CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

211028 Participatiebeleid Handout - vaandels en fictief praktijkvoorbeeld.pdf

Parallelsessie raadzaal 28 oktober 2021, gemeente GorinchemBij agendapunt: Sluiting957 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hand-out ter voorbereiding op I&O participatie – 28 oktober 2021 5 vaandels voor participatie Hieronder vindt u een duiding van de 5 vaandels die de basis vormen voor het participatiebeleid. Ambities De stad maken we samen

We zetten de inwoner centraal

We starten bij het waarom

We zorgen voor een helder proces

We hebben een goed intern samenspel

Uitgangspunten • We stimuleren de kracht en kunde in de stad • Waar nodig helpen we goede ideeën en plannen op weg • We durven los te laten • We blijven in contact • We zijn nieuwsgierig en uitnodigend • We luisteren echt • We sluiten aan op de leefwereld, behoeften en natuurlijke netwerken van inwoners • We organiseren participatie met een duidelijk doel (motieven) • Wíe en hóe we betrekken staat in verhouding tot het motief voor de participatie en de opgave We vieren wat we samen bereiken • We gaan zo vroeg mogelijk in gesprek, ook als we het zelf nog niet helemaal weten • We zijn eerlijk over wat wél en níet kan • We komen afspraken na • We leggen uit en koppelen terug • We werken vanuit een duidelijk plan • We stemmen de onderlinge rollen en verantwoordelijkheden goed af • We zorgen voor voldoende tijd en tijdige besluitvorming

Dit is wat we willen voorkomen: Onzekerheid bij initiatiefnemers of participanten over hoe de gemeente omgaat met hun ideeën. Gevoel van initiatiefnemers of participanten van niet-gehoord zijn. De verwachting dat elk initiatief door de gemeente wordt omarmt of uitgevoerd. Mismatch van communicatie- en werkvormen met voor het onderwerp relevante groepen. Gevoel van initiatiefnemers of participanten van niet-serieus genomen worden.

Het idee dat participatie pas goed is als iedereen op de hoogste trede geparticipeerd heeft (want de participatieladder ‘ligt plat’).

Gevoel van initiatiefnemers of participanten dat ze – zonder dat de gemeente hierover vooraf duidelijk is geweest – wel mee mogen doen als de zaken nog vaag zijn, maar niet (meer) als het echt concreet of spannend wordt.

‘Last’ bij initiatiefnemers of participanten van het besluitvormingsproces, omdat gemeenteraad en college over de status van de participatie geen heldere afspraken hebben gemaakt. Beleving bij raadsleden dat het bij besluitvorming gaat om ‘tekenen bij het kruisje’ (zonder invloed vooraf op het proces).

Fictief participatievoorbeeld: verkeerscirculatieplan Wanneer we de 5 vaandels toepassen op een fictief voorbeeld, dan zou het er zo uit kunnen komen te zien: Met het oog op een betere afwikkeling van het verkeer in en om de stad is een nieuw Verkeerscirculatieplan nodig. Iets dat alle inwoners en bezoekers van Gorinchem (automobilisten, fietsers, wandelaars) van dichtbij raakt. Omdat het om een groot en impactvol project gaat, brengt het college vooraf een startnotitie in de raad om met de raad te kunnen spreken over hoe participatie in dit geval eruit kan zien. De startnotitie beschrijft de verschillende betrokken groepen en doet een voorstel voor de manier waarop participatie en besluitvorming zich in dit dossier zullen verhouden. De startnotitie wordt door de raad vastgesteld en bevat kader m.b.t.: 1) beoogd doel van participatie; 2) reikwijdte van invloed van participanten (“gemeente doet ‘openingsbod’, betrokkenen mogen kiezen uit door gemeente aangeboden varianten”); 3) speciaal beoogde doelgroepen (“extra aandacht voor jongeren en minder validen”) en beoogde deelname (“statistisch representatieve enquête”); 4) tijdpad participatieproces; 5) vervolgstappen in de besluitvorming (college en raad). Het college voert de participatie uit binnen de gestelde kaders.

In het proces organiseert zicht een groep bewoners die met een totaal ander idee komen voor hun deel van de stad. Het college is in eerste instantie (conform kader raad) niet van plan om die groep ruimte te geven, maar meldt dit actief aan gemeenteraad. De gemeenteraad agendeert de kwestie en vraagt het college bij motie om de voorgestelde variant toch te onderzoeken (en stelt hiervoor ook extra middelen ter beschikking). Bij uiteindelijke besluitvorming in de raad liggen varianten ‘van de gemeente’ voor, maar is de variant van de inwoners ook uitgewerkt (inclusief een duiding van consequenties). De gemeenteraad constateert dat het college qua proces binnen de (bijgestelde) kaders van de startnotitie heeft gehandeld. De gemeenteraad weegt bij politieke behandeling de inwonervariant en stelt het verkeerscirculatieplan geamendeerd vast, namelijk inclusief de variant van de inwoners.

Vragen bij het fictieve participatievoorbeeld Algemeen: Bevalt u de manier waarop de participatie verloopt in dit voorbeeld? Drie specifieke vragen: 1. GOED INTERN SAMENSPEL Het participatiebeleid dat we nu ontwikkelen geldt als kader voor reguliere participatieprocessen: in de meeste gevallen geeft de raad het college (en de organisatie) hiermee het kader mee om de participatie in te richten. In het geval van grote of impactvolle projecten kan het college de raad een startnotitie voorleggen, zodat de raad specifieke kaders kan meegeven voor de participatie rondom dat project. Dat is het geval bij dit verkeerscirculatieplan. Dat is dus een werkwijze waarbij het college het initiatief neemt bij de bepaling wat een groot project is. VRAAG: Hoe bevalt dat? Welke aandachtspunten hebt u daarbij? 2. DE STAD MAKEN WE SAMEN In de casus gebeurt er iets in de stad waardoor de afgesproken kaders in de startnotitie bij nader inzien onvoldoende ruimte bieden aan de nieuwe inzichten uit de stad. Het college informeert de raad daarover en die besluit d.m.v. een motie een aanpassing te doen. VRAAG: Vindt u dit een goede werkwijze? Of zou het anders moeten? Welke aandachtspunten hebt u daarbij? 3. STARTEN BIJ HET WAAROM Een vaak gehoorde uitspraak is: “We moeten zoveel mogelijk mensen bereiken”. In de casus is gekozen voor een duidelijke inzicht in de betrokken mensen en doelgroepen.

Er is op ingezet om die in ieder geval te betrekken. Bovendien geeft het vaandel: “Starten bij het waarom” aan dat je een goede afweging maakt: “Wíe en hóe we betrekken staat in verhouding tot het motief voor de participatie en de opgave” VRAAG: Kunt u zich daar in vinden? Welke aandachtspunten hebt u daarbij?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=47d2b71a-17c9-4857-8637-f5cc94ac8771