappelijk draagvlak in algemeenheid en hun rol daarin. Voorts vraagt zij hoe deze rol in de toekomst wordt gezien (zijn er aanvragen ingediend, is er concrete interesse). De lusten volgen in een later stadium, maar de gedeelde verantwoordelijkheid is onontkoombaar in een veranderende wereld. De heer Den Toom beaamt dat dit een actueel item is. Een aantal bedrijven wil verduurzaming doorvoeren in hun processen en worstelt hoe deze verduurzamingsslag gerealiseerd kan worden (elektrificeren, waterstof gebruiken). De verduurzaming van het bedrijventerrein staat nu een beetje op de rem omdat er geen capaciteit meer is op de bestaande infrastructuur. Er wordt gekeken naar een combinatie van verzwaring van de kabel en het voeden van het windmolenpark.

Een deel van de warmtevraag met waterstofproductie. Het verzilveren van meekoppelkansen. Bij windmolens op Avelingen is sprake van weinig transportverlies. Mevrouw Van Oversteeg vraagt of er daadwerkelijk een behoefte is uitgesproken. De heer Den Toom vervolgt dat er een maatschappelijke druk wordt gevoeld om daadwerkelijk verder te gaan. Technisch gezien worden er volop mogelijkheden gezien, maar er wordt niet voor gekozen om de trekker van een windmolenpark te zijn om het maatschappelijke debat voor het bedrijf weg te houden. Mevrouw Van Oversteeg denkt dat er niet moet worden gezwicht voor maatschappelijke druk, het open gesprek moet gevoerd worden. Niet elke voorstander heeft zich vrij gevoeld om dit te openlijk te kunnen uiten. Zij vraagt of in het proces veel van dergelijke geluiden zijn gehoord. De heer Den Toom antwoordt dat er behoorlijk wat individuele gesprekken met bedrijven zijn gevoerd, daarnaast is er een aantal bijeenkomsten geweest in Sleeuwijk, Schelluinen, Hardinxveld en Gorinchem. Met name tegenstanders van windenergie waren prominent aanwezig, zodra voorstanders het gesprek aangingen werd hen de mond gesnoerd waardoor mensen zich de rest van de avond stil hielden. Als er individuele gesprekken op een meer veilige manier werden gevoerd, werd gemerkt dat mensen niet altijd pertinent tegen zijn.

Mevrouw Hamann merkt op dat mensen volop gelegenheid hebben gehad om te reageren op de plannen. Dat mensen hun mensen niet open durfden te doen vindt zij een vreemde constatering. Mevrouw Van Oversteeg schrikt van dit antwoord, maar veronderstelt dat de duiding in de volgende sessie zal volgen. In het raadsvoorstel staat dat het RES-bod overeind blijft. Zij informeert hoe haalbaar dit wordt geacht gezien de uitkomst. De voorzitter geeft aan dat deze vraag straks terugkomt in de B&A sessie. De heer Van Houwelingen deelt de zorgen die zijn geuit door inspreker, maar begrijpt ook de uitleg die daarop is gegeven en daarom is dit belangrijk om in het vervolg mee te nemen. Hij informeert of de impact op de dijklichamen ook bij externe veiligheid hoort. Hij vraagt voorts waar de arbeidsomstandigheden aan getoetst worden. Bij draaiende

Parallelsessie I&O Zoekgebied Wind Avelingen, 13 oktober 2022

mechanismen neemt het geluid toe door slijtage. Hij informeert hoe de waarden opbouwen bij degradatie. De heer Lamers antwoordt dat Rijkswaterstaat veel ervaring heeft met het bouwen van windmolens op en nabij dijken. Trillingen waardoor de dijk verzwakt blijken heel lokaal te zijn. Bedrijven zijn niet beschermd zoals een woning, een zorginstelling of een school en daarom hoeft daar vanuit de wet geen rekening mee gehouden te worden. Het Rijk vindt het wel belangrijk om daar aandacht voor te houden. In het privaatrechtelijke deel wordt de partij die een aanbieding doet uitgenodigd om hier rekening mee te houden. Het windturbinebrongeluid wordt vastgesteld via certificeringsinstanties. Na het plaatsen van de eerste turbine worden testen uitgevoerd. De modellen houden wel rekening met enige degradatie, maar hier zitten aannames in. Hij veronderstelt dat met de huidige techniek de degradatie erg meevalt. Het blad is onderhevig aan erosie, maar wordt goed onderhouden. De heer Klein is geschrokken dat er geen rekening gehouden hoeft te worden met werkende mensen en vraagt of dit ook geldt voor geluidsoverlast en slagschaduw. Hij vraagt of in de onderzoeken is meegenomen dat de gemeente al jarenlang bezig is met de planvoorbereiding van de Schelluinsestraat. Het slagschaduwonderzoek reikt over de Gildenwijk en raakt zelfs de vesting.

Hij vraagt zich af hoe lang de turbines daarvoor stil moeten staan. Hij vraagt of de risicofactor die is meegenomen sec betrekking heeft op de windmolens. Bij cultuurhistorie en landschap worden geen belemmeringen aangegeven. De bufferzone aan de zuidzijde beslaat heel Brabant, als er noordelijker gekeken wordt ligt de bufferzone tegen de zone van de Hollandse Waterlinie aan. Hij vraagt of hierin ook meegenomen wordt dat een enorme windmolen hier een enorme impact heeft op het naastgelegen gebied. De heer Den Toom antwoordt dat de Schelluinsestraat is meegenomen in de onderzoeken (deels woningbouw). De heer Lamers vult aan dat in deze fase naar alle harde belemmeringen en wetgeving gekeken wordt. In een volgende fase volgt verdieping. Is het belang van duurzame energie zwaar genoeg om daar enige invloed van te accepteren en wat is die invloed dan precies. Nu is vooral in beeld gebracht of de windmolens zichtbaar zijn. De vlekken van slagschaduw zijn heel erg groot. Met name in de zomer reikt de slagschaduw heel ver, maar daarvoor moet het onbewolkt zijn. Het gaat vaak om minuten. Het kost een procent of nog minder om stil te staan voor woningen. De heer Klein begrijpt dat het hierbij om constant gaat, maar de zon draait. Hij gaat er vanuit dat de schaduw meedraait. De helft van de tijd hebben mensen hier last van.

De heer Lamers vervolgt dat de vlek is gebaseerd op een jaar rond zon en dit wisselt waardoor er per dag weinig stiltand is. Desgevraagd geeft hij aan dat het effect dermate laag is dat de businesscase dat voor alle onderzochte varianten kan dragen. Cumulatieve effecten bij externe veiligheid moeten altijd onderzocht worden. De heer Klein merkt op dat het gaat om een drukke snelweg, een druk bedrijventerrein en een vaargeul waaraan een extra risico wordt toegevoegd. De heer Lamers reageert dat een risico gaat om kans maal effect. Een kans kan klein zijn, maar als het effect heel groot is, moet daar misschien meer aandacht aan besteed worden. Dat is een terecht punt. Als de kans klein genoeg is, komt er een moment in de analyse waarop gesteld wordt dat dit aanvaardbaar is. Desgevraagd geeft hij aan dat op het bedrijventerrein bedrijven mogen komen die een effect hebben op elkaar. Dit soort zaken wordt geconcentreerd en daar kunnen windturbines onder vallen. De heer Schefferlie wijst op veranderende inzichten en verandering van regelgeving en begrijpt dat vanuit een worst case scenario dezelfde conclusie getrokken kan worden.

Parallelsessie I&O Zoekgebied Wind Avelingen, 13 oktober 2022

Aangegeven wordt dat het niet onmogelijk is, normaliter zou gesteld wordt het is mogelijk. Dit baart hem zorgen. Hij vraagt waarom het zo omslachtig wordt aangegeven. Voorts vraagt hij hoe groot de kans wordt ingeschat dat de scheepvaart een belemmering gaat vormen. Afsluitend vraagt hij of omdat de Provincie het bevoegd gezag is in het geval de gemeente geen windmolens wil er toch een kans bestaat dat dit opgelegd wordt. De heer Beeldman antwoordt dat niet onmogelijk zich vooral richt op natuur en scheepvaart. Hier moet in de vervolgfase onderzoek naar gedaan worden. Er wordt van grof naar fijn gewerkt, maar hij kan geen antwoord geven op de vraag hoe groot dit risico wordt ingeschat. De heer Lamers vult aan dat de Provincie het bevoegd gezag is als het gaat om het vergunningverleningstraject voor een windpark. Het is goed gebruik dat Provincies in het geval van samenwerking het gezag overdragen aan gemeenten. De RES is opgesteld met partners, maar iedereen heeft daarbij net een andere rol. De gemeente kijkt naar de effecten op lokaal niveau. De Provincie wil de uitkomsten van het RES-traject borgen in het omgevingsbeleid. Op 11 november a.s. is er een hoorzitting bij Provinciale Staten over het provinciaal omgevingsbeleid met de module energietransitie waarin de locatie Avelingen is opgenomen.

Als dit wordt aangenomen is er in december provinciaal omgevingsbeleid, een overkoepelend bestemmingsplan met een vlek over Avelingen waarbij de Provincie aangeeft dat het daar ruimtelijk mogelijk gemaakt moet worden. De heer Schefferlie begrijpt dat de Provincie één en ander in theorie mogelijk gaat maken, maar het de gemeente niet gaat opleggen. De heer Lamers vervolgt dat de Provincie het bevoegd gezag is op de energietransitie. Als een partij zich meldt die als grondeigenaar verder wil en de gemeente krijgt het lokale gezag niet van de gemeente dan is zij daarin verder geen partij. De heer Schefferlie vindt dit een vrij alarmerende conclusie. De heer Lamers benadrukt dat het gaat om de praktijk en de techniek. Partijen staan gezamenlijk aan de lat voor de energietransitie en voeren gesprekken om dat samen op een goede manier vorm te geven. Hij kan niet voorspellen hoe de Provincie hierin gaat handelen. De heer De Pagter heeft niets gelezen over de totale opbrengst van een windmolenpark ten opzichte van het bod en vraagt hoeveel windmolens er nodig zijn om het bod te kunnen realiseren. Hij heeft in de media al diverse keren gehoord dat het netwerk verouderd is en vraagt zich af of de netcapaciteit voldoende is en wat dit betekent voor de andere energiedoelstellingen met zon op daken waarbij ook gebruik gemaakt moet worden van datzelfde netwerk.

Hij informeert naar het effect van een dergelijk bouwproces op de Avelingen (bouwen vanaf het land of het water, hoe lang duurt het, wat zijn de effecten op de natuur en de omgeving). De heer Den Toom antwoordt dat het om 75% van het RES-bod gaat. Met Stedin is de capaciteit nader bekeken. In Arkel is voldoende capaciteit beschikbaar. Hiervoor moet 8km kabel getrokken worden die deels ook functioneel kan zijn voor het industrieterrein Avelingen waardoor daar de capaciteit wordt ontlast. De heer Lamers vult aan dat aanvoer via water als kansrijk wordt aangemerkt. De kaders van NNN staan tijdelijke effecten niet in de weg zodat het ook mogelijk is om zaken via land te doen. Mevrouw Hamann begrijpt dat er nog heel veel onderzocht moet worden voordat dit traject een Go krijgt. Rijkswaterstaat heeft elders in het land een tiental locaties voor de opwek

Parallelsessie I&O Zoekgebied Wind Avelingen, 13 oktober 2022

van energie. Negen hiervan zijn gerealiseerd, één nog niet (Avelingen). De andere locaties zijn bijna allemaal zon. Zij vraagt wie er aan deze projecten verdient. De heer Lamers antwoordt dat de marktpartijen aan wie deze projecten worden gegund daaraan verdienen. Desgevraagd geeft hij aan dat dit energiebedrijven zijn. Als marktpartijen interesse tonen wordt gestart met een proces van bieding. Daaruit wordt de partij met de beste aanbieding geselecteerd. Hierbij wordt het klimaatakkoord meegenomen. Een goed project is een project waarin de buurt een aandeel heeft. Door heel Nederland wordt op 25 plaatsen verkend wat daar kan. Eén project is nu vergund (A7 in Noord-Holland). Daar is een partij geselecteerd die conform de afspraken gaat bouwen. Bij de andere projecten is nog geen marktpartij geselecteerd. Mevrouw Hamann verduidelijkt dat zij doelde op een tiental locaties verspreid over Nederland waar vaak zonne-energie wordt ontwikkeld door Rijkswaterstaat en daarom vroeg zij van wie zijn deze projecten en wie verdient hieraan. De voorzitter verzoekt de relevantie van deze vraag voor de Gorinchemse situatie aan te geven. Mevrouw Hamann vervolgt dat dit de gehanteerde werkwijze is bij het ontwikkelen van locaties op stroken rijksgrond. De heer Lamers antwoordt dat hiervoor een marktpartij geselecteerd wordt die het park gaat bouwen.

Rijkswaterstaat wordt geen eigenaar van windparken. De heer Den Toom vult aan dat lokaal eigendom uiteindelijk vanuit de gemeente vastgelegd kan worden in de afspraken die worden gemaakt met Rijkswaterstaat. Het kan niet zo zijn dat de financiële opbrengsten van een windpark de regio uitstromen. Hiervoor moeten voordat er wordt gezocht naar een exploitant goede afspraken gemaakt worden. De gemeente maakt de verordening. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.

Parallelsessie I&O Zoekgebied Wind Avelingen, 13 oktober 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=f03c1e31-bbea-4397-8993-761cfa215994